Snelletong moest lachen om het gestamel van Vonk. "Laten we maar gaan inderdaad." Zei ze knipogend. Ze was blij dat het feest weer op gang aan het komen was. Vrolijk liep ze het bos in, op zoek naar bruikbare droge takken.
Fluitend pakte ze wat takken op. "Een moederfeest... Wat zouden jullie eigenlijk vragen?" Zelf wist ze het absoluut niet. Ze wist wel dat ze het de rest niet al te makkelijk zou maken. Grinnikend probeerde ze iets te verzinnen dat zeldzaam was.
Vonk toonde nog een ongemakkelijke glimlach en volgde toen Snelletongs voorbeeld. Hij had al een aardige wat droge takken bijelkaar gesprokkeld toen ze een vraag stelde. Hij keek even verbaast op, ~Wat ik zou vragen?~ Vonk trok een wenkbrauw op, hij was man en hij zou dus nooit een rede kunnen zijn dat het moederfeest gevierd zou worden ~Gelukkig niet... Ik vraag me af wat Pinvis zou vragen,~ bedacht hij zich toen. Hij had echt geen idee wat Pinvis zou willen.
Hij merkte dat hij was opgehouden met houtsprokkelen en ging gauw weer verder. Het was niet iets voor Vonk om andere iets voor hem te laten doen waardoor hij in het middel punt van de aandacht zou komen te staan. Dan zou hij zich alleen maar onzekerder van gaan voelen "Ik denk dat ik liever niks zou vragen." Zei hij uiteindelijk.
Toen Gladsteen klaar was met de vuurkuil, ging hij de sprokkelaars opzoeken. Misschien konden ze nog wat hulp gebruiken. Al gauw zag hij het opvallende paars en blauw van Snelletongs kleren, en toen hij dichterbij kwam zag hij Vonk ook. "Hoever zijn jullie met hout zoeken? De kuil is klaar, dus als we genoeg verzameld hebben kunnen we vast vuur gaan maken." Hij keek even naar Vonk. "Waar hadden jullie het over?"
Snelletong had ondertussen flink wat hout verzameld. "Nou kijk maar!" Zei ze tegen Gladsteen. "Er is gelukkig genoeg te vinden." Ze keek naar wat de rest al verzameld had, terwijl ze nog een tak oppakte. "Denk je dat we genoeg hebben?" Het was een heleboel water dat warm gemaakt moest worden, dus een heleboel hout was wel handig.
"We hadden het over het moederfeest." Beantwoordde ze Gladsteens tweede vraag. "Over wat we zouden vragen. Vonk vraagt liever niets en ik zou het ze lekker moeilijk maken." Met een grijns vatte ze het samen. "En jij?"
~Wat is dat nou weer voor vraag, ik word toch zeker geen moeder!~ Om zichzelf wat bedenktijd te geven ging Gladsteen eerst maar door over het hout, terwijl hij wegkeek van de lachende Snelletong. "We kunnen wel vast gaan kijken of we de kuil volkrijgen," hij blikte even schattend naar het verzamelde hout, "volgens mij hebben jullie daar al genoeg voor. Dan hebben we alleen nog nodig om het de hele tijd brandend te houden."
Terwijl hij zelf nog wat losse takken bij elkaar scharrelde, gaf hij toch antwoord. "Het maakt mij eigenlijk niet uit wat ze me te eten geven..." Hij kreeg een idee, "Je mag ook andere dingen vragen toch?" Hij grinnikte, "Dan vraag ik of ze nieuwe kleren voor me maken! In één dag! Jammer dat het er voor mij niet in zit, ik zal gewoon op mijn beurt moeten wachten..." Hij haalde even zijn hand door zijn lange haar. "Zullen we eerst even bij de kuil kijken of we genoeg hout hebben?"
Snelletong knikte en raapte nog een flinke tak op. Ze hadden inderdaad al best veel en hoewel ze nog nooit een bad had warmgehouden leek het haar wel genoeg. ~Behalve als ze de hele dag wil blijven zitten.~ Maar Snelletong ging er van uit dat zoiets wel niet zou gebeuren. Er was immers nog veel meer te beleven. Niemand van de Zonnemeerders had zoiets ooit gedaan. En de moeder wilde vast wel zien hoe alles dus zou verlopen.
