Zonnestraal krabde eens achter haar oren. Wat was dit nu ineens, waarom vertrokken ze niet gewoon? Nog voordat Storm antwoordt kon geven op de vraag van Vinder stapte Zonnestraal naar voren. "Zullen we niet gewoon eens vertrekken en kijken wat we tegenkomen?" vroeg ze, terwijl ze door middel van een sierlijke draai rondkeek naar de andere elfen. "Ik sta in ieder gevalte te popelen om te vertrekken. En al die gekke discussie hadden julie allang eerder kunnen voeren." Zonnestraal gaf hierbij een snelle knipoog naar Donderbron die in haar ogen een beetje de aanzet van de geheel discussie was.
Donderbron schrok een beetje van de knipoog. Hij wilde het nu anders doen en graag de mening van de andere horen terwijl dat niet echt gunstig werd op gevat. "Oke dan." Antwoordde hij op de knipoog van Zonnestraal." Laten we dan maart eens gaan. Als je nog iets wilt vertellen of vragen dan kan dat ook inderdaad onderweg." Hij pakte zijn boog en maakte hem vast op zijn rug. Het leren mapje van zijn dolken maakte hij een beetje los zodat hij er snel naar zou kunnen grijpen. "Iedereen klaar? Dan kunnen we vertrekken!"
Zonnestraal had het idee dat Donderbron wat verlegen werd van haar knipoog. En blijkbaar werkte dat goed, want deze stemde meteen in met haar voorstel om nu maar eens te vertrekken. Met een brede glimlach op haar gezicht pakte Zonnestraal haar speer op en ging weer langs Storm staan. "Wij zijn er klaar voor" riep ze namens hen twee, er vanuit gaande dat Storm er inderdaad ook klaar voor was.
Zonnestraal nam daarna meteen het voortouw door aan te lopen. Het zou haar toch niet gebreuren dat er nog zo'n discussie zou komen. Ze wenkte met haar hoofd naar Storm dat hij mee moest komen.
Storm vond het gepraat over hoe je in je eentje zou jagen op een borstelhaar maar onzin, hij had toch duidelijk gezegd dat je dat juist niet moest doen! Het zou gewoon stom zijn om in je eentje achter zo'n beest aan te gaan. Dat zou toch niemand doen?
Toen Zonnestraal haar mening duidelijk liet horen, was Storm haar best wel dankbaar. Hij wilde nu onderhand ook wel gaan. De borstelharen en roodkwabben zouden echt niet vanzelf de borg binnenwandelen hoor! Storm grinnikte even bij die gedachte. Dat zou natuurlijk wel erg makkelijk zijn. Dan hoefde ze niet meer te gaan jagen!
Storm zocht zijn pijlenkoker die ondertussen alweer op de grond lag, pakte die op en zwierde 'm op z'n rug. Tevreden liep hij achter Zonnestraal aan.
Vinder zuchtte even, naar zijn idee was het juist wel slim om van te voren even te bespreken hoe ze op de borstelhaar zouden gaan jagen, door improviseren konden er alleen maar ongelukken gebeuren omdat niemand precies zou weten wat zijn of haar taak zou zijn.
**Okee, wat is nu de bedoeling? Dat we zomaar op goed geluk gaan jagen of dat er taken verdeeld worden.... wie gaat er op borstelhaar jagen en wie op roodkwabben, het lijkt mij beter om dit te verdelen zodat we aan het eind van de avond in ieder geval íets naar het moederfeest kunnen brengen,** zond hij een beetje geërgerd.
Zonnestraal zuchtte even toen ze het zenden van Vinder opving. Wat was dit voor gedoe? Deed hun jachtgroep dat dan altijd? Zonnestraal bleef staan waar ze stond en draaide zich richting Vinder om. Het zien van Vinders gezicht bracht meteen weer een lach op haar gezicht. "Zoiets kun je van tevoren toch helemaal niet bespreken, gekkie! Je weet toch helemaal niet wat je tegen gaat komen. Kom, laten we nu gewoon gaan en kijken wat er op ons pad komt." Zonnestraal vond dat ze zelf een mooi zegje gedaan had. Een trotste glimlach sierde haar gezicht. **Kunnen we nu dan eindelijk echt gaan?** zond ze voor de laatste keer, omdat ze weinig elfen in beweging zag komen. **Anders staan we hier nog als het donker is!**
Voor het eerst begreep Zonnestraal waarom ze nooit in één grote groep jaagde, maar altijd in twee jachtgroepen. Dit werkte zo gewoon niet. Blijkbaar waren er vreemde elfen die van tevoren dachten te weten wat ze tegen zouden komen en waarop dus gejaagd kon worden. Het idee vond Zonnestraal best komisch. Het paste ook wel bij Vinder, die was in haar ogen zoweiso altijd wat traag van begrip als het om zulke zaken ging. Het was allemaal toch logisch? Gelukkig begreep Storm het allemaal wel, die wist duidelijk hoe er gejaagd moest worden. Nog even wierp Zonnestraal een blik op haar Storm.
