Op zoek naar Roodkwabben   [ 22/03/2004 - 18/04/2004 | Afke, Carla, Tineke ]
Storm was opgelucht dat hij niet achter de grote groep jagers aan hoefde te hobbelen, maar nu eindelijk wat actie kon ondernemen. Nouja, actie? Hij en Schudspeer zouden eerst een roodkwab moeten vinden voordat ze echt in actie konden komen natuurlijk. De roodkwab zou voor Regendans zijn, maar Storm hoopte stiekem een paartje te vinden, want hij lustte ook wel graag het vlees van zo'n vogel. En hij verwachtte dat anderen ook wel een boutje zouden willen.
Storm was de verhalenbewaarder erg dankbaar dat deze juist hem gevraagd had als jachtpartner. *|Bedankt he. Ik had wel zin in wat actie,|* zond hij gesloten naar Schudspeer. Storm keek even bedenkelijk. Hier midden in het bos hadden ze minder kans om een roodkwab te vinden. Storm herinnerde zich dat ze meer op de open vlaktes rondliepen.
"Zullen we dan maar naar de rand van het bos gaan? Want roodkwabben hangen meestal daar, of op vlaktes rond." Hij keek Schudspeer vragend aan. "Of weet jij nog een vlakte waar ze zouden kunnen zitten?"

Storm keek rond om te kijken welke kant dat ze dan op zouden moeten. Hij twijfelde even en besloot maar gewoon te wachten totdat Schudspeer aan zou lopen, dan zou hij tenminste niet de verkeerde kant op lopen.
Zonnestraal liep wat half achter de twee mannen aan. Een trotse glimlach sierde haar gezicht. Schudspeer, de stamoudste en verhalenbewaarder, had hèn uitgekozen om mee te jagen. ~Als vader dit toch kon horen!~ Zonnestraal wist dat Schudspeer eigenlijk vooral Storm gevraagd had, maar zij stond daar immers ook bij. En Schudspeer had ermee ingestemd dat ze met de twee mee ging. Zonnestraal keek naar Storm. Hij moest inderdaad wel een goede jager zijn als Schudspeer met al zijn ervaring hem eruit kiest.
Opeens bleef Storm stilstaan en Zonnestraal, die vlak achter hem liep, botste tegen hem op. Ze viel achterover en belandde op haar achterste.

"Whohooo!" riep Storm uit toen Zonnestraal tegen hem opbotste. Geschrokken draaide hij zich snel om. Hij had niet doorgehad dat Zonnestraal achter hem liep, anders was hij natuurlijk niet zomaar ineens gestopt. Toen hij de elfin verbaasd op de grond zag zitten ontsnapte hem een grinnik. Een grinnik die al gauw in een luidruchtige lach veranderde. Storm wist dat hij eigenlijk wel stil zou moeten zijn, aangezien ze op jacht waren enzo, maar hij kon er echt niet aan doen.
Nog nalachend keek hij Schudspeer aan. "Sohohorry," probeerde hij zich te verontschuldigen. Storm hoopte maar dat Schudspeer niet boos zou worden, maar als hij verwachtte dat deze het ook wel grappig zou vinden. hij had de stamoudste ondertussen een beetje leren kennen. Storm stak zijn hand uit om Zonnestraal omhoog te helpen. "Hier, pak m'n hand..." zei hij vriendelijk met nog iets lacherigs in zijn stem.

Op het moment dat Storm zijn hand uitstak om Zonnestraal te helpen pikte hij het zenden van Donderbron op, waarin hij liet weten dat ze op jacht gingen. "Oh, ze hebben sporen gevonden denk ik..." zei Storm en besloot om dan maar meteen terug te zenden. Als Donderbron maar niet dacht dat ze nu terug zouden keren om hun mee te helpen. Ze moesten zelf maar die borstelharen aanpakken, zij waren nu naar wat lekkere roodkwabben op zoek!
**Veel succes ermee!** zond Storm daarom, **We horen straks wel hoe het is gegaan.** Met een grijns keek hij Zonnestraal en Schudspeer aan. "Kom, we zullen gauw verder gaan!"

