Blij dat ze een directe opdracht van Bliksem kreeg dook Zachtvoet de borg in. Omdat er geen potten direct waren te vinden dook ze hier en daar een den in, de elfen zouden ze wel weer terug krijgen. Ondeugend glimlachend schoot ze zo snel mogelijk door de borg heen, de potten en kruiken verzamelde ze langs de wand op grootte.
Toen ze er een stuk of acht had klemde ze zo voorzichtig mogelijk een aantal grote kruiken en potten tussen haar armen en begon voorzichtig weer naar buiten te lopen. De potten klingelde zachtjes op elkaar, iets wat gezellig en muzikaal door de borg klonk.
Als ze zouden breken zou Goedoor het haar voorlopig niet vergeven en daarom verkende ze de grond voorzichtig met haar voet zodat ze in ieder geval niet zou struikelen.
*|Zachtvoet, ik wil je wel helpen met het water halen. Op die manier ben ik toch steeds in de buurt als er nog iets geregeld moet worden...|* zond Bliksem naar haar.
*|Graag, ja dat komt inderdaad mooi uit... Ehm... Potten en kruiken,|* zond Zachtvoet terug, terwijl de potten zacht begonnen te wiebelen.
Ook Zilverbes wilde een steentje bijdragen. Ze was onderweg geweest naar Zwaardslags den maar had gerealiseerd dat ze daar niet veel kon doen. Dus besloot ze om mee te helpen met water te gaan halen, daar ze in jagen niet echt uitblinkte. Vlug zocht ze enkele potten en rende achter Zachtvoet aan.
Pinvis had zich al die tijd nogal afwezig gehouden. Ze was aanwezig geweest bij de ceremonie rond Regendans, maar ze had niet rond de vuurplaten gezeten. Ze had zichzelf een plekje toegeëindigd op de rotsformatie erachter. Van daar uit had ze alles kunnen overzien, en tegelijkertijd liep ze weinig kans om erin betrokken te raken, want daar had ze absoluut geen zin in.
Ze had het er niet meer met de anderen over gehad, maar wat er met hen gebeurd was op Geestenrots, zat haar nog altijd dwars. Hoewel het nog winter was, had Pinvis zich al die tijd niet al te dicht in de buurt van een vuur gewaagd, bang dat ze zich eraan zou branden.
Maar dan had ze wel een probleem, ze had het dan namelijk vaak te koud, en daar had ze net zo goed een hekel aan. Daarom had ze een oude bontjas van haar vader opgeduikeld en daarbij droeg ze ook nog haar herfstshirtje eronder. Helemaal ingepakt had ze zo bovenop de rotsen gezeten.
Toen de commotie rond Zwaardslag begon en een deel van de groep zich van de vuurplaten verwijderde, werd Pinvis wat alerter. Ze had zich rot verveeld en was wat ingezakt, maar nu gebeurde er eindelijk wat. Vanaf haar plekje kon ze alles in de gaten houden en ze zag dat de ceremonie snel afgerond werd, en dat de stam aan de slag ging. Er werd ineens een vaart achter gezet door Bliksem, en alle elfen begonnen in verschillende richtingen te verdwijnen.
Pinvis kwam voorzichtig een beetje overeind, niet zeker wetend wat ze nu zou doen. Als ze niet mee zou helpen, zou ze er straks vast op aangekeken worden door haar vader. Bovendien wilde ze Schudspeer niet nogmaals teleurstellen, en hij speelde toch wel een erg grote rol in dit hele gebeuren. Ze hoorde dat Zachtvoet op het water-onderdeel werd gezet, en ze zag dat haar moeder daaraan mee ging helpen. Water, dat was nog altijd vertrouwd. Pinvis besloot zich daar ook op te gaan richten.
Voorzichtig klom ze van de rots af en het laatste stukje deed ze met een sprong. Ze had goed kunnen zien waar Zachtvoet heen gegaan was, dus kon ze er nu recht op af lopen. Ze zag dat de wever alle potten en kruiken aan het verzamelen was en ze op aan het stapelen was tegen een wand van de Borg. Ze knikte even naar Zachtvoet en Zilverbes, als teken dat ze mee zou helpen. Daarna greep ze twee grote kruiken en begon richting het Zonnemeer te lopen.
