Nadat hij z'n snelle bevinding over Zwaardslag uitgesproken had, was Schudspeer naar de angstig in elkaar gedoken Regendans gegaan. Snelletong stond ook bij haar, en Schudspeer zond ook even naar Bassek, die Regendans waarschijnlijk het beste kon bereiken. **Geen zorgen, hoor meisje. We zullen ons echt nog wel op jouw feestje gaan richten,** zond hij geruststellend.
Hij vond de hele situatie wel erg vervelend. Het gedrag van Zwaardslag was zowiezo een schok geweest, maar Regendans leek zo ontzettend gevoelig, dat bij haar alles net een tikkeltje harder aan kwam. Zo voelde ze zich hier natuurlijk nooit thuis... Die dingen die hij van Zwaardslag gevoelens over de Zomerbronners had doorgekregen, en wat hij naar Storm had geroepen...
Erg onbekend was Schudspeer niet met discriminatie, hij had het voor het laatst gezien met Schroef. En ook nu was hij vast van plan in de bres te springen voor de minderheid.
Vonk, die de strijd met zijn slaperigheid aan het verliezen was, zat doezelend op de bank. Pas toen Zwaardslag met een doffe klap neer kwam was hij in een seconde klaar wakker, met als gevolg dat hij met wat armzwaaien achterover kiepte en van de bank af viel. Hij krabbelde overeind en wreef over zijn onderrug terwijl hij verbaasd aanzag, hoe de bewustloze Zwaardslag weg werd gebracht.
Vonk liep naar Schudspeer, en twijfelde of hij zou vragen wat er aan de hand was. Hij besloot het uiteindelijk maar niet te doen. Hij wendde zich tot Regendans, "Uh..." Hij sprak niet zo snel iemand aan en barstte niet van het zelfvertrouwen. "Wat wilde je ook al weer?" zei hij, ook niet weten of ze al iets gezegd had.
Bassek legde een hand op de schouder van Regendans. **Kristal zal Zwaardslag wel genezen. Wij kunnen ondertussen verder met jouw Moederfeest.** Ze hoopte haar vriendin zo wat meer gerust te kunnen stellen. **En nog voor de dag om is hebben wij een warmwaterbron voor jou gemaakt.**
Ze had een ideetje, alleen wist ze niet zeker hoe goed de magie van Gladsteen was. **Gladsteen, zou je een soort van kuip kunnen maken van steen met daaronder plek voor een vuurtje? Dan kunnen we daarin water opwaren en dan heeft Regendans haar eigen 'warmwaterbron'.**
Ook Zilverbes was opgeschrikt door het lawaai. Ze had zitten nadenken over wat ze allemaal kon doen om het Moederfeest zo prettige mogelijk te laten verlopen voor iedereen, maar vooral voor Regendans. Dit was allemaal voor haar, om het allemaal wat gemakkelijker te maken voor haar. Wat was er toch allemaal aan de hand, ze zag alle elfen richting Regendans lopen. Haar nieuwsgierigheid dwong haar om dit ook te doen. Toen ze vernam wat er was gebeurd, liep ze naar Regendans zelf. Ze legde haar hand op die van Regendans en keek haar aan. **Gaat het een beetje, meisje? Maak je maar geen zorgen, alles komt in orde, dat beloof ik je!** Ze lachte even en liep toen richting Zwaardslag's den.
Zonnestraal stond nog steeds bij Regendans toen Zwaardslag begon te roepen en keek wat geschrokken toe naar de gebeurtenissen die erop volgde. Toen alles voorbij was keek ze weer terug naar Regendans die er nu nog minder vrolijk bij zat dan eerst. ~Ik moet haar wat opvrolijken.~ Al dat bezorgde gedoe zou het arme kind alleen maar van streek kunnen maken.
