De jacht (vervolg)   [ 18/05/2003 | Afke, Astrid, Carla, Nienke, Rosanne, Saskia, Susan, Tineke ]
Dit verhaal werd geschreven tijdens een chatsessie.

RMeteen na het horen van Roodklauw's teken schoot Kristal's speers weg en boorde zich in het achterwerk van een zwarthoef. Kristal keek naar haar groepsgenoten. Ze had maar twee speren bij en wilde haar tweede speer niet meteen verspillen.
Bliksem stond iets op en richtte haar boog op een mooie bok. Toen liet ze de pees los. Zoevend schoot de pijl naar het beoogde doel. Bliksem zag dat haar pijl doel had getroffen. Meteen pakte ze nog een pijl uit haar koker, in de hoop dat ze nog een van de nu wegvluchtende zwarthoeven zou kunnen raken.
Kristal was tevreden toen ze zag dat Bliksem ook raak geschoten had. **Richt op de Zwarthoef die ik al in zijn achterwerk geraakt heb,** zond ze naar haar toen ze zag dat Bliksem een nieuwe pijl pakte. Bliksem spande haar boog aan, en richtte op een voorbij sprintende bok. Op het moment dat ze de boog tot het uiterste gespannen had, brak de punt van haar boog echter af en klapte de boogpees naar achteren en raakte haar hard op haar rechter schouderblad. De boog sprong uit haar hand.

Toen Kristal zag wat er bij Bliksem gebeurde zuchtte ze. ~Toch te vroeg gejuigd,~ dacht ze bij zichzelf. "Had je geen fatsoenlijke boog mee kunnen brengen?" schoot Kristal uit naar Bliksem.
Bliksem zonk ineen van de pijnscheut in haar schouder. Ze greep met haar hand naar de pijnlijk verwonding. Verbaasd keek ze naar de resten van haar boog. **Ik denk dat mijn boog tijdens mijn val in de rivier beschadigd moet zijn,** zond ze in het wilde weg, nog steeds verbaasd over wat er gebeurd was. Bliksem stond op en raapte de kapotte boog op. Ze liep naar het dier wat ze meteen getroffen had, om te controleren of die echt dood was en om haar kostbare pijl terug te halen.
Kristal zag de Zwarthoef met haar eerste speer nog in zijn achterwerp. Snel zette ze de achtervolging in en toen ze dichterbij was wierp ze haar tweede speer. Ze raakte het dier dit keer in de hals. Het dier viel neer en Kristal rende er op af. Onlangs de twee speren in zijn lichaam bewoog het dier nog flink en Kristal had verder geen wapens meer.

Regendans had zich de hele reis een beetje op de achtergrond gehouden, zodat ze nog kon nadenken over wat er gisteren nou eigenlijk allemaal gebeurd was, maar nu ze gingen jagen, concentreerde ze zich daar helemaal op.
Aanraking nam een aanloop en wierp haar speer een heel eind weg. De speer suisde vlak over de kop van één van de dieren heen. ~Mis!~ Aanraking mompelde wat verwensingen en rende weg om haar speer te halen. Regendans zag dat de elf naast haar net een beest gemist had. Omdat ze niet dezelfde fout wilde maken, rende ze achter het rennende beest aan en probeerde dichtbij genoeg te komen om hem te raken.
Aanraking had haar speer terug. Ze keek om zich heen of er geen gevaarlijke projectielen haar kant op kwamen vliegen en begon toen ook achter de groep zwarthoeven aan te rennen. Regendans zag dat ze midden in de groep denderende beesten dreigde te komen en gooide snel haar speer naar haar prooi. Jammer genoeg was het schot niet dodelijk en Regendans moest achter het dier aanrennen, om haar speer niet kwijt te raken. Buiten adem stopte Aanraking met rennen. Dat lukte haar dus nooit. ~Had ik ook maar een boog... dat zou een stuk makkelijker zijn.~
~Stom beest, dat is mijn enige speer, die krijg je niet.~ Regendans begon nog harder te rennen en pakte haar dolk stevig vast. Het dier was gelukkig door de verwonding wel langzamer gaan rennen en ze begon hem in te halen. Met een sprong zwaaide ze zich om de hals van het hoefdier en sneed met een haal zijn keel door. Het dier zakte ineen en Regendans moest oppassen om niet onder hem terecht te komen. Aan haar linkerkant raasde de rest van de kudde met oorverdovend lawaai langs.
Regendans controleerde nog even snel of het dier echt wel dood was, en begon zichzelf uit te schelden, toen ze zag hoe ver ze van de rest van de groep was weggelopen. ~Ik ga toch echt niet dit beest in mijn eentje helemaal daarheen slepen.~ Regendans besloot gewoon bij haar prooi te blijven zitten en te kijken wat er ging gebeuren. Ze streek afwezig over de huid van van het dier. Ze hield van jagen en rennen gaf haar altijd een goed gevoel.

