Hoe een dialoog niet gevoerd moet worden

    Rembrandt,
Een hand schrijft tijdens een feest van koning Belsassar op de muur (Daniël 5)

Fikse ruzies kunnen nuttig zijn, wanneer iemand zich kan uitspreken en duidelijk kan maken, wat hem boos maakt. Daarom kan men stellen dat fikse ruzies een gerechtvaardige vorm van dialoog zijn. Maar een dialoog die enkel uit ruzies bestaat, is nauwelijks meer een dialoog te noemen. Ik wil in het nu volgende ingaan op manieren van discussiëren, die de dialoog niet ten goede komen.

Ik belicht de volgende aspecten :

De tweede helft van deze pagina draagt de titel de dialoog voortzetten. Ik doe daarin voorstellen om uit een impasse te komen, wanneer een dialoog dreigt te verzanden in onbegrip of onenigheid. Het e-mail-bericht dat als voorbeeld dient bij het onderwerp onbeleefdheid, gebruik ik hier opnieuw als voorbeeld. Aan de hand daarvan wordt uitgebreid ingegaan op de beoordeling van New-Age-verschijnselen vanuit bijbels perspectief. In dit gedeelte de dialoog voortzetten worden de volgende thema’s belicht : Ik eindig deze pagina met een paradox, waaruit ik conclusie trek dat het succes van een discussie vooral wordt bepaald door de wil van de participanten om tot elkaar te komen. Hoe beleefd, vriendelijk en begripvol men ook tegen elkaar is, indien men wantrouwend staat tegenover het standpunt van de ander en er in werkelijkheid geen begrip voor wil opbrengen, dan is elke discussie tot mislukken gedoemd.

Onbeleefdheid

Ik ontving als reactie op mijn homepage het volgende e-mail-bericht :

Wel ontzettend vaag vind je niet, je enkel voorstellen als Wim - automatiseringsdeskundige ... Heb je geen achternaam? Wat is je bedoeling met wat je op internet publiceert? Ik kwam je tegen op zoek naar pagina's rond New Age. Je bent wel enorm vooringenomen en occult geladen. En van het wezen van New Age en de diepere achtergronden komt maar bitter weinig uit de verf. Je bazelt veel na, met name spiritisten - ooit de bijbel gelezen? Deut. 18 en Ef. 6 ? Linke boel waar jij je mee inlaat, vind je niet ? Maar wie weet kunnen we daarover een andere keer nog eens mailen - maak je eerst maar eens echt bekend.

J.G.H. , 3 januari 2002

Deze mail bevat een aantal kenmerken, die - naar mijn mening - een goede dialoog in de weg staan :

Afgezien van de kritiek op de formulering van de e-mail, wordt in dit bericht op een zeer serieus onderwerp aangesneden, namelijk dat van de verhouding tussen christendom en spiritisme.

Een betekenis toekennen aan een heilige tekst, waar de gesprekspartner het onmogelijk mee eens kan zijn.

Ruqqaiyyah Maqsood interpreteert in zijn boek ”De islam - leren kennen en begrijpen” de koran-tekst

En wat de dief of de dievegge betreft, slaat hun handen af, een vergelding voor wat zij verdiend hebben, als een voorbeeld van kastijding van God. God is geweldig en wijs.
(Soera 5 : 38)

Hij schrijft daarover :

Maar als iemand iemand de gewoonte heeft zich gewetenloos andermans bezit toe te eigenen zonder spijt te betuigen, dan zijn de shari’a-wetten meedogenloos en veroordelen ze de persoon in kwestie tot het amputeren van de hand..
(Ruqqaiyyah Maqsood, De islam - leren kennen en begrijpen)

Ter ondersteuning voor zijn betoog citeert hij de bijbeltekst

En indien uw hand u tot zonde verleidt, houw haar af. Het is beter dat men verminkt ten leven ingaat dan dat gij met uw twee handen ter helle vaart in het onuitblusbare vuur.
(Marcus 9 : 43)

Voor een christen heeft de tekst van Marcus 9:43 niets van doen met een wrede straf. Deze tekst gaat over wat iemand aanzet tot zonde. Dat kan nooit een fysiek lichaamsdeel zijn. Wat iemand aanzet tot diefstal, zijn zelfzuchtige opvattingen. Het behoort tot ieders taak zijn zelfzuchtige opvattingen bij zichzelf te identificeren en er vervolgens mee af te rekenen. De bijbeltekst wijst erop dat je in een patroon van egoïsme kan zijn vastgeroest, en je je met je zelfzuchtige neigingen bent gaan identificeren, zodat het vechten tegen je verkeerde karaktertrekken aanvoelt alsof je iets uit jezelf moet wegsnijden. De bijbeltekst van Marcus 9:43 is voor een christen een liefdevolle oproep tot zuivering van het innerlijk. Voor iemand met een christelijke achtergrond is het uitermate pijnlijk te constateren dat deze bijbeltekst wordt gebruikt om een wrede straf goed te praten. Het voelt aan alsof de bijbeltekst wordt verdraaid en volkomen verkeerd wordt geïnterpreteerd.

Met twee maten meten

Zowel in de koran als in de bijbel worden niet-alledaagse gebeurtenissen beschreven. In de bijbel wordt verhaald dat Jezus over het water loopt (Mattheüs 14:22-33). In koran staat vermeld dat Jezus als kind in de wieg spreekt als een volwassene. Ook boetseert Jezus - volgens de koran - een vogel van klei, waar hij vervolgens leven in blaast (Soera 5:110-115). De inleiding van de koranvertaling van de Ahmadiyya-beweging bestempelt het bijbelse verhaal als bijgeloof, maar de wonderen die in de koran voorkomen worden als onomstotelijk waar voorgesteld. Over het bijbelse verhaal dat Jezus over het water loopt, wordt gezegd :

Ook dit is louter bijgeloof. Welke man kan ooit over het water lopen ?
(Hazrat Mirza Bashir-ud-din Mahmud Ahmad, Inleiding tot de studie van de heilige Qor’aan)

De vraag ”Welke man kan ooit vanuit klei een vogel boetseren en daar vervolgens leven in blazen ?” wordt niet gebruikt om aan te tonen dat de wonderen die in de koran worden genoemd louter bijgeloof zijn. Integendeel :

De tekst van de Qor’aan (is) ongeschonden in zijn oorspronkelijke vorm bewaard gebleven : ieder woord is door de eeuwen heen zonder enige bewerking, wijziging of interpolatie tot ons gekomen in dezelfde zuiverheid, waarin het ongeveer veertienhonderd jaar geleden aan de Heilige Profeet is geopenbaard.
(Hazrat Mirza Bashir-ud-din Mahmud Ahmad, Inleiding tot de studie van de heilige Qor’aan)

Ik noem dit ”meten met twee maten”. Ten aanzien van de wonderen die in de koran genoemd worden, worden andere maatstaven aangelegd dan ten aanzien van die, welke in de bijbel worden genoemd.

Het overkomt ons zo gemakkelijk dat we onze eigen opvattingen als absolute waarheid gaan zien, en het geloof van een ander als bijgeloof presenteren. Maar het komt de dialoog niet ten goede.

Ongenuanceerd naar het eigen gelijk toe redeneren

In de bijbel komt het volgende verhaal voor :

Jezus ging daarvandaan naar het gebied van Tyrus en Sidon. Een Kananese vrouw uit die streek kwam naar hem toe. Ze riep : ’Heer, Zoon van David, heb medelijden met mij. Mijn dochter is bezeten; ze is er vreselijk aan toe’. Maar hij gaf haar helemaal geen antwoord. ’Stuur haar weg’, vroegen zijn leerlingen hem, ’Zij blijft ons naroepen’. Hij antwoordde : ’Ik ben alleen naar de verloren schapen van het volk Israël gestuurd’. Maar de vrouw kwam dichterbij en viel voor hem op de knieën. ’Heer, help mij’, zei ze. Hij antwoordde : ’Het is niet juist het brood dat voor de kinderen bestemd is, de honden voor te gooien’. Maar zij zei : ’Dat is zo, Heer, maar de honden eten wel de kruimels die van de tafel van hun baas vallen’. Toen zei Jezus tegen haar : ’Vrouw, wat is uw geloof groot ! Moge gebeuren wat u vraagt’. En vanaf dat ogenblik was haar dochter genezen.
(Mattheüs 15:21-28)

Er is een scherp contrast tussen wat Jezus aanvankelijk zegt en wat hij uiteindelijk doet : in eerste instantie negeert Jezus het verzoek van de vrouw, uiteindelijk wordt het verzoek van de vrouw ingewilligd.

