L.J. van den Berg* & B.H. te Linde**

 * Van Basten Batenburgstraat 4, 7131 CC Lichtenvoorde

** 's Herenhof 68, 6909 DC Babberich

 

Upland Enchanter's nightshade (Circaea x intermedia ), a common Enchanter's nightshade along the brook of Ratum.

Circaea. x intermedia was until 2001 merely found at the Döttenkrö, a decidious forest along the brook of Ratum near Winterswijk in the province of Gelderland. In 2001 the plant has been found in many localities along this brook. The winged stalk as used in many floras is a false characteristic.

 

Inleiding

Circaea x intermedia (Klein heksenkruid) wordt beschouwd als de steriele bastaard  van C. alpina (Alpenheksenkruid) en C. lutetiana (Groot heksenkruid). Circaea x intermedia kan zich vegetatief sterk uitbreiden. Meestal is C. alpina niet in de onmiddellijke omgeving te vinden. Circaea  x intermedia is al tientallen jaren bekend van de Döttenkrö, een loofbos langs de Ratumse beek bij Winterswijk .1,2 Vroeger is het op twee plaatsen in Zuid-Limburg gevonden (Valkenburg 1897, Spaubeek 1939).3  Recent werd C. x intermedia bij Ede als verwilderend tuinafval in een droog bos aangetroffen .4

 

Diverse groeiplaatsen ontdekt

In het voorjaar van 2001, tijdens ons veldwerk voor de 'Atlas van de flora van Oost-Gelderland' (verschijnt eind 2002), ontdekten we  langs de Ratumse beek een tot dusver onbekende groeiplaats van C. x intermedia. De plek ligt twee kilometer stroomopwaarts van de oudsher bekende groeiplaatsen in Döttenkrö. In de hoop C. alpina, de tot nog toe in de Achterhoek niet gevonden ouder van C. intermedia, te ontdekken, hebben we vervolgens het gehele dal van  Ratumse beek en Willinkbeek uitgekamd. Tot onze verbazing vonden we C. x intermedia op tientallen groeiplaatsen (zie kaart). C. alpina bleef echter onvindbaar.

De meest westelijke groeiplaats van C. x intermedia is gevonden in het Bönnink langs de Willinkbeek. De meest oostelijke groeiplek werd gevonden in een oud bos op ongeveer anderhalve kilometer van de grens met Duitsland.

 

Determinatie en herkenning

Waarom C. x intermedia langs de Ratumse beek bij eerdere inventarisaties niet op meer plaatsen werd opgemerkt, is de vraag. 5,6,7,8 Circaea  x intermedia bloeit minder dan C. lutetiana; waarschijnlijk zijn de planten voor niet bloeiende spruiten van deze laatste soort gehouden. In de diepe schaduw wordt C. x intermedia even groot als C. lutetiana. Materiaal dat in 1940 bij Winterswijk als C. lutetiana werd verzameld is pas in 1969 als C. x intermedia door Frits Adema herkent. Langs grote delen van de Ratumse beek blijkt C. lutetiana veel minder algemeen dan C. x intermedia. De vegetatieve spruiten van de door ons gevonden planten vertoonden in het voorjaar grote gelijkenis met  de “C. alpina “ zoals we dat zagen bij Middachten: grote hoeveelheden kleine, glimmende, donkergroene blaadjes met een fraai getande rand.9 De bladstelen waren net als in Middachten gegroefd en niet gevleugeld. We verkeerden in de veronderstelling dat wij ook langs de Ratumse beek C. alpina ontdekt hadden. Diverse flora’s en het internet brachten echter geen uitkomst; niet bloeiende planten waren door ons niet met zekerheid te determineren.10,11,12,13,14,15,16,17 We besloten wat planten te verzamelen om deze in de tuin verder op te kweken. Eind juni begonnen de naar onze tuinen overgebrachte exemplaren te bloeien; ook langs de beek vonden we diverse bloeiende exemplaren. Alle planten bleken te behoren tot C. x intermedia. Zelfs een in Middachten verzamelde plant had een gelobde stempel, behaarde bloemstelen, vormde geen zaad en bleef doorbloeien: ook C. x intermedia! Op 17 september bezochten we samen met Eddy Weeda de groeiplaats van C. alpina in Twente.18  Hier waren nog diverse oude bloeistengels met de typische kleine eenhokkige zaden te vinden. Of C. alpina in Middachten voorkomt is nog niet aangetoond.

