Je beeld van God

Ook als je geen religieuze opvoeding hebt genoten, zul je gedurende je leven aan de hand van alles wat je over God hoort, leest en voelt, je een beeld van Hem vormen. En vaak leven er meerdere tegenstrijdige beelden van God naast elkaar in je. Deze pagina presenteert een groot aantal van dergelijke beelden.

Ik zou je willen uitnodigen de beelden die hier gepresenteerd worden eens naast je eigen opvattingen te leggen, en te overdenken welk beeld je het meest juist lijkt.

Een logische indeling van de verschillende visies op God lijkt nauwelijks mogelijk. Verschillende opvattingen sluiten nauw aan of lopen juist enorm uiteen, zodat ik er niet in slaagde duidelijke categorieën te vinden waarin de verschillende opvattingen passen. Vooralsnog heb ik gekozen voor de volgende rubricering :

Ik eindig deze pagina met een toelichting op verschillende benaderingen :

Een beeld van God maken

Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen.
(Exodus 20 : 4, 5)

Dit eerste gebod van ’de Tien Geboden’ is voor wat betreft het aanbidden van een afbeelding van God algemeen geaccepteerd in de christelijke wereld. De christelijke cultuur heeft het verbod op het afbeelden van levende wezens of dingen verder niet overgenomen uit de Joodse godsdienst.

  God scheidt de wateren van de aarde
(Genesis 1 : 9 t/m 11)
Rafaël

In de christelijke cultuur is het niet gangbaar God uit te beelden. Uit de Renaissance stammen een aantal schitterende schilderijen waarop God in menselijke gedaante wordt afgebeeld.

  God schept de dieren
(Genesis 1 : 20 t/m 25)
Rafaël

Iemand die niet vertrouwd is met het christelijke geloof zal wellicht verbaasd zijn dat niet alle instructies uit de bijbel worden nageleefd door christenen. Binnen de christelijke wereld wordt de bijbel niet gezien als een wetboek. Jezus stelde liefde centraal  , niet het star naleven van regels . De bijbel is voor christenen een belangrijk boek omdat daarin het leven van Jezus en de richtlijnen die hij heeft gegeven, zijn beschreven. Daarnaast bevat de bijbel inspirerende verhalen. Maar lang niet alles wat in de bijbel staat is voor christenen richtinggevend. Voor een christen staat de vraag "Wat zou liefde doen? Wat is in een gegeven situatie de meest liefdevolle oplossing, die alle betrokkenen zo veel mogelijk recht doet?" centraal, en niet de vraag "Wat staat er in de bijbel ?".

  God als schepper van de mens
(Genesis 2 : 15)
Michelangelo

De islam verbiedt het afbeelden van God en, volgens de hadieth (d.w.z. de islamitische overlevering, die ook door moslims niet altijd betrouwbaar wordt geacht) ook het afbeelden van mensen. Tegenwoordig bestaat in de meeste moslimlanden alleen bezwaar tegen figuratieve sculpturen en afbeeldingen van profeten. (Sajidah Abdus Sattar, Islam voor beginners)

  Mohammed aanbidt Allah
16-de eeuwse Turkse miniatuur

In het hindoeïsme en vele andere godsdiensten bestaat geen bezwaar tegen het uitbeelden van God.

  Krishna en Radha

Een moeder kwam op een dag de keuken binnen en zag daar haar kleine meid aan tafel zitten; overal lagen potloden. Het meisje concentreerde zich helemaal op haar tekening. ’Tjee, wat ben jij toch aan het tekenen ?’ vroeg de moeder. ’Een tekening van God, mama’ antwoordde het knappe meisje met stralende ogen. ’O, schatje, dat is zo lief’ zei de moeder, die behulpzaam wilde zijn. ’Maar weet je, niemand weet hoe God er werkelijk uitziet.’
’Wel,’ zei het meisje vrolijk, ’als jij me nu eerst mijn tekening laat afmaken ...’
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God}

Beelden van God vanuit psychologisch perspectief

Het padwerk behandelt het Godsbeeld vanuit het perspectief van persoonlijke psychologische en spirituele ontwikkeling. Het benadrukt dat je karaktertrekken, en vooral je houding tegenover autoriteit, je voorstelling van God kleuren :

Het innerlijke beeld van God

In de bijbel staat dat je geen beeld van God mag maken. De meeste mensen geloven dat dit betekent dat je van God geen tekening of beeldhouwwerk mag maken. Dit is echter niet de volledige strekking. Als je er iets dieper over nadenkt ga je inzien dat hiermee niet alles gezegd is in dit gebod. Door wat jullie tot dusverre op dit pad geleerd hebben kunnen jullie nu zien dat het innerlijke beeld bedoeld wordt. Jullie zijn nog zo bezig met je eigen verkeerde conclusies en irrationele indrukken dat jullie zowel van God als van alle andere belangrijke onderwerpen uit jullie leven een innerlijk beeld hebben.
(Padwerk, lezing 52)

God als autoriteit

Een kind heeft al heel jong zijn eerste conflicten met autoriteit. Het leert ook dat God de hoogste autoriteit is. Daarom is het niet verrassend dat een kind zijn eigen subjectieve ervaringen met autoriteit op zijn voorstelling van God projecteert. Zo wordt een beeld gevormd. Hoe de relatie van een kind, en later van de volwassene, ten aanzien van autoriteit ook is, het zal zijn houding tegenover God kleuren en beïnvloeden.
Een kind ervaart allerlei vormen van autoriteit. Wanneer een kind verhinderd wordt om te doen wat het fijn vindt, voelt het autoriteit als iets vijandigs. Als de ouders het kind van alles toestaan zodat het zijn verlangens kan bevredigen, zal autoriteit positief ervaren worden. Als een bepaalde vorm van autoriteit in de jeugd overheeerst, zal de onbewuste houding tegenover God overeenkomstig zijn. Meestal echter ervaart een kind een mengsel van beide, die zijn beeld van God vorm zal geven.
In de mate dat een kind angst en frustratie ervaart zal hij onbewust angst en frustratie tegenover God voelen. God wordt ervaren als een straffende, strenge en vaak zelfs oneerlijke en onrechtvaardige macht waar je tegen moet vechten. Ik weet dat jullie dit niet bewust bent, vrienden. Maar in dit werk zijn jullie gewend om emotionele reacties te ontdekken, op elk gebied, die totaal niet overeenkomen met je bewuste begrippen. Hoe minder de onbewuste opvatting met de bewuste samenvalt, des te groter is de schok als je je dit verschijnsel realiseert.
(Padwerk, lezing 52)

God als Satan

Bijna alles wat een kind echt leuk vindt mag het niet. Wat het leukst is wordt verboden, meestal voor zijn eigen bestwil. Maar een kind kan dat niet begrijpen. Ook komt het voor dat ouders iets verbieden door hun eigen onwetendheid en angst. Maar een kind heeft geleerd dat de leukste dingen in de wereld door God gestraft worden - de hoogste en strengste autoriteit.
Daarbij komt dat je in je leven zeker onrechtvaardigheid zult tegenkomen, zowel in je jeugd als later. Vooral wanneer deze onrechtvaardigheden begaan worden door mensen die autoriteit vertegenwoordigen - en daarom onbewust met God geassocieerd worden - wordt je onbewuste geloof in God's strenge onrechtvaardigheid versterkt. Op die manier wordt ook je angst voor God versterkt.
Dit alles vormt een beeld dat, goed beschouwd, van God een monster maakt. Deze God, die in je onbewuste leeft, lijkt in werkelijkheid meer op Satan.
Je zult in dit werk zelf moeten uitvinden hoezeer dit beeld van God - of varianten ervan - voor jou persoonlijk opgaat. Is je ziel doordrengt met gelijksoortige onjuiste opvattingen ?
(Padwerk, lezing 52)

God ontkennen

Als en wanneer het besef van zo'n indruk (van God als Satan) bewust wordt in een opgroeiend mens, begrijpt men vaak niet dat deze opvatting van God onjuist is en God niet identiek is aan de manier waarop hij in de psyche wordt ervaren. Daarom keer je je helemaal af van God en wil je niets meer te maken hebben met dat monster dat in je lijkt rond te spoken. Dat is in de meeste gevallen de ware reden achter atheïsme. Maar je ziet niet dat dit alternatief even onjuist is. God ontkennen is net zo'n vergissing als het andere uiterste : een God vrezen die streng, onrechtvaardig, zelfingenomen en wreed is. Wie het verdraaide beeld van God in stand houdt, is terecht bang van hem en moet hem vleien om bij hem in de gunst te komen. Beide tegengestelde uitersten zijn even onwaar.
(Padwerk, lezing 52)

God in wiens ogen je je alles kunt permitteren

Laten we nu eens naar een kind kijken dat autoriteit positiever ervaart, niet als angst en frustratie. Laten we aannemen dat het kind verwend is. Verzotte ouders geven toe aan elke gril die het kind heeft. Ze brengen het kind geen gevoel van verantwoordelijkheid bij zodat het zich alles denkt te kunnen veroorloven. Op het eerste gezicht lijkt het beeld van God dat hierdoor ontstaat dichter bij een juist begrip van God: vergevingsgezind, liefdevol, toegeeflijk. Dit maakt dat de persoonlijkheid onbewust denkt dat hij zich in de ogen van God alles kan permitteren. Hij denkt dat hij het leven naar zijn hand kan zetten en zijn eigen verantwoordelijkheid kan vermijden. In het begin zal hij weing angst kennen. Maar omdat er met het leven en het eigen levensplan niet gespeeld kan worden zal zijn houding tenslotte conflicten veroorzaken. Een kettingreactie van verkeerd handelen, denken en voelen heeft angst tot gevolg. Omdat het leven zoals het in werkelijkkheid is niet overeenstemt met het onbewuste beeld en begrip van God, ontstaat innerlijke verwarring.
(Padwerk, lezing 52)

God vol tegenstrijdigheden

In één ziel bestaan vele onderverdelingen van deze twee belangrijkste categorieën (’God als Satan’ en ’God tegenover wie je je van alles kunt permitteren’) en combinaties ervan.... Onthoud, vrienden, dat beide alternatieven moeten worden onderzocht, ook al lijkt er één van het begin af aan sterker te zijn. De persoonlijkheid kan onbewust met deze twee onjuiste denkbeelden worstelen en nooit uit dit gevecht loskomen omdat beide denkbeelden onjuist zijn. ... Het is erg belangrijk, vrienden, om te ontdekken wat je beeld van God is. Het is fundamenteel en bepalend voor alle andere houdingen, beelden en patronen in je leven. Jullie moeten deze houding, die misschien diep in jezelf verborgen ligt, nader bekijken, zonder je te laten misleiden door je bewuste overtuigingen. Probeer je emotionele reacties op autoriteit, op je ouders, je angsten en verwachtingen, te analyseren. Langzaam maar zeker zul je ontdekken wat je over God voelt in plaats van denkt. Het hele scala tussen deze twee uitersten wordt in je beeld van God weerspiegeld: van wanhoop over een blijkbaar onrechtvaardige wereld, tot genotzucht en afwijzing van je eigen verantwoordelijkheid en de verwachting dat er een God is die jou zal ontzien.
(Padwerk, lezing 52)

Wie is God ?

God die alles omvat

Er bevindt zich "ergens" een onnoemelijke Kracht. Men kan die ”God;” noemen, ”Allah”, of hoe dan ook. Deze kracht manifesteert zich door het ”denken” in de ruimte in vormen. Een daarvan is de mens.
De mens is ”ziel”. Deze is ondefinieerbaar en men kan haar beschouwen als een deeltje van de zich manifesterende Kracht, zodat in principe in ieder deeltje de eigenschappen van de gehele Kracht aanwezig zijn. Men kan dit vergelijken met een druppel zeewater, die niet de zee is, maar wel dezelfde eigenschappen vertoont.
Het deeltje ”ziel” is een totaliteit van energie, een vonk, die eeuwig en onvergankelijk is en in stand wordt gehouden door de Centrale Kracht, die daarvan de ”Vader” is. Er is een evolutieplan voor de ziel, om deze ”bewust” te doen worden, en daarvoor is ervaring nodig, maar alleen tegenstellingen kunnen haar die ervaring bijbrengen, vandaar dat het leven op aarde zoveel contrasten vertoont.
(Gijsbert van der Zeeuw, Helder weten)

God die niet in woorden te vatten is

Woorden zijn hoogstens een startpunt om je eigen inzicht te doen groeien. Woorden zijn altijd onvoldoende, maar zoveel te meer waar het God betreft, die onverklaarbaar is, die alles is en niet in woorden gevat kan worden. Kunnen je waarneming en je begripsvermogen ooit groot genoeg zijn om de grootheid van de Schepper te beseffen ? De kleinste innerlijke ontsporing en weerstand is een belemmering tot begrip.
(Padwerk, lezing 52)

Gods wezen aan de hand van religieuze boeken te verklaren gelijkt op het beschrijven van de stad Benares met behulp van een plattegrond.
(Sri Ramakrishna - Mens en boodschap)

God als persoon

Ik geloofde wel in God, dat wil zeggen, in het idee dat er iemand was die alles hoorde en zag.
(Hetty Blok, in ”De dood is goed als je negentig bent”, in de serie "Tien geboden" van Arjan Visser, in Trouw, 13 maart 2010)

Een van de hindernissen is dat je, ondanks de dingen die je uit verschillende bronnen hebt geleerd, onbewust nog steeds God als een persoon beschouwt die handelt, kiest en willekeurig beschikt. Daaroverheen plaats je dan het idee dat dit allemaal wel rechtvaardig zal zijn. Maar ook al noem je het rechtvaardig, toch is het een onjuiste opvatting.
(Padwerk, lezing 52)

God als levenskracht

God is, onder andere, Leven en Levenskracht. Je kunt die levenskracht opvatten als een electrische stroom, begiftigd met de allerhoogste intelligentie. Deze ’electrische stroom’ is er, in je, om je heen en buiten je. Het is aan jou hoe je hem gebruikt. Je kunt electriciteit voor constructieve doeleinden gebruiken, zelfs om te genezen, of je kan ermee doden. Dat maakt de electrische stroom niet goed of slecht. Jij maakt hem goed of slecht. Deze krachtbron is een belangrijk aspect van God, die het meest op je inwerkt.
(Padwerk, lezing 52)

God die zowel persoonlijk als onpersoonlijk is

(Dat God, onder andere, Leven en Levenskracht is, d.w.z. een Krachtbron) kan de vraag opwerpen of God dus totaal onpersoonlijk zou zijn en daardoor nog meer te vrezen. Het kan in tegenspraak zijn met het idee van zijn oneindige liefde. Het is geen van beide waar. God, die Alles is, is persoonlijk als hij dat wil zijn, maar zijn persoonlijke aspect is bij dat waar we nu over praten niet aan de orde. Zijn liefde is niet alleen persoonlijk in de zich manifesterende God, maar ook in zijn wetten, in het zijn van de wetten. De schijnbaar onpersoonlijke liefde van de wetten die zijn (besef wat er besloten ligt in het woord ’zijn’!) zijn op zo’n manier gemaakt dat ze je uiteindelijk naar het licht en de verrukking zullen voeren, hoe je ook van ze afdwaalt. Hoe meer je van ze afdwaalt, hoe dichter je ze nadert door de ellende die het afdwalen met zich meebrengt. Deze ellende zal je op een bepaald punt doen omkeren. Sommigen vroeg, anderen laat, maar allen moeten uiteindelijk het punt bereiken waar ze beseffen dat ze zelf hun ellende of zegen bepalen. Dat is de liefde van de wet. Afdwalen is juist het geneesmiddel om niet meer af te dwalen en brengt je dus dichter bij je doel. De liefde van de wet - en daarom van God - ligt ook hierin besloten dat God je laat afdwalen, dat je naar zijn gelijkenis gemaakt bent, dat wil zeggen volledig vrij om te kiezen wat je wilt. Je wordt niet gedwongen om in extase en licht te leven. Dat kan als je het wil. Dat is de liefde van God. Het is niet makkelijk te begrijpen, maar degenen van jullie die er moeite mee hebben zullen eens de waarheid van deze woorden inzien.
Wanneer jullie er moeite mee hebben om de rechtvaardigheid van het universum te begrijpen en de realiteit van zelf-verantwoordelijk-zijn voor je leven, moeten jullie God niet opvatten als ’Hij’, hoewel God zich natuurlijk ook als persoon kan manifesteren, want hij kan en is Alles. Beschouw God liever als de grote creatieve Kracht die tot je beschikking staat. Daarom is God niet onrechtvaardig, zoals je onbewust misschien gelooft, maar het verkeerde gebruik van de Krachtbron die je tot je beschikking hebt leidt tot onrecht. Als je vanuit deze vooronderstelling verder gaat en erover mediteert en zoekt waar je die bron in je zonder het te weten misbruikt hebt, zal God je antwoorden. Dat kan ik je beloven.
(Padwerk, lezing 52)

God die ons niet op de proef stelt,
terwijl het wel noodzakelijk is dat we door beproevingen gaan

Er heerst onzekerheid en verwarring onder de mensen over hoe ze beproevingem en ontberingen moeten opnemen.