Nadat ze zich ervan verzekerd had dat alles liep zoals het moest lopen, begon Bliksem richting de Borg te lopen. Daar dacht ze Zachtvoet gezien te hebben, en ze had haar beloofd te helpen met het water...
Toen ze daar aankwam zag ze dat de omkomst voor de watertaak groter was dan ze had verwacht. Niet alleen was Zachtvoet al een aardig eind gevorderd met het verzamelen van de kruiken, maar ze had ook gezelschap gekregen van Pinvis en Zilverbes, zag Bliksem.
Met zijn drieën zouden die waarschijnlijk al behoorlijk snel voldoende water gehaald kunnen hebben, zeker nu alle kruiken al klaar stonden. Bliksem besloot de 3 vrouwen nog even alleen verder te laten gaan. Ze zou zo wel terugkomen en als het dan nodig was, kon ze alsnog helpen...
Nu wilde ze eigenlijk eerst iets doen, waar ze al even op had gewacht. Zwaardslag opzoeken!
Een vastberaden uitdrukking verscheen op haar gezicht. Bliksem wierp nog een laatste blik op de waterhalers en liep toen naar een van de kleinere ingangen van de Borg. Handig glipte ze door de opening naar binnen, uit het zicht van Pinvis, Zachtvoet en Zilverbes.
Zachtvoet snelle ogen flitsten heen en weer tussen Pinvis en Zilverbes. Ze groette beide vrolijk en schonk ze allebei een stralende glimlach. Ze probeerde snel haar balans weer te vinden en begon ook richting het water te lopen. Ze liet de kruiken zachtjes in het water zakken en keek geduldig toe hoe de kruik zich langzaam vulde met water. Kleine bubbels lucht bubbelde naar de oppervlakte en onwillekeurig moest ze er even om glimlachen.
Voorzichtig keek ze even vanuit haar ooghoeken naar Pinvis. Ze dankte de Allerhoogsten dat Donderbron niet mee was gegaan. Maar niet veel elfen hadden er over vertelt. Voorzichtig vulde ze de tweede kruik.
Voorzichtig pakte Zilverbes enkele kruiken op en balanceerde ze deze in haar armen. Zachtvoet groette haar en Pinvis vriendelijk en vlug lachtte Zilverbes terug. Deze haastige glimlach was niet kwaad bedoeld maar ze had moeilijkheden om de kruiken niet te laten vallen. Vlug concentreerde ze zich terug op haar werk. Ze zette stapje voor stapje vooruit om zeker te zijn dat ze niet viel.
Ze was al goed gevorderd toen ze ineens bleef haperen aan een uitstekend takje. Enkele seconde later lag ze languit op de grond. ~Pffff, waarom moet mij dit nu weer overkomen.~ dacht ze. Ze vreef even over haar eleboog en knieën, zodat het vuil eraf viel. Ze zag een straaltje bloed van haar knie druipen maar trok het haar niet echt aan. "Oh nee, de kruiken!" riep ze ineens uit. Iets verderop lagen 5 kruiken in het gras. Haastig kroop Zilverbes ernaartoe.
~Hopelijk is er niets gebroken.~ Ze pakte één voor één de kruiken op en bestudeerde ze op barstjes. "Oef, niets stuk, gelukkig zijn ze in het malse gras gevallen " Ze raapte de kruiken bijeen en haaste zich achter Zachtvoet en haar dochter aan. ~Hopelijk heeft niemand mijn valpartij gezien~ dacht ze nog.
Instinctief had Zachtvoet een blik over haar schouders geworpen en een ogenblik van Zilverbes haar valpartij gevangen. "Wel heel blijven, hé?" zei ze plagend tegen Zilverbes toen die naast haar neerknielde. De kruiken waren zwaar geworden door het water, nu moest ze waarschijnlijk twee keer lopen. Ze wilde geen water verspillen, al hadden ze er zoveel van.
**Heb je nog hulp nodig met het water halen?** zond Bassek naar Zachtvoet. **Ik heb hier een aantal volle kruiken staan die ik zelf niet allemaal tegelijk kan dragen. Misschien dat je die kunt tillen? Is trouwens het bad al af?** zond ze nieuwsgierig naar Bassek.
