In gesprek met de islam

over
hoe het islamitische geloof gestalte krijgt in het dagelijks leven

    De Kaäba in Mekka

Iemand in nood helpen

Een jonge moslim uit Bangladesh heeft in de metro van New York drie joden gered uit de handen van skinheads. Gisteren kreeg hij een medaille van de stad New York.
New York smult van dit prachtige kerstverhaal, waarin Walter Adler (23), zijn vriendin en beste vriend op vrijdagavond 7 december in de laatste wagon van de Q-train stapten. ’Gelukkig kerstfeest!’ riep een uitgelaten groep metro tegen de drie. ’Gelukkig Chanoeka’ riep Adler terug. ’Chanoeka! Toen hebben de joden Christus vermoord!’, schreeuwde een jongen in de metro. ’Vieze joden, vieze fucking joden’, riep hij en begon samen met negen vrienden Adler in elkaar te slaan. Toen die gehavend op de grond lag, richtten de skinheads zich op zijn vriendin.
Op dat moment besloot Hassan Askari, een 20-jarige student uit Bangladesh, zich ermee te bemoeien. ’Niemand in de wagon deed iets’, vertelt Adler. ’Totdat een onbekende magere jongen op stond en de klappen voor ons opheffing’. Terwijl de groep zich tegen Askari richtte, kon Adler aan de noodrem trekken. Askari zelf vindt al die aandacht wat beschamend. ’Ik deed gewoon wat mijn ouders mij geleerd hebben, een ander in nood helpen’.
(De Pers, 20 december 2007)

Goed omgaan met elkaar en met de schepping

Ik ontmoette mijn man toen ik nog maar een paar maanden studeerde. Het was ramadan en hij vastte. Ik ging mee naar zijn familie, heel aardige, zachtmoedige mensen. Niemand droeg een hoofddoek. En niemand van de kinderen hoefde mee naar de moskee. Alleen als ze het wilden, anders niet. Je kunt alleen geloven in vrijheid, wist mijn schoonvader. Hij was een ongeletterde maar wijze man. Het was dat gezin, dat mij inspireerde bij mijn moslim worden. Ik zag ook veel parallellen met het katholieke geloof. Maar wat mij aansprak, was dat je in de islam geen erfzonde hebt. Er is geen schuld die wordt afgekocht aan het kruis. Ik denk dat het christelijke geloof en de islam voor 80 procent gelijk zijn. We hebben veel meer gemeen dan we verschillen.
...
Mijn man en ik hebben onze kinderen opgevoed als moslims. Dat wil zeggen: we hebben hen laten zien hoe je goed omgaat met elkaar en met de schepping. En mijn man heeft ze leren bidden. Ze hoeven niet te bidden van ons, maar het mag wel. Je kunt er pas voor kiezen te bidden als je hebt geleerd hoe dat moet.
...
In het publieke debat wordt nu gezegd : de vrijheid van moslims kan alleen worden verdedigd als moslims de vrijheid van hun geloofscritici verdedigen. Nou, ik kan je verzekeren : er bestaan talloze moslimschrijvers met kritiek op hoe in veel landen de islam wordt gepraktiseerd. Kritiek is geen probleem. Je mag ook gerust kritiek hebben op islamitische machthebbers die religie misbruiken om hun volk te onderdrukken. Graag zelfs. En op geestelijken die mensen gijzelen in hun geboden en verboden. Dan doe ik mee.
Maar de huidige, venijnige uitspraken van politici en ex-moslims hebben niets met kritiek te maken. Het zijn niet eens onderbouwde meningen. Het is geroep in de ruimte. ... Kritiek moet gefundeerd zijn, gelijkwaardig en gericht op veranderbaar gedrag van mensen. Dan leren we van elkaar. Maar kritiek op dé islam zet geen zoden aan de dijk. En dat komt doordat dé islam niet bestaat. Mij wordt tegenwoordig vaak gevraagd waarom gematigde, liberale moslims als mijn man en ik niets van zich laten horen in het islamdebat. Dan zeg ik dat dit komt doordat in dit land de orthodoxe moslims als de ware moslims worden gezien. ... Een gelukkig, onopvallend gezin dat ook nog moslim is, past niet in het plaatje.
(Anja Lkoundi -in : NRC, 8 december 2007)

Maar wat mij aansprak, was dat je in de islam geen erfzonde hebt. Er is geen schuld die wordt afgekocht aan het kruis.     Net zoals dé islam niet bestaat, bestaat ook hét christendom niet. Het is inderdaad waar dat veel kerken de terechtstelling van Jezus interpreteren als een soort tegemoetkoming aan God voor de zonden die door de mensheid bedreven zijn, maar er bestaan binnen de christelijke wereld ook heel andere visies.
 
Je kunt er pas voor kiezen te bidden als je hebt geleerd hoe dat moet.   Vanuit islamitisch oogpunt is ’leren bidden’ logisch in verband met de voorgeschreven wijze waarop het rituele gebed, de salaat, moet worden uitgevoerd. In mijn niet-islamitische beleving bestaat er geen enkel voorschrift waarop het gebed verricht zou moeten worden. In mijn visie hoeft niemand te leren bidden. Iedereen kan het al van nature : Je richt je aandacht naar binnen, probeert te kijken naar wat er werkelijk diep in je leeft, en spreekt daarover een gevoel, een vraag of een intentie uit. Deze vraag richt je tot een onzichtbaar wezen. Dat kan God zijn, maar in niet-islamitische tradities is het ook mogelijk om je tot je voorouders, of tot heiligen te richten.
 
Maar de huidige, venijnige uitspraken van politici en ex-moslims hebben niets met kritiek te maken.     Hoe venijnig kritiek ook is, en hoe ongefundeerd die ook lijkt, kritiek moet je altijd serieus nemen. Je kent namelijk de achtergrond niet van degene die de kritiek uitspreekt. Mag een moslima die als kind hevige pijnen heeft moeten doorstaan toen ze besneden was, en later moest vluchten voor een gedwongen huwelijk dat zij niet wilde, geen ongezouten kritiek leveren op de islam ? Mag iemand die bijvoorbeeld door zijn werk keer op keer met gevallen van eerwraak geconfronteerd wordt, niet in heldere bewoordingen zijn afschuw over dergelijke praktijken onder woorden brengen ?
Het is misschien onaangenaam om kritiek op het geloof te horen, dat jij als waardevol beschouwt. Maar kritiek niet serieus nemen is een vorm van je ogen sluiten voor de kwalijke aspecten en uitwassen van je geloof. En dat is weer een vorm van niet-geloven, van ongeloof, van niet serieus met je eigen geloof omgaan.

