HISTORIE EN GEOGRAFIE

De verdwenen priesteressen van Athos

 

Een kalme beek die op 700 meter hoogte ontspringt laaft de omringende woudreuzen. Tussen deze weelderige begroeiing van met name grote loofbomen lopen ezels met zware blokken marmer af en aan. Er wordt gewerkt aan een indrukwekkend bouwwerk bestaande uit een kapel en woongedeelte(kellia). Volledig opgetrokken uit zuiver marmer, alsof het bestemd is voor de eeuwigheid. We zijn hier op het Griekse schiereiland Athos, een Grieks-orthodox kloostercomplex dat een fascinerende historie kent. Binnen Griekenland vormt Athos een theocratisch gebied met een autonome status. Karies geldt overigens ook vandaag de dag nog als officiële naam van de hoofdplaats ( bestaande uit  twee monumentale kerken, een politiebureau en postkantoor en enkele winkels) top-down bestuurd door de patriarch vanuit het aloude Constantinopel (Istanbul) maar gelegen dicht in de buurt van het Griekse Thessaloniki.

Vrouwen hebben op het zo’n 50 kilometer lange schiereiland geen toegang. Dit is zelfs vastgelegd in de Griekse grondwet, tot ongenoegen van de Europese Unie die hiertegen al meermaals haar afkeuring heeft uitgesproken. Maar tegelijk worden de recente bouwactiviteiten op Athos mede gefinancierd door Europees subsidiegeld, waardoor de dadendrang van de stoere bewoners van dit kostbare Europese erfgoed allesbehalve wordt afgeremd.

De eerste monniken op het schiereiland Athos vestigden zich er tegen het einde van het eerste millennium na Christus. Voor een groot deel waren dat Italianen en Georgiërs. Maar het verhaal reikt nog verder terug de geschiedenis in, tot voor het begin van de jaartelling. Een weinig bekende legende vertelt dat twee millennia voor de jaartelling op de heilige berg van Athos Griekse priesteressen de alleenheerschappij bezaten. Zij hadden domicilie gekozen in Kerasia (=kersen) , met het nabijgelegen Kapsokalyvia als vroegere uitkijkpost voor naderende zeerovers.

 

 
Priesteres zich verschuilend voor naderende zeerovers, 2000 B.C. ter plekke van de kersenbomen  van Kerasia   (Charlotte Mutsaers )  

Beeld  van een Oud -grieks offer-altaar. Christelijke "logos" met bijbehorende bevrijding zouden na de jaartelling deze beeldvorming radicaal wijzigen ( creatie Gerti Bierenbroodspot)

   
Heidense offersteen nabij Kerasia (foto Athosvriend A.Dombrovsky)    

 

Het schijnt dat verkrachting er aan de orde van de dag was, en zelfs mensenoffers kunnen deel hebben uitgemaakt van het protocol ter plaatse. Hun goden waren veeleisend, onredelijk en jaloers. Tegenwoordig is in de buurt van Athos, op het eiland Samothraki, nog zo’n oude (mensen)offerplaats te bezoeken. Na heel wat jaren van plundering en de daaropvolgende vredesluiting ontstond er binnen de groeiende gemeenschap (Koinoonia) van priesteressen ruimte om zich te ontwikkelen. Ze begonnen met religieuze was- en dooprituelen (dat is dus geen christelijke uitvinding) en de voedselvoorziening werd verrijkt en verfijnd. Een belangrijke rol daarin was weggelegd voor geroosterd vlees (onder meer van zwijnen en gemzen ) en natuurlijk ook  voor noten (karides). De gemzen zijn intussen uitgestorven , maar eenzame pelgrims laten zich ook nu nog af en toe verrassen door  wilde zwijnen, vossen en jakhalzen.

Het is opmerkelijk dat, als we de legendes moeten geloven, in die jaren voor het Christendom Athos dus onmiskenbaar een plek voor vrouwelijke geestelijken was. Hoe heeft het nu tot zo’n ommekeer kunnen komen? Daarvoor moeten we te rade bij een andere legende. Zo rond het jaar 1000 v. Chr. zou de laatste priesteres van Athos zijn verdwenen. Sindsdien zouden de vrouwen het helemaal hebben laten afweten op deze religieuze plek. Dit stemde Maria, die hier aan het begin van onze jaartelling aan wal zou zijn gekomen, tot groot ongenoegen. In toorn ontstekend deed zij haar seksegenoten hier voorgoed in de ban. Op Maria’s gezag is het verbod van vrouwen op Athos nog altijd gestoeld. Een warm onthaal viel daarentegen 6 november 2009 mevrouw Svetlana Medvedev ten deel, de echtgenote van de Russische president. Op haar boot ontmoette ze ( keurig op 500 meter afstand van Athos) enkele abten die op haar toegevaren waren om haar belangrijke iconen en relieken van twee nabij gelegen kloosters voor te toveren.

Intussen voorziet de kleine (streng orthodoxe) leefgemeenschap Kerasia nog steeds in eigen onderhoud door uiterst professionele houtbewerking en lichte tuinbouw. Dit voormalige lustoord heeft wondelijk genoeg eerder een alpiene dan mediterrane uitstraling. Languit liggend op de mosbedekking valt voor de pelgrim weinig anders te doen dan naar de stilte te luisteren. Even verderop jagen verkoelende winden in dit trekgat tegen de berg omhoog, hetgeen aanleiding geeft tot mysterieuze mistsluiers en neerslag. De geograaf Huntington beklemtoonde een halve eeuw geleden dat zo’n klimaat unieke kansen schept voor het leveren van geestelijke prestaties. Vergelijkingen met andere bedevaartsoorden, zoals de Olijfberg, Thabor, Platres (Cyprus) en Stonehenge, komen daarmee al gauw op.

Het ziet er overigens niet naar uit dat we nog een ‘herbezetting’ van priesteressen meemaken op Athos. Momenteel leven in het gebied circa 1000 monniken verdeeld over 20 grote kloosters. Daarnaast huizen er nog vele anderen in talrijke kleinere gemeenschappen: skiti en kellia. Het veeleisende vormings- en inwijdingsproces van een noviet in een groot klooster neemt al snel vele jaren in beslag. Hoewel het aantal monniken de afgelopen jaren sterk is afgenomen (er zijn tijden geweest waarin er tienduizenden op Athos leefden), getuigt de aaneenrijging van de 20 kloosters allerwegen van grote godsdienstige begeestering. Als graadmeters daarvan dienen vooral de uiterlijk waarneembare nieuwbouwactiviteiten en renovaties. Vanuit deze invalshoek heeft de Oosters-orthodoxe cultuur en religie op Athos zeker de wind in de zeilen. Hele generaties van pelgrims uit alle hoeken van de wereld volgen elkaar op.

Hoe ver zal de populariteit van pelgrimages nog groeien? Ook in de boekhandels blijkt dat pelgrimages in trek zijn. Te lang onontdekt is gebleven het boek van ' ietsist ' Herman Vuijsje ( Tot hier heeft de Heer ons geholpen Contact 2007) dat naast een baten-evaluatie van pelgrimages  onder andere ook een onderbouwing van  de door hem duidelijk geschetste nieuwe vorm van Hollandse religie-beoefening biedt. Vermeldenswaard zijn verder de geschriften van ' leerling ' Ineke Albers ( Onder andere De dorsvloer van de Jebusiet, de betekenis van heiligdommen in de westerse cultuur, 2009), die daarbij al eerder de kans aangreep op ditzelfde onderwerp te promoveren. De gepensioneerde Augustijnse priester Joop Smit (Jeruzalem, Rome, Santiago, Op weg met een pelgrim, 2009) sluit hier de rij  door en passant op amusante wijze uit de school te klappen van kerk, klooster en bijbehorende zich veranderende uiterlijke belevingswereld.