 

Vegetatieve verschillen tussen Circaea alpina en Circaea x intermedia?

De bladstelen van zowel C. alpina als C. x intermedia zijn rolrond en ongevleugeld, met een diep gegroefde bovenkant.  De bladeren zijn getand. De ‘gevleugelde’ bladsteel die in diverse determinatietabellen als kenmerk van C. alpina gebruikt wordt, is een artefact dat ontstaat wanneer de bladeren als herbariummateriaal gedroogd worden.10,13,14,16,17, 21

 De bladeren van C. x intermedia zijn spits eirond, de bladrand is regelmatig bezet met gekromde haren van 0,15 tot 0,3 mm. De stengels van de in de halfschaduw in de tuin opgekweekte planten waren op de knopen vaak verdikt. De bladvoet en de knopen waren rood aangelopen. De planten bleven klein en werden enigszins gelig. Op de groeiplaatsen langs de beek waren de planten volledig groen en waren er nauwelijks verdikkingen waar te nemen. De grootte varieerde, vaak hadden ze hier bijna het formaat van C. lutetiana!

De bladeren van C. alpina zijn eirond, de bladrand is spaarzaam bezet met gekromde haren van ca. 0,15 mm. De planten vertoonden geen verdikkingen of verkleuringen.

We concluderen dat op grond van vegetatieve kenmerken, vaak geen onderscheid te maken valt tussen C. alpina en C. x intermedia.

 

Waar komt Circaea x intermedia vandaan?

Weeda suggereerde in dat delen van wortelstokken mogelijk uit Westfalen zijn komen aandrijven.1,2 De dichtstbijzijnde bekende groeiplaats van C. x intermedia in Duitsland ligt bij Coesfeld op zo’n 40 kilometer afstand van de oorsprong van de Ratumse beek; de beide groeiplaatsen staan niet via een waterloop met elkaar in contact.19,20 De waterloop bij Coesfeld watert af via de Berkel, die bij Rekken ons land binnenkomt. De dichtst bij Ratum gelegen populatie van C. alpina in Duitsland is zelfs meer dan 120 kilometer hiervan verwijderd. Het is dan ook niet aannemelijk dat delen van planten uit Westfalen zijn komen aandrijven. Langs de Hazelbeek in Twente groeit C. alpina op bijna 50 kilometer ten noorden van Ratum.20 Circaea x intermedia kan zich onmogelijk vegetatief vanuit de Döttenkrö stroomopwaarts verspreid hebben; er zijn veel obstakels zoals bruggen en onbeschaduwde ruige oevers.  We hebben C. x intermedia bovendien nergens gevonden in de sloten en greppels die vlakbij rijke groeiplaatsen uitmonden in de Ratumse beek: vegetatief breidt de plant zich blijkbaar niet of nauwelijks stroomopwaarts uit. De nieuw ontdekte vindplaatsen van C. x intermedia zijn waarschijnlijk even oud als of ouder dan de stroomafwaarts gelegen bekende groeiplaats.

 

Circaea alpina vroeger langs de Ratumse beek?

Circaea x intermedia werd langs de beek vrijwel overal aangetroffen waar een geschikte plek te vinden was. De oevers van de beek stroomopwaarts van de meest oostelijkste groeiplek in Nederland bieden voldoende geschikte plekken voor C. x intermedia. In het Duitse deel zijn de taluds van de beek door regulering en het ontbreken van schaduw door bomen wel minder geschikt. Ons bezoek aan de Twentse groeiplaats maakte ook meteen duidelijk waarom C. alpina veel zeldzamer en meer bedreigd is; de planten groeien in een bronbos op zeer natte plaatsen met een hoge luchtvochtigheid terwijl C. x intermedia veel minder kieskeurig is.18,21 Bij ontwatering zal de eerstgenoemde soort verdwijnen; de bastaard kan zich handhaven op plaatsen die in de zomer vrij droog zijn.