Ik herinner me dat mijn moeder me een keer vroeg, dat ging in dialect : ”Ben je nou een moslim, meisje ?” ”Ja, mam.” ”Wat is dat dan precies ?” ”Nou, vooral dat ik niet meer geloof dat door de kruisiging mijn zonden zijn weggenomen. Jezus was toch ook maar een gewone man.” ”Ja, dat vind ik eigenlijk ook.” ”Nou mam, dan ben jij ook moslim.”
(Anja Lkoundi -in : NRC, 8 december 2007)

... Jezus was toch ook maar een gewone man.” ”Ja, dat vind ik eigenlijk ook.” ”Nou mam, dan ben jij ook moslim.”
    Het staat natuurlijk iedereen vrij om de essentie van wat hij/zij gelooft, te benoemen. Toch lijkt het mij toe dat de opvatting ”Als je gelooft dat Jezus een gewoon man is, ben je een moslim” de leer van de islam ontoelaatbaar versimpelt. De islam als religie staat voor veel meer, al staat niet precies vast wat dat is. Doorgaans wordt de islam geassocieerd met geloven dat er één God is, het erkennen van Mohammed als een profeet, en de koran beschouwen als een heilig boek met daarin de openbaring zoals die door Mohammed ontvangen is. Dat is toch echt heel wat meer dan geloven dat Jezus een gewone man was. Zoals Anja Lkoundi het formuleert, krijg ik het gevoel dat de islam wel erg versimpeld wordt voorgesteld.

Ik ben er meer malen op gestuit, dat waar moslims uitleggen wat de geloofsleer van het christendom zou zijn, een heel eenzijdig of vertekend beeld van het christendom wordt neergezet. Omdat hier wordt ingegaan op de positie van Jezus binnen het christendom, wil ik deze (voor de niet-kenners van het christendom) nader toelichten :
In de symboliek van het christendom wordt de titel ’Zoon van God’ niet letterlijk opgevat (zoals in bijvoorbeeld de Griekse mythologie, waarin allerlei goden en halfgoden figureren) , maar als een uitdrukkingswijze dat Jezus leefde volgens de bedoelingen van God, m.a.w. dat wie God is, tot uitdrukking kwam, zichtbaar werd, in het leven van Jezus.
Als je de evangeliën leest (dat zijn de levensbeschrijvingen van Jezus in de bijbel), dan blijkt daaruit dat Jezus’ tijdgenoten hem zagen als een gewoon mens (Mattheüs 13:55) . Door zijn indrukwekkende redevoeringen en doordat hij allerlei ziekten kon genezen, begonnen velen te onderkennen dat hij een bijzonder iemand was. Sommigen begonnen hem als profeet te zien (Mattheüs 16: 14, Marcus 8: 28). Toen één van zijn leerlingen hem de titel ’Zoon van God’ toedichtte, verbood hij hen in die termen over hem in het openbaar te praten (Mattheüs 16: 20, Marcus 8: 29, 30). Ik zie dat verbod als een teken dat Jezus wilde dat hij op geen enkele manier op een voetstuk geplaatst wilde worden. Mensen mochten best onderkennen dat hij iets bijzonders was (Mattheüs 13: 28), maar hijzelf wilde daar geen speciale status aan ontlenen, en wilde gewoon mens onder de mensen kunnen zijn (Mattheüs 10: 11, Mattheüs 20 : 25-28 ). In het proces dat aan zijn terechtstelling voorafging, werd aan Jezus zelf gevraagd ”Zeg ons of u de messias bent, de Zoon van God”. Jezus antwoordde: ”U zegt het. ...” (Mattheüs 26: 63,63). Ik heb dat indirecte antwoord ”U zegt het” altijd opgevat als ”als je dat wilt, kun je in die termen over mij praten”. Met andere woorden : ”Als je de titel ’Zoon van God’ als symbolische uitdrukking de juiste betekenis weet te geven, kun je mij als zodanig zien”. In de terminologie van het christendom is ieder mens een ’kind van God’. Wanneer iemand leeft vanuit liefde, gaat iemand de begeleiding van God of Gods geestenwereld ervaren. Dat voelt alsof God hem accepteert als ware hij of zij Gods zoon of dochter . Deze ervaring wordt in symbolische taal verwoord in Mattheüs 3:17 waarin uit de hemel een stem klonk die over Jezus sprak : ”Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde”.
Christenen interpreteren de aanduiding voor Jezus als ”Zoon van God” in die zin dat hij voor hen de allergrootste religieuze leraar is geweest die ooit geleefd heeft.

 
”Nou, vooral dat ik niet meer geloof dat door de kruisiging mijn zonden zijn weggenomen. ...     Er bestaat een waaier aan verschillende opvattingen binnen het christendom. Inderdaad komt binnen veel kerkgenootschappen de opvatting voor dat Jezus door zijn dood aan het kruis vergeving van zonden mogelijk heeft gemaakt. Maar dit is slechts één van de vele theorieën die ontwikkeld zijn in de zoektocht naar het waarom van Jezus’ kruisdood.

Geweld als voorbeeld

In onze schoolboeken stond een bekend verhaal : Mohammed onthoofdde in één nacht 800 joden en sliep vervolgens met een joodse vrouw nadat hij haar vader, broeder en man had vermoord. ... Wat is de morele les die we onze kinderen vertellen door hen te dwingen om dit soort levensbeschrijvingen te lezen ?
(Wafa Sultan, in ’De islam is het probleem, niet de interpretatie’ in : De Pers, 10 october 2007)

Aan het woord is Wafa Sultan, en in Syrië geboren en getogen psychiater, die naar de Verenigde Staten is geëmigreerd. Zij waarschuwt tegen de gevaren van de islam. Hieronder volgen uitspraken van haar uit een interview in dagblad De Pers (in een iets andere volgorde dan ze in het interview voorkwamen) :