Mijn interpretatie

Of mijn interpretatie van dit verhaal historisch of theologisch juist is, weet ik niet, maar ik heb dit verhaal altijd als volgt opgevat :

In de tijd van Jezus waren er groeperingen die meenden dat het heil alleen voor de etnische Joden was weggelegd. Waarschijnlijk was deze vrouw in deze interpretatie van het Jodendom gaan geloven. Jezus haakt in op dit geloof en redeneert aanvankelijk alsof hij dit geloof ook is toegedaan. De vrouw is in staat vanuit deze geloofsopvatting met Jezus de discussie aan te gaan, en voor de rechten op te komen die zij voor haar gevoel heeft, wat men om haar heen ook beweert. Tijdens het gesprek komt zij als het ware tot het inzicht, dat het heil niet enkel voor etnische Joden bedoeld is, maar voor iedereen, inclusief haar dochter. Met de genezing van de dochter laat Jezus blijken dat hij geenszins naar slechts één bevolkingsgroep is gestuurd, en dat de innerlijke overtuiging van de vrouw meer in overeenstemming is met het ware geloof dan wat door diverse religieuze autoriteiten uit die tijd werd beweerd.

In lijn met deze interpretatie zou de diepere betekenis van het verhaal als volgt kunnen zijn :

Soms lijkt het dat geluk voor jou niet is weggelegd, dat er geen uitweg is voor jouw problemen, en dat God ver te zoeken is. Weet dan, dat je je daarop verkijkt. Je innerlijke overtuiging dat je je problemen te boven zal komen, en dat voor jou het heil wel is weggelegd, zal je leiden naar de oplossing van je problemen, omdat uiteindelijk het heil voor iedereen is weggelegd.

Interpretatie volgens de inleiding van de koranvertaling van de Ahmadiyya-beweging

In de inleiding van de koranvertaling van de Ahmadiyya-beweging wordt uit dit verhaal één zin genomen om de stelling te onderbouwen dat Jezus geen universeel leraar zou zijn en dat Jezus’ boodschap alleen bestemd was voor het Joodse volk. Het gaat om de zin

Ik ben alleen naar de verloren schapen van het volk Israël gestuurd.
(Mattheüs 15:24)

De inleiding van de koranvertaling van de Ahmadiyya-beweging meent op basis van deze tekst dat Jezus zichzelf niet als universeel leraar beschouwde, en dat Jezus de mening was toegedaan dat zijn boodschap enkel voor de Joden bestemd was. Hoewel uit het verhaal van Mattheüs 15:21-28 duidelijk blijkt dat Jezus de Kananese vrouw niet wegstuurde, stelt de inleiding van de Ahmadiyya-koran-vertaling toch

Jezus beschouwde zich als een leraar voor de kinderen Israëls. Wanneer anderen tot hen kwamen, zond hij hen weg.
(Hazrat Mirza Bashir-ud-din Mahmud Ahmad, Inleiding tot de studie van de heilige Qor’aan)

Ten aanzien van de bijbeltektst

Trek eropuit en maak alle volken tot mijn leerlingen en doop ze in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest.
(Mattheüs 28:19)

wordt simpelweg beweerd dat hier niet alle volken bedoeld zijn.

Christelijke interpretatie

Het hoeft geen betoog dat christenen deze teksten geheel anders interpreteren. Voor hen betekent de bijbeltekst

Trek eropuit en maak alle volken tot mijn leerlingen en doop ze in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest.
(Mattheüs 28:19)

dat Jezus zich als universeel leraar beschouwde en wilde dat de gehele mensheid kennis zou nemen van wat hij leerde.
De bijbeltekst

Ik ben alleen naar de verloren schapen van het volk Israël gestuurd.
(Mattheüs 15:24)

wordt als een vraag opgevat in de trant van ”Je gelooft toch dat het heil alleen voor de Joden is ? Hoe kun je dan om zo’n gunst vragen als je meent dat deze je niet gegund is ?” Jezus laat uiteindelijk blijken dat ook hij niet gelooft dat het heil enkel voor de etnisch Joodse bevolking is, maar voor iedereen bedoeld is. Juist omdat de vrouw volhield dit fatalistische geloof af te wijzen, werd haar dochter genezen.

Dialoog

Christenen proberen te leven volgens de uitgangspunten en richtlijnen die Jezus gegeven heeft. Voor hen vertegentwoordigt de leer van Jezus een weg die ten diepste in overeenstemming is met de liefde van God. Hun geloof impliceert dat Jezus een universeel leraar is. De ontkenning daarvan is in wezen een een ontkenning van hun diepste geloof. In een dialoog gaat het er echter niet om het geloof van de ander te ontkennen, maar om het te ontmoeten, het gestalte te geven. Een ontkenning van een oprecht beleefd geloof past daarom niet in een dialoog.

Het geloof van de ander als inferieur voorstellen

In het boek "De Koran verstaan" trof ik de volgende opmerking aan over de koranvertaling van de Ahmadiyya-beweging :

Verder wordt deze vertaling ”ontsierd” door een zeer polemische inleiding, die onder meer de onbetrouwbaarheid van de bijbel wil aantonen.
(Dr. Anton Wessels, De koran verstaan)

De omschrijving "wordt ontsierd door" is een vriendelijke formulering. Toen ik deze inleiding onder ogen kwam, schrok ik van de manier waarop bijbelteksten uit hun verband worden gerukt, als bijgeloof worden voorgesteld of volkomen verdraaid worden. Voor mensen met een christelijke achtergrond is het pijnlijk te lezen wat er in die koran-inleiding over de bijbel beweerd wordt.

De inleiding van de koranvertaling van de Ahmadiyya-beweging wil aantonen dat de koran het zuivere woord van God is en de heilige boeken van andere godsdiensten gecorrumpeerd zijn. Met andere woorden : de islam zou superieur zijn aan alle andere godsdiensten. Hiertoe wordt een ongenuanceerde redenering opgezet, die geen rekening houdt met de denkwijzen van anderen. De voor de hand liggende reactie is dat vanuit de andere godsdiensten wordt gewezen op de onjuistheden in die redenering. Waar het eigen standpunt hardnekkig als ”waarheid” wordt gepresenteerd, zal een sneeuwbal-effect ontstaan, waarin de verschillende godsdiensten alle argumenten die het eigen gelijk ondersteunen aandragen. Dat is dan geen dialoog meer, maar een debat. Er ontstaat als het ware ruzie in plaats van begrip. Van belang is dat het doel van de dialoog niet uit het oog verloren wordt, en dat is elkaar begrijpen, van elkaar leren, en elkaars visie respecteren.

Redeneren vanuit superioriteitsdenken komt een dialoog niet ten goede.

Niet willen ingaan op het falen van de eigen godsdienst

Sajidah Abdus Sattar is als bekend publiciste en spreekster over de islam regelmatig gevraagd commentaar te geven op de aanslagen van 11 september. Ze heeft consequent elk verzoek afgewezen: ’Dat heeft niets met de islam en niets met mij te maken, dus heb ik daar niets over te zeggen.’
(Islam en spiritualiteit - in : Onkruid, januari/februari 2002)

De opmerking ’Dat heeft niets met de islam ... te maken’ over de terroristische aanslagen van 11 september 2001 op het World Trade Centrum in New York, wekt enige bevreemding, omdat de daders op basis van bepaalde islamitisch religieuze ideeën tot hun daden kwamen. Het is het goed recht van Sajidah Abdus Sattar om niet te willen spreken over terrorisme, maar daarmee levert zij geen bijdrage aan de dialoog tussen de religies. Door de ogen te sluiten voor bepaalde negatieve facetten van de eigen godsdienst, draagt men niet bij aan een evenwichtige beoordeling, die de gehele werkelijkheid recht doet. Voor zover ik kan beoordelen, hebben de aanslagen op 11 september 2001 niets te maken met islam voor zover deze overeenstemt met de oorspronkelijke openbaringen van de engel Gabriël, maar wel alles met wijze waarop de islam als godsdienst vorm heeft gekregen in de tegenwoordige tijd.

