In gesprek met het christendom

    Leonardo da Vinci,
Het laatste avondmaal

Op deze pagina wil ik ingaan op hoe er vanuit verschillende religieuze richtingen - en ook vanuit het chistendom zelf - op het christendom is gereageerd.

Inhoudsopgave

Na een schets van de positie van het christendom identificeer ik in het hoofdstuk Wat geloven christenen ? vier uitgangspunten van het christelijke geloof, waarvan ik aanneem dat de meeste christenen deze uitgangspunten onderschrijven. Vervolgens geef ik aan hoe deze uitgangspunten in de bijbel worden verwoord. Deze vier uitgangspunten hebben betrekking op Jezus , de evangeliën , de bijbel en inspiratie .
Daarna wordt ingegaan op de positie van de bijbel binnen het christendom. Liefde is het centrale thema van het christendom, en niet een slaafs navolgen van allerlei regels in de bijbel. Gezond verstand wordt belangrijker geacht dan het klakkeloos geloven van onwaarschijnlijke verhalen.
Rond de uitgangspunten van het christendom wordt een aantal vragen geformuleerd. Op sommige gespreksonderwerpen wordt dieper ingegaan :
-    Volgen christenen de instructies van Jezus werkelijk op ?
- Zijn er naast de bijbel nog andere bronnen waarop christenen hun geloof baseren ?
Vervolgens wordt gezocht in de christelijke traditie gezocht naar antwoorden op de vragen
-    Wat is de zin van het leven ?
- Waarom bestaat het kwaad ?
Tot slot wordt een geloofsopvatting behandeld die in het vroege christendom een plaats had, maar in de loop der eeuwen verloren ging :
-    Reïncarnatie

De positie van het christendom

Vrijwel alle grote religieuze bewegingen hebben Jezus als een van de grootste spirituele leraren erkend. Niet alleen in de islam is Jezus opgenomen in de rij der profeten, ook in de meeste New-Age-stromingen heeft Jezus een prominente plaats. Toch heeft het christendom als godsdienst vooral in de laatste decennia in de westerse wereld een moeilijke periode doorgemaakt. De figuur van Jezus is als het ware onaantastbaar is gebleven, terwijl de godsdienst die voortsproot uit het optreden van Jezus zware kritiek heeft gekregen.

De voornaamste oorzaken kunnen als volgt worden samengevat :

Kerken hebben tot nog toe geen goed antwoord op deze ontwikkelingen kunnen vinden. Het ledental van de kerken neemt gestaag af. Binnen de kerken bestaat huiver voor experimenten met of het toelaten van nieuwe geloofswaarheden. In veel gevallen is men gehecht aan het oude vertrouwde, wat nieuwe ontwikkelingen in de weg staat. Anderzijds worstelen veel individuele kerkleden met het geloof.

Kritiek op het christelijk geloof richt zich onder meer op het volgende :

De overwegingen op deze pagina kunnen wellicht wat helderheid verschaffen over onderwerpen die in de discussie tussen christendom en andere religieuze richtingen spelen.

Wat geloven christenen ?

Misschien vraag je je af : ’Wat geloven christenen eigenlijk ?’ Omdat er een enorme verscheidenheid aan christelijke religieuze groeperingen bestaat, is het haast onmogelijk een antwoord op deze vraag te bedenken dat recht doet aan alle christelijke geloofsopvattingen.

  Een veelvuldig gebruik van voorzichtige formuleringen komt de leesbaarheid niet ten goede. Om herhaald gebruik van omslachtige uitdrukkingen als ”Het merendeel van de christenen gelooft dat ...” en ”Voor zover ik dat kan beoordelen, is het met de leer van Jezus het meest in overeenstemming om te geloven dat ...” te vermijden, wordt een aantal malen een stellige uitdrukking als ”Christenen geloven ...” gebruikt om een gangbare of plausibele geloofsopvatting binnen het christendom aan te geven, terwijl in stricte zin het niet juist is te veronderstellen dat alle christenen dat zouden geloven.  
 
  Om de vraag ”Wat geloven christenen ?” te beantwoorden, kies ik hier voor een benaderingswijze die ingaat op de manier waarop christenen tegen Jezus en de bijbel aankijken. Dat is een andere benaderingswijze dan die van de pagina essentiële waarden van het christelijke geloof. Daarin wordt het christelijk geloof uitgelegd op basis van wat in vroeg-christelijke teksten over Jezus en zijn onderricht wordt verteld.  

Als ik probeer het uitgangspunt van het christelijke geloof onder woorden te brengen, kom ik tot het volgende :

Van alle mensen die ooit geleefd hebben, kwam het Goddelijke in het leven van Jezus het meest tot uiting.

Deze formulering omzeilt een aantal punten :
-    De bijbel en alle christelijke geschriften die niet in de bijbel zijn opgenomen, worden niet genoemd.
- De formulering laat buiten beschouwing in hoeverre Jezus zelf als goddelijk moet worden gezien.
- Deze formulering staat ervoor open dat ook de visie van andere religieuze gidsen van de mensheid het goddelijke dicht benaderen.

De vier evangeliën van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes behoren tot de oudste verslagen van het leven van Jezus en vormen de kern van de christelijke bijbel. De vroegste exemplaren van deze evangeliën dateren van enige eeuwen na Christus. Geleerden hebben vastgesteld dat in de eerste eeuwen na het ontstaan van het christelijk geloof door vertaalfouten en al dan niet opzettelijke overschrijffouten, toevoegingen of weglatingen verschillen tussen de diverse handschriften zijn ontstaan. Het is in deze tijd niet meer vast te stellen welke passages authentiek zijn en door de geschiedenis heen betrouwbaar zijn overgeleverd.

In het algemeen gaan christenen ervan uit dat dat de vier evangeliën het meest betrouwbare verslag vormen van het leven van Jezus.

Als je zelf kennis zou willen maken met het leven van Jezus zoals dat in de bijbel beschreven is, zou je misschien het beste kunnen beginnen met het lezen van het evangelie van Mattheüs.
Op de pagina’s
essentiële waarden van het christelijke geloof en de vervolgpagina over het christendom worden de uitgangspunten van het christelijk geloof nader uitgewerkt. Op de pagina vroeg-christelijke teksten worden passages uit de bijbel en andere vroeg-christelijke teksten geciteerd, die gezamenlijk de basisuitgangspunten van christelijk geloof redelijk weergeven.

Het eerste gedeelte van de bijbel wordt het Oude Testament genoemd. Het bevat boeken uit de Joodse religie.
Het tweede gedeelte van de christelijke bijbel, het Nieuwe Testament, begint met de vier evangeliën. Daarop volgt een beschrijving van gebeurtenissen binnen de christelijke geloofsgemeenschap na de kruisiging van Jezus (”de Handelingen van de Apostelen”). Dan volgen brieven en commentaren van de eerste volgelingen van Jezus. Het Nieuwe Testament wordt afgesloten met een mystiek geschrift, een visioen, ”de Openbaring van Johannes” dat ook wel de ”Apocalyps” wordt genoemd.

Christenen beschouwen de bijbel als waardevol, maar niet in alle opzichten als ’de waarheid’ en richtinggevend.
Richtlijnen worden alleen aanvaard voor zover ze in overeenstemming zijn met liefde.

Er zijn verschillende redenen waarom het christelijke geloof en wat er in de bijbel staat niet op alle punten met elkaar overeenstemmen :
-    De eerste reden werd hierboven al genoemd : door vertaalfouten en al dan niet opzettelijke overschrijffouten, toevoegingen of weglatingen zijn verschillen tussen de diverse handschriften ontstaan. De oudste geschriften zijn niet in hun oorspronkelijke vorm overgeleverd.
- Jezus kritiseert in de evangeliën het Joodse geloof, geeft aan dat geloof niet mag verworden tot een wettisch geloof, en stelt dat het uitgangspunt liefde moet zijn.
- In de discussie die ontstaat wanneer ook niet-joden tot de christelijke gemeenschap toetreden, wordt gesteld dat uiterlijke vormen van religie een individuele keuze zijn en niet door de religie worden voorgeschreven.

Christenen geloven dat mensen geleid worden door inspiratie vanuit een niet zichtbare wereld.

Beïnvloeding vanuit een niet zichtbare wereld bestaat ten goede en ten kwade. Naarmate een mens er meer in slaagt, zich af te stemmen op het goede, op liefde, des te minder zullen liefdeloze krachten vat op hem hebben.

Samenvattend : de basale uitgangspunten van het christelijk geloof zijn :

-    Van alle mensen die ooit geleefd hebben, kwam het Goddelijke in het leven van Jezus het meest tot uiting.
-    De vier evangeliën vormen het meest betrouwbare verslag van het leven van Jezus, dat thans nog beschikbaar is.
-    De bijbel is een waardevol boek, maar niet in alle opzichten ’de waarheid’ en richtinggevend.
Richtlijnen worden alleen aanvaard voor zover ze in overeenstemming zijn met liefde.
-    Mensen worden geleid door inspiratie vanuit een niet zichtbare wereld.

