Welkomstfeest   [ 14/05/2003 - 18/05/2003 | Aafke, Afke, Annelies, Astrid, Carla, Esther, Harry, Katinka, Marga, Nienke, Rosanne, Saskia, Susan, Tamara, Tineke ]
Roodklauw stond op en hief z'n armen op om om stilte te vragen. Omdat iedereen super nieuwsgierig was geworden, ging dit vrij gemakkelijk. De nieuwe elfen leken wel nogal zenuwachtig, maar het moest er toch van komen. "Ik zal niemand langer in spanning laten zitten," grijnsde hij, "Dit zijn Storm, Bliksem, Bassek en... Regendans."
Hij wees de betreffende elfen aan als hij hun naam zei, en bij Regendans twijfelde hij even. Hij zag haar nu eigenlijk pas echt. Hij vond het maar een vreemd meisje, zoals ze de hele middag vermist was geweest.
"Nogmaals, wees welkom in de Zonnemeer Borg. Alles zal nu nog wel vreemd en onbekend zijn voor jullie, maar probeer je zelf thuis te voelen, zodat je je het makkelijkst aan kunt passen." Hij pauzeerde even, terwijl hij over z'n volgende zin na dacht.
"De namen van onze stamgenoten zul je snel genoeg leren. Om iedereen daar een beetje bij te helpen, én om dichter bij elkaar te komen, organiseer ik morgenochtend een grootse jacht, waarbij beide jachtgroepen en jullie vieren aanwezig zullen zijn." Hij knikte even naar Donderbron en bewoog zijn blik toen naar Nachtbloem.
"Als Nachtbloem denkt dat ze er klaar voor is... zal ik haar weer opnemen in mijn jachtgroep." Hij glimlachte en wachtte reacties af.

Kristal keek vanaf een afstandje naar de nieuwe elfen ~Bah, nog meer jongen in de stam!~ dacht ze. Kristal luisterde naar Roodklauw's woorden. ~Met twee jachtgropen samen en nog eens die nieuwe jongen erbij! Ik hoop maar dat Roodklauw weet waar hij aan begint.~ Kristal zuchtte diep en schudde langzaam haar hoofd.
Vol spanning had Nachtbloem gewacht tot Roodklauw de nieuwe elven had voorgesteld. Eigenlijk was ze wel een beetje trots opzich zelf dat ze die elfen naar haar borg had gebracht. ~Wat zou er met me gebeurt zijn als ik Bliksem niet uit die rivier gehaald had, als ik mijn angst voor diep water niet had overwonnen...~ Even zat Nachtbloem in verdachten verzonken. Maar toen ze het woord jacht opving keek ze op. ~Wat bedoeld Roodklauw?~
Even zat Nachtbloem alsof ze door de bliksem was getroffen. Toen gaf ze stotterend antwoord. "W-W-weer m-mee doen met de jacht? M- met de h-hele groep? E-echt waar Roodklauw, mag het weer?" Nachtbloem kon zich nog steeds niet bewegen, zat nog steeds als versteend.

Bij de vele aanvraag voor vis was Vonk Pinvis te hulp geschoten en nu zat hij ook wat vis te bakken. De vis bakte af en toe nog wel eens aan omdat hij teveel met het bestuderen van de nieuwe elfen bezig was maar verder ging het tamelijk goed.
Hij had al vanmiddag met de elfen kennis gemaakt maar toch had hij de namen niet erg goed onthouden. Bij de laatste zin, dat Nachbloem weer mocht meedoen met het jagen zond hij, **Gefeliciteerd Nachtbloem.**
Toen Roodklauw hem aanwees stak Storm zijn hand op als groet. Hij keek verrast op toen hij de naam Regendans hoorde en hij keek opzij. *|Fijn dat je er weer bent, Regendans, ik begon me al zorgen te maken.|*
Toen Roodklauw over de jacht begon glinsterde Storm's ogen. "Oh leuk een jacht!" was Storm's reactie. Aangezien de elfen zowat allemaal nieuwsgierig hun richting opkeken nu, besloot Storm om maar vast iets over hem en Bassek, Bliksem en Regendans te vertellen.

