Donderbron was verward. Op het ene moment kreeg hij een elleboog van Zachtvoet om te vragen of hij mee gaat en het volgende moment was ze weer weg! Vervolgens kreeg hij de taak om hout te gaan zoeken en dan moest hij ineens gaan jagen. Hardop begon hij te lachen omdat hij het even niet meer kon bevatten. **Ik snap er niets van, maar ik doe dit voor jou Regendans!** Hij lachte vriendelijk naar haar en haar verblijde gezicht gaf hem meer motivatie voor het gene wat hij uiteindelijk moest doen.
Hij ving in het zenden van Bliksem op dat hij naar Vinder moest gaan. Met een grote glimlach op zijn gezicht en vrolijke ogen stapte hij op de jonge elf af. "Eh, volgens mij moet ik bij jou zijn, toch? Wie nemen we allemaal mee op jacht?" vroeg hij aan Vinder. Het leek hem wel eens leuk om alleen op de achtergrond te staan in de jacht en de andere elfen de jacht te laten leiden. ~Misschien vinden ze het wel wat, maar ik weet nog niet wie er mee gaan natuurlijk.~ Hij gniffelde om zijn domheid en wachtte vervolgens geduldig op het antwoord van Vinder.
Vinder keek even verbaasd naar Donderbron, hij was toch hun jachtleider dan zou hij het beste weten wie er mee op jacht zou kunnen gaan. "Hum....tja..." begon hij onzeker.
"Bliksem zei dat Regendans het vlees van een borstelhaar en van roodkwabben wel lekker vindt dus daar zullen we naar moeten zoeken. Roodkwabben zijn denk ik niet zo'n probleem die hebben we de laatste jacht ook een paar gevangen maar voor borstelhaar vlees zullen we wat meer moeite moeten doen denk ik." antwoorde Vinder, hij keek eens rond naar de stamgenoten die mee zouden kunnen voor de jacht.
"Snelletong zou helpen met hout halen voor onze versie van een warmwater bron, Bliksem blijft ook hier om het moederfeest verder te regelen en ik denk dat Kristal ook niet meegaat nu ze Zwaardslag aan het genezen is." Vinder telde op zijn vingers en kwam tot de conclusie dat er nog zeven jagers overbleven die ze mee konden vragen.
"Dan blijven Aanraking, Bassek, Lichtspoor, Nachtbloem, Schudspeer, Storm en Zonnestraal nog over die mee kunnen."
Vinder was best tevreden met zo'n jachtgroep en dacht dat het nu wel zou moeten lukken om voor Regendans lievelingskostje te gaan zorgen, hij keek Donderbron lachend aan "Ga jij de jagers bij elkaar roepen?"
Donderbron knikte naar Vinder. De verbaasdheid van Vinder kwam niet onverwacht, maar misschien was het tijd om de anderen er meer bij te betrekken. Hij had er zin in om het op een iets andere manier te doen. En vol goede moed zond hij naar de elfen. **Aanraking, Bassek, Lichtspoor, Nachtbloem, Schudspeer, Storm en Zonnestraal,** zond Donderbron. **Het is tijd dat wij wat voor Regendans gaan doen. We gaan op jacht. Kunnen jullie naar Vinder en mij toe komen?** Hij keek Vinder aan en knikte. "Ik denk dat ze zo zullen komen en dan gaan we in overleg. Vind je dat goed?"
~Jee...~ dacht Vinder verbaasd, ~da's al de tweede keer dat er naar mijn mening wordt gevraagd, wel leuk eigenlijk.~ Vinder knikte enthousiast, met een grotere groep was het wel een goed idee om te overleggen wie de Borstelhaar gingen jagen en wie er op jacht ging voor de roodkwabben.
"Prima idee, ik hoop maar dat we snel op weg kunnen zodat we misschien nog voor het einde van de middag terug kunnen zijn." hij had het nog steeds niet zo op de invallende duisternis, zelfs in de winter waren er sommige leervleugels die s'nachts uitvlogen en hij had weinig zin om in de invallende duisternis nog door het bos te lopen.
Aanraking veerde overeind. **Ik kom eraan!** zond ze terug naar Donderbron. Vlug liep Aanraking naar haar den en struikelde in haar haast bijna over een uitstekende wortel. Mopperend ging ze haar den binnen en pakte haar speer. Half rennend kwam ze bij Vinder en Donderbron aan. Ze begroette de twee elfen met een glimlach. "Welke richting gaan we vandaag op?" vroeg Aanraking, leunend op haar speer.
