LEIDSCHENDAM

Dorpskerk (SOW), in de volksmond 'Peperbus' geheten


(foto N.N., collectie Aart de Kort)

 

Vrijwel alle onderstaande gegevens berusten op informatie die te vinden is in het Archief der Ned. Herv. Gemeente te Leidschendam, ge´nventariseerd door J.D. de Kort sr. en gedeponeerd in het Gemeentearchief van Leidschendam. Een aantal van deze gegevens werd verwerkt in het door hem geschreven hoofdstuk "De kerk in het midden" in het boek "Over, door en om de Leytsche Dam, geschiedenis van een gouden gemeente", uitgave Gemeente Leidschendam, 1988.

1807 - Op 30 maart wordt een orgel (vermoedelijk een huis/kabinetorgel) voor het eerst gebruikt. Waarschijnlijk is dit orgel een schenking, aangezien niets in de kerkrekening terug te vinden is dan behalve een borrel, geschonken aan de orgelmaker, ene heer Louwer. Vˇˇr 1807 zong men onder leiding van een voorzanger. In genoemd jaartal werd met ingang van 1 januari 'tot algemeen genoegen van de hele gemeente' de liederenbundel 'Evangelische Gezangen' ingevoerd.

1845 - Men koopt voor â 750,- een 'groot huiskamer- of kabinetorgel' aan bij de pianomaker Van Ray a/d Kalverstraat te Amsterdam. Het was vervaardigd in 1793 door de Amsterdamse orgelmaker Hendrik Meijer. Keuring en plaatsing te Leidschendam geschieden door de Delftse orgelmaker Machiel Beekes, die tevens het oude orgel inneemt. De ingebruikname volgt op 27 april 1845 door de Delftse organist Klerk. Broekhuyzen (Orgelbeschrijvingen, uitgave verzorgd door Arend Jan Gierveld, uitgegeven door de VNM, 1986) geeft de volgende beschrijving:

Het orgel in de kerk der hervormde gemeente aldaar is een uitmuntend huis- kabinetorgel in mahonyhoute kast, gemaakt in 1793 door Hendrik Meijer, orgelmaker te Amsterdam. Door deze gemeente aangekocht in 't jaar 1845 en geplaatst geworden door M. Beekes, orgelmaker te Delft. Heeft 13 stemmen, twee handclavieren [van] 4 1/2 octaaf, aangehangen pedaal van 1 1/2 octaaf en eene groote blaasbalg.

Manuaal: Holpijp 8', Dulciaan 8', Bourdon D. 16', Prestant D. 8', Prestant 4', Octaaf 2', Quint 3', Tertiaan

Positief: Roerfluit 8', Viol di Gamba D. 8', Fluit 4', Octaaf 4', Superoctaaf 2'

tremulant, ventil

1865 - Prinses Marianne schenkt â 150,- voor het aanbrengen van tinnen frontpijpen i.p.v. de aanwezige houten pijpen.

1896 - Nieuw orgel voor â 1600,- door de fa. J. van Gelder te Leiden. Het oude orgel is vermoedelijk door Van Gelder afgebroken en opgeruimd. Dispositie volgens contract:

 

MANUAAL: C-f''' PEDAAL: C-d'
Bourdon 16' af es' Aangehangen
Prestant 8'  
Gamba 8'  
Holpijp 8'  
Octaaf 4'  
Piccolo 2'  
Cornet III  

 

In 1902 en 1907 klaagt organist Joh. Koolen (woonachtig te Leiden) over de naar zijn oordeel te lichte klank van het orgel en doet hij voorstellen tot verbetering, die voor zover bekend niet worden gehonoreerd. In ieder geval komen we uit de correspondentie te weten dat de Cornet geen tertskoor heeft (!) en dat de Bourdon 16' in het Manuaal alleen spreekt van es' - f''' en dat de laagste 27 tonen alleen in het Pedaal speelbaar zijn.

1927 - Na de kerkrestauratie wordt het orgel van de westzijde naar de oostzijde, boven de preekstoel, verplaatst.

1968 - Restauratie en wijziging door de fa. Jac. van der Linden & Co., Leiderdorp onder advies van Willem R. Talsma. Het orgel wordt wederom aan de westzijde van de inmiddels opnieuw gerestaureerde kerk geplaatst. Huidige dispositie:

 

MANUAAL: C-f''' PEDAAL: C-d'
Prestant 8' Subbas 16'
Holpijp 8'  
Octaaf  4 Pedaalkoppel
Roerfluit 4' (1968)  
Quint 2 2/3' (1968)  
Piccolo 2'  
Mixtuur IV  (1968)  

mechanische toets- en registertractuur

 

Aart de Kort, augustus 2000

HOME Haagse Orgel Kring        Terug naar Orgels in de regio