**Ik kom eraan.** zond Bassek **Het bad is al af en ik geloof dat ze ook al bijna klaar waren met het vuur.**
Zilverbes kwam aan bij het meer en knielde naast Zachtvoet neer. Meteen begon ze met het vullen van haar kruiken. Zilverbes keek op na Zachtvoet's opmerking. "Ja, hoor, natuurlijk!" riep ze uit en voegde er een stralende glimlach aan toe. Ze keek even naar omhoog, naar de mooie blauwe lucht. "Een geluk dat het niet regent, vind je ook niet?" Zilverbes had net één kruik vol en zette die naast haar neer. Ze pakte een tweede vast en dompelde hem onder.
Bassek was met grote passen richting het meer gelopen. Over een tijdje zou Regendans een heerlijk warm bad hebben, dat zou haar vast wat meer ontspannen. Ze zag Zachtvoet, Zilverbes en tot haar verbazing ook Pinvis bij de waterkant bezig met de kruiken. Tot nu toe had ze Pinvis niet gezien als iemand die met zoiets als het moederfeest de moeite zou nemen om te helpen. Ze haalde haar schouders op en begroette de drie. Zo te zien hadden ze best veel kruiken hier naar toe gesleept.
"Dat hebben jullie hier snel naar toe gekregen." Ze pakte een van de ke kruiken op. "Zullen we ze dan maar naar het vuur gaan brengen?" Ze bukte voorover om nog een kruik te pakken. Een hoop water gutste over de rand. ~Waarom overkomt mij dat nu weer.~ dacht ze beschaamd. Ze hurkte neer aan de waterkant en hield de kruik onder water. Meteen reageerde haar hand op het koude water en haar eerste reactie was om de kruik los te laten. Gelukkig lag hij al zowat op de bodem en kon ze ehm er zo weer uithalen.
Zachtvoet lachte terug naar de raadgeefster. Het was inderdaad een stralende dag.
"Als het had geregend, dan hadden we het bad niet hoefen vullen en had het zichzelf uiteindelijk wel gevuld," grinnekte ze. Niet dat ze problemen had met het heen en weer lopen, maar ze zag het al helemaal voor zich.
"Zou er zoiets bestaan als een regenmaker?" vroeg ze zich even hardop af. Verhalen van vroeger sprongen als vissen uit het water bij haar op en romantisch had ze er in geloofd. Nou, tot op zekere leeftijd. Misschien dat Bassek er wel eens van eentje had gehoord! Zij kwam immers uit een andere borg, met andere gebruiken.
Ze keek even vragend naar Bassek. Dit leuke moederfeest was één van die gebruiken. Misschien zouden ze dit wel voor elke moeder gaan doen! Ze kon het moederschap maar moeilijk voorstellen. Zou je dat er automatisch bij krijgen? Snel vulde ze de laatste kruik en lachte bemoedigend naar Bassek. "Helemaal klaar," zei ze vaststellend.
Zilverbes moest even lachen met de onhandigheid van Bassek, het deed haar aan haar valpartij van daarjuist denken. Ze was juist bezig met het vullen van haar laatste kruik toen ze Zachtvoet's vraag hoorde. Over een regenmaker had Zilverbes nog niet echt nagedacht. Ze veronderstelde van wel, regen kan toch niet zomaar uit de lucht vallen omdat het er zin in heeft? Iemand moet daar toch controle over hebben, niet?
"Ik denk van wel, regen kan toch niet zomaar zelf beslissen om te vallen. Waarschijnlijk zorgt die regenmaker ook voor de sneeuw en hagel." Haar kruik was vol en ze stond recht. Even keek ze haar dochter aan, wat was ze stil vandaag, anders maakt ze kabaal voor twee en nu... "Hoever staat het bij jou, Pinvis?"
Bassek deed net of ze niet had gemerkt dat Zilverbes een beetje moest lachen. Ze had zichzelf weer belachelijk gemaakt. voorzichtig bukte ze om nog een gevulde kruik op te pakken. Ditmaal lukte dit zonder te morsen. "Ik ken geen regenmaker." zei ze tegen Zachtvoet "Maar misschien heb ik hem nog nooit ontmoet." Toen ze zag dat de rest ook klaar was maakte ze aanstalte om richting het vuur te lopen. "Zullen we gaan dan?"
