Friemels    28 februari 2004 t/m 8 april 2004, door Carla, Nienke, Paulien & Susan.

B raam voelde zich helemaal warm worden van binnen. Die ogen van Fluitekruid: vol enthousiasme, blijdschap. Enthousiasme voor zijn grote passie ook. Hij had het eigenlijk onder woorden willen brengen, maar in plaats daarvan straalde hij alleen maar. Zijn dochter wilde zijn dingen leren.
Hij voelde haar aan zijn hand trekken en liet zich meeslepen. Het enige waardoor de tevreden glimlach af en toe onderbroken werd was de jeuk. De mandenmaker krabte tijdens het lopen en deed zijn best om niet alles uit zijn handen te laten vallen door het krabben. Die vervelende jeuk ook! Als hij nou daar maar iets op kon vinden in plaats van...
Braam schrok even. Dat was waar ook. Drieklank. Ze was op weg naar hen. Maar hij had haar nog niet gezien. Misschien waren ze elkaar misgelopen? Was zij ondertussen al bij de bronnen en had hij haar gewoon niet gezien? *| Uh.. Drieklank? |* vroeg hij voorzichtig. *| Wij zijn bijna thuis.. Waar zit jij? |* Hij bedacht zich dat het eigenlijk wel vreemd was om Drieklank helemaal naar hen te laten lopen, zonder uitleg. Daarom besloot hij het nu al te vragen. *| Het is misschien een beetje rare vraag.. maar... uh... weet jij .. |* Braam fronste even. Was het niet een domme vraag? Hij besloot het daarom eerst maar uit te leggen *| Fluitekruid heeft vreselijke last van jeuk. Al een tijdje. Het gaat niet over en water hielp niet echt. Heb jij nog een goed idee? |* Braam hoopte dat zij inderdaad een goed idee had. Hij vond het te onbenullig om ervoor naar de genezer te stappen. Ze zag hem al aankomen, hulp vragen voor een beetje jeuk... Nee, zo erg was het niet, besloot hij terwijl hij met zijn hand over zijn borst en hoofdhuid krabbelde. Ondertussen begon de jeuk wel iets op zijn humeur te werken en liet hij een geïrriteerde grom horen. Nog nooit eerder had hij meegemaakt dat hij zo lang jeuk had. Althans, niet dat hij zich zo snel kon herinneren.

Drieklank liep rustig in de richting van de bronnen toen ze het ongeduldige zenden van Braam ontving. *| Ik ben net terug van een flinke wandeling naar de dodenboom, vandaar dat ik niet zo snel ben. En daarbij ben ik de jongste niet meer. |* Bij de laatste zin stond er een kleine glimlach op Drieklanks lippen. In haar gedachten zag ze de twee jonge elfen voor zich. Braam, jong en fris en Fluitekruid ook vol energie. Geen wonder dat ze zoveel sneller liepen dan zijzelf. En daarbij had Drieklank echt vermoeide benen. Meestal na haar tochtje rustte ze eerst even flink uit, de Dodenboom was immers niet om de hoek.
In de verte zag Drieklank de twee aankomen. Ze bleef staan en zwaaide even, maar had het idee dat Braam noch Fluitekruid haar zag staan. Ze fronste haar werkbrauwen toen ze Braam hoorde zenden over de jeuk en zag hoe de twee inderdaad hier en daar krabten over hun huid.
~Jeuk?~ Drieklank dacht diep na. Was het niet eerder voorgekomen dat verschillende elfen in de stam last hadden van jeuk? Drieklank dacht diep na. ~Maskeroog! Ja, dat was het. Een Maskeroog had de borg betreden en ervoor gezorgd dat veel elfen last kregen van Friemels.

