De logarithmische schaal, oefening B

Je ziet hier de grafiek van een groeifunctie.

Wat is de beginhoeveelheid en groeifactor, vanuit de formule beredeneerd?

Om dat 2 de groeifactor is, kun je zelf gewoon ruitjespapier als logaritmisch papier gebruiken, zoals hierboven.
Waar je op de y-as bijvoorbeeld normaal 3 neerzet, schrijf je nu 2^3, enzovoort.
De x-as blijft gewoon.
We weten immers, dat groeifuncties op enkellogpapier een rechte lijn als grafiek hebben.


Vraag 1

Controleer nu dat je in de bovenstaande grafiek kunt aflezen dat bij x = 5 de y-waarde 16 hoort, en bij x = -1 de y-waarde 0.25.


Vraag 2

...............


Vraag 3

Bedenk nu eens zelf een geschikte logverdeling op de y-as bij de volgende formules:
(telkens een nieuwe tekening!)

We geven hier alleen de grafiek van de derde functie: