Vijfblad, mijn neef. april 2007, door Arthur.
|
lets! De vissersspeer klettert tegen een steen aan. Rammer kijkt er geen eens naar. Hij heeft zelf die speer daar neergegooid. Er is vers vlees en vis nodig om de stam te voeden na de ramp die is gebeurd. Eigenlijk staat zijn hoofd er helemaal niet naar. Vissen is het laatste waar hij op dit moment aan kan denken. Met een plof gaat hij op de grond zitten. Hij kijkt om zich heen. De zon schijnt helder en het is warm. De lucht is blauw; er is geen wolkje aan de lucht te zien. Het water is blauw en helder. Alleen de wind en de waterloopbeestjes zorgen voor wat rimpels. Dat was pas geleden wel heel wat anders. Toen was het water donker geweest en vol met golven. Golven met schuimkoppen alsof het Stormtijd was. En de grond begon te schudden. Zo’n 5 achttallen geleden had hij de grond ook voelen schudden, maar dat was niets geweest bij wat hij toen had gevoeld. Toch waren de golven en het schudden niet datgene geweest waar hij het bang van was geworden. Het was het zenden geweest. Veel elfen hadden in pijn en paniek open gezonden en ook al was hij ver van de Borg geweest, hij had er veel van opgevangen.
|
|
Al struikelend door het naschudden; springend over rotsblokken en gevallen takken was hij terug gehold naar de Borg. Ondertussen had hij open gezonden naar alle elfen die hem lief en dierbaar waren. Taaietor, Vlierbes, Zielzucht en Lispel hadden geantwoord of anderen hadden voor hen geantwoord. Hij wist dat zij in orde waren. Misschien gewond, maar in leven. Alleen van zijn familie had hij nog geen antwoord gekregen. Hij wist nog niet wat het lot was van Zinger, Zonnegoud en Vijfblad.
Bij de Borg aangekomen, was hij erg geschrokken van de grote verwoesting die het aardschudden had aangericht. Grote verwoesting, veel gewonden en, tot nu toe, een hand vol doden. Zijn oom en tante waren daarbij geweest. Alleen van Vijfblad was nog geen spoor.
In de wirwar van gesproken en gezonden stemmen had iemand iets gezegd over dat Vijfblad bij de bronnen was. Rammer had het daarna op een lopen gezet.
Toen hij het doek van de tent open had gedaan, was er een stinkende lucht uit gekomen. Instinctief had hij een stap terug gedaan. Na een poos was de stinklucht genoeg verdwenen. Daar had hij Vijfblad gevonden. Vijfblad was waarschijnlijk met Pluis naar de bronnen gegaan, toen zij werden overvallen door de aardschudden. De stinklucht had hen overvallen en hen gedood.
Rammer herinnerde zich nog hoe trots hij was geweest toen Vijfblad was geboren. Nog trotser was hij geweest toen op een dag tijdens de laatste Witval Vijfblad in de opening van zijn den had gestaan. Of hij, Rammer, hem wilde leren worstelen. In de loop van de jaren had Vijfblad zich ontwikkeld tot een krachtige jongen. Steeds meer had hij opgevangen dat Vijfblad op zijn neef had willen lijken. Hij, Rammer, had het met veel plezier gedaan; zijn kleine neefje leren worstelen. Alhoewel klein. Voor zijn leeftijd was Vijfblad al een echte vent aan het worden.
Tijdens het worstelen had hij regelmatig het gevoel gehad dat hij als een vader zijn zoon had leren worstelen, zoals Klauw destijds……..
Klauw. Ja, Klauw had hem (als een vader) leren worstelen, maar had hij zich verder als een vader gedragen? Nee! Tenminste, hij had nu niet echt het gevoel van een echte vader bij Klauw. Hij, Rammer, had soms meer het gevoel een soort van vader voor Vijfblad te zijn, dan dat hij het gevoel had dat Klauw dat was geweest voor hem. Vijfblad leek op hem, groot, sterk en vrolijk. Vijfblad zou ooit een waardige tegenstander zijn voor hem tijdens het worstelen. Nee! Vijfblad zou een waardige tegenstander hebben kunnen zijn. Vijfblad was weg.
Vandaag had hij hem ten ruste gelegd. Zij hadden net alle gebruiken bij de Dodenboom gedaan. Hij had Vijfblad gebracht naar zijn laatste den. Eén achten en één elf en Zachtvacht werden geëerd en naar hun laatste slaapplaats gebracht. Veel elfen waren heengegaan. Het schudden van de aarde had een grote invloed gehad op de stam. En nu was alles weer bij het normale, in zoverre het normaal was. Voor zijn gevoel zou het nooit meer normaal worden. Tenminste….
Rammer staat op, pakt zijn speer en gaat vissen. Verlies of geen verlies; de stam heeft zo meteen gewoon eten nodig. Of men nu iemand of niemand had verloren, straks zou iedereen honger hebben. Verdriet of geluk; een knorrende maag komt elke dag. Het zijn gaat gewoon door.