Slotopmerking zou kunnen zijn dat ook in Nederland tal van bekende en onbekende plekken voor pelgrimage in aanmerking komen, bijvoorbeeld Katwijk en Terschelling. Ooit kreeg een Soefi-meester in de duinen bij Katwijk een visioen waarna op die plek prompt een tempel verrees, de enige Soefi-tempel ter wereld.

Maar wanneer pelgrimages tot massatoerisme verworden brengt dat ook een risico met zich mee. Een verstopt rustiek schiereiland, ruig, groen en met alle ruimte voor bezinning, zal dan ternauwernood nog een bedevaartsoord zijn maar veeleer een fijnmazig netwerk van autowegen gestoffeerd met autobussen en kiekjes makende reizigers van beiderlei kunne. En het nieuwe bouwsel van Kerasia (bij voorkeur omgeven door vanuit Nederland hopelijk te doneren kersenbomen) ontpopt zich dan, wie weet, tot toeristische trekpleister.

Niet ver van Athos af ligt overigens het vrouwenklooster Ormylia , 120 zusters tellende waar op zondagse bezoekuren ook mannen welkom zijn.  De boekhandel aldaar is ruim voorzien en zusters staan gereed alle gewenste uitleg over orthodoxie te verstrekken. Geestelijke vader van dit vrouwenklooster is de voormalige  abt van het  befaamde Athosklooster Simenos  Petras.  Een aantal van zijn  boekwerken onderstreept  dat deze autoriteit  in Ormylia niet op zijn lauweren is gaan rusten.

 

Historie (VERVOLG) en bedevaarten met dank aan de Hermitage

In de 4de eeuw neemt de Romeinse keizer Constantijn drie belangrijke besluiten. In 313 staat hij christenen hun eigen geloof toe. Rond 326 erkent hij het kruis dat in Jeruzalem is gevonden als het kruis waaraan Christus is gestorven: het Ware Kruis. In 330 verplaatst hij de hoofdstad van het Romeinse rijk naar het oosten.

Na de vondst van het Ware Kruis trekken talloze pelgrims naar het Heilige Land om de bijbelse plaatsen met eigen ogen te zien. Byzantijnse keizers nemen heilige voorwerpen als souvenir mee naar hun hoofdstad Constantinopel (‘het nieuwe Jeruzalem’).

De Russische tsaren zien zichzelf als opvolgers van de Byzantijnse keizers en zetten die traditie voort. Menig relikwie, icoon en kruis vindt zijn weg naar Rusland. Zo groeit ook in het Winterpaleis (nu de Hermitage) een bijzondere collectie kunst uit het Heilige Land: kostbare gouden kruisen, maar ook eenvoudige objecten van brons, hout of steen, die alle om hun vermeende heiligheid worden gekoesterd. De oudste pelgrimssouvenirs stammen uit de 4de eeuw; de jongste uit de vroege 20ste eeuw.

Het Byzantijnse rijk

In 395 wordt het Romeinse rijk in tweeën gedeeld. Het West-Romeinse rijk verzwakt en komt in 476 ten val. Het Oost-Romeinse rijk ontwikkelt zich tot het Byzantijnse imperium, dat in zijn bloeitijd grote delen van Europa, Azië en Afrika omvat. Het Heilige Land vormt het middelpunt.

Het orthodoxe christendom is vanaf het begin de stuwende kracht achter de Byzantijnse cultuur, die zijn oorsprong vindt in Romeinse staatsopvattingen en Griekse culturele tradities.

Door de politieke en culturele groei van Constantinopel neemt ook de macht van de orthodoxe kerk toe. De oplopende spanningen tussen oost en west leiden in 1054 tot een definitieve breuk tussen de oosters-orthodoxe kerk in Constantinopel en de rooms-katholieke kerk in Rome.