Deze uitgangspunten worden hieronder aan een nader onderzoek onderworpen.

Hoe worden deze uitgangspunten in de Bijbel verwoord ?

Het uitgangspunt

Van alle mensen die ooit geleefd hebben, kwam het Goddelijke in het leven van Jezus het meest tot uiting.

vinden we terug in de bijbeltekst :

Filippus zei : 'Heer, laat ons de Vader zien; meer verlangen wij niet.' Jezus zei tegen hem : 'Filippus, nu ben ik zo lang bij jullie, en je kent me nog niet ? Wie mij heeft gezien, heeft de Vader gezien. Hoe kun je dan vragen : Laat ons de Vader zien ? Geloof je niet dat ik in de Vader ben, en dat de Vader in mij is ? Wat ik tegen jullie zeg, zeg ik niet op eigen gezag, maar op gezag van de Vader die in mij woont en door mij werkt. Geloof mij, ik ben in de Vader en de Vader is in mij.
(Johannes 14 : 8-11)

Als je niet vertrouwd bent met het christelijke jargon, kun je misschien het beste het woord Vader door God vervangen. Je krijgt dan :

Filippus zei : 'Heer, laat ons zien wie God is; meer verlangen wij niet.' Jezus zei tegen hem : 'Filippus, nu ben ik zo lang bij jullie, en je kent me nog niet ? Wie mij heeft gezien, heeft God gezien. Hoe kun je dan vragen : Laat ons zien wie God is ? Geloof je niet dat ik in God ben, en dat God in mij is ? Wat ik tegen jullie zeg, zeg ik niet op eigen gezag, maar op gezag van God die in mij woont en door mij werkt. Geloof mij, ik ben in God en God is in mij.

Het uitgangspunt :

Christenen beschouwen de bijbel als waardevol, maar niet in alle opzichten als ’de waarheid’ en richtinggevend.
Richtlijnen worden alleen aanvaard voor zover ze in overeenstemming zijn met liefde.

vinden we terug in Jezus’ afwijzing van liefdeloze wetten uit het Oude Testament :

Toen brachten de Farizeeën een vrouw bij hem die betrapt was op overspel, en zetten haar midden in de kring. 'Meester', zeiden ze, 'deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. Nu schrijft de wet van Mozes ons voor dat zulke vrouwen moeten worden gestenigd. Wat vind u daarvan ?' Hun bedoeling was hem in de val te laten lopen; ze hadden dan een mogelijkheid hem te beschuldigen. Maar Jezus boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond. Toen zij bleven doorvragen richtte hij zich op. 'Wie van u zonder zonde is, mag de eerste steen gooien' zei hij. En hij boog zich opnieuw voorover en schreef op de grond. Toe ze dat hoorden, gingen ze een voor een weg, de oudsten het eerst, en Jezus bleef alleen achter met de vrouw die in het midden stond. Hij richtte zich op en vroeg haar : 'Waar zijn ze gebleven ? Heeft niemand u veroordeeld ?' 'Niemand, Heer,' antwoordde ze. 'Ook ik veroordeel u niet', zei Jezus, 'Ga, maar zondig voortaan niet meer'.
(Johannes 8 : 3-11)

Jezus wijst het stricte, gevoelsloze opvolgen van wetten en regels af. Zo wordt op meerdere plaatsen in de bijbel verhaald dat men soepel moet omgaan met het joodse gebod om op zaterdag (sabbat) geen werk te verrichten. :

Maar de synagogebestuurder was boos omdat Jezus iemand op sabbat genezen had. 'Er zijn zes dagen waarop we moeten werken', zei hij tegen de mensen, 'Kom dan niet juist op sabbat om genezen te worden!'.
'Huichelaars', antwoordde de Heer. 'Ieder van u maakt toch ook op sabbat zijn os of ezel van de voerderbak los om hem te drinken te geven ? Maar je zou op sabbat niet deze dochter van Abraham mogen verlossen van de boeien waarmee Satan haar nu al achttien jaar gevangen houdt ?' Toen hij dit zei, schaamden al zijn tegenstanders zich; maar de mensen waren allemaal verheugd over al die geweldige dingen die door hem gebeurden.
(Lucas 13 : 14 t/m 17)

De oproep om de sabbatsrust niet wettisch op te vatten, vinden we ook terug in het volgende verhaal :

Op een sabbat liep Jezus door de korenvelden. Onderweg begonnen zijn leerlingen korenaren te plukken. ’Kijk eens wat ze doen !’ zeiden de Farizeeën tegen hem. ’Dat mag niet op de sabbat.’ ’Hebt u nooit gelezen’, vroeg Jezus hun, ’wat David deed toen hij en zijn mannen honger kregen en ze niets te eten hadden ? Hij ging het huis van God binnen - Abjatar was toen de hogepriester - en at van de altaarbroden die alleen de priesters mogen eten. Bovendien gaf hij ze ook aan zijn mannen te eten’. En Jezus besloot : De sabbat is er voor de mens, de mens niet voor de sabbat. De mensenzoon is dus ook meester over de sabbat.
(Marcus 2 : 27)

De afwijzing van een rigide wettische interpretatie van religieuze teksten wordt zeer compact verwoord in :

De letter doodt, maar de geest maakt levend.
(2 Korintiërs 3 : 6)

Het is niet de bedoeling dat regels in religieuze wetten naar de letter opgevolgd worden, want slaafs volggedrag leidt tot een doods leven. Maar wanneer religieuze aanbevelingen worden nageleefd vanuit een geest van liefde, leidt dat tot waarachtig leven.

Het christendom heeft het jodendom niet gevolgd in de traditie van besnijdenis en spijswetten. Het christendom was aanvankelijk een joodse sekte. Toen de eerste niet-joden toetraden tot de vroege christelijke gemeenschap, ontstond een discussie of deze niet-joodse gelovigen besneden moesten worden en of niet-joods christenen zich moesten houden aan de voedselvoorschriften uit de joodse wet. De belangrijkste verspreiders van het christelijke geloof gaven aan dat deze wetten geen betekenis hebben voor christenen. We vinden dit terug in teksten als :

Als u probeert door middel van de (joodse) wet rechtvaardig te worden, is uw band met Christus verbroken .... Wij voor ons hopen onze rechtvaardiging te verkrijgen door de Geest op grond van het geloof. want als we één zijn met Christus Jezus, dan maakt besneden zijn of niet-besneden-zijn geen verschil. Van belang is alleen geloof dat zich uit in daden van liefde.
(Galaten 5 : 4-6)

en :

Zo kunt u alles eten wat in de vleeshal wordt verkocht, zonder uit gewetensbezwaren vragen te stellen over de herkomst. ... Als een ongelovige u uitnodigt en u gaat op zijn uitnodiging in, dan kunt u alles eten wat u wordt voorgezet, zonder uit gewetensbezwaren vragen te stellen over de herkomst.
(1 Corintiërs 10 : 25-27)

De eerste verbreiders van het christelijke geloof legden geen stricte regels op, maar riepen wel op om rekening te houden met de religieuze regels die anderen zich stellen :

Al u dus eet of drinkt of wat ook doet, doe alles ter ere van God. Maar vorm geen struikelblok voor een ander. Niet voor Joden en niet voor Grieken, en ook niet voor de gemeente van God.
(1 Corintiërs 10 : 31-32)

Christenen hebben de boeken van de Thora wel opgenomen in hun canon, maar achten de voorschriften daarin voor henzelf niet bindend.

Het uitgangspunt

Mensen worden geleid door inspiratie vanuit een niet zichtbare wereld

vinden we terug in bijbelteksten als :

Pas op voor de mensen; ze zullen jullie uitleveren aan rechtbanken en je geselen in hun synagogen. Ze zullen je voor bestuurders en koningen brengen omwille van mij. Daar zullen jullie tegenover hen en mij getuigen. Wanneer ze jullie aan een rechtbank uitleveren, maak je dan geen zorgen hoe je moet spreken of wat je moet zeggen. Op dat ogenblik geeft God je in wat je zeggen moet. Want jullie zijn het niet die spreken, maar door jullie spreekt de geest van jullie Vader.
(Mattheüs 10 : 17-20)

Op diverse plaatsen in de bijbel wordt verhaald over gelovigen die instructies ontvangen vanuit de niet zichtbare wereld. Een voorbeeld :

In Damascus was een leerling die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem : ’Ananias !’ Hij antwoordde ’Ja, Heer’. En de Heer zei : ’Ga onmiddelijk naar de Rechtestraat, naar het huis van Judas, en vraag daar naar een zekere Saulus uit Tarsus. ...
(Handelingen 9 : 10-11)

Christenen geloven niet dat de bijbel in alle opzichten letterlijk waar is, maar geloven in liefde

Behalve dat de bijbel zelf aangeeft dat niet alle richtlijnen in de bijbel strict opgevolgd moeten worden, zijn er nog meer redenen waarom christenen niet alles wat in de bijbel staat als hun geloof kunnen beschouwen.