Als je met gematigd bedoelt dat mensen weigeren zich met terroristische acties in te laten, dan is de meerderheid van de moslims gematigd. Maar als je met gematigd mensen bedoelt die geen terrorisme plegen én ook actie ondernemen om het te stoppen, dan slinkt die meerderheid snel en wordt het een heel kleine minderheid. ... En ik geloof dat diegenen die zich gematigd noemen, vooral de niet-Arabische moslims, niet veel over de islam weten. ... Als moslims teruggaan naar hun roots, zien ze de Koran en het leven van Mohammed. Bent u bekend met het leven van Mohammed ? Het is één groot trauma ! Het is werkelijk schokkend. ... Het probleem is dat de Koran duidelijk zegt dat Mohammed een rolmodel voor iedere moslim moet zijn en geloof het of niet : Mohammed is sindsdien een rolmodel geweest. Je mag hem niet bekritiseren, maar dient in zijn voetsporen te treden. ... Vroeger riep ik dat de westerse regeringen meer druk op de islamitische regeringen moesten uitoefenen om hun schoolboeken te veranderen, omdat die bol staan van haatdragende teksten. ... Van jongsaf aan worden we (de moslims) gehersenspoeld over onze missie op aarde : vechten voor de islam. ... Het is een politieke ideologie die haat verkondigt. ... (Er is iets fundamenteel mis met de islam.) Het is je missie als moslim op aarde om de islam met het zwaard te verspreiden : moslims worden gehersenspoeld en denken dat de islam ooit de hele wereld gaat veroveren. En hun missie is omdat proces te bespoedigen. ... Als slechts twee procent van de moslims radicaliseert, zal de hele wereld een crisis beleven. ... Moslims zijn in het Westen om de islam te verspreiden en om de westerse constitutie te vervangen door de islamitische sharia (wetgeving). ... Het Westen snapt de mindset van de moslims niet. Je kunt bijvoorbeeld niet tegelijkertijd Nederlander én moslim zijn, omdat de Nederlandse regering geen islamitische regering is. Een moslim mag zo iemand niet boven zich dulden. Dat mag niet van de islam. ... Ik ben niet van plan het Westen tegen de moslims op te zetten. Moslims zijn immers mijn volk, mijn familie. Ik kan toch niemand opzetten tegen mijn moeder, broers en zussen ?! Maar je kunt het probleem niet bestrijden als je de echte oorzaak niet onder ogen ziet. Laat je niet misleiden door moslims die zeggen dat de islam een boodschap van vrede is. ... Óf ze misleiden ... óf ze weten weinig over de islam. U bent waarschijnlijk bekend met het principe van ’Al Takiyya’. Het betekent dat moslims mogen misleiden en liegen om hun doel te bereiken. ... Maar u kent de islamitische wereld : je mag geen kritiek leveren of ruimte voor twijfel overlaten. ... (Moslims) kennen de vrijheid niet om te kiezen.
(Wafa Sultan, in ’De islam is het probleem, niet de interpretatie’ in : De Pers, 10 october 2007)

De hierboven geciteerde personen laten grote verschillen zien in interpretaties van de islam. Hassan Askari laat zien dat sommige moslims hun godsdienst interpreteren als ”iemand in nood helpen”, en dit ook daadwerkelijk in praktijk brengen. Anja Lkoundi vertelt dat de islam die zij heeft leren kennen, geen kwade intentie heeft, en de godsdienst is van gewone mensen die op een prettige manier met hun buren willen omgaan. Wafa Sultan waarschuwt ervoor dat er binnen de islam een gevaarlijke en intolerante stroming bestaat die uit is op macht. Om die macht te grijpen, zijn alle middelen geoorloofd.

Het is belangrijk om je te realiseren dat al deze verhalen kloppen. De islam is niet alleen een vredelievende en tolerante en godsdienst, maar ook een uiterst oorlogszuchtige en intolerante godsdienst. De islam is dat beide tegelijk. Dat mag tegenstrijdig klinken, maar de islam wordt door haar belijders verschillend geïnterpreteerd. Iedereen die zich in de islam verdiept, komt beide ”gezichten” van de islam tegen.
Als ik af mag gaan op wat ik in het dagelijks leven meemaak, schat ik in dat verreweg de meeste moslims gewone mensen zijn, die een prettig leven willen leiden, en gezellig met hun medemensen om willen gaan. Daarentegen berichten de media voortdurend over misstanden : achterstelling van vrouwen, eerwraak, discriminatie van homo’s, etc. etc..

Mijn mening

Van beide ”gezichten” van de islam, de vredelievende en de aggressieve, moet men zich bewust blijven. Enerzijds kan er niet genoeg gewaarschuwd worden tegen agressieve en onredelijke ideologieën binnen de islam, anderzijds moet je je ook realiseren dat veel moslims ook willen dat hun godsdienst gezuiverd wordt van alle onwaarheden die er ingeslopen zijn.

Commentaar op uitspraken van Wafa Sultan

Op een aantal uitspraken van Wafa Sultan wil ik hieronder ingaan :

Mohammed onthoofdde in één nacht 800 joden en sliep vervolgens met een joodse vrouw nadat hij haar vader, broeder en man had vermoord.     Uit berichten in kranten weten we dat moordpartijen en massale verkrachting vaak onderdeel vormen van oorlogspraktijken om bevolkingsgroepen te decimeren en te vernederen. Uit getuigenissen van mensen die dit meegemaakt hebben weten we hoe ongelooflijk veel leed deze praktijken veroorzaken. Ik hoop voor Mohammed dat het verhaal niet op waarheid berust, want het maakt hem tot een mens die anderen gebruikt voor eigen genoegens zonder bereidheid tot enig inlevingsvermogen.
Bent u bekend met het leven van Mohammed ? Het is één groot trauma ! Het is werkelijk schokkend.     Op deze homepage staat een beschrijving van het leven van Mohammed. Deze levensbeschrijving bevat inderdaad schokkende gebeurtenissen : het uitmoorden van een joodse clan die zich niet kon vinden in de maatregelen van Mohammed , het laten vermoorden van politieke tegenstanders , de toestemming (van God) om zich te verdedigen en daarbij geweld te gebruiken laten escaleren door een ”de aanval is de beste verdediging”-redenering , een krijgsgevangene martelen om wraak te nemen en zich bovendien meester te maken van zijn eigendommen , een huwelijk aangaan met een meisje van 9 jaar oud, dat aan hem uitgehuwelijkt was , krijgsgevangen vrouwen onder zekere bedreiging ten huwelijk vragen , een als oorlogsbuit gevangen vrouw als slavin in zijn huishouden opnemen, en een slavin als cadeau accepteren en met haar gemeenschap hebben .
Als je als moslim vertrouwd bent met deze verhalen, valt je misschien niet op hoe gruwelijk deze verhalen zijn. Maar als je, zoals ik, opgevoed bent met een religie die liefde als uitgangspunt heeft, en oproept ook je vijanden lief te hebben, en er alles aan te doen om geweldsspiralen te doorbreken , wekken deze verhalen weerzin.
Laat je niet misleiden door moslims die zeggen dat de islam een boodschap van vrede is. ... Óf ze misleiden ... óf ze weten weinig over de islam.     De meeste moslims willen hun godsdienst beleven als een godsdienst van vrede; daar ga ik tenminste van uit. Een eenvoudig statement in die richting moet serieus worden genomen, net zoals ieder mens van goede wil serieus genomen moet worden.
Elke religie kent valkuilen en in elke religie zijn onwaarheden geslopen. Als je jezelf gaat wijsmaken, dat dat niet het geval zou zijn, bega je een vergissing. Een onderdeel van een serieus belijden van een religie, is dat je op zoek gaat naar de fouten en onwaarheden in je eigen religie.
De zinsnede ”laat je niet misleiden ...” betekent niet ”neem de ander niet serieus ...”. Als de oproep ”laat je niet misleiden ...” voor jou zoiets betekent als ”houdt er ook rekening mee dat er ook moslims zijn die hun religie vanuit haat of machtswellust beleven, en wees daarom oplettend”, houdt de oproep van Wafa Sultan serieus met religie bezig te zijn, en niet gemakzuchtig de ogen te sluiten voor misstanden.

Controversiële onderwerpen

Zoals hierboven beschreven, lijkt het erop dat de islam twee ”gezichten” heeft, een vredelievende en een aggressieve.