De eigen dogma’s als enige juiste interpretatie beschouwen

Op een markt met tweedehands boeken kocht ik een boekje uit 1912, waarin ik de volgende passage aantrof :

Ook het Christendom, hoewel weliswaar te dikwerf in zeer corrupten vorm, is een der bronnen van den Islam geweest ! Mohammed’s kennis van het Nieuwe Testament moet echter zeer gebrekkig geweest zijn. De bladzijden van den Koran zijn een stilzwijgende getuigenis van het beschamende feit, dat de wijze waarop het Christendom van dien tijd den Profeet van Arabië bereikte, zich beperkte tot apocryphe ”Evangeliën” en de geschriften van kettersche secten, die de Drieënheid loochenden, ontkenden dat Christus de Zone Gods was, en van Zijn verlossingsdood niet weten wilden, en verder door de godsdienstig-kerkelijke romantiek, die voor den Heilige Geest de Moedermaagd in de plaats stelde. Aldus verstaan nog heden ten dage vele Mohameddanen onder de ”Drieënheid”: God, Maria en Jezus.
(W.H.T. Gairdner / Jacqueline C. Rutgers, Islam en Christendom - uitgegeven in 1912)

Hier wordt gewag gemaakt van een totaal ander christendom dan de vormen die tegenwoordig in de westerse wereld gangbaar zijn. Deze vormen van christelijk geloof worden bestempeld als ”kettersche secten”. Het feit dat in het Arabië rond het jaar 600 christelijke groeperingen geweest zouden zijn, die een andere vorm van het christendom beleden dan thans het geval is, wordt een ”beschamend feit” genoemd.

Direct na zijn ontstaan is het christendom in vele vormen uitgewaaierd. In de begintijd bestonden uiteenlopende christelijke groeperingen, die er verschillende opvattingen op na hielden. In het westen heeft zich pas een christelijke theologie ontwikkeld nadat de vervolgingen van christenen in het Romeinse Rijk waren opgehouden en de keizers aandrongen op een uniforme christelijke leer. Het is begrijpelijk dat de opvattingen van de christenen in de Arabische landen een heel andere ontwikkeling hebben doorgemaakt. Dat het Arabische christendom na verloop van tijd verschilde van die van in Europa, is niet verwonderlijk. Het standpunt om het Arabische christendom als ketterse sekten te zien, getuigt van weinig historisch inzicht.

Het past niet in een dialoog om andersdenkenden te verketteren.

Generaliseren

Alle grote godsdiensten kennen een grote variëteit aan stromingen, richtingen en opvattingen. Het verbinden van bepaalde opvattingen aan een bepaalde religie is daardoor meestal een hachelijke zaak. Te vaak worden mensen op basis van hun religie bepaalde opvattingen toegedicht. Een voorbeeld :

In de negende klas leren Palestijnse kinderen bij Islamitische educatie : ’Men moet oppassen voor de joden want ze zijn verraderlijk en onbetrouwbaar’. En in dezelfde klas moeten zij aan de volgende opdracht voldoen : ’De leerling moet een verband leggen tussen de hebzuchtige aspiraties van de joden in islamitische landen en hun haat ten opzichte van het islamitische geloof.’
(Leon de Winter, ”Wereldoorlog, derde (11.9.2001....)” - in : In strijd met Allah? - Trouw dossier nr. 17)

Het is duidelijk dat het beeld van joden als onbetrouwbaar en anti-islamitisch in verband staat met de politieke situatie in de staat Israël. Maar toch is het beeld onjuist. De joodse mensen die ik ken, acht ik oprecht, uitermate gastvrij en zeer betrouwbaar. Zij zijn zeker geen voorstander van de Israëlische politiek van achterstelling van de Palestijnse bewoners van de Israëlische staat en verafschuwen de escalatie van het geweld die wordt aangewakkerd door de "oog om oog, tand om tand"-politiek.

Onvermogen of onwil om nauwkeurig de werkelijkheid in kaart te brengen en om nuances te onderscheiden, leidt tot het huldigen van extreme standpunten en het over één kam scheren van aanhangers van eenzelfde godsdienst. De dialoog vereist echter dat de gesprekspartners elkaar werkelijk willen ontmoeten, en dat kan nooit wanneer men de ander "in een bepaald hokje stopt" en hem opvattingen toedicht die hij niet heeft.

De dialoog voortzetten

Waar partijen lijnrecht tegenover elkaar staan, en de discussie in ruzie en debatteren overgaat, wordt het tijd voor bezinning, en stelt men zich de vraag hoe de dialoog weer vlot getrokken kan worden. Deze paragraaf gaat in op strategieën om de dialoog weer op gang te helpen. De hier gepresenteerde lijst van strategieën is zeker niet uitputtend. Psychologen, diplomaten, conflictuologen en andere deskundigen zullen ongetwijfeld meer strategieën kunnen opnoemen dan in deze paragraaf aan bod komen.

Op zoek gaan naar de wezenlijke verschillen van inzicht

In een discussie is het soms noodzakelijk scherp in het oog te houden welk thema aan de orde is en wat de verschillen van inzicht precies zijn.

Een e-mail die ik ontving als reactie op deze homepage en die ik al eerder citeerde op deze pagina gebruik ik als voorbeeld.

Wel ontzettend vaag vind je niet, je enkel voorstellen als Wim - automatiseringsdeskundige ... Heb je geen achternaam? Wat is je bedoeling met wat je op internet publiceert? Ik kwam je tegen op zoek naar pagina's rond New Age. Je bent wel enorm vooringenomen en occult geladen. En van het wezen van New Age en de diepere achtergronden komt maar bitter weinig uit de verf. Je bazelt veel na, met name spiritisten - ooit de bijbel gelezen? Deut. 18 en Ef. 6 ? Linke boel waar jij je mee inlaat, vind je niet ? Maar wie weet kunnen we daarover een andere keer nog eens mailen - maak je eerst maar eens echt bekend.

J.G.H. , 3 januari 2002

De onvriendelijke bewoordingen van deze e-mail laat ik even voor wat ze zijn. Ik tref er dan de volgende punten van kritiek in aan :

Van deze kritiekpunten vind ik alleen het laatste terecht.

Herformuleren van kritiek

Nadat je hebt vastgesteld, welke kritiekpunten als terecht worden beschouwd, verdient het aanbeveling het standpunt van de gesprekspartner in eigen woorden weer te geven. Het verwoorden van een kritische opmerking op een manier, die jou sympathiek en reëel overkomt, maakt de kritiek begrijpelijker en geeft die meer zeggingskracht.

Het kritiekpunt uit de hierbovengenoemde e-mail zou ik op twee manieren kunnen verwoorden. Allereerst als een radicale afwijzing van New Age :

De bijbel veroordeelt praktijken die in New Age gangbaar zijn gepropageerd worden. Een voorbeeld van zo’n bijbelgedeelte is Deuteronomium 18. Het New-Age-gedachtengoed en christelijke denken staan met elkaar op gespannen voet.

Een wat meer genuanceerde herformulering richt zich meer op de argumentatie :

Nogal wat passages in de bijbel veroordelen praktijken die in New Age gangbaar zijn en zelfs gepropageerd worden. Een voorbeeld van zo’n bijbelgedeelte is Deuteronomium 18. Terwijl deze homepage een zekere sympathie voor New Age ademt, en het christendom zo gepresenteerd wordt alsof het New-Age-gedachtengoed ingepast kan worden in het christelijke denken, wordt er niet naar deze kritische bijbelteksten verwezen. Dat maakt dat deze homepage op zijn minst eenzijdig. Je zou kunnen zeggen dat er een verwrongen beeld van het christendom gegeven wordt.