"Nou... ik ben dus Storm."
~Oh, dit klinkt stom, dat wisten ze al.~
"Uhm, wij komen uit Zomerbron, dat is onze borg, ongeveer twee manen reizen hier vanaf." Storm stopte even om te bedenken hoe hij het beste hun verhaal kon vertellen. "Door een aardbeving is de pas naar onze borg ingestort, waardoor we er niet meer door kunnen. Tijdens onze zoektocht naar een andere doorgang kwamen we Nachtbloem tegen."
~Hm, dit is wel erg beknopt.~ dacht Storm bij zichzelf. "Gelukkig maar, want anders was Bliksem hier," en hij wees even naar zijn zus, "waarschijnlijk een beetje verdronken, zeg maar!" Storm grijnste tijdens het uitspreken van die laatste zin.

Maretak had stil zitten kijken naar de drukte om hem heen. Hij was nog behoorlijk in de war van zijn ontdekking dat het hier nu echt om erkenning ging. Met hém in de hoofdrol! Het beginnende feestgedruis drong dan ook niet echt goed tot hem door. Maar toen hij na een tijdje Goedoor met, ~Lhiha, ik ken nog niet eens haar gewone naam!~ aan zag komen, begonnen onbewust zijn ogen te stralen. Hij volgde elke kleine beweging die ze maakte met zijn ogen.
~Ze is zo... zo...~ Maretak kon niet eens op het goede woord komen. Het was ook zo allesoverheersend dit gevoel. En ook al wist Maretak nog helemaal niet hoe ze heette en waar ze vandaan kwam of hoe ze was, hij had het gevoel dat hij haar door en door kende. En de persoon die hij dacht te kennen was... Mooi! Dat was het enige woord wat hij eraan kon geven: Mooi!
Zoals ze bewoog. Hij kon zien dat ze het er moeilijk mee had en dat ze minstens zo in de war was als hij, maar ondanks alles, zat Maretak van haar aanblik te genieten. Hij schrok pas op uit zijn persoonlijke gedachten en zijn mijmeringen op het moment dat Roodklauw de nieuwe elfen voorstelde. ~Regendans! Dus dat is haar naam!~ dacht hij bij het horen van de naam die Roodklauw als laatste uitsprak.

Bliksem zat nog steeds op haar hurken toen Roodklauw haar groepje begon voor te stellen aan de rest van de stam. Snel stond ze op, op die manier het gesprek met Slangenboog onbedoeld afkappend. Van schrik dat ze ineens weer zo midden in de belangstelling stond, stond ze op haar benen te trillen. Gelukkig ging dat snel over toen ze merkte dat Nachtbloem zo verschrikkelijk blij reageerde op de mededeling dat ze mee mocht jagen in de jachtgroep van Roodklauw. ~Daar zal wel een heel verhaal achter zitten,~ dacht Bliksem nog, kijkend naar de uitdrukking van haar nieuwste vriendin.
Gelukkig nam Storm snel daarna het woord over om iets te vertellen over waar ze vandaan kwamen, zodat Bliksem niet meteen ook uitleg hoefde te geven. Snel liet ze zich weer zakken en ging in kleermakerszit zitten. Ze wachtte liever tot iemand haar een rechtstreekse vraag stelde, waar ze een duidelijk antwoord op kon geven.

"Ik mag weer mee! Jippiiiee!" Nachtbloem kon zich niet meer in houden, langzaam kwam ze uit de trance waar ze in had gezeten, toen Roodklauw zei dat ze weer mee mocht doen. "Jippie, jeeee!" Nachtbloem kon er niets aan doen, ze moest gewoon opspringen en in het rond springen. **Hoor je dat Lichtspoor ik mag weer mee doen, ik mag weer meedoen, jeeee!**
Iedereen kon horen wat Nachtbloem zond, het maakte haar ook niet uit. Vol blijdschap rende ze naar Roodklauw toe en omhelsde hem zo strak als ze maar kon. "Ooooh Roodklauw, dank je, dank je, dank je. Hier ben ik zooo blij mee." Nachtbloem kon maar niet ophouden met omhelzen.
Aandachtig bekeek Snelletong de vier elfen. ~Bassek, Storm, B... Uhhmm... Regendans en... Bliksem. Het gaat nog wel even duren voordat ik ze uit elkaar kan houden,~ dacht ze en keek nog eens goed. Er was eigenlijk niets anders aan ze. Hoewel Nachtbloem toch wel vreemd gekleed was. Ze giechelde in zichzelf toen ze door had waarom het zo vreemd zat en bij wie het wel hoorde. Daarna feliciteerde ook zij Nachtbloem.