"Dat is een goede!" Zei ze, lachend om het idee van Gladsteen. Al snel verdween haar lach weer. ~Wachten, ja hij hoeft alleen maar te wachten.~ Voor haar lag erkenning toch net wat anders. Ze was ervan overtuigd dat zij er niet alleen met wachten aan zou komen. ~Een zielnaam komt niet zomaar aanvliegen, toch?~ Ze twijfelde. Eerlijk gezegd wist ze het helemaal niet zeker. Zou wachten toch genoeg zijn? Waarom duurde het bij haar dan zo lang? Ze schopte tegen een steentje aan en besloot haad twijfels opzij te zetten. Een geslaagd moederfeest was nu veel belangrijker.
Gladsteen, die niks merkte van het gepieker van Snelletong, pakte zoveel mogelijk takken bij elkaar, ~Jammer dat we niet weer zo'n draagbaar kunnen maken als afgelopen herst~ en begon richting de vuurplaats te lopen. Hij keek achterom. "Hoe ver zouden de anderen zijn? Met het bad, het water, en het eten enzo?"
Vonk wierp Gladsteen een grijns toe als begroeting en ging weer verder met hout sprokkelen het gesprek van de twee elfen met een half oor volgend. "Genoeg hout denk je?" mompelde hij. Vonk raapte nog een tak op waarna hij overeind kwam en naar de stapel hout keek. "We kunnen nog wel wat dikke stammen gebruiken..." hij keek naar Snelletong en toen naar Gladsteen. "om het vuur brandend te houden." verklaarde hij er vlug achteraan. "maar we kunnen eerst dit inderdaad wel naar de borg brengen." voor als ze het niet met hem eens zouden zijn.
"Ja, we zullen het nooit weten als we hier blijven staan," zei Snelletong, terwijl ze weer richting de borg liep. "Misschien kunnen we daar dan ook zien hoe ver de rest is. Al denk ik niet dat er al elfen klaar zijn. We zijn net begonnen!" legde ze uit. Ze haalde haar schouders op, dat wist ze verder ook niet. Snelletong was het wel eens met Vonk. "Ja, we kunnen altijd nog een keer lopen en meer halen. Als dat nodig mocht zijn."
"Okee dan!" Met zijn armen vol takken liep Gladsteen richting de vuurkuil. "Ik wijs wel waar het is, ... nouja, zo moeilijk is het ook niet te vinden, maar toch." Toen hij daar aankwam liet hij het sprokkelhout in de kuil vallen. ~Hm... dat schiet eigenlijk niet echt op...~ "Ik geloof dat we inderdaad wat vaker heen en weer moeten lopen!"
Vonk trok zijn wenkbrauwen op, de takken die ze tot nu toe verzameld hadden waren net genoeg om de kuil te vullen. Ze moesten dus nog veel meer takken gaan sprokkelen wilde ze het water ook maar lauw hebben voordat het vuur weer zou doven. Hij zuchtte "Ziet er naar uit dat we nog niet klaar zijn." Hij draaide zich weer om en sjokte naar het bos. Hout sprokkelen was niet een van zijn favoriete bezigheden, maar toch het moest gedaan worden. Weer weg in gedachtte zag hij bijna een boomstronk over 't hoofd waar hij haast over zou struikelen, ook al was deze niet klein van formaat en zeker niet makkelijk over het hoofd te zien. **Snelletong? kun je me helpen met deze boomstronk?** hij probeerde gaf er een dauwtje tegen aan om te kijken of dat hij veel woog. **hij's nogal... zwaar.**
Snelletong zuchtte toen ze weer terug moesten lopen. Als het zo door ging waren ze de hele dag bezig. Ze pakte wat dunne, lange takken op. Misschien waren er genoeg om het vuur brandend te houden. Zoekend keek ze om zich heen om te zien waar Vonk was. Al snel zag ze hem.