De ene denkrichting beweert dat God niet op de proef stelt. God is liefde, dus waarom zou God willen dat wij ongelukkig zijn ? Dat is waar, vrienden.

Een andere denkrichting zegt dat het noodzakelijk is dat we door beproevingen gaan en dat ze daarom God’s wil zijn. Als we beproefd worden moeten we dit nederig aanvaarden en ons zo God’s genade en verrukking waardig tonen. Dat is even juist, vrienden.

Maar de volledige waarheid ligt in het midden, of liever gezegd in een uitbreiding van deze twee opvattingen. God heeft volmaakte wetten gemaakt, en God heeft jullie vrije wil gegeven. Als met deze vrije wil deze wetten niet overtreden konden worden, zou vrije wil niet bestaan. En de volmaaktheid van de wet ligt hierin dat de remedie erin vervat is : al doorgaand met overtreden kom je uiteindelijk de remedie tegen. Want hoe meer je van deze wetten afwijkt, bewust of onbewust, des te meer werken ze tegen jouw belangen in, totdat je uiteindelijk een punt bereikt dat je er niet verder van kunt afwijken en je je manier van leven moet veranderen. Want alleen in God ligt oneindigheid. Daarom kan alleen het goddelijke en strikte getrouwheid aan het goddelijke oneindig zijn. Inbreuk op iets goddelijks moet daarom noodzakelijkerwijs eindig zijn. Daarom kun je niet eindeloos van de wet afwijken. Dus je schending van de goddelijke wet bereikt uiteindelijk een punt waarop het automatisch wordt omgekeerd en je je weer voor het goede gaat inzetten.

Het is heel waar dat het goed is om een beproeving op te nemen in een geest van nederigheid, met de houding : ’God, Uw wil geschiede’. Maar dit is niet genoeg als je een hoger niveau wilt bereiken. Het hoogste en beste dat je kunt doen is dat je behalve deze houding aan te nemen ook nog naar je eigen beelden zoekt. Je eigen onbewuste verkeerde conclusies zijn direct verantwoordelijk voor de beproevingen die je op een bepaald moment ervaart.

(Eva Pierrakos, Padwerk - Werken aan jezelf of juist niet? - Lezing 38)

God heeft iedereen lief

Maar jullie hebben, om je menselijke angsten te rechtvaardigen, een God bedacht die zich net zo gedraagt als jullie. Daarom spreken jullie van ’Gods belofte’ aan zijn ’uitverkoren volk’ en over een overeenkomst tussen God en degenen die God op een speciale manier liefheeft.
Jullie kunnen het idee van een God die niemand op een specialere manier liefheeft, niet uitstaan, en daarom verzinnen jullie verhalen over een God die alleen bepaalde mensen om speciale redenen liefheeft. En die ficties noemen jullie religies. Ik noem ze godslastering. Want elke gedachte dat God meer van de een houdt dan van de ander is fout;
...
Ja, jullie hebben eeuwenlang Mijn naam aangeroepen, en Mijn vlag laten wapperen, en kruisen naar het slagveld gedragen, allemaal als bewijs dat Ik van het ene volk meer houd dan van het andere, en dat Ik jullie zou vragen het ene volk te doden om Mijn liefde te bewijzen.
Maar Ik zeg je dit : Mijn liefde is onbeperkt en onvoorwaardelijk.
Dat is het enige wat jullie niet kunnen verstaan, de enige waarheid waar jullie je niet aan kunnen houden, de enige uitspraak die jullie niet kunnen accepteren,
...
Want jullie hebben een cultuur geschapen, die op uitsluiting is gebaseerd
...
Maar de cultuur van God is gebaseerd op in-sluiting, op omvatten. In Gods liefde wordt iedereen opgenomen. In Gods koninkrijk is iedereen welkom.
(Neale Donald Walsch, Derde gesprek met God.)

Verbondenheid met God

De verbondenheid tussen God en mens wordt in verschillende tradities anders benoemd. In de ene traditie ziet men God als de inspiratiebron voor onzelfzuchtig handelen, in de andere zegt men dat God in de harten van de mensen woont
, en in weer een andere zegt men dat in ieder mens een Goddelijke vonk bestaat. Er zijn zelfs tradities waarin men de mens met God identificeert.

Gij zijt Goden.

Andere tradities stellen bijna het tegenovergestelde en en zien een besolute scheiding tussen God en mens. Zij gaan ervan uit dat God zijn schepselen, als ze zich misdragen, verdoemt door ze naar een eeuwige hel te zenden.

Uw God is niet mijn God

De hemel hierboven heeft ontelbare jaren tranen van medelijden geschreid over mijn volk. Wat ons onveranderlijk voorkomt kan veranderen. Vandaag is het goed weer. Morgen kan het zwaar bewolkt zijn. Mijn woorden zijn als de sterren die nooit veranderen. Van alles wat Seattle zegt kan het grote opperhoofd in Washington zeker zijn, zo zeker als hij kan zijn van de terugkeer van de zon of de seizoenen. Het witte hoofd zegt dat het grote opperhoofd in Washington ons vriendschappelijke groeten en de beste wensen stuurt. Dat is vriendelijk van hem, want wij weten dat hij onze vriendschap niet nodig heeft. Zijn volk is talrijk. Ze zijn als het gras dat de prairie bedekt. Mijn volk is gering in aantal.
Zij lijken op de verspreide bomen op een door storm getroffen vlakte. Ik zal niet langer denken of treuren over onze voortijdige ondergang, evenmin zal ik het onze bleekgezicht broeders verwijten die te bespoedigen, daar ons misschien wel enige blaam treft.
Jullie God is niet onze God. Jullie God houdt van jullie volk en haat het mijne. Hij vouwt zijn sterke en beschermende handen liefdevol om de bleekgezicht en leidt zijn kleine kind voort - maar hij heeft zijn rode kinderen in de steek gelaten - zo zij werkelijk zijn kinderen zijn. Jullie God maakt jullie volk iedere dag sterk. Spoedig zullen zij het land vullen. Ons volk neemt af, als een snel kerend getij dat nooit zal terugkeren. De God van de witte man kan ons volk niet liefhebben anders zou hij het beschermen. Zij schijnen wezens te zijn die nergens om hulp kunnen vragen. Hoe kunnen wij dan broeders zijn ? Wij zijn twee verschillende rassen van verschillende afkomst en met een verschillende toekomst. Er zijn weinig overeenkomsten tussen ons.

Voor ons is de as van onze voorouders heilig en hun rustplaats is gewijde grond. Jullie vertoeven ver van de graven van jullie voorouders, ogenschijnlijk zonder enig wroeging. Jullie geloof werd door de ijzeren vinger van God geschreven op tabletten van steen, zodat jullie het nooit konden vergeten. De rode man kan het nimmer begrijpen of onthouden. Onze religie bestaat uit de tradities van onze voorvaderen, de dromen van onze ouden, hun gegeven in de duistere uren van de nacht door de Grote Geest; de visioenen van onze medicijnmannen; en het is geschreven in de harten van ons volk.
Jullie doden houden op jullie en het land van hun geboorte lief te hebben zodra ze de toegang tot het graf passeren en ver weg tussen de sterren vertoeven. Ze zijn spoedig vergeten en keren nooit terug. Onze doden vergeten de prachtige wereld die hun een bestaan schonk nooit.
Dag en nacht kunnen niet samengaan. De rode man is altijd weggetrokken voor de komst van de blanke uit, zoals de morgendauw vlucht voor de morgenzon. Hoe dan ook, uw voorstel klinkt redelijk en ik denk dat mijn volk het zal aannemen en zich zal terugtrekken op het reservaat dat u hen aanbiedt. Dan zullen wij ieder ergens anders wonen in vrede ...
Het doet er weinig toe waar wij de rest van onze dagen doorbrengen. Er zullen er niet veel zijn. Een paar meer manen: een paar meer winters - en niet één van de afstammelingen van het machtige volk, dat eens over dit grote land zwierf of in gelukkige huizen woonde, beschermd door de Grote Geest, zal er nog over zijn om te rouwen op de graven van een volk dat machtiger en veelbelovender dan het uwe was.
Maar waarom zou ik treuren over het ongelegen lot van mijn volk ? Stam volgt Stam, en Natie volgt Natie, als de golven van de zee. Dat is de regel van de natuur, en spijt is zinloos. De tijd van jullie ondergang kan ver zijn, maar het zal zeker komen, want zelfs de witte man wiens God met hem sprak en optrok als een vriend, kan geen uitzondering zijn op het lot dat allen treft.

Misschien worden we nog eens broeders. We zullen zien .... Ieder stukje van deze grond is heilig voor het gevoel van mijn volk. Iedere heuvelrug, iedere vallei, iedere vlakte en ieder bosje is gewijd door een droevige of blijde gebeurtenis in vroeger dagen.
Het stof waar u nu op staat beantwoordt hun voetstappen met meer liefde dan de uwe, want het is verrijkt met het bloed van onze voorvaderen en onze blote voeten zijn zich bewust van het liefdevolle contact.
Zelfs de kleine kinderen die hier woonden en zich slechts voor een korte tijd hier vermaakt hebben zullen de eenzaamheid liefhebben en ’s avonds zullen zij de schimmige, terugkerende geesten begroeten.
En als de laatste rode man verdwenen zal zijn, en de herinnering aan mijn stam een mythe zal zijn geworden onder de blanken, zullen over dit land nog steeds de onzichtbare doden van mijn stam zwermen, en als jullie kinderen denken dat ze alleen zijn in het veld, de voorraadschuur, de winkel, op de weg, of in de stilte van het woud dat geen paden heeft, zullen ze niet alleen zijn.
’s Avonds als de straten van jullie steden en dorpen stil zijn en je denkt dat ze leeg zijn, zullen ze gevuld zijn met de terugkerende massa’s die eens dit wonderschone land bewoonden en er nog steeds van houden.
De blanke zal nooit alleen zijn. Laat hem rechtvaardig zijn en eerlijk handelen met mijn volk, want de doden zijn niet machteloos. Dood, zei ik’? Er is geen dood, alleen overgang van de ene wereld naar de andere.

(Seattle hoofd van Dwamish’, in een rede voor Isaac Stevens, gouverneur van washington, in 1854 ;
in : Prana 34, winter 1983/84)

Beelden van God vanuit logisch perspectief

Stefan Denaerde nodigt zijn lezers uit een beeld van God vanuit een stricte logica op te bouwen, en niet vanuit tradities te redeneren :

God als waardenbesef

- Geloven jullie in God ?
- Een hoger geëvolueerd ras gelooft niet, maar kan alleen overtuigd zijn van waarden die het kan aantonen of logisch beredeneren. Of dit totale waardenbesef aangeduid kan worden door het eeuwenoude Godsbegrip, is iets wat we aan jouw voorstellingsvermogen moeten overlaten.
(Stefan Denaerde, Buitenaardse beschaving)

God als natuurwet

- Wat is omni-creativiteit?
- Je zou het de scheppende kracht van het universum kunnen noemen.
- Dat noemen wij God.
- ... Wij zouden het in jullie taal ’de natuurwetten’ noemen. Jullie Godsbegrip is te statisch. Het verstart het menselijke creatieve denken en het is een symbool van tegenstellingen geworden, belast met tradities wat het onbruikbaar maakt in het atoomtijdvak. Het begrip ’natuurwetten’ is dynamisch en stimuleert de menselijke creativiteit. Niemand heeft immers bezwaar om nieuw ontdekte natuurwetten toe te voegen aan de reeds bekende.
(Stefan Denaerde, Buitenaardse beschaving)

God als intelligentie

Het wordings- en instandhoudingsproces van het universum wordt bestuurd door een onmeetbare intelligentie. Wetenschapsmensen zijn voldoende in staat om de genialiteit van vele natuurcreaties en van de totale natuurlijke ordening te beschrijven. Er kunnen talloze boeken mee gevuld worden.
(Stefan Denaerde, Buitenaardse beschaving)

God als immateriële straling

Het wordings- en instandhoudings-proces van deze wereld wordt bestuurd door een onmeetbare intelligentie. Laten we maar ... gaan vergelijken met een radiozender, alhoewel een materiële vergelijking altijd mank gaat. Het kosmisch draagveld is dan de draaggolf (basisfrequentie). Het houdt de materie en natuurlijke ordening in stand. Precies als bij de radio dient de draaggolf tot de overdracht van creatieve impulsen t.w. gedachten en gevoelsuitingen (bijv. woord en muziek). De intelligentie en liefde bereiken deze wereld als een immateriële straling, in onze terminologie als modulaties van het kosmisch draagveld.
(Stefan Denaerde, Buitenaardse beschaving)

Onzelfzuchtigheid is ... een merkwaardig verschijnsel want de zelfzucht is het kenmerk van de materiële schepping. Elke stoffelijke levensvorm vecht voor het eigen bestaan als gevolg van de evolutiewetten en is daardoor zelfzuchtig. Welk bijzonder natuurverschijnsel doet zich dan voor in de hersens van een mens die onzelfzuchtig denkt ?
De hersens zijn zo geniaal geconstrueerd dat ze nog een ... functie kunnen vervullen, nl. die van het super-ontvangapparaat van de natuur waarmee het de immateriële modulatie kan ontvangen van het kosmisch draagveld. Het onzelfzuchtige gevoelsdenken van de goede wil is van zuiver immateriële oorsprong, een direct contact tusen omni-creativiteit en het stoffelijk creatieve verschijnsel mens.
(Stefan Denaerde, Buitenaardse beschaving)

  God verbeeld als de zon

God ervaren

Sri Ramakrishna (1836-1886), de ’heilige van Bengalen’ was een van de grote geestelijke leraren van de 19-de eeuw. Ofschoon orthodox brahmaans opgevoed, ontwikkelde hij zich tot universeel leraar en stelde dat vele wegen naar hetzelfde doel leiden, naar God :

God als zon

Hoewel de zon vele malen groter is dan de aarde, geeft de grote afstand haar het aanzien van een kleine schijf. Dienovereenkomstig is het gesteld met de grootheid van God. De mens die ver van hem verwijderd is, kan zijn almacht niet doorgronden.
(Sri Ramakrishna - Mens en boodschap)

God zowel vormloos als met vele vormen

Een kledingverver bezat een speciale methode om kleding te verven. Hij vroeg zijn klanten : ’In welke kleur wenst u uw kleding te hebben ?’ Indien er een antwoordde ’Rood’, dan dompelde hij het kledingstuk onder in een vat en sprak hij: ’Hier zijn uw rood geverfde kleren’. Voor een ander die zijn kleding geel wenste te hebben, gebruikte hij hetzelfde vat en haalde het er geel uit tevoorschijn. Op overeenkomstige wijze herhaalde hij hetzelfde, of het nu om blauw, oranje violet of groen ging. Een klant die dit alles had gadegeslagen, trad op de man toe en sprak: ’Mijn vriend, geen enkele van uw kleuren bevalt mij erg, daarom laat ik het aan uw vindingrijkheid over om er iets moois van te maken. Het liefst wens ik de kleur van waaruit je de kleding verft.

