
Gespeeld door Annelies
Naam: Bassek
Zielnaam: Njai
Ras: Elf (puur)
Sekse: Vrouwelijk
Leeftijd: 325
Geboortestam: Zomerbron
Functie: Jager en looier
Persoonlijkheid: Ze is vrij rustig en houdt zich vaak een klein beetje op een afstand als ze anderen niet goed kent, ze weet ook niet goed hoe ze zich moet gedragen als ze onbekenden tegenkomt. Ze is behulpzaam en verantwoordelijk. Als ze bezig is met het maken van kleding of hier iets voor bedacht heeft, kan ze erg enthousiast zijn. Leren doet ze graag en ze is vrij nieuwsgierig. Ze wil altijd alle nieuwtjes weten en vertelt deze maar al te graag, al dan niet aangedikt, aan de anderen. Ze roddelt dus graag. Ze probeert altijd nauwkeurig te werken, welk werk ze ook doet. Ze houdt van een goede afwerking van haar taken. Ook bevindt ze zich graag in bekend gezelschap.
Zelfbeeld: Bassek ziet zichzelf niet als een roddelaarster, ze denkt juist dat ze iedereen er een plezier mee doet. Ze kan soms wat onzeker zijn over hoe ze overkomt op anderen en over haar vaardigheden. Ook voelt ze zichzelf wat onbelangrijk omdat ze niet de enige looier in de stam is.
Zwakheden:Ze denkt niet altijd na voordat ze iets doet. Dit heeft tot gevolg dat ze de verkeerde dingen op de verkeerde momenten aan de verkeerde personen kan vragen/vertellen. Ook kan ze te ver gaan met het roddelen en met haar nieuwsgierigheid.
Hobby's: In het gras liggen en naar de wolken kijken, verhalen verzinnen en af en toe vertellen, kleding maken. In de warme bronnen van Zomerbron zwemmen/ronddobberen is ook altijd een van haar grote hobbies geweest. Het koude water van het Zonnemeer vind ze maar niks.
Angst: Ze is bang haar vrienden kwijt te raken en ze is vreselijk bang voor mist, omdat de dingen dan vervormd zijn, je afgesloten word van de rest van de wereld en de controle kwijt kan zijn. Wanneer het mistig is mijd ze het naar buiten gaan ook zo goed mogelijk. Soms is dat lastig, omdat ze zich een beetje voor haar angst schaamt en dus niet wil dat anderen erachter komen, waardoor ze steeds met een excuus moet komen.
Vaardigheden: Sluipen, observeren, vertellen.
Magie: Zenden (gemiddeld) en magievoelen (zwak).
Uiterlijk: Ze oogt zelfverzekerd.
Hoofd: Beetje ovaal gevormd.
Ogen: Lichtbruin, ze staan een beetje schuin en zijn redelijk smal.
Neus: Kleine, scherpe neus.
Mond: Normale mond, haar lippen zijn niet veel donkerder dan de rest van haar huid.
Haar: Bruin, kort, beetje in plukken met rechts voor een lange vlecht die onderaan met een paarse kraal vastzit.
Lichaam: Slank gebouwd.
Huid: Blank, ze heeft een litteken dat als een schuine streep over haar voorhoofd loopt aan de linkerkant.
Kleding: Een iets wijd, kort, beige shirtje met een kleine V-hals en een opstaande kraag. Ook de mouwen zijn wijd. Halverwege haar linker onderarm wordt de mouw plots weer strak tot aan haar pols. De mouw van haar rechterarm blijft wijd, maar word bij haar pols strak gehouden door haar armbandje die ze er overheen draagt.
Er overheen heeft ze een paars korset, die aan de onderkant in een kleine punt loopt. Hieronder draagt ze een iets wijde 'poffige' broek die onder haar knieën strak vast zit. Aan haar voeten draagt ze paarse teensandalen met voor en achter een band, en twee bandjes om haar voet, een om haar enkel en bovenaan een halverwege haar kuiten. Verder draagt ze nog een bruine, regendichte mantel met kap.
