Kaart en Kompas
(© Sander Koop, Augustus 2002)


Welkom op dit stukje site waar je kan leren om gaan met kaart en kompas.

Hyperlinks:
Kaart en kompas:

De soorten kompassen De Recta, De Bèzard

- Kompashandgreep 1:

Het overbrengen van een richting op de kaart, naar je kompas.

- Kompashandgreep 2:

Het vinden van een ingestelde richting in het terrein.

- Kompashandgreep 3:

Je staat ergens en je moet de richting geven van punt X naar een punt Y, hoe doe je dat?


- Kompashandgreep 4:

Je wilt op de kaart uitzoeken waar je terecht komt als je een x aantal kilometers
richting 140°graden moet lopen.


- De 6-cijfer-methode:

Het gebruik van de kaarthoekmeter bij het krijgen van coordinaten. En het gebruik van de Oleaat

Oriënteren:


- Overdag:
Schaduw methode, horloge methode.

- 's Avonds:
Polaris, Zuiderkruis.
 


Kaart en kompas:

Wij gaan je proberen te leren hoe je stap voor stap een kompas moet gebruiken, eerst gaan we twee kompas- soorten onderscheiden:

De eerste is de meest voorkomende, de Recta:
De Recta is er in twee soorten, er is er èèn met spiegel en èèn zonder spiegel. De Recta lijkt enigsinds op de doorzichtige kaartkompas die vaak bij Scouting wordt gebruikt. Hier zit alleen geen huis om heen.

 

.............. ..................

1> Het Kompashuis hier zit de kompasroos en eventueel de spiegel aan;
2> De Kompasroos kan in het kompashuis draaien en is verdeeld in graden of duizendsten;
3> Een Spiegel zo kan je hem recht voor je houden maar toch de roos zien (peilen, richten);
4> De Machnetische naald, de rode helft wijst altijd naar het Noorden;
5> De Vizierinrichting, hiermee kan je de kompas richten;
6> Het Afleespunt -aangebracht op het huis- waar de gevonden richting afgelezen wordt;
7> Het Deksel, beschermt het kompashuis tegen beschadigingen;
8> De Centimeterverdeling, het kaartkompas heeft meestal meerdere schaal verdelingen, de Recta meestal.maar èèn.

 
 

Het tweede kompas wat ook voor komt is de Bèzard (links), en het Peilkompas (rechts).

1> Het Kompashuis hier zit de kompasroos en eventueel de spiegel aan;
2> De Kompasroos kan in het huis draaien en is verdeeld in graden of duizendsten;
3> Een Spiegel zo kan je hem recht voor je houden maar toch de roos zien (peilen, richten);
4> De Machnetische naald, de rode helft wijst altijd naar het Noorden;
5> De Vizierinrichting, hiermee kan je de kompas richten;
6> Het Afleespunt -aangebracht op het huis- waar de gevonden richting afgelezen wordt;
7> Het Deksel, beschermt het kompashuis tegen beschadigingen;
8> De Centimeterverdeling, het kaartkompas heeft meestal meerdere schaal verdelingen, de Recta meestal maar èèn.

Ook zit er meestal een koortje aan de kompas (± 25 cm), zodat deze om de nek gedragen kan worden, en de mogelijkheid geeft om hem strak recht voor je te houden.

 
 

 

De basis principes van het kompas:

Kompashandgreep 1:
Het overbrengen van een richting op de kaart, naar je kompas.

Als je weet welke kant je op wil (op de kaart) maar je wil niet steeds de kaart erbij willen pakken, kun je de richting op je kompas vaststellen. Dit doe je als volgt:
- Stel punt A en punt B vast.
- Trek met potlood een rechte lijn tussen deze punten.
- Leg nu het kompas met een rechte zijde langs deze lijn.
- Draai het kompasroos tot dat de noord-zuidlijn van het kompasroos
...gelijk (evenwijdig) aan die van de kaart lopen. Laat het kompas liggen,
...let ook NIET op de kompasnaald deze is niet belangrijk!
- Je kunt nu de richting aflezen op de kompasroos.
- Draai nu de kaart met kompas zo dat ht noorden van de kaart gelijk is met het
...kompas noorden.
- Wil je deze richting gaan lopen, dan moet je de kompas voor je houden

...en zorgen dat de rode pijl tussen de twee dikke lijnen (kompasroos-noorden)
...in valt.
 