Overeenkomstig deze gelijkenis is het gesteld met God. Al naar gelang de behoefte van de zoekende bedient hij zich van vorm of vormloosheid. Zijn manifestatie heeft al naar gelang plaats, tijd of ruimte waarin en de persoon waaraan hij verschijnt, slechts betrekkelijke geldigheid. Hij daarentegen blijft aan zichzelf gelijk. Hij is de schilder die de dingen hun uiteenlopende kleuren verschaft. Daarom is hij niet gebonden aan de beperkingen, vormen, negaties enzovoort welke hiervan het resultaat zijn.

(Sri Ramakrishna - Mens en boodschap)

God die voor een ieder anders is

Vier blinden bekeken een olifant.

De eerste betastte diens poot en sprak : ’De olifant lijkt op een pilaar’, De tweede voelde aan de slurf en sprak : ’De olifant heeft de gestalte van een dikke knuppel’. De derde raakte zijn buik aan en verklaarde : ’De olifant heeft de vorm van een grote kruik’. De laatste pakte de oren beet en verklaarde : ’De olifant komt overeen met de vorm van een zeef’. Hierop ontwikkelde zich een dispuut betreffende de ware aard van het beest.

Een voorbijganger, die hen had gadegeslagen trad naderbij en sprak : ’Waartoe deze onenigheid ? Zij vertelden hem hun ervaringen en verzochten hem als bemiddelaar op te treden. Hierop sprak de man  ’Geen van u heeft de ware olifant gezien. De olifant gelijkt niet op een zuil; zijn poten lijken op zuilen. De olifant gelijkt niet op een kruik; slechts zijn buik komt hiermee overeen. Eveneens is de olifant geen zeef; slechts zijn oren gelijken hierop. Ook mag men hem geen knuppel noemen; slechts zijn slurf vertoont deze gelijkenis. De olifant zelf is de som van dit alles’.

Op dezelfde wijze twisten al degenen over de almachtige God die slechts een enkel aspect van zijn wezen hebben aanschouwd.

(Sri Ramakrishna - Mens en boodschap)

God die in vervoering brengt

God gelijkt een berg suiker. Een kleine mier zal er een kleiner korreltje van meenemen dan zijn grotere soortgenoot. Ondanks deze bedrijvigheid zal de berg echter niet noemenswaardig slinken en geen noemenswaardig verschil in grootte vertonen. Dienovereenkomstig is het gesteld met godvruchtige mensen. Zelfs de geringste goddelijke eigenschappen brengen hen in geestelijke vervoering. Geen van hen echter zal in staat zijn als individu de goddelijke eigenschappen in hun volle omvang te omvatten.
(Sri Ramakrishna - Mens en boodschap)

God die zich aan het innerlijke openbaart

De Ziele betracht de Nabijheid Gods

Ik meende ook de Godheid woonde verre,
In eenen troon, hoog boven maan en sterre,
En heften menigmaal myn oog,
Met diep versuchten naar om hoog;
Maar toen gy u beliefden te openbaaren,
Toen zag ik niets van boven nedervaaren;
Maar in het grond van myn gemoed,
Daar wierd het lieflyk zoet.
Daar kwaamt gy uit der diepten uitwaarts dringen.
En, als een bron, myn dorstig hert bespringen,
Zo dat ik u, ô God! bevond,
Te zyn den grond van mynen grond,
Dies ben ik bly dat gy myn hoog beminden,
My nader zyt dan al myn naaste vrinden.
Was nu alle ongelykheid voort,
En 't herte rein gelyk het hoord,
Geen hoogte, noch geen diepte zouw ons scheiden,
Ik smolt in God, myn lief; wy wierden beide
Een geest, een hemels vlees en bloed,
De wezentheid van Gods gemoed,
Dat moet geschiên. Och! help getrouwe Heere,
Dat wy ons gants in uwen wille keeren.

(Jan Luyken, 17-de eeuw)

God vinden

Veel mensen doen oprecht hun best om God te vinden. Maar als je hun zou vragen wat ze daarmee bedoelen en hoe ze zich dat voorstellen, zouden ze moeilijk een zinnig antwoord kunnen geven. Zo’n vage hoop of onduidelijk streven komt voort uit de illusie waarin de mens, vaak zonder het bewust te weten, verkeert. Hij heeft een wazige voorstelling van iets, maar hij kan zelfs niet duidelijk aangeven wát dat iets is. Toch is er natuurlijk wel zoiets als ’God vinden’. In werkelijkheid, en als je er op een gezonde manier mee bezig bent, is het een heel concreet proces. Het is absoluut niet vaag of irreëel; het is geen illusie. Wanneer mensen het hebben over ’God vinden’ verstaan ze daar veelal verschillende dingen onder. ’God vinden’ betekent eigenlijk dat je je ware zelf ontdekt. Als je jezelf tot op zekere hoogte gevonden hebt, ben je ook betrekkelijk in harmonie. Je ziet en begrijpt de wetten van het universum. Je bent in staat om lief te hebben, contact te maken met anderen en vreugde te ervaren. Je draagt werkelijk eigen verantwoordelijkheid. Je hebt de integriteit en moed om jezelf te zijn, zelfs al moet je daarvoor de afkeuring van anderen riskeren. Dat alles betekent dat je God gevonden hebt, hoe je het proces dat je doormaakt ook noemt. Je kunt ook zeggen dat je thuiskomt na van jezelf vervreemd te zijn geweest.
(Padwerklezing 97)

De middeleeuwse mysticus Eckehart wijst de mens de weg om het goddelijke in zichzelf naar buiten te brengen :

Gods geboorte in de ziel

In tweeërlei zin voltrekt zich in de mens een geboorte, één naar de wereld toe, en één uit de wereld weg, d.w.z. geestelijk, naar God toe. Wil je weten of jouw kind geboren is, d.w.z. of jij tot Gods zoon bent gevormd ? Zolang je in je hart treurt om iets, wat het ook is, al was het om jezelf vanwege een zonde, zolang is je kind niet geboren. Maar versaag niet, als je nog treurt om jezelf of om een vriend. Ook als is je kind dan nog niet geboren, het is toch niet ver van geboren worden af. Geboren is het echter pas als je niets meer aan het hart gaat.
(Meister Eckehart)

Iemand vroeg mij of de mens Gods geboorte in de ziel wellicht kan vinden via bepaalde dingen, die wel op God betrokken zijn, maar toch van buitenaf door de ziel zijn aangedragen, zoals bepaalde voorstellingen van God, bijvoorbeeld dat God goed, wijs of barmhartig is. Voorwaar, dat is niet het geval. Want ofschoon dit alles goed is en op God gericht, wordt het toch van buitenaf door de zintuigen aangevoerd. Het moet echter van binnen uit, van God uit, in de mens opwellen. Dit werk in jou moet God alleen volbrengen en jij kunt het slechts laten gebeuren.
(Meister Eckehart)

God worden

Als men een druppel in de zee zou laten vallen, zou de druppel veranderen in de zee en niet de zee in de druppel. Zo vergaat het ook de ziel : als zij God binnenhaalt, wordt zij in God veranderd.
(Meister Eckehart)

Het zaad van God is in ons. Het zaad van de perenboom groeit uit tot perenboom, het zaad van de notenboom groeit uit tot notenboom, het zaad van God tot God.
(Meister Eckehart)

God als gerechtigheid

God is gerechtigheid en wie in de gerechtigheid is, die is in God en is God.
(Meister Eckehart)

God als vrede

Je bent evenveel in God als je in vrede leeft, en evenveel buiten God, als je in onvrede leeft.
(Meister Eckehart)

Als mensen vrede zoeken in uiterlijke dingen, of het nu op bepaalde plaatsen is, of in bepaalde leefwijzen, bij bepaalde mensen of in bepaalde werken, in den vreemde of in armoede of zelfvernedering, hoe indrukwekkend het ook is, weet : het is desondanks niets en geeft geen vrede.
(Meister Eckehart)

God als eenheid

God is één en niet twee. Wie God aanschouwt, aanschouwt slechts eenheid.
(Meister Eckehart)

God moet men niet vrezen

De mens moet God niet vrezen, want wie hem vreest, vlucht voor hem. De mens moet God liefhebben, want God heeft de mens met al zijn volkomendheid lief.
(Meister Eckehart)

God is nabij

De mens beschouwe zichzelf nooit op enigerlei wijze als ver van God, noch vanwege een tekortkoming, noch vanwege een zwakte, noch vanwege iets anders. En als je grote tekortkomingen je ooit zo ver van huis brengen, dat je jezelf niet als dichtbij God kunt beschouwen, zie dan toch God als jou nabij, want dat de mens zich van God verwijdert, dat is zeer schadelijk. Want of de mens zijn weg nu ver weg of dichtbij gaat, God gaat nooit ver van hem weg, hij blijft voortdurend in de nabijheid, en als hij niet binnen kan blijven, dan gaat hij toch niet verder dan tot de deur.
(Meister Eckehart)

Je hoeft God noch hier noch daar te zoeken. Hij is niet verder weg dan voor de deur van je hart. Daar staat hij en wacht af, wie bereid zal zijn de deur voor hem te openen en hem binnen te laten. Je hoeft hem niet van veraf te roepen. Hij kan minder dan jij verwachten dat je de deur voor hem opent. Hij verlangt duizendmaal meer naar jou dan jij naar hem verlangt. Het opendoen en het binnenkomen, dat is een kwestie van één moment.
Nu kun je zeggen : ”Hoe kan dat? Ik merk toch niets van God.” Weet dat dit niet in jouw vermogen ligt, maar in het zijne. Als het hem past, vertoont hij zich, maar hij kan zich, als hij wil, ook verbergen.
(Meister Eckehart)

God als Vader en Moeder

Vader is Hij omdat Hij immers oorzaak van alle dingen is als schepper. En ook Moeder van alle dingen is Hij, want als het geschapene van Hem zijn wezen ontvangt, blijft Hij wezenlijk met het schepsel verbonden. Zou God niet bij en in het geschapene blijven nadat het eenmaal zijn wezen van Hem ontvangen had, dan kon het niet anders of het schepsel zou zijn wezen al spoedig verliezen.
(Meister Eckehart)

God als Alles

Vele mensen bidden God om alles wat hij kan presteren. Zij willen echter God niet alles geven wat zij zouden kunnen presteren. Zij willen met God delen en hem slechts het minderwaardigste geven, en dan nog weinig. God daarentegen geeft steeds als eerste zichzelf en heb je God, dan heb je met hem alle dingen. Wie God heeft en daarbij alle dingen, die heeft niet meer dan iemand die alleen God heeft.
(Meister Eckehart)

Aanschouw Mijn nederigheid

De ogen van mijn ziel werden geopend en ik aanschouwde de overvloed van God, waarin ik de hele wereld, hier zowel als over de zee, en de afgrond en de oceaan en alle verdere dingen, bevatte. In al deze dingen aanschouwde ik niets dan de goddelijke kracht, op een manier die, naar ik u verzeker, onbeschrijfelijk was; dat door die grote verbazing mijn ziel uitriep : ”Deze hele wereld is vervuld van God !” Daarom zag ik nu in wat een klein ding de hele wereld is, dat is te zeggen zowel hier als over de zeeën, de afgrond, de oceaan en alle dingen; dat de kracht van God alles overstijgt en vervult. Toen zei Hij: ”Aanschouw nu Mijn nederigheid”.
Toen werd mij een inzicht gegeven in de diepe nederigheid van God ten opzichte van de mens. En toen ik die onuitsprekelijke kracht begreep en die diepe nederigheid aanschouwde, verwonderde mijn ziel zich zeer en zag dat zij helemaal niets was.
(Angela van Foligno)

Een naderend levenseinde, brengt je nader tot het leven, en nader tot God

Sinds ik het weet ...

Sinds ik het weet - ik weet het wel, ofschoon
Nog onder ons angstvallig wordt ontweken,
Het boze woord te noemen, dat bij ’t spreken
Licht ruw of wat onzuiver klinkt van toon,-

Sinds ik het weet, werd mij de overvloed,
De schoonheid en de zoetheid aller dingen,
Die mij alom omgeuren en omringen,
Nog wèl zoo liefelijk en wèl zoo zoet,

Sinds ik het weet, schijnt mij de atmosfeer
Doorwasemd en doorgeurd van zoele togen,
Het is of ieder zintuig en vermogen
Nog fijner werd en scherper dan weleer,

Sinds ik het weet, treed ik, wien ik ontmoet,
Den vreemden en den vrienden op mijn wegen,
Ontroerder en vertrouwelijker tegen,
En ’k groet ze met een vriendelijker groet,

Sinds ik het weet, is God mij meer nabij
En vaak, in d’ernst van ’t aardsche spel verloren,
Zoo ernstig en zoo diep als ooit te voren,
Gevoel ik plots Gods glimlach over mij.

(Jacqueline E. van der Waals)

De controle loslaten zonder te begrijpen

Wat de toekomst brengen moge,
Mij geleidt des Heren hand;
Moedig sla ik dus de ogen
Naar het onbekende land.
Leer mij volgen zonder vragen;
Vader, wat Gij doet is goed !
Leer mij slechts het heden dragen
Met een rustig kalme moed.