Op dat moment begon Zonnestraal hard te lachen om zo de spanning die er hing wat te breken. "Die Zwaardslag toch! Als hij straks beter is, lacht hij vast net zo hard als ons," riep ze vrolijk en lachte hard verder. Ze keek naar Schudspeer en Bassek in de hoop dat die ook mee zouden lachen, zodat er weer een leuke, vrolijke sfeer ontstond en er ook eindelijk weer eens wat leven in Regendans kwam. "Wat vinden jullie van Bassek's idee?" vroeg ze toen, met nog steeds een brede glimlach op haar gezicht. "Zullen we meteen aan de slag gaan?"
Snelletong keek verbaasd naar de lachende Zonnestraal. Ze grinnikte, die wist de stemming er wel in te houden. ~Maar dat is wel belangrijk,~ dacht ze. "Ik help wel!" Ze glimlachte even naar Regendans. "Je kunt nu zeker wel een lekker bad gebruiken."
Vinder was blij dat Pijlleer zo rustig was gebleven en zag haar naar de den van Zwaardslag lopen, toen even later ook Kristal die kant op liep, was hij wat meer opgelucht.
~Gelukkig Zwaardslag zal nu snel weer aan de betere hand zijn, dan wordt het nu tijd dat we gaan zorgen voor de dingen die Regendans graag zou willen hebben voor het avondeten.~ dacht hij en liep naar Bliksem.
"Sorry dat het allemaal zo uit de hand liep daarnet Bliksem, het lijkt erop dat Zwaardslag koortsdromen had maar nu Kristal hem kan proberen te genezen denk ik dat we moeten proberen dit moederfeest weer opgang te brengen, denk je ook niet?" begon Vinder hij keek Bliksem vriendelijk maar onderzoekend aan. ~Ik hoop maar dat dit een niet te grote teleurstelling is voor haar, ze heeft dit tenslotte bedacht.~ dacht hij bezorgd.
"Hoe gaat het nu met je....heb je er veel last van? Van die klap bedoel ik." vroeg hij
terwijl hij een hand op haar arm legde. "Ik wilde een paar andere jagers vragen om samen in het woud te gaan op zoek naar wat wild, heb jij enig idee waar we speciaal naar kunnen zoeken? iets wat Regendans het liefste eet?"
"Ikuh... help ook wel," zei Vonk vlug niet goed wetend wat hij met de lachbui van Zonnestraal. "Ik ga wel hout sprokkelen." Hij wou zich net omdraaien en richting het bos lopen toen hij bedacht dat er een behoorlijk groot vuur voor nodig was om het water echt warm te krijgen. "Ehm... gaat er iemand mee?"
Bijna was Zachtvoet opgesprongen om Roodklauw duidelijk te maken dat die arme Zwaardslag die klap op zijn hoofd duidelijk niet verdiende. Maar ze wou niet ongehoorzaam zijn tegenover haar stamhoofd en daarom keek ze zwijgzaam, bijtend op haar lip toe hoe Zwaardslag richting de borg werd gedragen. Zijn vreemde gedrag was haar niet meteen opgevallen, sommige elfen in de stam deden al sinds een tijdje een beetje vreemd.
Toen ze er even over nadacht was het toch beter dat ze was blijven zitten. Het was ten slotte Regendans haar feest en wat kende ze Zwaardslag nu? Ze stootte Donderbron even aan. "En? Wat ga jij doen?"
Jagen kon ze in ieder geval al niet, misschien dat ze kon gaan vissen. ~Voor een bad is veel water nodig.~ Misschien was dat voor latere zorg en ze liep naar het Zonnestraal toe. "Zeg maar wat ik moet doen," zei ze tegen niemand in het bijzonder, als iemand haar vertelde wat te doen was ze veel eerder klaar dan te blijven tobben. Even raakte ze Regendans bemoedigend aan op haar knie, ze zag er zo mooi uit maar tegelijkertijd zo raadselachtig.
Van enthousiasme maakte Zonnestraal klein sprongetjes op en neer. "Ja, we moeten veel hout hebben, heel veel hout" Zonnestraal wenkte naar de elfen die er in haar ogen wat twijfelachtig bij stonden. "Kom op dan" riep ze naar hun. "We moeten hout zoeken en we moeten Gladsteen aan het werk zetten. Dus we hebben geen tijd te verliezen."