Donderbron lachte terug naar haar. "Allereerst moeten we maar wachten op de rest zodat we dan kunnen overleggen. Ik weet namelijk niet of sommige van jullie goede ideeen hebben ofzo." Hij hinkte van de ene been op de andere been." Dus moeten we nog even geduld hebben."
Bassek keek even naar Regendans. Ze had eigenlijk wel zin om te gaan jagen, maar wilde haar vriendin niet alleen laten. **Ik heb blijf nog even bij Regendans.** Nu maar hopen dat de rest het zou begrijpen en niet zou denken dat ze gewoon de hele dag niets wilde gaan doen.
**Ik haal m'n boog en kom er aan.** zond Lichtspoor naar Donderbron en snel rende hij naar zijn den om z'n pijlen en boog te halen. In een wip stond hij weer buiten en rende naar Donderbron.
"Okee, dan ga ik ook even mijn wapens halen," zei Vinder. Hij begon er nu echt zin in te krijgen. Terwijl hij naar zijn den liep, dacht hij wat hij zelf zou willen gaan jagen.
~Borstelhaarjacht is best spannend, maar misschien zijn die in deze tijd van het jaar veel te ver van de Borg gedwaald en kunnen we die niet op tijd vinden. Roodkwabben kan ik goed vangen met mijn boomerrang, hoewel dat in het bos niet echt handig is, ik zou hem kunnen beschadigen. Met de boomerang gaat het op de open plekken beter, maar daar zitten ze nu niet.~ Voor alle zekerheid pakte hij toch beide wapens en stak zijn boomerang achter zijn koordriem.
Met zijn speer in de hand rende hij weer terug naar Donderbron, Lichtspoor en Aanraking, een beetje teleurgesteld zag hij dat er verder nog niemand was.
~Ik hoop maar dat de anderen wel meegaan, anders wordt het een beetje moeilijk om een borstelhaar mee te brengen,~ dacht hij hoopvol.
Met een glimlach stopte hij naast Aanraking. "Nu de anderen nog en we kunnen op weg."
Storm was heel erg geconcentreerd aan het trommelen toen hij het zenden van Donderbron ontving. Het bracht hem weer terug en Storm stopte met trommelen. Hij stond niet direct op, eigenlijk had hij helemaal niet zo'n zin om te gaan jagen. Niet nu...
Een moment bleef hij hij gewoon rustig zitten, met z'n ogen dicht en z'n handen op het vel van zijn trommel.
Een paar tellen later opende hij z'n ogen omdat hij een besluit had gemaakt. Het was z'n taak om te gaan jagen, de jachtleider had 'm nu eenmaal opgeroepen. Hij stond op en liep met z'n trommel terug naar de borg. Terwijl hij naar z'n den liep om de pijlzweep te pakken die daar lag, zond hij naar Donderbron dat hij eraan kwam.
Eventjes later kwam hij aanlopen. Er stonden al wel wat elfen te wachten. Ook zag hij dat ze er nog niet allemaal waren. "Ik ben er..." zei hij wat overbodig, terwijl hij nonchalant tegen een boom aanleunde. Hij had wel door dat de jacht voor Regendans was, hij had alleen niet gehoord waar ze om had gevraagd. Maar aangezien hij Regendans wel goed kende, vroeg hij of zijn vermoedens juist waren.
"Hmmm, het zou me niks verbazen als ze om een borstelhaar heeft gevraagd... Klopt 't?"
Donderbron draaide zich om. Storm was ook gekomen. Hij grinnikte om zijn antwoord. " Dat heb je goed geraden. We gaan zo op jacht, we moeten alleen nog op een paar andere wachten. Nachtbloem is er nog niet en Schudspeer en Zonnestraal ook niet. Heeft een van jullie enig idee waar die kunnen rondhangen?" Vroeg Donderbron in het algemeen. De groep was bijna compleet, en hij kreeg nu al weer de kriebels om op jacht te gaan. Hij had er zin in. Niet alleen omdat hij dol was op jagen, maar om straks ook een blij gezicht van Regendans te zien. " Als we er straks allemaal zijn moeten we maar goed ons best doen. We moeten een leuke dag voor Regendans maken, vinden jullie niet?"
Vinder keek eens in de richting van de vuurplaten hij dacht dat hij in ieder geval Schudspeer die ochtend wel had gezien bij het begin van het moederfeest maar was er niet helemaal zeker van.
