Recepten uit de natuur


Wanneer je op excursie ben in de vrije natuur, dan is iets te eten en te drinken op zijn tijd nooit weg. Nu kan je natuurlijk allerlei voorverpakte sappen, broodjes met of zonder hamburgers meenemen in je picknickmand, maar je kan ook allerlei van deze zaken zelf brouwen van planten en bloemen die je zelf geplukt hebt. Ik heb van deze zaken een aantal recepten gevonden en zonder twijfel zullen er meer langs komen, maar dat zie je vanzelf wel.
Overigens heb ik geen flauw idee hoe de gebakken en gebrouwen etenswaren smaken. Ik heb ze nooit gemaakt in tegenstelling tot de recepten van de reguliere kookrubriek, want die hebben we allemaal zelf uitgeprobeerd en aangepast aan onze eigen ideeën. Ik garandeer dan ook niets en alle experimenten zijn op eigen risico.

Wat hebben we zoal:


Vlierbessenlimonade

Dit is een waanzinnig recept. Het is uitgevonden in het begin van deze eeuw, toen er uitsluitend grote gezinnen waren. In die tijd had een gezin een kind of 6 minstens. Velen hadden er zelfs meer tot grote hoeveelheden van 16 aan toe, zelfs dat waren geen uitzonderingen. Zo zag ik eens de stamboom van een boerenfamilie in de Beemster. Ik wil natuurlijk de naam niet noemen, want die mensen hebben echt geen interesse in onverwacht bezoek. Dus laten we ze maar boer S. uit de polder noemen met zijn vrouw Grietje uit Avenhorn. Haar geslacht stond beschreven, nee, niet dat, dat was overduidelijk vrouwelijk, haar afkomst, haar familie, haar stamboom werd uit de doeken gedaan. En de meest opmerkelijke vruchtbaarheids kampioen was haar overgrootvader in de 19e eeuw. De goede man trouwde op jeugdige leeftijd met een pronte boerendochter, breed van heupen en ferm van tiet. Zij was vruchtbaar, haar schoot dan en ze baarde in zo'n 18 jaar 16 kinderen, voorwaar een gedegen prestatie. Maar het noodlot maakt soms aan alles een eind en zo stierf ze in het 16e kraambed. Ja, terwijl ze toch redelijk wat ervaring had. Op de boerderij liep inmiddels een meid de boerin te helpen met de keinders, want dat was niet alleen een hele zorg, het was ook mirakels veel werk. De meid was ook uit het juiste boerenhout gesneden en toen de boerin het loodje had gelegd, nam ze de opengevallen plaats in. Ze trouwde met de boer en was eveneens barensbereid. Ze gaf op haar beurt het leven aan opnieuw, jawel, 16 kinders. Zodat het geslacht toch zo'n 32 nieuwelingen had opgeleverd. dat is geen overbevolking meer, maar een nieuwe stam stichten. Niet te geloven, maar waar gebeurd.

 

Het recept gaat uit van grote hoeveelheden, maar ik denk dat voor de genoemde familie zelfs dit nauwelijks genoeg is:
50 bloemschermen
4 kilo suiker
3 citroenen
128 gram citroenzuur

Was de bloemen zorgvuldig en hoewel dat gefriemel wel gezellig is in het bos of op het weiland, verwijder eventuele beesten en beestjes. Breng 1,6 liter water aan de kook. Snij de citroenen in reepjes en doe die samen met de bloemschermen in een pan. In het kokende water doen we inmiddels de suiker en het citroenzuur bij de bloemen en de citroenen. Laat het hele zooitje afkoelen en 8 dagen trekken op een koele plaats. Het brouwsel na die tijd zeven en aanlengen tot 4 liter heerlijke vlierbessenlimonade. Voor 32 kinderen is dat nauwelijks een glaasje per kind.