De achtergrond van de gesprekspartner inschatten

De indruk die een gesprekspartner wekt, kun je terugkoppelen. Door middel van zinswendingen als ”Je zegt het niet met zoveel woorden, maar uit wat je schrijft krijg ik de indruk dat ..."” of "Klopt het dat ... ?” kun je aan de gesprekspartner feedback geven hoe hij overkomt.

De toon van het bovengenoemde e-mail-bericht en het feit dat naar een bijbeltekst wordt verwezen die New-Age-praktijken veroordeelt, geven een aanwijzing over wat de schrijver van het e-mail-bericht ongeveer zou kunnen denken. Als ik de opvattingen van de auteur van het e-mail-bericht probeer in te schatten en mijn fantasie de vrije loop laat, krijg ik het vermoeden dat hij van christelijke huize is en het wezen van New Age als duivels beoordeelt.

Kritiekpunten afwegen in het licht van vermoedelijke opvattingen van de gesprekspartner

Vaak liggen aan kritiekpunten ideeën te grondslag, die niet uitgesproken worden. Voor één van de gesprekspartners kunnen die ideeën zo vanzelfsprekend zijn, dat hij niet onderkent dat het zinvol is om ze te benoemen. Het is voor een goede begrip zinvol onuitgesproken aannames op te sporen, en na te gaan of de gesprekspartners het daarover met elkaar eens zijn.

In het hierbovengenoemde e-mail-bericht kwam de volgende passage voor.

En van het wezen van New Age en de diepere achtergronden komt maar bitter weinig uit de verf.

De zender van het e-mail-bericht vermeldt niet wat in zijn ogen het wezen van New Age en de diepere achtergronden ervan zijn. Hoogstwaarschijnlijk is voor hem New Age het werk van duivelse krachten en en kan hij zich vinden in een wantrouwende en afwijzende visie, zoals  :

Ik werd bij de bestudering van New Age telkens weer bevangen door het besef een wereld van duisternis in te gaan. En in de duisternis vloeien waarheid en leugen ineen.
Ik had, in één woord, bij New Age de indruk de waarheid in een lachspiegel te zien : misvormd, verwrongen, grotesk. En hoe langer ik keek, hoe meer ik ervan doordrongen werd dat alleen in het licht van de drieënige God deze waarheden gaan flonkeren.
(Ds. D. Bouwman, New Age - Op weg naar een nieuwe wereld ?)

Op zoek gaan naar andere standpunten

Voor de dialoog is het belangrijk te identificeren welke kritiekpunten onvoldoende zijn uitgewerkt of onvoldoende worden beargumenteerd. Tegenovergestelde visies kunnen gebruikt worden als contrast, om te relativeren of te nuanceren.

Ter illustratie van deze stap, gaan we op zoek naar borduren we voort op het voorbeeld uit de vorige stappen en gaan we op zoek naar andere meningen over het wezen van New Age dan de hierboven gepresenteerde.

Over het wezen van New Age wordt uiteraard verschillend gedacht. Niet iedereen ziet in New Age een duivels complot. Ik noem hier een aantal andere opvattingen. Allereerst één die New Age ziet als uitingen van religieus zoeken in de moderne samenleving :

In deze tijd, waarin de mensheid is geschrokken van de verschrikkingen van de eerste en tweede wereldoorlog en alle oorlogen daarna, waarin men door verbeterd onderwijs en door de media een realistischer beeld heeft van alles wat er zich in de wereld heeft afgespeeld en zich nog altijd afspeelt en waarin de wereld door de toegenomen technologie en grote welvaart maakbaarder lijkt, dan in de eeuwen ervoor, kan de mensheid de middeleeuwse voorstellingen van het geloof niet meer aanvaarden. De mensheid is op zoek naar een herinterpretatie van wat religie zou kunnen inhouden, naar nieuwe ideeën waarop een samenleving gebaseerd kan worden, waarin geen extreme armoede of achterstanden meer voorkomen en waarin mensen vreedzaam samenleven, en naar nieuwe vormen van religiositeit. Het leeglopen van de traditionele kerken, het opkomend atheïsme en agnosticisme, de groeiende belangstelling voor oosterse godsdiensten met hun grotere nadruk op het ontwikkelingspad van het individu, en de diversiteit van de New-Age-bewegingen weerspiegelen deze zoektocht naar nieuwe normen en waarden.
Veel van het New-Age-gedachtengoed ontbreekt het aan een wetenschappelijke onderbouwing. Het is verrassend dat astrologie, orakelkaarten, I Tjing, kristallen bollen, piramides, ufo-verhalen, lichtwezens etc. een grote opgang maken in een tijd waarin wetenschappelijk denken en technologische kennis voor een groot deel de norm bepalen. Mogelijk zijn deze onwetenschappelijke ideologieën te verklaren vanuit een zich afzetten tegen de huidige maatschappij, waarin voor mysterieuze zaken geen plaats meer is en alles via de logica en vanuit de materiële waarden verklaard moet worden.
De diepere aantrekkingskracht van de meest acceptabele stromingen binnen New Age is - voor zover ik dat kan zien - daarin gelegen dat het de persoonlijke ervaring veel meer centraal stelt dan de wetenschap en de traditionele religies. Ieder mens moet zijn eigen waarheid vinden en zich niet meer aanpassen aan de waarheid van anderen, van religies of theologieën. Daarmee neemt New Age mensen heel serieus en maakt hen mondiger. Doordat New Age put uit alle mogelijke ideologieën en religies, opent New Age nieuwe vergezichten en draagt het serieuze argumenten aan voor opvattingen die door de gevestigde theologieën terzijde waren geschoven.

De volgende visie beschrijft de Nieuwe Tijd als een bewustzijnsimpuls :

Wat betreft de Nieuwe Tijd heb ik al eerder gezegd dat op sommige momenten in de geschiedenis een nieuwe impuls jullie wereld instroomt omdat de mensheid er rijp voor is. Zover is het nu.
We hebben vaak generaliserend gesproken over de zin en betekenis van de Nieuwe Tijd. We spraken over het Christusbewustzijn dat de wereld doortrékt en het bewustzijn van ieder afzonderlijk in steeds grotere mate probeert te doordringen. Het is duidelijk dat zo’n krachtige impuls vergezeld moet gaan van een aantal uitlatingen die niet altijd prettig, welkom of constructief zijn. Veel gebeurtenissen zijn ronduit ongewenste maar desondanks rechtstreekse gevolgen van deze impuls. Zonder deze zouden de groei en verruiming van het bewustzijn in deze Nieuwe Tijd niet plaats kunnen vinden. Je eigen denken is nog steeds erg gericht op het directe effect. Je gelooft dat wat nú goed is ook uiteindelijk goed zal zijn en wat nu slecht lijkt, uiteindelijk slecht is. Dit is zelden het geval. Soms kan iets louter negatiefs noodzakelijk zijn om een volledige ontwikkeling mogelijk te maken. Dit geldt zowel voor de enkeling als voor de mensheid in haar geheel of, anders gezegd, voor de entiteit aarde.
(Padwerklezing 257)

Wat ik hier wil uiteenzetten, is dat datgene wat de schrijver van het e-mail-bericht, suggereert, dat aan het New-Age-gebeuren duistere krachten ten grondslag liggen en het New-Age-ideeëngoed verwerpelijk is, slechts een mening is, en niet door iedereen als waarheid geaccepteerd wordt.

Nuances aanbrengen

”Nuances aanbrengen” houdt in dat je jezelf afvraagt "Klopt het wel ? Is het werkelijk waar ? Zijn er geen uitzonderingen ? Is het voldoende ondubbelzinnig of exact omschreven ?”

Hieronder zal ik proberen de stelling

De bijbel veroordeelt praktijken die in New Age gangbaar zijn gepropageerd worden. Een voorbeeld van zo’n bijbelgedeelte is Deuteronomium 18. Het New-Age-gedachtengoed en christelijke denken staan met elkaar op gespannen voet.

uit e-mail die in dit gedeelte van deze homepage als voorbeeld gebruikt wordt, te nuanceren.