Vinder schudde zijn hoofd "Ik dacht Schudspeer pas nog gezien te hebben voor dat gedoe met Zwaardslag, maar waar hij en de anderen nu rondhangen weet ik niet." zei hij spijtig.
" ik hoop wel dat ze snel komen want met z'n vijfjes kunnen we misschien wel op borstelhaar jagen maar of we dan ook roodkwabben erbij kunnen vangen lijkt me wat moeilijk en dat was ook iets wat regendans graag lust volgens Bliksem." voegde hij er aan toe.
Zonnestraal was in haar hoofd zo druk bezig met vanalles te regelen dat de oproep van Donderbron om te gaan jagen een beetje langs haar af was gegaan. Ze was ook niet gewend dat Donderbron degene was die opriep voor een jacht, meestal kwam zo'n oproep eerst van Roodklauw af. En er kwamen ook namen voor van elfen voor die helemaal niet in haar jachtgroep zaten. Zonnestraal krapte eens achter haar hoofd en rende daarna snel naar haar den. Daar had ze moeite om haar speer te vinden. ~Waar heb ik dat ding toch gelaten?~ Na even zoeken vond ze hem. Zonnestraal zag dat de punt niet zo scherp meer was. Ze moest hem al een tijdje bij Zwaardslag laten slijpen, maar dat vergat ze steeds. Het onthouden van dingen was niet Zonnestraals sterkste kant.
Snel klimde ze de den uit en huppelde in de richting van de jagers die aan hun gezichten te zien duidelijk al lang stonden te wachten. "Hier ben ik. Sorry dat ik zo laat ben." riep ze vrolijk en lachde vriendelijk. Meteen viel haar oog op Storm. Ze huppelde door naar hem en ging naast hem staan. Zonnestraal had haar goede vriend vandaag nog niet gesproken en barstte dus meteen in ratelen los. "Hoi Storm. Alles goed met Bliksem? Wat leuk dat feest dat ze georganisserd heeft. Heb je al veel van die feesten meegemaakt? Hoe heb je vannacht geslapen?"
Zonnestraals ogen vielen op de pijlzweep van Storm. Ze wees ernaar en keek lachend naar Storm, waarna weer een waterval van vragen kwam. "Dat ding ziet er vreemd uit. Hoe werkt het? Is het moeilijk om ermee te werken? Kun je het eens laten zien? Mag ik het ook eens proberen of kun je het me een keer leren?"
Donderbron wachtte nog steeds geduldig op de rest van de elfen die nog moesten komen. Hij keek rond naar zijn groepje. ~Dit gaat weer een hele andere ervaring worden denk ik.~ Hij voelde of hij alles had, maar miste volgens zijn gevoel iets. Even kon hij niet zo snel verzinnen wat. Hij keek de groep rond. Speren, bogen, een pijlzweep was wat de andere als wapens bij zich hadden. Hij had ook alles bij zich. Zijn boog en zijn dolken.
Hij voelde om zijn hals en merkte dat hij zijn ketting niet om had. ~Okee nu snap ik het, vandaag dan maar even niet, we zien wel wat er gebeurt.~ De ketting met de tand bracht hem geluk op de jacht. Het was zijn amulet en voelde er meestal aan als hij op jacht ging of probelemen had om een soort van steun te vinden. Maar vandaag niet. Hij had er zin in en wachtte met smart op Schudspeer en Nachtbloem.
Toen Storm Zonnestraal zag aan komen huppelen, gaf hij haar een vette knipoog. Jagen zonder haar was stukken minder leuk en hij was dan ook blij dat ze er ook was. Toen haar spraakwaterval losbarstte was hij even met stomheid geslagen. Ze haalde wat pijnlijke onderwerpen aan door naar Bliksem en het Moederfeest te vragen. Hij probeerde juist z'n gevecht met Zwaardslag te vergeten en ook aan het feit dat Bliksem hem negeerde wilde hij liever niet denken. En het Moederfeest... tja, dat had hij wel vaker meegemaakt. De laatste 15 jaar in ieder geval wel een stuk of 6 keer! Maar ook de gedachte daaraan was met gemengde gevoelens. Het waren goede tijden geweest in Zomerbron, maar helaas was het niet langer zo...