Op dat moment kwamen Schudspeer en Schroef in zicht van de groep elfen. Schroef zag vijf elfen die hij niet kende en één van hen was Roodklauw aan het omhelzen. Nachtbloem was weggegaan voordat de trol bij de stam was gekomen. Schroef bleef stil en voelde zich, ondanks dat hij hier nu al meer dan twee jaar woonde, een beetje een indringer.
Aanraking lachte om Nachtbloem's uitbarsting. Dat zou ze zelf nooit doen, Roodklauw omhelzen. Maar ja, het was Nachtbloem, en van haar kon je van alles verwachten. ~Ik moet ook maar eens een praatje met die nieuwe elfen gaan maken...~ dacht Aanraking.
Lichtspoor kon z'n lach niet inhouden toen hij Nachtbloem zag rondspringen. **Gefeliciteerd Nachtbloem,** zond Lichtspoor naar haar. "Nou, daar wil ik wel wat op eten. Wat jij broertje," zei hij tegen Brenger en pakte twee vissen van de plaat en overhandigde er een aan Brenger, waarna hij luidruchtig terug op de grond plofte. Hij begon z'n vis op te eten, maar begon weer te proesten toen hij zag dat Nachtbloem Roodklauw aan het omhelzen was. ~Nou heb ik toch echt alles gezien,~ dacht hij bij zichzelf.

Schudspeer merkte dat Schroef aarzelde. Hij liep daarom snel naar Slangenboog, bedankte hem voor het oppassen op Fladder en nam haar weer van hem aan. Fladder gaapte even heel luid in Schudspeer's gezicht. "Ooaaaah," piepte ze, waarna ze zich in Schudspeer's armen nestelde en al bijna in slaap viel. Daarna liep Schudspeer weer terug naar Schroef. "Help je me even om Fladder naar bed te brengen?" stelde hij aan hem voor.
Toen Fladder weggehaald werd, wilde Snelletong eerst tegensputteren. Maar al snel zag ze dat Fladder in slaap viel. Vertederd keek ze naar haar.
Roodklauw nam de onstuimige omhelzing van Nachtbloem met een grijns aan. Het was een rare meid geworden vond hij, maar zo veel vrolijker. Ze zat duidelijk stukken beter in haar vel.
Regendans wist niet wat ze moest doen. Ze merkte dat de elf naar haar aan het kijken was. Aan de ene kant wilde ze naar hem toe gaan, maar aan de andere kant... Ze voelde dingen over hem, wist dingen, en wist ook dat hij ook dingen over haar wist. Een wildvreemde. Zoveel wildvreemden, ze stond in het midden van een groep elfen die ze niet kende, en iedereen keek naar haar. Ze moest hier weg, en snel. Ze draaide zich om naar Storm en glimlachte zwakjes naar hem. "Ik heb eigenlijk nog wel slaap, waar hebben jullie geslapen?"
Goedoor vond dat de andere nieuwe elfen en best interessant uitzagen en ze was al gauw dat hele gedoe met de kommen vergeten. Ze rende snel naar haar den om haar fluit op te halen.

Zachtvoet had een tijdje stil naast de vuurplaten gezeten, en stil geluisterd naar wat gesprekken. Toen Roodklauw aankondigde dat er morgen een grote jacht was, betrok haar gezicht lichtjes. ~Een jacht?~ Ze hield niet van jachten, en al helemaal niet van grote jachten. ~Ik hoop dat er niets gebeurd met de nieuwe elfen, de anderen trouwens ook niet.~
Ze werd opgeschrikt toen Storm zich voorstelde. En keek even naar Bliksem. Je kon, hoewel het donker begon te worden, duidelijk zien dat ze familie waren. En dan waren er nog Bassek en Regendans. De namen waren niet zo moeilijk te onthouden, nu Roodklauw ze duidelijk had aangewezen. Bassek en Regendans zag ze niet zo duidelijk, en ze had duidelijk de twijfel gehoord in Roodklauw's stem.
~Dan is dit de elf, die vanmiddag was verdwenen. Waar heeft ze de hele tijd gezeten?~ Ze bekeek haar, maar de elf vond het duidelijk niet leuk dat er elfen naar haar keken. Ze draaide daarom maar haar hoofd om richting Roodklauw en Nachtbloem, die elkaar omhelsden. Nachtbloem was helemaal blij en daarom feliciteerde ze Nachtbloem maar snel.
Ze merkte de kleding op die Nachtbloem aanhad en het leek verdacht veel op Lichtspoor's kleding. Ze lachte licht. ~Haar andere kleding zal wel helemaal versleten zijn geweest, door die lange tocht.~ Ze besloot te vragen of ze misschien haar diensten aan kon bieden. **Nachtbloem? Ehm, ik wou vragen, of ik misschien nieuwe kleren voor je kon maken?**