Regendans voelde haar hart in haar keel kloppen. Alles ging opeens zo snel. Op het ene moment had Zwaardslag het over slangen en kwam hij op haar af, het andere moment was ze opeens omringd door elfen. Het was verschrikkelijk benauwend. Toen Bassek haar hand op haar schouder legde, pakte Regendans die met beide handen vast en trok haar vriendin voorzichtig wat dichterbij.
Op deze manier gerustgesteld begon ze zich weer te ontspannen. Het kwam haar voor dat ze daar vandaag wel heel vaak mee bezig was. Terwijl haar hart weer terug in haar borst zakte, realiseerde ze zich waarom al die elfen om haar heen stonden. Ze wilden haar geruststellen, allemaal. Ze werd overvallen door een gevoel van dankbaarheid. Waarom deden ze dat? Ze wist heel goed dat ze alleen nog maar een beetje had zitten bibberen, terwijl ze eigenlijk ontzettend blij had moeten zijn dat dit feest voor haar georganiseerd was (dat was ze eigenlijk ook wel, tot op zekere hoogte) en toch wilde ze haar geruststellen.
Ze wist niet zo goed wat ze aan moest met dit vertoon van vriendelijkheid en besloot uiteindelijk maar dat zwangere vrouwen nou eenmaal dit soort reacties opriepen. Langzaam liet ze haar benen naar de grond zakken.
Bassek stapte wat dichterbij toen Regendans haar naar zich toetrok. Ze was blij dat Zonnestraal iedereen aanspoorde om aan het werk te gaan. "En daarna hebben we heel veel water nodig." voegde ze aan de woorden van Zonnestraal toe. Dat zou een aantal keren naar het meer heenenweer lopen kosten bedacht ze zich.
Toen ze zag dat Regendans haar benen naar de grond liet zakken gaf ze haar vriendin een bemoedigend kneepje in haar schouder. *|Zal ik de rest gaan helpen of heb je liever dat ik nog even blijf.|* zond ze naar Regendans. Ze wilde niet zomaar weglopen terwijl ze misschien beter zou kunnen blijven om haar vriendin bij te staan.
Snelletong vond ook dat er maar snel wat moest gaan gebeuren. Er was al veel te veel tijd verspilt. ~En hoe eerder we iets doen, hoe eerder we het weer vergeten zijn.~ Tevreden knikte ze. "Ik ga met je mee Vonk."
Met een paar stappen was ze bij hem. "We hebben best grote takken nodig, lijkt me. Er moet genoeg ruimte zijn voor Regendans, dus ook best veel water om warm te houden."
Ze dacht aan het beetje ijs dat nog op het zonnemeer lag. ~Dat is toch heel anders dan de warmwaterbronnen waar ze het over hadden.~ Snelletong was zelf niet anders gewend dan het water uit het zonnemeer. ~Wat je met dit soort temperaturen 's ochtends in ieder geval goed wakker maakt.~
Bloesem had op het punt gestaan om de elfen te volgen die naar Zwaardslag's den gingen, maar bedacht zich. ~Eer zijn daar al meer dan genoeg elfen, ik kan daar niets gaan doen.~ Ze keek rondom zich en hoorde de rest van de elfen die gebleven waren vanalles zeggen over een bad voor Regendans en voor haar te gaan jagen. Ze dacht eraan om mee te gaan jagen, maar daar had ze niet zoveel zin in.
Ze keek naar Regendans die er maar verdwaasd bij zat. Het leek of ze niet goed begreep wat er gebeurde, niet dat ze haar dat kwalijk nam met wat er allemaal gebeurd was. Ze had medelijden met Regendans. Ze herinnerde zich maar al te goed hoe zijzelf was geweest toen ze nog zwanger was van Fladder. Op sommige dagen was ze nogal humeurig geweest.