Vinders woorden zette Storm weer even aan het denken. Oke, hij wilde graag snel op weg, maar Vinder had wel gelijk. Hij zuchtte even diep, ook toen hij Zonnestraal reactie hoorde. Zij had op zich ook wel gelijk...
"Vinder heeft gelijk..." gaf Storm Zonnestraal schoorvoetend toe. "Op een borstelhaar is het heel anders jagen dan op een roodkwab. We moeten ze ook op een andere manier zoeken... Laten we dan eerst de groep even opsplitsen. Dan bespreken we de rest onderweg in die groepjes wel. Want wat dat betreft heeft Zonnestraal ook wel gelijk. Pas als we de situatie zien weten we wat we moeten doen, toch? Maar goed, laten we gauw de groepen verdelen, ik wil nu onderhand toch wel weg!"
Hij keek wat ongeduldig, aangezien ze al eeuwen geleden al onderweg hadden kunnen zijn! Het duurde hem allemaal een beetje te lang en aan Zonnestraal te zien wilde zij ook snel weg. Storm Keek Donderbron aan en wiebelde met zijn voet wat ongeduldig terwijl hij wachtte op Donderbron. Het zou zijn taak zijn om de groep te splitsen.
Donderbon dacht na. Zijn plan om met z'n allen te gaan jagen was in duigelen gevallen. Hij voelde de vrolijkheid en zijn motivatie wegebben uit zijn lichaam. De wind speelde met zijn lokken toen hij antwoord gaf." Laten we nu maar eens gaan en we spreken onderweg wel wat we gaan doen oke?"
Donderbron begon met lopen en trok Vinder met zich mee. "Dit gaat zo niet zoals ik het had voorgesteld, wat moet ik in de naam van de Allerhoogsten doen?" Vinder keek Donderbron aan terwijl die hem meetrok het bos in, het was toch zijn idee om de meningen van anderen aan te horen?
"Wat je het beste kan doen is om de taken te verdelen, zeker als we op borstelhaar willen jagen zal er iemand de sporen moeten gaan zoeken en er zullen elfen uitgezocht moeten worden die de borstelhaar opjagen, als we er een vinden. En anderen die het beest uiteindelijk zullen kunnen doden." zei hij vastberaden. Vinder had hier goed over nagedacht en was tot de conclusie gekomen dat je niet zomaar kon gaan jagen zonder met elkaar taken te verdelen, hij vond dat je anders onnodig risico op verwondingen liep.
"Ik zou in ieder geval al vooruit kunnen lopen en naar sporen van borstelhaar zoeken, je weet dat ik een goede spoorzoeker ben." voegde Vinder er aan toe, hiermee wilde hij Donderbron een beetje op weg helpen om zo te kunnen beslissen wat ze verder zouden gaan doen.
Zonnestraal keek verbaasd naar Storm toen ze hoorde dat deze het niet met haar eens was. Het viel haar van hem tegen. Ging Storm nu ook al zo raar doen? Zonnestraal zuchtte. ~Daar gaan we weer~ Wat was dat toch met die discussies? Normaal gesproken waren ze allang op weg geweest. Ze tok een pruillip en was blij toen Donderbron uiteindelijk toch besloot te vertrekken. Ze ging voorraan langs Donderbron lopen. "Waar gaan we naartoe?" vroeg ze hem zachtjes, om te voorkomen dat de andere elfen haar vraag hoorde en er weer zo'n discussie losbarstte.
Storm zag Zonnestraals geirriteerde gezicht. Het speet hem, hij had haar niet willen beledigen ofzo. Het leek hem gewoon het slimste om eerst de groepen te verdelen. Het waren immers twee heel verschillende jachttechnieken die nodig waren vandaag. Zonnestraals pruillip was meestal niet echt te weerstaan, en Storm wilde er net op reageren toen Zonnestraal al naar voren liep. ~Nou... ook goed hoor!~ Storm had z'n dag vandaag toch al niet echt. Door Zonnestraal negeerd worden kon er nog wel bij!
Storm stak z'n pijlzweep in zijn pijlenkoker en slofte ongeinteresseerd achter het groepje aan. Na een paar stappen bestudeerde hij zijn handen en pakte zijn mes. Met de punt van zijn mes begon hij de randjes onder z'n nagels schoon te maken. Die waren vast vies geworden tijdens zijn vechtpartij met Zwaardslag. Toen had hij tenminste over de grond gerold. Storm dacht even terug aan de ochtend... Nee, dit was echt geen geweldige dag...