Toen Storm begon te lachen, keek Schudspeer vluchtig om. Oh, Zonnestraal was hen nog wel gevolgd. Hij had het eigenlijk wel best gevonden om met z'n tweeën te gaan. Zeker nu hij zag wat Zonnestraal veroorzaakte bij Storm. Heh verdorie, net was de jongen nog serieus geïnteresseerd geweest. Het was ook wel vreemd om met twee elfen te jagen die beide niet in zijn jachtgroep zaten. Hij wist daarom niet goed wat hij van hen kon verwachten, hoewel Storm, net als de andere Zomerbronners, geregeld van jachtgroep gewisseld hadden, omdat ze nog niet gekozen hadden.
Toen Storm naar Donderbron zond en daarna weer wel enthousiast op de jacht gericht was, voelde Schudspeer wat opluchting. Die Storm leek eigenlijk wel een beetje op hem. Zo nu en dan een beetje melig, maar serieus op z'n tijd en gedreven als dat nodig was.
Dat kon de verhalenbewaarder wel waarderen. Hij hoopte dan ook dat Storm toch eens zou besluiten zich bij de jachtgroep van Roodklauw te voegen, evenals zijn zus Bliksem, welke Schudspeer allang als vriendin was gaan beschouwen.

"Goed," zei Schudspeer en knikte naar de jonge elf. "Ik weet enkele kleine, open plekken hier in de buurt. Die zullen nu nog wel kaler zijn dan anders, dus we zullen stil moeten zijn, anders worden we te snel opgemerkt." Hij glimlachte ook even naar Zonnestraal, die ondertussen ook weer rechtop stond. Daarna haalde hij het net uit z'n riem en hield het klaar, want hij zou het waarschijnlijk meteen moeten kunnen gebruiken.
**Hou je pijlzweep klaar voor gebruik, Storm. Zonnestraal...** Schudspeer dacht even na, zij had ook alleen een speer bij. **Mocht ik met mijn net wat vangen, of mocht het dan juist ontsnappen, dan reken ik op jouw snelheid en jouw speer, goed?** Zijn eigen speer wist hij op z'n rug vast te snoeren. Die kon hij niet echt gebruiken nu hij zich met dit net bezig ging houden. Hij wilde wel goed kunnen gooien uiteraard. **Goed, dan gaan we.**

Zonnestraal lachte hard met Storm mee. Toen ze wat later Schudspeer's gezicht zag, had ze het idee dat deze al haar gelach niet zo op prijs stelde en dus probeerde ze haar lach in te houden. Dit koste even wat tijd, want ze had echt een flinke lachbui te pakken.
Maar toen Schudspeer serieus zaken begon uit te leggen, lukte het haar wel om stil te zijn. Zonnestraal hoopte immers dat de jacht snel om zou zijn. Ze voelde zich wel belangrijk in het bijzijn van de twee mannen, maar voelde zich het prettigste met meerdere elfen om haar heen. Zonnestraal's ogen werder groot. ~Er wordt op mij gerekend. Schudspeer rekent op mij!~ Snel keek ze naar Storm, had hij dat ook gehoord? Maar Storm leek zelf ook erg geconcentreerd bezig.
Trots hield Zonnestraal haar speer naar voren "Jullie kun..." **Jullie kunnen op mij rekenen.** Het lachen was nu compleet voorbij, tijd voor serieuse zaken. Stilletjes sloop ze achter Storm en Schudspeer aan.

Door al het gelach was Storm zijn gekneusde ribben weer wat meer gaan voelen. Hij voelde er wat steken doortrekken en hij drukte daarom licht zijn arm ertegen op de pijn te stabiliseren. Storm beet even op zijn lip en dacht aan Bliksem. Hij vroeg zich af hoe het met haar was. Hij had haar gezicht gezien, maar hij had ook haar woede gevoeld toen hijzelf al op jacht was. Omdat het waarschijnlijk vrij persoonlijk was had Storm zich ervoor afgesloten, maar dat hield niet weg dat Storm benieuwd was naar de reden van Bliksems kwaadheid. Nu hij er zo over dacht en Bliksem probeerde te 'scannen', merkte hij dat het zijn tweelingzus al iets was gekalmeerd. ~Gelukkig.~
Met een nog verbeten gezicht vanwege zijn eigen pijn, luisterde hij naar Schudspeer, toen die opdracht gaf om klaar te staan voor wat actie. Zo goed als het kon negeerde Storm zijn eigen pijn en ook de gevoelens van Bliksem blokte hij weer. Hij pakte z'n pijlzweep en een pijl uit zijn koker en hield ze al op de juiste manier vast. Zijn armen waren nog laag, maar hij kon nu elk moment toeslaan. Als vanzelf hield Storm niet alleen zijn armen laag maar dook hijzelf, als in een sluiphouding, ook een klein beetje in elkaar. Storm was er klaar voor!