Maar wat Regendans nu moest doorstaan dat vond ze vreselijk, en het enige wat zij vroeg was een bad. Plotseling kreeg ze een idee. Ze richtte zich tot Regendans en vroeg, "Zal ik een mooi en groot bad voor je maken? Versierd met bloemen en wat je maar wilt... Wat denk je ervan?"
Meteen toen Bliksem wat dichterbij de troon van Regendans kwam, ving ze van diverse kanten opmerkingen op waar ze op wilde reageren. Ze kon er maar beter voor zorgen dat deze dag weer snel ging verlopen zoals oorspronkelijk de bedoeling was geweest! Bliksem zuchtte. Met haar vingers streek ze even over de zwelling op haar jukbeen. Het was tot nu toe nog niet echt een succes...
Toen Vinder Bliksem troostend aanraakte op haar arm, schudde ze zich uit haar gedachten en glimlachte naar hem. "Dank je, Vinder. Het gaat wel... Maar je hebt gelijk, we kunnen maar beter onszelf weer bezig gaan houden met Regendans en het Moederfeest!"
Even ontstond er een denkrimpel op het voorhoofd van Bliksem, terwijl ze voor zichzelf naging wat Regendans als feestmaal zou kunnen waarderen. Regendans was zelf erg beknopt geweest in haar wensen, zoals ze daar -nog steeds verlegen- op de troon zat. Maar dat gaf niks, Bliksem had wel een idee!
"Ik weet niet of er hier in de buurt veel zitten en of ze makkelijk te vangen zijn, maar Regendans is gek op het zoete vlees van de Borstelhaar. Als jullie die een te pakken kunnen krijgen? Dat zou vandaag écht een feest maken!"
Even twijfelde Bliksem nog, maar toen vulde ze de opdracht voor Vinder en de andere jagers aan: "En eventueel nog wat mals vlees van een Roodkwab. Ik denk dat ik Maretak wel duidelijk kan maken hoe die in Zomerbron altijd bereid werden. Ik denk dat hij de kruiden wel op zich kan nemen."
Nu ze de touwtjes weer een beetje in handen kreeg, begon Bliksem er weer plezier in te krijgen. Misschien viel het feest toch nog wel te redden! Snel keek ze om zich heen, om uit te maken waar ze nu nog het beste kon helpen.
Vlug maakte ze een kleine taakverdeling, die haar wel leek te werken...
**Vinder, ik ga ervan uit dat jij de jachtopdracht duidelijk maakt aan eventuele andere jagers. Donderbron, jij kunt de jacht wel leiden. Overleg je even met Vinder? Kijk maar wie er met je meewil!**
Bliksem draaide haar hoofd een beetje, zodat ze de rest van de verzamelde elfen goed kon zien en zond verder: **Vonk, jouw idee is goed. Zou jij met Snelletong en Zonnestraal hout willen sprokkelen? We hebben behoorlijk wat nodig als we voldoende water willen verwarmen voor een behaaglijk bad voor Regendans.**
Bliksem pauzeerde even, terwijl ze bedacht hoe de anderen het beste zouden kunnen helpen. Het hing allemaal van de manier af, waarop het bad gemaakt zou worden.
**Bloesem, zou jij een houten bad willen vormen? Ik denk dat je wel op moet letten wat voor hout je gebruikt. Het water mag er niet uitlopen, en er moeten natuurlijk straks geen splinters in de billen van Regendans zitten!** Bliksem grinnikte even bij de laatste woorden.