Hij zonk even weg in zijn melancholieke gedachten en volgde Zonnestraal nog maar half. Maar hoe kon hij zo somber zijn als zijn goede vriendin juist zo vrolijk doorratelde? Dat was haast onmogelijk en een flauwe glimlach verscheen op Storms gezicht toen ze hem naar z'n pijlzweep vroeg.
"Volgens mij heb je dat wel eens eerder gevraagd!" Storm herinnerde zich dat ze een paar jachten geleden al zeer geinteresseerd was geweest in zijn wapen. Hij had er alleen later niet meer aan gedacht en herinnerde zich nu pas weer dat ze het wel eens wilde leren.
"Kijk!" zei hij, "Je houdt 'm zo vast..." Storm ging achter Zonnestraal staan en legde z'n pijlzweep in haar handen. Hij stuurde haar armen de goede richting in, en tja dat kon natuurlijk niet anders dan heel dicht tegen Zonnestraal aan te staan...
Toen hij z'n arm wat uitrekte om een pijl te pakken uit de pijlenkoker die op z'n rug hing, trok hij grimas van de pijn die door zijn gekneusde ribben schoot. Een zucht ontsnapte zijn lippen en hij legde zijn hand op de pijnlijke plek. Maar hij wilde natuurlijk niet dat anderen hier iets van zouden merken, het was natuurlijk niet 'stoer' om pijn te hebben en zogauw hij weer rechtstond, knipoogde hij nogmaals naar Zonnestraal, in de hoop dat ze niets gemerkt had. "Hier... dan houdt je de pijl hier vast..." ging hij verder met zijn -zeer intieme- les.
Door al dat gedoe met Zwaardslag, en zijn grote deelname aan het Moederfeest en het verzorgen van Regendans die dag, had het bij Schudspeer even wat langer geduurd, voordat hij paraat stond voor de jacht.
Schudspeer wilde eerst een beetje afscheid nemen van Regendans, en haar verzekeren dat alles in orde zou komen. Daarna moest hij nog even naar Bloesem, die Fladder vast had en het meisje een beetje kalm probeerde te houden. Hij gaf zijn beide dames een kus op hun voorhoofd en rende daarna naar zijn den om zijn speer te zoeken. Dat laatste ging nog het snelst, en toen hij buiten kwam, zag hij Nachtbloem ook nog naar de verzamelplaats haastten.
Het zou toch wel vreemd zijn, om met Donderbron als jachtleider te werken. Schudspeer was Roodklauw gewend, maar hij wilde wel een goede bijdrage leveren, dus moest hij Donderbron een kans geven. Bovendien had Roodklauw alle vertrouwen in de jongen, daarom had hij het ook tot jachtleider geschopt.
Een beetje hijgend kwam Schudspeer bij Donderbron en de rest aan, en hij verontschuldigde zich even voor zijn late komst. "Wat mij betreft, kunnen we," zei hij glimlachend tegen de jonge jachtleider en hij leunde even op z'n speer om uit te rusten.
Aanraking keek glimlachend rond. Ze betrapte zichzelf erop dat ze ongeduldig met haar vingers op haar speer stond te trommelen. Vlug liet ze haar hand zakken en keek richting Donderbron. Had hij Schudspeer niet gehoord? Ze konden vertrekken! Ze zuchtte. Het leek wel alsof haar ongeduldigheid steeds erger werd!
Toen Storm vertelde dat ze eerder naar zijn pijlzweep had gevraagd kreeg Zonnestraal blosjes op haar wangen. Ze vroeg altijd zoveel dat ze zich dat echt niet meer herinnerde. Maar dat was al meteen over toen Storm haar aanbood om het voor te doen. Toen Storm achter haar kwam staan leunde Zonnestraal wat extra naar achteren om tegen Storms stevige borstkas aan te leunen. Ze keek even om en schonk hem een brede glimlach om aan te geven dat ze het prima naar de zin had zo tussen zijn stevige armen. Storm was ook zo'n geweldige man. Hij was knap, lief en ook nog eens ontzettend slim. Zo'n pijlzweep zag er immers erg ingewikkeld uit.
Toen Storm een van zijn handen weghaalde en deze stevige hand wat langer wegbleef keek Zonnestraal verrast om. Was er iets? Meteen ontving ze een van Storm's bekende knipogen. Zonnestraal besloot voor de verandering Storm een knipoog terug te geven om zo de les te vervolgen.
