Van jongst af aan ben ik verzot geweest op knaagdieren.
Van iemand kreeg ik een goudhamster die veel achter de
kast zat.
Later kreeg ik van familie wat gerbils die nog leuker
waren.
Na een paartje Russische dwerghamsters te hebben gekocht
kwamen er vanzelf tientallen.
Maar van al deze dieren kun maar een aantal jaren
genieten waarna het ophoudt.
Via kennissen van toen kreeg ik de mogelijk om een chinchilla te adopteren.
Ik mocht van hen een boekje lenen omdat een chin bij mij toen nog onbekend was.
Een chin was een exotisch dier wat toch speciale eisen stelde aan zijn omgeving maar
wel tam ( te maken ), aanhankelijk en duidelijk een knaagdier was.
Deze mensen waren met vier dieren begonnen, hadden al enkele nestjes gehad en
hadden de mannen en vrouwen inmiddels gescheiden.
Ik was meteen verkocht maar het probleem zat hem natuurlijk in de behuizing.
De kooien / volières die je in de winkel kunt kopen zijn te klein of kosten enkele honderden guldens.
De kooi, zoals beschreven in het boekje is overigens een prima oplossing maar ik en
mijn zelfbouwfanaat van een vader wilde het groter.
Dus werd er wat materiaal bij elkaar gezocht en gingen we met grof geweld aan de gang.
De eerste nachten sliep ik weinig omdat de chin, Truus genoemd telkens ontsnapte
omdat de spijltjes te ver uit elkaar stonden. De nakomelingen doen dit ook.
Wel genoot ik natuurlijk van het klimmen, springen en huppelen van mijn beest.
Bij het contact zoeken bleek al snel dat ze weinig contact met mensen heeft gehad.
Aanraken, oppakken of op je klimmen was er niet bij.
Nu heb ik ook ontdekt dat actieve en nieuwsgierigere chins ( ja, er is verschil ) natuurlijk
veel sneller gewend en tammer worden dan Truus BV.
Voorwaarde is hierbij dat je jonkies de eerste maanden veel vast en bij je moet houden wil je echt tamme dieren krijgen.

Maar bij Truus was dat dus niet en ging ik dus aan het werk.
De beste methode hierbij is het kennis maken met handen en lichaam waarbij voer een belangrijke rol speelt.
Havermout werkt daarbij het beste.
In principe moet je chinchilla vertrouwen krijgen in jou en je als aardig gaan zien.
Na wennen aan je armen en opscheppen kun je verder gaan met aanraken aan de bovenkant.
Niet elke chin zal deze stap toelaten.
Probeer je chin overigens zoveel mogelijk in zijn kooi te houden omdat chins die
regelmatig loslopen gefrustreerd in hun kooi zitten en er alles aan doen om te ontsnappen.
Verder is grijpen en dwingen hierbij funest voor je vertrouwensrelatie.
Er zijn zat mensen die hun chins gewoon alleen voederen maar dat zijn voor mij geen echte dierenvrienden.
Huisdieren verdienen wel iets meer.
Het tam maken lukte wel aardig en ik besloot dan ook in het najaar om een partner te gaan zoeken voor Truus.
In de boekjes was ook te lezen dat er chins werden gekweekt in
andere kleuren : witte, zwarte, beige en vele andere nog bijzondere.
Een bezoekje aan een farm liet me de andere kant van het fokken zien.
Verder was duidelijk dat ik een chin moest hebben die actiever was en bovendien veel met mensen in aanraking was geweest.
Naar verschillende adressen te hebben bezocht koos ik voor Theo die je hier ziet.

Al diezelfde week werd duidelijk dat ik een goede keus had gemaakt.
Hij had geen problemen met aanraken, op- en vastpakken.
Het probleem zat hem echter in het bij elkaar brengen.
Truus wilde echt niet en hierbij hielp het rond laten lopen het beste.
Ze kon zelf de weg terug naar haar kooi en kende de zolderkamer beter dan Theo. Ook wisselen van kooi en dus elkaars reuk is nodig.
Na enkele rondloopuurtjes, verspreid over weken werd het gesnauw en gepiep minder en liepen ze voort gewoon bij elkaar.
De eerste nacht samen was nog onrustig maar de grote van de kooi scheelde natuurlijk.
De volgende maanden verliepen rustig al was duidelijk te merken wanneer het vrouwtje loops werd.