Op het moment dat ze de vlakte, die Schudspeer hen had gewezen, bereikten spitste Storm zijn oren om bekende geluiden op te vangen. Hij hoorde allerlei vogelgefluit, maar de duidelijk herkenbare roep van de roodkwab zat er nog niet bij. Storm hield even halt zodat hij zich helemaal op de geluiden kon concentreren. En ja! Nu hoorde hij het. Het was nog een beetje zachtjes, maar het was toch duidelijk een roodkwab!
**Horen jullie 'm ook?** Storm keek Schudspeer en Zonnestraal aan. Hij wees naar de richting vanwaar het geluid kwam. **Ik geloof dat er daar één... Nee! Twee! Er zitten er daar twee!** Storms ogen twinkelden. Hij wist nu zeker dat hij twee roodkwabben had gehoord.
~Iets horen?~ Wild keek Zonnestraal om haar heen. Ze hoorde niets en ze zag ook niets of... Zonnestraal hield haar hoofd stil en luisterde aandachtig.

Ja, inderdaad! Vanuit een richting kwam duidelijk geluid. Zonnestraal herkende het niet als geluid van Roodkwabben, voor haar klonken bijna alle dieren hetzelfde. "Ik hoo..." Zonnestraal wilde van enthousiasme luid uitroepen dat ze het geluid ook hoorde, maar de blikken van Schudspeer en Storm zorgde ervoor dat ze haar woorden nog op tijd inslok. **Ik hoor ze ook.** zond ze toen wat minder enthousiast dan eerst. Het was wel even wennen om met zo'n klein groenpje èn twee van zulke ervaren jagers mee op pad te zijn.
Zonnestraal besloot daarom haar best te doen zich stil te houden. Ze zou de twee voorop laten gaan en gewoon stilletjes volgen. In ieder geval zou ze dit zo gaan proberen.
Gelukkig waren de Roodkwabben niet zo heel dichtbij en Storm dacht dat ze ondanks Zonnestraals reactie nog wel op dezelfde plaats zouden zitten. Storm wilde eigenlijk al meteen op Zonnestraal reageren, maar schijnbaar had ze zelf ook al door dat het niet heel erg slim was om hard te gaan roepen. Storm was in Zomerbron altijd visser geweest - iets wat hij hier in Zonnemeer eigenlijk niet heel veel meer gedaan had - maar als er gejaagd moest worden deed daar altijd iedereen mee. Het was een heel ander soort jacht, maar in wat voor jacht dan ook, als je ging jagen hield je je mond. Anders kon je de prooi mooi vergeten.

**Voorzichtig** zond hij, eigenlijk overbodig, **Laten we richting het geluid lopen...** Terwijl Storm verder liep gingen zijn gedachten even naar Zomerbron. Hoewel het leven hier steeds meer ging wennen, dacht hij af en toe weemoedig terug aan zijn geboorteplaats. Storm had het in de tussentijd geaccepteerd dat hij zijn stamgenoten en de mooie omgeving van Zomerbron nooit meer terug zou zien. Hij had hier nieuwe vrienden gemaakt en hij had Regendans en Bassek nog. En natuurlijk Bliksem... Wat moest hij zonder haar?
Nee, hij had nu al zoveel vrienden en familie moeten missen, hij wilde er niet aan denken hoe het nu geweest zou zijn als Bliksem de dag van de aardbeving niet mee was gegaan op jacht. Nachtzang, Dauwdruppel, Springhaar en alle anderen moeten missen was al erg genoeg!
Plots hoorde Storm de roep van de roodkwabben weer. Doordat hij zo in gedachten was geweest, had hij de afstand niet helemaal in de gaten gehouden. Maar nu bleek dat ze al erg dichtbij waren! Alle gedachten over Zomerbron van zich afschuddend stopte hij met lopen en zond naar de anderen. **Hoe zullen we het doen? Ik denk dat jij met je net het beste vooruit kunt, Schudspeer, of hadden jullie een ander idee?**