Bramenjam

Het maken van jam is zo kinderachtig eenvoudig, dat het geven van een recept eigenlijk overbodig werk is. Maar toch sommige mensen vinden alles moeilijk. Het is natuurlijk enorm leuk om samen met je kinderen of je kleinkinderen jam te maken. Tenminste als de (klein)kinderen er tijd voor hebben. Die zijn tegenwoordig zo ontzettend druk, dat ze meest geen tijd hebben om zich met of ten koste van opa en oma te vermaken. Mijn kleindochter vraagt 8 jaar oud of ze even haar mail mag checken. Ja, dan heb je het toch echt druk in je korte leventje.
In de zomer zijn grote hoeveelheden zacht fruit te koop en daarmee kan men dan de gehele kelder of de bijkeuken of de garage of het fietsenschuurtje vullen met potten eigengemaakte jam. Je kan dan altijd weer een volle pot aan kleinkind geven met haar verjaardag. "Het hebben van potten" is een eerste vereiste en die potten moeten alleronmenselijk schoon zijn. Anders verschimmelt de hele troep voordat men het kan nuttigen. Dat is op de eerste plaats een probleem als je alle genoemde afdelingen van het huis hebt volgezet met ooft met suiker.
Verder is het zo dat het recept eigenlijk niet kan mislukken, maar ondanks deze verzekering toch regelmatig wel mislukt. De jam niet wil opstijven en blijft dus redelijk dun. Ook dit kan een oorzaak zijn van een minder schone pot, maar kan ook in de vrucht als zodanig zitten. Je moet maar zo denken, nog altijd dun na een dag of wat, dan heb je altijd nog een heerlijk puddingsausje. Op die manier wordt er ook weer eens pudding gekookt, parel van Opoe's kookkunst, als verstijvend middel naast de saus.


Enfin, men neme 1 kg bramen. Liefst natuurlijk eigenhandig, dus zelf in de ruige wildernis, geplukt. Je moet de plekjes weten en je moet ze goed wassen, want allerlei dieren, zoals honden en vossen en herten en vooral ook wandelende mensen hebben er op of tegenaan gepiest.
Per kilo vrucht is een kilo geleisuiker nodig, verder nog een zakje vanillesuiker en een paar druppeltjes citroensap.
Breng alles tegelijk in een pan aan de kook en laat de gehele handel 1 minuut doorkoken. Klaar is Kees. De potten vullen, deksels erop, op zijn kop zetten en op een theedoek laten afkoelen. Vergeet niet er pracht ludieke etiketten op te plakken.


Lijsterbesgelei

Lijsterbesgelei is een vitaminerijke en zurig gelei. Heerlijk in de yoghurt, kan je er nog een schepje suiker aan toevoegen als je het te zuur vindt. Overigens zit er al suiker zat in.

Lijsterbessen (Sorbus aucuparia) is een struik met een scala aan prachtige volksnamen, zoals kleksterkersen, spreebeerenboom en nog vele andere.
De Lijsterbes werd ooit gebruikt in de druïdencultus. Bij de Noord-Germanen was de lijsterbes gewijd aan de god Thot, jazeker, die van de donder en bliksem. Dit kan verband houden met de rode kleur van de bessen, de kleur van vuur. Maar het kan ook de vorm van de bladeren zijn, die zou doen denken aan de gevederde onweerswolken. Men is er nogal dubbel over, aan een kant geloofde men dat de lijsterbes beschermde tegen de bliksem en het onweer, maar weer anderen geloofden juist het omgekeerde. De lijsterbes trekt de bliksem aan en daarom mocht je nooit een lijsterbes in de buurt van het huis hebben. Bij de Finnen is de boom gewijd aan de nimf Pihlatajar, die in de lijsterbes woont en het hoornvee beschermd. De herders planten hun lijsterbessenhouten staf dan ook in het midden van het veld en bidden dan tot de nimf het vee te sparen voor droefheid en ellende. In Engeland en Schotland gelooft men in de heksenwerende eigenschappen van de plant en daarom heet hij daar dan ook Witchwood, heksenhout. Onze voorvaderen maakten van lijsterbessentakken en rode draad een soort kruis en hingen dat op weer als afweermiddel tegen heksen:

