Vraag jij je wel eens af hoe in Zomerbron alles gemaakt wordt? En wat voor spulletjes de elfen eigenlijk gebruiken of kunnen maken? Hieronder proberen wij daarop een antwoord te geven...
Van wol tot stof
De elfen in Zomerbron dragen graag wollen kleding, want wollen kleding zorgt ervoor dat je lekker warm blijft. Ze zijn er erg zuinig op, want het is nogal een klus om voldoende stof te maken en het kost erg veel tijd.
Wol is een dierlijke vezel. Hoewel wij wol voornamelijk kennen als de haren van een schaap, kan wol van heel veel dieren af komen. In Zomerbron hebben ze geen schapenkuddes om te scheren en zo aan hun wol te komen. In de plaats daarvan verzamelen de elfen wol van gevangen dieren (verschillende hoefachtigen en grazers hebben geschikte vachtdelen). Ook verzamelen ze in de ruitijd van dieren (bijvoorbeeld sneeuwgeiten) losse plukken wol.
De verzamelde wol wordt gewassen, gesorteerd (op kwaliteit, kleur en soort) en gekaard. Kaarden is een soort kammen van de wol met twee grote borstels die tegen elkaar in door de wol getrokken worden. Het kaarden zorgt voor een goede menging van de wol en legt de vezels recht. Ook laatste stukjes vuil kunnen nu makkelijker verwijderd worden.
Na het kaarden is het mogelijk om de wol te spinnen. Hiervoor gebruiken de elfen een spintol. Een plukje wol wordt tussen duim en wijsvinger tot draad gedraaid en aan de spintol bevestigd. Daarna wordt een 'zwiep' aan de tol gegeven en wordt deze in beweging gebracht. Door het draaien van de tol wordt de rest van de draad vanzelf gedraaid, als met de duim en wijsvinger maar rustig wol aangevoerd wordt. Als de tol de grond bereikt heeft of stilvalt, wordt de draad om de tol gedraaid en wordt de tol opnieuw in beweging gezet, om zo door te gaan tot er voldoende draad is gemaakt.
Eventueel kunnen meerdere draden tegen elkaar in gedraaid worden om een steviger garen te verkrijgen. Een garen breekt minder snel dan een enkele gesponnen draad en is regelmatiger van structuur.
Na het spinnen kan de wol geverft worden. Dat wordt gedaan door de draden in grote ketels boven het vuur, in water te koken, met planten voor de kleur.
Van alle losse draden wordt de lap gemaakt. Dit heet weven. In de Borg is hiervoor een weefgetouw aanwezig.
Na het weven kan de lap nog gevold worden. Daarvan wordt hij dikker en warmer. Het ziet er dan een beetje uit als vilt. Dit vollen gebeurd in een kuil met rotte urine. Iemand moet dan urenlang over de stof heen en weer lopen. Meestal wordt dit klusje in de looiplaats gedaan, waar al dergelijke kuilen aan wezig zijn. Hierna wordt de lap zorgvuldig uitgespoeld.
Als laatste stap wordt de stof vochtig gemaakt en opgespannen. Het opspannen zorgt ervoor dat de lap weer wat groter wordt. Nu heb je een wollen lap stof waar kleding van gemaakt kan worden.
Wol verven
Wol die gesponnen is wordt gewassen met zout en zeep, of met urine. Daarna wordt de wol gebeitst. Hiervoor werd bijvoorbeeld aluin of urine gebruikt.
Daarna kan de wol geverfd worden. De wol wordt samen met de verfstof (planten) langzaam aan de kook gebracht.
De wol koelt in de ketel af. Langzaam afkoelen voorkomt vervilten. Als je de wol in een koperen ketel verft, wordt de kleur meestal helderder en intenser.
Er zijn erg veel mogelijke verfstoffen -bijvoorbeeld meekrap (rood), wede (blauw), uienschillen of wouw (geel)- waarmee je de wol kunt verven. Ook andere planten of (schors van) bomen kunnen gebruikt worden.
Van vlas tot linnen
In het midden van de zomer (juli) is de plant vlas die in de Zomerbronvallei groeit klaar om te oogsten. De elfen verzamelen dan zoveel als ze kunnen vinden. De plant wordt met wortel en al uit de grond getrokken. Van de vlas kan linnen (stof) gemaakt worden. Daar moet echter wel wat voor gedaan worden!
Eerst worden de zaaddoosjes van de plantenstengels afgehaald. Dit heet repelen. Het gebeurd door de stengels over een benen, houten of ijzeren kam te trekken. De zaadjes worden door de elfen opgevangen en bewaard. De zaden kunnen worden uitgeperst tot lijnolie of terug gestrooid worden in de vallei, waar ze weer tot volwassen planten kunnen uitgroeien.
Na het verwijderen van de zaden moeten de stengels roten. Dat kan op twee manieren; De stengels kunnen in stromend water worden gelegd of uitgespreid op het land totdat de houtachtige kern is verrot. Dit gebeurd om de soepele vezels en de houtachtige harde kern van de stengels van elkaar los te maken. Na het roten worden de stengels te drogen gehangen.
De derde stap is braken. Zo heet het in stukjes breken van de harde stugge houtachtige kern van de stengels. Door het braken kunnen de stukjes makkelijker uit de soepele vezelbundels worden geslagen.
Om de bossen vezels schoon te maken van achtergebleven harde deeltjes halen de elfen het vlas over een hekel (een soort kam van hout of metaal). Na dit hekelen liggen de vezels netjes in een goedgeordende bos, die op een stok (spinrokken) gewonden wordt.
De vezels zijn nu klaar om gesponnen te worden. De spinster trekt steeds enkele draden uit de bos op de spinrokken. Het spinnen gebeurt met vochtige handen. Met het garen dat zo ontstaat kan men linnen weven, dat eenmaal gebleekt een mooie lichte kleur krijgt.
Het hele proces van het maken van linnen uit vlas kun je ook volgen voor het maken van een weefsel uit brandnetels: Neteldoek.