Het ligt onzes inziens voor de hand dat C. alpina ooit in de omgeving van de meest oostelijkste groeiplaats van C. x intermedia groeide. Recht tegenover deze plek komt een sloot in de Ratumse beek uit. We hebben ook deze loop gevolgd. Hij begint wat verderop achter boerderij Broerink in een reliëfrijk eiken-haagbeukenbosje. Er zijn in het sterk verdroogde bos tegenwoordig niet veel vochtminnende planten meer te vinden.. Door het bosje loopt ook de diep gegraven Harmsbeek, die de oorzaak is van de sterke verdroging. Verderop langs de Harmsbeek groeien o.a. Slanke sleutelbloem (Primula elatior), Bosanemoon (Anemone nemorosa), Witte klaverzuring (Oxalis acetosella) en IJle zegge (Carex remota). Het lijkt ons aannemelijk dat C. alpina in deze buurt ooit samen met C. lutetiana groeide.

Klein heksenkruid (Circaea x intermedia Ehrh.), een algemeen heksenkruid langs de Ratumse beek bij Winterswijk.

Tekstvak: home
Tekstvak: atlas flora
Tekstvak: publicaties

Beschrijving van de groeiplaatsen van C. x intermedia

De coördinaten zijn met behulp van GPS bepaald. Omdat de opnamen allemaal onder bomen zijn gemaakt zijn de coördinaten niet helemaal betrouwbaar.  We geven de coördinaten tot op de meter nauwkeurig om zodoende toekomstig onderzoek te vergemakkelijken. Vanwege zijn algemene voorkomen langs de Ratumse beek loopt C. x intermedia geen gevaar als de groeiplaatsen exact bekend zijn. Op niet alle groeiplaatsen zijn vegetatieopnamen gemaakt, de minimale afstand tussen twee opnamen bedroeg ongeveer 50 meter. Doordat alle opnamevlakken zo homogeen als maar mogelijk zijn gemaakt ontbreken in de meeste gevallen de bomen en struiken. De bomen en struiken die de schaduw geven behoren niet tot het vegetatietype waarin C. x intermedia groeit.

1                X=246.489, Y=445.363, 12 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie zuid, hoek 80º, waterpeil 0,6 meter, talud.

                   Schaduw 90%,             Struiklaag 70% hoogte 5 meter, Kruidlaag 50% hoogte 0,3 meter, Moslaag 5%

2                X=247.588, Y=445.068, 12 mei 01, opp. 1 x 6 meter, expositie zuid, hoek 80º, waterpeil 0,6 meter,          talud.

                   Schaduw 60%, Struiklaag 1% hoogte 1 meter, Kruidlaag 60% hoogte 0,5 meter, Moslaag 1%.

3                X=247.643, Y=455.080, 12 mei 01, opp. 2 x 3 meter, expositie zuidoost, hoek 20º, waterpeil 0,7 meter,    talud.

       Schaduw 95%, Boomlaag 20% hoogte 20 meter, Struiklaag 50% hoogte 3 meter, Kruidlaag 60% hoogte 0,2 meter, Moslaag 1%.

4                X=247.682, Y=445.112, 11 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie noordwest, hoek 40º, waterpeil 0,5 meter, talud.

                   Schaduw 80%, Struiklaag 80% hoogte 3 meter, Kruidlaag 60%. hoogte 0,1 meter, Moslaag 10%.

5                X=247.750, Y=445.215, 12 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie noordwest, hoek 30º, waterpeil 0,6 meter, talud.

                                                   Schaduw 75%, Struiklaag 30% hoogte 3 meter, Kruidlaag 30% hoogte 0,25 meter, Moslaag 1%.

