Paniek   [ 24/09/2003 - 10/12/2003 | Annelies, Rosanne, (Susan) ]
Regendans werd wakker toen ze iemand voelde zenden. Ze rekte zich uit en gaapte. Toen ze langzaam haar ogen open deed, zag ze dat Bassek al weg was. Ze vleide zich rustig tussen haar huiden en zakte weg in een half slaperige toestand. De momenten na het wakker worden waren altijd het fijnst.
De afgelopen maanden had ze doorgebracht met het ontlopen van Maretak. Ergens in een hoekje van haar geest besefte ze wel dat ze hem daarmee kwetste, maar ze was er nog niet aan toe dat besef door te laten dringen tot de bewuste delen van haar brein. Ze was er achter gekomen dat ze het hier bij het Zonnemeer best kon uithouden, ze kende nu van iedereen de naam, en de meesten lieten haar wel met rust.
Het gemis van Klimhoog was nog steeds de grootste klap, van Zomerbron zelf miste ze hoogstens de vertrouwdheid. Tot op zekere hoogte miste ze ook de rest van de stam, maar aangezien ze nooit echt veel contact had gehad met iedereen behalve Storm, Bliksem en Bassek, had ze het idee dat ze daar wel overheen zou komen.

Haar gedachten dwaalden zoals zo vaak weer af naar Klimhoog, maar gek genoeg weende ze nu niet omdat ze hem miste, maar omdat hij de enige was geweest aan wie ze haar muziek durfde te zenden. Met wie moest ze nu de muziek van haar ziel delen? Zachtjes begon ze te snikken, en overvallen door een gevoel van eenzaamheid, probeerde ze gesloten naar zichzelf te zenden.
En toen gebeurde er iets dat ze nooit had verwacht: Ze voelde dat er iets naar haar luisterde. Eerst snapte ze er niets van, maar toen begon het langzaam te dagen. Ze was zwanger. Ze kreeg een kind. Er groeide langzaam een levend wezen in haar baarmoeder.
Met grote ogen schopte ze de huiden van zich af en keek naar haar buik. Voorzichtig bracht ze haar hand naar boven en raakte met haar vingertoppen haar huid aan. Opeens raakte ze compleet in paniek, hoe moest zij ooit een kind opvoeden? Ze wist niet meer wat ze hier mee moest doen. Natuurlijk had ze geweten wat het doel van erkenning was, ze had zich alleen nog helemaal niet gerealiseerd dat ze een kind kreeg.
Wanhopig zond ze naar Bassek. *|Bassek, help me, ik krijg een baby.|*

Bassek wilde net naar buiten lopen toen ze plotseling werd overvallen door het zenden van Regendans. Ze wist niet wat ze terug moest zenden, wat ze wel wist was dat ze iets terug moest zenden. Als ze niets zond zou Regendans misschien nog meer in paniek raken en als ze het verkeerde zou zeggen misschien ook wel. Ze kon zich niet voorstellen dat je in paniek kon raken doordat je een baby kreeg, zelf vond ze het namelijk altijd erg leuk als er weer iemand een baby kreeg. *|Ik kom wel even.|* Ze probeerde het zo geruststellend mogelijk te zenden. *|Het komt wel goed, dat beloof ik.|*
"Ik moet even weg," zei ze verontschuldigend tegen Aanraking en Gladsteen. "Vertel me je idee later maar," voegde ze nog even toe voor Gladsteen. Het liefst had ze er heen willen rennen, zodat ze Regendans zo snel mogelijk gerust kon stellen, maar ze had liever niet dat de andere twee zouden denken dat er echt iets mis was. Dus liep ze maar iets sneller dan anders in de richting van de den die ze met Regendans deelde.

Regendans haalde weer wat rustiger adem, toen ze wist dat Bassek er aan kwam. Ze probeerde te stoppen met huilen, maar het enige wat ze kon doen was het reduceren tot een zenuwachtig gesnuf. Bijna barstte ze weer in tranen uit toen ze zich voor de tweede keer afvroeg wat ze bij de Allerhoogsten met een kind zou moeten doen. Er waren zoveel elfen die graag een kind wilden hebben, waarom hadden zij Maretak niet erkend? Met iets wat bijna op een glimlach leek bedacht ze dat het voor de helft van die elfen natuurlijk een beetje onmogelijk was om Maretak te erkennen. Ze zuchtte en hoopte dat Bassek snel zou komen.
Bassek was bij haar den aan gekomen en liep naar binnen. Daar zag ze Regendans al zitten, zoals ze ook had verwacht. Ze zag er uit alsof ze flink had lopen huilen. *|Gaat het al weer een beetje?|* vroeg ze terwijl ze naast haar vriendin ging zitten en een arm om haar heen sloeg.