De vredelievende kant wordt vormgegeven door de gelovigen die zich in de privé-sfeer naar eigen inzicht aan de regels van de islam houden, en verder op een vredelievende manier aan de maatschappij willen deelnemen, en niet-moslims respecteren als elk ander mens.

De aggressieve kant komt tot uiting in allerlei vormen van dwang, vaak verholen, soms flagrant zichtbaar. Waarom is het zo belangrijk om op deze negatieve kanten van de islam in te gaan ? Wafa Sultan geeft hierboven het antwoord :

Je kunt het probleem niet bestrijden als je de echte oorzaak niet onder ogen ziet.

Het kan zijn dat je het niet leuk vindt om keer op keer te moeten aanhoren dat er misstanden bestaan in jouw godsdienst. Anja Lkoundi doet dat, als ze zegt :

Maar de huidige, venijnige uitspraken van politici en ex-moslims hebben niets met kritiek te maken. Het zijn niet eens onderbouwde meningen. Het is geroep in de ruimte.

Een onderdeel van het islam-debat, is dat allerlei ongenuanceerde beweringen worden uitgekraamd. Dat gebeurt door zowel moslims als niet-moslims. Dat kun je vervelend vinden, maar om gehoord te worden gaan mensen ertoe over hun standpunt uiteen te zetten in bewoordingen die nogal cru zijn.
Ik wil erop wijzen, dat het heel moeilijk is om genuanceerd te zijn. Hoewel ik het probeer, valt het mij moeilijk om echt genuanceerd te zijn. Op deze website probeer ik zowel moslims als niet-moslims aan het woord te laten komen, probeer ik verschillende standpunten naast elkaar te zetten, maar toch heb ik vaak het gevoel dat ik nog informatie mis. Als het mijzelf al zo zwaar valt om genuanceerd te zijn, moet ik het dan eisen van mijn omgeving ?

Mijn mening

Het islam-debat moet gevoerd worden, om onbegrip tussen verschillende bevolkingsgroepen weg te nemen. Een onderdeel daarvan is dat er minder leuke discussies kunnen ontstaan. Dat is niet erg.

Ik heb kritiek op de godsdienst waarmee ik ben opgevoed meestal buitengewoon gewaardeerd, ook als deze kant nog wal raakte. Het vertelde mij hoe anderen aankeken tegen de levensbeschouwing die ik als vanzelfsprekend beschouwde. Soms was de kritiek terecht, en stelde de kritiek mij in staat mijn opvattingen aan te passen. Soms was de kritiek gewoon grote onzin. Op zich is onterechte kritiek niet erg. Je kunt het proberen te weerleggen en soms merk je dat dat geen zin heeft : soms is men gewoon bang voor een fantoom dat niet bestaat. Maar soms verschillen mensen simpelweg van mening, en daar is verder niets mis mee.

Controversiële onderwerpen

Hieronder volgt een opsomming van controversiële onderwerpen die in het islam-debat van tijd tot tijd aan de orde worden gesteld :

Wat opvalt is dat bovenstaande lijst van controversiële onderwerpen zo lang is. Het is misschien geen prettige constatering, maar het komt mij voor dat een serieus gesprek over de islam niet om deze onderwerpen heen kan. De islam komt te vaak in het nieuws met controversiële onderwerpen als achtergrond.
Wat telt is vanuit welke motivatie een gesprek over heikele punten wordt gevoerd. Is men uit op het eigen gelijk, of is men erop uit de ander beter te begrijpen, en misverstanden uit de weg te ruimen.

De kloof overbruggen

Elkaar accepteren is een teken van spirituele ontwikkeling

... Er is een overtuiging dat om jezelf te zijn, als individu of als groep, je een ander individu moet domineren of onderdukken. Elke groep denkt de totale waarheid te hebben en claimt het recht om eigenaar te zijn van de ultieme spirituele kennis. Elke groep wil gelijk hebben met betrekking tot zijn normen en waarden. Ik wil hierbij duidelijk maken dat alle groepen uit verschillende culturen, religies en rassen hun eigen bestaansrecht hebben. En dat het een teken van ware spirituele ontwikkeling is om de ander te accepteren en ieder in zijn waarde te laten. Op een moment dat een groep een andere groep wil domineren, ontstaat er onzekerheid en angst. De aandacht is dan meer op de andere groep gericht dan op zichzelf. Men beschuldigt de andere groep van alle eigen problemen, het onvermogen en het gebrek aan vervulling. Men raakt het zelfvertrouwen en ook het contact met de eigen ware essentie kwijt. Men raakt het contact met het eigen hart kwijt. Alleen vanuit het eigen hart kan vervulling of ontplooiing gevonden worden. Niet door een andere groep aan te vallen of er bang voor te zijn. Integendeel. Als jullie het contact met jullie hart houden, zullen jullie van binnenuit in staat zijn om een eigen oplossing te vinden voor jullie eigen dilemma’s. Alleen zo zijn jullie in staat om je bewust te worden van jullie eigen Goddelijkheid. Alleen zo zijn jullie in staat jullie eigen boodschap, jullie eigen unieke missie in de wereld te manifesteren. Op die manier zullen jullie vervulling vinden.
Sommige groepen hebben de illusie dat ze door het ontkennen en uitroeien van anderen tot zelfverwezelijking zullen komen. Dat is echter niet mogelijk. Jullie hebben als mensheid de taak om met elkaar in vrede te leren leven. Je kunt individuen of groepen niet uitbannen; mocht je ze doden, dan zullen ze altijd in je bewustzijn aanwezig blijven. Je kunt ook niet een vreedzame en liefdevolle maatschappij realiseren op basis van pijn en verdriet van anderen.

Elkaar bestaansrecht gunnen

... Ik roep jullie op tot verbroedering. Ik nodig jullie uit om elkaar te verkennen, om jullie angsten voor elkaar aan de kant te zetten. Elkaar bestaansrecht te gunnen. Dialoog is hierbij onmisbaar om elkaar dieper te leren kennen. Als jullie elkaars intenties onderzoeken zullen jullie merken dat jullie uiteindelijk allemaal op zoek zijn naar dezelfde dingen, namelijk liefde, verbinding, waardering, acceptatie en bestaansrecht.
Dat elke groep op een andere manier daarnaar op zoek is, vormt een deel van de menselijke zoektocht. De verschillen die tussen jullie bestaan kunnen als een bron van inspiratie fungeren en kunnen jullie verder brengen in het openen van jullie hart en van het leren accepteren dat anderen anders zijn dan jij en dat hun pad anders is dan jouw pad. Jullie hoeven niet meer de strijd aan te gaan met elkaar om elkaars normen en waarden te weerleggen. Er is ruimte genoeg op Aarde voor elke groep om zijn eigen ervaringen door te maken en die van de ander te respecteren. Mochten onderlinge grenzen bespreekbaar moeten worden, doe dit dan vanuit respect en liefde en vanuit de veronderstelling dat jullie één grote familie zijn en kinderen van dezelfde vader en moeder. Jullie zijn allemaal uit de baarmoeder van Moeder Aarde gekomen, bezield met de Goddelijke vonk. Jullie zijn allemaal Goddelijk. En jullie eigen specifieke kwaliteiten weerspiegelen verschillende aspecten van het Goddelijke die zo op Aarde manifest zijn.