6                X=248.537, Y=445.727, 12 mei 01, opp.1 x 5 meter, expositie noord, hoek 5º, waterpeil 0,4 meter, binnenbocht.

                                                   Schaduw 85%, Kruidlaag 30% hoogte 0,3 meter, Moslaag 10%.

7                X=249.088, Y=445.827, 14 mei 01, opp. 1 x 4 meter, expositie zuid, hoek 60º, waterpeil 0,8 meter, afkalvende buitenbocht.

                   Schaduw 80%, Boomlaag 20% hoogte 7 meter, Struiklaag 20% hoogte 1,5 meter, Kruidlaag 50% 0,5 meter, Moslaag 5%.

8                X=249.295, Y=445.767, 14 mei 01, opp. 1 x 4 meter, expositie noordwest, hoek 25º, waterpeil 0,6 meter, uitgezakte buitenbocht.

                                                   Schaduw 80%, Kruidlaag 50% hoogte 0,25 meter, Moslaag 20%.

9                X=249.388, Y=445.817, 14 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie zuidwest, hoek 30, waterpeil 0,7 meter, binnenbocht.

                   Schaduw 90%, Boomlaag 40% hoogte 25 meter, Kruidlaag 60% 0,2 meter, Moslaag 10%.

10              X=249.518, Y=445.844, 14 mei 01, opp. 4 x 4 meter, vlak, waterpeil 1,4 meter, loofbos naast beek.

                                                   Schaduw 50%, Struiklaag 20% hoogte 2 meter, Kruidlaag 30% hoogte 0,3 meter, Moslaag 1%.

11              X=249.586, Y=445.854, 14 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie noordoost, hoek 60, waterpeil 0,7 meter, talud.

                   Schaduw 90%, Struiklaag 60% hoogte 6 meter, Kruidlaag 30% hoogte 0,25 meter, Moslaag 40%.

12              X=249.757, Y=445.797,  14 mei 01, opp. 1 x 4 meter, expositie zuidwest, hoek 60º, waterpeil 0,6 meter, buitenbocht.

                                                   Schaduw 70%, Kruidlaag 70% hoogte 0,3 meter, Moslaag 20%.         

13              X=249.990, Y=445.637, 3 juli 00, opp. 1,5 x 7 meter, expositie noordoost, hoek 80º, peil 0,9 meter,  talud.

                                                   Schaduw 60%, Boomlaag 60% 20 meter, Struiklaag 40% hoogte 5 meter, Kruidlaag 0,3 meter 40%, moslaag 15%

14              X=250.140, Y=445.626, 14 mei 01, opp. 1,5 x 3 meter, expositie noordoost, hoek 50º, peil 0,6 meter, oever van binnenbocht.

Schaduw 90%, Struiklaag 5% hoogte 0,8 meter, Kruidlaag 30% hoogte 0,2 meter, Moslaag 10%.

15              X=250.440, Y=445.286,  10 mei 01, opp. 0,5 x 2 meter, expositie west, hoek 30º, waterpeil 0,3 meter, buitenbocht

                   Schaduw 90%, Kruidlaag 70%  hoogte 0,4 meter.

16              X=250.845, Y=445.146, 10 mei 01, opp. 1 x 3 meter, expositie oost, hoek 45º, waterpeil 0,6 meter, binnenbocht.

Schaduw 80%, Boomlaag 80% hoogte 20 meter, Struiklaag 5% hoogte 4 meter, Kruidlaag 70% hoogte 0,2 meter, Moslaag 5%.

17              X=250.841, Y=445.055, 10 mei 01, opp. 2,5 x 3 meter, expositie geen, waterpeil 0,5 meter, talud.

                   Schaduw 90%, Kruidlaag 80% hoogte 0,3 meter, Moslaag 1%.

18              X=250.921, Y=445.025, 10 mei 01, opp. 2 x 5 meter, expositie zuidwest, hoek 30º, waterpeil 0,6 meter, oeverwal.

Schaduw 95%, Kruidlaag 50% hoogte 0,3 meter, Moslaag 15%.