Regendans begon weer wat te kalmeren toen Bassek bij haar was, ze sloeg haar armen om haar heen en probeerde haar hoofd in Bassek's schouder te begraven. *|Wat moet ik met een kind, Bassek, ik ben vast de slechtste moeder die er bestaat. Hoe moet ik een kind leren met anderen om te gaan als ik dat zelf niet eens kan? Ik kan het niet, ik wil niet zwanger zijn.|* Toen begon ze weer te snikken. Een beetje afwezig hoopte ze dat Bassek het niet erg vond dat haar kleren nat werden.
Bassek streelde zachtjes over de haren van Regendans. *|Ik help je wel en...|* Bijna had ze de naam maretak genoemd, omdat ze het gevoel had dat hij Regendans maar al te graag wilde helpen. Maar het leek er niet op dat Regendans dat zo leuk zou vinden. *|En de rest vast ook wel,|* maakte ze er snel van.

Regendans begon weer wat te kalmeren, Bassek had gelijk, ze zou hulp hebben. Ze vond het fijn dat haar vriendin haar haar streelde. Het herrinerde haar aan haar ouders.
Regendans was als kind lang niet zo verlegen geweest als ze nu was, dat was pas gekomen toen haar ouders waren overleden, maar ze had er toch moeite mee gehad vrienden te maken en altijd als ze zich alleen voelde, was ze bij haar een van haar ouders op schoot gekropen. Als haar vader zo door de kleine Regendans werd belaagd, streelde hij altijd haar haar en als ze weer wat gekalmeerd was vlocht hij het in allemaal kleine vlechtjes.
Ze miste het gevoel van zijn handen door haar haar nog steeds. Hij wist altijd precies waar de klitten zaten en deed haar nooit pijn. Toen hij gestorven was, had ze besloten om voortaan nog maar een te dragen. Als haar moeder haar trooste, zong ze. Honing kon goed zingen en wist altijd precies de goede toon te vinden om Regendans te kalmeren. Op dat soort momenten zong ze geen woorden, de muziek zei genoeg.
Regendans besefte dat haar ouders haar veilige plaats waren geweest, en niet hun den of Zomerbron. Haar kind verdiende ook een veilige plaats. Ze maakte met wat moeite haar armen los van Bassek en legde haar handen op haar buik. Er verscheen een lachje om haar mond. Toen keek ze schuin achterom naar Bassek en haar lach werd een brede glimlach. "Ik ga voor mijn kindje zingen."

Bassek was blij dat het weer goed ging met Regendans. Wel verbaasde de plotselinge omslag haar een beetje. Ze had niet verwacht dat haar troosten zo'n effect zou hebben. Even bleef ze besluiteloos zitten. ~Zou Regendans liever hebben dat ik weg ben als ze voor haar baby zingt of moet ik blijven?~ dacht ze twijfelachtig. "Ehm... Zal ik de rest gaan helpen met verzamelen of heb je liever dat ik blijf?" vroeg ze zachtjes.
Regendans hield even haar hoofd schuin toen ze over Basseks vraag nadacht. "Ik denk dat ik even alleen wil zijn." Haar glimlach werd, hoewel het eerst onmogelijk had geleken, nog breder. "Of eigenlijk, met zijn tweetjes." Ze omhelsde Bassek stevig en hield daarna haar neus voor die van haar vriendin. **Dank je dat je bent gekomen.** Haar zenden maakte duidelijk dat ze echt iemand nodig had gehad. Ze liet Bassek weer los en begon haar kleren bij elkaar te zoeken. Het was tenslotte al middag en ze was nog niet aangekleed.
**Graag gedaan.** Bassek liep de den uit, maar voordat ze uit het zicht was keek ze nog een keer om. Een glimlach verscheen op haar gezicht, het deed haar goed Regendans zo te zien.