Storm spande zijn pijlzweep aan en schoot. Hij raakte één van de kleinere bokken in de nek. Het dier zeeg meteen ineen. "Mooi schot," lachte Zonnestraal naar Storm die naast hem stond. **Dank je,** zond Storm naar Zonnestraal, erg trots over zijn inderdaad mooie schot. Hij pakte nog een pijl en probeerde één van de nog lopende, maar al aangeschoten dieren te raken.
Zonnestraal pakte haar speer. Ze had maar één speer bij. In haar enthousiasme om met zijn allen te gaan jagen was ze totaal vergeten om er wat meer mee te nemen. Storm zag dat zijn prooi te ver weg was en zette het op een lopen in de hoop dichtbij genoeg te komen voor nog een poging. Terwijl hij rende voelde hij plots een pijnscheut in zijn schouder, die hem uit zijn concentratie bracht. ~Waar kwam dat vandaan?~ dacht hij. Storm voelde de pijn afzwakken en richtte zich weer ten volle op het aangeschoten dier. Hij stopte met rennen, richtte zijn pijlzweep en schoot. Storm had het dier wel geraakt, maar toch bleef het doorlopen. Hij zag dat het bloedde uit een wond in zijn flank. Die zou het niet lang meer volhouden.
Zonnestraal richtte haar speer op de zwarthoef waar Storm achteraan liep. Ze raakte het dier in zijn buik. Storm zag dat het dier nu met dank aan Zonnestraal's speer echt niet meer vooruit kon. Snel liep hij erop af om het dier uit zijn leiden te halen met een snelle haal van zijn mes.

Schudspeer was er nu ook helemaal bij. Hij besloot eerst wat dichterbij te gaan, zodat hij zeker niet zou missen. Hij richtte en gooide zijn speer naar de dichtst bijzijnde bok. Schudspeer's speer trof doel, maar was niet dodelijk. De bok ging er vandoor, samen met een groot aantal anderen. De hele kudde kwam nu op gang en bewoog zich weg van het bos, de open vlakte op.
Hij vloekte inwendig, en sprintte ook achter de dieren aan. Hij had een goed uithoudingsvermogen en zou het lang vol kunnen houden. Hij hield de bok die zijn speer in z'n rug had goed bij, en het verzwakte dier ging plots langzamer. De bok verminderde zijn pas nu snel, en bleef hijgend stil staan. Schudspeer naderde het voorzichtig, maar tegelijkertijd moest hij opletten niet onder de voet te worden gelopen. Maar de meeste dieren waren hem nu wel voorbij. Hij sprong naar de bok en landde op zijn rug. Hij trok de speer er uit, op het moment dat de bok weer energie leek te krijgen en de verhalenbewaarder van zich af gooide.
Aanraking zag plotseling toch nog een kans om haar speer te gebruiken. ~Laat ik Schudspeer eens een handje helpen!~ dacht ze en wierp haar speer richting de zwarthoef. Schudspeer landde onzacht op de grond en probeerde meteen weg te kruipen, niet zeker wetend wat de bok zou doen. Maar vlak na hem, viel de bok naast hem neer. Hij kon er net over heen kijken en zag Aanraking dichterbij komen. **Bedankt!** zond hij naar haar en zwaaide. Het beest hijgde nog wat na. Schudspeer pakte daarom zijn mes en gaf het dier de genadeslag.
"Graag gedaan!" riep Aanraking lachend. Ze trok haar speer uit de bok. "Hij is voor jou," zei ze tegen Schudspeer. "Hahaha!" was Schudspeer's reactie. "Geen sprake van. We hebben hem samen gevangen. Bovendien kan ik hem niet alleen dragen." Schudspeer was opgestaan en bekeek zijn vangst tevreden. "We kunnen deze wel vast klaar voor vervoer maken," stelde hij voor aan Aanraking.