**Gladsteen, misschien zou jij een kuil kunnen vormen waar we een heet vuur in kunnen aanleggen. En kun je een aantal geschikte stenen regelen? Dan kunnen we in potten enzo boven het vuur water verwarmen en dat in het bad gieten. Het water in het bad kunnen we dan warm houden met verhitte stenen in het water. Op die manier wordt het water ook nooit té heet, door een vuur er onder. We willen geen Regendans-soep...**
**Zachtvoet, misschien wil jij het water voor je rekening nemen? Er zal veel water nodig zijn voor een bad. Misschien kun je samen met anderen vast zoveel mogelijk water halen en in kruiken en potten klaar zetten bij de borg. Ik denk dat een goede plek voor het bad naast de borg is, en uit de wind. Dan koelt het water en ook Regendans, tenminste niet te snel af.**
Bliksem zuchtte even. Ze kon zich niet herinneren dat ze ooit zoveel opdrachten had gegeven. Hoewel ze het leuk vond om dit te regelen, was ze blij dat ze niet elke dag zoiets moest doen. Ineens snapte ze een beetje waar Roodklauw allemaal mee te maken kreeg... *|Zachtvoet, ik wil je wel helpen met het water halen. Op die manier ben ik toch steeds in de buurt als er nog iets geregeld moet worden...|*
Met een stralende glimlach naar Regendans, gaf Bliksem aan dat alles goed ging komen. Meteen daarna grijnsde ze en riep op een grappige overdreven manier: "En nou vort jullie! Er is werk aan de winkel!"
"Zul-... ho... wu-... spr... uh," Zei Vonk een beetje warrig omdat hij niet verwachtte dat hij gelijk in het hele plan betrokken zou worden. Zijn onzekerheid nam gelijk de overhand, "Hout sprokkelen dan zullen we maar." Vervolgde hij in kromme zin terwijl hij zich richting Zonnestraal en Snelletong draaide. ~Ohw, heb ik weer!~ Hij kon zichzelf wel weer eens voor de kop slaan. "Ik.. uh bedoel, zullen we maar gaan hout zoeken dan." Corigeerde hij zich, met een zenuwachtige glimlach en rode gloed op zijn wangen.
Maretak had de woorden tussen Bliksem en Vinder opgevangen. Hij was steeds in de buurt van Regendans gebleven, maar had zich vandaag -ook al was hij de vader van de kleine in haar buik- niet op de voorgrond willen zetten. Tot nu toe had hij zich echter een beetje nutteloos gevoeld, tussen alle andere elfen. Iedereen reageerde zo enthousiast en lief. Hij kreeg bijna het goevoel dat hij hier helemaal niet nodig was.
De woorden van Bliksem kwamen precies op het juiste tijdstip. Kruiden! Tuurlijk! Dat was zijn specialiteit! Maretak wierp een zachte liefhebbende blik op Regendans. Ze werd zo te zien omringd door vriendschap en kreeg alle aandacht die ze zich kon wensen, misschien wel meer... Ook al wilde Maretak het liefst nu ook dicht bij haar zijn -zeker na die 'bijna-aanval' van Zwaardslag- hij wilde haar niet storen.
Met een rustig tempo begon Maretak richting zijn den te lopen. Eerst maar eens kijken wat hij nog had liggen. Dan kon hij daarna gericht gaan zoeken naar kruiden die hij nog nodig had. Maretak ging een aantal kruiden na in zijn hoofd. Hij zou iets halen voor in het bad, misschien wel gewoon zeepkruid. En misschien had hij ook nog wel wat notenolie, dat zou vast fijn zijn voor op de huid van haar buik. Maretak stopte midden in zijn gedachte. ~Zou die beschildering er wel afgebadderd mogen worden?~
Zoekend keek Maretak om zich heen. Bliksem had het druk genoeg. Maar misschien kon Schudspeer hem wat meer erover vertellen? En eigenlijk kon Maretak wel een vriend gebruiken...
Al die aandacht voor zíjn gezel en zíjn ongeboren kind, maakte dat maretak zich wat ongemakkelijk voelde. Hij was er nog steeds niet altijd van overtuigd dat Regendans echt voor hem gekozen had. Dat ze hem écht wilde toelaten in haar leven. En vandaag maakte -in de ogen van Maretak- alleen maar duidelijker dat hij voor haar behoorlijk overbodig was.