Regendans had zich snel aangekleed. Ze wachtte nog een tijdje nadat Bassek was weggelopen en daarna sloop ze naar buiten en merkte toen dat het weer toch niet echt fantastisch was. Maar ze wilde een speciaal plekje hebben om dit te doen en daarom ging ze op zoek naar de plaats waar haar kleintje was verwekt. Ze hoopte dat ze het nog kon vinden, maar ze moest nu eerst zorgen dat ze het bos in kwam zonder dat iemand haar opmerkte. Gelukkig was haar vader de beste sluiper aller tijden geweest en hij had haar goed onderwezen.
Na een poosje zoeken was ze bijna zeker dat ze het gevonden had. Omdat ze geen warme jas had, had ze een van haar warmste huiden meegenomen en ze installeerde zich met de huid strak om haar heen getrokken. Net toen ze wilde gaan zingen besloot haar buik van zich te laten horen. Een diep gerommel weerklonk in het bos. Regendans sloeg zich voor het hoofd. Ze was zwanger, had de hele tijd honger, en nu terwijl ze midden op de dag was wakker geworden, en dus ontzettend veel honger had, vergat ze eten mee te nemen.
Nu ze dus eindelijk door had dat ze honger had, kon ze het gevoel niet meer negeren, maar ze wilde ook zo snel mogelijk gaan zingen. Wat een vreselijk dilemma. Ze stond op en keek om zich heen of ze wat eetbaars kon zien. Maar natuurlijk kon ze niets vinden. Zuchtend rende ze net iets minder voorzichtig naar de borg en dook de voorraadkamer in. Het viel haar op dat het er opgeruimder uitzag. Ze pakte snel wat eetbare dingen en bond die in een doek, terwijl ze alvast wat noten naar binnen werkte. Toen zocht ze een volle waterzak uit en sloop met haar half gestilde honger weer heel voorzichtig terug naar haar plekje. Nu kon ze het gelukkig snel vinden en ze ging weer zitten met haar voorraadje naast zich.

Regendans zingt voor haar kind - Door Saskia Ze begon met het zingen van een paar kinderliedjes, maar al gauw vond ze dat te weinig en ging ze over op wat zwaardere muziek. Toen ze na een poosje door alle geschikte liedjes heen was, was ze nog niet tevreden, en dus begon ze te zingen op de manier die ze van haar moeder had geleerd, zonder woorden.
Langzaam aan begon ze in een trance te raken, ze legde haar hart en ziel in de klanken. Ze had haar handen op haar buik en haar ogen stijf dichtgeknepen, terwijl de tranen over haar wangen liepen. Op een gegeven moment hield haar stem ermee op en ging ze over op gesloten zenden.
Dat ze muziek naar iemand kon zenden had ze ontdekt tijdens een van haar intiemere momenten met Klimhoog. Omdat ze op die manier eigenlijk haar ziel zond en ze heel weinig verborgen kon houden, had ze het daarna nog maar een paar keer gedaan, maar terwijl ze merkte wat ze aan het doen was, voelde ze dat het goed was. Haar kind was een deel van haar. En toen tijdens de laatste noten van haar lied, voelde ze een lichte aanraking van een geest met de hare. Heel zwak, en bijna had ze het niet gevoeld. Bijna.
Regendans geest was in een staat van euforie, maar haar lichaam had het alleen moeten doen met de paar noten die ze snel had opgegeten. De rest van het voedsel stond onaangeraakt naast haar, en dus besloot haar lichaam zijn onvrede kenbaar te maken door demonstratief in elkaar te zakken.

Regendans kreunde. Ze had honger. Met moeite tastte ze naast zich en begon te eten en te drinken. Langzamerhand begon ze zich beter te voelen. Toen ze alles op had, besloot ze dat het tijd was om terug te gaan en onder haar huiden te kruipen. Niet dat ze moe was, maar ze had een hele poos in de kou stilgezeten. Ze begon zichzelf stilzwijgend uit te schelden, wat als ze kou had gevat, of er was een wild dier te voorschijn gekomen terwijl ze bewusteloos was.
Ze probeerde op de staan, maar omdat ze zo stijf was, zakte ze bijna gelijk weer door haar benen. Nadat ze even had gewacht probeerde ze het nog een keer. Heel langzaam stond ze op en liep een paar passen. ~Dit gaat best goed, nu maar hopen dat ik de goede kant op ga.~ Ze steunde even tegen een boom en keek achter zich. Half zuchtend, half kreunend strompelde ze terug om de waterzak op te pakken. Toen begon ze echt aan de terugweg.