Drieklank begroette Braam en Fluitekruid vriendelijk toen deze haar zagen. Ze pakte een van Braam's armen vast waar deze flink aan gekrabt had en bekeek deze eens goed van dichtbij. Op zijn kleding zag ze allemaal hele kleine zwarte en bruine beestjes zitten. "Oh Braam, je zit onder de Friemels!" Drieklank draaide zich om naar Fluitekruid, legde haar hand op haar hoofd en haalde wat haren opzij. "Jij helaas ook, kleine meid" Drieklank aaide het meisje met haar hand over haar hoofd.
Drieklank keek bedenkelijk en vroeg zich af wat de oorzaak zou kunnen zijn. Vele seizoenen geleden was een Maskeroog de oorzaak. Misschien dat er nu een ander dier de borg was binnen gedrongen. "Zijn jullie vandaag of gisteren soms in de buurt van Rammer's stekelbeestje geweest?" vroeg ze ineens. Wellicht dat dit de oorzaak was, maar dan zouden er dus meerdere elfen last hebben van jeuk. Zonder een antwoord af te wachten wees Drieklank in de richting van de bronnen. "Kom, we moeten naar de meest zwavelrijke bron die er is, om alle Friemels van jullie en jullie kleding af te wassen. En als dat gebeurd is moeten jullie ook al jullie beddengoed onder handen nemen." Drieklank besloot uit voorzorg naar Aardster te zenden. Wellicht waren er meer elfen met Friemels. En als Rammer's stekelbeestje de oorzaak was, dan zou Rammer zelf ook helemaal onder zitten.
*| Aardster, Braam en Fluitekruid hebben last van Friemels. Ik loop nu met hen mee naar de bronnen. Misschien dat er meer elfen zijn die hier last van hebben en wellicht dat Rammers stekelbeestje hier iets mee te maken heeft? |*

Friemels? Braam keek Drieklank ongelovig aan. Hoe kon hij nou onder de friemels zitten? Hij keek ook eens goed, net zoals hij Drieklank had zien doen en zag daar ook de kleine beestjes. Gatver! Zijn gezicht vertrok en hij begon bewegingen te maken om ze eraf te krijgen. ~Stekelbeest? Bij Rammer?~ Ongerust en ongemakkelijk keek Braam Drieklank en Fluitekruid aan. Hij had dit nog nooit meegemaakt en een ding was zeker, het beviel hem niets.
Op weg naar de heetste bronnen ging hij met de handkrabber over zijn rug en schudde hij zijn hoofd op de vraag van Drieklank. "Stekelbeest? Nee.. nee..Ik... Hoe bedoel je, ons beddegoed moet ook?" Braam liep verward en al krabbend door. Hij hield niet van onverwachte verrassingen, laat staan verrassingen die allemaal extra werk inhielden zoals wassen. Hij mompelde "Ik ben helemaal niet bij Rammer gew... oh.." In Braam zijn gedachten schoot de herinnering aan die avond met Rammer te binnen. Rammer had jeuk gehad en .... en er was een raar beest. ~Bij de allerhoogsten!~ Plotseling werd Braam pissig. "Dus omdat Rammer zo'n beest heeft zitten wij nu onder de jeuk? Mooie boel is dat!"

Fluitekruid kreeg gelijk weer overal jeuk van het woord friemels. ~Wat klinkt dat vies.~ Maar haar aandacht werd gelijk weer getrokken door iets anders. "Een stekelbeest? Wat leuk!" Anders dan haar vader zag zij een beestje wel zitten. "Maar ik ben niet bij Rammer geweest." zei ze wat teleurgesteld. Ze had het beestje wel willen zien. "Maar ik ben wel bij Klauw geweest." Zo had ze vast de friemels opgelopen.
Fluitekruid keek haar vader trots aan. "Dus de bronnen zouden wel moeten helpen!" Haar idee was toch niet zo slecht geweest. Ze vond het absoluut niet erg dat alles gewassen moest worden, ze hield er wel van om met water te spelen. Het enige minpuntje was dat ze dan wat langer moest wachten totdat haar vader haar wat over 'zijn' dingen kon leren. Maar als dit haar van de jeuk af kon helpen kon het best wel even wachten. "Nou, dan moeten we alles maar gaan halen he?"

