Onze reis door Mali naar de Dogonvallei en Timboektoe.


Het gastenboek is er ook voor jou.

Deze site is een onderdeel van:"onze homepage."
Oktober 2006.

Bamako vrije dag
Vandaag vrij om Bamako te verkennen. We zijn met de taxi naar het hoogste punt van de stad gegaan zodat we een mooi uitzicht over de stad kregen. Daarna hebben we een bezoekje aan het openlucht museum gebracht.

Het Nationale Museum.


De hoofdstad van Mali is een niet al te grote, maar zeer levendige stad, met veel laag bouw en weinig asfaltwegen, die zandpaden is wel een beetje wennen als je uit Nederland komt. Schaduw geven de hoge bomen langs de zanderige straten. Het is een typisch Afrikaanse stad met mensen in kleurrijke gewaden.

Ook de markt is een kleurrijk geheel.


In de Franse koloniale stijl zijn o.a. het postkantoor en het station gebouwd.

Het station van de hoofdstad Bamako.



Spoed bestelling van schuimrubber??


Net als in Marokko komen hier ook allerlei lieden die zich als gids opwerpen om zo een wat geld te verdienen. Ook wij moesten aan een mank lopend gidsje geloven.

Bamako- Sikasso
‘s Ochtends reden we met de bus naar het zuidoosten van Mali, waar op een kruispunt van wegen het stadje Sikasso ligt. De weg voert door een groen landschap, waar akkers worden afgewisseld met lange stukken savanne, de Malinese ‘brousse’. Het is een typisch West-Afrikaanse plattelandssfeer door de karakteristieke hutten van de Senufo, de stam die zich hier een aantal eeuwen geleden heeft gevestigd. Op de velden wordt onder ander katoen verbouwd, het belangrijkste exportproduct van Mali. Na aankomst in Sikasso maakten we een excursie naar de heilige grotten van Missirikoro. Aan het dorpshoofd moest eerst wel even toestemming gevraagd worden.

Het dorpshoofd in zijn onderkomen.


Dorpshoofd word je hier, door zo lang mogelijk te blijven leven, want de oudste man van het dorp is tevens dorpshoofd. Deze heilige grotten en gangen liggen in een vrijstaand rotsmassief, dat uit het vlakke land oprijst. Al vele eeuwen lang is deze rotspunt een cultusplaats voor zowel christenen en moslims als animisten. Hier is o.a. een grot die een kleine moskee vormt. De 80 meter hoge top is te beklimmen met behulp van ijzeren ladders en kettingen. Van bovenaf heb je een prachtig uitzicht over de verre omgeving. De vrouwen hoeven hier alleen maar op het land te werken, eten te koken, achter het vee aan te lopen, op de markt hun verbouwde groenten e.d. te verkopen en kinderen te baren, terwijl de mannen hier zeer gedreven op een boom passen, meestal er onder en in de schaduw.

Sikasso en een bezoek aan de watervallen van Farako.
We zijn met de bus naar de watervallen van Farako gegaan. Deze liggen in een prachtig natuurgebied waar het tropische oerwoud nog intact is en waar je vaak vogels kunt zien. Over een brede rotsbedding stroomt hier de rivier naar kleine watervallen, die in het regenseizoen behoorlijk kunnen aangroeien. Lekker in de schaduw een boek gelezen en met de rest van de groep gekletst. Je moet toch een keer met elkaar kennismaken.

Daarbij de waterval.


Sikasso - Mopti/Sévaré
‘s Morgens verlaten we Sikasso voor een lange reisdag; de route voert via Koutiala en San noordwaarts naar Mopti. Onderweg kom je door het gebied van de Bobo, een stam die vermaard is om de vaak schitterend met leemmotieven versierde graansilo’s, die het aanzicht van hun dorpen grotendeels bepalen. Onderweg komen we af en toe een douanepost (?) tegen, onze chauffeur moet dan met een map papieren en geld zich melden in een kantoortje waar de betreffende ambtenaar zit, die weer opdracht kan geven om de wegversperring meestal een olievat weg te halen om ons door te laten. Het gerucht gaat hoe dikker de ambtenaar hoe corrupter.

Een markt onderweg.



Heel mooi Malimeisje.



Dorpje



Fluitles.


Als we ergens stopten om de benen te strekken, dan zwermden de kinderen uit het dorp om ons heen die met enige verbazing ons stonden aan te kijken. Vaak gaf ik ze dan een cursus op je vingers fluiten, wat nog meer verbaasde blikken op leverden, op een of andere manier kunnen deze kinderen niet op hun vingers fluiten.


Deze meneer behoort tot stam "Peul".



Graan silo's.


Onderweg naar Mopti, bezohten we nog een dorpje waar de meegenomen schriften en potloden kado deden aan de plaatselijke school, de onderwijzer moest nog wel even van het land gehaald worden.


Het schooltje.


Mopti, vrije dag
Mopti, ook wel ‘het Venetië van Mali’ genoemd, ligt aan een samenloop van twee rivieren: de Niger en de Bani, en is een belangrijk economisch centrum. We hebben een gids gehuurd die ons rondleidde langs de markt, de moskee, een soort markthal en de haven. Ook hier werden we ook constant aangesproken door mensen die hun handel aan ons wilden verkopen. Bij een handelaar een spel gekocht , tijdens de onderhandeling die zeker drie kwartier duurde het spel laten uitleggen en veel gelachen.

De Komoquel Moskee.



De kapsalon.



De koopwaar.



Zij wilde ook weleens op de foto.



De scheepswerf van Mopti.