”Liefde” is het centrale thema in de leer van Jezus. Christenen verwerpen die gedeelten uit de bijbel die in strijd zijn met ”liefde”. Christenen verwerpen het idee dat gebeurtenissen, die in tegenspraak zijn met ”liefde”, door God werden gesanctioneerd of zelfs aangemoedigd. Er staan echter heel wat verhalen in de bijbel, waarin mensen met elkaar liefdeloos omgingen en meenden dat hun gedrag in overeenstemming was met Gods wil. Christenen zullen de waarheid van deze verhalen betwijfelen, of deze verhalen zien als het werk van falende mensen. Ze zullen deze verhalen zeker niet gebruiken om liefdeloos gedrag goed te praten.
Een voorbeeld van zo’n gruwelijk verhaal :

... De stam Dan had als enige van de Israëlitische stammen nog steeds geen eigen grondgebied. Daarom gingen de Danieten op zoek naar een gebied waar ze zich blijvend konden vestigen. De vijf dapperste mannen die ze hadden ... stuurden ze eropuit met de opdracht het land grondig te verkennen. ... De vijf mannen ... kwamen in de stad Laïs. Ze zagen dat de plaatselijke bevolking een even onbezorgd leven leidde als de inwoners van het welvarende Sidon. Het waren mensen met een rustig en onbezorgd bestaan, niemand legde hun iets in de weg en ze hadden aan niets gebrek. Ook woonden ze ver van Sidon af en onderhielden met geen enkel volk betrekkingen.
Toen ze weer waren teruggekeerd ... vroegen hun stamgenoten : ’En ?’ ’Ten aanval’, antwoordden zij, ’en meteen ! Het gebied dat we daar hebben gezien , is in één woord voortreffelijk. Geen geaarzel langer. Ruk op en neem het gebied in bezit. Jullie zullen zien dat de mensen die er wonen nergens op bedacht zijn en dat het gebied ruim genoeg en zeer welvarend is. God zelf zal het in onze macht geven.’
Toen rukten zeshonderd gewapende Danieten op ...
De Danieten kwamen ... bij Laïs. Ze overvielen de bevolking die er rustig en onbezorgd leefde en brachten alle inwoners om het leven; de stad staken ze in brand. Niemand kwam te hulp, want de stad lag te ver van Sidon en ze onderhielden met geen enkel ander volk betrekkingen.
(Richteren 18 : 1 - 28)

Mijn vader zette zich zijn hele leven actief in voor het christelijk geloof. Hij wilde in zijn geloof zo dicht mogelijk bij de bijbelse tekst blijven. Toen zijn kinderen nog jong waren, las hij na het avondeten altijd een gedeelte uit de bijbel voor. Ik herinner mij, dat hij bovenstaande passage had voorgelezen en daarna verzuchtte : ’Dit geloof ik toch niet, dat deze veldtocht Gods wil zou zijn. Waarom moest dit volk uitgemoord worden ?’
In het christendom behoeft men niet krampachtig vast te houden aan voorgeschreven opvattingen die men ten diepste niet kan geloven. Het christelijk geloof staat toe dat iemand zijn vragen en twijfels uit.

  Het is strict genomen niet juist dat alle christenen geloven dat men gedeelten van de bijbel in twijfel mag trekken. Er bestaan ook christelijke geloofsgemeenschappen, die ervan uitgaan dat de bijbel in zijn geheel waar is. Omwille van de leesbaarheid gebruik ik op deze pagina een aantal malen stellige formuleringen, die niet geheel recht doen aan de werkelijkheid. Van de lezer vraag ik de soepelheid om zelf de nuancering te maken, dat er ook christenen zijn die mijn beweringen over wat christenen zouden geloven, niet delen.  

Gezond verstand

Er staan passages in de bijbel die met het gezond verstand moeilijk zijn te rijmen. Daartoe behoren het scheppingsverhaal en verhaal van de zondvloed waarin Noach een ongehoord aantal dieren in zijn schip moet hebben meegenomen.

Toen zei de Heer tegen Noach : ’Ga nu met je hele gezin aan boord. Jij bent voor mij van alle mensen de enige die rechtvaardig is. Neem van alle reine dieren zeven paar mee, telkens een mannetje en een wijfje, maar van alle dieren die onrein zijn één paar. Ook van de vogels zeven paar, steeds een mannetje met een wijfje. Zo kan elk dier zich weer voortplanten en zich verspreiden over de aarde. Want over zeven dagen zal ik het veertig dagen en veertig nachten lang laten regenen op de aarde. Ik zal alle levende wezens die ik gemaakt heb, wegvagen van de aarde.’ Noach deed alles wat de Heer hem had opgedragen.
Toen de watervloed over de aarde kwam, was Noach zeshonderd jaar. Om aan de dreigende watervloed te ontkomen, ging Noach met zijn zonen, zijn vrouw en zijn schoondochters aan boord. Van alle dieren, reine en onreine, ook van de vogels en de kleine dieren, kwamen steeds een mannetje en een wijfje bij hem aan boord. Zo had God het Noach opgedragen. Zeven dagen later kwam de grote vloed over de aarde.
In het jaar waarin Noach zeshonderd werd, op de zeventiende dag van de tweede maand, zocht het water onder de aarde met geweld een uitweg; alle bronnen stroomden over en de sluizen van de hemel openden zich. Toen regende het veertig dagen en veertig nachten lang op aarde. Diezelfde dag nog ging Noach met zijn zonen Sem, Cham en Jafet, zijn vrouw en drie schoondochters aan boord. Met hem mee gingen allerlei dieren, wilde en tamme, grote en kleine, en ook de vogels, alles wat kon vliegen. Steeds kwam er één paar van alle levende wezens aan boord bij Noach, een mannetje en een wijfje, zoals God hem had opgedragen.Toen sloot de Heer de deur achter Noach.
De watervloed kwam over de aarde, veertig dagen lang. Het water steeg, de boot begon vlot te raken. Nog verder steeg het, tot de boot op het water ronddreef. Hoger en hoger kwam het, tot zelfs de hoogste bergen door het water bedekt waren. Tenslotte stond het water ruim zeven meter boven de bergtoppen. Alles wat op aarde leefde, kwam om, vogels, tamme en wilde dieren, grote en kleine, en alle mensen. Alles wat op het land leefde stierf, alles wat adem had. Zo werden alle levende wezens van de aarde weggevaagd. Alleen Noach en zijn boot bleven gespaard. Het water bleef honderdvijftig dagen lang op hetzelfde hoge peil. God was Noach en alle dieren bij hem aan boord niet vergeten. Op zijn bevel streek er een wind over de aarde en begon het water te zakken. De bronnen van de watermassa’s onder de aarde hielden op te stromen en de sluizen van de hemel gingen dicht : de regen hield op. Langzaam vloeide het water van de aarde. Zo begon na verloop van honderdvijftig dagen het water te zakken. Op de zeventiende dag van de zevende maand bleef de boot vastzitten op het Araratgebergte. Het water bleef zakken totdat op de eerste dag van de tiende maand de toppen van de bergen zichtbaar werden.
Na veertig dagen opende Noach het venster dat hij in de boot had aangebracht en liet een raaf los. De raaf bleef heen en weer vliegen totdat de aarde drooggevallen was. Daarna liet hij een duif los om te zien of het water al weggestroomd was van de akkers. Maar de duif vond nergens een plek om te rusten, overal was nog water. Ze vloog terug naar de boot; Noach stak zijn hand uit en haalde haar weer naar binnen. Toen wachtte hij nog eens zeven dagen, en liet de duif opnieuw los. Maar deze keer kwam ze niet meer terug. Op de eerste dag van de eerste maand dat Noach zeshonderdeen werd, was het water van de aarde verdwenen. Toen Noach het dak openschoof, zag hij dat de akkers drooggevallen waren. Op de zevenentwintigste dag van de tweede maand was de aarde helemaal droog.
(Genesis 7 en 8 : 1-14)

Rationeel gesproken een absurd verhaal. De meeste christenen geloven niet in de letterlijke waarheid van dergelijke bijbelse verhalen.

Voor christenen vertelt het Oude Testament niet de waarheid, maar verhaalt het hoe in de loop van de geschiedenis de waarheid steeds duidelijker wordt, doordat opeenvolgende profeten steeds beter weten door te dringen tot Gods bedoelingen.