~Fluitekruid had het dus niet van Rammer, maar van Klauw?~ "Oh fijn.... straks zitten we allemaal onder..." mopperde Braam terwijl hij al krabbend verder liep. "Weet de rest het trouwens al?"
Braam reageerde sloom op Fluitekruid opmerking dat de bronnen toch zouden helpen. "Hmm? Wat?" Hij keek richting zijn dochter en zag haar trotse gezicht. "ja. Ja. Goed idee, liefje. Heel goed." Net toen hij richting bronnen wilde lopen kaartte Fluitekruid aan of ze de spullen meteen moesten meenemen. "Oh ja.. ja. Ja, laten we dat maar doen. Zijn we er meteen vanaf. Als tenminste niet iedereen onder die friemels zit..." Al krabbend liep Braam zijn den in, even verlangend naar zijn werkplaats kijkend. Hij had liever nu meteen de krabhand afgemaakt in plaats van alles moeten wassen. Maar.... als het goed was zouden ze wel van die ellendige jeuk afkomen zo. Snel graaide hij wat slaaphuiden weg en kwam er weer mee naar buiten, enigszins vies kijkend naar de huiden om te zien of ze daar ook zaten. "Getver, hier ook al." gromde hij, terwijl hij bedacht waar die beesten nog meer zouden kunnen zitten. Als hij dat beest van Rammer zou zien zou hij 'm zo zonder pardon in de bron gooien, zodat die rotfriemels weg waren, bedacht Braam zich onder het krabben. "Kom, snel naar de bronnen!"
Met zijn handen vol haastte Braam zich naar de bronnen, achter Drieklank aanlopend. "Ik heb nou alle huiden. Zouden ze in nog meer dingen kunnen zitten?" De lucht van rotte eieren werd steeds sterker, een teken dat ze de zwavelrijkste bronnen bereikt hadden. Al wiebelend van de jeuk trok Braam zijn kleren uit en sprong in het water, her en der nog krabbend. "Moeten die huiden gewoon zo hoppa in het water?" vroeg hij Drieklank, volledig gefocusd om van de jeuk af te komen. Hierdoor miste hij het gezwaai van Vlierbes en Nachtzang. Zijn gezicht keek vragend naar Drieklank, blij dat zij er was. "Pas maar op dat jij het niet krijgt..." zei hij bezorgd.

Fluitekruid was achter haar vader aan de den ingekomen. Zorgvuldig pakte ze haar eigen spulletjes en ging weer naar buiten. Ondertussen lette ze goed op of ze Rammers beestje ergens kon ontdekken. Het was blijkbaar goed in verstoppen, want ze kon hem nergens ontdekken. Ze had er nogal moeite mee om alles vast te houden en om dan ook nog te krabben. De vachten zorgden ervoor dat alles nog meer kriebelde dan daarnet. Daarom sprong ze ook met alles tegelijk de bron in en wachtte het antwoord op Braams vraag niet af. Het maakte haar ook niet uit, zolang ze maar van die jeuk af kwam. Lachend kwam ze boven, geamuseerd door alle drijvende spullen om haar heen. "Ze zitten vast ook op je kleren." merkte ze op toen ze haar vader zag. Als ze ook al op de slaaphuiden zaten, moesten ze daar toch ook zitten.

Braam knikte naar Fluitekruid en gooide de huiden en zijn kleding ook in het water. Het water voelde opnieuw goed, verminderde de jeuk weer terwijl hij nu gefocused was om die beesten van zijn huid te krijgen. Het idee van beestjes op zijn kleding en huid was er niet een die hij echt verwelkomde. Inwendig mopperend op het stekelbeest pakte hij een groot blad van de kant en gebruikte dat om zijn lichaam mee schoon te vegen. Hij gaf ook een blad aan zijn dochter. "Hier... hiermee kan je jezelf wat schoonvegen."
Na de schrobpartij waadde Braam meer naar de kant, waar hij begon met het wassen van zijn kleren. Mooie boel was dat, kon hij al zijn kleren en huiden gaan wassen.... Nu maar hopen dat niet de hele stam er last van had waardoor hij dit opnieuw kon gaan doen.
"Doe je kleren uit liefje, dan kan ik ze ook wassen. Gaat het al beter?" Braam keek even op van het wassen, waarbij hij met zijn kleren over een rots ging, zijn bovenlichaam boven water. Hij keek naar de huiden die in het water lagen en zuchtte wat. Voorlopig was hij nog niet klaar. Maar goed, als hij hierdoor van die jeuk verlost was.... "Dus ik hoef het alleen maar te wassen? Kunnen ze niet tegen zwavel?" Braam stopte even met zijn vraag aan Drieklank. "We moeten straks dat beest ook maar in het water gooien. Straks zit iedereen onder..."