Schudspeer grijnsde tevreden toen hij Storm hoorde zenden dat hij een Roodkwab had gehoord en helemaal toen hij er achteraan zond dat het er waarschijnlijk twee waren. Dan moesten ze er toch minstens één wel kunnen vangen! Ze waren tenslotte met z'n drieën. Storm begon in de juiste richting te sluipen en Schudspeer volgde hem, zeker wetend dat de jongen het wel goed gehoord zou hebben, daar was hij van overtuigd!
Toen Storm naar hem zond over de aanpak, knikte de verhalenbewaarder lichtjes. **Ja, ik zal eerst proberen of het lukt met het net. Ik kan vast redelijk dichtbij komen, ze zullen niet snel bang zijn. Pas als ze merken dat wij gevaarlijk zijn, zullen ze op vliegen.** Storm bleef nu op zijn plaats staan, terwijl Zonnestraal ook in positie ging staan en Schudspeer verder doorliep... Zo zachtjes mogelijk.

Hij had de twee vogels dicht kunnen naderen. Het waren een mannetje en een vrouwtje, het vrouwtje was druk bezig iets te zoeken, terwijl het mannetje Schudspeer in de gaten hield. ~Kalm maar, manneke. Russsstig, zo ja,~ zei Schudspeer in gedachten tegen de Roodkwab. Hij hield het net voor zich en hief het steeds een beetje meer op, heel langzaam. Hij zette z'n voeten zo neer dat hij klaar was om te gooien, pauzeerde even...
~Nu!~ dacht Schudspeer, maar blijkbaar schemerde de geplande actie teveel door in zijn beweging, want net op het moment dat hij het net gooide, vloog het mannetje wild fladderend op! Schudspeer gooide niet mis, maar door de vleugelbewegingen van de vogel veroorzaakte het een briesje wat het net terug over Schudspeer heen gooide. Schudspeer schrok ervan, stuimelde achteruit, struikelde over een steen waardoor hij achterover viel en probeerde het net van zich af te krijgen, wat niet al te best lukte.

Van een veilige afstand bleven Zonnestraal en Storm wachten. Het was nu aan Schudspeer de Roodkwabben te vangen. Of althans, een eerste poging te doen. Storm hield zijn pijlzweep in de aanslag. Hoewel hij zijn ogen op Schudspeer en de prooi hield, zag hij vanuit zijn ooghoeken dat Zonnestraal ook klaar stond om toe te slaan. Ze hield haar speer al boven haar schouder vast.
Storm hoopte dat het Schudspeer zou lukken om de beesten met het net te vangen. In dat geval zouden Zonnestraal en hij niet veel te doen te hebben, maar het zou wel fijn zijn. Storm herinnerde zich Schudspeer's laatste poging met het net en gunde het de verhalenbewaarder van harte dat het deze keer beter zou gaan.

Vol spanning keek Storm hoe Schudspeer zijn net ophief en plots toesloeg. Helaas vloog het mannetje op. Storm zag Schudspeer vallen, maar had niet direct in de gaten wat er aan de hand was. Zonnestraal reageerde snel en gooide haar speer richting het mannetje. Storm had niet gezien of het raak was, want door alle commotie was het vrouwtje ook opgevlogen. Storm spande zijn pijlzweep en liet zijn pijl richting de vrouwelijke Roodkwab vliegen. Geen van de beide vogels vloog nog, wat dus betekende dat ze allebei geraakt waren. Storm zag de laatste met een kwak naar beneden vallen. Hij had gewacht om te zien of hij raak geschoten had, maar Zonnestraal was al vooruit gelopen om naar Schudspeer te gaan kijken.

