Tekstvak: home
Tekstvak: paarden
Tekstvak: beheer

training

Tekstvak: stamboom

1997: we zijn tot de conclusie waren gekomen dat uitbreiding van hooiland, c.q. van het te maaien en verhooien areaal absoluut voor ons niet aan de orde is. Het tot aan de jongste dag maaien van gras en het afvoeren van organisch materiaal kost ontzettend veel tijd, energie en geld. Bovendien is het niet zeker of de biodiversiteit wel zo veel toeneemt als er nog meer hooiland bij komt.

Tijdens iedere vakantie in het buitenland kunnen we zien dat extensief begraasde terreinen zowel wat de flora als wat de fauna betreft vaak zeer soortenrijk zijn. Begrazing betekend dat de mens niet meer actief hoeft in te grijpen in de terreinen. De hoogste tijd om ook in de Achterhoek met een dergelijke beheersvorm aan de slag te gaan.

 

Welk type grazer?

Schapen zijn een echte ramp in grasland, terwijl ze aan de voorkant vreten valt er aan de achterkant permanent mest uit! Verschraling en soortenrijke vegetaties zijn niet te verwachten, schapenweides zijn groene vlaktes, een schapenwei is behalve voor schapenhorzels, mestkevers en strontvliegen voor de meeste andere insecten een woestijn. Bij de woorden schapen en schaapskudde denken veel mensen onwillekeurig aan schilderachtige paarse heide met veel witte berken en herderinnetjes. In een groot heidegebied kan het natuurlijk geen kwaad als er af en toe een flinke kudde doorheen struint, maar in kleine natuurĖ en natuurbouwterreinen in de Achterhoek kunnen schapen alleen maar schade aanrichten. (Het is natuurlijk mogelijk dat door met de aantallen schapen per hectare en de duur van de begrazing te experimenteren de schade wel meevalt en er wel iets bijzonders ontstaat. Maar gedoe zoals het jaarlijks scheren van de schapen, het verzorgen van de vele kwaaltjes en het maken van rasters die voor schapen onneembaar zijn staan ons tegen)

Ook koeien is niet wat we willen. Natte weilanden met koeien zijn al snel moddervlakten met diepe trapgaten. Bovendien kunnen wij wat flora betreft geen positieve ontwikkelingen ontdekken in terreinen die al lang door koeien worden gegraasd. Trouwens je hebt met koeien toch al het gevoel dat je boer bent (melk, vlees, slachthuis, mestquotum, boekhouding enz). We hoeven dat gevoel niet.

Door paarden gegraasde graslanden hebben vaak een duidelijk mozaÔek van kort en langere vegetatie. De paarden gebruiken vaste plekken als latrine, deze latrines worden niet begraasd zodat de vegetatie hier doorschiet. De plekken waar de grasmat kort is worden steeds opnieuw weer afgevreten, ze worden voedselarmer en open, er kunnen zich plantensoorten vestigen die aangepast zijn aan begrazing (bijvoorbeeld doordat de bladeren vlak op de grond gedrukt liggen als een rozet) of die vanwege hun beperkte groei weinig kunnen concurreren. De† verscheidenheid maakt een door paarden begraasde terrein aantrekkelijk voor insecten, vogels en amfibieŽn en reptielen.

Er komt maar ťťn diersoort in aanmerking voor de begrazing van onze terreinen: het paard.

 

Verschillen tussen begrazen en maaien

Een nadeel van begrazing, door welk vee dan ook, is de beperkte bloei van de kruiden. Vaatplanten komen in begraasde terreinen minder uitbundig tot bloei dan in hooilanden omdat de stengels en toppen worden afgevreten. Dit effect kan worden beperkt door het vee niet te vroeg in de wei te zetten en ook door de veebezetting niet te groot te maken.

Een ander nadeel is dat met het hebben van vee er ook een zware verantwoordelijkheid op de bezitter rust, vee heeft verzorging en voldoende voedsel nodig. Voor ons viel de keus op Fjorden omdat dit paardenras met relatief weinig verzorging toe kan. Het heeft geen stalling nodig, is niet bang voor vorst en het eet bijna alles.

Een voordeel van grazen boven maaien is dat er geen leeg gemaaide percelen ontstaan die voor dagvlinders en andere nectarzoekers wekenlang oninteressant blijven. Een ander voordeel is dat er geen zwaar materieel de terreinen meer in hoeft. Zware tractoren en de brede banden van opraapwagens maken dat iedere maaibeurt en iedere keer dat het hooi gekeerd wordt uitloopt in een slachting onder de amfibieŽn en ander klein grut.