Deze stam bestaat uit puurbloed elfen. Geen wolfrijders in deze borg dus! Ze hebben dus ook geen bonddieren. Of het moet zijn dat je elf de magie dierbinden heeft. Alle elfen kunnen zenden. Ze zijn dus telepatisch en hebben dus ook zielnamen. Ze leven overdag en werken veel in de zon. Daarom hebben de meeste elfen 's zomers een beetje een zongebruinde huid. 's Winters verdwijnt die kleur echter weer langzaam. Gemiddeld zijn de elfen even groot als de wolfrijders. Vrijwel alle elfen van drie generaties na de Allerhoogsten zijn in lengte geslonken.
Hoewel droombessen zijn ontdekt door de Wolfrijders, vinden wij het idee van droombessen zo leuk, dat we hebben besloten dat ook in deze borg de bessen bekend zijn. Een borg kan eigenlijk niet zonder, vooral niet met zo'n strenge winters binnen. De elfen kennen dus gewoon droombessen.
Ze kennen echter géén droombessenwijn. Van droombessen kunnen elfen dronken worden, alleen gaat het niet zo snel als bij de bekende droombessenwijn. Alleen de trollen kennen het recept van de wijn. Droombessen werken als vergif voor mensen.
De elfen braden en roken hun vlees. Het braden wordt vaak op een spit gedaan, of op stenen platen die van onder heet gestookt worden met vuur. Als er veel vlees ineens klaargemaakt moet worden, bevoorbeeld voor een feest, wordt er ook wel eens een kuil gegraven waarin een dier in zijn geheel ingaat. In de buik worden hete stenen gestopt en de kuil wordt weer dichtgegooid met zand. Op de kuil wordt dan een paar uur een heet vuur gestookt, waarna de kuil geopend wordt en het gare vlees er uit getilt kan worden. Bij de hete stenen worden ook wel eens kruiden gestopt.
Gevogelte wordt ook wel ongeplukt in een laag klei gepakt en in het vuur van een oventje gelegd. De klei verhard en de vogel word gaar gestoomd in zijn eigen vocht. Zogauw de klei barst (met een duidelijk hoorbare 'krak') is de vogel gaar. De veren blijven in de klei vastzitten.
Ook kunnen ze water koken en op die manier dingen maken als soep of stoofpot of gekookte groenten. Dit doen ze door gebruik te maken van een leren zak die in een driepoot boven het vuur hangt. Mits voldoende gevuld met water zal deze niet verbranden! De elfen in Zomerbron eten hun vlees níet rauw!
Als servies kennen ze alleen een soort kommen, waaruit gegeten en gedronken wordt. Ze kennen geen bekers. Wel een soort platte borden of schalen die dienst kunnen doen voor van alles en nog wat. Het serviesgoed wordt gemaakt van hout of is van aardewerk. Voor schalen en manden kan ook een vlechttechniek gebruikt worden met behulp van verschillend plantaardig materiaal, zoals wilgentenen en een rietsoort die in het moeras groeit. Voor opslag van granen en bessen worden ook wel kruiken gemaakt. Voor het vervoer van water gebruiken ze gedroogde en schoongeschraapte dierenblazen, waarvan een waterzak gevormd wordt.
In de warmere seizoenen besteden de elfen een groot deel van de dag aan het verzamelen van groentes en het vangen van wild. Omdat het wild met tussenpozen door het dal trekt, zijn er dán weer wel en dán weer geen grote prooidieren beschikbaar voor de jacht. Om op tijd te kunnen reageren als er prooidieren aankomen, staat er overdag altijd een elf op wacht op een dichtbij zijnde heuvel. Die elf kijkt ook uit naar nomadische mensenstammen die op de vlaktes en in het heuvelgebied rondtrekken. Als er geen kudde in zicht is, worden er andere manieren van voedsel vergaren gebruikt. Gevangen dieren worden verwerkt. Rauw vlees wordt gebraden of gedroogd in de zon en wind. Ook kan het vlees gerookt worden. Huiden worden bewerkt. Van botten, hoeven en geweien worden gebruiksvoorwerpen gemaakt. Als er voldoende voedsel op voorraad is, houden de elfen vaak kleine behendigheidswedstrijdjes, zoals boogschiet wedstrijdjes, of wedstrijdjes voor behendigheid met de speer. Die zijn voornamelijk voor de gezelligheid, maar houden de elfen ook goed getraind voor de volgende jacht.