Misverstanden

Regelmatig komt men misverstanden tegen die voortkomen uit onbekendheid met de hierboven genoemde uitgangspunten van het christelijke geloof. Vooral het uitgangspunt dat christenen niet alles wat in de bijbel staat zonder meer geloven geeft aanleiding tot misverstanden :

Balkenende ... gelooft dat de wereld in zes dagen is geschapen ? Dat Eva gemaakt is uit de rib van Adam ? Dat bestaat niet. Wetenschappers geloven niet. Ik ben ervan overtuigd dat Balkenende geen christen is.
(Ayaan Hirsi Ali - in "De tien geboden" in het dagblad Trouw, 25 januari 2003)

Hier worden twee verhalen uit de bijbel geciteerd - dat de aarde door God in zes dagen is geschapen (Genesis 1 en 2:1-4) en dat de eerste vrouw geschapen werd uit een rib van de eerste man (Genesis 2:20-22). Verreweg de meeste christenen geloven niet dat deze verhalen echt zijn gebeurd. Voor hen is dat geen probleem : christenen zien de bijbel niet in alle opzichten als ’letterlijk waar’. Iemand die niet goed is ingevoerd in het christelijk denken, maakt gemakkelijk de vergissing om wat in de bijbel staat, gelijk te stellen met het christelijk geloof.

De houding van de christenen ten opzichte van de bijbel vergeleken met de houding van de moslims tot de koran

In door moslims geschreven voorlichtingsboeken over de islam kwam ik de volgende opvattingen tegen :

De koran wordt beschouwd als, letterlijk, Gods woorden.     De koran is en blijft voor alle moslims, hoe verschillend ze onderling ook zijn, het Woord van God zelf, in al zijn integriteit en integraliteit.     De koran bevat alleen de goddelijke openbaring zoals Mohammed die heeft mogen ontvangen. Geen enkel woord is van hemzelf. ... Sindsdien (nadat de standaardtekst van de koran ten tijde van kalief Othmaan was vastgesteld) zijn alle kopieën (van de koran) honderd procent foutloos.
(Sajidah Abdus Sattar, Islam voor beginners)  (Rochdy Alili, De islam uitgelegd aan mijn dochter)  (Ruqaiyyah Maqsood, De islam - leren kennen en begrijpen) 

Wanneer in deze citaten het woord koran door bijbel wordt vervangen, het woord moslims door christenen, het woord Mohammed door ”de schrijvers van de bijbel” dan ontstaan er zinnen die door christenen NIET worden onderschreven :

De bijbel wordt beschouwd als, letterlijk, Gods woorden.     De bijbel is en blijft voor alle christenen, hoe verschillend ze onderling ook zijn, het Woord van God zelf, in al zijn integriteit en integraliteit.     De bijbel bevat alleen de goddelijke openbaring, zoals de schrijvers van de bijbel die hebben mogen ontvangen. Geen enkel woord is van henzelf.

Vervangen we echter het woord koran (of bijbel) door Jezus of ”het leven van Jezus”, dan kom je veel dichter bij wat het christendom inhoudt :

Het leven van Jezus weerspiegelt, in alle opzichten, de bedoelingen van God.     Jezus is en blijft voor alle christenen, hoe verschillend ze onderling ook zijn, de eerste mens die zeer zuiver de bedoelingen van God in de praktijk bracht, in alle integriteit en integraliteit.     Jezus leefde de goddelijke openbaring, zoals hij die heeft mogen ontvangen, voor.
God werkte in en door hem.

Christenen en moslims hebben dus een andere houding ten aanzien van hun "Heilige Schrift" :

Het verstaan van de schrift en de wijze waarop de christen gelooft dat de bijbel het woord van God is ... is nu eenmaal anders dan het moslimse verstaan van de koran als het woord van God. Er is ook vaker op gewezen dat men daarom niet de bijbel met de koran moet vergelijken, maar de koran met Jezus Christus - het Woord van God - en de bijbel met de traditie (hadieth).
(Dr. Antonie Wessels, De moslimse naaste)

Waar gaan we over praten ?
Een beknopt overzicht van gespreksonderwerpen in de discussie over het christendom

De hierboven geïntroduceerde uitgangspunten van het christelijke geloof vormen een kapstok voor gespreksonderwerpen in een discussie over het christendom. Deze uitgangspunten waren :

-    Van alle mensen die ooit geleefd hebben, kwam het Goddelijke in het leven van Jezus het meest tot uiting.
-    De vier evangeliën vormen het meest betrouwbare verslag van het leven van Jezus, dat thans nog beschikbaar is.
-    De bijbel is een waardevol boek, maar niet in alle opzichten ’de waarheid’ en richtinggevend.
Richtlijnen worden alleen aanvaard voor zover ze in overeenstemming zijn met liefde.
-    Mensen worden geleid door inspiratie vanuit een niet zichtbare wereld.

Het eerste uitgangspunt

Van alle mensen die ooit geleefd hebben, kwam het Goddelijke in het leven van Jezus het meest tot uiting.

geeft aanleiding tot een discusie over
-   in hoeverre Jezus ’volmaakt’ was,
-   in hoeverre Jezus zelf als Goddelijk kan worden beschouwd.
-   Volgen christenen de instructies van Jezus werkelijk op ?

Het tweede uitgangspunt

De vier evangeliën vormen het meest betrouwbare verslag van het leven van Jezus, dat thans nog beschikbaar is.

geeft aanleiding tot vragen als
-   Hoe kunnen we de betrouwbaarheid van de evangeliën vaststellen ?
-   Op welke plaatsen spreken de evangeliën elkaar tegen ?
-   Op welke punten wijken vroeg-christelijke geschriften die niet in de bijbel zijn opgenomen af van de bijbelse evangeliën ?
-   In hoeverre is informatie over het leven van Jezus in niet-christelijke bronnen betrouwbaar ?
-   Welke aanvullende informatie leveren hedendaagse openbaringen over het leven van Jezus ?

Het derde uitgangspunt

De bijbel is een waardevol boek, maar niet in alle opzichten ’de waarheid’ en richtinggevend.
Richtlijnen worden alleen aanvaard voor zover ze in overeenstemming zijn met liefde.

geeft aanleiding tot vragen als
-   Welke delen van de bijbel worden door christenen verworpen en niet nageleefd ?
- Welke andere bronnen dan de bijbel worden door sommige christelijke groepen geaccepteerd als uitgangspunt voor hun geloof ?

Het laatste uitgangspunt

Mensen worden geleid door inspiratie vanuit een niet zichtbare wereld.

geeft aanleiding tot vragen als
-   Op welke manieren is inspiratie vanuit de niet zichtbare wereld voelbaar of merkbaar ?
- Hoe kan men vaststellen of er daadwerkelijk sprake is van inspiratie ?
- Hoe kan men vaststellen of inspiratie uit een goede of een kwade bron voortkomt ?

Bovenstaande gespreksonderwerpen komen niet allemaal aan de orde op deze homepage. Voor wie over een bepaald gespreksonderwerp iets meer te weten zou willen komen, volgt hier een literatuurlijst :

Literatuurlijst

Het eerste uitgangspunt

Van alle mensen die ooit geleefd hebben, kwam het Goddelijke in het leven van Jezus het meest tot uiting.

komt vanzelfsprekend aan de orde in de dialoog tussen christendom en andere religies :

R. Bakker e.a., Religies in nieuw perspectief - aangeboden aan Dr. D.C. Mulder
Thich Nhat Hanh, Boeddha leeft, Christus leeft
Thich Nhat Hanh, Jezus en Boeddha als broeders
Dr. Antonie Wessels, De moslimse naaste
Dr. Anton Wessels, De Koran verstaan

De meeste religieuze bewegingen erkennen Jezus als een groot religieuze leraar. Kritiek richt zich niet zozeer op Jezus, maar op het feit dat christenen zijn leerstellingen onvoldoende begrijpen of onvoldoende in praktijk brengen. Dergelijke kritiek is in veel New-Age-literatuur te vinden.

Met betrekking tot het tweede uitgangspunt

De vier evangeliën vormen het meest betrouwbare verslag van het leven van Jezus, dat thans nog beschikbaar is.

kan verwezen worden naar boeken als  :

A.F.J. Klijn, Het ontstaan van een Nieuw Testament
Dr. A.F.J. Klijn, Apokriefen van het Nieuwe Testament I en II
J. Slavenburg, Valsheid in geschrifte

In de afgelopen paar eeuwen zijn verloren gewaande christelijke geschriften uit de eerste eeuwen van onze jaartelling herontdekt :

J. Slavenburg, en W.G. Glaudemans, Nag Hammadi geschriften I en II
Tj. Baarda en anderen, Het evangelie van Thomas
John van Schaik (red.), Ik, Mani, apostel van Christus

Wanneer je naar aanleiding van het uitgangspunt

De bijbel is een waardevol boek, maar niet in alle opzichten ’de waarheid’ en richtinggevend.
Richtlijnen worden alleen aanvaard voor zover ze in overeenstemming zijn met liefde.

benieuwd bent naar onlogische en absurde passages in de bijbel, kun je terecht bij de auteur Maarten ’t Hart, die schrijft vanuit een zekere rancune tegenover de schriftgetrouwe variant van het christendom, waarmee hij werd grootgebracht :

Maarten ’t Hart, Wie God verlaat heeft niets te vrezen - De Schrift betwist
Maarten ’t Hart, De bril van God - De Schrift betwist II

Het vroege christendom komt aan de orde in :

Michael Walsh, De wortels van het Christendom
Frances Young, De oudste credo’s van het christendom
J. Slavenburg, De verloren erfenis

Hoewel het uitgangspunt

Mensen worden geleid door inspiratie vanuit een niet zichtbare wereld.

een schakel zou kunnen zijn in het gesprek tussen het spiritisme en het christendom, zien we toch dat van christelijke zijde New-Age-achtige groepen met een spiritistische inslag met groot wantrouwen worden benaderd, o.a. in

Ds. D. Bouman, New Age - Op weg naar een nieuwe wereld ?
Dr. W.C. van Dam, Okkultisme en christelijk geloof

Spiritistische kringen zeggen te kunnen bogen op mededelingen van Gene Zijde. Via die weg wordt informatie verkregen over dwalingen binnen de kerken. Een boek dat vanuit spiritistisch gezichtsveld specifiek ingaat op verminking van de bijbelse teksten door de eeuwen heen is

Johannes Greber, Omgang met Gods geestenwereld.

