Als het bij ons lente is, is het bij onze elfen ook lente. Dat werkt gewoon het makkelijkst. Regelmatig maken we sprongen in de tijd, wisselend van een kleine sprong van een paar dagen tot grotere sprongen van een paar weken of zelfs jaren.

In november, december, januari en februari. Er ligt 's winters veel sneeuw in de omgeving van Zomerbron. Vooral wat hoger in de bergen en op de heuvels in de omgeving. Later in de winter ligt overal sneeuw, ook in Zomerbron. Al blijft het in de vallei dankzij de warmwaterbronnen wat langer groen en warm. Ook vriezen de riviertjes helemaal dicht en bevriest het moeras. Door de invloed van de warmwaterbronnen in de vallei wordt het gelukkig nooit zo koud als in de omringende gebieden. Mede daardoor komen er tot in de eerste maand van de winter nog kuddes door de vallei getrokken opzoek naar lager gelegen warmere gebieden. Maar eind december moet ook Zomerbron eraan geloven en begint de eerste sneeuw te vallen. Het ijs in het dal van zomerbron smelt meestal al in februari. In de winter blijven de leden van de stam zoveel mogelijk binnen en in de buurt van de borg. Er worden veel activiteiten georganiseerd in de centrale hal van de borg, waar iedereen bij elkaar kan komen rond een groot vuur. Daar worden veel spelletjes gespeeld en verhalen verteld. Ook houden de elfen zich bezig met reparaties aan gebruiksartikelen of het maken van nieuwe. Dit is een tijd waarin de elfen héél veel tijd besteden aan de band met familie en vrienden.
In maart, april en mei. Al het ijs in de omgeving van Zomerbron (buiten de vallei) smelt nu ook (in maart). De bomen beginnen weer groen te worden en de dieren die een winterslaap hielden komen weer te voorschijn. In deze periode zoeken de gemzen weer de hoger liggende berggebieden op. Ook reizen er vanaf dit seizoen met tussenpozen verschillende soorten wild in kuddevorm door de vallei op zoek naar hun zomer graasgebieden. Overal is er nieuw leven te vinden. Het komt voor dat de riviertjes eerder ontdooit zijn dan het moeras. Er ontstaat dan een overstroming, omdat het water niet goed kan wegtrekken in de nog bevroren grond. Elk jaar gebeurd dit op kleine schaal, maar om de zoveel jaar ontstaat er een grotere overstroming. Deze kan voor behoorlijk veel overlast zorgen bij de elfen. Het moeras gebied en het gebied waar de 2 riviertjes samenkomen stromen dan onder en het gebied is dan zeer slecht toegankelijk voor jacht en visserij.
In juni, juli en augustus. In de zomer is het erg warm in de vallei, door de combinatie van zon en de warmte die afgegeven wordt door de warmwaterbronnen. Binnen in de borg blijft het echter altijd redelijk koel. Er wordt veel gezwommen en er worden behendigheidswedstrijdjes gehouden. De jacht wordt gehouden op momenten dat er een kudde in de buurt van het dal komt. Het moeras is in deze periode geen prettige plek om te zijn, door de hoeveelheid prikdingen (muggen en muskieten) die er rondvliegen. Dat is op zich erg vervelend, want in het moeras worden veel eetbare of bruikbare planten geoogst. Ook zijn in het moeras altijd schuifels (krabben) of hardruggen (schildpadden) te vinden als je weet waar je moet zoeken. Het is op het heetst van de dag niet te heet om actief bezig te zijn, maar wel warm genoeg om er flink van te gaan zweten.
In september en oktober. Er valt veel regen en het kan flink stormen. Onweersbuien kunnen tussen de bergen en heuvels erg plotseling opsteken. Het begint al flink af te koelen, vooral 's nachts, dan vriest het af en toe al. In dit seizoen is de trek van de dieren die voor de winter een lager gelegen gebied opzoeken om 's winters nog te kunnen grazen. Dit is ook het seizoen van de Roodbuik trek. De prooidieren beginnen een wintervacht te krijgen. In dit seizoen proberen de elfen nog zoveel mogelijk plantaardig voedsel te zoeken voor de wintervoorraad. Bessen en vruchten zijn er nog voldoende, maar ook de dieren in de omgeving zoeken deze op, dus ze moeten er op tijd bij zijn. Beren zijn een gevaar, vooral omdat ze zich in de buurt van de borg op houden in dit seizoen. Eind oktober vermindert het gevaar omdat de beren hun winterslaap gaan beginnen en hun holen opzoeken.