19              X=251.332, Y=444.889,  11 mei 01, opp. 1 x10 meter, expositie west, hoek 70º, waterpeil 0,6 meter, talud.

Schaduw 90%, struiklaag 10% hoogte 5 meter, Kruidlaag 20% hoogte 0,5 meter, Moslaag 20%.

20              X=251.465, Y=444.746, 11 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie oost, hoek 80º, waterpeil 0,8 meter, afkalvende buitenbocht.

Schaduw 90%, Struiklaag 1% hoogte 1 meter, Kruidlaag 70% hoogte 0,4 meter, Moslaag 5%.

21              X=251.883, Y=444.602, 11 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie noordwest, hoek 30º, waterpeil 0,8 meter, binnenbocht.

                   Schaduw 90%, Struiklaag 25% hoogte 2 meter, Kruidlaag 80% hoogte 0,4 meter.

22              X=251.943, Y=444.629, 11 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie zuid, hoek 45º, waterpeil 0,6 meter, oude meander, nu buitenbocht.

Schaduw 95%,  Kruidlaag 75% hoogte 0,25 meter, Moslaag 1%.

23              X=252.031, Y=444.679, 11 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie noord, hoek 45º, waterpeil 0,8 meter, binnenbocht.

                   Schaduw 95%, Struiklaag 10% hoogte 6 meter, Kruidlaag 30% hoogte 0,2 meter, Moslaag 20%.

24              X=252.120, Y=444.645, 11 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie noord, hoek 60º, waterpeil 0,8 meter, talud.

Schaduw 85%, Kruidlaag 60% hoogte 0,3 meter, Moslaag 5%.

25              X=252.174, Y=444.590,  11 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie noordoost, hoek 80º, waterpeil 0,6 meter, binnenbocht.

                   Schaduw 90%, Struiklaag 40% hoogte 1,5 meter, Kruidlaag 50%. hoogte 0,25 meter, Moslaag 5%.

26              X=252.219, Y=444.399,  25 juni 01, opp. 1 x 5 meter, expositie west, hoek 70º, waterpeil 0,6 meter, talud.

Schaduw 95%, Struiklaag 10% hoogte 5 meter, Kruidlaag 25% hoogte 0,2 meter, Moslaag 10%.

27              X=252.295, Y=444.309,  8 mei 01, opp. 3 x 7 meter, expositie zuidwest, hoek 10º, waterpeil 0,9 meter, bovenaan talud.

Schaduw 80%, Boomlaag 80% hoogte 17 meter, Struiklaag 10% hoogte 4 meter, Kruidlaag 40% hoogte 0,2 meter, Moslaag 25%.

28              X=252.384, Y=444.262,  8 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie oost, hoek 45°, waterpeil 0,8 meter, talud.

                   Schaduw 90%,  Kruidlaag 60% hoogte 0,4 meter, Moslaag 5%.

29              X=252.418, Y=444.219, 9 mei 01, opp. 1 x 5 meter, expositie noordoost, hoek 50º, waterpeil 0,7 meter, talud.

Schaduw 70%, Struiklaag 10% hoogte1,2 meter, Kruidlaag 60% hoogte 0,3 meter, Moslaag 10%.

30              X=252.562, Y=444.029, 25 juni 01, opp. 1 x 5 meter, expositie zuidoost, hoek 20º, waterpeil 0,7 meter, binnenbocht.

                   Schaduw 95%, Kruidlaag 30% hoogte 0,25 meter, Moslaag 2%.

31              X=252.621, Y=443.995, 25 juni 01, opp. 1 x 5 meter, expositie noordwest, hoek 45º, waterpeil 0,7 meter, binnenbocht.

Schaduw 95%, Kruidlaag 70% hoogte 0,2 meter.