Heer, ik wil uw liefde loven,
Al begrijpt mijn ziel u niet.
Zalig hij, die durft geloven,
Ook wanneer het oog niet ziet.
Schijnen mij uw wegen duister,
Zie, ik vraag U niet  waarom ?
Eenmaal zie ik al uw luister,
Als ik in uw hemel kom !

Laat mij niet mijn lot beslissen :
Zo ik mocht, ik durfde niet.
Ach, hoe zou ik mij vergissen,
Als Gij mij de keuze liet !
Wil mij als een kind behand’len,
Dat alleen de weg niet vindt :
Neem mijn hand in uwen handen
En geleid mij als een kind.

Waar de weg mij brengen moge,
Aan des Vaders trouwe hand
Loop ik met gesloten ogen
Naar het onbekende land.

(Jacqueline E. van der Waals)

God niet ervaren

God als eigen voordeel

Veel mensen willen God aanschouwen met de blik waarmee ze naar een koe kijken, en willen God liefhebben zoals ze een koe liefhebben. Je houdt van een koe vanwege de melk en de kaas, en in het algemeen van het voordeel dat jij van haar hebt. Hetzelfde doen alle mensen die God willen liefhebben terwille van uiterlijke rijkdom of innerlijke troost. Zij hebben God niet echt lief, want ze houden niet van God, maar van hun eigen voordeel.
(Meister Eckehart)

Er zijn mensen die, als het hun innerlijk of uiterlijk goed gaat, God loven en hem volledig vertrouwen. Zoals sommigen dan zeggen : Ik heb tien malter graan en even zoveel wijn, ik vertrouw vast op God. Zeker, dan zeg ik : Je hebt een onvoorwaardelijk vertrouwen - in het graan en de wijn.
(Meister Eckehart)

God als gedachte

Het moet de mens niet voldoende zijn een gedachte God te hebben want als de gedachte verdwijnt, verdwijnt ook die God.
(Meister Eckehart)

God als schepper van de mens of de mens als schepper van God

God schiep de mens
en de mensen schiepen zich een God.
Zo gaat het in de wereld :
de mensen scheppen zich goden en vereren hun scheppingen.
Waarlijk ! Zo zouden de goden de mensen moeten vereren !
(Nag Hammadi - Evangelie van Filippus)

Niet weten dat je God ervaart

Je weet bijvoorbeeld dat er een God is. Maar je ervaart misschien niet dat je dat weet. Daarom blijf je wachten op de ervaring. En al die tijd onderga je het maar. Maar je ervaart het zonder te weten, wat hetzelfde is als het helemaal niet ervaren.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

God als grillig

Wanneer de mens zijn eerste stappen zet op de weg van zijn evolutie, wordt op het meest primitieve niveau het grillige lot toegeschreven aan de even grillige wilvan een godheid die ver van het individu verwijderd is.
( Padwerklezeing 181)

God als hypocriet

In de meeste gevallen wil je geen ongelijk geven aan je ouders, school, godsdienst of heilige geschriften. Daarom ontken je je eigen ervaring ten gunste van wat je verteld is te denken.
...
Opinies, oordelen en ideeën staan haaks op je eigen ervaring, maar omdat je ervoor terugdeinst je leraren ongelijk te geven, heb je jezelf ervan overtuigd dat het jouw ervaring is die verkeerd is. Het resultaat is dat je je echte waarheid over dit onderwerp verloochent, met verwoestende gevolgen.
...
Alles wat jouw hart met betrekking tot God ervaart, vertelt je dat God goed is. Alles wat je leraren je over God leren, vertelt je dat God ’boos’ is. Je hart vertelt je dat je van God moet houden zonder angst. Je leraren leren dat je God moet vrezen, omdat Hij wraakzuchtig is. Je moet bevreesd zijn voor Gods wraak, zeggen ze. In Zijn aanwezigheid moet je beven. Je hele leven lang moet je het oordeel van de Heer vrezen. Want de Heer is streng doch rechtvaardig, zo wordt je verteld. En God weet alles. Je zult in moeilijkheden komen wanneer je je verzet tegen de verschrikkelijke rechtvaardigheid van de Heer. Je moet daarom Gods geboden gehoorzamen. Want anders ...
Maar evenmin mag je logische vragen stellen als : ’Indien God strikte gehoorzaamheid aan zijn wetten verlangt, Waarom heeft Hij dan de mogelijkheid geschapen dat die wetten kunnen worden overtreden ?’ Aha, zullen je leraren antwoorden, omdat God wilde dat wij over een vrije wil beschikken. Maar wat voor vrije wil is dat wanneer de keuze voor het een of het ander leidt tot verdoemenis ? Hoe kun je over een vrije wil beschikken als niet jouw wil, maar die van iemand anders moet geschieden ? Zij die je dit leren, maken van God eigenlijk een hypocriet.
Jou wordt verteld dat God vergeving en medeleven is. Als je echter niet op de juiste manier om deze vergeving vraagt, als je God niet benadert zoals het moet, wordt je bede niet verhoord en wordt je kreet in de wind geslagen. Dit alles zou nog niet zo erg zijn, maar er worden evenveel juiste manieren geleerd als er leraren zijn.
De meeste mensen spenderen dan ook het grootste deel van hun volwassen leven met het zoeken naar de juiste manier om God te aanbidden, te gehoorzamen en te dienen.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

God als monster

In je werk met betrekking tot het godsbeeld (of je het godsbeeld of levensopvatting noemt, maakt eigenlijk geen verschil, voor sommige mensen is de laatste uitdrukking misschien passender) heb je er voornamelijk één aspect van ontdekt : je onredelijke angst voor God, voor het monster dat je door je misvattingen onbewust van God hebt gemaakt. Je godsbeeld zegt dat God onrechtvaardig, ontoereikend, zwak en daardoor willekeurig en wreed is. Dan moet Hij wel worden gevreesd. Je weet dat deze emoties bestaan, ongeacht je bewuste ideeën over hem. ... Omdat je geluk wilt volgens jouw opvatting en omdat het leven, of God, jou dat weigert te geven, daarom moet God des te meer gevreesd worden. Want het lijkt je zinloos dat jou wordt geweigerd waarnaar je verlangt, het lijkt oneerlijk en onredelijk.
(Padwerklezing 181)

God als baas

Bid je wel eens ?
”Wat ? Bidden ? Absoluut niet, ik ben overtuigd atheïst. Sterker nog, anarchist. Ik kan niet tegen hiërarchie. Je kunt jezelf verhuren, maar dat betekent niet dat een baas meer waard is dan jij. Dat is niemand ...
(Interview met Mo van Ommeren in : Haags straatnieuws, nr 9, augustus 2001)

Aan God's eisen kun je niet voldoen

De klacht van de oude

Ik word aan’t oud zijn niet gewend.
De lichterlaaie die ik heb gekend
zit nog te diep in mijne knoken
en blijft mij dag en nacht bestoken.

Mij beteren heb ik steeds gewild,
en menig, menig vuur verspild
aan op te zien naar ginder boven,
aan bidden leren en geloven.

Helaas, ik schaam mij en beken
dat ik wel diep verdorven ben.
Want God en Ziel en andre dingen
waarvoor de mensen psalmen zingen,

Geweten, Vaderland in nood,
de Sterrenhemel en de Dood,
het wil, het wil tot mij niet spreken,
wat ik ook tracht het ijs te breken.

Maar waar ik wél toe ben bereid,
dat is voor elke jonge meid
zoals er honderdduizend lopen,
de kleren van mijn lijf verkopen

en heel mijn huis en heel mijn vrouw.
Ik zou het doen zonder berouw
zou in mijn ogen staan te lezen,
en ’t zou nochtans een misdaad wezen.

Wanneer ik langs de huizen trek
loert men mij na, als ware ik gek,
alsof mijn plannen en mijn zonden
op mijnen rug te lezen stonden.

Ik ben een schurk, ik ben een hond,
geen rustplaats waard in heil’gen grond,
en ’k wil een hoog rantsoen betalen
voor elken bundel zonnestralen :

Maar laat mij doen met eigen vuur
wat ik verkies, zolang ik duur.
En terg ons niet : mij armen stakker,
en Satanlief, mijn laatsten makker.

(Willem Elsschot, 1910)

Je kunt alleen geloven in God zoals jij je hem voorstelt

Er is metafysica genoeg in denken aan niets.

Wat ik denk van de wereld ?
Weet ik veel wat ik van de wereld denk !
Als ik ziek werd zou ik daaraan denken.

Welk idee heb ik over de dingen ?
Welke mening heb ik omtrent oorzaak en gevolgen ?
Wat heb ik tot nu toe bespiegeld over God, de ziel,
Over de schepping van de Wereld ?
Ik weet niet. Voor mij is daaraan denken de ogen sluiten
En niet denken. Het is de gordijnen dichtdoen
Van mijn raam (dat geen gordijnen heeft).

Het mysterie der dingen ? Weet ik veel wat mysterie is !
Het enige mysterie is dat er zijn die denken over het mysterie.
Wie in de zon staat en de ogen sluit,
Begint met niet te weten wat de zon is
Maar dan opent hij de ogen en hij ziet de zon,
En kan al nergens meer aan denken,
Want het zonlicht is meer waard dan de gedachten
Van alle filosofen en van alle dichters.
Het zonlicht weet niet wat het doet
En daarom faalt het niet en is het gemeengoed en goed.

Metafysica ? Welke metafysica hebben die bomen ?
Die van groen zijn en gekruind en takken hebben
En van vruchten geven op hun tijd, hetgeen óns niet doet denken,
Ons, die niet bij machte zijn ze echt te zien.
Maar welke metafysica is beter dan de hunne,
Die is : niet weten waartoe ze leven
Noch weten dat ze het niet weten ?

’Innerlijke constitutie der dingen’...
’Innerlijke zin van het Heelal’...
Dat alles is onecht, dat alles wil niets zeggen.
Het is ongelooflijk, dat men denken kan aan dat soort dingen.
Het is als denken aan redenen en doeleinden
Wanneeer het eerste ochtendlicht straalt, en langs de rand der bomen
Een zacht en glanzend goud de duisternis verdrijft.

Denken aan de innerlijke zin der dingen
Is overtollig, zoals denken aan gezondheid
Of als een glas water dragen naar het water van de bronnen.

De enige innerlijke zin der dingen
Is dat ze geen enkele innerlijke zin hebben.

Ik geloof niet in God omdat ik hem nooit heb gezien.
Als hij zou willen dat ik in hem geloofde,
Zou hij ongetwijfeld met mij komen praten
En mijn kamer binnenstappen
En mij zeggen, Hier ben ik !

(Dit klinkt misschien lachwekkend in de oren
Van wie, niet wetende wat kijken naar de dingen is,
Ook niet begrijpt degene die erover spreekt
Op de manier van spreken die het waarlijk zien der dingen leert.)

Maar als God de bloemen en de bomen is
En de bergen en zon en het maanlicht,
Dan geloof ik in hem,
Dan geloof ik in hem op ieder uur,
En mijn hele leven is één gebed en één mis,
Een ene communie met de ogen en door de oren.

Maar als God de bloemen en de bomen is
En de bergen en het maanlicht en de zon,
Waarom dan noem ik hem God ?
Ik noem hem bloemen en bomen en bergen en zon en maanlicht ;
Want als hij, opdat ik hem zou zien,
Zich zon gemaakt heeft en maanlicht en bloemen en bomen en bergen,
Als hij mij verschijnt zijnde bomen en bergen
En maanlicht en zon en bloemen,
Dan is het omdat hij wil dat ik hem ken
Als bomen en bergen en bloemen en maanlicht en zon.

En daarom gehoorzaam ik hem,
(Want weet ik meer van God dan God van zichzelf ?),
Ik gehoorzaam hem door te leven, spontaan,
Als wie de ogen opslaat en ziet,
En ik noem hem maanlicht en zon en bloemen en bomen en bergen,
En ik heb hem lief zonder aan hem te denken,
En ik denk mij hem door te zien en te horen,
En ik ga met hem op ieder uur.

(Fernando Pessoa, 1914)

Zelf God willen zijn

Maar er is nóg een aspect van je godsbeeld dat velen van jullie nog niet hebben ontdekt of niet volledig hebben herkend, te weten : ’Daar ik alleen geluk kan verwerven door alleenheerser te zijn, moet ik zelf God zijn. Dus wil ik God zijn. Waarom zou ik mij onderwerpen aan die wrede, straffende, wraakzuchtige en ontoereikende God ? Ik zou het zoveel beter kunnen. Als mijn wil werd uitgevoerd, als ik liefde en goedkeuring kreeg, zou ik goedgunstiger zijn dan Hij. Ik zal niet wreed zijn als de mensen doen wat ik wil. Daarom weet ik beter dan God en dus wil ik de alleenheerschappij over mijn kleine universum op me nemen.’ Of dat universum nou de kinderkamer, het huis, de kring van vrienden en bekenden of de stad of het land is, maakt geen verschil. Iemands universum is net zo groot als het blikveld van zijn innerlijk oog en de reikwijdte van zijn waarneming, en niet als de omvang van zijn uiterlijke kennis. Ik zeg het nogmaals : deze gedachten denk je nooit bewust en in dergelijke krasse bewoordingen. Door de ware inhoud van je emoties te onderzoeken en te analyseren, ontdek je wél dat ze daar op neerkomen.
(Padwerklezing 58)

    Detail van een Griekse vaas,
De godin Athene wordt geheel volgroeid en gewapend met schild geboren uit het hoofd van haar vader Zeus, nadat zijn hoofd met een bijl opengespleten is door de god Hephaistos

God als ekster
God als excuus om je beledigd te voelen
God als excuus om druk op je omgeving uit te oefenen

Kleine religie

Religie is weer terug! Of je nu christen bent, moslim of boeddhist, religie wordt in dit land weer serieus genomen. Dat stemt hoopvol, maar we zijn er nog lang niet.
Ikzelf ben een zogenaamde hooischuurvogelaar. Ik geloof dat de hemel een grote hooischuur is die wordt bestuurd door een lichtgevende ekster die luistert naar de naam Peter. Ik kan niet uitleggen waarom, maar het is iets dat ik tot in het diepst van mijn ziel geloof.
Dat is ook de definitie van geloof. Het is niet te bewijzen, maar desondanks weet ik zeker dat Peter bestaat.
Toch vindt men het soms nodig om mij te kwetsen. Als ik in gezelschap voorzichtig over mijn verlosser begin, word ik regelmatig bespot. Het lijkt er bijna op dat mensen mijn geloof niet serieus nemen.
Dat doet pijn maar ik sta machteloos. Ik en de rest van onze geloofsgemeenschap (Beppie en Schele Henkie) hebben een boycot van Nederlandse producten overwogen, maar met zijn drietjes bereik je weinig.
Ook sturen we wel eens een boze ingezonden brief als er weer ergens een ekster wordt afgebeeld (verboden volgens de religie van de hooischuurvogelaars). Wanneer we al een reactie krijgen op zo’n brief is het vaak een zeer beledigende (’hahaha, sukkels’, etc.).
Zelfs de autoriteiten tonen geen begrip. Zo werd ik door de politie opgepakt toen ik op hooischuurmaandag met mijn aangeplakte vleugels de traditionele eksterdans uitvoerde op het Leidscheplein. ’Openbare dronkenschap’ was de aanklacht.
Toen ik de agenten wees op mijn godsdienstvrijheid kreeg ik te horen dat ik mijn snavel moest houden.
Mijn conclusie : als je in dit land bij één van de grote religies hoort, word je serieus genomen, maar als kleine groep hoor je er niet bij. Een kleine religieuze groep mag kennelijk wel onnodig worden gekwetst. Jammer, maar onze tijd komt nog wel.
We zijn momenteel nog geen machtsfactor, maar de zus van Beppie overweegt om zich bij ons aan te sluiten. Dan zijn we dus al met vier. Bovendien hebben wij de waarheid aan onze kant.
Men zal nog gek opkijken straks in het hiernamaals.