Lijsterbes en scharlaken draad
waarborg mij tegen tegenslag en kwaad
bescherm mij van vroeg tot laat

In de huidige kruidengeneeskunde is de lijsterbes een laxerend, een menstruatiebevorderend, urineafdrijvend, bloedstelpend middel en wordt ook gebruikt tegen buikloop. In hoge dosis is het braakopwekkend. Kortom maak maar een keuze waarvoor je het wilt gebruiken. Al dit moois komt uit het Compendium van rituele planten.
Maar we hadden het over lijsterbesgelei:

We gaan als volgt te werk: 1 kilo bessen in 2 dl water gaarkoken en daarna door een zeef fijn wrijven en 1 kilo suiker toevoegen. Het sap van 2 citroenen toevoegen en vervolgens inkoken tot geleidikte. Op de bekende manier in potten doen.

Veel plezier ermee.


Hondsdrafsoep

De hondsdraf is een familielid van de lipbloemigen. Hieronder vind je vele keukenkruiden, zoals tijm, majoraan, oregano, (water)munt en salie. Hondsdraf is niet bepaald een keukenkruid van alledag. Het is echter, net als peterselie, heel goed als smakelijke toevoeging te gebruiken in soepen, sauzen, zoete gerechten, dranken, broodspreads en natuurlijk als decoratie materiaal (ook de bloemen zijn eetbaar).

Als geneeskruid is het al heel lang bekend. Er worden diverse geneeskrachtige eigenschappen aan toegedicht. De meest bekende is wel, dat het helpt wanneer je geprikt bent door de brandnetel. Maar andere bronnen verwijzen dit naar het land der fabeltjes. De hondsdraf is vaak te vinden bij de brandnetel. Kneus het plantje en wrijf de blaasjes ermee in. Overigens voor die brandnetelblaasjes zijn er nog veel meer remedies in Oma's verbanddoos, zoals weegbree of de bladeren van de klimop. Je kan ook modder gebruiken, insmeren en laten drogen bijvoorbeeld. De proef op de som nemen, welke van al deze middelen het best helpt, dat hebben we nog niet gedaan. In de middeleeuwen was hondsdraf een belangrijk geneeskruid. Hildegard von Bingen roemde de hondsdraf om haar aansterkende, hoestdempende en wondhelende werking. Leuk detail is dat men in de middeleeuwen deze sterk geurende planten inzette om boze geesten te weren. De hondsdraf was vooral beroemd om haar geestwerende werking bij behekste koeien, die doordat ze behekst waren geen melk meer gaven. Het scheen echt te werken. Tegenwoordig wordt het nog gebruikt vanwege haar aansterkende, hoestbedarende, wondhelende en urinedrijvende eigenschappen. Ik denk dan wel eens, waar halen ze al die eigenschappen, die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, vandaan. Afijn , je kan een aftreksel maken van 20 gram per liter in melk bij verkoudheid en wanneer je kortademig op de borst bent. Andere bronnen spreken weer van nier- en blaasontsteking bestrijding met fijngesneden jonge blaadjes in de salade.

Hondsdraf werd oorspronkelijk gebruikt als smaakgever aan bier, tegenwoordig is het hop wat in bier gaat. Het is dus een bittersmakend spul, net als hop. Herbivoren oftewel planteneters houden niet van hondsdraf. Voor paarden is het giftig en ook muizen in het laboratorium gingen er aan ten onder en konijnen laten het staan waar het staat. Runderen daarentegen eten het zonder enig probleem. Maar wij zijn paard noch muis noch konijn. En lijken misschien wel het meest op een koe, boe!!
Gastronomisch gezien is er de lentekruidensoep van de jonge bladeren van de hondsdraf.