"Waar gaan we naartoe?" vroeg Zonnestraal aan Donderbron. Hij hoefde niet lang te denken. "Naar het bos om te jagen natuurlijk," antwoordde hij met een knipoog. Hij bood een arm aan Zonnestraal aan en liep zo verder met de meute achter hem.
Eindelijk in het bos aan gekomen, merkte Donderbon dat Zonnestraal en hij iets verder waren. Hij wachtte op de rest en besloot toen iedereen er was, zijn plan vast te leggen. De groep kwam bijeen en iedereen verzamelde zich om Donderbron voor verdere instructies. Donderbron schraapte zijn keel om met zijn verhaal te kunnen beginnen.
"Wat ik dacht te doen is het volgende. Naar mijn mening is het vangen van Borstelharen het moeilijkste. Dus ik zou het makkelijker vinden om daarmee te beginnen. Als jullie het hier niet mee eens zijn, dan hoor ik het graag." Hij ging maar snel verder, want niet iedereen had zin en een discussie.
"Lichtspoor en Aanraking. Ik wil jullie de taak geven om vooruit te gaan, op zoek naar Borstelharen. Let op de wortels en op de hoeveelheid. Is er één alleen, of is het een groep? Hoe groot is het enzo, jullie weten het wel. De rest blijft hier. Misschien kunnen we nog naar andere dingen zoeken. Want jullie weten het, het wordt een feestmaal!"
Vinder knikte, hij was wel een beetje teleurgesteld dat hij er niet op uit was gestuurd voor het spoorzoeken, hij was tenslotte een van de beste spoorzoekers, maar het zou voor de anderen ook een goede oefening zijn, bedacht hij zich.
Hij keek om zich heen of hij ook andere prooidieren zou kunnen vinden en zag dat er aan de bast van een paar berkeboompjes was geknabbelt, dat was een teken dat er niet zo lang geleden een of meerdere zwarthoeven langs waren geweest. Het vlees zou natuurlijk lang niet zo mals zijn als in het seizoen van het nieuwe groen, maar van een volwassen zwarthoef zouden zeker vier elfen een paar dagen kunnen eten.
**Donderbron, er zijn hier zwarthoeven geweest, kijk maar... er is van de bast van die berkenboompjes gegeten.... kunnen we die ook proberen te vinden en jagen?** zond Vinder hoopvol.
Donderbron luisterde naar wat Vinder te vertellen had. Hij hoorde een vleugje teleurstelling in zijn stem. Maar dat was helemaal niet nodig. " Dat kunnen we inderdaad ook doen. Zodra de andere terug zijn met meer nieuws gaan we eerst op de borstelharen jagen en daarna zend ik jou uit om te zoeken naar Roodkwabben. En als we te weinig hebben kunnen we altijd nog kijken wat we erna kunnen doen."
"Okay, als we een Borstelhaar en een Zwarthoef kunnen vangen dan hebben we al een aardige buit, met nog een paar roodkwabben en eventueel de vis die gevangen gaat worden zal het feest vanavond wel een tijdje door kunnen gaan, denk ik zo." zei Vinder opgewekt, blij dat Donderbron nu een beetje een actieplan uitstippelde.
Schudspeer had vooral geluisterd, maar hij vond dat er nu maar eens iets moest gaan gebeuren, anders ging er zoveel tijd van deze mooie dag verloren. Goed, Lichtspoor en Aanraking zouden sporen van een Borstelhaar gaan zoeken. Het grootste gedeelte van de groep kon het beste daar op gaan jagen, want met Borstelharen moest je geen risico nemen.
Dan konden een paar elfen op zoek gaan naar een Roodkwab. Daar had hij zelf wel zin in. Toen de Zomerbron elfen voor het eerst mee op jacht gingen, was zijn poging met een net nogal in het niets gelopen, maar omdat er op Roodkwab gejaagd moest worden, had Schudspeer bedacht dat het wel van pas kon komen, en hij had een net in zijn riem gehangen voor ze vertrokken waren.
Hij bestudeerde de andere elfen eens en merkte toen Storm's pijlzweep op. Dat zou ook goed werken, Roodkwabben moesten ze vanaf een afstand kunnen krijgen, je kon zo moeilijk dichtbij komen, want ze zouden zo weg zijn.
"Donderbron, mag ik even?" vroeg Schudspeer, zodat hij daarmee de aandacht kreeg en z'n voorstel kon doen. "Ik zou graag met nog één of twee elfen naar een Roodkwab op zoek gaan. Ik denk dat mijn net en Storm's pijlzweep van pas zullen komen." Hij keek Storm aan, om te zien of deze geïnteresseerd was en zag dat Zonnestraal niet van hem weg te slaan was. Nou, dan nam hij als tweede jager Zonnestraal wel mee.