Schudspeer zat net als de vorige keer helemaal verward in het net, alleen zaten nu niet alleen zijn armen er in, maar had hij ook moeite om het net van z'n linkeroor te krijgen. "Ik denk dat netten iets tegen mij hebben!" zei Schudspeer half geïrriteerd, half lachend. "Misschien kan ik voortaan beter Schudnet genoemd worden," zei hij, verwijzend naar zijn gehannes om het net van zich af te krijgen.
Toen dit toch echt niet lukte, kwam hij alsnog in een lachstuip. Aan Zonnestraal en Storm's gedrag had hij al gemerkt dat de jacht toch wel gelukt was, dus stil zijn was nu niet meer nodig en dat kwam goed uit. "Oooh Zonnestraal, help me hier alsjeblieft uit," zei hij smekend toen ze hem kwam helpen. Ook Zonnestraal giechelde constant, maar ze begon toch uit te zoeken hoe al die draadjes om Schudspeer's armen zaten.

Toen Storm ook zag hoe Schudspeer zich vast had gewerkt in het net, grinnikte hij. "Schudnet zou zo'n verkeerde naam nog niet zijn..." grapte hij. "Je weet toch wel dat het net over de prooi moet?" vroeg hij enigzins sarcastisch. Storm liep dichterbij en ging Zonnestraal helpen met het bevrijden van 'Schudnet'.
"Hoe heb je dit nu weer vor elkaar gekregen?" vroeg Storm stomverbaasd, toen hij zag hoe erg de verhalenbewaarder vast zat. Als Schudspeer niet had bewogen had het waarschijnlijk wel mee gevallen, maar door zijn eigen bevrijdingspogingen was de elf alleen maar vaster komen te zitten.
Storm had even achterom gekeken en zag de twee Roodkwabben liggen. Ze waren dus inderdaad allebei geraakt. Storm besloot dat de Roodkwabben wel even konden wachten en pulkte ook wat aan het net om het losser te laten zitten. "Zal ik het maar met een mes proberen? Ik ben nooit zo goed geweest in knopen..."

"Hou op, hou ooooop!" lachte Schudspeer om Storm's opmerkingen. "Ik kom nou al niet meer bij, hahaha!" Hij probeerde de tranen uit zijn ogen te vegen met enkele vrije vingers. Daarna lukte het hem het net van zijn oor te haken, waardoor de bevrijding al wat meer opschoot. Nu zag hij tenminste meer, en hij besloot rechtop te gaan zitten. Hij wierp een blik op de vogels en zag tevreden dat ze inderdaad allebei geraakt waren.
Eindelijk kalmeerde hij nu een beetje, toen het hem lukte het net van zijn rechterarm af te schuiven. De andere arm was nu ook snel bevrijd, hoewel het net nog steeds een warboel van knopen was. "Zo, hoeven we niet te snijden, want dat zou zonde zijn. Misschien dat het Zachtvoet wel lukt, als ze probeert het op haar gemak te ontwarren," zei hij.
Hij frommelde de bundel draadjes in zijn riem, waarna hij naar de vogels liep en ze inspecteerde. Hij pakte het mannetje op, wat flink bebloed was door zijn wond, bond een veter om zijn pootjes en hing deze aan zijn riem. "Draag jij het vrouwtje, Storm?" vroeg hij, toen hij zag dat Zonnestraal niet iets dergelijks om had. "Ze kan mooi aan de band van je pijlkoker hangen."

Opgelucht dat Schudspeer zich had weten te bevrijden -zij het met wat hulp- liep hij achter Schudspeer aan naar de neergeschoten vogels. Toen Schudspeer voorstelde dat Storm het vrouwtje zou dragen, knikte Storm. Aan de band van zijn pijlenkoker maken was inderdaad makkelijker dan de hele tijd vast houden. Zonnestraal was op zoek gegaan naar haar speer, terwijl Storm de Roodkwab vastmaakte. Hij had uit het ondervak van zijn pijlenkoker een bundeltje touw gehaald en de vogel met de poten vastgebonden.
Toen Zonnestraal terugkwam had ze niet alleen haar speer bij, maar ook Storm's pijl. "Hier, die kwam ik ook tegen," zei ze, terwijl ze de pijl aan Storm gaf. "Dank je!" Storm keek even vreemd. Hij had inderdaad geen pijl uit de vogel hoeven te halen, maar ze was duidelijk dood. Toen Storm zijn pijlenkoker op zijn rug hing, bungelde de dode Roodkwab slapjes heen en weer.
"Nou, proficiat met de vangst!" zei Storm met een grijns tegen de anderen. "Dan kunnen we nu terug... ik heb er honger van gekregen." Storm grinnikte en liep aan. De drie elfen liepen al een heel eind terug, speculerend over de resultaten van de andere jacht die nu gaande was.