 3 handjes jonge blaadjes worden gewassen en fijn gesneden. De blaadjes pureren met 4 eetlepels water. In de pan 1 eetlepel boter en hieraan 2 eetlepels meel toevoegen, een routje maken zogezegd en hieraan langzaam een liter bouillon toevoegen, onderwijl goed roeren en geen klonten maken. Zout en peper naar smaak toevoegen en de gepureerde hondsdraf erbij roeren. 20 minuten zachtjes laten koken en het lentekruidsoepje is klaar.


Molsla en gebakken paardenbloemwortels

De paardenbloem is de leverancier van molsla. Dat is net als bij witlof. Men kan de jonge plant onder de aarde verder laten groeien en dan krijgt men witte bladeren. Dat maakt voor de smaak niet zoveel uit. Voor dit recept kan men ook gewoon de jonge blaadjes van de paardenbloem gebruiken.
Laten we beginnen met wat poëzie. Mijn goede vriend Dick schreef ooit dit mooie gedicht over de paardenbloem en haar fraaie tuil met parachuutjes:

De Paardenbloem

Vanuit haar goudgekleurde huis
Ontplooit de paardenbloem
Samen met wat bijgezoem
Haar zilverkleurig pluis 

Vol vertrouwen, teer als sneeuw,
Verlaat het zaad als kind na kind
Het hoge huis met de minste wind
En wordt weer bloem, al eeuw na eeuw

Hoe klein de reiziger ook mag zijn
Zo'n reis maakt altijd wel wat los
Geeft landschappen een gele blos
En laat genieten: dat is fijn.

De paardenbloem is biologisch taxonomisch niet juist te duiden, zij wordt onderverdeeld in honderden soorten en ondersoorten en je moet al een totale freak zijn wil je daar zomaar iets van willen en kunnen zeggen. De Fransen noemen de paardenbloem "pissenlit": pis en lit = bedplassen. Kinderen zouden in hun bed gaan piesen als ze teveel melk drinken van koeien, die paardenbloemen eten in de wei. Ook in Nederland wordt ze wel pisbloem genaamd, want de piesafdrijvende werking is redelijk bekend.

De gebrande wortels worden gebruikt als koffiesurrogaat, net als die van de cichorei.

Wat te doen met de al of niet gebleekte bladeren voor de molsla:

Warme molsla met spekjes 
350 gr jonge gebleekte molsla, eventueel gemengd met krop-sla 
2 eetlepels vinaigrette 
zout, peper, heel klein beetje suiker, 
125 gr dobbelsteentjes gerookt spek, 
1 sneetje  wit brood, in blokjes (soldaatjes)
olie 
2 eetlepels wijn-azijn 
1 hardgekookt ei, fijngemaakt.
 
Doe de schoongemaakte sla met de vinaigrette (een theelepel azijn  met 5 theelepels olijf- of een andere goede olie en wat tuinkruiden) in een verwarmde slakom. Bak de spekjes en de soldaatjes in de olie lekker knapperig en goudbruin en voeg ze spetterend en wel toe aan de sla. Goed mengen. Nu vlug de azijn in de spekpan opkoken, zodra je die flink borrelend aan de sla kan toevoegen en daarna alles goed hutselen. Direkt opdienen met het fijngemaakt ei als versiering. In plaats van molsla kan eventueel ook veldsla gebruikt worden.
Dan nog een recept voor de bladeren: De gewassen bladeren 1 uur weken en daarna fijnhakken, vervolgens een 1/2 uur stoven in boter, zout en peper en een beetje citroensap toevoegen. Dan een 1/2 uur koken en laten uitlekken in de zeef. Tot zover is net andijvie wat je aan het koken bent. Terug in de pan, enige eetlepels bouillon erover heen gieten en nog 15 minuten smoren.

Wat te doen met de wortels:

Die worden in dunne schijfjes gesneden en lichtbruin gebakken in olie. Daarna gaar stoven in een bodempje zout water.