Ik zal argumenten aandragen voor de stelling :

In de bijbel wordt melding gemaakt van verschijnselen die in de tegenwoordige tijd met New Age in verband worden gebracht, zoals toekomstvoorspellen, droomuitleg, mediumschap, etc. Er zijn passages in de bijbel waarin tegen de gevaren wordt gewaarschuwd en het ten strengste wordt afgewezen om zich in te laten met New-Age-praktijken, maar ook tekstgedeelten waarin een goddelijke oorsprong aan deze verschijnselen wordt toegekend. De bijbel wijst het New-Age-gedachtengoed niet zonder meer af, maar waarschuwt wel voor de gevaren die ermee samenhangen.

Ik ga eerst in op het bijbelgedeelte dat de gesprekspartner aandroeg . Vervolgens ga ik nader in op bijbelgedeelten die wijzen op de gevaren van New-Age-achtige praktijken . Daarna wordt ingegaan op bijbelgedeelten die New-Age-praktijken positief beoordelen .

Deuteronomium 18

Een krachtige afwijzing vinden we in het bijbelgedeelte Deuteronomium 18. Daar staat :

Wanneer je komt in het land dat de Heer, je God, je gaat geven, neem dan niet de afschuwelijke praktijken over van de volken die je daar aantreft. Duld niet dat iemand zijn zoon of dochter door het vuur laat gaan. Laat ook geen waarzeggers, wichelaars, voorspellers, tovenaars en bezweerders toe, noch personen die de geesten van doden kunnen oproepen en raadplegen. De Heer, je God, heeft een diepe afschuw van allen die zich met zulke praktijken bezighouden; dat is ook de reden dat hij die volken verdrijft. Richt je volledig naar de Heer, je God. De volkeren waarvan je het land in bezit gaat nemen, luisteren naar wichelaars en waarzeggers. Dat heeft de Heer jullie verboden.
(Deuteronomium 18 : 9-14)

Duidelijk anti-New-Age. Daarop volgt de passage :

Jullie moeten luisteren naar de profeet die Hij zal sturen, iemand van je eigen volk, een bemiddelaar zoals ik Zo iemand was toch je eigen wens. Toen jullie bij de berg Horeb bijeen waren, zei je immers : ’Wij willen de stem van de Heer, onze God, niet meer horen, dat laaiende vuur niet langer zien. Het wordt anders onze dood.’ Toen zei de Heer tegen mij  ’Zij hebben gelijk. Ik zal hun een profeet sturen, iemand uit hun eigen volk, een bemiddelaar zoals jij. Ik zal hem mededelen wat jij tegen hen moet zeggen. Ik geef hem volmacht namens mij te spreken. Wie hem niet als mijn woordvoerder aanvaardt, zal ik ter verantwoording roepen. Maar een profeet die zonder mijn volmacht namens mij het woord voert of een profeet die het woord voert namens afgoden, verdient de doodstraf.’
Misschien zul je bij jezelf denken : ’Waaraan herkennen we een boodschap die niet van de Heer komt ?’ Hieraan : als een profeet namens de Heer het woord voert en er gebeurt niets, zijn woorden worden niet bewaarheid! Zo’n profeet spreekt geheel voor eigen rekening. Laat je door zo iemand niet van de wijs brengen.
(Deuteronomium 18:15-22)

In deze tekst wordt het profeetschap omschreven. Een profeet is iemand die mededelingen van God ontvangt en die namens God het woord voert. De mens is zelf in staat om ware profeten van valse profeten te onderscheiden.

In het spiritisme en in de New-Age-beweging bestaat een opvallende parallel met het profeetschap. Iemand die uitspraken doet op basis van kennis van onzichtbare werelden, die alleen aan hem werden medegedeeld, wordt in het spiritisme een medium genoemd. De mens is zelf in staat betrouwbare mediums en charlatans te onderscheiden.

Wanneer profeetschap en mediumschap gelijk worden gesteld, pleit de tekst van Deuteronomium 18:15-22 niet tegen, maar juist vóór bepaalde New-Age-denkbeelden.

In die zin schrijft Johannes Greber, een katholieke priester die, nadat hij met het spiritisme in aanraking was gekomen, zich baseert op spiritistische boodschappen :

Wat men in bijbelse tijden ”profeet” noemde, duidt u thans aan als ”medium”.
...
U moet niet geloven, dat de mensen uit de vroegere tijd alle wonderen die door media werden verricht, zonder meer als waar aannamen. Zij waren tegenover de media even wantrouwend als u. Zij hielden er rekening mee dat ze het slachtoffer van bedriegerijen konden worden.
(Johannes Greber, Omgang met God’s geestenwereld)

Passages in de bijbel waarin gewaarschuwd wordt tegen de gevaren van New-Age-praktijken

Er zijn diverse plaatsen in de bijbel waar wordt gewaarschuwd tegen New-Age-praktijken :

Je mag je heil niet zoeken bij mensen die de geesten van doden kunnen raadplegen; daardoor zou je jezelf onrein maken.     Wanneer iemand van jullie, in plaats van bij mij, zijn heil zoekt bij mensen die de geesten van doden kunnen raadplegen, dan zal ik mij tegen hem keren en hem uit de gemeenschap stoten.     Men zal jullie vragen  : ’Wend u tot hen, die de geesten van doden kunnen raadplegen’. Maar die fluisteren en prevelen maar iets. Een volk wendt zich toch tot zijn God ! Wat moeten de levenden bij de doden ?
(Leviticus 19:31)   (Leviticus 20:6)   (Jesaja 8:19)
 
Je mag je niet inlaten met wichelarij en toekomstvoorspelling.   Wie berooft mijn volk van het verstand : een stuk hout vragen zij om raad, met stokken ontrafelen zij de toekomst. Ontrouw leidt hen op dwaalwegen, door ontucht rukken zij zich los van hun God.
(Leviticus 19:26)   (Hosea 4:11,12)

Deze teksten kunnen verschillend geïnterpreteerd worden :
-   De bijbel wijst het New-Age-gedachtengoed radicaal af.
-   Men moet niet onoordeelkundig met paranormale verschijnselen experimenteren en niet proberen die op te roepen. Spontane paranormale gebeurtenissen moeten beoordeeld worden als alle andere gebeurtenissen.
-   De teksten waarin wordt gemaant zich afzijdig te houden van activiteiten op paranormaal gebied, zijn bedoeld als waarschuwing tegen de gevaren die ermee samenhangen. De bijbel wijst het paranormale niet af.
Ik meen dat het hier gaat om waarschuwingen, omdat er naast deze teksten ook tal van bijbelpassages te vinden zijn, waarin paranormale verschijnselen positief worden beoordeeld.

Een aanhanger van het New-Age-gedachtengoed zou zich waarschijnlijk heel goed kunnen vinden in de tekst

Zo op het oog lijken deze ”verfoeilijke gebruiken” misschien onschuldig. Maar daarin schuilt een gevaar. Omdat deze praktijken ertoe kunnen leiden dat men in de greep komt van demonen.
...
Thans bestaat er een overeenkomstig gevaar wanneer men toegeeft aan een bepaalde belangstelling voor het paranormale. Het zou heel goed het lokaas kunnen zijn dat leidt tot gevangenschap aan demonische krachten.
...
Sommige mensen zullen menen dat het geen gevaarlijke consequenties kan hebben wanneer men met zo’n onschuldig Quija-bord speelt. Niettemin bemerkte een groep buschauffeurs die in hun pauze met een dergelijk Quija-bord speelden dat hun houding tegenover elkaar begon te veranderen. Enkelen werden ongewoon aggressief. Deze houding beïnvloedde zelfs hun rijgedrag. Zij zeiden een sterke onberedeneerde drang te voelen tegen het hun tegemoetkomende verkeer in te rijden.
(Ontwaakt! - 22 augustus 1986)

Binnen het spiritisme is algemeen aanvaard dat onoordeelkundig in contact treden met overledenen grote gevaren met zich meebrengt. Ik meen echter dat het onjuist is te concluderen dat alle vormen van spiritisme vermeden moeten worden, wat het einde van het artikel in het blad ”Ontwaakt!” lijkt te suggereren :