Hij zou zélf Zwaardslag tegen hebben moeten houden! Hij zou moeten wéten wat ze lekker vond, dat ze de warmwaterbronnen miste... Maretak werd een beetje somber onder al die gedachten. Hij mocht haar dan wel kennen, maar wat wíst hij nou eigenlijk allemaal van haar? Lichtelijk somber gestemd besloot Maretak dat hij eigenlijk beter toch maar naar zijn eigen den kon lopen. Dan kon hij daar tenminste beslissen wat hij het beste kon gaan doen...
Gladsteen had tot nu toe tijdens het hele feest een beetje op Maretak gelet. Hij was nieuwsgierig wat zijn vriend zou doen met deze nieuwe situatie. Soms maakte het gedachten bij hem los over de toekomst, of juist het verleden. ~Hoe zou het geweest zijn als we ook een moederfeest hadden gehouden voor Bloesem?~ ~Wanneer zal het volgende keer zijn dat we een moederfeest vieren?~
Hij was blij dat hij zijn gaven ook kon gebruiken om Regendans te helpen. **Ik ga een goede plek uitzoeken voor een kuil!** zond hij, en stond op. ~Hier bij de vuurplaten zou wel goed zijn, maar misschien wil ze zich graag een beetje afzonderen? Nouja, het bad zelf hoeft natuurlijk niet direct in de buurt te zijn. Al is dat wel handiger, dan hoeven we niet zo ver te lopen met de hete stenen...~ Zo denkend liep hij rond de vuurplaats.
Toen hij een mooie beschutte plek had gevonden, begon hij de stenen bodem uit te hollen, waarbij tegelijk een soort dammetjes ontstonden. De vorm was niet heel belangrijk, en Gladsteen hoefde zich niet zo te concentreren. Hij dacht weer aan Maretak. ~Het lijkt erop dat hij zich een beetje afzijdig houdt, waarom zou hij dat doen? Ik zou wel weer eens een goed gesprek met hem willen hebben, maar ik denk eigenlijk dat hij zich nu liever met Regendans wil bezig houden. Alleen, dat doet hij niet.~
Plotseling onderbrak hij zijn gedachten: "Oeps, dat was niet de bedoeling!" Gladsteen had zijn aandacht niet genoeg bij zijn werk gehouden, en de kuil was erg ongelijk. Hij besloot te stoppen met denken, want hij bleef toch in een cirkel hangen.
Nadat hij de kuil weer in orde had, gebruikte hij het steen dat hij over had om mooie ronde vormen te maken. Waarschijnlijk was het handig om ze aan de rand van het bad te hangen, zodat ze wel het water warm maakten, maar dat Regendans zich er niet aan kon branden. Hij maakte een aantal stenen met een lange steel met een gebogen uiteinde, als een soort haak.
Toen zond hij naar Bliksem **Ik ben klaar! Laat ze het hout hier maar heen brengen!**
Regendans keek Bassek dankbaar aan. *|Blijf alsjeblieft tot het hier wat rustiger is.|* Ze hoorde een heleboel opmerkingen haar kant op komen en glimlachte maar tegen iedereen die wat tegen haar zei. Ze liet het allemaal maar over haar heen komen.
Goedoor keek om zich heen. Iedereen leek wat te doen te hebben, maar niemand ging vissen. Regendans had toch ook om verse vis gevraagd? Met luidde stem verkondigde ze in het heen en weer gezend en gepraat: "Ik ga vissen. Wie gaat er mee?" Niet wachtend op een antwoord liep ze naar haar den om haar speer op te halen.
Bassek glimlachte weer even bemoedigend naar Regendans. *|Bliksem zet iedereen aan het werk voor jou, dus het zal zo al wel rustig zijn.|* Bassek keek even naar Regendans. Ze had eigenlijk wel zin om te gaan jagen, maar wilde haar vriendin niet alleen laten. **Ik heb blijf nog even bij Regendans.** Nu maar hopen dat de rest het zou begrijpen en niet zou denken dat ze gewoon de hele dag niets wilde gaan doen.