Elkaars vieringen bezoeken en delen

... Een suggestie om elkaar beter te leren kennen is elkaars vieringen te bezoeken en te delen. Als een bepaalde groep een spiritueel feest viert, kan men mensen van andere godsdiensten en culturen uitnodigen om contact te maken met de intentie waarom dat feest gevierd wordt. De gasten kunnen die intentie vergelijken met de achtergronden van hun eigen vieringen en jullie zouden vervolgens de overeenkomsten kunnen delen en gezamenlijk vieren. Op die manier kunnen nieuwe tradities uit oude tradities geboren worden. Waardoor meer vieringen kunnen ontstaan uit een gezamenlijk gewaardeerde essentie of kwaliteit.

(Openbaring 14, van Jezus, in : Gabriela en Reint Gaastra-Levin, Over de Goddelijkheid van de mens, Deel III, Openbaringen van Maria, Jezus en Maria Magdalena)

Merken jullie dat er in Delft iets van, dat de kloof tussen moslims en niet-moslims groter wordt ?
    Imam Mahmut Arcaklioglu (van de Sultan Ahmet Moskee in Delft) : Nee, We werken ook samen met de Vierhovenkerk en de Adelbertkerk. Vorig jaar hebben we samen met deze twee Delftse kerken de Vredesloop gedaan. Onderling gaan we goed met elkaar om. Het zijn meer de mensen die ons niet goed kennen die wat tegen ons hebben. Met de mensen die ons wèl kennen , kunnen we prima door één deur.
...
Willen jullie verder nog iets kwijt ?
    We stammen allemaal af van Adam en in die zin zijn we broeders. Dat moeten we naar elkaar toe ook uitstralen. De Open Dag hier is een goede gelegenheid om te laten zien dat we als broeders liefdevol naast elkaar kunnen leven. Eén dag in het jaar is dat een formele dag, maar de deuren staan hier altijd open voor iedereen. We verwelkomen iedereen in liefde en harmonie.
(Tien vragen aan Mahmut Arcaklioglu en Hasan Karadirek, in : Delft op Zondag, 22 juni 2008)

Godsdiensten zijn complementair

... De manier waarop mensen in deze tijd met godsdiensten omgaan, is voor een deel in strijd met de essentie die de verschillende spirituele meesters hebben willen neerzetten. Elke spirituele richting is gebaseerd op liefde en respect voor elkaar en bevordert het overstijgen van het individuele ego naar een meer individuele verbinding met alles wat bestaat. Als mensen het persoonlijke ego gebruiken om andere vormen van godsdienst aan te vallen, dan wordt iets heel essentieels in het hart beschadigd, voornamelijk in het hart van de aanvaller. Het is echter tijd om wakker te worden, oude gewoonten los te laten en de behoefte om te domineren op te geven en vanuit vertrouwen in liefde te handelen. Als jullie denken of voelen dat jullie voor je geloof moeten moorden, dan hebben jullie geen vertrouwen in God, sluiten jullie je af van het Goddelijke en vervallen in machteloosheid. Dat is een belangrijke kern van de conflicten in deze wereld op dit moment en in het verleden. We doen een oproep aan de hele mensheid om een serieuze beslissing te nemen om op spiritueel niveau samen te gaan werken. Denken jullie misschien ... dat Mohammed, Jezus, Boeddha en Mozes in strijd met elkaar kunnen zijn ? Denken jullie misschien dat elke godsdienst en elke meester het over een verschillende God hebben ? Als iemand dat denkt of voelt, is dat slechts een projectie van jullie innerlijke egostrijd en jullie aanhechting aan het slachtoffer- en daderpatroon.
De spirituele meesters hebben allemaal op een liefdevolle en bewuste manier de mensheid begeleid op het ontdekkingspad naar de innerlijke Goddelijke essentie en ieder van ons heeft een boodschap en een methode toegepast die op dat moment van jullie ontwikkeling, op die plaats op Aarde het meest geschikt was. We hebben het terrein voor jullie volgende spirituele stap voorbereid. Als voorbeeld : toen Jezus op Aarde kwam hadden Jodendom, Boeddhisme, Hindoeïsme en Taoïsme een basis gecreëerd voor de komst van de Christusenergie. Toen de profeet Mohammed kwam, was er ook door het jodendom en christendom een voorbereiding getroffen. Zoals jullie zien, functioneren wij uit eenheid en het is tijd voor jullie om dat ook te doen. De ene godsdienst is even veel waard als de ander; alle onderdelen samen vormen de waarheid.

(Openbaring 21, van Maria, Jezus en Maria Magdalena, in : Gabriela en Reint Gaastra-Levin, Over de Goddelijkheid van de mens, Openbaringen van Maria, Jezus en Maria Magdalena)

We zijn op een moment aanbeland op Aarde waarop het noodzakelijk is bruggen te slaan tussen de verschillende religies en culturen. Momenteel is er nog sprake van een houding van de diverse culturen en religieuze groeperingen om zich fanatiek van elkaar te onderscheiden. Elke groep is bang om de eigen identiteit te verliezen en zich ondergeschikt te moeten maken aan een andere groep. De groepen die angsten voelen voor andere gemeenschappen keuren in feite deze anderen af. De groepen die afgekeurd worden, laten echter degenen die afkeuren iets over henzelf zien. Wat ze bij de ander dan over zichzelf zien, ervaren ze als een bedreiging.
Niet alle groepen hebben moeite met andere groeperingen, maar er worden in de loop van de geschiedenis van de mensheid verschillende aspecten die te maken hebben met waarden en normen uitgewerkt door de verschillende groepen. Er zijn twee culturen die op dit moment in een enigszins conflictueuze situatie met elkaar verkeren, namelijk de christelijke cultuur en de islamitische cultuur. Zonder dat ik een oordeel geef, kan ik zeggen dat hun grote verschillen liggen op het gebied van de positie van de vrouw en de houding ten opzichte van seksualiteit. Bepaalde moslimgroeperingen laten de christelijke culturen zien hoe zij zelf in het verleden hun vrouwen hebben behandeld. En de angst voor seksualiteit die sommige islamitische groepen nu nog tentoonspreiden laat de christelijke cultuur zien en voelen hoe deze nog kort geleden zelf bang was voor seksualiteit en voor het vrouwelijke in het bijzonder. De westerse wereld schrikt van het stenigen en van tendentieuze rechtszaken tegen vrouwen in bepaalde islamitische landen, maar een paar honderd jaar geleden gebeurde precies hetzelfde in de christelijke cultuur, bijvoorbeeld door de inquisitie en het verbranden van zogenaamde heksen. In andere delen van de islamitische wereld is op dit moment een actieve zoektocht naar een nieuw evenwicht tussen man en vrouw gaande. Het samenleven met andere culturen, zoals met de christelijke cultuur, stimuleert dit proces. Sommige moslims zijn bezig met het integreren van een meer gelijkwaardige relatie tussen vrouw en man binnen hun eigen waarden- en normenstelsel. Een verdergaande communicatie en uitwisseling tussen islamieten en christenen levert een belangrijke bijdrage aan het vredesproces en aan de verder ontwikkeling van beide culturen.
...
De christelijke cultuur heeft zich voor een belangrijk deel al kunnen openen voor het vrouwelijke, voornamelijk na de Tweede Wereldoorlog waarin de vernietigende kracht van de mannelijke energie heeft laten zien dat dit niet alleen zijn weg kon vinden en de vrouwelijke energie nodig had voor het evenwicht.
...
Het herstellen van het evenwicht tussen de seksen is een essentiële voorwaarde voor de spirituele ontwikkeling in het derde millennium. Het is de taak van elke cultuur, van elke religieuze groep om in het creëren van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw de eigen weg te zoeken. De verschillende culturen en religieuze groeperingen kunnen van elkaar leren en profiteren van elkaars ervaringen. Het nieuwe evenwicht is nodig voor verder leven op Aarde, voor het herstellen van de relatie tussen mens en natuur en voor een meer verantwoord en beter onderling verdeeld gebruik van de Aardse voedings- en energiebronnen.
(Openbaring 10, van Maria, in : Gabriela en Reint Gaastra-Levin, Over de Goddelijkheid van de mens, Deel II, Openbaringen van Maria, Jezus en Maria Magdalena)