Zomer: 's Zomers draagt ze haar bloesje niet en als ze in de buurt van de Borg blijft heeft ze vaak blote voeten. Ze wil als het echt warm is ook nog wel eens haar broek wat hoger vastmaken, zodat het meer een korte broek wordt.
Winter: In de koude tijden van het jaar draagt ze over haar kleding nog een paars vest met capouchon, waarbij de randen en het uiteinde van de mouwen met wit bont zijn afgezet. In plaats van haar sandalen draagt ze paarse laarsjes tot haar knieeën, waarvan de rand met wit bont is afgezet.
Persoonlijke voorwerpen:Haar meeste spullen lagen nog in Zomerbron. Wel heeft ze een paar kleine, handige dingetjes mee, zodat ze indien nodig wat aan kleding kan repareren.
Sieraden: Een armband van paarse steentjes.
Wapens: Een metalen mes (gemiddeld) en een boog (gemiddeld).
Ouders: Vader Sluipvoet (overleden) en moeder Groentak.
Bassek's vader is overleden toen ze nog maar een jaar of zes oud was. Veel herinnert ze zich niet van haar vader, al heeft ze weleens wat van haar moeder te horen gekregen. Ze was dol op hem. Doordat Sluipvoet gedood wordt door Langneuzen is Bassek een tijdje bang geweest voor die grote beesten en ook nu vertrouwd ze ze nog niet. Nadat ze besefte dat haar vader nooit meer terug zou komen heeft ze het een tijdje moeilijk gehad. Dit is later gelukkig overgegaan, als is ze wel wat rustiger gebleven.
Met haar moeder kan ze goed overweg, het was iemand met wie ze goed kan praten. Naast moeder/dochter en 'collega's' zijn ze ook goede vriendinnen. Haar moeder miste ze dan ook het meest toen ze in Zonnemeer was.
Broer/zus: Broer Koperkop (vermist, waarschijnlijk overleden).
Omdat Koperkop een ruime driehonderd jaar voor de geboorte van Bassek is verdwenen, heeft ze hem nooit gekend.
Andere familie: Geen.
Partner: Geen.
Kind: Geen.
Vrienden: Bliksem, Storm, Regendans.
Tijdens de tocht na de grondbeving heeft ze Storm en Bliksem een stuk beter leren kennen en is er een vriendschapsband ontstaan.
Met Regendans was die band er al een beetje toen ze nog in Zomerbron waren, tijdens de reis is ook deze sterker geworden. Al snapt ze niet altijd helemaal wat er nu in Regendans omgaat.
Aan de ene kant is ze blij dat Regendans mee is naar Zomerbron, aan de andere kant denkt ze soms dat Regendans beter in Zonnemeer had kunnen blijven omdat ze nu zwanger is. Ze vindt het jammer dat Bliksem en Storm niet mee op reis zijn gegaan, maar kan het wel begrijpen. In ieder geval mist ze ze best wel. Ze is er van overtuigd ze weer terug te zien. Of omdat Zomerbron verwoest is en de reisgroep weer terugkeert naar Zonnemeer, of later als Zomerbron niet verwoest is.