Na een poosje gelopen te hebben voelde Storm plots iets op zijn rug. Hij schrok! De dode Roodkwab bleek toch niet zo dood! Het vrouwtje fladderde alle kanten op, maar kwam nergens aangezien ze met haar poten vastgebonden zat. "Ieeeeh! Haal haar eraf! Haal haar eraf!" Hij probeerde het beest zelf te pakken te krijgen, maar aangezien ze op zijn rug zat kon hij er niet bij.
Storm probeerde naar achter te reiken, maar dat resulteerde er alleen maar in dat hij nu flinke steken in zijn ribben kreeg. Hij sloeg zijn ene arm om zijn ribben en de boog, de andere nog steeds naar achteren om het beest te pakken. Hij zakte op zijn knieën. De steken bij zijn gekneusde ribben werden erger en hij hield nu beide armen tegen de zijkant van zijn borstkas.
"Storm!" gilde Zonnestraal. Ze wilde hem helpen, maar durfde eigenlijk niet dichterbij te komen bij dat wild fladderde vrouwtje. Ze hief haar speer en probeerde de vogel te raken door te slaan, maar dit lukte niet echt.

Schudspeer schrok ook toen de Roodkwab ineens weer tot leven leek te komen, maar vast niet zo erg als Storm! Hij was even van zijn stuk gebracht, omdat ie dacht dat ze toch echt dood was geweest, maar blijkbaar was ze alleen geschampt door Storm's pijl. En nu was ze weer bij bewustzijn gekomen!
Nu hij de situatie juist in kon schatten, omdat hij weer helder was na de eerste verbazing, zond hij naar Zonnestraal dat ze haar speer even aan de kant moest houden, zodat hij erbij kon. Storm was door zijn knieën gegaan, wat het voor Schudspeer makkelijker maakte om dichterbij te komen, de vogel na enkele pogingen te grijpen en haar de nek om te draaien. Hijgend zakte hij naast Storm neer en toen iedereen van de schrik bekomen en gekalmeerd leek te zijn, merkte Schudspeer op dat Storm er niet al te best uitzag. "Heeft ze je ergens hevig geraakt?" vroeg de verhalenbewaarder, Storm's rug onderzoekend.

Een diepe vermoeide zucht onsnapte Storm's lippen, toen de vogel door Schudspeer genekt werd. **Dank je,** zond hij, nog nahijgend. Hij voelde zijn ribben nog goed, maar de pijn was iets afgenomen nadat het beest opgehouden was met fladderen. Een scheve grijns verscheen op zijn lippen, toen Schudspeer hem vroeg of de vogel hem pijn had gedaan. Snel keek Storm opzij naar Zonnestraal, hij twijfelde even of hij het wel kon zeggen. Dadelijk vonden ze hem een slappeling ofzo?
"Nou ja, met m'n rug is niet zozeer iets aan de hand," zei hij terwijl hij langzaam en voorzichting weer opstond. "Ik geloof dat Zwaardslag me daarstraks iets beter heeft geraakt dan ik zou willen... Ik geloof dat m'n ribben iets of wat gekneusd zijn." Storm keek naar Zonnestraal en zag dat ze bezorgd keek. "Maar het gaat al wel weer hoor!" zei hij er daarom snel en zogenaamd opgewekt erachteraan.

Schudspeer glimlachte voorzichtig naar hem. "Ik denk dat we toch beter meteen door kunnen lopen naar Kristal's den als we terug zijn. Moeten we wel hopen dat ze niet al te erg uitgeput is van het genezen van Zwaardslag, anders moet je het vandaag maar even rustig aan doen." Hij stond nu zelf ook op en wisselde een blik met Zonnestraal. "Kom, laten we maar gaa, we zijn hier nu wel klaar," zei hij, en begon aarzelend aan de weg terug, terwijl hij af en toe om keek om te zien of Storm goed kon volgen. Als ze rustig liepen en af en toe pauzeerden zou het wel goed komen.