Lichtspoor pakte een pijl en zag een gewonde zwarthoef vlak langs hem wegrennen. Hij reageerde meteen en schoot een pijl door de nek van het dier. Lichtspoor zakte naast het dier dat hij geschoten had neer en trok zijn pijl er uit. Hij sleepte z'n prooi naar de rand van de plek zodat het uit de weg lag. Lichtspoor wilde weer de open plek op lopen, toen hij z'n belofte aan Brenger herinnerde. **Kan ik nog wel een vogel schieten?** zond Lichtpoor aan Roodklauw. **Ik had Brenger belooft nieuwe veren voor hem mee te nemen.**
Roodklauw zond terug naar Lichtspoor. **Ga je gang, ik denk dat we het hier nu wel af kunnen werken.** Ondertussen hield hij alles in de gaten. Hij wachtte op een moment waarop hij hulp kon bieden. Hij had geen lange afstand wapen bij zich, alleen zijn dolken. Hij volgde de vluchtende groep.
Roodklauw hield zendcontact met iedereen, zodat hij kon berekenen hoeveel zwarthoeven ze nu al hadden geschoten. **Geen nieuwe meer,** zond hij. **Bekijk welke achterblijven of gewond zijn.**
**Okee,** zond Lichtspoor nog terug en liep een eindje tussen de bomen. Hij hoorde maar weinig vogels. ~Zeker door de oproer van de jacht,~ dacht hij. Hij liep nog iets verder, hij wilde er één met mooie veren. Lichtspoor zocht de takken af naar een geschikte vogel en vond er eentje half verstopt in de bladeren. ~Dat word hem.~ Hij pakte een pijl en legte rustig aan. Hij schoot en raakte de vogel z'n kop. waarna de vogel op de grond viel. Lichtspoor pakte de vogel en trok de pijl er uit. ~Mooie veren.~ Hij nam de vogel mee terug naar de open plek.

Bliksem zag dat er voldoende bokken geraakt waren en besloot om bij het dier dat ze geraakt had te blijven zitten. Ze stond op en keek naar haar schouder. Er zat een smalle scheur in haar shirt, waar de boogpees haar geraakt had. In haar huid was een strakke, bloedende wond gesneden. Om zich heen kijkend, dacht ze bij zichzelf, ~Dat zoiets net mij moet overkomen. En nu! Ik moet nu wel doorgaan, alle elfen willen zien of we er wat van kunnen.~ Snel trok ze haar van pijn verbeten gezicht in de plooi en greep naar haar mes.
Storm trok zijn pijl uit het neergevallen beest en verwijderde daarna ook de speer van Zonnestraal. Met een grijns op zijn gezicht draaide hij zich om en gaf haar de speer terug. "Hihi, dank je," lachte Zonnestraal naar Storm. Ze was blij dat ze had kunnen helpen. Alleen zou het haar nooit gelukt zijn om zo'n beest neer te halen. "Jij ook bedankt!" zei Storm tegen Zonnestraal.
Meteen nadat hij dat gezegd had, werd hij zich weer bewust van de pijn in zijn schouder. Het was niet zijn pijn. **Bliksem? Alles okee?** zond hij naar zijn tweelingzus. *|Storm! Het gaat, mijn boog is kapot... Ik ben gewond aan mijn schouder!|* zond Bliksem terug naar haar broer. Er klonk verwarring in haar zenden door en pijn.
Zonnestraal zag dat Storm uithaalde naar zijn schouder. "Wat is er?" vroeg ze verbaasd. "Ben je gewond?" Zonnestraal kon zich niet herinneren dat Storm geraakt was. Storm keek weer om naar Zonnestraal. "Ik niet, maar Bliksem is gewond! Weet jij waar ze is?"
"Heh, Bliksem?" Zonnestraal keek wat vreemd naar Storm. "Bliksem is gewond en jij hebt dan pijn?" Storm knikte. "Als Bliksem gewond is, moet ze naar Kristal toe zenden. Kristal is onze genezer, zij helpt haar wel," vertelde Zonnestraal Storm. "Hmm, ja... Altijd zo geweest," beantwoordde Storm Zonnestraal's vraag, terwijl hij rondkeek of hij zijn zus ergens zag. "Ik denk niet dat Bliksem weet dat Kristal jullie genezer is." Zonnestraal lachte. "Dan vertel je dat haar toch, suffie."