Dus zelfs als u meent dat u niet overmatig gefascineerd bent door het occulte, pas dan op! ... Bedenk wie er achter het occulte zit. Uw tegenstander, de Duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek om iemand te verslinden (1 Petrus 78:8).
(Ontwaakt! - 22 augustus 1986)

Passages in de bijbel waarin positief wordt geoordeeld tan aanzien van New-Age-praktijken

Er staan heel veel verhalen in de bijbel, waarin van spiritistische en New-Age-achtige verschijnselen positief worden beoordeeld. Zo wordt bijvoorbeeld het gebruik van een orakeltas door de priesters in het oude Israël genoemd :

Toen David te weten kwam dat Saul kwade plannen had, beval hij Abjatar de orakeltas te brengen. - Na zijn vlucht naar David was Abjatar, de zoon van (priester) Achimelek, met de orakeltas naar Keïla gegaan. -
’Heer, God van Israël,’ sprak David nederig, ’ik heb als zeker vernomen dat Saul voorbereidingen treft om naar Keïla te komen en de bevolking uit te roeien als ze mij niet uitleveren. Zullen de burgers van Keïla mij aan hen uitleveren ? Zal Saul oprukken, zoals ik vernomen heb ? Heer, God van Israël, deel het mij toch mee !’
’Ja, hij zal oprukken’, antwoordde de Heer.
Onmiddellijk verlieten David en zijn mannen, ongeveer zeshonderd in getal, Keïla en trokken rond zonder vaste verblijfplaats. Toen aan Saul werd gemeld, dat David uit Keïla was ontkomen, brak hij de tocht af.
(1 Samuël 23:9-13)

In de ”Groot Nieuws Bijbel met Aantekeningen” staat bij Exodus 28:30 als aantekening :

De priester gebruikte de twee (orakel)stenen als loten om Gods wil in een bepaalde situatie vast te stellen. Vermoedelijk hadden ze de vorm van staafjes die door kleur of speciaal teken van elkaar verschilden. Met twee stenen was alleen een antwoord ’ja’ of ’neen’ mogelijk. Wie God raadpleegde, moest dus een concrete vraag stellen die met ’ja’ of ’neen’ beantwoord kon worden.

In het volgende bijbelgedeelte wordt in positieve zin gesproken over extase :

Toen aan Saul werd gemeld dat David in het profetenhuis in Rama was, stuurde hij mannen om David gevangen te nemen. Daar aangekomen zagen zij een groep profeten in geestvervoering, met Samuël aan het hoofd. Toen werkte de geest van God ook op hen in, zodat zij in vervoering raakten. Men meldde het Saul en hij stuurde anderen, maar ook dezen raakten in vervoering. Hij stuurde nog een derde groep en ook zij raakten in vervoering. Nu ging Saul zelf naar Rama. Bij de grote put in Seku gekomen, vroeg hij : ’Waar zijn Sauël en David ’ ’In het profetenhuis in Rama’, antwoordde men hem. Toen hij daarnaartoe ging, kwam de geest van God ook over hem. In geestvervoering vervolgde hij zijn weg tot hij in het profetenhuis kwam. Ook hij trok zijn kleren uit; ook hij was, in het bijzijn van Samuël, in vervoering. Tenslotte zakte hij in elkaar, en hij bleef heel die dag en de daarop volgende nacht naakt liggen.
(1 Samuël 19:19-24)

Vanuit een spiritistische visie kan deze tekst als volgt geïnterpreteerd worden :

Samuël was niet alleen zelf ”medium”, maar leidde ook een ”medium-school” in Rama. Zulke scholen noemde men toen ”profetenscholen”.
...
De aan God gewijde dienst was inderdaad het belangrijkste in de ”mediumscholen”. De aanstaande media of ”profetenleerlingen”, zoals ze toen werden genoemd, moesten met hun gehele innerlijk in een innig verband met God worden gebracht. Onwankelbaar Godsgeloof en diep Godsvertrouwen moesten de grondslagen zijn, waarop de mediamieke bekwaamheden van de leerlingen zich ontwikkelden.
...
Het grootste gevaar vormde, zoals te allen tijde het geval is, ook toen de zucht naar eer en geld. De media stonden in hoog aanzien. Niet alleen de wereldlijke heersers wilden ze in grote getale om zich heen hebben, maar ook de welgestelde families hielden er een medium op na, om gene zijde te raadplegen en noemden hen ”priester”. Men gaf hun rijke geschenken en hun gehele levensonderhoud. ... Het is menselijk te begrijpen, dat de media de gunst trachtten te verwerven van hen bij wie zij woonden. Maar daarin lag het grote gevaar. In het streven hun broodheren alleen het aangename te zeggen, deinsden zij er soms niet voor terug, de hun onaangename waarheid te verzwijgen en de onwaarheid daarvoor in de plaats te stellen. Zo werden zij ”leugenprofeten”.
(Johannes Greber, Omgang met God’s geestenwereld)

Een bekende passage is het verhaal waarin Saul ten einde raad een vrouw raadpleegt die doden oproept :

Samuël nu was gestorven; heel Israël had over hem gerouwd en men had hem begraven in zijn woonplaats Rama. Saul had allen die de geesten van doden raadpleegden uit het land verdreven.
Toen de Filistijnen ... hun troepen hadden samengetrokken, rukten ze op en sloegen hun kamp op bij Sunem. Nu riep ook Saul heel Israël onder de wapenen en zij sloegen op het Gilboa-gebergte hun kamp op. Toen Saul het leger van de Filistijnen zag, sloeg de schrik hem om het hart. Hij raadpleegde de Heer, maar de Heer gaf hen geen antwoord, noch in een droom, noch door een orakel, noch door een profeet.
’Zoek een vrouw die geesten kan bezweren’, beval Saul zijn dienaren, ’Bij haar wil ik antwoord zien te krijgen’. ’In Endor is nog een vrouw die geesten kan bezweren’, antwoordden zijn dienaren.
Saul maakte zich onherkenbaar door andere kleren aan te trekken. Vergezeld van twee mannen ging hij op weg en in de nacht kwamen ze bij de vrouw aan. ’Ondervraag voor mij de geest van een dode’, zei hij, ’Ik zal u wel zeggen wie u moet oproepen’.
’Maar u weet toch wat Saul heeft gedaan’, antwoordde de vrouw. ’Hij heeft iedereen die de geesten van doden raadpleegde, het land uitgezet. Waarom wilt u mij in de val lokken? Soms om me te doden?’
Maar Saul zwoer bij de levende Heer : ’U zult hiervoor niet worden gestraft!’
’Wie moet ik dan voor u oproepen?’ vroeg de vrouw.
’Samuël’ antwoordde Saul.
Toen de vrouw Samuël zag, begon ze luid te gillen.
’Waarom hebt u mij bedrogen?’, zei ze tegen Saul. ’U bent Saul zelf’.
’Wees niet bang’, antwoordde de koning haar. ’Zeg liever wat u ziet’.
’Ik zie een geest uit de aarde opkomen.’
’Hoe ziet hij eruit?’
’Het is een oude man, gehuld in een mantel.’
Saul begreep dat het Samuël was. Hij knielde en boog zich eerbiedig neer. ’Waarom verstoort u mijn rust en laat u mij oproepen?’ vroeg Samuël aan Saul.
’Ik zie in het geheel geen uitweg meer’, antwoordde Saul. ’De Filistijnen voeren oorlog tegen mij en God heeft zich van mij afgekeerd. Hij geeft geen antwoord meer, nog door een profeet, noch in een droom. Daarom heb ik u te hulp geroepen. U kunt mij vertellen wat ik moet doen’.
’Waarom komt u met uw vragen bij mij’, zei Samuël, ’als de Heer zich van u heeft afgekeerd en uw vijand is geworden? De Heer heeft voor David gedaan wat hij door mij had aangekondigd. Hij heeft het koningschap van u losgescheurd en het aan iemand anders gegeven, aan David. De Heer doet u dit alles aan, omdat u niet naar hem geluisterd hebt; u hebt het vonnis dat hij in zijn woede over Amalek had uitgesproken, niet voltrokken. Hij zal zowel u als het Israëlitische leger in de macht van de Filistijnen geven. Morgen zult u met uw zonen bij mij in het dodenrijk zijn’.
Saul schrok zo van de woorden van Samuël dat hij languit op de grond viel.
(1 Samuël 28:3-20)

Enerzijds blijkt dat Saul gewoon was God te raadplegen via een profeet of orakel, en ook in een droom een antwoord verwachtte, anderszijds blijkt dat hij het oproepen van doden afwees (maar er in een noodsituatie toch zijn toevlucht toe nam). Je kunt dus ook van deze passage niet zeggen dat alle ’New Age praktijken’ worden afgewezen.