 

Tabel met soorten die 10 of vaker in de opnamen langs de Ratumse Beek voorkomen

 

 

Conclusie

Terwijl C. alpina langs de Ratumse Beek niet meer te vinden is, komt C. x intermedia algemeen voor langs deze beek. De oostelijkste vindplaats is de oudste, de in flora’s vermelde gevleugelde bladsteel van C. alpina is een artefact dat pas in het herbarium ontstaat. Wij veronderstellen dat C. x intermedia ter plaatse lang geleden uit de oudersoorten C. alpina en C. luttetiana ontstaan is. Circaea x intermedia groeit bij Middachten; of C. alpina hier voorkomt dient nog te worden aangetoond.

 

1 E.J. Weeda 1980. Circaea intermedia Ehrh. Bij Winterswijk. Gorteria  10 p.41-42.

2 E.J. Weeda, 1988. Nederlandse Oecologische Flora 2 p. 220. IVN. Amsterdam.

3 E.J. Weeda, 1980. Circaea intermedia Ehrh. In: J. Mennema, A.J. Quené-Boterenbrood & C.L. Plate (red.) Atlas van de Neder­land­se Flora 1: 86 Amsterdam.

4 R. Beringen, 2001. Circaea x intermedia Ehrh. (Klein heksenkruid) een tuinplant? Gorteria 27-2/3 2001 p. 28-31

5 Biologisch Station Zwilbrock, 2000. Eindrapportage natuur-, bos- en landschapswaarden WCL-Winterswijk. p. 195 & bijlage 1 p. 5

6 Biologisch Station Zwilbrock, 2000. Atlas van de flora van het WCL-gebied Winterswijk 1995-1999. p. 68

7 S.H. van den Brand, 1995. De plantengroei van Winterswijk. Utrecht. p. 31,67,78

8 B. Harfsterkamp, 1998. Beken in Winterswijk. In: A. Stortelder (red.) Natuur en Landschap in Achterhoek en Liemers jaarboek. p. 71

9 H.G.J.M. Koop, 2000. Circaea alpina L. (Alpenheksenkruid) aan de zuidoostelijke Veluwezoom. Gorteria 26-2/3 p.37-40.

10 R. van der Meijden, 1996 ‘Heukels’ Flora van Nederland, 22e druk. Wolters-Noordhof, Groningen. p. 272.

11 J. Mennema, 1994 ‘Heimans, Heinsius en Thijsse’s’ Geïllustreerde Flora Van Nederland, 23e druk. Versluys BV, Baarn. p. 456.

12 C.A. Stace, 1997. New Flora of the British Isles, Cambridge University Press. p. 452.

13 W. Rothmaler, 1999. Excursionsflora von Deutschland, Gefässpflanzen. Grundband. Spektrum Akademischer Verlag, Heidelberg. p. 334.

14 J. Lambinon, J.E. De Langhe, L. Delvossalle & J. Duvigneaud, 1998. Flora van België, het Groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden, 3e druk. Nationale Plantentuin van België, Domein van Bouchout, Meise, p. 404.

15 H. Haeupler & T. Muer, 2000. Bildatlas der Farn- und Blütenpflanzen Deutschlands, Verlag Eugen Ulmer Stutgart, p. 339.

16 E. Oberdorfer, 1983. Plantensoziologische Exkursions Flora, Verlag Eugen Ulmer Stuttgart, p. 688.

17 H.E. Weber, 1995 Flora von Südwest-Niedersachsen und dem benachbarten Westfalen. H.Th. Wenner Osnabrück, p. 296.

18 E.J. Weeda, 2001. Over de beheerswensen van Alpenheksenkruid (Circaea alpina L.) in: Nieuwsbrief FLORON-FWT no. 24: p.11-15.

19 F. Runge, 1972. Die Flora Westfalens, Verlag Westfälische Vereinsdruckerei Münster (Westf.). p. 237.

20 H. Haeupler & A. Jagel, 1994. Arbeitsatlas zur Flora Westfalens. Bochum.

21 V. Westhoff, P.A. Bakker, C.G. van Leeuwen, E.E. van der Voo & I.S. Zonneveld, Wilde planten deel 3. Amsterdam, p. 215.

Links een blad van Alpenheksenkruid (uit Hazelbekke),

Rechts een blad van Klein heksenkruid uit Ratum.