Zonnestraal genoot met volle teugen van de warmte die Storm's lichaam uitstoote. Zijn grote handen op die van haar voelde heerlijk. Zonnetsraal besloot dat Storm binnenkort maar eens moest vragen of hij zin had met haar de den te delen, ze had altijd zoveel lol met hem dat dit vast ook heel erg leuk zou zijn. Zonnestraal baalde wat toen ze de stem van Schudspeer hoorde. "Leer me een andere keer maar meer," fluisterde ze zachtjes tegen Storm.
Vinder keek grinnikend naar Zonnestraal en Storm, die twee konden het net zo goed met elkaar vinden als hij en Snelletong. ~Jammer dat Snelletong niet meegaat op jacht, nu zie ik haar vanavond bij het avondeten pas weer.~ dacht hij een beetje spijtig. Toen Storm naar zijn zij greep begreep Vinder dat ook Storm niet geheel zonder kleerscheuren uit het gevecht met Zwaardslag was gekomen. ~Ik hoop niet dat hij daar veel last van gaat krijgen vandaag op de jacht.~
Blij dat nu zo'n beetje iedere jager klaarstond om te vertrekken legde hij zijn hand op de schouder van Donderbron, "Zo te zien is iedereen aanwezig, als jij zover bent dan kunnen we gaan." zei hij vrolijk.
Donderbron keek weer eens om zich aan. "Lekker zooitje!" zei hij net iets te hard. Snel sloeg hij zijn hand voor zijn mond in de hoop dat niemand het gehoord had. Er zaten ook elfen bij waarmee hij nog nooit gejaagd had. Nachtbloem en Schudspeer waren degene die Donderbron bedoelde. Hij had nog nooit hun talenten gezien en wist nog niet waar hij op kon rekenen.
Hij schraapte zijn keel om de aandacht te krijgen en wachtte geduldig tot hij die kreeg. "Zouden jullie even allemaal willen luisteren? Ik ben misschien wel jachtleider, maar wil het nu eens anders gaan doen. Ik weet bijvoorbeeld niet hoe Schudspeer en Nachtbloem jagen," zei Donderbron, terwijl hij knikte naar beide elfen. "En ook ben ik heel nieuwsgierig hoe jullie het zouden aanpakken. Ik vind dit heel belangrijk, want het is de voorbereiding voor iets dat een feest zou worden en de vonken moeten er vanaf springen. En omdat we allen dit doen voor onze lieve vriendin, Regendans. Dus..." vervolgde hij, "ben ik benieuwd hoe jullie willen jagen en welke ideeën er zijn om er een leuke jacht van te maken."
Hij bewoog zich even, omdat hij vrij ongelukkig stond. Met een vrolijke stem zei hij, "Kom maar op, wie brengt er wat in de groep?"
Enigszins teleurgesteld dat hij niet door kon gaan met zijn les aan Zonnestraal, luisterde Storm naar Donderbron. Storm wist wel dat Donderbron jachtleider was, maar was het niet gewend om met een jachtleider of vaste jachtgroepjes te werken. In Zomerbron werd er wel gejaagd, maar vaker door strikken uit te zetten. Of als er een kudde langstrok, maar dat deed heel de stam mee, en niet alleen een klein jachtgroepje...
Eigenlijk had Storm sowieso altijd veel liever gevist dan gejaagd, maar ondanks dat wist hij toch wel wat van het jagen op dieren. Toen Donderbron dan ook vroeg naar suggesties en het een tijdje stil was, rechtte Storm zijn rug om te zeggen wat hij vond.
"Borstelharen kunnen we zoeken door naar sporen te zoeken, die beesten maken meestal best veel rotzooi van de grond als ze naar wortels of paddestoelen zoeken, dus zo'n spoor moet snel gevonden kunnen worden. Ik denk alleen wel dat we met een aantal man samen naar de borstelharen moeten zoeken. Het zijn best gevaarlijke beesten. Als we ze omsingelen en te lijf gaan met speren hebben we denk ik de meeste kans."
Storm stopte even met praten om te bedenken wat hij nog meer van borstelharen wist. Hij herinnerde zich nog wel een jacht in Zomerbron, waar er verschillende elfen in de problemen waren geraakt. Hij grinnikte even en gaf toen nog een tip. "Zorg dat je achter een boom weg kunt duiken, want als die beesten doorhebben dat ze aangevallen worden, dan gaan ze in de tegenaanval. En dat wil je niet graag meemaken met die gevaarlijke slagtanden van ze. Die kunnen erg hard aankomen!"