(Sander van Opzeeland, Column, in : Dag, 2 april 2008)

Spreken met God

Spreken met God is krankzinnig

    Ik ben blij dat je je tot Mij gericht hebt. Ik heb altijd klaargestaan om je te helpen. Je hoeft de antwoorden niet in je eentje te vinden. Dat heb je nooit gehoeven.

   
Toch lijkt het zo ... aanmatigend ... gewoon te gaan zitten en op deze manier een gesprek met U te voeren, laat staan me te verbeelden dat U, God, antwoordt. Ik bedoel, dit is krankzinnig.

    Ik begrijp het. De schrijvers van de Bijbel beschikten allen over hun volle verstand, maar jij bent krankzinnig.    
...
    Mensen verwachten niet dat God, als Hij zich direct tot jou richt, praat als de buurman. Het taalgebruik moet een zekere eenmakende, om niet te zeggen vergoddelijkende structuur bezitten. Een zekere waardigheid. Een element van goddelijkheid.
...
Mensen hebben het idee dat God zich slechts in één vorm kan vertonen. Alles wat die vorm geweld aan doet, wordt gezien als godslastering.
...
Waarom denk jij dat het krankzinig is dat jij een gesprek met God kunt voeren ? Geloof je niet in bidden ?

   
Jawel, maar dat is anders. Bidden is voor mij altijd één kant op geweest. Ik vraag en God blijft onveranderlijk.

    God heeft nog nooit één van je gebeden verhoort ?

   
O ja, maar nooit woordelijk, begrijpt U. Ik heb allerlei soorten ervaringen in mijn leven gehad, waarvan ik dacht dat het een antwoord - een heel direct antwoord - op mijn bidden was. Maar God heeft nooit tot mij gesproken.

    Ik begrijp het. Deze God, in Wie jij gelooft, kan dus alles behalve praten.

   
Natuurlijk kan Hij praten als Hij dat wil. Maar het lijkt gewoon niet waarschijnlijk dat God met mij wil praten.

    Dit is de oorzaak van elk probleem dat je in je leven ervaart : je denkt dat je het niet waard bent om door God te worden aangesproken.
Lieve hemel, hoe kun je ooit verwachten Mijn stem te horen als je je niet kunt voorstellen dat je het waard bent om te worden aangesproken.
   
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

God spreekt niet als mens

God spreekt niet als mens ... God spreekt alleen tot ons leven van gevoel tot gevoel, in heilige eenheid !
(Jozef Rulof, De volkeren der aarde door Gene Zijde bezien)

God die oneerbiedigheid niet verafschuwt

... heerlijk oneerbiedig!
Hoe kom je aan de gedachte dat God alleen maar eerbiedig is ? God is het op en het neer; het hete en het koude; het linkse en het rechtse; het eerbiedige en het oneerbiedige!
Denk je soms dat God niet kan lachen ? Denk je dat God geen goede grap kan waarderen ? Ga je ervan uit dat God geen humor kent  ? Ik zeg je : God heeft de humor uitgevonden.
Moet je met gedempte stem spreken, wanneer je je tot Mij richt ? Vallen bargoens en ruwe taal buiten Mijn bevattingsvermogen ? Ik zeg je : Je kunt met mij spreken zoals je met je beste vrienden spreekt.
Denk je dat er maar één woord is dat Ik nog niet heb gehoord ? Eén schouwspel dat Ik nog niet heb gezien ? Eén geluid dat Ik nog niet ken ?
Meen je nu werkelijk dat ik het ene verafschuw en van het andere houd ? Ik zeg je : Ik verafschuw niets. Niets stoot mij af. Het is leven, en het leven is een geschenk, de onuitspreekbare schat, het heilige van al het heilige.
...
Niets bestaat - niets - zonder een reden die wordt gekend en is goedgekeurd door God.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Ik dacht aan deze laatste zin toen ik in de krant een bericht las over een vrachtwagen die was aangehouden door de douane in Engeland. In de koelruimte trof men 60 chinese verstekelingen aan die hadden geprobeerd illegaal Engeland binnen te komen. 58 van hen waren door zuurstof gebrek om het leven gekomen. Het artikel ging in op de situatie waarin illegalen verkeren, dat ze geen recht hebben op werk, en in de marge van de samenleving moeten leven. Velen worden door misdaadorganisaties bij wie ze schulden hebben gedwongen hand- en spandiensten te verlenen.
Dit verhaal raakte mij, maar het had net zo goed een andere misstand op deze wereld kunnen zijn, die mij bij dit citaat had doen stilstaan.

Enerzijds zou het een geruststelling kunnen zijn, dat die ene misstand waarmee je geconfronteerd wordt, waarvan je denkt "Waarom moet dit zo zijn ?" , toch een reden heeft, die hem aanvaardbaar maakt gezien vanuit een alomvattende kennis en liefde.
Anderzijds maakt het de schepping zo onbegrijpelijk, als je je blindstaart op de liefdeloosheid van zo veel situaties, die je niet in verband kunt brengen met een liefde waarvan het universum doortrokken is en waarvan je intuïtief aanvoelt dat die er toch moet zijn.

God die geen onderdanigheid en aanbidding wenst.

De ironie van dit alles is dat ik jullie aanbidding niet wens. Ik heb geen behoefte aan jullie onderdanigheid en het is voor jullie niet noodzakelijk om Mij te dienen. Dit is het gedrag zoals dat historisch gezien door monarchen van hun onderdanen werd verlangd (en meestal waren dat dan egocentrische, labiele, tirannieke monarchen). God stelt op geen enkele wijze dergelijke eisen; het is opmerkelijk dat de wereld nog altijd niet heeft vastgesteld dat zulke eisen vals zijn en niets te maken hebben met de behoefte of wensen van de goddelijkheid.
De goddelijkheid heeft geen behoeften. Alles-dat-is is precies dat : alles-dat-is. Per definitie verlangt ze dan ook niets, niets ontbreekt haar.
Als je ervoor kiest in een God te geloven die op een of andere manier iets nodig heeft - een God die zich gekwetst voelt als Hij niet krijgt wat Hij wil en degene straft van wie Hij iets verwachtte te krijgen - dan kies je ervoor in een God te geloven die veel kleiner is dan Ik ben. Je zou dan werkelijk het kind zijn van een mindere God.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Er niet op voorbereid zijn God te horen spreken

Als we dit boek moeten beperken tot dat waarop de meeste mensen voorbereid zijn God te horen spreken, wordt het een heel dun boekje. De meeste mensen zijn nooit gereed om te horen waarover God spreekt wanneer Hij spreekt. Zij wachten meestal 2000 jaar.
(Neale Donald Walsch, Een nieuw gesprek met God)

God die niet alle gebeden verhoort

Je zult nu zien en beleven dat bidden niet helpt. Heb je de mensen een tijd terug niet horen bidden ? Toen baden ze, dat Mussolini niet naar Abessinië zou vertrekken, maar die gekke man ging toch ! Miljoenen mensen hebben gebeden, maar al dat bidden heeft niets geholpen, het werd niet verhoord. ... Je moet jezelf dus afvragen, wanneer je bidden moet en voor wat je kunt bidden, anders is alles voor niets. En dat hebben miljoenen mensen op aarde nog te leren.
(Jozef Rulof, Kosmologie I)

God verhoort gebeden

Vraag en u zult krijgen. Zoek en u zult vinden. Klop en er zal voor u worden opengedaan. Ja, ieder die vraagt, zal krijgen, en wie zoekt, zal vinden, en voor wie aanklopt, zal worden opengedaan. Is er onder u een vader die zijn kind een steen zal geven als het om een brood gaat ? Of een slang als het om een vis vraagt ? Ondanks uw slechtheid weet u aan uw kinderen dus goede dingen te geven. Hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel goede dingen geven aan wie er om vragen !
(MattheŁs 7 : 7 - 11)

Gods wil

God die verlangt

Nee, Mijn kinderen, ... Ik hoef niets te hebben.
Dit betekent niet dat ik zonder verlangens ben. Verlangens en behoeften zijn niet hetzelfde (al hebben velen van jullie dat in jullie huidige leven er wel van gemaakt).
Verlangen is het begin van de hele schepping. Het is de eerste gedachte. Het is een groots gevoel binnen in de ziel. Het is God die kiest wat Hij nu zal scheppen.
En wat is Gods verlangen ?
Ik verlang allereerst Mijzelf te kennen en te ervaren, in al Mijn glorie te weten Wie Ik ben. Voordat ik jullie uitvond, en alle werelden van het universum, was het onmogelijk voor Mij dit te doen.
Ten tweede verlang Ik dat jullie zullen weten en ervaren wie jullie werkelijk zijn door de kracht die ik jullie heb gegeven om te scheppen en te ervaren op alle mogelijke wijzen die jullie maar kiezen.
Ten derde verlang ik dat het hele levensproces een ervaring van constante vreugde zal zijn, voortdurende schepping, nooit eindigende expansie en totale vervulling in elk moment van het nu.
Ik heb een volmaakt systeem opgezet, waarmee al deze verlangens kunnen worden gerealiseerd. Zij worden nu gerealiseerd, op dit specifieke moment. Het enige verschil tussen jullie en Mij is dat Ik dit weet. Op het moment van totale kennis (welk moment jullie te allen tijde kan overkomen) zullen jullie je ook voelen zoals Ik mij voel : geheel en al vervuld van vreugde, liefde, acceptatie, zegening en dankbaarheid.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

God verlangt wat de mensen verlangen

Als je gelooft dat God een soort almachtig wezen is dat alle gebeden hoort, ’ja’ zegt tegen sommigen, ’nee’ tegen anderen en ’misschien, maar niet nu’ tegen de rest, dan heb je het mis.
Volgens welke vuistregels zou God moeten beslissen ?
Als je gelooft dat God de schepper en de beslisser is van alles in je leven, dan vergis je je.
God is de waarnemer, niet de schepper. En God staat klaar om je te helpen je leven te leiden, maar niet op de manier waarop je dat zou verwachten.
Het is niet Gods opdracht de omstandigheden of voorwaarden van jouw leven te scheppen of te vernietigen. God schiep jou naar het beeld en gelijkenis van God. Jij hebt de rest geschapen door de macht die God jou gegeven heeft. God schiep het levensproces en het leven zelf zoals jij dat kent. Niettemin heeft God jou de vrije keuze gegeven met je leven te doen wat jij wilt.
In die zin is jouw wil voor jou Gods wil voor jou.
Jij leeft jouw leven op de manier zoals jij wilt en Ik heb daar geen voorkeur bij.
Dat is de grote illusie waar jij je mee bezig houdt : dat God op de een of andere wijze erom geeft wat jij doet.
Ik geef er niet om wat je doet, misschien valt je dat zwaar om te horen. Maar geef jij erom wat je kinderen doen wanneer je ze buiten laat spelen ? Doet het voor jou ertoe of ze tikkertje spelen, verstoppertje of doen-alsof ? Nee, dat maakt je niet uit, omdat je weet dat ze veilig zijn. Jij hebt ze in een omgeving geplaatst die je vriendelijk en volkomen oké acht.
Natuurlijk hoop je altijd dat ze zich geen pijn zullen doen. En als dat toch gebeurt, sta je klaar om ze te helpen, om ze te verplegen, om ze te helpen zich weer veilig en gelukkig te voelen, zodat ze weer naar buiten kunnen gaan om te spelen. Maar of ze nu ervoor kiezen verstoppertje of tikkertje te spelen, dat doet voor jou een volgende keer evenmin ter zake.
Je vertelt hun natuurlijk welke spelletjes gevaarlijk zijn om te spelen. Maar je kunt je kinderen er niet van weerhouden gevaarlijke dingen te doen. Niet altijd. Niet tot het eind der tijden. Niet voor elk moment vanaf nu tot aan de dood. Een wijze ouder weet dat. Maar die ouder blijft wel altijd betrokken bij de uitkomst. Deze dichotomie - niet al te veel geven om het proces, maar wel een uitgesproken betrokkenheid bij het resultaat - beschrijft het best de dichotomie van God.
Nochtans geeft God in zekere zin zelfs niet om de uitkomst. Niet om de uiteindelijke uitkomst. Dit omdat de uiteindelijke uitkomst vaststaat.
En dit is de tweede grote illusie van de mens : dat de uitkomst van het leven onzeker is.
De twijfel over de uiteindelijke uitkomst heeft je grootste vijand geschapen : angst. Want als je de uitkomst betwijfelt, dan betwijfel je God.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Ik verlang wat jullie verlangen. De dag dat jullie werkelijk een eind willen aan alle honger, zal er geen honger meer zijn. Ik heb jullie alle hulpbronnen gegeven om dat te realiseren. Jullie beschikken over alle mogelijkheden om die keuze te maken. Maar jullie hebben er niet voor gekozen. Niet omdat jullie het niet kunnen. De wereld zou morgen een eind kunnen maken aan alle honger. Jullie hebben daar niet voor gekozen.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Het idee van een God die je niet hoeft te vrezen, die niet zal oordelen en die geen reden heeft om te straffen, is immers te schitterend om zelfs binnen je grootste voorstelling van wie en wat God is te kunnen worden omhelsd.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

God wil dat je je zelf leert kennen

    Ga eerst naar je hoogste gedachte over jezelf. Stel je voor wie je zou zijn als je iedere dag volgens die gedachte probeert te leven. Stel je voor wat je zou denken, doen en zeggen, en hoe je zou reageren op wat anderen doen en zeggen.
Zie je enig verschil tussen die projectie en wat je nu denkt, zegt en doet ?
   
Ja, ik zie nogal een groot verschil.
    Goed. Dat moet ook, aangezien we weten dat je op dit moment je hoogste visie van jezelf niet naleeft. Nu we de verschillen hebben gezien tussen wie je bent en wie je zou willen zijn, moet je bewust je gedachten, woorden en daden beginnen aan te passen aan je meest verheven visie.
Dit zal een enorme mentale en fysieke inspanning vergen. Behalve een constant toezicht op al je gedachten, woorden en daden, brengt het het onophoudelijk maken van bewuste keuzes mee. Het hele proces is een intensieve aanzet tot bewustwording.
Wat je zult merken als je deze uitdaging aangaat, is dat je je halve leven onbewust hebt doorgebracht. Dat wil zeggen, niet op een bewust niveau van wat je kiest aangaande je gedachten, woorden en daden, tot je de uitwerking daarvan ervaart. En dan, op het moment dat je de resultaten ervaart, ontken je dat je gedachten, woorden en daden er iets mee te maken hebben.
Dit is een oproep te stoppen met onbewust te leven. Het is een uitdaging waartoe je ziel je vanaf het begin der tijden heeft opgeroepen.
   