Aanknopingspunten voor discussie

Een boek dat op een open en eerlijke manier beschrijft hoe het is om moslim te zijn, is ”On being a muslim” van Farid Esack. Van de boeken over de islam die ik heb gelezen, is dit er één die een goede basis zou kunnen zijn voor een discussie met niet-moslims. Wellicht heeft dat te maken met het feit dat Farid Esack behoort tot de kleine islamitische minderheid in Zuid-Afrika. Een fragment :

Eens kwam een metgezel van de de Profeet (Vrede zij met hem) naar hem toe en klaagde over pijn in zijn maag. De Profeet adviseerde hem wat honing te eten, omdat de koran zegt dat daarin een geneesmiddel tegen alle kwalen is. Een week of twee later vroeg de Profeet hem hoe het met zijn maag gesteld was en de metgezel antwoordde dat hij nog steeds maagpijn had. De Profeet zou gezegd hebben : ”Allah heeft de waarheid gesproken en je maag heeft gelogen”.
Laat mij dit verhaal in verband brengen met een waar gebeurd persoonlijk verhaal. Het leven was zwaar in Bonteheuvel waar we woonden als slachtoffers van de Groepsgebiedenwet (één van de Apartheidswetten). Gedurende vele wintermaanden gingen mijn broer en ik blootsvoets naar school. Vaak hadden we thuis niets te eten en gingen we als laatste redmiddel op zoek naar weggegooide appelklokhuizen en dergelijke in de straatgoten. Mevrouw Ellen Batista (Moge Allah haar genadig zijn), een vrome katholieke dame, was de steun en toeverlaat voor mijn moeder gedurende deze moeilijke jaren. Het draadhek, dat onze tuinen scheidde, was niet te hoog, en via een behendige klimpartij konden zowel mevrouw Batista en mijn moeder over het hek van gedachte wisselen. Toen hun leeftijd hen dat onmogelijk maakte moesten ze naar het hek lopen en riepen dan op hun speciale manier ”Joehoe-oe-oe!”. De ander kwam dan naar het hek en meldde zich ’present’. Soms was een ’kopje suiker’ nodig, andere keren ging het om een beetje visolie en twee rand ’tot vrijdag’ of een praatje. (Toen we uit Bonteheuvel verhuisd waren en enkele jaren nadat mijn moeder overleden was, sloop één van ons, kort voor het Id-feest, onze voormalige tuin in, en liet de vertrouwde roep vanuit het donker klinken. Toen we mevrouw Batista enkele dagen later ter gelegenheid van Id een bezoek brachten, vertelde ze dat ze een paar nachten eerder de roep van mijn moeder had gehoord. Zij wist dat dit het voorteken was dat we haar zouden komen bezoeken.)
Dit was hoe het was, onze realiteit, onze pijn en vreugde. Laten we zeggen dat dit onze maag was.
Anderzijds was er de Koran,die zegt dat moslims geen vriendschap mogen sluiten met niet-moslims, de christenen en de joden en dat zij uiteindelijk allemaal in de hel zullen belanden. Wat moet ik nu doen ? Als moslim, kan ik niet zeggen dat de Koran niet de waarheid spreekt. Zeg ik nu dat ons lijden en onze armoede aan de ene kant, en de hulp en vriendschap van mevrouw Batista aan de andere kant, niet reëel zijn ? (Liegt mijn maag ?) Nu mogen veel ziekten ingebeeld zijn, maar armoede en honger zijn dat voor hen die dat meegemaakt hebben, zeker niet. Mensen sterven erdoor. Kunnen wij ons voordeel blijven doen met de hulp van mevrouw Batista en toch in ons hart geloven dat het beste wat haar in het hiernamaals ten deel zou kunnen vallen is dat ze bediende wordt van moslims in het paradijs ? Veel mensen kunnen leven met het idee van een God die zo onrechtvaardig is. Ik kan het niet.
Er zijn twee andere manieren om hier uit te komen. De populairste en makkelijkste is om de Koran te negeren en door te gaan alsof de Koran niets te zeggen heeft in deze situatie. Laat de honing voor wat die is en ga naar een dokter. De andere manier om eruit te komen is veel moeilijker, vereist een hoop werk, en betekent bovenal dat je Allah en de Koran serieus neemt. Het betekent dat je opnieuw nadenkt over de betekenis van de koran en dat je probeert uit te vinden wat de specifieke tekst betekent in jouw situatie. Wat betekende die in de tijd van de Profeet ? Wanneer werd het geopenbaard ? Over wie werd het geopenbaard ? Tot wie was de openbaring gericht ? Wat betekenen de woorden islam (onderwerping aan de wil van Allah), iman (geloof, vertrouwen), kufr (verwerping, ongeloof) en vriendschap in de Koran (in het geval van mevrouw Batista)  ? Wat betekenden ze voor de islam ? Hadden ze betrekking op een specifiek situatie, of op een algemene situatie ? Is Allah geïnteresseerd in labels die je ergens op plakt, of in daden ? Als jouw antwoord ’labels’ is, wat zegt dat dan over jou, dat je opvatting over God zo kleingeestig is ?
Stel dat ik mijn gehoor twee blikjes aanbied. De ene bevat rotzooi, de ander bevat een lekkernij. Op het blikje met de rotzooi staat ’lekkernij’, terwijl die waarop ’rotzooi’ staat een lekkernij bevat. Welk blikje heeft meer waarde voor degenen in mijn gehoor die in staat zijn voorbij de labels te kijken ? ...
Dit mag allemaal vrij ingewikkeld zijn. Echter, niemand heeft het recht om anderen te veroordelen die vastbesloten zijn om eerlijk te zijn tegenover zowel maagpijn als tegenover de Koran, alleen maar omdat men niet de tijd heeft of geneigd is om alles door te denken, om het onderzoekswerk te doen, om de Koran te bestuderen, Arabisch, het leven van de Profeet, en ziekte. Loop bij de vragen vandaan, als je wilt, maar doe dat in stilte, en met respect voor diegenen die de moed hebben om de worsteling aan te gaan.
...
De theologische zoektocht naar een plaats voor mevrouw Batista onder de schaduw van Allah komt ... niet voort vanuit een pervers gevoel om traditionele exclusivistische opvattingen van moslims over geloof en wie er tot de kudde behoren, te beschimpen. Het is eerder een strijd om een wereld te creëren waarin mensen naar hun daden worden beoordeeld en niet naar ethnische, religieuze of sexuele labels : kortom, een wereld van rechtvaardigheid.
(uit : Farid Esack, On being a muslim)