Volgen christenen de instructies van Jezus werkelijk op ?

Maar volgen bijvoorbeeld de christelijke kerken werkelijk het voorbeeld van de Nazarener ? De Nazarener was een arm mens, zonder bezittingen of wereldse goederen. Hij bezat niets anders dan de kleren die hij droeg. Vergelijk dat eens met de hedendaagse kerken ? De Nazarener stelde een bepaalde manier van leven tot voorbeeld en onderwees in vergelijkingen, zodat de mens datgene eruit kon destilleren wat zijn bewustzijn kon begrijpen, maar hij heeft nooit iemand verteld hoe hij moest leven. Vergelijk dat eens met uw kerken vandaag. De Nazarener is nooit een voorstander geweest van geweld, onder wat voor omstandigheden ook. Hij bemoeide zich in geen enkel opzicht met politiek. Vergelijk dat eens met de huidige kerken. De Nazarener predikte voor alle mensen. Ieder mens kon bij hem komen, kon door hem genezen worden, kon naar hem luisteren en mocht hem volgen. Hij discrimineerde niemand op grond van nationaliteit, zijn positie in de maatschappij of zijn godsdienst. Vergelijk dat eens met de kerken van vandaag. De Nazarener heeft er nooit om gevraagd aanbeden te worden of dat men hem of iemand anders als een afgod zou aanbidden. Vergelijk dat eens met de kerken van vandaag.
...
U kunt het kwaad zien dat de georganiseerde godsdiensten gebracht hebben op deze Aarde. Volkeren, staten, steden en mensen zijn vernietigd, ofwel door daden die voortkwamen uit godsdienstvervolging, of door een verkeerde demonstratie van een geloof. ... Ik kan alleen degenen van u, die een groot vertrouwen in een kerk hebben, vragen deze aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen, om eens te zien of de kerk waartoe u behoort inderdaad in ieder opzicht de leringen van de Meester, waarop de kerk gegrondvest werd, volgt. Als dat niet het geval is, dan zou u dat geloof eens nader moeten onderzoeken. Wanneer een priester of geestelijke u vertelt wat u moet doen, wat goed is en wat kwaad, wie God is of wat God van u wil, vertrouw hem dan niet : niemand kan u deze dingen vertellen, behalve uw eigen ik.
...
Bedenk dat de mens de woorden van God verdraait. U hoeft maar naar de kerken te kijken in de laatste tweehonderd jaar, om te zien hoe zelfs in die korte periode hun doctrines veranderd zijn om aan de eisen van hun volgelingen te voldoen.
...
Plaats uw vertrouwen daarom niet in de mens en zijn kerken. ... Dat betekent niet dat gelijk gestemde mensen niet bij elkaar zouden moeten komen in een tempel of een kerk om tezamen met hun Schepper contact te hebben, want er ligt een grote kracht besloten in de samenkomst van mensen die van hetzelfde doel bezield zijn, maar vergeet niet dat die kracht gebruikt kan worden ten goede of ten kwade.
(De openbaring van Ramala)

Jezus groeide op in het dorpje Nazareth en wordt hier aangeduid met ”de Nazarener”. Zoals in zoveel New-Age-boeken richt de kritiek zich niet op Jezus, maar op georganiseerde godsdienst.

Kerken kunnen niet om deze kritiek heen, lijkt mij. Ik denk dat kerken er goed aan doen, zich te bezinnen op wat het werkelijk navolgen van Jezus inhoudt. Ik heb nergens een reactie gelezen van christelijke zijde op bovenstaande tekst. Als ik mij inleef in het christelijk denkkader, en probeer een mogelijke reactie te bedenken die vanuit de kerken gegeven zou kunnen worden, kom ik het tot volgende :

Wij weten dat de leer van Jezus in de vele eeuwen dat het christendom bestaat, verdraaid is, gebruikt is om verderf te zaaien en heeft bijgedragen aan vreselijke misstanden. Ook wij vinden dit verschrikkelijk en willen afstand nemen van alle misdaden die in naam van Jezus zijn begaan. Wij willen ons richten op de boodschap die Jezus zelf voor ogen had. Ons kerkgenootschap heeft tot doel de herinnering aan Jezus levend te houden in de harten van mensen en een platform te bieden om gezamenlijk het christelijke geloof te beleven. Wij zijn ons ervan bewust dat wij ook slechts mensen zijn, die fouten maken, en dat ons kerkgenootschap niet volmaakt is. Wij staan open voor nieuwe inzichten en wij zullen onze geloofsleer wijzigen wanneer wij menen daarmee dichter bij de oorspronkelijke leer van Jezus te komen. Wij hopen dat kritiek op de kerk er niet toe zal leiden dat mensen de kerken verlaten, maar dat geloofsgenoten aangespoord worden na te denken hoe de kerk opnieuw vormgegeven kan worden, zodat het een platform kan zijn voor een geloofsbeleving in overeenstemming met de ware leer van Jezus.

Toch zijn er wel kanttekeningen te maken bij de bovengenoemde kritiek :

(Jezus) bemoeide zich in geen enkel opzicht met politiek.     Er is inderdaad geen enkele aanwijzing overgeleverd die erop zou duiden dat Jezus politieke functies heeft bekleed. Gezien zijn aanvaringen met het religieuze establishment is dat ook uiterst onwaarschijnlijk.
Dat de leer van Jezus politieke implicaties had, beseften zijn tegenstanders maar al te goed. De volgende bijbeltekst is te lezen als een blauwdruk voor de inrichting van een nieuwe maatschappelijke structuur :

   
    Dan zal de Koning tegen wie rechts van hem staan zeggen : "Mijn Vader heeft u gezegend. Kom en neem bezit van het koninkrijk dat voor u gemaakt is vanaf de schepping der wereld. Want ik had honger en u hebt mij te eten gegeven. Ik had dorst en u hebt mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling u had mij opgenomen. Ik was naakt en u gaf mij kleren. Ik was ziek en u verzorgde mij. Ik was in de gevangenis en u hebt mij bezocht."
    (Mattheüs 25 : 35 t/m 37)

    De volgende bijbeltekst geeft een algemene aanwijzing hoe om te gaan met macht :

    Jullie weten dat zij die volken besturen, over hen heersen, en dat de leiders hun macht laten gelden. Zo moet het bij jullie niet gaan. Nee, als iemand van jullie de belangrijkste wil zijn, moet hij jullie dienen, en als iemand van jullie de eerste plaats wil innemen, moet hij voor jullie het slavenwerk doen. Neem een voorbeeld aan de Mensenzoon. Hij is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om zelf te dienen en zijn leven te geven in ruil voor het leven van veel anderen.
    (Mattheüs 20 : 25-28)

    Bij een andere gelegenheid verstoorde Jezus de openbare orde in de tempel :

    Jezus ging de tempel binnen en joeg er alle kopers en verkopers weg; hij gooide de tafels om van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenhandelaars. Hij zei tegen hen : Er staat geschreven : Mijn huis moet heten huis van gebed. Maar jullie maken er een rovershol van.
    (Mattheüs 21 : 12, 13)

    Dat Jezus zich maar in beperkte mate heeft uitgelaten over politieke aangelegenheden, betekent niet zonder meer dat zijn volgelingen zich ook niet met politiek moeten inlaten :

    Twintig geestelijken zijn gisteren in de hoofdstad Harare van Zimbabwe gearresteerd. Zij wilden protesteren tegen de inval tijdens een kerkdienst, een week geleden, en de arrestatie van bisschop Trevor Mahanga. Mahanga is inmiddels weer vrijgelaten. Eveneens werd gisteren de rooms-katholieke aartsbisschop van Bulawayo, Pius Ncube, door de politie ondervraagd over een kerkdienst. Hij kreeg te horen dat zijn preken strikt religieus van aard moeten zijn en geen kritiek op de regering mogen bevatten. Ncube zegt dat het onmogelijk is de honger in het land, de economische problemen en het geweld te scheiden van het geloof. ”De kerk kan niet voorbijgaan aan het lijden van de mensen.”
    (NRC, 1 maart 2003)
 
Ook bij het door mij voorgestelde antwoord door de kerken kunnen kanttekeningen worden gemaakt :
 