In de winter blijven de elfen hoofdzakelijk in de borg, met uitzondering van de wat warmere dagen. Op die dagen kan er voorzichtig gejaagd worden om de voedselvoorraad met wat vers vlees aan te vullen. Ook zijn er elfen die het leuk vinden om op de bevroren riviertjes te glijden. Voortbeweging in de sneeuw, gebeurd met warme laarzen en eventueel gebruiken de elfen sneeuwschoenen. Ski's kennen ze niet. Wel wordt er buiten gebaad, in de warmwaterbronnen. De riviertjes zijn echter helemaal dicht gevroren. Over de dichtstbijzijnde warmwater bron is een soort grote tent van huiden gebouwd, die de warmte vasthoudt, zodat de elfen in die tent ontkleed kunnen rondlopen om te baden. Het enige pad wat sneeuwvrij gehouden wordt, is dan ook het pad naar de warmwaterbron. Voor drinkwater gaan de elfen echter liever ijs of sneeuw halen, aangezien het water van de bronnen een zwavelig bijsmaakje heeft. De dagen die binnen doorgebracht moeten worden, zijn goed besteed. De elfen repareren oud gereedschap en maken nieuwe gebruiksvoorwerpen. Ook wordt er erg veel tijd besteed aan familie en vriendschapsbanden. In de centrale ruimte van de borg wordt veel tijd spelletjes spelend en verhalen vertellend doorgebracht rond het grote borgvuur. Ook zijn er regelmatig feesten om de tijd tot de lente prettig door te kunnen brengen. De meeste elfen spelen een instrument of kunnen zingen of dansen.
In de zomer is het heel erg warm. Veel elfen lopen dan met ontbloot bovenlichaam rond of dragen iets wat hun buik en armen bloot laat. Ook worden laarzen vaak verwisseld voor lage schoenen of sandalen. In de winter worden extra lagen kleding toegevoegd. Er wordt dan ook meer gebruik gemaakt van warme wintervachten van diverse prooidieren die tot kleding verwerkt worden. Binnen in de borg echter, lopen de elfen wat minder zwaar gekleed rond. Soms zelfs gewoon in zomerkleding. De grotten worden behaaglijk warm gestookt door het centrale borgvuur dat altijd aan is. Ook de kleinere vuren in de dens en de werkplaatsen helpen met het warm houden van de borg. Materialen die gebruikt kunnen worden voor de kleding zijn onder andere wol, leer en vachten.

Trollen leven voornamelijk ondergronds en zien zelden daglicht. Ze zijn sterk, intelligent en meesters op het gebied van mechanica en metaalbewerking.
De stam waarmee de elfen contact hebben gehad is vernoemt naar een trol uit de oudheid; koning Magma. Hij is degene geweest die zijn volgelingen naar deze woonplaats geleid heeft. De grotten waarin zij nu wonen worden de Magmagrotten genoemd of de grotten van Magma. De trollen zelf worden dan ook de Magma-trollen, of de trollen van Magma genoemd.
De trollen zijn naar elfenstandaard (en de onze) niet bepaald mooi te noemen. Groot, grofgebouwd, grote oren en neuzen. Wratten en overmatige lichaamsbeharing (zoals baarden e.d.) geen uitzondering. De trollen hebben wel, net als de elfen, vier vingers aan elke hand, maar in tegenstelling tot de elfen hebben zij aan elke voet maar drie tenen. Ook hebben ze geen spitse oren, maar oren met afgeronde schelpen. Hun huid is grijsgroen van kleur, met enige variatie. Hun haarkleur varieert net als bij de elfen.
Omdat ze in een koud gebied wonen met zware en vroeg inzettende winters, dragen de Magma-trollen meestal stevige en warme kleding. Zij hebben niet het geluk van de extra warmte van de warmwaterbronnen en zelfs in hun diepe grotten dringt de koude door. Hun kleding bestaat voornamelijk uit stevig leer en ruwe stof. Enkele trollen hebben in het verleden echter stof of huiden van de elfen bemachtigd (via de handel), waardoor er ook iets luxere kleding in de omloop is. (Goeie reden om te gaan dobbelen).

Er zijn geen vaste nederzettingen van mensen in de buurt van de borg. Wel wonen er op de vlakte achter de heuvels nomadische mensenstammen, die af en toe de kant van Zomerbron optrekken. De elfen van Zomerbron doen er alles aan om te voorkomen dat de mensen de vallei ontdekken en proberen de stammen te ontlopen en buiten de vallei te houden. Zij zien de mensen voornamelijk als concurrenten voor voedsel. Ze hebben problemen met de mensen tot nu toe kunnen voorkomen door de passen te sluiten als er een nomadische stam werd gesignaleerd door de wachtpost. Ze willen eigenlijk geen contact met de mensen, ook omdat ze enkele zéér oude verhalen kennen waarin de mensen vijandig afgespiegeld worden. De nu levende elfen hebben zelf echter nog nooit vijandigheden vanuit de mensen opgemerkt. Voor zover de stam weet, zijn de mensen niet op de hoogte van de aanwezigheid van de vallei en de daarin wonende elfen.
De elfen kennen geen mensentaal.