Vanaf de 7de eeuw wordt het Byzantijnse rijk langzaam maar zeker veroverd door de Arabieren. Moslims blijven christelijke bedevaartgangers respecteren. Zij zijn zelf immers verplicht om een bedevaart naar Mekka te maken.

In 1453 bezwijkt Constantinopel onder de druk van de Ottomaanse Turken. Daarmee komt het Byzantijnse rijk definitief ten val.

Het Heilige Land en Jeruzalem

Tussen de 4de en de 7de eeuw ontwikkelt zich de bedevaart tot een massabeweging. De bedevaart is voor gelovigen de weg naar verlossing en vergeving van zonden.

Pelgrims trekken naar het Heilige Land om de verrichtingen van Christus en de gebeurtenissen rond hem en zijn naasten na te voelen en her te beleven. Bij elke gebeurtenis wordt een locatie gezocht. Op al die plaatsen verrijzen heiligdommen. Daarbij worden kosten noch moeite gespaard: majestueuze gebouwen, kostbare mozaïeken op muren, vloeren en gewelven en versieringen in zilver en goud – alles om God te dienen en de gelovigen te imponeren.

Voor de opvang van de duizenden pelgrims worden in Jeruzalem speciale gebouwen opgetrokken. Ook voor de Russische reizigers is een onderkomen. De afmetingen van het gebouw en de kerk laten zien dat het bepaald niet om een enkele pelgrim gaat. In het begin van de 20ste eeuw bereikt de Russische bedevaartsbeweging een hoogtepunt: rond 30.000 Russische pelgrims bezoeken jaarlijks het Heilige Land.

Bedevaart en souvenirs

Pelgrims nemen graag tastbare herinneringen aan hun bedevaart mee naar huis. Het belangrijkste reliek uit het Heilige Land is een fragment van het Ware Kruis. Begrijpelijkerwijs zijn die fragmenten schaars en slechts een enkeling slaagt erin om zo’n aandenken te bemachtigen. Velen stellen zich tevreden met heilig water, lampolie, wat zand, stuifmeel, gedroogde bloemen, iconen of kleine kruisen, gewijd op een heilige plaats.

Relieken dienen niet alleen als souvenirs, maar worden ook beschouwd als heilige voorwerpen met een beschermende en helende kracht.

In de loop van de tijd wordt de vraag naar souvenirs zo groot dat speciaal voor pelgrims kleine aandenkens worden gemaakt die gemakkelijk mee te nemen zijn: lampen, wierookvaten, ampullen - al dan niet gevuld met heilig water - ringen, liturgische stempels, iconen en kruisbeelden.

De opmars van de Arabische culturen zorgt vanaf de 11de eeuw voor een vermenging van islamitische en christelijke elementen in de vorm en decoratie van de heilige voorwerpen.

Het kruis, het licht en de relikwie

De symboliek van de oosters-orthodoxe kerken in het Heilige Land kent drie centrale thema’s: het kruis, het goddelijke licht en de relikwie. Deze drie sleutelbegrippen spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Byzantijnse kunst.

Het kruis staat symbool voor de overwinning van het christelijke geloof, de hoop op verlossing en de overwinning op de dood.

Het licht symboliseert God, de waarheid en de verspreiding van het geloof. Lampen genieten daarom bijzondere verering. Dat geldt ook voor wierookvaten, die dikwijls worden gebruikt als icoonlampen. Lampen en wierookvaten worden vaak verbonden met Maria, de moeder Gods. Zij wordt in orthodoxe hymnen omschreven als een kostbaar wierookvat, een brandende lamp en een niet te doven kaars.

Relikwieën zijn fragmenten van heilige voorwerpen en stoffelijke resten van heiligen. Voor gelovigen staan die van Christus voor de waarheid: de realiteit van zijn leven op aarde.

Iconen

Iconen fungeren als krachtige uitingen van het oosters-orthodox  geloof. De beeltenissen van Christus, de Moeder Gods en andere heiligen worden niet alleen gebruikt bij keizerlijke ceremoniën en openbare vieringen, maar ook in huiselijke kring.