Bloesem was blij dat Bliksem haar deze opdracht gaf. Zo kon ze bij Fladder blijven en op haar passen, want de kleine peuter kon geen moment stil zitten. Bij deze woorden kon ze het niet laten te grinniken. "Kom Fladder, we gaan een bad maken voor Regendans", zei ze lachend tegen de kleine peuter, die nu aan haar voeten zat en met steentjes aan het spelen was. "Bah, niet de steentjes in je mond steken!", zei ze tegen haar en nam de steentjes, die ze juist in haar mond wou stoppen, uit haar handje. Fladder keek haar moeder boos aan en wou juist beginnen wenen uit protest, toen ze Schudspeer zag aankomen.
Hij zei dat hij mee zou gaan op jacht en gaf hen alletwee een kus. Toen hij wegging zwaaide Fladder hem na op haar eigen kleine, schattige manier en was het voorval met de steentjes al lang vergeten.
Opgelucht ging Bloesem, mert Fladder in haar armen, op weg om hout te zoeken voor het bad.
Na een tijdje zoeken vond ze het perfecte hout en zette zich aan het werk. Ze 'dropte' haar dochtertje op de grond en begon het hout te vervormen. Een hele tijd was ze bezig, terwijl Fladder aandachtig toekeek en niets miste van wat haar moeder aan het doen was. Toen ze eindelijk klaar was, was ze tevreden met het resultaat en zette zich even neer. Ze was nogal moe door het werk, maar toch heel voldaan. Ze bekeek haar werk nog een laatste keer heel aandachtig om te zien of er nog iets te veranderen viel en zond toen naar Regendans, **Regendans, ik heb je bad gevormd!**
Bassek ving het zenden van Bloesem op. "Kom je mee naar Bloesem?" zei ze vrolijk. "We moeten natuurlijk wel weten of je eigen warmwaterbron lekker zit, voordat we er water in doen."
Bliksem was blij om te zien dat iedereen zo goed aan de slag was gegaan. De dag was gelukkig toch niet geheen verpest... Tevreden keek Bliksem rond naar alle bedrijvigheid. Best leuk eigenlijk, om zo een dagje tegen anderen te kunnen zeggen wat ze allemaal moesten doen. Maar makkelijk was het niet!
Nadat ze zich ervan verzekerd had dat alles liep zoals het moest lopen, begon Bliksem richting de Borg te lopen. Daar dacht ze Zachtvoet gezien te hebben, en ze had haar beloofd te helpen met het water...
Fladder wapperde met haar handjes toen ze opeens opgetild werd door haar moeder. Even murmelde ze tegen, maar ze was al weer snel afgeleid door Bloesems goudgele lokken.
Terwijl ze grijpend naar de lokken reikte werd ze alweer op de grond gezet. Iets wat gedesoriënteerd begon ze om zich heen te kijken en haar moeder te bestuderen. Brabbelend in haarzelf begon ze de aarde om te woelen.
Terugkijkend naar haar moeder zag ze een soort grote kom en het duurde niet lang voordat ze zich had op getrokken aan de rand. Haar grote ogen schitterde nieuwsgierig over de rand, en ze verstopte zich voor haar moeder.
Regendans was blij dat alle drukte nu voorbij was. Ze stond een beetje stijf op en liep met Bassek mee naar Bloesem. Ze struikelde bijna, maar ze kon nog net op tijd haar vriendin vastpakken. "Ohhhh wat zijn mijn benen stijf." Toen ze bij Bloesem aankwamen bleef ze verwonderd staan en haar mond zakte half open. Toen Bassek haar een duwtje in haar zij gaf, klapte ze haar mond dicht.
"Wat mooi..." Het kwam er langzaam uit, en Regendans wist ook niet wat ze nog meer moest zeggen. Toen zag ze twee oogjes boven de rand uitsteken en ze giechelde. Zou haar kindje net zo lief worden als kleine fladder? Ze zakte door haar knieën en bracht haar ogen tegenover die van het kleine meisje. Ze hield zich stevig vast aan de rand om niet om te kukelen, dat zou nog eens een leuk gezicht zijn. Ze zwaaide naar Fladder en wachtte af wat er zou gebeuren.