Wij staan open voor nieuwe inzichten en wij zullen onze geloofsleer wijzigen wanneer wij menen daarmee dichter bij de oorspronkelijke leer van Jezus te komen.   In hun streven om de bedoelingen van Jezus zo zuiver mogelijk te verstaan, hebben christenen verschillende wegen bewandeld.
 -    In de kerk waarmee ik ben opgegroeid, nam het lezen van de bijbel een belangrijke plaats in. Het zelfstandig kennisnemen van de tekst van de bijbel werd belangrijk gevonden. De centrale plaats die de bijbel had, kwam - voor mijn gevoel - voort uit de wens om de leer van Jezus zo zuiver mogelijk te verstaan.
  - Via historisch-wetenschappelijk onderzoek naar vroeg-christelijke teksten wordt geprobeerd de oorspronkelijke leer van Jezus aan de hand van de opvattingen van de eerste christenen in kaart te brengen.
  - Misschien is de beste manier om Jezus te verstaan zijn leer in de praktijk te brengen, d.w.z. : het eigen innerlijk zuiveren, ernaar streven een goed mens te zijn en de medemens te helpen waar mogelijk.
  - In dit antwoord wordt gesproken over openstaan voor nieuwe inzichten en bereidheid de geloofsleer te veranderen. Niet in alle kerkgenootschappen is die openheid en bereidheid in gelijke mate aanwezig. Er is in deze nog een lange weg te gaan.
       

Welke andere bronnen dan de bijbel worden door sommige christelijke groepen geaccepteerd als uitgangspunt voor hun geloof ?

Mariaverering

Bij een bezoek aan de kathedraal van de beschermheilige van Cuba kreeg ik een folder uitgereikt met het volgende gebed :

  Dios te salve Maria
Llena eres de Gracia
El Señor es contigo
Bendita tu eres
entre todas los mujeres
y bendito es el fruto
de tu vientre, Jesus.
Santa Maria, Madre de Dios,
Ruega por nosotros
pecadores, ahora y en
la hora de nuestra muerte.

Amen.

 

In vertaling : God behoede u, Maria. Gij zijt vol van genade. De Heer is met u. Gezegend zijt gij onder alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uwer schoot, Jezus. Heilige Maria, Moeder van God, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van ons sterven. Amen.

Dit rooms-katholieke gebed kent een aantal elementen die het protestantisme vreemd zijn :

Het gebed bevat tevens een aantal dramatische elementen : Elk gebed dat wordt uitgesproken met een intentie van waarheid en liefde, is waardevol. Dat geldt ook voor het bovenstaande gebed, ook al verwijst het naar een aantal opvattingen die specifiek zijn voor de katholieke kerk en is het in niet Rooms-katholieke kringen niet gebruikelijk.

Wat is de zin van het leven ?

Van een lezeres van deze homepage ontving ik het verzoek of ik de vraag ’Wat is de zin van het leven ?’ zou willen behandelen vanuit een christelijk oogpunt.

Op deze vraag heeft geen enkele filosofie, dus ook het christendom niet, - voor zover ik dat kan overzien - een echt bevredigend antwoord gegeven. De leer van Jezus (of wat daar nu nog van bekend is) gaat niet over die vraag, maar is veel meer gericht op de praktijk. Er worden richtlijnen gegeven voor het dagelijks handelen, er worden aanwijzingen gegeven vanuit welke levenshouding men het leven tegemoet zou kunnen treden. Maar vragen naar het ultieme waarom van het bestaan, worden niet beantwoord. De leer van Jezus houdt zich niet primair bezig met dergelijke filosofische vraagstukken.

De richtlijnen van Jezus geven in zekere zin wel antwoord op de vraag ’Wat kan het leven zinvol maken ?’ In dit verband zou ik twee passages uit de bijbel willen noemen. De eerste beklemtoont liefde :

Je moet God liefhebben met hart en ziel, en met heel je verstand. Dit is het grote en eerste gebod. En het tweede daaraan gelijk is : Je moet je naaste liefhebben als jezelf.
(Mattheüs 22 : 37 t/m 39 vgl. Leviticus 19:18)

Het leven krijgt meer zin, wordt zinvoller, wanneer je werkelijk vanuit liefde probeert te gaan leven.

Een tweede bijbelpassage vertelt dat het leven meer zin krijgt, wanneer je met datgene waarvoor je aanleg hebt, wat je gemakkelijk afgaat en wat met plezier doet, aan de slag gaat, die talenten ontwikkelt, en op een liefdevolle manier inzet :

Het is als met iemand die op reis ging. Hij riep zijn dienaars bij zich en vertrouwde hun zijn eigendommen toe. Aan de ene gaf hij vijfduizend goudstukken, aan een andere tweeduizend en aan een derde duizend; ieder kreeg wat hij aankon. Toen vertrok hij. Onmiddellijk ging de dienaar die vijfduizend goudstukken had gekregen, er zaken mee doen en hij verdiende er vijfduizend bij. Zo deed ook de tweede en hij verdiende er tweeduizend bij. Maar de dienaar die duizend goudstukken had gekregen, ging een gat graven en verstopte het geld van zijn heer daarin.
Een hele tijd later keerde de heer van de dienaars terug en hij riep hen ter verantwoording.
De dienaar die vijfduizend goudstukken had gekregen, kwam naar hem toe en overhandigde hem er nog vijfduizend : ’Heer, u hebt mij er vijfduizend gegeven, kijk, ik heb er nog vijfduizend bijverdiend’. ’Uitstekend’, zei zijn heer. ’Je bent een goed en trouw dienaar. Iets kleins heb je goed beheerd, nu zal ik je over iets groots aanstellen. Kom binnen en vier feest met mij’.
Toen kwam de dienaar die er tweeduizend had gekregen : ’Heer, u hebt mij er tweeduizend gegeven, kijk, ik heb er nog tweeduizend bijverdiend.’ ’Uitstekend’, zei zijn heer. ’Je bent een goed en trouw dienaar. Iets kleins heb je goed beheerd, nu zal ik je over iets groots aanstellen. Kom binnen en vier feest met mij’.
Toen kwam de man die er duizend had gekregen : ’Heer, ik weet dat u streng bent; u maait waar u niet gezaaid hebt, en u oogst waar u niet hebt uitgezet. Ik was bang en ben daarom uw geld in de grond gaan verstoppen. Hier hebt u het weer terug’. ’Jij slechte luie dienaar !’ antwoordde zijn heer hem. ’Je wist dus dat ik maai waar ik niet gezaaid heb, en oogst waar ik niet heb uitgezet. Waarom heb je mijn geld dan niet op de bank gezet ? Dan had ik het bij mijn thuiskomst met rente kunnen opvragen. Neem hem die duizend goudstukken af en geef ze aan hem die er al tienduizend heeft ! Want iedereen die iets heeft, krijgt nog meer en heeft in overvloed. Maar wie niets heeft, hem zal wat hij heeft, nog worden afgenomen. En gooi die nutteloze dienaar eruit, de duisternis in ! Daar zal hij huilen en tandenknarsen.’
(Mattheüs 25 : 14 t/m 30)

Lees deze gelijkenis van Jezus als een symbolisch verhaal. Met ’goudstukken’ worden iemands talenten bedoeld. ’Het gaan handelen met die goudstukken en er nog meer bijverdienen’ staat voor ’je talenten ontwikkelen en gebruiken’. ’Uitgenodigd worden voor het feest’ betekent dat je vreugde in je leven gaat ervaren, dat je gaat ervaren dat het leven zinvol is. Met ’geld in de grond verstoppen’ wordt bedoeld dat je niet werkelijk gebruik maakt van je mogelijkheden, en een gemakzuchtig leven leidt. ’Niet uitgenodigd worden voor het feest’ staat voor de ervaring dat je leven zinloos lijkt.
Met andere woorden :
De zin van het leven is voor iedereen anders. Door bij jezelf nauwgezet na te gaan, wat jou werkelijk vreugde, plezier of genot brengt, zul je dat enthousiasme automatisch gaan uitdragen, en ontdek je enerzijds de zin van jouw leven, en geef je tegelijkertijd zin aan je leven.

Waarom bestaat het kwaad ?

Het christendom heeft wel denkers voortgebracht, die hypothesen doordachten over het waarom van het kwaad, en het waarom van het lijden, maar is niet tot een eensluidend antwoord gekomen.