Ze schopte zachtjes tegen de boomstam aan. "Hij is zwaar, maar met zijn tweeen moet het best lukken." Ze plaatste de lichte takken omder haar ene arm en bukte om de stam op te tillen. "Op drie. Een... Twee... Drie!"
Gladsteen haalde zijn schouders op en begon zelf wat andere takken bij elkaar te zoeken. "Als we het vuur eenmaal goed warm hebben, laten we gewoon af en toe iemand wat nieuw hout halen. De stenen houden hun warmte ook lang vast, dus zo vaak hoeven die niet ververst te worden." Volgens hem kwam het wel goed.
Snelletong knikte instemmend. "Ja, precies. Als we dit weer naar de borg brengen zijn we voor een tijdje wel klaar." Ze hoopte dat er dan nog genoeg andere dingen te doen waren. Want om nou voor een feest alleen maar hout gezocht te hebben vond ze nogal weinig.
**Hoe gaat het met het houtzoeken?** zond Bassek naar Snelletong. Een beetje onhandig liep ze met het hout weer richting de borg toen ze het zenden van Bassek ontving. **We zijn bijna klaar.** Zond ze tevreden. **Hoe staat het bij jullie?** Eigenlijk was ze best nieuwsgierig wat de rest deed en wat het resultaat zou zijn. Bassek was blij dat alles zo goed ging. **Bloesem heeft net een prachtig bad gemaakt.** zond ze terug.
Vonk tilde de stam aan het andere eind bij drie op en liep achter Snelletong aan. Instemmend knikte hij op Gladsteens voorstel, kon hij snel wat anders gaan doen. Ze kwamen weer bij de kuil en lieten de stam voorzichtig zakken. Terwijl hij zijn handen aan zijn broek afveegte keek hij om zich heen voor een andere bezigheid.
Gladsteen liet de laatste takken in de kuil vallen en bekeek het resultaat. ~Leuk, zo'n vuurkuil, maar je hebt er natuurlijk niet veel aan als het niet brandt. Wie kan hier een beetje snel vuur maken?~ "Hee Vonk!" riep hij, naar de elf die er lichtelijk verveeld bij stond, "Weet jij hoe we vuur kunnen maken?" Ondertussen dacht hij na over wat er nog moest gebeuren. Hij had her en der wat flarden van gesprekken opgevangen, het leek erop dat de anderen ook al bijna klaar waren.
Vonk die de waterhalers een tijdje stond te observeren waaronder natuurlijk Pinvis draaide zich om naar Gladsteen. "Vuur?" hij keek vragend. "Ohw,... Vúúr!" hij maakte het kleine tasje dat op zijn heup hing open maar zijn vuursteentjes zaten er niet in. Hij dacht even na, die had hij gister nog gebruikt en lagen waarschijnlijk nog in zijn den. "Ik loop wel even naar de vuurplaten om vuurstenen te halen." Hij knikte. "We hebben ook iets nodig dat snel vlamvat..." dacht hij hardop. Daarna begaf hij zich naar de vuurplaats.
"Okee, tot zo!" riep Gladsteen, en keek daarna om zich heen of er ergens nog wat droog gras stond, maar er was niet veel meer over na de winter. Toen begin hij maar wat kleinere takjes van de grote af te breken, in de hoop zo wat aanmaakhout te krijgen. Gelukkig was het hout redelijk droog.
Snelletong stond een beetje naar het bad te kijken. "Niet echt feestelijk, vinden jullie niet?" Ze bedacht even wat ze eraan kon doen. "Kom we gaan hem versieren. Er zijn vast nog wel mooie dingen te vinden ergens." Ze trok Gladsteen en Vonk weer mee het bos in. "Het moet wel een feest worden hoor."
Vonk kwam net terug van de vuurplaats en legde de vuurstenen neer om te kijken of Gladsteen al genoeg aanmaak hout had toen hij door Snelletong werd meegetrokken naar het bos. "Uh... kan Bloesem niet wat bloemen vormen? Ikuh denk niet dat er al veel zijn...tis winter toch?" Vonk was wel tevreden met het nieuwe karweitje, bovendien had hij een prachtig uitzicht op het meer waar Pinvis bezig was...