 

Kompashandgreep 2:
Het vinden van een ingestelde richting in het terrein.
Op je routebeschrijving staat dat je op een bepaalde plaats 210° moet gaan lopen, hoe doe je dat?
- Je stelt op je kompas, de kompasroos zo in dat het getal 210 bij het afleespunt staat.
- Houd het kompas ± 25 cm van je gezicht (het koortje strak om je nek) bij een kompas met spiegel op ooghoogte, anders er iets onder, zodat je op je kompas kan kijken.
- Draai nu zelf zo dat je de rode kompasnaald tussen de twee dikke lijnen (kompasroos-noorden) in valt.
- Het kompas is nu in gesteld, kijk nu langs het vizier welke kant je op moet lopen.

 
 

Kompashandgreep 3:
Je staat ergens en je moet de richting geven van punt X naar een punt Y, hoe doe je dat?

We noemen dit het 'schieten' van de richting. het gaat als volgt:
- Ga staan op punt X
- Houd je kompas op oog hoogte(± 25 cm van je gezicht)
- Kijk over het vizier, met een oog precies naar het punt in de verte (punt Y), richt het vizier en houd je kompas.goed horizontaal.
- Laat de naald tot rust komen, draai nu de kompasroos zo, dat de rode kompaspijl tussen de twee lijnen valt en naar 0 wijst.
- Controleer of alles goed is gegaan, Je kunt nu zonder de roos te draaien, bij het afleespunt precies aflezen wat de gevonden richting is in graden. Dat is namelijk het getal wat bij het afleespunt in de kompasroos staat.

LET OP!! Gebruik je een RECTA- kompas, bedenk dan dat je het afgelezen getal met 10 vermenigvuldigd,dan heb je pas het aantal graden.

 
 


Kompashandgreep 4:

Je wilt op de kaart uitzoeken waar je terecht komt als je een x aantal kilometers richting 140°graden moet lopen.
Rechtdoor lopen gaat vaak moeilijk, dus kijk je op de kaart waar je uit moet komen. Er zijn twee manieren, de eerste is met behulp van Kompashandgreep 1,
de tweede is met behulp van de kaarthoek meter.
Je doet het volgende:
- Pak de kaart van jouw omgeving en zoek je start plaats.
- Vervolgens pak je je kompas en stel je het aantal graden in dat je moet lopen, m.b.v. Kompashandgreep 1
..Als je de richting hebt in gesteld, kom je niet meer aan de kompasroos! Let weer niet op de kompas naald ..deze is nog niet van belang.
- Leg het kompas nu met de rand bij het startpunt.
- Draai nu je kompas zo, dat de noord-zuidlijn van je kompasroos evenwijdig loopt met de noord-zuidlijnen van ..de kaart.
- De rand van je kompas geeft nu de richting aan. Je moet na alleen nog de afstand bepalen met behulp van een lineaal. Deze zit vaak op je kompas, maar in ieder geval op je kaarthoekmeter.

 

................................

De twede manier is iets preciezer, maar je hebt hierbij een gradenboog nodig. Op zowel een geodriehoek als een kaarthoekmeter (links boven) zit zo'n gradenboog.
- Je gaat weer x graden vanaf je startpunt op zoeken, leg de gradenboog op de kaart zodat het middelpunt op het startpunt ligt,.nu de horizontalelijn evenwijdig met de west-oostlijn houden. Moet je meer als 180° graden, dan draai je de kaarthoekmeter.rond en tel je bij de afgelezegraden 180 op.
- Op het ronde gedeelte van de gradenboog zet je bij de x graden een puntje op de kaart (een kopie, want op een echte kaart.schrijf je niet).
- Trek nu een dun lijntje van af je startpunt naar richting van de plek van bestemming, nu hoef je allen nog de afstand te bepalen.met een liniaaltje.

 

De 6-cijfer-methode:
De horizontale en verticale lijnen op een Topografische kaart vormen samen een vierkantennet. De horizontale lijnen lopen van Oost naar West. De vertikale lijnen van Noord naar Zuid. Elk vierkant is precies 1 km lang en 1 km breed. Op een kaart van 1:25.000 is elk vierkant dus 4 cm bij 4 cm (ook wel 4-cm kaart genoemd)

De vertikale lijnen zijn genummerd van links naar rechts (nummer tussen 0 t/m 280) en de horizontale lijnen van beneden naar boven (nummer tussen 275 t/m 625).
Elk vierkant wordt bepaald door het snijpunt LINKS ONDER. Het vierkant in de tekening hieronder wordt dus bepaald door het snijpunt 148-523. Eerst het nummer van de NZ-lijn en dan dat van de OW-lijn. Als het kaart blad bekend is wordt vaak de honderttallen weg gelaten dus: 48-23.