"Bedankt," zei Brenger en begon van de vis te eten. ~Een jachtpartij daar hou ik niet zo van, ik ben een visser. Dat is veel makkelijker als jagen.~
"Wat vindt jij van die nieuwe elfen, Lichtspoor? Jij gaat zeker morgen mee jagen. Kun je niet meteen rondkijken of je iets vindt voor mijn nieuwe vleugels? Ik heb namelijk nog een aantal veren nodig." Brenger keek weer om zich heen. ~Het is wel stil hier, ik mis muziek,~ dacht hij. **Kunnen we niet wat muziek maken en dansen,** zond Brenger naar iedereen.
Goedoor kwam net weer aanlopen toen ze Brenger's zenden opving. **Ongeduld, ik heb mijn fluit al gepakt, hoor.** Ze ging zitten en begon meteen te spelen.

Eindelijk was Nachtbloem's blijdschap zo gezakt dat ze weer wist wat ze aan het doen was. Ze was Roodklauw aan het omhelzen! ~Oh nee, dit was niet de bedoelling,~ bedacht ze zich. "Ehm ja, ehm, Roodklauw bedankt."
~Oho wat heb ik nu weer gedaan.~ Gelukkig werd ze snel afgeleid door Zachtvoet die haar vroeg of ze haar kleding mocht vervangen. Snel liep ze naar haar toe. "Nou Zachtvoet, als je dat zou willen doen, heel graag. Zoals je ziet is dit de kleding van Lichtspoor en daar ik niet zo ben in looien en zo."
Even strekte Nachtbloem haar armen uit zo dat Zachtvoet kon zien in wat ze liep. "Ik bedoel het zit wel lekker en zo, maar ik kan hier natuurlijk niet voor eeuwig in blijven lopen, Lichtspoor wilt zijn kleding wel weer terug. Dus als je het zou willen doen? Graag."
"Natuurlijk doe ik het graag. Doe niet zo mal." Zachtvoet lachte naar Nachtbloem. Ze bekeek Nachtbloem en ze was wat gespierder geworden, tijdens haar lange reis. Daarbij was Nachtbloem ook wat langer dan zichzelf. En ze printte het beeld van Nachtbloem met haar armen uitgestrekt in haar gedachten. "Ik knutsel wel iets moois voor je in elkaar." Ze glimlachte. "Dan moet je nog wel even naar Pijlleer voor het leer voor je laarzen."

Storm hoorde de vraag van Regendans. "Ik heb eigenlijk nog wel slaap, waar hebben jullie geslapen?" Storm zag dat ze er inderdaad erg moe uit zag, maar hij zou het erg jammer vinden als ze nu al zou gaan. Het feest was eigenlijk nog maar net begonnen en ze hadden haar al een tijdje niet gezien. "We hebben in Roodklauw's den geslapen, ik kan het je wel wijzen als je wilt?" zei hij.
Storm keek Regendans vragend aan, maar hij wachtte niet op antwoord en praatte meteen door. "Maar waarom blijf je niet even? Ik heb je gemist vanmiddag! Blijf gezellig hier en dan gaan we straks met z'n vieren slapen. Ik geloof dat Bassek en Bliksem dat ook fijn zouden vinden. Ik in ieder geval wel!" Storm stopte even en ging toen verder. "Daarbij zijn we ook nog eens eregasten. Ik denk dat het ons niet in dank afgenomen word als we nu al zouden gaan." Storm hoopte dat Regendans, nu hij dit had gezegt, toch zou besluiten om te blijven, al was het maar even.