Er staan heel veel meer verhalen in de bijbel, waarin van spiritistische en New-Age-achtige verschijnselen gewag wordt gemaakt. In het algemeen wordt gewaarschuwd tegen misbruik, maar lang niet altijd worden de gebeurtenissen negatief beoordeeld. Neem bijvoorbeeld het verhaal van de voorspelling dat Sara op hoge leeftijd zwanger zou worden (Genesis 17:15-19 en 18:10-15) of het verhaal van Jozef die dromen uitlegt (Genesis 40 en 41). Dan zijn er de verhalen van Mozes : de brandende braamstruik die niet verbrandde (Exodus 3), de tien plagen die Egypte treffen (Exodus 7-12), de tocht van de Israëlieten door de rietzee (Exodus 14), de wolkkolom die overdag de weg wees en de vuurzuil die ’s nachts licht gaf (Exodus 13:21-22, 40:38), brood dat uit de hemel regent (Exodus 16), de openbaring van de tien geboden (Exodus 20). De profeet Bileam verneemt tijdens offers dat God de Israëlieten zegent (Numeri 23). Bekend is het verhaal van David en Bathseba waarin de profeet Natan van Godswege voorspelt dat hun zoon zou sterven (2 Samuël 12:14). En dan zijn er de verhalen van de vele profeten die via paranormale weg boodschappen ontvangen, waaronder Elia (1 Koningen 17 t/m 21, 2 Koningen 1,2), Eliza (2 Koningen 2-9:3, 13:14-21), Jesaja (2 Koningen 19, 20, Jesaja) Jeremia (Jeremia, Klaagliederen) en Daniël.

Ook in het Nieuwe Testament worden veel gebeurtenissen verhaald, die we tegenwoordig ”paranormaal” zouden noemen. De verschijning van de engel Gabriël aan Zacharias om de geboorte van Johannes de Doper aan te kondigen, (Lucas 1:5-20), de verschijning van de engel Gabriël aan Maria om de geboorte van Jezus aan te kondigen (Lucas 1-26-38), de droom van Jozef (Mattheüs 1:20-21) de wonderen die Jezus deed, waaronder veel genezingen, zijn beproeving in de woestijn (Mattheüs 4:1-11, Marcus 1:12-13, Lucas 4:1-13), zijn wederopstanding (Mattheüs 28:1-10, Marcus 16:1-10, Lucas 24:1-12, Johannes 20:1-10), de verschijning van Mozes en Elia (Mattheüs 17:1-8, Marcus 9:2-8, Lucas 9:28-36) : het zijn in wezen allemaal paranormale gebeurtenissen. Het verschijnen van vlammen op de hoofden van de discipelen (Handelingen 2:3) het spreken van vreemde talen (Handelingen 2:4), de bekering van Paulus (Handelingen 9:1-19), de droom van Paulus die hem aanzet de Bosporus over te steken naar Europa (Handelingen 16:6-10), het zijn allemaal paranormale gebeurtenissen die in de bijbel positief beoordeeld worden.

Bovenstaande waslijst is maar een fractie van alle paranormale gebeurtenissen die in de bijbel positief worden beoordeeld. Als ik deze lijst overzie concludeer ik dat men niet in zijn algemeenheid kan stellen dat paranormale verschijnselen, of - zo je wilt - New-Age-achtige gebeurtenissen, door de bijbel zonder meer worden veroordeeld. In de bijbel wordt gewaarschuwd tegen de gevaren van het omgaan met paranormale verschijnselen. Er wordt tegen gewaarschuwd ze uit te lokken. Maar dat betekent niet dat al deze verschijnselen over één kam geschoren moeten worden. Van geval tot geval moet beoordeeld worden of ze uit het goede of het kwade voortkomen.

In de bijbel wordt op diverse plaatsen gesproken over wolken in combinatie met communicatie met de geestenwereld. Een voorbeeld daarvan is Exodus 33:8-11 :

Wanneer Mozes erheen ging, bleef iedereen hem in de ingang van zijn tent nakijken tot hij er binnengegaan was. Zodra hij in de tent was, daalde de wolkkolom neer tot bij de ingang van de tent en sprak de Heer met Mozes. Zagen de Israëlieten de wolkkolom bij de ingang van de ontmoetingstent, dan knielden ze neer, ieder bij de ingang van zijn tent. De Heer sprak met Mozes heel persoonlijk, zoals iemand spreekt met zijn vriend.
(Exodus 33:8-11)

Spiritisten wijzen op de parallel met materialisaties die ook heden ten dage worden waargenomen. De foto's hieronder werden in 1953 in de V.S. genomen. Achter het gordijn zit het medium, mevrouw Ethel Post-Parrish. Uit haar lichaam stroomt een wolk, die bestaat uit een stof die door de wetenschap ectoplasma is genoemd. In de wolk vormt zich geleidelijk aan een gestalte.

    

Bij dit soort gebeurtenissen spelen krachten een rol die door de wetenschap nog niet zijn onderkend en nog niet worden begrepen. Ingrijpen in dergelijke gebeurtenissen kan levensgevaarlijk zijn.

Zo kan een onvoorzien ingrijpen van de deelnemers aan een spiritistische in de werkzaamheid van de geestenwereld een gevaar zijn voor het medium, dat als krachtbron dient, maar ook voor de deelnemers, en het gelukken van de verschijnselen bemoeilijken of zelfs geheel verijdelen. Want ook bij dit werk kan er ”kortsluiting” ontstaan, als niet bijtijds de noodzakelijke ”isolaties” worden aangebracht.
(Johannes Greber, Omgang met Gods geestenwereld)

In de bijbel vinden we waarschuwingen om plaatsen waar dergelijke natuurkrachten werden opgewekt niet te naderen.
Over de bijbeltekst

De Heer zei : ’Waarschuw het volk niet de afscheiding te doorbreken om mij te kunnen zien. Anders zullen velen van hen sterven.’
(Exodus 20:21)

schrijft Johannes Greber

Dat was niet een loze bedreiging om het volk alleen vrees voor God in te boezemen, zoals u het opvat. Het was veeleer een noodzakelijke waarschuwing voor het levensgevaar, dat elke aanraking met die krachtstromen volgens de natuurwetten met zich meebrengt. De gegeven waarschuwing aan het Israëlitische volk had hetzelfde doel als de waarschuwingsborden waarmee u de mensen op het levensgevaar wijst, dat door aanraking van hoogspanningsdraden ontstaat.
(Johannes Greber, Omgang met Gods geestenwereld)

Ook in het nieuwe testament komen we dergelijke waarschuwingen tegen :

Na deze verklaring zul je ook begrijpen, waarom Christus direct na zijn opstanding Maria Magdalena verbood hem aan te raken, want de belichaming van zijn geest was nog slechts in het aanvangsstadium, en Magdalena zou door een aanraking niet alleen de verdere ontwikkeling van de materialisatie hebben verhinderd, maar ook de reeds aangavangen opbouw weer hebben vernietigd. De verklaring, die in de Bijbel als reden voor het verbod van Christus gegevens is, werd eerst later door een onwetende overschrijver eraan toegevoegd met de woorden : ’Want ik ben nog niet opgevaren tot de Vader’ (Johannes 20:17). Dat dit niet de ware reden kan zijn geweest, waarom Hij Magdalena verbood zijn odlichaam aan te raken, kun je daaruit opmaken, dat Christus later zijn apostelen nadrukkelijk uitnodigde Hem wél aan te raken. Toen was Hij ook nog niet tot de vader opgegaan ! Maar Zijn stoffelijk lichaam was voltooid, en nu kon een aanraking, noch op het lichaam van één van de apostelen noch op de totstandgekomen materialisatie nadelig werken.
(Johannes Greber, Omgang met Gods geestenwereld)