Fluitekruid nam het blad aan en begon ijverig te boenen. Ze was de jeuk meer dan zat en was dan ook erg blij dat er eindelijk een oplossing voor was. Toen ze dacht dat de friemels wel weg zouden zijn klom ze ook op de kant. Daar probeerde ze haar kleren uit te krijgen, maar alles bleef plakken. "Jma gwaamt wel bweter." zei ze terwijl ze haar shirt probeerde uit te doen. Met een plof schoot het uiteindelijk toch uit. Zo goed als ze kon probeerde ze zelf haar kleren te wassen.

IJverig schrobde Braam zijn kleren. Die rot friemels moesten eruit! Allemaal! Om hem heen lagen al zijn kleren en huiden, evenals Fluitekruid haar kleren, voor zover ze die had uitgetrokken. "Lukt 't?" informeerde hij toen hij zijn dochter zag rommelen met het uittrekken van haar kleren. Hij liep richting de kant, zijn naakte lichaam vol met rode plekjes. De kille wind blies de druppels water op zijn lichaam naar achteren terwijl hij dochter hielp met het uittrekken van de kleren. "Ga maar snel het water weer in... anders vat je straks nog kou" mopperde hij wat terwijl hij zich nu op de andere kleren richtte en snel weer het water in ging. Het zwavelwater was in verhouding met de wind een stuk aangenamer. "Kijk maar even of je nog friemels ziet..." zei hij tegen Fluitekruid, terwijl hij haar een huid die hij net geschrobt had gaf. "Hoe lang moet dat in het water?" vroeg hij Drieklank, om zich heen kijkend. Hoe kreeg hij dit ooit zo snel weer droog?

"Ja, ja, het gaat wel." zei Fluitekruid, maar met hulp van haar vader ging het natuurlijk sneller. Ze rilde even, buiten de bronnen was het nog best koud. Maar ze voelde de jeuk langzaam wat wegtrekken, iets wat dan wel weer fijn Toch volgde ze het advies van haar vader op en dook de bron weer een. "Aah.. Dat is warmer." zei ze gelukkig. Ze pakte de huid van haar vader aan. Door al het water was hij loodzwaar, maar nog wel lekker warm. Ze kroop er half onder en begon hem grondig te doorzoeken. Ze begon snel weer te wassen als ze af en toe nog een friemel tegenkwam, of iets dat er op leek. Na een tijdje hield ze hem, voor zo ver dat ging, tevreden omhoog. "Deze is klaar." Ze keek om zich heen. Waar kon ze hem laten zonder dat hij vies werd of weer onder de friemels kwam te zitten? Eigenlijk hadden ze hier grote bomen nodig. Iets met veel takken dicht bij de grond en ze zouden natuurlijk schoon moeten zijn. "Kan jij schone bomen maken?" vroeg ze Braam.

De denkrimpel, een frons die een rimpel maakte net iets boven zijn wenkbrauwen, verscheen op Braam zijn gezicht. Hij rechtte zijn rug en stond in het water, half erin, half eruit, zijn vest in zijn hand. Hoe moesten ze dat spul nu drogen? Braam wreef met zijn natte hand over zijn kin en krabte nog her en der wat. Neerleggen was niet handig, straks konden ze opnieuw beginnen! Eigenlijk moest hij een touw hebben, een touw dat hij kon spannen tussen de bomen die er stonden. Braam had vaag gehoord dat Fluitekruid iets gezegd had, maar wist niet wat dat was. Hij keek haar vragend aan, terwijl hij naging waar hij een touw vandaan ging halen. In de werkplaats was voldoende touw, maar z'n kleren.... "Dan maar zo..." gromde Braam terwijl hij zijn gewassen natte kleren aantrok. Hij zag Fluitekruid de huid omhoog houden en hem vragend aankijken. "Leg die maar even op de steen... ik haal even wat touw op.... Ga maar ondertussen verder en zorg dat je geen kou vat, liefje.. Ik ben zo terug." En met zijn kleren vastgeplakt tegen zijn lijf, met zijn krullen zwaar van het water en met zijn schoenen modderplekken achterlatend in het zand haastte Braam zich naar zijn werkplaats. Natte kleren, jak, hij had er een hekel aan. En al dat extra werk door dat stekelbeest maakte niet dat zijn humeur zonniger werd. Hij holde richting borg, om te zorgen dat hij warm bleef. De koude wind had zijn lijf al aardig afgekoeld en rennen was de beste optie die hij zo kon bedenken. Wat stom dat hij niet meteen aan dat touw gedacht had!