Slangenboog luisterde naar wat Roodklauw te vertellen had over de nieuwe elfen, niet dat dat nou zo veel was... maar de elf die Roodklauw als Storm aanwees begon al wat over zichzelf te vertellen. Toen Bliksem ineens was opgestaan schrok hij van de plotselinge beweging. Hij vond het jammer dat hierdoor hun 'gesprekje' ook afgekapt was. Hij zag Bliksem trillen toen ze stond, en toen ze ging zitten legde hij even zijn hand op haar schouder, in de hoop dat dat haar een beetje gerust stelde.
**Gefeliciteerd Nachtbloem!** Hij was erg blij voor haar en moest heel hard lachen toen hij zag dat ze van blijdschap Roodklauw omhelsde.

Schroef was Schudspeer dankbaar voor de uitnodiging om Fladder naar bed te brengen. "Ik help je graag." Nog eenmaal keek hij naar die groep elfen die hem nog niet eens had opgemerkt, zo druk waren ze met zichzelf bezig. Hij was toch niet bepaald onopvallend, breed en lomp als hij was. Hij sloft achter Schudspeer aan.
Schudspeer glimlachte naar Schroef. Hij leek zo vaak nog steeds niet op z'n gemak, zeker niet als iedereen zo met z'n allen bij elkaar was. "Wil jij haar dragen?" vroeg hij aan de trol, en hief Fladder een beetje op, die haar duim in haar mond had gestoken en al op weg was naar dromenland.
Schroef's glimlach was stralend. Zijn gezicht was normaal volgens geen enkele standaard mooi, maar op momenten als dit kon niemand zeggen dat Schroef lelijk was. Voorzichtig nam hij de kleine elf in zijn grote kolenschoppen van handen.
Schudspeer vond het zoveel prettiger om Schroef gelukkig te zien. Hij kon er niks aan doen, maar vanaf de dag dat hij hem zag, had hij al een zwak voor hem. En ondertussen wist hij ook al wel een beetje wat Schroef blij maakte. Fladder was zo iets.
Hij ging Schroef voor naar de den die hij met Bloesem en kleine Fladder deelde. Trots liet hij aan zijn vriend zien, dat hij de mooie mobiel boven Fladder's mandje had gehangen. "Ze vindt 'm heel mooi. Ik heb haar er al naar zien liggen staren, en af en toe kwam er zo'n glimlachje tevoorschijn als het bewoog..." Schudspeer raakte weer helemaal vertederd als hij er aan terug dacht.

Regendans begon een beetje kribbig te worden. Ze zei toch dat ze moe was. "Ik wil niet blijven, ik wil slapen! Het kan me niets schelen wat die stomme elfen denken, ik ben moe!" siste ze.
Maretak kreeg in de gaten dat Regendans het niet prettig vond om op het feest te zijn. Hij vroeg zich af hoeveel hij daar de schuld aan had. Ook hij was in de war door de erkenning, maar ze konden elkaar toch niet gaan ontlopen? In een poging om het contact met Regendans te herstellen, begon hij rustig naar haar te zenden, eraan denkend dat hij de hele tijd een gevoel meezond waaruit bleek dat hij haar geen kwaad wou doen.
*|Regendans! Wil je weg van het feest? Ik loop nu naar de borg, loop me achterna als je wilt, dan kunnen we even rustig praten, zonder gestoord te worden... Ik denk dat we beter even kunnen overleggen... En ik kan je een rustig plekje in de borg wijzen, waar je even kunt blijven als je wilt.|*
Even naar Regendans kijkend of ze het begreep, stond Maretak op en in een rustig tempo begon hij naar de borg te lopen. Stilletjes hoopte hij dat ze hem op een afstandje zou volgen, zodat ze zonder de blikken van alle andere elfen op zich te voelen, met elkaar konden praten over wat hen overkwam.

Toen Bliksem gespannen weer ging zitten, voelde ze de warme hand van Slangenboog zachtjes op haar schouder. ~Wat lief!~ dacht ze, ~Prettig dat ik al zo snel een elf gevonden heb waar ik het goed mee kan vinden!~ Wat meer ontspannen, liet ze zich een beetje terugzakken op de grond. Ze leunde wat achterover en steunde met haar handen achter zich. Op deze manier kon ze boel eens even goed in de gaten houden.
"Dank je, Slangenboog." fluisterde ze zachtjes naar de elf die nog steeds naast haar zat. "Het is allemaal nog zo vreemd en nieuw voor me..." Bliksem was blij dat ze even rustig kon zitten zonder dat ze in de volle belangstelling stond van iedereen. Vragen beantwoorden vond ze niet erg, maar als iedereen tegelijk naar haar keek, voelde ze zich toch behoorlijk opgelaten.