Hoe kan de aanwezigheid van kwaad of lijden verzoend worden met de christelijke belijdenis van de goedheid van de God die de wereld geschapen heeft ? In wat volgt zullen we een overzicht geven van enkele mogelijkheden die de christelijke traditie biedt.
(Alister McGrath, Christelijke Theologie)

Een zeer vroege discussie over de oorsprong van het kwaad werd gevoerd door de ’eboniem’ en Mani :

Quispel : De verliezers van deze aflevering zijn de joodse christenen, dat zijn de nazaten van de oergemeente van Jeruzalem, die Jezus als hun messias aanvaardden, maar trouw bleven aan de joodse wet. Zij bleven joden. Omdat ze tegen geweld en revolutie waren, namen ze in 66 na Christus niet deel aan de joodse opstand tegen Rome. Zij verlieten Jeruzalem en gingen naar Pella in Jordanië.
...
Zij zijn op een gegeven ogenblik al in de 2-de eeuw door de katholieke kerk tot ketters verklaard. Ze werden (uit)gescholden voor ’eboniem’, voor ’armen’, alsof het een ketterij is om arm te zijn. Maar ook de joden, de Farizeeën die het wonnen in het jodendom, die verketterden hen ook.
...
Wij weten ... door een boekje dat kortgeleden gevonden is, zo groot als een vlinder, waarin over de jeugd van Mani wordt verteld. Daarin staat dat Mani zelf een joodse jongen was; zijn moedere heette Mirjam en hij woonde van zijn 4e tot zijn 25e jaar in een gemeenschap van joodse christenen, Baptisten worden zij genoemd in dat kleine boekje oftewel Dopers. Die Joodse christenen legden er de nadruk op dat ook het boze van God is. De duivel noemden zij ’de linkerhand van God’ en zij citeerden een woord van Jezus ’het is Gods wil dat de slechte dingen komen’.
Verkerk : Maar leken die christenen nu op die welke wij in Pella hebben gezien ?
Quispel :Ja, met één klein onderscheid dat zij bijzondere nadruk legden op wassingen en daarom Baptisten werden genoemd, maar het is ook een groep van joodse christenen. Maar waar het nu op aankomt is die nadruk die die mensen erop legden, dat goed en kwaad, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede ons uit Gods hand toekomen. Mani, die daar leefde was mank en kwam daartegen in opstand. Hij kwam tot de conclusie dat het donkere, het nietige, het boze niet van God was maar dat dat de duivel was en dat de duivel en God regelrecht tegenover elkaar stonden. En die godsdienst heeft hij ... toen hij tot die bewustwording gekomen was, verbreid in het hele Perzische Rijk, het tegenwoordige Iran; hij is ook naar Indië gegaan en heeft een geweldige zendingsactiviteit ontwikkeld, totdat de Perzische koning hem in de boeien sloeg en hij van uitputting overleed. Nadien, in 763, toen de Manicheeërs zich al over heel Azië hadden verspreid, is dat Manicheïsme de staatsgodsdienst geworden van ... Chinees Turkestan (in West-China). ... Als je de geschriften van de Manicheeërs uit die tijd en van deze streek leest, en daar is heel veel juist in China gevonden en in China hebben zij bestaan tot in de 17e eeuw, dan zie je toch dat zij de nadruk leggen op de lijdende Christus.
(Gilles Quispel en Henk Verkerk, De verliezers)

De theologen van het vroege christendom worden de kervaders genoemd. Zij hebben uiteenlopende theorieën voorgesteld omtrent de oorsprong van het kwaad :

Ireanaeus

Ireanaeus vertegenwoordigt een belangrijke stroming onder de Griekse kerkvaders; deze ziet de menselijke natuur als een mogelijkheid. De mens is geschapen met een zekere capaciteit om naar volwassenheid te groeien. Die capaciteit om naar God toe te groeien vereist contact en ervaring met goed en kwaad, om ter zake kundige beslissingen te kunnen nemen. Deze traditie ziet de wereld als een ’vale of soulmaking’ (dal van zielenvorming) zoals de Engelse dichter Keats het uitdrukte. Daarin is de ontmoeting met het kwaad een noodzakelijke voorwaarde voor geestelijke groei en ontwikkeling.
De idee wordt in de werken van Ireanaeus niet volledig uitgewerkt. In de moderne tijd is deze taak kundig voortgezet door John Hick, die algemeen gezien wordt als de meest invloedrijke enn overtuigende verdediger van die benadering. In Evil and the God of Love benadrukt Hick dat mensen onvolledig geschapen zijn. Om te worden wat God bedoelt, moeten ze in de wereld participeren. God heeft de mensen niet als robot geschapen, maar als individuen die Hem in vrijheid kunnen antwoorden. Als er geen reële keuzemogelijkheid tussen goed en kwaad is, zijn de bijbelse geboden om het goede te kiezen irrelevant. Daarom zijn goed en kwaad beide nodig in de wereld, opdat er een bewuste, betekenisvolle menselijke ontwikkeling plaats kan vinden.
Dit is natuurlijk een aantrekkelijke redenering, te meer daar het accent komt te liggen op de vrijheid van de mens. Ook komt het overeen met de ervaring van veel christenen, die Gods liefde en genade het diepst ervaren hebben in moeiten en in lijden. Maar tegen één punt in deze aanpak wordt toch bezwaar gemaakt. De tegenwerping is dan dat het kwaad op deze manier een zekere waardigheid krijgt, omdat het een positieve rol toegedeeld krijgt in Gods bedoelingen. Als het lijden gezien wordt als een middel om de geestelijke ontwikkeling van de mensheid te stimuleren, wat moeten we dan met gebeurtenissen als Auschwitz en Hiroshima, die totaal vernietigend waren voor diegenen die ermee te maken kregen ? Deze benadering, zeggen de critici, bevordert berusting in de aanwezigheid van het kwade in de wereld, zonder enige morele aanwijzing of stimulans tot verzet en overwinning te verschaffen.

(Alister McGrath, Christelijke Theologie)

Augustinus

De benadering van het probleem van het lijden door Augustinus heeft grote invloed gehad op de westerse theologische traditie. In de vierde eeuw was de theologie in grote moeilijkheden geraakt vanwege de kwestie van het kwaad en het lijden. De gnostiek, en zijn manicheïsche variant, waardoor Augustinus als jonge man zeer gefascineerd was geweest, konden het probleem van het kwaad eenvoudig verklaren. Het werd veroorzaakt door de wezenlijk slechte aard van de materie. Het doel van de verlossing was de mens te redden uit de kwade materiële wereld, en hem over te brengen naar een geestelijke wereld die niet door de stof was besmet.
Een van de centrale gedachten van de meeste gnostische systemen was het bestaan van een demiurg - dat wil zeggen een halfgod die de wereld in zijn huidige verschijning had gevormd uit preëxistente materie. De treurige toestand van de wereld was te wijten aan de tekortkomingen van deze halfgod. De god van de verlossing moest absoluut onderscheiden worden van deze scheppende demiurg.
Maar deze verklaring kon Augustinus niet aanvaarden. Voor hem waren de schepping en de verlossing het werk van dezelfde God. Het was dus onmogelijk het kwaad aan de schepping te wijten, want daarmee gaf men eenvoudig God de schuld. Volgens Augustinus had God de wereld goed geschapen, vrij van de besmetting van het kwade. Waar komt het kwaad dan vandaan ? Augustinus’ fundamentele gedachte is dat het kwaad een direct gevolg is van het misbruiken van de menselijke vrijheid. God schiep de mens met de keuzemogelijkheid tussen goed en kwaad. Helaas koos de mens het kwade, met als gevolg dat de wereld besmet is met het kwaad.
Dit loste het probleem echter niet echt op, hetgeen Augustinus zelf ook besefte. Hoe konden de mensen voor het kwade kiezen als er helemaal geen kwaad is ? Het kwade moest toch een mogelijkheid in de wereld zijn, als mensen het konden kiezen. Daarom zei Augustinus dat de oorsprong van het kwaad in de duivelse verzoeking lag, waarmee de Satan Adam en Eva had weggelokt van de gehoorzaamheid aan hun schepper. Op deze manier kon God, volgens Augustinus, niet verantwoordelijk gesteld worden voor het kwaad.
Toch was dit niet het einde van deze kwestie. Want waar kwam de Satan vandaan, als God de schepping goed had gemaakt ? Augustinus volgt het spoor nog een stap verder terug. Satan is een gevallen engel, die oorspronkelijk goed geschapen was, evenals de andere engelen. Deze engel werd er echter toe verleid zich aan God gelijk te stellen en het hoogste gezag op te eisen. Zo rebelleerde hij tegen God; ook breidde hij die rebellie uit naar de wereld. Maar, zeiden de critici van Augustinus, hoe kan een goede engel slecht blijken te zijn ? Hoe moeten we die eerste val van dit wezen verklaren ? Het schijnt dat Augustinus hier verder geen weerwoord op had.

(Alister McGrath, Christelijke Theologie)

Ook in de twintigste eeuw werd er in de christelijke wereld gezocht naar een aanvaardbaar antwoord op de vraag naar het waarom van het kwaad :

Karl Barth

Karl Barth was van mening ... dat Gods almacht altijd in het licht van Gods zelfopenbaring in Christus dient te worden verstaan. ... Hij verwierp alle a priori ideeën over almacht en stelde daarvoor in de plaats het geloof in de overwinning van Gods genade over ongeloof, kwaad en lijden. Een vertrouwen op de uiteindelijke overwinning van Gods genade stelt gelovigen in staat hun veerkracht en hun hoop te bewaren, in een wereld die schijnbaar door het kwaad wordt beheerst. Barth dacht hierbij aan het nationaal-socialistische Duitsland. Zij ideeën zijn elders nuttig gebleken, en we kunnen ... stellen dat ze verwerkt zijn in de recente theodiceeën van de bevrijdingstheologie.