Storm keek de elfen in de jachtgroep aan. "Over roodkwabben weet ik niet heel veel, die vingen wij meestal met strikken, maar daar hebben we nu geen tijd voor. Misschien heeft iemand anders een idee?"
Tevreden dat hij nu al een bijdrage had kunnen leveren ontspande hij zijn lijf en leunde weer nonchalant tegen een boom aan. Hij knikte nog eens en gaf toen de anderen elfen de kans te reageren. Onbewust hield hij zijn hand op zijn gekneusde ribben, ze deden aardig pijn, maar Storm probeerde het te negeren.
Vinder knikte, Borstelharen konden heel gevaarlijk worden als ze in het nauw gedreven werden. "Je kunt ze ook proberen te vangen met een net, zodat ze vast gepind raken op de grond, dan kun je beter de slagtanden ontwijken." zei hij zich een eerdere jacht herinnerend die op deze manier gevoerd werd.
"Ik denk alleen dat we in deze tijd van het seizoen goed zullen moeten zoeken want de grond is nog behoorlijk hard en er zal dus weinig voedsel voor de borstelharen te vinden zijn."
Over roodkwabben kon hij kort zijn, "De keren dat ik roodkwabben jaagde was in het warme seizoen en dan zitten ze op de open vlakten tussen de struiken, ik zorgde ervoor dat ze omhoog vlogen en dan kan ik ze met mijn boemerang uit de lucht gooien maar nu zitten ze in de bossen verscholen en zal het makkelijker zijn om ze met pijl en boog te schieten want om strikken te zetten en daar op te wachten hebben we te weinig tijd, denk ik."
Vinder hoopte dat hij met het idee van een net een goede bijdrage aan deze vergadering had gedaan en keek hoopvol de andere jagers aan, benieuwd wat zij de beste jacht methode vonden.
Donderbron luisterde aandachtig naar de tips van de andere elfen. ~Ze denken er in ieder geval goed over na. We moeten dit uiteindelijk toch met z'n allen doen.~
"Een net lijkt mij ook wel wat," zei hij uiteindelijk hardop. "Maar een borstelhaar in een net is toch nog net iets gevaarlijker, weet je. We moeten een goede taktiek gebruiken want gewonden op een feest zie ik niet echt zitten."
Hij keek om naar de andere elfen. Sommigen luisterden aandachtig en van sommigen wilde hij toch meer horen van hun mening. "Lichtspoor, als je je nou eens voor zou stellen, dat je alleen op een borstelhaar moest jagen, hoe zou jij dat dan aanpakken? En Zonnestraal en Aanraking, beeld je dat ook eens in. Ik wil dat iedereen straks namelijk tevreden is over onze jacht."
Lichtspoor dacht er serieus over na. "Alleen jagen op een borstelhaar," zei hij in het algeneem. "Alleen jagen zou ik zowiezo niet 'nog eens' willen proberen." En hij wees op het litteken bij z'n oog. "Maar als het echt zou moeten, zou ik de borstelhaar van een veilige afstand proberen neer te schieten. Als hij dan nog leeft en aanvalt, zou ik maken dat ik in een boom kom en hem dan van boven af proberen te doden."
"Waarom begin je dan niet meteen vanuit een boom? Zeker als je hem in je eentje neer moet halen, is dat veel veiliger," voegde Schudspeer zich er plots tussen. Hij had een beetje zitten luisteren en had besloten het aan de jongere elfen over te laten en zichzelf enkel als extra houvast te rekenen. Maar hij wilde toch ook wel zijn ervaring even delen...
"Ik snap eigenlijk niet waarom je dat vraagt, Donderbron. Het is niet verstandig om in je eentje achter een borstelhaar aan te gaan, dus dat gaan wij ook niet doen." Hij begreep niet echt wat Donderbron van plan was, maar was wel benieuwd naar diens nieuwe ideeën.
Vinder dacht ook na over dit nieuwe idee van zijn jachtleider.
"Ik denk dat ik dan zou vertrouwen op mijn speer, niet zo zeer gooien maar eerder een goede stoot met de speer vanuit een hinderlaag, als je het tenminste aandurft om zo'n beest dicht genoeg te laten naderen, want je moet wel gelijk bij de eerste keer een dodelijke wond kunnen toebrengen." zei hij met een lichte aarzeling in zijn stem, hij hoopte maar dat dit niet al te idioot klonk.
"Hoe zou jij het aanpakken?" vroeg hij aan Storm.
|
|