Schroef keek bewonderend naar het bad en de gevormde kuil. Dat boomvormen was handig, maar dat steenvormen was geweldig! Als de trollen dat konden, dan zouden ze veel sneller tunnels kunnen graven. De jonge trol onderzocht de vorm van de kuil wat beter. Het gesteente was hard en hij zou het zelf niet zo mooi kunnen afronden. Zijn pikhouweel was daar helemaal niet geschikt voor. Maar hij had het nog nooit geprobeerd... misschien kon hij met fijnere materialen wel...
Zijn gedachten werden onderbroken toen hij eraan dacht dat hij ook iets wilde doen voor de zwangere elf. Schroef kreeg opeens een idee. Hij zou haar den schoonvegen. Haar huiden eens goed uitkloppen en alles netjes neerzetten. Dat zou ze vast wel leuk vinden!
Hij slofte richting de woonplaats van de elfen. Hij zag dat iedereen druk bezig was met dingen en dacht eraan om een bosje berkentakken te verzamelen om de den mee uit te kunnen vegen. Eenmaal bij de ingang van de den van Regendans en Bassek, ging hij naar binnen en keek eens goed rond. Hij begon ermee om de huiden op de grond op zijn grote schouders te leggen, zodat de grond vrij was. Daarna veegde hij met zijn zelfgemaakte handbezempje de grond. Stof en zand en takjes vlogen in het rond. Toen de grond naar zijn zin was, knikte de jonge trol en met zijn sloffende gang liep hij naar buiten om de huiden uit te kloppen.
Bassek keek tevreden naar Regendans. Zo te zien begon haar vriendin zich al wat meer op haar gemak te voelen. Het bad zag er geweldig uit. "Je hebt er een prachtig bad van gemaakt Bloesem." Ze liet haar hand over de rand glijden, nergens was er ook maar de kleinste splinter te vinden. "Nu hoeft er alleen nog maar gewacht te worden op het vuur en het water. Misschien dat we kunnen helpen?" In haar gedachten ging ze terug naar het moment waarop iedereen aan de slag ging. Het vuur was als eerste nodig dus dan moest ze Snelletong hebben. **Hoe gaat het met het houtzoeken?** zond ze naar Snelletong.
Bassek was blij dat alles zo goed ging. **Bloesem heeft net een prachtig bad gemaakt.** zond ze terug. "Ze zijn al bijna klaar met het hout." Deelde ze tevreden mee aan Regendans en Bloesem. "Als het water halen ook zo vlot gaat dan hebben we zo een heerlijke warmwaterbron voor je." Ze glimlachte vrolijk naar Regendans.
**Heb je nog hulp nodig met het water halen?** zond ze naar Zachtvoet.
Bloesem was nogal uitgeput toen ze klaar was, maar het gezicht van Regendans maakte alles goed. Ze was altijd heel blij om te zien dat haar werk werd geaprecieerd.
Toen ze Bassek hoorde moest ze zich inhouden om te beginnen zingen van vreugde, "Dankje Bassek. Aan haar gezicht te zien vind Regendans dat ook."
Bassek keek weer even naar Regendans. "Ik denk het ook."
**Ik heb hier een aantal volle kruiken staan die ik zelf niet allemaal tegelijk kan dragen. Misschien dat je die kunt tillen? Is trouwens het bad al af?** zond Zachtvoet nieuwsgierig naar Bassek.
**Ik kom eraan.** zond Bassek **Het bad is al af en ik geloof dat ze ook al bijna klaar waren met het vuur.**
"Ik ga Zachtvoet even helpen met het water. Des te sneller zijn we klaar." Ze legde even een hand op de schouder van Regendans "Ik ben zo weer terug hoor en dan hebben we een heerlijk warmwaterbad voor je." Met een stevige pas begon ze naar het meer te lopen.
|
|