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

God wil dat je gelukkig bent

God wil dat je gelukkig bent. Het is een eeuwenoude misvatting dat goddelijk zijn betekent dat je ongelukkig en streng moet zijn. Dit beeld is bij alle mensen ingegrifd. Dat is het zogenaamde martelaarschap. Nee, vrienden, zo is het niet. Jullie hoeven je niet schuldig te voelen als je gelukkiger wordt. Dit betekent niet dat je om geluk moet bidden. Je moet bidden om de kracht en het vermogen om obstakels die je tussen jezelf en je geluk hebt gezet, te overwinnen en te verwijderen. Dat houdt in dat je door het ongeluk heen gaat dat je jezelf hebt aangedaan middels vergissingen en onwetendheid en het niet probeert te vermijden. Het resultaat aan het eind van de tunnel zal helder licht zijn van vrede, harmonie, schoonheid en vreugde, onafhankelijk van wat andere mensen doen of vinden. In die geest moet je bidden.
(Padwerk, Lezing 39)

God wil niet dat je je ergens goed over voelt

Het is ongeveer als die beroemde zangeres die Ik hier niet met name noem en die miljoenen verdient met haar liedjes. Toen haar om een commentaar werd gevraagd over haar ongelofelijke succes en alle rijkdom die dat haar bracht, zei ze : ’Ik voel me bijna schuldig omdat ik dit zo graag doe’.
De implicatie is duidelijk. Als je iets heel graag doet, zou je niet daarenboven ook nog in geld moeten worden beloond. De meeste mensen verdienen geld door iets te doen wat ze haten of in ieder geval door hard werken, niet door oneindige vreugde.
De boodschap van de wereld is dus : als je ergens een negatief gevoel over hebt, dan pas kun je ervan genieten !
Je gebruikt schuld vaak in een poging je slecht te voelen over iets waarover je je goed voelt, om je aldus te verzoenen met God ... van wie jij denkt dat Hij wil dat je je nergens goed over voelt.
(Neale Donald Walsch, Een nieuw gesprek met God)

God wil niet dat je hem nodig hebt

Het is uiteraard niet het hoogste handelen om moedwillig anderen te misbruiken of te vernietigen. En ook is het ongepast om de behoeften te negeren van hen voor wie jij je onmisbaar hebt gemaakt.
Jouw taak is hen weer onafhankelijk te maken, hun zo spoedig en zo goed mogelijk te leren hoe ze met jou overweg kunnen. Want jij bent geen zegen voor hen zolang zij jou nodig hebben om te overleven; jij zegent hen pas echt op het moment dat zij beseffen dat jij niet noodzakelijk bent.
Op dezelfde wijze is Gods grootste moment het moment waarop jij je realiseert dat je geen God nodig hebt.
Ik weet het, Ik weet het ... Dit is in tegenspraak met alles wat je ooit hebt geleerd. Maar jouw leraren hebben je verteld over een boze God, een jaloerse God, een God die er behoefte aan heeft nodig te zijn. En dat is helemaal geen God, maar een neurotisch substituut voor iets wat een Godheid zou moeten zijn.
Een ware meester is niet hij die de meeste leerlingen heeft, maar hij die de meeste meesters schept.
Een ware leider is niet hij die de meeste volgelingen heeft, maar hij die de meeste leiders schept.
Een ware koning is niet hij die de meeste onderdanen heeft, maar hij die de meesten naar het koningschap leidt.

Een ware leraar is niet hij die over de meeste kennis beschikt, maar hij die ervoor zorgt dat de meeste anderen kennis verwerven.
Een ware God is niet Hij die de meeste dienaren heeft, maar Hij die de meeste dient en aldus van alle anderen goden maakt.
Want dit is zowel het doel als de glorie van God : dat zijn ondergeschikten dat niet meer zullen zijn, en dat allen God zullen kennen, niet als de meest onbereikbare, maar als de meest onvermijdelijke.

Ik zou willen dat je dit kon begrijpen : je gelukkige bestemming is onvermijdelijk. Je kunt niet ’gered’ worden. De enige hel die er is, is dit niet te weten.

(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

God van de tien geboden

Houd er geen andere goden op na. Maak geen afgodsbeeld.... Kniel voor zulke goden niet neer, vereer ze niet....
Misbruik mijn naam niet. ...
Houd de sabbat in ere. Het moet een bijzondere dag voor je zijn. Zes dagen heb je om te werken, maar de zevende dag, de sabbat, is een rustdag die aan mij, de Heer, je God, is gewijd. Verricht dan geen enkel werk....
Heb eerbied voor je vader en je moeder.
Bega geen moord.
Pleeg geen overspel.
Steel niet.
Beschuldig niemand op valse gronden.
Zet je zinnen niet op het huis van een ander, ook niet op zijn vrouw, ... zijn koe of zijn ezel, of op iets anders dat van hem is.
(Exodus 20 : 1 - 17)

God van de tien beloften

En het woord van God was niet een gebod, maar een verbond. Dit zijn dan de ...

TIEN BELOFTES

Je zult weten dat je het pad van God hebt genomen, en je zult weten dat je God gevonden hebt, want er zullen deze tekenen zijn, deze aanwijzingen, deze veranderingen in jou :
1. Je zult van God houden met heel je hart, verstand en ziel. En er zal geen ander God voor Mij worden geplaatst. Je zult niet langer menselijke liefde aanbidden of succes, geld, macht of enig symbool daarvan. Je zult deze dingen terzijde schuiven zoals een kind zijn speeltjes achter zich laat. Niet omdat ze onwaardig zijn, maar omdat jij eraan bent ontgroeid.
En ook hierom zul je weten dat je het pad van God bent ingeslagen.
2. Je zult niet langer Gods naam ijdel gebruiken. Evenmin zul je mij aanroepen voor lichtzinnige zaken. Je zult de macht van woorden en gedachten begrijpen, en je zou er niet aan denken Gods naam op een ongoddelijke wijze aan te roepen. Je zult mijn naam niet ijdel gebruiken, omdat je dat niet kunt. Want Mijn naam - het grote ’Ik ben’ - wordt nooit ijdel gebruikt (dat wil zeggen zonder resultaat) en kan ook nooit ijdel worden gebruikt. En wanneer je God hebt gevonden, zul je dit weten.
En ik zal je ook andere tekenen geven.
3. Je zult eraan denken een dag voor Mij te reserveren en je zult die heilig noemen. Dit opdat je niet langer in illusie blijft, maar jezelf eraan helpt te herinneren Wie en Wat je bent. En spoedig zul je dan elke dag de sabbat noemen en elk moment heilig.
4. Je zult je moeder en vader eren, en je zult weten dat je de zoon van God bent wanneer je je Vader/Moeder-God eert in alles wat je zegt, doet of denkt. En wanneer je aldus de Moeder/Vader-God eert en je vader en moeder op aarde (want zij hebben jou het leven gegeven), zul je iedereen eren.
5. Je weet dat je God hebt gevonden wanneer je in acht neemt dat je niet zult moorden (dat wil zeggen bewust doden zonder reden). Want als je begrijpt dat je nimmer iemand anders’ leven kunt beëindigen (al het leven is eeuwig), kies je ervoor geen enkele levensvorm te vernietigen of enige levensenergie over te zetten van de ene vorm in de andere, zonder de meest gewijde rechtvaardiging. Je nieuwe eerbied voor het leven zorgt ervoor dat je alle levensvormen zult eren - planten, bomen en dieren inbegrepen - en ze alleen wenst te beïnvloeden wanneer dat het hoogste te goede komt.
En deze tekenen zal ik je ook zenden zodat je weet dat je je op het pad bevindt.
6. Je zult de zuiverheid van de liefde niet ontheiligen door oneerlijkheid of bedrog, want dat is overspeligheid. Ik beloof je, wanneer je God hebt gevonden, zul je dit overspel niet plegen.
7. Je zult niets nemen wat niet van jou is, noch vals spelen, noch samenspannen, noch een ander schaden om iets in bezit te krijgen, want dit zou diefstal zijn. Ik beloof je, wanneer je God hebt gevonden, zul je niet stelen.
Evenmin zul je ...
8. Iets zeggen wat niet waar is en op die manier een valse getuigenis afleggen.
Evenmin zul je ...
9. De partner van je buur begeren, want waarom zou je de partner van je naaste begeren als je weet dat alle anderen je partners zijn ?
10. Het eigendom van je buur begeren want waarom zou je het eigendom van je naaste begeren als je weet dat alles van jou kan zijn en dat al jouw eigendom de wereld toebehoort ?

Je zult weten dat je het pad naar God hebt gevonden wanneer je deze tekenen ziet. Want ik beloof je dat niemand die God werkelijk zoekt, deze dingen nog langer zal doen. Het is voor hen onmogelijk dergelijk gedrag te vertonen. Dit zijn jouw vrijheden, niet je beperkingen. Dit zijn mijn beloftes, niet mijn geboden. Want God deelt geen bevelen uit aan wat Hij heeft geschapen. God vertelt zijn kinderen slechts : aldus weten jullie dat je thuis zult komen.

(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Waarom schiep God het universum ?

...
dat-wat-is is alles wat er was in den beginne, en er was niets anders. Maar alles-dat-is kon zichzelf niet kennen, omdat alles-dat-is alles is wat er was, en er was niets anders. En daarom bestond alles-dat-is eigenlijk niet Want bij afwezigheid van iets anders bestaat alles-dat-is niet.
Dit is het grote zijn/niet-zijn waarnaar mystici vanaf het begin der tijden hebben verwezen.
Nu wist alles-dat-is dat het alles was wat er was, maar dat was niet genoeg, want het kon zijn volmaakte grootsheid alleen conceptueel kennen en niet empirisch. Maar het verlangde juist ernaar zichzelf te ervaren, want het wenste te weten hoe het voelt om zo schitterend te zijn. Niettemin was dit onmogelijk, omdat het begrip ’schitterend’ een relatief begrip is. Alles-dat-is kon niet weten hoe het voelde om schitterend te zijn, tenzij ’dat-wat-is’ ten tonele zou verschijnen. Bij afwezigheid van ’dat-wat-niet-is’ bestaat dat-wat-is niet.
...
Het enige dat alles-dat-is wist, is dat er niets anders was. En daarom kon en zou het nooit zichzelf kennen vanuit een referentiepunt buiten zichzelf. Dat punt bestond niet. Er bestond slechts één referentiepunt en dat was enkelvoudig, binnenin. Het is/is-niet. Het Ik-ben/Ik-ben-niet.
Nochtans koos het Allesomvattende Al ervoor zichzelf empirisch te leren kennen.
Deze energie - deze zuivere, onzichtbare, onhoorbare, onwaarneembare en daarom door niemand anders gekende energie - koos ervoor zichzelf te ervaren in de volmaakte grootsheid die ze was. Om dit te bereiken, besefte het dat het een referentiepunt binnenin moest gebruiken.
Het redeneerde, tamelijk correct, dat enig deel van zichzelf noodzakelijkerwijs kleiner zou zijn dan het geheel. Als het zich bijgevolg eenvoudigweg in delen zou splitsen, kon elk deel - kleiner immers dan het geheel - terugkijken op de rest van zichzelf en grootsheid zien.
En aldus splitste alles-dat-is zich op en werd in een glorieus moment dat-wat-dit-is en dat-wat-dat-is. Voor het eerst bestonden dit en dat, buiten en naast elkaar. En toch bestonden beide tegelijkertijd. Net als alles-dat-geen-van-beide-was. Er bestonden dus opeens drie elementen : dat wat hier is, dat wat daar is, en dat wat hier noch daar is, maar dat moet bestaan opdat hier en daar kunnen bestaan.
Het is het niets dat het Al in zich sluit. Het is de niet-ruimte die de ruimte omvat. Het is het Al dat de delen in zich bergt.
...
Dit niets nu, dat het Al in zich bergt, is wat sommigen God noemen. Toch is dat niet correct, omdat het veronderstelt dat er iets is wat God niet is, namelijk alles dat niet niets is. Maar Ik ben alle dingen, zowel de zichtbare als de onzichtbare; daarom is de wezenlijk oosterse, mystieke definitie van Mij - God omschreven als de grote onzichtbare, het niet zijnde of de ruimte tussen alle dingen - even onnauwkeurig als de wezenlijk westerse, praktische beschrijving van God als alles wat zichtbaar is. Zij die geloven dat God alles-dat-is is en alles-dat-niet-is, zijn de juiste overtuiging toegedaan.
Welnu, in de scheping van wat hier is en dat wat daar is, maakte God het voor God mogelijk zichzelf te kennen. Op het moment van deze grote explosie van binnenuit schiep God relativiteit, het grootste geschenk dat God zichzelf ooit heeft gegeven. Bijgevolg zijn relaties het grootste geschenk dat God jullie ooit heeft gegeven.
...
Vanuit het niet-zijnde ontstond dus het Al, een spirituele gebeurtenis die overigens geheel overeenkomt met wat jullie wetenschappers de oerknal noemen.
Zodra de elementen van het Al zich verspreidden, werd de tijd geschapen, aangezien een ding eerst hier was en daarna daar, en de periode die het nodig had om van hier naar daar te komen was meetbaar.
Zowel de zichtbare als de onzichtbare delen van het Al begonnen zich in relatieve termen ten opzichte van elkaar te onderscheiden. God wist dat liefde alleen kan bestaan - en zichzelf als zuivere liefde kan kennen - als exact het tegenovergestelde ervan bestaat. Daarom schiep God uit eigen wil de grote polariteit, het absolute tegengestelde van liefde, alles wat niet liefde is en wat nu angst wordt genoemd. Vanaf het moment dat angst bestond, kon liefde bestaan als een ding dat kan worden ervaren.
...
Mijn goddelijk doel Mijzelf op te splitsen was om voldoende delen van Mij te scheppen, zodat ik Mijzelf empirisch kon kennen. Er is slechts één manier voor de Schepper om zichzelf door ervaring als de Schepper te leren kennen en dat is door te scheppen. En daarom gaf ik aan al Mijn talloze delen (aan al Mijn spirituele kinderen) dezelfde scheppingskracht die Ik als geheel heb. ... Mijn drijfveer om jullie, Mijn spiritueel kroost, te scheppen, was Mijzelf als God te kennen. Ik beschik over geen enkele andere mogelijkheid dat te doen behalve door jullie. Daarom kan worden gezegd (zoals al zo vaak is gedaan) dat Mijn voornemen met jullie is dat jullie jezelf leren kennen als deel van Mij.
Dit lijkt verbazingwekkend eenvoudig, maar het wordt erg ingewikkeld omdat er maar één manier is voor jullie om jezelf te herkennen als deel van Mij, en dat is dat jullie jezelf eerst leren kennen als anders dan Ik.
...
Er is een manier waarop Ik al mijn spirituele kinderen had kunnen laten weten dat ze deel van Mij zijn, namelijk door het hun eenvoudigweg te vertellen. Dit heb ik gedaan. Maar zie je, het was niet voldoende voor de Geest zichzelf gewoon te kennen als God, kinderen van God, erfgenamen van het koninkrijk (of welke mythologie je maar verkiest). Zoals Ik al heb uitgelegd zijn iets weten en iets ervaren twee verschillende dingen. De Geest verlangde ernaar zich door ervaring te kennen (net als Ik!). Conceptueel bewustzijn was niet genoeg voor jullie. Dus ontwierp Ik een plan. Het is het meest uitzonderlijke idee in het hele universum en de meest spectaculaire samenwerking.. Ik zeg samenwerking omdat jullie allemaal, samen met Mij, erbij betrokken zijn.
...
Welnu, in het geval van de uiteindelijke kennis - waarbij je jezelf als de Schepper kent - kun je je eigen scheppende Zelf niet ervaren tenzij en totdat je schept. En je kunt jezelf niet scheppen totdat je jezelf vernietigt. In zekere zin moet je eerst ’niet zijn’ om te kunnen zijn. ... Natuurlijk bestaat er geen manier voor jou om niet wie en wat je bent te zijn (zuivere, creatieve geest); je bent dat gewoon, je bent het altijd geweest, en je zult het altijd zijn. Daarom koos je voor het op een na beste : je zorgde ervoor dat je vergat Wie je werkelijk bent.
Toen je het universum binnentrad, deed je afstand van je herinnering aan jezelf. Dit staat je toe te kiezen Wie je bent in plaats van zogezegd midden in een droom wakker te worden.
Door deze daad - ervoor kiezen een deel van God te zijn, in plaats van dat het je gewoon wordt verteld - ervaar je dat de keus geheel aan jou is, net zoals dat per definitie voor God geldt. Maar hoe kun je een keus hebben over iets waarover geen keus bestaat ? Je kunt niet niet mijn kroost zijn, hoe hard je het ook probeert, maar je kunt het wel vergeten.
Je bent een goddelijk deel van het goddelijke geheel, een deel van het ene lichaam. En dat ben je altijd geweest en zul je altijd zijn. Daarom noemen we de terugkeer tot het geheel - door de herinnering aan God - een hereniging. Je kiest er letterlijk voor je te her-enigen met Wie je werkelijk bent, ofwel je samen te voegen met alle verschillende delen om het Al van iedereen te ervaren, dat wil zeggen het Al van Mij.
Jouw taak op aarde is daarom niet te leren (omdat je feitelijk al weet), maar je te herinneren Wie je bent. En je te herinneren wie alle anderen zijn. Daarom komt je taak er voor een groot deel op neer anderen te helpen herinneren ( dat wil zeggen hun iets duidelijk te maken ), zodat iedereen zich met Mij kan herenigen.
Dit is precies wat alle opmerkelijke spirituele leraren altijd hebben gedaan. Het is jouw enige doel, dat wil zeggen het enige doel van jouw ziel.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Niettemin is het niet nodig ervaringen die je als negatief ervaart, te creëren. Als je een gebeurtenis observeert, en je ervaart wat je waarneemt als negatief, besef je (of herinner je je) dat je ’zo niet bent’.