Een ander fragment :

Enige jaren geleden nam ik deel aan ik de jaarlijkse zomerschool van het Centrum voor Islam en Moslim-Christen-relaties in Birmingham, waar gewoonlijk sprekers uit de twee tradities voordrachten houden over vergelijkbare onderwerpen. Een Moslim-spreker behandelde de ongunstige situatie van moslims in het Verenigd Koninkrijk en een christen die van christenen in Pakistan. Terwijl de christenen de kritiek van de moslims aanvaardden, was die openheid helaas niet wederzijds. Omdat ik acht jaar in Pakistan gewoond had en daar veelvuldig contact had gehad met christenen, verdedigde ik de stellingname van de christenen. Ik wees erop dat de christelijke spreker de sociale onderdrukking op zijn minst veel minder erg voorstelde dan die in werkelijkheid was.
Tot dan toe was ik altijd voorgegaan in het formele gebed (de salah) voor de aanwezige moslims. Toen die sessie was afgelopen en we naar de gebedsruimte liepen, hoorde ik dat twee van de andere deelnemers elkaar aanzetten om in het gebed voor te gaan, ondanks mijn aanwezigheid. Onmiddellijk na de gebeden maakten ze zich allemaal haastig uit de voeten en lieten mij alleen achter. Veel later stapte ik op een mede-imam af, die ook Pakistaan was, die altijd op mij overgekomen was als een tamelijk evenwichtig iemand, en wilde ik weten wat ik fout gedaan had. ”Jij weet toch zeker”, zei ik, ”dat ik de waarheid sprak, is het niet ? Wat deed ik dan, dat ik deze boycot zou verdienen ?” ”Je hebt wel gelijk”, zei hij, ”maar je had datgene wat je zei niet mogen zeggen toen zij erbij waren!”
De onderliggende aanname in deze defensieve houding is dat de ander de vijand is en dat we hier in de eerste plaats zijn om onszelf te verdedigen en ten tweede dat we hopelijk iemand aan onze zijde kunnen krijgen. Het is nu eenmaal niet moeilijk om de ander als vijand te zien. Wij zijn niet louter individuen, maar dragen onze geschiedenis met ons mee en moslims leven nog steeds met de eeuwenlange foutieve weergave van de Islam, met de geheime verstandhouding tussen kolonialisme en zogenaamd objectieve wetenschap om de Islam en de Koran te reduceren tot verzinsels afkomstig uit de verbeelding van een aansprekend iemand die maar deed alsof. En dan is er onze ervaring dat we deel uitmaakten van de gekolonialiseerde wereld die werd uitgebuit door het Westen, die haar cultuur als normatief beschouwt en al het andere als afwijkend van normaal.
Voor moslims is de ervaring met het kolonialisme met al zijn onderliggende aannamen van superioriteit van de Westerse culturele en religieuze normen niet louter historische bagage. Er zijn zoveel mensen in het Westen van vandaag die zich er tegen verzetten dat moslim-vrouwen op school een hoofddoek dragen, terwijl Westerlingen nooit op het idee kwamen lendedoeken te gaan dragen toen ze naar Afrika kwamen. Deze strijd duurt nog steeds voort en vele machten hebben de Islam als vijand geïdentificeerd. Gegeven de materialistische waarden, de afwezigheid van politieke moraal en de chauvinistische arrogantie van het triomfalistisch ingestelde kapitalisme, zou ik het mij teleurgestellen als de Islam door deze machten niet als vijand gezien zou worden.
Echter, de angst voor de islam bij de gewone man en vrouw baart mij zorgen. Hun vooroordelen en angsten zijn gewoonlijk ook gebaseerd op onbekendheid met. En waar die gebaseerd zijn op bekende zaken, dan zijn het de wetenswaardigheden die verspreid zijn door de massamedia, die het eigendom zijn van en gecontroleerd worden door mensen met macht. Terwijl de daklozen hun angsten en vooroordelen hebben, hebben de machtigen in het Westen de economische en militaire macht om hun angst en vooroordeel om te zetten in krachtige vernietigingswapens ’om zich te verdedigen’.
Voor ons, mensen die zich inzetten voor het meest edele in ons religieuze erfgoed gaat de vraag echter niet louter of wijzelf zullen overleven. Vandaag de dag hangt onze overleving af van het overleven van de ander, net zo als het voortbestaan van het menselijk ras afhangt van het voortbestaan van het ecosysteem.
(uit : Farid Esack, On being a muslim)

Farid Esack geeft duidelijk aan niet-moslims als serieuze gesprekspartners te beschouwen. Voorwaarde voor een goed gesprek is dat betrokkenen elkaar werkelijk serieus nemen, ongegronde angsten over en weer proberen te begrijpen en proberen weg te nemen, en ook eerlijk zijn tegenover elkaar over wat juist en onjuist is in de eigen groep. Het betoog van Farid Esack wil ik enigszins aanvullen :

Veel mensen kunnen leven met het idee van een God die zo onrechtvaardig is. Ik kan het niet.     Het getuigt van grote eerlijkheid dat Farid Esack als moslim niet onder stoelen of banken steekt dat bepaalde koranpassages voor hem problematisch zijn. Deze eerlijkheid en openheid geven mij het gevoel te maken te hebben met een oprecht mens.
 
Kunnen wij ons voordeel blijven doen met de hulp van mevrouw Batista en toch in ons hart geloven dat het beste wat haar in het hiernamaals ten deel zou kunnen vallen is dat ze bediende wordt van moslims in het paradijs (omdat zij geen moslima is) ?     Als mensen moeten we ons altijd realiseren : ”Het oordeel is niet aan ons”. Wij missen stukjes informatie waardoor een eindoordeel niet binnen ons bereik ligt. Al te gemakkelijk denken wij mensen het oordeel van God te kennen. Maar hoe kunnen wij weten wie Allah als moslim beschouwt ?