"Dan is er nog steeds een flinke jachtgroep over voor de Borstelhaar, want dat zal wel nodig zijn. Maar splitsen lijkt me wel de beste oplossing, anders gaat dit allemaal veel te lang duren." Hij hoopte dat Donderbron hem daarin gelijk gaf.
Storm was net bezig met het schoonmaken van zijn pinknagel toen hij zijn naam hoorde. Een beetje verbaasd keek hij op. Hij was niet echt aan het opletten geweest aangezien hij het wat drukker had met het schoonmaken van zijn nagels dan met iets van de jacht.
Storm wilde net vragen wat er met zijn pijlzweep was toen hij vaag herinnerde dat hij ook iets over roodkwabben en een net gehoord had op de achtergrond.
Nu alle puzzelstukjes op z'n plaats vielen keek hij Schudspeer enthousiast aan. Hij had wel zin in wat actie. Hier een beetje blijven drentelen terwijl ze wachtten op de spoorzoekers, vond hij namelijk een beetje nutteloos. Hoopvol keek hij ook Donderbron aan.
"Oh, ja! Mag het? Ik heb wel zin in een roodkwab klopjacht!" Grijzend keek hij van Donderbron naar Schudspeer en weer terug.
Vinder luisterde naar Schudspeer's vraag aan Donderbron en vond dat hij een goed idee had, als een paar elfen achter Roodkwabben aangingen dan was er meer kans op succes en dat er wat buit naar het Moederfeest gebracht kon worden, want, zo bedacht hij zich, of een jacht op Borstelhaar succesvol zou zijn was nog maar de vraag.
"Ik kan beter achter grotere prooi aangaan, zodra onze spoorzoekers een teken van Borstelhaar vinden, in het bos is mijn boemerang van geen nut en met een speer blijft er van een Roodkwab weinig meer over." legde hij een beetje overbodig uit.
Trots luisterde Donderbron naar zijn mede jachtgenoten. Eerst naar de mening van Sschudspeer en Storm en toen naar Vinder. ~Ze denken op de manier hoe ik het bijna gewilt heb.~ Nadenkend streelde hij zijn kin en keek in de richting van de drie mannen. Hij begon met Schudspreer. "Een hartstikke goed idee. Ben blij dat je er niet later mee bent gekomen. Storm wilt volgens mij mee, heb je nog anderen in gedachten die je goed kunt gebruiken?" Zijn ogen gingen over naar Storm, waar hij een knikje tegen gaf en vervolgens naar Vinder, die in zijn ogen iets onzeker over kwam. "Jong, van mij mag je gaan en als je een ander wapen wilt gebruiken wil ik best mijn boog aan je afstaan als je dat graag wilt. Een speer kan wat zijn, maar dan moet je heel vorzichtig doen inderdaad. Wat jij wilt. Het is ook een beetje jouw dag vandaag."
Vinder keek Donderbron met een schuine glimlach aan, "Aardig dat je me jouw boog wilt lenen Donderbron, maar met een speer ben ik veel handiger en bij het doden van een borstelhaar is een speer van meer nut, hun huid is al heel stug maar in deze tijd van het jaar is hun vacht nog eens extra dik, dan kost het meer pijlen eer zo'n beest gedood kan worden." antwoorde hij terwijl hij zijn speer stevig vast hield en demonstreerde op een denkbeeldige prooi, met hoeveel kracht hij zijn speer wel niet kon toestoten. Vanuit de struik waarin hij zijn speer had gestoken klonk een hoog gegil en van schrik liet Vinder zijn speer los.
"Wat was dat?" klonk het geschrokken. Toen Vinder weer een beetje was bijgekomen van de eerste schrik, duwde hij de struiken een beetje uiteen en zag dat hij zijn eerste vangst voor die dag had gemaakt; zijn speer had een langoor, geraakt. "Niet helemaal wat er op het keuzemenu van Regendans stond geloof ik," zei Vinder en hij krabde eens achter zijn oren.
"Hahaha, dat geeft niets, hoor Vinder!" zei Schudspeer, terwijl hij de jongen vriendschappelijk op z'n schouder sloeg. "Dan eten wij toch lekker die langoor op. Regendans heeft straks hopelijk al genoeg voedsel om zich rond van te eten."
Hij keerde zich om naar Storm. "Maar dan moeten wij hier niet langer blijven rondhangen, want dan komt er niets van dat alles terecht. Storm en ik zullen ons wel in ons eentje redden."
Vinder grinnikte jongensachtig "He ja, Langoor maar dan wel gebraden met wat van Maretaks kruiden." zei hij lachend terwijl hij de Langoor van zijn speer haalde.
"Zouden Aanraking en Lichtspoor al iets gevonden hebben denk je?" vroeg hij aan Donderbron.
|
|