Het Suikerviooltje

Ook hier moeten we met een gedicht beginnen, een droef verhaal van Goethe, ja Johann Wolfgang zelver:

Een leuk viooltje in de wei
stond er wat onopvallend bij,
het was een teer viooltje.
Toen kwam een jonge herderin
met lichte tred en goede zin,
vooruit, vooruit,
het weiland op en zong. 

Ach, kon ik maar voor korte duur
de mooiste zijn van de natuur,
mijmerde het viooltje,
tot meisjelief me heeft geplukt
en aan haar zachte boezem drukt,
ach toe, ach toe,
een paar minuten maar.

Helaas! Het meisje komt eraan,
maar ziet het bloempje niet eens staan,
vertrapt het met haar zooltje.
Hat knakt en sterft en glundert nog:
door haar, voor haar,
lig aan haar voeten, toch.

Suikerviooltjes zijn natuurlijk prachtig als decoratie en als snoepje voor de kleinkinderen. Je gaat als volgt te werk:
Was de bloemen.
Neem het wit van 1 ei en voeg 1 theelepel water toe. Klopt de eiwit dik en doop de bloemen helemaal onder in het eiwit. Bestrooi de bloemen met het eiwit met poedersuiker. De aldus behandelde bloemen zorgvuldig drogen en bewaren in een trommeltje.


de Zuringsoep

Ik heb ook hier een tweetal recepten gevonden.
Maar voor we daaraan toe zijn eerst iets over de zuring zelf.
Zuring bevat net als rabarber, waar het overigens directe familie van is, zure stoffen, zoals oxaalzuur. Deze stof is in grote hoeveelheden slecht en wekt braken en buikloop op. Kippen kunnen er goed tegen, maar koeien, paarden en schapen vinden het niks. Je moet zelf geen grote hoeveelheden rauw zuringblad eten. Om het klaar te maken moet je net weer als met rabaraber dit niet doen in koperen en/of aluminium pannen. Die worden namelijk aangetast. Zuring bevat veel vitamine C en was dus een probaat middel tegen scheurbuik en bloedend tandvlees, toen we nog op de Oost voeren en zwaar aan het lijden waren onderweg. Het wordt in het algemeen veel gebruikt in de kruiden geneeskunde. Zo worden de zaden gebruikt als wormafdrijvend middel bij kinderen.

Een recept voor zuringsoep

2 liter bouillon, rund of kalf
100 g ui
100 g wortel
100 g prei
500 g zuring
40 g boter
40 g bloem
1 dl slagroom
2 rauwe eidooiers
zout en peper
paar theelepels gembersiroop 


Breng de bouillon aan de kook met daarin de gewassen stukjes prei, ui en wortel. Zout en peper naar behoefte.
Was zuring goed. Haal de dikke nerven eruit. Kook de zuring snel gaar in het aanhangend vocht. Roer wel steeds goed met een houten lepel om aanbranden te voorkomen.
Pureer de gekookte zuring in een mixer of blender.
Maak van boter en bloem een roux. Laat die op laag vuur garen en daarna afkoelen.
Giet de kokende bouillon door een zeef op de koude roux.
Laat deze crèmesoep al roerende aan de kook komen tot een lekker, gladgebonden soepje verkregen is. Eventueel nog zeven.
Doe nu de zuringpulp bij de crèmesoep en laat die even aan de kook komen.
Roer de eidooiers aan met de slagroom en voeg die langzaam roerend bij de zuringsoep.
Proef na of en nog zout en peper bij moet en voeg naar keuze een paar theelepels gembersiroop toe.
Voeg op het laatst de stukjes kalfvlees aan de soep toe.
Serveer met bruin boerenbrood en met 'stroopvet': dit is half reuzel en half appelstroop.

Met dank aan het Internet.



Mocht u vragen of opmerkingen hebben, mijn e-mail adres is  wim@wimkrijnen.nl