Volgens de oosters-orthodoxe leer kan de toeschouwer door middel van de icoon in direct contact treden met de afgebeelde heilige.Gebeden worden gericht aan de heilige, niet aan de geschilderde beeltenis. Iconen zijn een venster op de hemel.

De postbyzantijnse periode vanaf de 17e eeuw (de Melkitische Renaissance) wordt gekenmerkt door een golf aan nieuwe artistieke activiteiten en een hernieuwde opkomst van de bedevaart.

Met Melkieten worden Arabisch sprekende gelovigen aangeduid die de christelijke leer van de kerk van Constantinopel aanhangen.

Kenmerkend voor de Melkitische iconen zijn de heldere kleuren, het uitbundige gebruik van goud en decoratieve elementen. Arabische opschriften en oosterse gelaatstrekken verraden vaak de hand van een Melkitische kunstenaar.

Kruisen en kruisrelieken

Het kruis staat symbool voor het lijden van Christus en voor de hoop op overwinning op de dood.

Fragmenten van het Ware Kruis behoren tot de kostbaarste christelijke relikwieën. Door de eeuwenoude nauwe band tussen de patriarchen van Jeruzalem en de tsaren, heeft menig relikwie zijn weg naar de Russische paleizen gevonden. De Hermitage is daarom in het gelukkige bezit van een aantal van de overigens schaarse fragmenten van het Ware Kruis.

Het kruis als zodanig wordt gebruikt als liturgisch instrument en als voorwerp van verering. Ook biedt het kruis bescherming: de Byzantijnse keizers nemen processiekruisen mee naar het slagveld om zich zo te beschermen tegen de vijand.

De artistieke vorm van het kruis komt op talloze gebruiksvoorwerpen voor. In het dagelijks leven is het kruis het symbool van de keuze tussen geluk of ongeluk, rijkdom of armoede, leven of dood. Het is hét symbool van het christendom.

Pelgrimsschatten van parelmoer

In de 19de eeuw zijn de meest geliefde pelgrimssouvenirs kunstwerken van parelmoer.

De schelp is het pelgrimsattribuut bij uitstek.Van oudsher draagt de pelgrim een (St.-Jacobs)schelp op zijn hoed, mantel of knapzak. Als hij zijn doel heeft bereikt, koopt hij graag een versierde schelp als aandenken.

De belangrijkste productiecentra zijn Bethlehem en Jeruzalem. De voorstellingen van de belangrijke gebeurtenissen uit het leven van Christus zijn het meest geliefd: de verkondiging aan Maria, de geboorte van Christus, het laatste avondmaal, de kruisiging en de opstanding van Christus.

Veel schelpen, kruisen, iconen en bidsnoeren zijn te vinden in Russische kloosters, huiskamers en aan het hof. De meeste van deze pelgrimssouvenirs zijn cadeau gedaan door boeren, onderofficieren, burgers uit de lagere middenklasse en kleine handelaren. Ook deze geschenken van de lagere bevolking worden met grote zorg omringd. Het laat zien hoeveel waarde Rusland hecht aan pelgrimssouvenirs, ongeacht de kwaliteit van het voorwerp of de afkomst van de schenker.

KLOOSTERS OP ATHOS EN  TWEE VROEGE JOODSE PELGRIMS

 

20 mannenkloosters op het schiereiland Athos  

" Existenz-Erhellung", in proximity to a remnant of the Holy Cross in monastery Xiropotamou.

Embedded in a precious tradition of prayer, struggle, quietness and light, worshipped in

orthodox Divine Liturgy. Stones in front may symbolize bad gossip about Stephanus :

the (Jewish) pilgrim settling down in Jeruzalem. After punishment his glorified face looked like

an angel and finally his dead body was delivered via Constantinopel to Rome.

A similar story is that of beheaded St James buried near Santiago de Compostella.