Hier kun je zien hoe de grote platen zout van de rank gebouwde houten ‘pinasses’ uit het noorden gelost worden. Het zijn voornamelijk Arabieren en Toeareg, die hier het zout uit de Sahara per kilo verkopen nadat de grote platen in kleinere stukken zijn gehakt. In de haven is het altijd een drukte van belang van komende en gaande pinasses, volgeladen met handelswaar en mensen. Deze pinasses vormen de enige verbinding tussen Mopti en het noorden van Mali. De voorstevens van de boten worden kleurig beschilderd om geluk te brengen tijdens de reis. Aan de ingang van de haven ligt het terrasje van een bar, waarvandaan we alle drukte goed konden observeren. De markt strekt zich uit langs de haven en de smalle straatjes daarachter. De Komoguelmoskee, schijnt in traditioneel Soedanese stijl te zijn gebouwd. Overigens wel een mooi gezicht zoals deze moskee boven de stad uit torent.

Logistiek altijd wel interessant hoe de belading van zo'n vrachtauto gaat.


Dogontrek
Vanuit Mopti reisden we met de bus naar Bankass dit is de laatste plaats die per auto te bereiken is. Daarna begint de ‘Falaise de Bandiagara’ is een 200 kilometer lange en steile rotswand van zandsteen in het zuidoosten van Mali. Hier woont de Dogonbevolking, een traditioneel levend volk dat voor een groot deel nog de oude animistische tradities aanhangt. We maakten onder leiding van een Dogon gids een mooie meerdaagse trektocht door dit imposante gebied, we bezochten nog van die authentieke dorpjes waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan.


Ieder dorp heeft een toguna, hier bespreken de mannen de dagelijkse problemen,voordeel van zo'n laag dak, bij heftige discussies stoot je je hoofd als je te snel overeind komt.



's Avonds kregen we een uitvoering van de plaatselijke dansgroep.



Het is wel sfeervol bij het houtvuur.


Door de hoge temperatuur werd de tocht zwaar, de fles mineraalwater die we als mondvoorraad bij ons hadden werd vaak zo warm dat de temperatuur van dat water heter werd dan onze lichaamstemperatuur. Zulk water is eigenlijk niet te drinken, maar ja je moet toch vocht tot je nemen anders droog je uit. Meestal tegen het einde van de middag trokken we tegen de bergwand op om naar een uitgestorven Tellemdorp dat in een grote nis in die zelfde loodrechte bergwand was gebouwd.


Onbegrijpelijk dat in die huisjes mensen hebben gewoond.



Het uitzicht is wel mooi vanuit het Tellemdorp.



De baobab.



Rechts de douche en links het toilet.(wel eerst de steen vanaf het gat wegrollen.)



Dit is een mandenmaker.



Dit is ook een mandenmaker.


De laatste slaapplaats in de Dogonvallei was voor ons het mooie dorpje Begnimatou de klim er naartoe was door een gebied met bomen waardoor we regelmatig in de schaduw liepen.

De hut van de jager, de doodskoppen zijn van apen.



Kamperen op het kerkplein voor de R.K.kerk, onder de baobabboom.



Interieur van de kerk.


De bevolking van Begnimatou heeft om 8.00 uur 's morgens een maskerdans voor ons opgevoerd. Deze was heel imponerend, we bleven foto's nemen.

Een sprong in de dans.



De dansgroep.



Een van de hoofddansers.



De jager(in het geel) voert de dans aan.



Er waren zelfs steltlopers onder de dansers.



Omdat de vrouwen ook wat moesten verdienen, droegen zij onze bagage de Dogonvallei uit.


Van Konna naar Timboektoe.
Nadat we weer in Sévaré in ons hotel de nacht hadden doorgebracht, vertrokken we de volgende morgen vroeg naar Konna om daar aan boord te gaan van een gemotoriseerde pinasse.

Achterop onze boot was het toilet, daaraan was een mand gemonteerd waar 3 kippen en haan in zaten. Deze beesten hebben, ten koste van onze diners en lunches, Timboektoe niet bereikt.



Marja bewondert het uitzicht over de Niger.



Schippers van dit soort bootjes behoren tot de Bozo-stam.



Moeder nijlpaard met jongen.



Ook in de dorpjes moet de afwas worden gedaan.



Toen de kippen op waren kregen we vis die bij de plaatselijke vissers was gekocht.



Dames onder elkaar.



Onverklaarbaar bewoond.



En nog een.



De haven van Timboektoe.



Eindelijk Timboektoe.

Timboektoe of Tombouctou dankt haar naam aan de vinder van een waterbron (=tom) die er zijn eigen naam (=bouctou) aan heeft gegeven.

De 14de eeuwse Djingerehke Moskee.



Touareg naast de waterput.



Volgens onze "gidsjes"is in dit stadion Gaddaffi geweest.



Vanaf Timboektoe moesten we over de Niger met de pont.



Een spontane rokersplek.



Na de overtocht trokken we per auto (4x4) door de Sahel terug naar het hotel in Sévaré.

De volgende morgen gingen we per bus naar Djenné. Om daar de plaatselijke markt en het stadje te bekijken.

Dit is de veerpont die onze bus over de rivier de Bani moet zetten.

Wij zelf namen een pinasse naar overkant en kwamen bij het huis van de Nederlandse schrijver Ton van der Lee.

Overtocht per pinasse aan overkant het huis van T.v.d.Lee.



De moskee van Djenné.



De markt.



Bovenaanzicht van de markt.



Dit soort foutjes levert 2 uur oponthoud op.



Onze reisgroep.