Je hoeft het tegengestelde van Wie je bent en Wat je kiest niet te creëren om het te ervaren. Je hoeft slechts te observeren dat het al is gecreëerd, elders. Je hoeft je alleen maar te herinneren dat het bestaat.
(Neale Donald Walsch, Derde gesprek met God.)

Je hoeft geen negativiteit te scheppen, omdat het al waargenomen kan worden. Door beter te leren waarnemen, ontwikkel je jezelf tot een hoger wezen.

Je houding tot God

In tegenslag de hand van God zien

Mensen danken de voorspoed in hun leven altijd aan geluk, toeval, mazzel, het lot, er een neus voor hebben, noem maar op. In tegenslag - stormen, overstromingen, aardbevingen, sterfgevallen - zien zij daarentegen de hand van God.
Geen wonder dat jullie meenden bang voor Mij te moeten zijn. Jullie hele cultuur is van dat idee doortrokken. ... Ik vertel je hier dat ook wat jullie voorspoed noemen aan God te danken is. Geen twee mensen komen elkaar bij toeval tegen, niets gebeurt per ongeluk.
(Neale Donald Walsch, Vriendschap met God)

God die verantwoordelijk is

Over verantwoordelijkheid bestaan veel misverstanden. Tal van mensen denken bijvoorbeeld dat eigen verantwoordelijkheid God de almachtige vader uitsluit. Ze denken, dat als er een God is die hun leven leidt, ze pijn op de koop toe moeten nemen. Het alternatief is voor hen atheïsme. Dat is niet zo, vrienden. Zolang je je nog schuldig voelt over je eigen fouten, is je eigen verantwoordelijkheid een last voor je.
(Padwerk, lezing 40)

God die onbegrijpelijk is

God als Ziel

De volgende beschrijving van God, die ik aantrof in één van de boeken van Jozef Rulof, is mij volkomen vreemd. Ik begrijp het niet :

Al het leven nu, werd door de "Alziel" tot Goddelijke Afstemming gebracht. Wij leren thans God als "Ziel" kennen. Want dit is "Ziel" en als zichtbare wereld . . . Zijn "Geest" . . . en is daarna een deel van Zijn Persoonlijkheid. Dit leven heeft dus als Goddelijk Fundament direct afstemming op de "Oerbron" , het Alvermogen om te Baren en te Scheppen. Wat wij zien in deze Ruimte, mijn meester, is Ziel en Geest, Levensadem en Levensaura, Levensbloed, waardoor God als Ziel gestalte krijgt. Kunt u dit volgen en beleven ? Dit leven bezit dus alles, wat wij vanuit de "Albron" mochten zien baren. En door de Harmonische Wetten verdicht zich de Levensruimte voor God, waarin wij zullen leven. Ik ga voelen wat dit te betekenen heeft. Ook dit leven zal zich straks verdelen, ook weer baren en scheppen, wat voor élke vonk van God een eigen evolutieproces is, maar vooral de verkregen zelfstandigheid, anders waren wij nimmer mens geworden. Hierdoor begrijp ik thans, waarvoor ik leef en mens werd. Doordat ik uit dit alles geboren ben, vertegenwoordig ik God in alles, wat wij tot nu toe mochten aanschouwen.
(Jozef Rulof, Kosmologie I)

Ik begrijp deze tekst niet. Ik kan niet zeggen of het waar is, en ook niet of het niet waar is, want ik begrijp het niet. Ik heb deze passage opgenomen, als een voorbeeld dat er soms totaal anders over God wordt geschreven en gedacht, dan ik mij kan voorstellen.
In het oevre van Jozef Rulof komen overigens ook passages voor die ik goed kan volgen, die ik soms heel mooi verwoord vindt, en die tot nadenken stemmen.

God die oorlogen en geweld toestaat

Wij leven in november 1944. Europa staat in brand, de mens leeft in koude en ellende, temidden van afbraak, heeft gebrek aan alles. Steden worden met de grond gelijk gemaakt, miljoenen mensen gemarteld en tenslotte vergast en God zwijgt. Christus laat zijn kinderen alleen ? ... Miljoenen mensen kunnen dat niet meer aanvaarden, zij vragen : ”Hoe kan God dit goedvinden ?”
(Jozef Rulof, Kosmologie I)

God en het kwaad

Ik ben maar weinig boeken tegengekomen met een voor mij heldere redenering waarom God het kwaad en het lijden in de wereld toestaat.

Door middel van het kwaad kun je ervaren Wie je bent

Het volgende verhaal gaat uit van de visie : Het kwaad schenkt je een middel om te ervaren wie je in werkelijkheid bent. God gunt je dit middel.

Er was eens een ziel die van zichzelf wist dat zij het licht was. Het was een nieuwe ziel en daarom zeer belust op ervaring. ’Ik ben het licht’, zei zij. ’Ik ben het licht.’ Maar alle kennis hiervan en alle uitlatingen hierover konden ervaring niet vervangen. En in het rijk waaruit deze ziel ontsprong, was niets anders dan licht. Elke ziel was groots, elke ziel was schitterend, en elke ziel scheen met de helderheid van Mijn ontzagwekkende licht. Op die manier was de betreffende ziel als een kaars in de zon. Te midden van het edelste licht - waarvan zij deel uitmaakte - kon zij zichzelf niet zien of ervaren als Wie en Wat zij werkelijk was.
Nu was het zo dat deze ziel ernaar verlangde en verlangde zichzelf te kennen. En haar verlangen was zo groot dat Ik op een dag zei : ’Weet je, kleintje, wat je moet doen om dit verlangen van jou te bevredigen ?’
’O, wat God ? Ik heb er alles voor over !’ reageerde de kleine ziel. ’Je moet jezelf van de rest van ons afscheiden’, antwoordde Ik, ’en dan moet je over jezelf de duisternis afroepen’.
’Wat is de duisternis, o, heilige ?’, vroeg de kleine ziel.
’Dat is wat jij niet bent’, antwoordde Ik en de ziel begreep het.
En dit was wat de ziel deed, zich van het Al verwijderen, sterker nog, zij ging zelfs naar een ander rijk. En in dit Rijk had de ziel het vermogen de ervaring van allerlei soorten duisternis te ondergaan. En dat is wat zij deed.
Maar te midden van alle duisternis riep zij uit : ’'Vader, Vader, waarom hebt U mij verlaten ?’ Net zoals jij hebt gedaan in je meest donkere tijden. Ik heb je nochtans nooit verlaten. Ik sta je altijd bij om je eraan te herinneren Wie je werkelijk bent; klaar, altijd klaar, om je terug te roepen.
Wees daarom als een licht voor de duisternis en vervloek deze niet.
En vergeet niet wie je bent op het moment dat je wordt ingesloten door dat wat je niet bent. Maar prijs de schepping, zelfs al wens je die te veranderen.
En weet dat wat je doet tijdens het moment van je grootste beproeving je grootste triomf kan zijn. Want de ervaring die je schept, is een uitdrukking van Wie je bent en Wie je verlangt te zijn.

Ik heb je dit verhaal verteld - deze parabel van de kleine ziel en de zon - opdat je beter zou begrijpen waarom de wereld is zoals zij is ... en hoe zij in een oogwenk kan veranderen zodra allen zich de goddelijke waarheid van hun hoogste werkelijkheid herinneren.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Die parabel kent nog een tweede deel :
’Je mag kiezen welk deel van God je mag zijn’, zei Ik tegen de kleine ziel. ’Jij bent de absolute godheid die zichzelf ervaart. Welk aspect van de godheid zou jij nu als jou willen ervaren ?’
’Bedoelt u dat ik mag kiezen ?’ vroeg de kleine ziel wat ongelovig.
En Ik antwoordde : ’Ja, je mag kiezen welk aspect van de godheid je maar wilt ervaren in, als en door jou.’
’Oké’, zei de kleine ziel, ’dan kies ik vergevingsgezindheid. Ik wil mijn Zelf ervaren als dat aspect van God dat men vergevingsgezindheid noemt.’
Nou, zoals je kunt begrijpen schiep dat nogal een uitdaging.
Er was niemand om te vergeven. Ik heb alleen maar perfectie en liefde geschapen.
’Niemand om te vergeven ?’ vroeg de kleine ziel wat ongelovig.
’Niemand’, herhaalde ik. ’Kijk om je heen. Zie je ook maar één ziel die minder perfect, minder prachtig is dan jij ?’
Daarop draaide de kleine ziel zich om en zag tot zijn verbazing dat hij werd omringd door alle zielen in de hemel. Ze waren van heinde en verre uit het koninkrijk gekomen omdat ze hadden gehoord dat de kleine ziel een ongewoon gesprek met God had.
’Ik zie niemand die minder perfect is dan ik !’ riep de kleine ziel uit. ’Wie moet ik dan vergeven ?’
Op dat moment stapte er uit de menigte een andere ziel naar voren. ’Je mag mij vergeven’, zei deze vriendelijke ziel.
’Waarvoor ?’ vroeg de kleine ziel.
’In jouw volgende fysieke leven zal ik iets doen zodat jij me kunt vergeven’, antwoordde de vriendelijke ziel.
’Maar wat ? Wat zou jij, een wezen van een dergelijk perfect licht, kunnen doen zodat ik je zou willen vergeven ?’ wilde de kleine ziel weten.
’O’, glimlachte de vriendelijke ziel, ’ik ben er van overtuigd dat we wel iets zullen kunnen bedenken’.
’Maar waarom zou je zoiets willen doen ?’ De kleine ziel kon maar niet begrijpen waarom een perfect wezen zijn vibratie zoveel wilde verminderen dat hij echt iets ’slechts’ kon doen.
’Dat is niet zo moeilijk’, legde de vriendelijke ziel uit, ’Dat doe ik omdat ik van je houd. Jij wilt je Zelf toch ervaren als vergevingsgezindheid ? Bovendien heb jij voor mij hetzelfde gedaan’.
’Is dat waar ?’ vroeg de kleine ziel.
’Natuurlijk. Weet je dat niet meer ? Wij waren Alles van Alles, jij en ik. We zijn het op en het neer van Alles geweest, en het links en het rechts ervan. We waren het hier en het daar van Alles en het nu en toen. We zijn het groot en het klein ervan geweest, het mannelijke en het vrouwelijke ervan, het goede en het slechte ervan. We zijn allemaal het Alles van Alles geweest
En dat hebben we in overleg gedaan zodat ieder van ons zich kon ervaren als het belangrijkste deel van God. Want we hebben begrepen dat in afwezighed van dat Wat je niet bent, dat Wat je bent niet bestaat.
Als er geen koud is, dan kun je niet warm zijn. Als er geen droevig is, dan kun je niet blij zijn, zonder zoiets als slecht kan de ervaring die jullie goed noemen niet bestaan.
Als je ervoor kiest iets te zijn, dan moet iets of iemand dat/die daarvan het tegenovergestelde is ergens in jullie heelal te voorschijn komen om dat mogelijk te maken.’.
Vervolgens legde de vriendelijke ziel uit dat die mensen Gods speciale engelen zijn, en die omstandigheden Gods geschenken. ’Ik wil er maar één ding voor terug hebben’, verklaarde de vriendelijke ziel.
’Wat je maar wilt ! Alles’, riep de kleine ziel. Hij was opgewonden nu hij wist dat hij elk goddelijk aspect van God kon ervaren. Nu begreep hij het plan.
’Op het moment dat ik je helemaal in elkaar sla’, zei de vriendelijke ziel, ’op het moment dat ik het ergste met je doe wat jij je ooit hebt kunnen voorstellen, op datzelfde moment ... moet je je herinneren Wie ik echt ben’.
’O, dat zal ik niet vergeten !’ beloofde de kleine ziel. ’Ik zal je net zo perfect zien als nu, en ik zal me herinneren Wie je bent, altijd’.
(Neale Donald Walsch, Derde gesprek met God.)

Niet God, maar de mens bewerkstelligt rampspoed

De volgende visie stelt dat de mens welke rampzalige gebeurtenissen dan ook zelf veroorzaakt. Dit doet de mens om te kunnen ervaren wie men in diepste zin werkelijk is.