(Alister McGrath, Christelijke Theologie)

Het christendom heeft geen eensluidend antwoord op de vraag naar de oorsprong van het kwaad.

Christenen zijn het erover eens dat er geen antwoord bestaat op de vraag naar het ’waarom’ van het lijden. ... Maar wat is nu het antwoord op de ultieme vraag WAAROM God lijden toelaat - en toestaat ? Het antwoord is een mysterie. Het enige dat wij weten , is dat God toelaat dat mensen pijn en verdriet hebben en niet Zijn vaderlijke almacht aanwendt om hun persoonlijkheid te wissen en hun eigen wil uit te schakelen. Het ’waarom’ blijft dus in raadselen gehuld. Maar daardoor verandert de vraag eigenlijk in ’Wat nu ?’. ... Nuchter denken is niet ’waarom ik ?’ Nuchter denken is ’wat nu ?’
(Robert H. Schuller, Verander uw verdriet in vreugde !)

Reïncarnatie

Sporen van reïncarnatie-geloof in de bijbel

Uit oude bronnen blijkt dat er in de beginperiode van het christendom christenen waren die geloofden in reïncarnatie. Hoe algemeen dit geloof is geweest valt niet meer te achterhalen. Een aantal bijbelteksten worden door sommigen aangemerkt als sporen van dit oude reïncarnatie-geloof :

De meesten van ons kennen wel de bijbelpassages, waarover de aanhangers van de reïncarnatietheorie en hun tegenstanders blijven bekvechten in verband met de vraag of zij bewijzen dat reïncarnatie in de dagen van Jezus aanvaard werd of niet.
Laten we er een drietal uitlichten : de woorden die Jezus sprak tegen Nicodemus : ’Gij moet opnieuw geboren worden’ ; zijn verwijzing naar Johannes de Doper in ’Elia is reeds gekomen, maar zij hebben hem niet gekend’ (Mattheüs 17-13) en de woorden van de discipelen, die aan Jezus vroegen, toen zij een man tegenkwamen die blind geboren was, ’Wie heeft gezondigd, deze man of zijn ouders ?’ (Johannes 9, 1-3).
(Peter Andreas, Geloofden de vroege Christenen in reïncarnatie ? - in : Prana 28)

Historisch onderzoek

In de begintijd van het christendom waren er diverse christelijke schrijvers die uitgingen van reïncarnatie. Daartoe behoorde Clemens van Alexandrië (ca. 200 na Chr) :

Clemens van Alexandrië verklaart dat de reïncarnatieleer een van oudsher overgeleverde waarheid is, die door de apostel Paulus bevestigd werd en sindsdien ’goddelijke traditie’ is.
(drs. H. van Praag, Reïncarnatie)

Kerkvaders als St. Clementius van Alexandrië en Tertullianus ca. 160 - ca. 225) ... refereerden aan het geloof in een pre-existentie van de menselijke ziel.
(Peter Andreas, Geloofden de vroege Christenen in reïncarnatie ? - in : Prana 28)

Ook kerkvader Origenes (ca. 185-254 n. Chr.), die leefde en werkte in Alexandrieë onderschreef de leer der reïncarnatie :

Origenes (ca. 185 - ca. 254), een van de grootste geleerden der kerk, gezaghebbend voor de opbouw van de geloofsleer, was een besliste aanhanger van de reïncarnatieleer en duidt in vele plaatsen hierop. ’Als men weten wil waarom de menselijke ziel de ene keer het goede gehoorzaamt, de andere keer het kwade, moet men de oorzaak in een leven zoeken, dat aan het tegenwoordige voorafging.’ - ’Ieder van ons jaagt door een opeenvolgende reeks van levens heen naar de volmaaktheid.’ - ’Wij zijn verplicht steeds nieuwe en betere levens te volgen, zij het op aarde, zij het in andere werelden.’ - ’Onze volkomen overgave aan God, die ons van alle kwaad reinigt, beduidt het einde van onze wedergeboorten.’
(drs. H. van Praag, Reïncarnatie)

Origenes geloofde duidelijk in de wet van karma, zoals blijkt uit dit citaat uit Contra Celsium : ’Is het niet meer in overeenstemming met de rede dat iedere ziel, om bepaalde mysterieuze redenen - ik spreek nu volgens de opvatting van Pytrhagoras, Plato Empedocles - ingebracht wordt in een lichaam ... op basis van zijn behoeften en voorgaande daden ?
(Peter Andreas, Geloofden de vroege Christenen in reïncarnatie ? - in : Prana 28)

Alle mensen, leert Origenes, zullen niet alleen gered worden door een voortdurende loutering op de weg der voleinding, van lichaam tot lichaam; zij zullen engel worden. Zelfs de ziel van Satan zal tot God terugkeren. Vooral deze milde opvartting heeft de wordende kerk, die God graag als boeman zag die angst inboezemde, als middel om mensen op het rechte spoor te houden en afhankelijk te maken van haar eigen instituut - de kerk - niet willen volgen. Nog tijdens zijn leven bestreden bisschoppen elkaar in plaatselijke concilies op dit punt.
(J. Slavenburg, De verloren erfenis)

Andere kerkvaders die ik in verband met reïncarnatie in de literatuur ben tegengekomen :

De kerkvader van Nyssa : ’Het is voor de ziel een natuurnoodwendigheid, dat ze door meervoudige levens gereinigd wordt.’
Rufinus verzekert in een brief aan Athanasius, dat het geloof aan herhaalde levens de algemene overtuiging der kerkvaders was en van oudsher aan de ingewijden als een oude traditie overgeleverd werd.
De heilige Justinus vermeldt uitdrukkelijk, dat de ziel meer dan éénmaal in een lichaam woont.
De heilige Hilarius is evenzeer voorvechter van de reïncarnatieleer evenals de heilige Bonaventura.
(drs. H. van Praag, Reïncarnatie)

Uit K.O. Schmidt ’Wir leben nicht nur einmal’ nemen we nog de volgende gegevens over : De heilige Augustinus vraagt : Leefde ik niet reeds in een ander lichaam, eer ik in het lijf mijner moeder ontstond ?’
(drs. H. van Praag, Reïncarnatie)

Een aparte groep vormden de christelijke gnostici :

De christelijk gnostici ... waren allen aanhangers van de reïncarnatiegedachte en onder hen bevonden zich volgelingen van Basilides, Valentius, en Marcion. Hetzelfde geldt voor de half-gnostische Manichese sekten, de Simonieten, en de Priscillanen in Spanje.
(Peter Andreas, Geloofden de vroege Christenen in reïncarnatie ? - in : Prana 28)

Teloorgang van het geloof in reïncarnatie-geloof binnen het christendom

Stellig heeft ... de strijd tegen de gnostiek meegebracht, dat men reïncarnatie afwees, omdat juist alle gnostici er in geloofden, en er vaak zweverige en onbijbelse theorieën aan verbonden. Het is vermoedelijk dit geheimleer-aspect dat vele oprechte theologen hinderde. Dat dit inderdaad aanwezig was, blijkt uit een uitspraak van de heilige Hyeronymus : ’De reïncarnatieleer werd in de oudste tijden steeds aan een kleine schare uitverkorenen als een waarheid, die voor de massa niet uitgesponnen mocht worden, meegedeeld.’ Daaraan voegt hij de mededeling toe, dat deze leer als geheimleer ook aan de eerste christenen bekend was.
(drs. H. van Praag, Reïncarnatie)

In 533 n. Chr. sprak het vijfde Oecumenisch Concilie in Constantinopel de banvloek uit over de leer van de pre-existentie van de ziel. Althans, dat is wat de meeste christenen vandaag de dag denken. In ieder geval heeft er sinds 553 binnen de kerk een sterk taboe gerust op reïncarnatie; eeuwenlang werd er niet meer over gesproken of zelfs maar over gedacht.
...
Reïncarnatie wordt tot op de dag van vandaag in grote groepen binnen de christelijke kerk beschouwd als strijdig met het christelijke geloof.
(Peter Andreas, Geloofden de vroege Christenen in reïncarnatie ? - in : Prana 28)

Conclusie

Wanneer ik de bovenstaande citaten lees, vraag ik mij af waarom in sommige kerken zo veel weerstand bestaat tegen het geloof in reïncarnatie. Daar er sterke aanwijzingen bestaan, dat het geloof in reïncarnatie tot het oorspronkelijke christelijke gedachtengoed behoort, waarom zou men dan de gelovigen niet vrijlaten dit naar eigen inzicht wel of niet te geloven ?


Terug naar begin van deze pagina

Terug naar de dialoog-pagina

Terug naar de welkom-pagina

Terug naar de beginpagina