Bliksem had met haar metalen mes al vast een lange haal gemaakt in de buik van de bok. Ze begon met het eruit trekken van de organen van het beest. Een smerig werkje, maar als je te lang er mee wachtte, dan werd het alleen maar erger!
**Bliksem, vraag naar Kristal! Die is genezer,** zond Storm naar zijn zus, in de hoop dat ze dat ook zou doen. Hij keek weer naar Zonnestraal en de bok en bedacht dat ze beter samen de bok naar de rest van de groep konden brengen. "Help je mee de bok te versjouwen?" vroeg hij aan Zonnestraal. "Ja tuurlijk," zei Zonnestraal. Ze liep naar de achterkant van de bok om deze tegelijk met Storm op te pakken en naar de borg te sjouwen.
~Kristal? Dat is toch die elf die zo kortaf deed tegen me?~ bedacht Bliksem zich. ~Ik weet niet of ik dat wel kan doen nu...~
**Het komt wel goed!** zond ze naar Storm en ze ging gewoon verder met het vervoersklaar maken van de bok, haar eigen pijn negerend. Storm zag een eindje verder de rest van de groep staan en liep die kant op, Zonnestraal op die manier meekrijgend.

Nu probeerde Roodklauw in te schatten waar iedereen was. Een stuk van de anderen verwijderd zag hij het meisje dat Regendans heette. Hij rende er naar toe.
Omdat ze toch niets te doen had begon Regendans voorzichtig haar speer uit de zwarthoef te trekken. Ze slaakte een zucht van verlichting, toen ze hem er helemaal gaaf uithaalde. Omdat ze zo geconcentreerd bezig was, zag ze niet dat de hoofdman naar haar toe kwam rennen. "Is ie dood?" vroeg Roodklauw aan Regendans, niet zeker wetend of ze hem opgemerkt had. Regendans schrok op. Ze draaide zich met een ruk om en zag de hoofdman staan. "Hmm, ja," stamelde ze. Roodklauw glimlachte naar haar. "Kom, we zullen een goede tak uit zoeken, waar we hem aan kunnen binden," stelde hij aan haar voor.
Regendans knikte een beetje afwezig naar de elf. Het stoorde haar dat ze niet meer wist hoe hij heette. Ze stond langzaam op en merkte dat ze tijdens de val door haar enkel was gegaan. Voorzichtig ging ze een beetje hinkend op zoek naar een geschikte tak. "Ben je gewond?" vroeg Roodklauw aan Regendans. "Blijf maar bij de zwarthoef zitten, dan zoek ik een tak," zei hij vriendelijk. Regendans vond dat de hoofdman een beetje overdreef maar omdat ze te verlegen was om tegen te sputteren ging ze maar weer zitten.

Roodklauw vond geen losse tak, maar begon er eentje van een boom te verwijderen. Dat was de best die hij kon vinden. Al vlug was hij weer terug bij Regendans. Hij haalde veters uit z'n riem die hij mee had genomen en begon de poten van het dier aan de tak te binden. Regendans bedacht dat ze toch wel zou moeten helpen met het dragen van de Zwarthoef, dus begon ze haar enkel te masseren zodat ze zo weer kon lopen.
"Gaat het daarmee?" vroeg Roodklauw en wees naar de wat gezwollen enkel. Terwijl de hoofdman zich bezig hield met het dier, stond Regendans weer op en begon een beetje heen en weer te wiebelen op haar voet. Glimlachend constateerde ze dat ze geen moeite zou hebben om terug naar de borg te lopen. "Ja, het gaat wel, het is niets," fluisterde Regendans verlegen.
Roodklauw knikte bemoedigend naar haar. Hij was klaar met het binden en tilde een uiteinde van de tak op. "Goed, dan zullen we ons bij de rest voegen." Regendans pakte het andere uiteinde van de tak vast en samen liepen ze naar de anderen.

"Laten we de bok daar neerleggen," zei Aanraking tegen Schudspeer, wijzend naar waar Roodklauw stond. "Wacht, ik zoek eerst een stevige tak waar we hem aan kunnen binden," zei Schudspeer half afwezig en hij liep een stuk richting het bos. Aanraking haalde ondertussen wat touwen tevoorschijn om de poten van de bok mee aan de tak vast te binden.
Schudspeer had ondertussen een geschikte tak gevonden en had de bok er al snel aan gebonden. "Zullen we maar?" vroeg hij aan Aanraking, en hij tilde een uiteinde van de tak op. Aanraking pakte het andere uiteinde van de tak en legde die op haar schouder. De bok was best zwaar. "Lopen maar," zei ze tegen Schudspeer.