Een bekend verhaal in de bijbel waarin sprake is van materialisatie is te vinden in Daniël 5:

Koning Belsassar gaf een groot feestmaal, waarvoor hij wel duizend hooggeplaatste bestuurders had uitgenodigd. Samen met zijn gasten genoot hij van de wijn. Toen Belsassar door de wijn beneveld raakte, gaf hij bevel de gouden en zilveren bekers te brengen die zijn vader Nebukadnessar uit de tempel van Jeruzalem had weggehaald. De koning wilde daar samen met zijn hooggeplaatste bestuurders, zijn vrouwen en zijn bijvrouwen uit drinken. Toen de bekers gebracht waren, dronk hij er met zijn gasten uit. Onder het genot van de wijn gaven zij hoog op van hun goden, van goud, zilver en brons, van ijzer hout en steen. Plotseling was er een hand zichtbaar op de gepleisterde muur van het paleis, in het licht van de kandelaar. Toen de koning zag dat de vingers van de hand iets op de muur schreven, verbleekte hij en raakte geheel in de war. Hij was verlamd van schrik en beefde van angst. Schreeuwend gaf hij opdracht de bezweerders, magiërs en sterrenwichelaars te halen. Toen deze wijzen van Babel er waren, zei hij tegen hen : ’Wie de tekens op de muur kan uitleggen, krijgt een purperen ambtsgewaad aan en een gouden ketting om. Als derde in rang zal hij dit rijk besturen.’ Maar geen van de raadgevers kon uitleggen wat er op de muur stond en het aande koning uitleggen.
(Daniël 5:1-8)


De koningin-moeder suggereert de profeet Daniël te halen. Als Daniël komt, geeft hij aan koning Belsassar de volgende uitleg :

’Hoogmoedig hebt u zich tegen de Heer van de hemel verzet. U hebt hoog opgegeven van de goden van zilver en goud, van brons en ijzer, van hout en steen, goden die blind zijn en doof, goden zonder verstand. Maar u hebt geen eer bewezen aan de God aan wie u het leven te danken hebt, de God die al uw doen en laten bepaalt. Daarom is op zijn bevel de hand verschenen die deze tekens heeft neergeschreven. Dit staat er : geteld, geteld, gewogen en verdeeld. En dit is de betekenis van die woorden :
  geteld - God heeft de dagen van uw koningschap geteld en daar een einde aan gemaakt;
  gewogen - u bent op de weegschaal gewogen en u bleek te licht te zijn;
  verdeeld - uw rijk wordt verdeeld, het wordt gegeven aan de Meden en de Perzen.’
...
Diezelfde nacht nog werd Belsassar, de koning van de Babyloniërs, gedood. Darius de Mediër kreeg het koningschap in handen. ...
(Daniël 5:23-30)

Ook in dit verhaal wordt aan een materialisatie een goddelijke oorsprong toegekend; het wordt geenszins gezien als het werk van duivelse krachten.

Relativeren

Relativeren houdt in dat je de discussie niet laat afglijden naar de beantwoording van een heel specifieke vraag. In bovenstaand voorbeeld is die specifieke vraag : ’Wat is het oordeel van de bijbel over paranormale verschijnselen ?’. Relativeren betekent dat je de discussie in een breder perspectief bekijkt, en je losrukt uit de specifieke issues.

In het hierbovenstaande wordt ingegaan hoe vanuit de bijbel spiritistische en New-Age-achtige verschijnselen beoordeeld kunnen worden. Echter: een oordeel in de bijbel is niet noodzakelijkerwijs het oordeel van christenen. De vervolgvraag luidt : ’In hoeverre is wat in de bijbel staat maatgevend voor christenen ?.’
Het is niet zo dat christenen alles wat in de bijbel staat tot hun geloof rekenen. Er worden talloze regels en gebruiken in de bijbel genoemd, die christenen verwerpen. Regels t.a.v. kleding, voorschriften t.a.v. voedsel, besnijdenis, worden door het huidige christendom niet nagevolgd. Wrede rechtsregels, slavernij, uithuwelijking en polytheïsme, worden afgewezen. Het is dus niet zo, dat alles wat in de bijbel staat, zonder meer door christenen wordt geaccepteerd en overgenomen. In het christendom wordt niet zozeer belang gehecht aan regels die al dan niet in de bijbel genoemd worden, maar veeleer of aan een bepaalde daad of situatie liefde ten grondslag ligt, en of deze in overeenstemming is met de levenswijze van Jezus. De bijbel wordt eerder gezien als richtsnoer dan als wet.
Het blijkt dat in het huidige christendom heel divers wordt gedacht over paranormale gebeurtenissen, spiritistische ervaringen en New-Age-achtige verschijnselen. Sommige schrijvers staan er zeer huiverig tegenover, en beroepen zich op bijbelpassages waarin tegen de gevaren wordt gewaarschuwd. Andere schrijvers hebben meer oog voor de goddelijke oorsprong van de paranomale verschijnselen.

Serieus ingaan op alle kritiekpunten

Het komt de dialoog ten goede wanneer je serieus ingaat op kritiek waar je het niet mee eens bent. Je kunt de gesprekspartner op zijn minst vertellen waarom je de kritiek afwijst.

In het bovenstaande heb ik dat gedaan door de kritiekpunten uit een aan mij gezonden e-mail zorgvuldig na te lopen en een genuanceerd en goed onderbouwd antwoord te geven. Op één punt ben ik echter nog niet ingegaan, en dat is de verwijzing naar de bijbeltekst Efeze 6. Een fragment daaruit :

Stel u zo op :
doe de waarheid om als gordel
en doe de gerechtigheid aan als borstpantser.
Bind onder uw voeten de bereidheid om de vredesboodschap te brengen.
Draag daarbij het schild van het geloof : daarmee kunt u alle brandende pijlen van de duivel doden.
Draag de helm van de redding en het zwaard van de geest, dat wil zeggen het woord van God.
(Efeze 6:14-17)

Ik heb helemaal geen bezwaren tegen deze beeldspraak die aangeeft wat ”christelijk strijden” is. Ik zie ook niet in welke kritiek daaruit spreekt op mijn homepage. Ik kan niet goed reageren omdat ik niet weet welke interpretatie aan deze tekst gegeven wordt door mijn gesprekspartner.

Paradox

Op deze pagina met de titel ”Hoe een dialoog niet gevoerd moet worden” maak ik dankbaar gebruik van teksten waarvan ik betoog dat ze in een dialoog niet gepast zijn. Er zit een eigenaardige tegenstrijdigheid in de combinatie van ”dankbaar gebruik maken van” en ”in een dialoog niet gepast zijn”. Dankbaarheid associeer ik met ”goed” en ”niet gepast zijn” met ”fout”. De meest levendige discussies krijg je als de tegenstellingen zo duidelijk mogelijk worden uitgesproken, en bloemig of verhullend taalgebruik wordt vermeden. Terwijl ik bezig was deze pagina samen te stellen, en op zoek was naar in extreme bewoordingen vervatte standpunten, kreeg ik een zekere waardering voor de duidelijkheid die extreme simplistische standpunten vaak kenmerken. Misschien moet ik tot de conclusie komen dat er helemaal geen manieren van discussiëren bestaan die de dialoog niet ten goede komen. Het lijkt er meer om te gaan of de wil bij de gesprekpartners aanwezig is om een bepaalde bijdrage - hoe die dan ook geformuleerd is - zinvol te gebruiken. Als die wil er is, komt de bijdrage de dialoog ten goede. Wanneer die wil ontbreekt, dan stokt het gesprek, hoe goed bedoeld de bijdragen ook waren.


Terug naar begin van deze pagina

Terug naar de dialoog-pagina

Terug naar de welkom-pagina

Terug naar de beginpagina