Theo zit haar dag en nacht achterna waarbij hij op alle mogelijke manieren achterop probeert te klimmen waarna hij probeert te paren.
Gelukkig zou het nog wel even duren voordat het zou lukken.
Ook zullen vrouwtjes zelf duidelijk aangeven wanneer ze geen zin hebben.
Inmiddels werd langzaam maar zeker alle takken in de kooi ontdaan van hun barst.
Maak bij het plaatsen van takken uit de natuur gebruik van zeer droge takken die niet rot of beschimmeld ( onder barst ) zijn.
Hardere houtsoorten zijn het beste. Gebruik alleen takken van 3 a 4 of meer cm in doorsnede.
Plaats ze onregelmatig in de kooi tussen de zit / slaapplankjes en wanden.
Naderhand zul je zien dat bepaalde plekken / takken meer worden gebruikt dan andere.
Anderhalf jaar en een verhuizing later was het dan zover.
Truus was iets breder geworden en zat vaker onderin in het nachthokje.
Smorgens was er hoog piepgeluid te horen en beide dieren zaten onderin.
Die avond leek het alsof er een defect hamstertje door de kooi liep. Maar het was een jonkie !!!!
Oogjes nog dicht, slechte coördinatie maar wel constant begeleidt door de ouders die ook verrast waren.
De eerste week is duidelijk een rustweek waarbij het diertje leert te bewegen.
In de tweede week begint de ontdekking van de kooi pas echt.
Klimmen in de voederbak en sprongetjes om de ouders maar te vinden.
Van vallen en opstaan is daarbij natuurlijk constant sprake.
De derde week is de voedselweek. Alles wordt daarbij in de mond genomen.
Smaken verschillen en ouders zijn goede voorbeelden al zijn ze te snel.
Sommige mensen brengen hun jongen groot op alleen hooi.
Een grote lage kooi zorgt voor veel beweging en gezonde groei.
Dagelijks vastpakken en speelen met de dieren is na de eerste week belangrijk
voor het tam maken / gewennen. Zodoende word je relatie veel beter.
Al snel wordt duidelijk dat de jonkies vaak nog sneller zijn dan de ouders.
Overigens kan het beste meteen na de bevalling de vader een week lang scheiden van
het vrouwtje omdat deze weer gedekt kan worden. ( mijn fout )
Sommige moeders laten overigens na de bevalling geen mannetjes meer toe !!
Ook zijn de eerst geborene genetisch / visueel gezien het beste van beide ouders.
Het jong groeide snel op en kroop dus, zoals zijn moeder, tussen de tralies door waarna
alle houtsoorten ( meubels ), kamerplanten en behang werd uitgeprobeerd.
Dus met zn alle in de andere kooi en daar maar verder groeien.
Inmiddels was ik lid geworden van de chinchillavereniging en dus
werd, in de herfst het diertje gekeurd en scoorde met 76 punten een bekertje.
Omdat de vader niet apart was gezet werd er 100 dagen later een tweeling geboren.
Ondanks een beige vader waren dit ook weer standaard dieren.
Meestal worden jongen of in zomer of in de winter geboren.
Het eerste jong ging samen met een andere partner naar mijn zus.
Zorg ervoor dat vrouwtjes uitgegroeid zijn ( minstens 6 maanden ) voordat je ze opnieuw bij een mannetje zet.
Het samenvoegen van deze chins was geen enkel probleem.
Hier werd er die zomer een tweeling geboren.
De moeder liet het mannetje later niet toe en al deze dieren. m.u.v. de vader, hebben ons dan ook weer verlaten.
Terug naar mijn dieren. De jonkies groeiden ook zonder problemen op en zijn later naar een overtuigd familielid gegaan.
Die zomer werd er voor de eerste keer een beige jong geboren. Dit dier is tegelijk met de andere jonkies weg gegaan.
Die winter werd er ook weer een beige jong geboren.
Dit was een vrouwtje en ze is nog steeds bij ons. Hierna besloot ik om de vader te later helpen.
Er zijn echter maar enkele dierenartsen die chins durven te operen.
Onderkoeling en de narcose zijn daarbij de grootste gevaren.
Mijn Theo werd in Helmond geholpen maar heeft net daarvoor nog even raak geschoten zodat ik
nu weer met een beige man en een standaard vrouwtje extra zit.
Dus koop geen koppel chins maar een andere combinatie !!!!.
Naar boven
|