Regendans   [ 13/04/2003 - 09/05/2003 | Donna, Rosanne ]
Maretak keek om bij het zenden en zette een blij gezicht op. Nachtbloem was terug! Hij rende met de anderen mee, en bleef abrupt staan. Hee... andere elfen! Hoe kan dat nou? Hij glimlachte breed, en ging rustiger naar Nachtbloem toe. Vreemdelingen, daar was hij wat voorzichtig mee, dus eerst maar eens de hupper uit de bosjes kijken... Hij schudde Nachtbloem de hand en omhelsde haar voorzichtig. "Hoi Nachtbloem. Hartstikke fijn dat je d'r weer bent!" zei hij.
Hij keek naar de andere, vreemde elfen, en toen hij zag dat ze aardig waren, en de anderen zich allemaal voorstelden, kwam hij ook dichterbij en stelde zich voor. "Hallo, ik ben Maretak..." zei hij een beetje verlegen. Hij ging snel weer wat achteruit, en ging van een afstandje rustig staan toekijken, glimlachend om zoveel vreugde. Zijn hart voelde heel goed aan, zo vrolijk als het nu was!
Maretak had een stel van de beste oren van de stam. Terwijl hij daar zo stond te genieten van alle blije elfen, viel hem opeens iets op, waarvan hij even heel goed moest luisteren wat het zou kunnen zijn... Heel zachtjes hoorde hij... het leek wel... ja, het was heel zachtjes huilen, en als je niet heel goed luisterde, hoorde je het echt niet.
Het kwam van boven hem. Hij keek omhoog, en door het dichte gebladerte zag hij nog een elf zitten... en die huilde. Maretak kreeg een vreemd gevoel bij het zien van deze elf, maar hij kon het niet thuisbrengen en zette het snel van zich af. Hij was er nog niet zeker van of hij nou wel of niet naar haar toe moest gaan...

Opeens voelde Regendans iets. Ze wist niet wat het was, maar wat het ook was, het leidde haar in ieder geval even van haar gedachten af en ze haalde haar hand uit haar mond. Ze maakte een vreemd geluid dat ergens tussen een snik en een lach zat toen ze de tandafdrukken erin zag zitten. Toen hoorde ze iets onder zich. Ze keek voorzichtig door de bladeren en zag een elf staan die naar haar keek. Ze zag hem niet zo goed en probeerde een beter zicht te krijgen. Ze leunde iets te ver naar voren en verloor haar evenwicht. Ze tuimelde naar beneden en kwam bovenop de elf terecht.
Maretak kreeg niet genoeg tijd om weg te duiken en probeerde de elf daarom op te vangen. Niet al te zacht landde het meisje in zijn armen. Regendans keek verbaasd naar de elf die haar vasthield. Het liefst wilde ze meteen opstaan en wegrennen, maar iets hield haar tegen. Langzaam ging haar hoofd omhoog naar zijn gezicht.
Ze keek in zijn ogen en opeens hoorde ze een naam in haar hoofd. Pahr. Haar ogen werden groot en even was ze verstijft van angst. Toen sprong ze op en zette het op een lopen. Ze rende tot ze niet meer kon en plofte neer. Omdat ze nog moe was van de tocht en nog niets gegeten en gedronken had, was het verbazingwekkend hoe ver ze nog gekomen was.

Langzaamaan begon ze te beseffen wat er was gebeurd. Erkenning. Regendans wist niet wat ze hier mee aan moest. Ze had net nog gehuild om Klimhoog en dan moest ze nu zeker met de eerste de beste elf onder de vachten duiken? Ze kende hem niet eens! Maar dat was niet helemaal waar, ze hoorde zijn zielnaam nog steeds rondzingen in haar hoofd.
Net toen ze bezig was het zingen te bestuderen ving ze vlak na elkaar het zenden van Bliksem en Storm op. Ze voelde meteen dat haar vrienden bezorgd waren, maar het koste haar een hele tijd om rustig genoeg te worden dat ze gesloten kon zenden zonder al haar gevoelens mee te zenden. Uiteindelijk zond ze heel kort en bijna zonder enige emotie. *|Alles is goed, ik kom later.|*
Ondanks haar heftige emoties of misschien juist daar door, viel Regendans in slaap.

Regendans werd langzaam wakker. Ze merkte dat het al avond was. Terwijl ze er gedesoriënteerd achter kwam dat ze geen idee had waar ze was, begonnen haar herinneringen aan de ochtend weer terug te komen. Heel even wilde ze weer in huilen uitbarsten, maar de tranen wilden niet meer komen. Met een snuf stond ze op en besloot te kijken of ze kon uitvinden waar ze vandaan kwam. Ze had niet echt voorzichtig gelopen dus het was makkelijk om haar spoor te volgen.
Ze liep heel langzaam langs haar eigen voetsporen terug en ging telkens wat rechterop lopen. ~Ik doe gewoon alsof er niets gebeurd is, er is ook niets gebeurd en er zal ook niets gebeuren. Wie denkt die stomme elf nou dat hij is? Nee, ik negeer hem gewoon en al die andere vreemde elfen. Alles wat ik wil is een plekje voor mezelf waar ik alleen kan zijn.~
Verderlopend besefte ze dat ze haar vrienden eigenlijk wel miste. Ze vroeg zich af hoe het nu met Bliksem ging en begon wat harder te lopen. Regendans kwam aan bij de borg. Ze had geen idee waar haar vrienden waren dus zond ze maar, *|Bliksem, voel je je al beter?|*