Regendans schrok ontzettend toen ze het zenden van de elf opving. Hij zond gesloten, dus ze kon niet al zijn gevoelens opvangen, maar ze voelde wel dat hij het goed bedoelde. Ze wilde niet naar hem toe, maar ze voelde iets trekken en ondanks zichzelf begon ze weg te lopen. "Ik zoek het zelf wel uit, dank je," snauwde ze naar Storm. Snel liep ze weg, zodat Storm niets terug kon zeggen.
Voorzichtig sloop ze verder en toen ze de elf zag verborg ze zich achter een boom. Ze wist niet of ze nou wel of naar hem toe wilde gaan. Uiteindelijk besloot ze om naar hem toe te gaan en hem duidelijk te vertellen dat ze niets van hem wilde weten. Maar toen ze in het zicht stapte en een klein geluidje maakte, werd ze weer zo verlegen als altijd, en ze kon niet op de gevatte woorden komen die ze altijd gebruikte om haar vrienden te plagen. ~Maar ik wil hem helemaal niet plagen, ik wil hem vertellen dat hij bij me weg moet blijven.~ Wanhopig stapte ze achteruit en voelde dat ze tegen de boom aanstond waar ze zich net achter had verscholen. Met wijd opengesperde ogen keek ze wat de elf ging doen.
Storm schrok een beetje van de reactie van Regendans. Dit had hij niet verwacht! "Ga dan ook maar!" zei hij nog geirriteerd terug. Maar hij merkte dat dat niet veel nut meer had, aangezien Regendans al aangelopen was. ~Ze ziet maar...~ dacht Storm, maar hij merkte ook dat het hem niet helemaal lekker zat. Er was iets met Regendans en hij maakte zich toch wel zorgen om haar.
Storm draaide zich weer om naar de rest van de elfen en keek een beetje mokkend voor zich uit. Huh, nou was z'n humeur ook nog eens verpest. En hij vond het net leuk worden. Ookal maakte hij zich zorgen om Regendans, hij was toch ook wel kwaad op haar!

Maretak zag dat Regendans hem toch gevolgd was en dat ze nu bij een boom halverwege zijn tochtje naar de borg stond te wachten. Ze zag er nog wat verschrikt uit zag hij, en hij wilde haar niet meteen weer afschrikken...
Regendans zag dat de elf twijfelde, en opeens had ze er genoeg van hem altijd de elf te noemen. "Hoe heet je?" fluisterde ze. Het was eruit voor ze er erg in had en ze schrok omdat ze normaal gesproken nooit als eerste iets zei tegen andere elfen dan haar vrienden.
Voorzichtig en langzaam liep Maretak naar het meisje, dat gespannen tegen de boom aanleunde. Hij glimlachte haar rustig toe, toen ze hem vroeg hoe hij heette. *|Maretak,|* zond hij terug. *|Maar ik heb zo'n vermoeden dat je mijn andere naam zelf al weet...|*
Voor zover het mogelijk was, werden Regendans' ogen nog wijder. "Pahr," fluisterde ze. Ze durfde niet te zenden omdat ze bang was te veel van zichzelf bloot te geven. Maretak sperde zijn ogen open bij het uitspreken van zijn zielnaam. ~Ze weet het inderdaad! ~ dacht hij plots zelf ook een beetje verschrikt. ~Hoe gaan anderen hier in de naam van de Allerhoogsten mee om?~
Regendans zag dat de elf, Maretak, er van schrok, en daar was ze blij mee. Ze was niet de enige die het er moeilijk mee had. "Uhm, uhm..." stamelde hij. "Ja, dat is mijn naam. Lhiha....dat is jouw zielnaam toch?" kreeg Maretak er met moeite uit.
Tot haar grootste verbazing voelde ze iets warms in haar buik toen ze haar zielnaam hoorde. Het deed haar denken aan het warme gevoel dat Klimhoog haar altijd gaf. Meteen voelde ze weer tranen opkomen en tegelijk met de tranen kwam weer het benauwde gevoel dat ze hier weg wilde.