Voor punt P zou er in een route kunnen staan: 14814-52336 en voor Q zou dit 14832-52322 kunnen zijn.
Meestal is het zo dat je een kaart krijgt met een olaat waar een gedeelte van de route opstaat
Een Oleaat:

Dit is een stukje route in de vorm van een getekende lijn. Deze staap getekend op een doorzichtig stukje papier welke je op een kaart kunt leggen. Delijn geeft de route weer die je gaat volgen.

 

Oriënteren:

Oriënteren kunnen we met verschillende methoden, hier boven ben je in het bezit geweest van een kompas, heb je die niet, dan moet je improviseren dit kan overdag zijn, maar ook 's avonds.

We beginnen met overdag:
De schaduw methoden:
Een simpele maar zeer doeltreffende methode is de schaduw methode, het enige wat je nodig hebt is een lange stok (> 1 meter) en zon. het gaat als volgt:

- Plaats de stok van tenminste 1 meter in de grond (het liefst een zo recht mogelijke stok).

- Zet een merkteken aan het einde van de scharuw van die stok.

- Wacht een kwartier en zet dan nogmaals een merkteken.

- Verbind beide merktekens met een lijn.

- De gevonde lijn loopt van West naar Oost (het laatse merkteken naar het oosten).

Het horloge methode:
We weten allemaal dat de zon opkomt in het Oosten en ondergaat in het Westen. Als we de zon gebruiken als leidraad kunnen we deze gebruiken om beide punten vatst te stellen, afhankelijk op welk halfrond we ons bevinden, en dan kunnen we natuurlijk ook het noorden bepalen. Bij deze methode gebruiken we het horloge, richt deze bij bewolkt weer op het lichtste deel van de lucht:

Het Noordelijk halfrond:
- Richt de kleine wijzer naar de zon.
- De denkbeeldige snijlijn tussen de 12 uur en de kleine wijzer wijst naar het
Zuiden.

 

 

Het Zuiderlijk halfrond:
- Wijs nu de 12 uur op de wijzerplaat richting de zon.
- Trek weer een denkbeeldige lijn halverwegen de 12 uur en de kleine wijzer,
..deze wijst nu naar het
Noorden.

 

 

Voor 's avonds zijn de volgend methoden geschikt:
De Poolster (Polaris) methode:

Bij nacht kan je ook het noorden bepalen en wel met de sterren.
Polaris ook wel de Poolster genaamd is op het Noordelijk halfrond heel makkelijk te vinden.
Zit je op het zuiderlijk halfrond dan moet je opzoek gaan naar Zuiderkruis.
Het moet uiteraard helder genoeg zijn om de sterren te kunnen zien.

Het Noordelijk halfrond:
Het vinden van de Poolster:
- Ga opzoek naar de Grote Beer, deze is meeestal duidelijk zicht baar
...en bestaat uit 7 heldere sterren, welke een steelpan lijken te vormen
...(vast wel eerder gezien)
;
- Verleng de rechte zijde(A) van de pan 5 maal (zie tekening)in zijn verlengde;
- Je komt nu uit bij een heldere ster dit is de Polaris Tevens is dit het begin van
de Kleine Beer.
- Trek dan een denkbeeldige lijn loodrecht naar beneden tot aan de horizon, hier vind je het geografische noorden.

 

De Zuiderkruis methode:
Het Zuiderlijk halfrond:
Hier is het iets moeilijker om het zuiden te bepalen.
- Eerst zal het zuiderkruis gevonden moeten worden, dit zijn 5 sterren
.. waarvan er 4 in een kruis staan (zie afbeelding).
- Verleng nu de langste dwarsbalk van het Zuiderkruis 4,5 maal naar ...beneden.
- De twee andere sterren kan je gebruiken als hulp middel.
- Onder dit snijpunt ligt het zuiden.

 

 

 

<Terug naar kampvuurpagina> <Home> <Hoofd Site Sander>

Reacties: Sander