Snelletong keek beteuterd naar de rennende groep en daarna naar haar blaaspijp. ~Dat haal ik nooit.~ Toen zag ze Kristal, zonder wapens, bij een dier staan. ~Die kan ik wel raken,~ dacht ze en rende naar Kristal toe. **Hulp nodig?** Kristal keek om en zag Snelletong met haar blaaspijp. **Ja schiet maar,** zond ze naar haar terug.
Blij dat ze ook wat kon doen, richtte Snelletong. Het dier bewoog bijna niet en was een makkelijke prooi. Snelletong haalde diep adem en schoot. **Raak! Wat een mooie! Die heb je uitgezocht zeker?** zond ze met een knipoog.
Kristal lachte lichtjes naar haar halfzuster. **Bedank voor je hulp,** zond ze haar, terwijl ze één voor één haar speren uit het dier trok. **Geen dank,** zond Snelletong terug. Ze liep naar het beest toe en haalde ook haar pijlen eruit. Daarna keek ze om zich heen om te zien wie waar was. **Er is lekker veel gevangen,** zond ze vrolijk. **Zullen we deze ook maar klaarmaken voor vertrek?**
Kristal keek tevreden naar de Zwarthoef. "Zo, nu nog even een tak zoeken waar we het dier aan kunnen binden, om mee terug naar de borg te kunnnen sjouwen," zei ze tegen Snelletong. Kristal lachte even, toen bleek dat Snelletong bijna tegelijk ongeveer dezelfde opmerking maakte. Ze liep met haar mee richting bos om een mooie tak uit te zoeken. Snelletong begon toen ook te zoeken naar takken. Al snel vond ze een rechte, stevige tak. Ze legde hem bij het beest neer, voordat ze weer verder ging met zoeken. Jammer genoeg vond ze alleen maar kleine takjes. **Liggen daar nog betere takken?**
**Ja, hier heb ik er één,** zond Kristal, terwijl ze een stevige tak omhoog hield. **Bij dat beest heb ik er ook al een neergelegd,** zond Snelletong terug, terwijl ze naar Kristal liep, om daar in de buurt ook te gaan zoeken. **Okee, Ik zal de bok vast gaan vastbinden,** zond Kristal terwijl ze naar de bok terug liep. **Ik help wel even,** zond Snelletong en rende Kristal voorbij naar het beest toe. Samen maakte Kristal en Snelletong de bok klaar voor vertrek.

Roodklauw en Regendans kwamen tegelijkertijd aan met Donderbron, die samen met Bassek een bok droeg. Roodklauw glimlachte naar Donderbron en knikte goedkeurend naar Bassek. Hij vond dat de nieuwe elfen zich werkelijk welkom moesten voelen, daardoor liet hij hen zien dat het op prijs stelde dat ze hen zo goed hielpen.
Vinder merktte op dat Bliksem een bok klaar had voor vervoer. Hij snelde naar haar toe om te helpen het bij de anderen te krijgen. Samen sleepten ze het dier aan de poten over het gras tot aan de rand van het bos. Daar konden ze vast wel een betere manier vinden om het beest te verplaatsen.
Lichtspoor keek even rond toen hij terug kwam op de openplek. Hij zag dat iedereen dezig was de dieren klaar te maken om te vervoeren. Hij merkte op dat Vinder ondertussen Bliksem aan het helpen was en hij krapte even achter z'n oor. **Sorry,** zond hij naar beiden. **Ik had eigenlijk moeten helpen.**
Bliksem keek naar de grote vangst. "Misschien kunnen we het net gebruiken om wat van deze dieren in naar huis te krijgen?" stelde ze voor. "Dan zouden we ze kunnen slepen of met meerdere elfen kunnen dragen," zei ze er nog achter aan, met een blik op Schudspeer, "Dan wordt dat net ook nog goed gebruikt." Schudspeer haalde z'n schouders op. "Ik weet eerlijk gezegd niet of ie daar wel stevig genoeg voor is. Het is eigenlijk een visnet," grinnikte hij.

Tevreden telde Roodklauw het aantal gevangen dieren. Bliksem en Vinder droegen er één, Schudspeer en Aanraking legden er ook eentje neer, daarnaast stonden Storm en Zonnestraal, en Bloesem sleepte een vrij jong exemplaar mee, wat Storm en Zonnestraal eerder hadden geschoten. Als laatste waren er dan nog Donderbron en Bassek, Kristal en Snelletong, en hijzelf met Regendans. Ook zag hij dat Lichtspoor een vogel had weten te raken en glimlachte naar hem. Lichtspoor zou Bloesem kunnen helpen met dragen.
De terugreis verliep wat langzaam, maar iedereen leek in een zeer goede bui te zijn. De jacht was erg goed gelopen en de nieuwe elfen leken er nu al veel meer bij te horen. Na enkele uren kwam de Borg in zicht en waren ze bijna thuis.