Geschiedenis:
| + 754 | lente | Bassek wordt geboren door erkenning tussen Sluipvoet (832) & Groentak (348). |
| + 760 | Sluipvoet (838), de vader van bassek (6), wordt vertrapt door Langneuzen en sterft daarna aan zijn verwondingen. | |
| + 771 | Bassek (17) snijd zich perongelijk bij haar wenkbrauw wanneer ze heeft besloten haar haar te kortwieken. Omdat ze niet voor gek wilde staan verteld ze wie er naar vraagt dat ze was aangevallen door een grote kat. Het litteken heeft ze nog steeds. | |
| + 773 | herfst | Bassek (19) raakt verdwaald door een dichte mist. Dit heeft ervoor gezorgd dat haar altijd al aanwezige lichte angst voor mist enorm is toegenomen. |
| + 786 | winter | Bassek (32) besluit bij haar moeder in de leer te gaan als looier. |
| + 1078 | lente | Tijdens een grondbeving raken Bassek (324), Bliksem, Regendans en Storm geïsoleerd van Zomerbron door het gedeeltelijk instorten van de bergpas. Wanneer ze de rest proberen te bereiken krijgen ze geen reactie en kunnen Bassek en de anderen alleen maar hopen dat hun stamgenoten nog leven. Via een omweg proberen ze terug te keren naar de borg, maar ze verdwalen. Na ongeveer een maan reizen, komen zij Nachtbloem tegen, die hen mee neemt naar Zonnemeer Borg. |
| +1079 | lente | Bassek (325) is sinds ze van haar stam gescheiden is, de hoop blijven koesteren dat Zomerbron niet totaal verwoest is, of dat er in ieder geval overlevenden zijn. Nadat ze zich had aangepast aan het leven in Zonnemeer begon de gedachtte op te spelen om terug te keren naar Zomerbron. Al was het maar om van de onzekerheid af te zijn en een laatste keer in de warme bronnen rond te dobberen. Omdat ze zo vurig hoopt dat er overlevenden zijn zou dit, mocht dit het geval zijn, wel als een enorme klap voor haar komen. Uiteindelijk heeft ze het idee om terug te gaan tussen neus en lippen door naar voren gebracht. Ze was dan ook erg blij dat ze in de lente van 1079 uiteindelijk naar Zomerbron terug zou keren, en dat er meerderen zijn die mee zijn gegaan. |
| + 1079 | zomer | Bij de terugkeer in Zomerbron blijkt tot Bassek's grote vreugde dat een groot deel van haar geboortestam nog in leven is, waaronder haar moeder. Ondanks dat enkele elfen er niet meer zijn voelt ze zich weer meteen thuis . Wanneer de vreugderoes van het weerzien van haar stam na een paar weken langzaam overgaat in de normale gang van zaken begint er echter bij Bassek wat te knagen. Ze had soms al het idee wat overbodig te zijn -ze was immers niet de enige looier in de stam- maar nu was het duidelijk dat haar moeder de stam prima in haar eentje van kleding kan voorzien. Terwijl ze hier weer in een rustig moment over aan het dubben is, zit ze al een tijdje naar de andere kant van de grote zaal te staren, waar het weefgetouw is neergezet. Langzaam begint het idee tot haar door te dringen dat nu Zonnegoud overleden is, er geen wever meer in de stam is, en dat misschien zij dat wel kan gaan doen. Na overleg met Aardster besluiten ze het weefgetouw te verplaatsen naar de lege den naast die van haar. Zo staat het niet meer in de weg in de grote zaal en kan ze er zelf gemakkelijk bij. Meteen daarna haalt ze de overgebleven linnengaren tevoorschijn zodat ze haar eerste poging kan wagen. |
| + 1079 | herfst | Met behulp van de herinneringen van zichzelf en anderen, begint het weven al aardig te lukken, zij het nog niet goed genoeg om de 'stof' tot kleding te verwerken. Ondanks de vorderingen is Bassek dan ook nog steeds niet tevreden over haar werk. Wanneer blijkt dat er een groep elfen naar Zonnemeer Borg gaat, besluit ze daarom om ook mee te gaan, in de hoop dat Zachtvoet haar verder zal kunnen helpen. Ze zou liever niet meteen weer weggaan en de stam moeten missen, maar Bassek wilde graag als altijd goed werk kunnen leveren. Om het vertrek wat makkelijker te maken heeft ze zichzelf ook herhaaldelijk verteld dat het vast ook geweldig zou zijn om de gezichten van Storm en Bliksem te zien wanneer ze erachter komen dat de stam nog leeft. |