Ziekte en tegenspoed zijn tegengestelden van gezondheid en welvaren, en worden in jullie belang in de werkelijkheid kenbaar gemaakt. Jullie kunnen niet ziek zijn zonder dat tot op zekere hoogte zelf te veroorzaken; jullie kunnen van het ene op het andere moment beter worden door eenvoudigweg daartoe het besluit te nemen. Diepe persoonlijke teleurstelling is een reactie waarvoor gekozen is, wereldwijde rampen zijn het resultaat van een wereldwijd bewustzijn.
Jullie vraag houdt in dat Ik voor deze gebeurtenissen kies, dat het Mijn wil en wens is dat ze plaatsvinden. Nochtans roep Ik niet door Mijn wil deze zaken in het leven, Ik aanschouw slechts jullie die dit doen. En ik onderneem niets om dit tegen te houden, want anders zou Ik jullie wil dwarsbomen. Dat zou op zijn beurt jullie onthouden van de godservaring waarvoor jullie en Ik samen hebben gekozen. Veroordeel daarom niet alles wat je slecht noemt in de wereld. Vraag jezelf eerder af wat je hiervan als slecht hebt beoordeeld en wat je wenst te doen, als dat al het geval is, om dit te veranderen.
Onderzoek eerder binnenin dan aan de buitenkant en vraag : ’Welk deel van mijn Zelf wens ik nu te ervaren in het licht van deze beproeving ? Welk aspect van het zijn wens ik op te roepen ?’ Want al het leven bestaat als hulpmiddel voor je eigen schepping, en alle gebeurtenissen doen zich slechts voor als kansen voor jou om te beslissen, en te zijn, Wie je bent.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Het moeilijke van dit citaat vind ik de uitspraak : ’jullie kunnen van het ene op het andere moment beter worden door eenvoudigweg daartoe het besluit te nemen’. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Gezien de ziekenhuizen die vol liggen slagen de meeste mensen er niet in om dit besluit te realiseren. Dat zou betekenen dat op een onbewust niveau van de ziel het beluit wordt genomen om ziek te worden of te blijven.

Denk je dat hun beperkingen ( d.i. van de zwakken, de zieken, de mindervaliden ) ... niet zelfgekozen zijn ? Stel jij je dan voor dat een menselijke ziel per toeval met de uitdagingen van het leven - wat die ook mogen zijn - wordt geconfronteerd ?
...
Je kunt kiezen voor de personen, plaatsen en gebeurtenissen - de voorwaarden en omstandigheden, de uitdagingen en obstakels, de kansen en keuzemogelijkheden - waarmee je je ervaring kunt scheppen. Je mag de kleuren van je palet kiezen, het gereedschap voor je gereedschapskist, de apparatuur voor je werkplaats. Wat je daarmee gaat scheppen, is jouw zaak. Dat is de zaak van het leven.
Jouw potentieel is onbeperkt in alles wat je kiest om te doen. Je moet niet aannemen dat een ziel die geïncarneerd is in een lichaam dat jij beperkt noemt, zijn volledige potentieel niet bereikt, want je weet niet wat die ziel probeert te doen. Jij begrijpt haar agenda niet. Je bent niet doordrongen van haar opzet.
Zegen daarom iedere persoon en elke omstandigheid, betuig je dankbaarheid. ... Want er gebeurt niets bij toeval in Gods wereld, er is geen samenloop van omstandigheden.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Het volgende citaat gaat hierop door en geeft aan dat een dergelijke opvatting niet mag inhouden dat je ”iemand in zijn sop laat gaarkoken, omdat hij er zelf voor gekozen heeft”

Het is niet gepast om bij keuzes tussenbeide te komen of om ze in twijfel te trekken. Het is bijzonder ongepast om ze te veroordelen.
Wat gepast is, is ze gade te slaan en dan dat te doen wat ook maar gedaan moet worden om de ziel te helpen bij het zoeken naar en nemen van de hogere keus.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Door zijn mogelijkheden draagt de mens verantwoordelijkheid

Het volgende citaat wijst op de verantwoordelijkheid van de mens :

Ik verlang wat jullie verlangen. De dag waarop jullie werkelijk een eind willen aan alle honger, zal er geen honger meer zijn. Ik heb jullie alle hulpmiddelen gegeven om dat te realiseren. Jullie beschikken over alle middelen om die keuze te maken. Maar jullie hebben er niet voor gekozen. Niet omdat jullie het niet kunnen. De wereld zou morgen een eind kunnen maken aan alle honger. Jullie hebben daar niet voor gekozen.
Jullie beweren dat er goede redenen zijn waarom dagelijks veertigduizend mensen moeten omkomen van de honger. Er zijn geen goede redenen. En terwijl jullie beweren dat er niets aan te doen is dat die veertigduizend omkomen van de honger, brengen jullie vijftigduizend mensen per dag op de wereld om een nieuw leven te beginnen. En dit noemen jullie liefde. Dit noemen jullie Gods plan. Dit is echter een plan zonder logica of verstand, laat staan medeleven.
Ik toon je in grimmige termen dat de wereld is zoals zij is omdat jullie daarvoor gekozen hebben. Jullie vernietigen op systematische wijze jullie natuurlijke omgeving en wijzen vervolgens zogeheten natuurrampen aan als bewijs voor Gods wrede gedrag of de ruwe manieren van de natuur. Jullie hebben jezelf bedot en het zijn jullie manieren die wreed zijn.

God is oneindig vergevingsgezind; God bestraft het kwaad niet

In het boek ”Een ongewoon gesprek met God” door Neale Donald Walsch, las ik de volgende zin :

Ik houd niet meer van ’goed’ dan van ’kwaad’. Hitler ging naar de hemel. Wanneer je dit kunt begrijpen, dan begrijp je God.

In de visie van Neale Donald Walsch straft God dus niet.

Alles is acceptabel in Gods ogen, hoe kan God immers dat wat bestaat niet accepteren ?

God bestraft het kwaad

In het boek ”Omgang met Gods geestenwereld” door Johannes Greber, las ik de volgende zin :

Zij, die hiervan de schuld zijn, zijn door God zwaar gestraft.

In de visie van Johannes Greber straft God dus.

God moet straffen

God is voor de Mutazilieten bovenal rechtvaardig. God heeft niets met het kwade dat de mensen bedrijven van doen.
...
Van God ontvangt de mens het vermogen dat hem in staat stelt vrij te handelen. Daarom is de mens ook verantwoordelijk voor wat hij doet en God is verplicht de mens te belonen of te straffen overeenkomstig zijn daden.
(Anton Wessels, Islam verhalenderwijs)

God in religieuze geschriften

God als onpersoonlijk

In Thailand kocht ik het boekje "A Buddhist Charter" waarin stellingen werden opgesomd die als discussie-onderwerpen werden aangedragen tijdens de "Buddhist Assembly on the 50th Anniversary of Suan Mokkhabalarama, Visakhapuja Day, 1982". Daarin trof ik de volgende stellingen aan :

All the disputes concerning God would be eliminated if people agree to change the status of God from a personal one to an abstract or impersonal one, that is, the most powerful law of nature.

To have a change from God in personal form to God as a law of nature, we must all contribute to a correct and sufficiently broad understanding, using scientific means.

De meeste religieuze stromingen stellen God niet louter als onpersoonlijk voor. In de boeken ’Een ongewoon gesprek met God’ richt God zich tot ons in gewoon menselijke taal :

God van vergelding

Zolang de mensen denken dat God net is als de mens - genadeloos, egoïstisch, rancuneus, wraakzuchtig - zolang zullen ze in de hel blijven geloven en in een God die hen daar heen stuurt. In vroeger dagen konden de meeste mensen zich geen God voorstellen die boven dat alles stond. Dus accepteerden ze de leer van veel kerken om ’de vreselijk wrake Gods te vrezen’. Het leek of de mensen het zelfvertrouwen misten om zichzelf goed te vinden, om te zien dat ze goed handelden, uit zichzelf en om hun eigen redenen. Dus moesten ze, om zichzelf in de hand te houden, een religie ontwerpen die leerde over een boze, vergeldende God.
(Neale Donald Walsch, Derde gesprek met God.)

In de bijbel wordt op verschillende plaatsen het beeld van een wrede en straffende God geschilderd :

God van straf en wraak

Wie zich tegen mij verzet, zal ik straffen, hem en ook zijn nakomelingen, tot in de derde en vierde generatie.
(Exodus 20 : 5)

De profeet Ezechiël verbindt de straf van God aan de eigen daden van de mens :

Spoedig koel ik mijn woede op jullie. Dan laat ik mijn toorn de vrije loop. Ik stel je gedrag aan de kaak en zet je al je afschuwelijke praktijken betaald. Ik ontzie niemand, ik heb geen medelijden. Al je wandaden zet ik je betaald, ze komen op je eigen hoofd terecht. Je zult weten dat ik, de Heer, jullie straf.
(Ezechiël 7 : 8, 9)

Hij ontkent dat kinderen voor de zonden van de ouders zouden worden gestraft :

De zoon hoeft niet te boeten voor de zonden van zijn vader.
(Ezechiël 18 : 20)

Een jaloerse God

Want ik, de Here, uw God, ben een naijverig God.
(Exodus 20 : 5)

Het beeld van een jaloerse God heb ik altijd wat vreemd gevonden. Het wordt elders in de bijbel niet toegelicht en er wordt (bij mijn weten) elders in de bijbel niet naar verwezen.

God van geboden met onduidelijke redenen

Jullie mogen in tijden van rouw het haar aan de zijkant van je hoofd niet afknippen, en de rand van je baard zul je niet scheren.
(Leviticus 19 : 27)

God van gruwelijke geboden

Wanneer iemand overspel pleegt met de vrouw van een ander, dan moeten beiden onherroepelijk ter dood gebracht worden, hijzelf en de betrokken vrouw.
(Leviticus 20 : 10)

Door een duidelijke afwijzing van liefdeloze straffen van Jezus is het bovenstaande gebod verworpen door het christendom.

Toen brachten de FarizeeŽn een vrouw bij hem die betrapt was op overspel, en zetten haar midden in de kring. 'Meester', zeiden ze, 'deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. Nu schrijft de wet van Mozes ons voor dat zulke vrouwen moeten worden gestenigd. Wat vind u daarvan ?' Hun bedoeling was hem in de val te laten lopen; ze hadden dan een mogelijkheid hem te beschuldigen. Maar Jezus boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond. Toen zij bleven doorvragen, richtte hij zich op. 'Wie van u zonder zonde is, mag de eerste steen gooien' zei hij. En hij boog zich opnieuw voorover en schreef op de grond. Toen ze dat hoorden, gingen ze een voor een weg, de oudsten het eerst, en Jezus bleef alleen achter met de vrouw die in het midden stond. Hij richtte zich op en vroeg haar : 'Waar zijn ze gebleven ? Heeft niemand u veroordeeld ?' 'Niemand, Heer,' antwoordde ze. 'Ook ik veroordeel u niet', zei Jezus, 'Ga, maar zondig voortaan niet meer'.
(Johannes 8 : 3-11) 

God van redelijke geboden

Je zult je niet aan afpersing schuldig maken en iemand niet onthouden waarop hij recht heeft. ...
Een blinde mag je niets op zijn weg leggen waarover hij kan struikelen. ...
Wanneer je rechtspreekt, mag je daarbij niet op een oneerlijke manier te werk gaan. Je mag de arme niet voortrekken en de rijke zul je niet naar de ogen zien. Op een rechtvaardige manier moet je over iemand vonnis vellen.
Je zult geen lasterpraatjes over iemand rondstrooien.
Je zult niemand naar het leven staan. ...
Je zult geen wrok tegen iemand koesteren, maar openlijk de onderlinge geschillen bijleggen. De rechter, en niet jij, zal in zo’n geval iemand schuldig verklaren.
Je zult geen wraak op iemand nemen of haatdragend tegenover iemand zijn.
Integendeel : Je moet de ander liefhebben zoals je jezelf liefhebt.
(Leviticus 19 : 13 - 18)

God die oproept tot gerechtigheid

Zoek het goede en niet het kwade, dan zullen jullie in leven blijven; dan pas zal de Heer, de almachtige God, jullie de hulp verlenen waarvan jullie de mond vol hebben. Haat het kwade en kies voor het goede, herstel het recht. De Heer, de almachtige God zal dan misschien medelijden hebben met wie er nog overblijven van de nakomelingen van Jozef.
(Amos 6 : 14, 15)

De Heer zegt : "Jullie feesten haat ik, ik heb er diepe afkeer van. Ik kan jullie samenkomsten niet verdragen. Zeker, jullie brengen mij brand- en meeloffers, maar ik stel geen prijs op zulke gaven. Jullie brengen mij mestkalveren voor het offermaal, maar dat kan ik niet aanzien. Houd op met dat gebral van je liederen, dat getokkel op je harpen wil ik niet meer horen. Zorg liever dat het recht zijn loop heeft en dat gerechtigheid een bedding vindt als een nooit opdrogende beek.
(Amos 5 : 21 - 24)

God als herder

De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken. Hij brengt mij naar groene weiden, laat me rusten aan het water. Hij geeft mij kracht en leidt me langs veilige paden, zoals hij beloofd heeft. Al ga ik door een diepdonker dal, ik hoef geen gevaar te duchten, want u, Heer, bent bij me, uw staf en uw stok beschermen mij.
(Psalm 23 : 1 - 4)

Jezus heeft het beeld van God als een liefhebbende Vader beklemtoond :

God als liefde

Jezus zei : ”... Ik geef jullie een nieuw gebod : Heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten ook jullie elkaar liefhebben. Als er liefde onder jullie heerst, zal iedereen kunnen zien dat jullie mijn leerlingen zijn”.
( Johannes 13 : 34, 35 )


Deze pagina gaat over hoe de mens zich God voorstelt, over opvattingen en speculaties over zijn Wezen.

Theologische benadering

In de theologie probeert men het wezen van God te doorgronden aan de hand van wat in heilige geschriften daarover vermeld wordt. Veelal ontaardt dat in voorschriften hoe men zich God dient voor te stellen.

Psychologische benadering

Ook als je niet gelooft in het bestaan van een God, kan je je toch een voorstelling hebben gevormd van hoe Hij/Zij is. In een psychologische benadering gaat het er om, welke eigenschappen jij God toedicht, welke beelden van God in jou persoonlijk leven.

Logische benadering

Op de pagina
Zoeken naar waarheid ga ik in op existentiebewijzen, in het bijzonder op Godsbewijzen. Volgens mij is het bestaan van wat dan ook door enkel logisch redeneren nooit aantoonbaar. Er zal altijd een element van waarneming aan te pas moeten komen, wil men concluderen dat iets wel of niet bestaat.

Spirituele benadering

Wanneer iemand spreekt over ’God ervaren’ dan noem ik dat een spirituele of mystieke benadering.


Deze pagina bekijken met inhoudsopgave aan de linkerkant

Deze pagina bekijken zonder inhoudsopgave aan de linkerkant

Meer over het boeddhisme

Meer over het christendom

Meer over de islam

Meer over New Age

Naar de navigatie-pagina

Terug naar de beginpagina