"Nou en!" Reageerde Snelletong. "Je moet wel een beetje moeite doen om het leuk te maken." Misschien was er inderdaad niet veel te vinden. "Maar we kunnen altijd zoeken naar mooie takken of stenen of weet ik wat." Ze wilde gewoon wat leuks of nuttigs doen. maar haar allerzieligste gezicht zou vast wel helpen. "Ahw, kom nouhou!"
Gladsteen was even van zijn stuk gebracht, maar liet zich toch niet overhalen door Snelletong. "Ik denk dat het even nuttiger is als iemand eerst het vuur gaat aanmaken, het kan best een tijdje duren voordat het warm genoeg is." Hij keek even naar Vonk, maar die leek zelfs nog minder geïnteresseerd in het vuur dan eerst.
"Goed, ik doe het wel. En daarna ga ik wat anders doen, als jullie het bad versieren."
Hij liep weer terug naar de vuurkuil en raapte de vuurstenen op. Eerst schikte hij het verzamelde hout in een piramidevorm, zodat het wat langer zou branden. Daarna bleef hij net zolang met de stenen op elkaar tikken totdat de aanmaaktakjes brandden. Hij blies voorzichtig, en stak zo de grotere takken ook aan.
Terwijl hij zo bezig was, dacht hij aan de woorden van Snelletong. ~Ja, het gaat natuurlijk om de gezelligheid en het feest, en 'het leuke'. Maar wat is leuk? Hoe weten we wat Regendans leuk vindt?~
Het vuur begon zich al uit te breiden, en Gladsteen stapte uit de kuil, in de hoop dat het verder wel zou branden. Toen werd hij weer nieuwsgierig naar Maretak. Wat zou hij aan het doen zijn? De laatste keer dat Gladsteen hem gezien had was bij de vuurplaten, maar daar was hij niet meer. Gladsteen begon richting Maretaks den te lopen.
Even keek Vonk wanhopig naar Gladsteen, maar die scheen niet te zien dat hij liever hielp met het vuur brandend houden. Met een zucht wierp hij een laatste blik op het meer waarna hij zich door Snelletong liet meevoeren het bos weer in. ~Mooie takken en stenen...~ Hij keek zoekend om zich heen maar zag alleen verrotte bladeren.
"Nou Gladsteen!" Verontwaardigd keek Snelletong hem na. Hoe durfde hij! Het zou zo leuk kunnen worden. "Dan niet hoor." Ze trok een boos gezicht en stapte het bos in. "Sommige kunnen ook nooit wat leuks doen." Mopperde ze, maar merkte toen Vonk op. "Nou dan wij tweetjes maar. Zijn er toch nog een paar elfen die weten wat een feest is." Speurend ging ze verder. Af en toe pakte ze wat op, maar liet het meeste weer vallen.
Vonk zuchtte en keek licht moedeloos om zich heen. Hij had tot nu toe alleen een rechte tak gevonden die hij als wandelstok gebruikte. Zijn blik dwaalde over de grond toen hij opeens tussen de wortels van een boom een tenger blauw bloemetje zag staan. Het vroege bloeiertje straalde in de schrale zon.
Voorzichtig knielde hij neer en groef het met zijn vingertoppen uit. Glunderend hield hij het omhoog. ~Voor Pinvis!~ dacht hij opgewekt. ~Of voor Regendans...~ Gewichtig streek hij over zijn kin, waar vervolgens zwarte strepen van zijn vuile handen achterbleven. Twijfelend keek hij naar het plantje in zijn andere hand. ~Voor Pinvis!~ knikte hij daarna.
Hij keek op naar Snelletong en zag dat deze nog druk bezig was met dingen zoeken. "Ehm, Snelletong? Ik uh... ga even kijken of het Gladsteen allemaal lukt met het vuur!" zei hij snel. Met een beetje geluk zou Pinvis net met een kruik komen aanlopen bij het bad! Zonder op antwoord te wachten, maakte hij rechtsomkeert naar de borg.
|
|