Fluitekruid keek haar vader na. Touw halen was natuurlijk ook een goed idee, maar de huid op een steen leggen iets minder. Dan zou hij vast ook weer vies worden. Gelukkig had ze een ander idee. Ze rolde de huid op en klemde hem onder haar arm. Zo klauterde ze de bron uit, op zoek naar lange takken. Zodra ze drie stevige takken had gevonden liep ze weer terug naar de bron. Zo goed als het ging waste ze de stokken en liep er weer mee terug. Toen stak ze ze zo diep in de grond als ze kon. Daarna gooide ze de huid eroverheen. Na een paar aanpassingen viel het niet meer om. Tevreden keek ze er even naar en dook de bron weer in. Braam had gelijk. Buiten de bronnen was het best nog wel koud. Ze pakte een huid en ging weer verder met wassen.

Op dat moment zond het stamhoofd: **Drieklank heeft ontdekt dat Braam en Fluitekruid Friemels hebben. Degene van jullie die jeuk hebben of vermoeden dat ze ook besmet kunnen zijn, moeten nu ONMIDDELIJK al hun kleding, (slaap)vachten en zich zichzelf uitgebreid gaan wassen in de bronnen. Ga naar de bron met de meeste zwavel. Daar zijn Braam Drieklank en Fluitekruid nu ook. Hopelijk werkt de zwavel voldoende tegen de beestjes... Iedereen die straks de Borg weer ingaat zal gecontroleerd worden op Friemels. Al moeten jullie de héle nacht in de bron weken, dit móet nu meteen gestopt worden, anders worden we straks gek van de jeuk!**

Drieklank had een rustig plek langs de bron gevonden. Ze was nog moe was haar grote wandeltocht van die ochtend. Normaal gesproken zou ze ook eerst even wat rust nemen, voordat ze weer iets zou ondernemen, maar vandaag was er dus iets tussen gekomen. Vanaf haar plekje keek ze uit over de bond waar de twee jonge elfen zich ontdeden van de friemels. Het liefst zou Drieklank haar ogen even sluiten, maar ze vond het altijd een mooi gezicht om te zien hoe lief en zorgelijk Braam met zijn jong omging. Drieklank moets toegeven dat ze Braam bijna als haar eigen jong beschouwde. Sinds de jonge man zijn ouders verloor had ze zich over Braam ontfemd, ze had hem een plekje in haar wekplaats gegeven waar hij zijn vaardigheden in het manden vlechten verder kon ontwikkelen en ze was er om hem te adviseren wanneer hij vragen had. Bovenal had Drieklank bewondering voor de jonge Braam. Zelf in haar ogen nog een jong erkende hij en verloor hij ook zijn levensgezel. Nu moet hij alleen de zorg voor zijn dochter op zich nemen, welke ook zeker niet de makkelijkste is. Het was duidelijk dat Braam een apart plekje in haar hart gekregen had. Terwijl ze naar de twee keek zag ze hoe af en toe Braam zich weer tot haar richtte met een vraag. Ze wierp het de onzekere jongeman steeds een lach toe, wat genoeg was. Ze kenden elkaar en een blik was genoeg om elkaar te begrijpen. Ze was ervan overtuigd dat Braam alles zelf prima afkon en probeerde hem alleen daar waar nodig bij te staan.
Toen hoorde Drieklank Aardsters zenden. Ze had even getwijfeld of Aardster haar boodschap ontvangen had, maar had even gewacht deze nog een keer te zenden. Het stamhoofd had het wellicht druk, wat Drieklank nu concludeerde dat inderdaad het geval geweest moest zijn. Rustig wachtte ze af op wie er zouden komen, terwijl ze ondertussen bleef genieten van vader en dochter die elkaar van de friemels afhielpen.