Aan het geklets van de andere elfenvrouwen besteedde Pinvis geen aandacht. Daar had ze nooit behoefte aan, en nu ook niet. Ze hielp mee dat water naar de Borg te krijgen, dat was vandaag voldoende. Maar toen ze haar naam hoorde, spitste ze uiteraard wel haar oren. Hadden ze het nou over haar? Oh nee, haar moeder vroeg even om haar aandacht. Ze tilde een tweede kruik op en toonde deze aan Zilverbes.
"Ik heb er nu twee vol, ik ga ze even weg brengen," zei Pinvis, waarna ze de eerste kruik ook optilde, onder haar arm vasthield en voorzichtig schuifelend in de richting van de Borg begon te lopen.
Bassek liep voorzichtig achter Pinvis aan. Ze was niet van plan nog meer water te gaan verspillen. Dat zou alleen maar betekenen dat ze nog een keer extra moesten lopen en het ging al zo langzaam. Toen ze dichter bij de borg kwam zag ze het vuur al branden. Het leek alleen of er niemand bij zat. ~Moet er niemand op het vuur letten?~ Voorzichtig liep ze verder en even later zette ze de twee kruiken op de grond. Er was inderdaad niemand, maar het vuur brande gelukkig nog goed genoeg. ~Ze zullen wel even weg zijn.~
Zilverbes pakte enkele kruiken op en draaide zich om. Vluchtig keek ze nog eens naar haar geschaafde knie en zag dat die was gestopt met bloeden. Ze zuchtte even en liep toen ook richting de borg. ~Nu even voorzichtig zijn, hier ben ik nujuist gestruikeld, het zou erg zijn moest dit een tweede keer gebeuren.~ Even later bereikte ze heelhuids de borg en liep naar het bad.
Nadat ze de kruiken bij de vuurplaten had neergezet, omdat ze niet wist waar het bad was gemaakt, liep Pinvis met twee nieuwe kruiken terug richting Zonnemeer. Echt een leuk werkje was het niet, maar het hield haar nu even bezig en gaf haar een tijdelijk doel. Ze moest toch íéts doen om warm te worden - en te blijven.
Halverwege het zand stopte ze even om in haar handen te blazen. De handschoenen waren blijkbaar niet dik genoeg, ze hielpen in ieder geval niet goed. Ze zuchtte even voor ze de kruiken weer op pakte en verder liep.
Toen ze weer bij het meer aan kwam, keek ze eens naar links over het strand. Aan de ene kant zag ze Maretak en Slangenboog een heel eind verderop iets... ja wat eigenlijk doen? Ze zaten gebukt, maar ze waren te ver weg. Pinvis fronste haar voorhoofd eens en keek toen naar rechts. Daar zag ze Goedoor en Brenger, die duidelijk aan het vissen waren. Dat wilde Pinvis ook wel doen nu, maar ja... Het liefst viste ze al lopend in het water en daar was het water nu veel te koud voor naar haar maatstaven.
Ze zuchtte nog eens, hurkte toen neer en probeerde water in een kruik te laten lopen, ondertussen zoveel mogelijk proberend om het water haar huid en kleding niet te laten raken. Die Regendans moest straks maar eens meer dan tevreden zijn met wat ze allemaal voor haar deden vandaag.
Zilverbes verminderde haar greep op de kruiken en zette ze voorzichtig op de grond, één voor één en proberen om niet te morsen. ~Oef, gelukkig heb ik niet te veel water verspild.~ Ze herinnerde zich dat er nog enkele kruiken bij het meer stonden en dat ze nog zeker 2 keer zou moeten terug keren voor alle kruiken deftig waren gevuld. Ze vroeg zich af of Bloesem haar niet even zou willen helpen. **Bloesem, als je het niet te druk hebt, zou je me dan even willen helpen met water te gaan halen? Ik zou het erg op prijs stellen.**
Bloesem nam haar dochtertje even op, gaf haar een kus op haar bolle wangetje en zette haar weer op de grond. "Tot straks, liefje," zei ze en liep toen naar het meer toe. Terwijl ze dichterbij kwam, zag ze Zilverbes en ze zwaaide naar haar. Ze begon een beetje door te lopen, Zilverbes had immers haar hulp nodig. Toen ze vlakbij haar vriendin stond zei ze, "Hee, ik ben er. Wat moet ik dragen? En terwijl we dan toch werken, vertel me eens, alles goed met je?"
|
|