Ondertussen was Maretak wat dichter bij gekomen, zodat hij Regendans wat beter kon opnemen. "Is... is zoiets jou al eens eerder overkomen?" vroeg Maretak zachtjes aan Regendans. Hij wist niet goed wat hij moest zeggen, nu ze daar zo samen stonden. Hij wist zelfs niet waar hij zijn armen moest laten. Verlegen keek hij naar zijn schoenen. ~Wat stom!~ dacht hij in zich zelf, terwijl hij zichzelf wel voor zijn hoofd kon slaan. ~Ik ga toch niet vragen of ze al ooit eerder iemand heeft erkend! Dat vindt ze vast niet prettig. En als ze nou al een liefdesgezel heeft? Wat dan?~
"Nee, ik ben moe, laten we dit aan niemand zeggen, ik wil slapen." De woorden kwamen snel uit haar mond, zonder dat ze er van tevoren over na had gedacht. Regendans wist niet meer wat ze dacht, ze wist alleen dat ze niet meer wilde huilen. Ze had in een dag al genoeg gehuild voor een jaar.
Een beetje geschokt door wat ze voorstelde, keek Maretak met grote ogen Regendans aan. Voorzichtig knikte hij. *|Je ....wil niet?|* zond hij voorzichtig, zonder er druk achter te leggen. *|Ik heb je toch niet gekwetst?|* vroeg hij geschrokken erachteraan. Hij zag dat het huilen haar nader stond dan het lachen.
Regendans wist niet wat ze moest zeggen en toen ze voelde hoe bezorgd hij was, hield ze het niet meer. *|Hij is dood.|* Ze barstte in snikken uit.

Een geschrokken Maretak stond voor Regendans. Even wist hij niet wat hij moest doen, toen ze in snikken uitbarstte. Maar zonder er bij na te denken, stapte hij op haar af en nam haar zachtjes in zijn armen, haar hoofd op zijn schouder leggend, zodat ze kon huilen.
Regendans was blij met de armen om haar heen. Op een of andere manier was Maretak niet zo beangstigend als de andere elfen. Toen ze zichzelf weer een beetje in de hand had zei ze bedeesd, "Ik ben moe, en dit is, niet goed, te vroeg, mijn liefdesgezel is dood en ik, ik..."
*|Wil niet.|* Ze probeerde in haar zenden duidelijk te maken dat het haar allemaal te veel was en dat het niet zijn schuld was. Maretak wist niet wat hij tegen Regendans kon zeggen om haar te troosten, dus liet hij haar maar even huilen. Dat zou haar misschien wel goed doen. Ondertussen raasden zijn gedachten door zijn hoofd. ~Wie is er dood? Zie je wel! Ze heeft vast al een gezel gehad! En dan kom ik eraan! Ik...~ Zelfs in zijn gedachten wist hij niet wat hij moest doen. Maretak voelde zich erg bezorgd om de situatie en de verdrietig huilende Regendans in zijn armen.
"Je zei dat je een rustig plekje wist, ik wil zo graag slapen, alleen maar slapen." Maretak dacht dat hij begreep wat Regendans hen probeerde duidelijk te maken, maar was nu zelf helemaal in de war. Wat deed je met een niet gewenste erkenning? Op de vraag van Regendans om een rustig plekje, schrok hij op uit zijn maalstroom van gedachten. "Ja, ik weet wel wat. Je mag mijn den gebruiken, die kun je met een dik leren gordijn afsluiten van de rest van de borg, dan kun je tenminste rustig slapen als je wilt. Ik denk dat ik vannacht toch niet kan slapen, dus je hoeft niet bang te zijn dat ik er ook zal zijn."
"Dank je," zei Regendans met een klein stemmetje. "Kom, ik zal het je wijzen, en dan laat ik je met rust. Ik zal het nog tegen niemand zeggen. Kan ik je morgen dan weer zien?" vroeg Maretak aan Regendans. Er lag nog steeds een iets bezorgde toon in zijn stem en hij probeerde weer wat opgewekter te gaan klinken.
"Ja, morgen," stamelde ze, haar hoofd was leeg en ze was zich niet meer bewust van de wereld om haar heen. Ze liepen samen naar Maretaks den en toen Regendans ging liggen viel ze bijna gelijk in slaap. Maretak zag dat Regendans werkelijk uitgeput was van de emoties. Zachtjes verliet hij achteruit zijn den, om haar niet weer wakker te maken. Eenmaal buiten zette hij het zelf op een rennen.