Na een tijdje kwam Braam hijgend terug. In zijn handen had hij touw, een kruik, wat eten en een mes. Zijn kleren zaten vastgeplakt aan zijn lijf en zijn krullen waren ondertussen weer opgedroogd. Bij aankomst keek hij eerst even waar Fluitekruid was en zag tot zijn verbazing een paal waaraan kleding hing. Met een vragende blik keek hij naar Drieklank. Had zij dat gedaan? Of... nee, vast niet. Of ..? Op dat moment hoorde hij het zenden van Aardster. Zijn gezicht verschoot van kleur en door een onhandige beweging viel de kruik bijna uit zijn handen. De reddingspoging zorden ervoor dat de kruik in zijn armen bleef, maar dat het mes en het touw naast hem op de grond vielen. Nog net kon hij zijn voet wegtrekken zodat hij het mes niet op zijn tenen kreeg. "Whooaaa!"
Enigszins verbolgen over het feit dat Aardster het zo rondschalde keek Braam even om zich heen. Zouden er nog meer komen? Of waren zij de enige geweest? Als dat zo was, dan was het nog genanter. Hij zette de kruik neer, legde het eten ernaast en zocht Fluitekruid. "Liefje, ik heb nog wat eten meegebracht. En drinken." Met zijn tanden op elkaar pakte de jonge vader het touw en begon deze te spannen tussen hoge takken van bomen in de buurt. Wat ging het de rest aan dat hij friemels had? Een geïrriteerde zucht verliet zijn mond. Stom gedoe. Terwijl hij naar Fluitekruid keek probeerde hij zijn humeur niet zo te laten blijken. "Heb je dat allemaal al gedaan?" vroeg hij, terwijl hij haar druk bezig zag. "Goed zeg!" Zelf nam hij een slok en bood het Fluitekruid en Drieklank aan. Het had hem niets gescheeld dat Drieklank het wist, zij voelde daarvoor veel te vertrouwd. "Als je ook eten of drinken wilt..." bood hij aan. Toen het touw op zijn plek zat pakte Braam een van de huiden en hing 'm erover. Vervolgens hing hij de kleding en andere huiden die gedaan waren erover en hielp hij Fluitekruid met de laatste dingen te wassen. Steeds ging zijn blik even naar de richting waar de borg was. Zouden er meer komen?

Drieklank nam een slok uit de kruik met water die Braam haar aangeboden had. Ze had niet eens door dat ze zo'n dorst had. Maar nadat ze enkele slokken nam voelde ze ook haar maag wat knorren. Drieklank herinnerde zich toen dat ze haar ontbijt overgeslagen had. Ze zou samen met Klauw en Rammer kijken naar wat te eten toen ze het zenden van Braam ontving. Drieklank gaf de kruik terug aan Braam en raakte daarbij even zijn hand aan. **Bedank jong, dat had ik net even nodig.** Drieklank besloot dat het eten later wel zou komen. Nu bleef ze bij de bon om te kijken of een van de elven misschien haar hulp nodig zou hebben bij het verwijderen van de friemels.
Drieklank keek in de richting van de borg. ~Waar blijven de anderen toch?~ Drieklank wou deze gedacht hardop uitspreken toen ze net Groentak en Winde in de verte aan zag komen lopen. **Deze kant op meiden** zond ze naar hen terwijl ze in hun richting zwaaide.

Rustig ging Drieklank weer zitten. Als er elven waren die hulp van haar nodig hadden hoorde ze het wel. Ze keek rustig toe hoe de verschillende elfen langskwamen en van de bron gebruik maakte om zich te ontdoen van de friemels. Ineens voelde Drieklank de vermoeidheid toenemen. De rust die ze normaal na zo'n lange ochtendwandeling nam had ze nu duidelijk gemist. Langzaam zakte haar oogleden omlaag. Even vocht Drieklank hiertegen. Maar toen ze naar de elven keek besefte ze dat die haar hulp waarschijnlijk toch niet nodig hadden en alles prima zelf af konden. Dus waarom zou ze dan niet van de mogelijkheid gebruik maken om haar lichaam wat rust te geven? Ze was immers niet meer zo jong en energiek als de meeste elven van de stam. Langzaam stond Drieklanks toe dat haar oogleden naar beneden zakte en niet veel later belandde de stamoudste in een vredige slaap...