Bij mijn verkenningstocht naar de islam ben ik meerdere keren op de vraag gestuit wie als moslim zou mogen worden gezien. Is het moslim-zijn van een ayatollah onder wiens bewind duizenden onschuldigen zijn gemarteld en vermoord, niet uiterst twijfelachtig ? Zou een rechtvaardig mens, die goed voor zijn medemens wil zijn, en één van de profeten die al dan niet in de koran zijn genoemd, naar beste eer en geweten volgt, niet als moslim beschouwd moeten worden ?

Het idee dat ieder mens moslim is, speelt in de islam :

  Dr. Escudero was een jaar of zestig, klein en tenger. ... ’Wanneer heeft u zich tot de islam bekeert ?’ ’Zesentwintig jaar geleden, ’ zei dr. Escudero. ’Maar wij houden niet van het woord ”bekeren”. Wij geloven dat ieder mens als moslim wordt wordt geboren.’
Ik keek verrast op. ’Ben ik dan ook een noslim ?’
’Zeer zeker. Misschien beseft u het niet, maar ook u bent een moslim die de wil van Allah vervult.’
Ik was nog niet half bekomen van dat nieuws, of dr. Escudero kwam met een nog grotere verrassing. ’Jezus was ook een moslim.’ ’Jezus was een moslim?!’ Hij genoot van mijn verbazing. ’Adam en Abraham, Mozes en Jezus, alle profeten waren moslims. Ze leefden allemaal in een staat van onderwerping aan Allah. Dat is trouwens wat de isman betekent : ”onderwerping”.’
  (Jan Leyers, De weg naar Mekka)

Zowel Abraham als Jezus worden door de koran gezien als moslim. Is het dan verkeerd om mensen die in alle eerlijkheid in de voetsporen van Abraham of Jezus willen treden, als moslim te beschouwen, ook al zien zij zichzelf niet als moslim ?

Een en ander hangt samen met wat ieder voor zich onder moslim zijn en de islam verstaat. Een moslim zal bij de woorden moslim en islam misschien een positief gevoel krijgen, een gevoel dat zijn godsdienst een essentie in zich draagt die waardevol is. Ik als niet-moslim krijg bij de woorden moslim en islam misschien een negatief gevoel door een associatie met misstanden in de islamitische wereld. Die verschillende gevoelswaarden maken dat we in wezen onder de woorden moslim en islam iets anders verstaan. Als we dan in gesprek zouden raken over moslim zijn en de islam, zou de kans groot zijn om dat we langs elkaar heen zouden gaan praten. We gebruiken beiden het woord islam, maar verstaan er iets anders onder.

In mijn beleving weet God dat ieder mens op zoek is naar Liefde, naar Acceptatie, naar Waarheid, kortom : naar God. De ene mens zal verder zijn in die zoektocht dan een ander. Mensen volgen bij die zoektocht verschillende wegen en paden, verschillende religieuze stromingen en levensopvattingen. Maar God weet dat ieder mens zijn doel ooit zal bereiken, hoe ver zijn opvattingen op dit moment ook van de Uiteindelijke Waarheid verwijderd zijn. God accepteert eenvoudigweg iedereen. Dus : als jouw definitie van moslim-zijn is, dat iemand, die door God geaccepteerd wordt, moslim is, dan is iedereen te beschouwen als moslim.

In andere godsdiensten speelt de illusie van ”uitverkoren religie” ook. Hieronder volgt een voorbeeld van een christelijke discussie over de vermeende superioriteit van de eigen religie :

  ... en ik weet vrijwel zeker dat (mijn vader) zich meer thuis voelde in de veranderende kerk aan het einde van zijn loopbaan dan in het starre instituut waarbinnen hij (als dominee) begonnen was. Wel had hij regelmatig aanvaringen. In een theologisch blad in zijn archief vond ik een hele discussie met een van de gereformeerde kerkvorsten uit Kampen. De kerkvorst had beweerd - hij scheen daarvan uitstekend op de hoogte te zijn - dat via ’goede werken’ alleen gelovigen in Christus in de hemel konden komen. Mijn vader vond dat te gek voor woorden : ’Aan de Birma-spoorweg waren er doodgoede, eenvoudige, boeddhistische vrouwen, die ons, smerige sloebers, eten en drinken gaven. Die zouden dus niet door Christus’ genade gered zijn ?’ Zo’n geloof was zijn geloof niet.
  (Geert Mak, De eeuw van mijn vader)

De christelijke geestelijke in de bovenstaande passage kwam tot de conclusie dat God niet oordeelt naar het label dat iemand zich aanmeet, of dat nu christelijk, boeddhistisch, islamitisch of wat dan ook is.

 
Als moslim, kan ik niet zeggen dat de Koran niet de waarheid spreekt.     De vraag of je jezelf moslim kunt noemen, maar toch niet alle koranpassages als het zuivere Woord van God beschouwt, komt op meerdere plaatsen op deze homepage aan de orde. Het zoeken naar de juiste interpretatie van de koranische teksten houdt natuurlijk direct verband met deze vraag.

De positie van de vrouw

Een Nederlandse vriendin zei mij eens dat moslimmoeders geen zonen kunnen opvoeden. Ze zijn te slap, missen gezag en leunen totaal op het overwicht van de vaders, zei mijn vriendin. Aanvankelijk klonk het mij vreemd in de oren. Zelf kom ik namelijk uit een gezin waar, door het vroegtijdig overlijden van mijn vader, alleen het gezag van moeder gold. Van haar kon je moeilijk zeggen dat ze slap was, ze regeerde ons met ijzeren vuist.
Nu ik door mijn werk veel op huisbezoek kom bij orthodoxe gezinnen, moet ik mijn vriendin toch gelijk geven. Helaas behoort de meerderheid van de moslims in Nederland tot deze categorie. Wanneer de meeste moslims hier liberaal zouden zijn, kampten we nu niet met zulke enorme integratieproblemen en achterstanden in het onderwijs.
Mijn vriendin, die veel in moslimgezinnen kwam, had gemerkt dat moeders hun zonen buitensporig verwennen en nauwelijks durven te corrigeren. Ik legde haar uit dat in orthodoxe gezinnen meisjes zo worden opgevoed dat ze zich altijd minderwaardig voelen ten opzichte van hun man, maar evenzeer tegenover hun zonen.
Een zoon spiegelt zich graag aan zijn vader. Als een moslimjongen merkt dat zijn vader op een repectloze wijze met zijn vrouw omgaat, haar kleineert en mishandelt (zoals orthodoxe mannen meestal met hun vrouwen doen), zal de zoon zich op dezelfde manier tegenover zijn moeder gedragen.
De moslimmoeders die zich bij mij beklagen over het respectloze gedrag van hun zoons doen alsof het om een natuurverschijnsel gaat. Het komt niet in hen op, dat ze zelf binnenshuis de leiding moeten nemen om hun zoons te corrigeren. Een Soedanese moeder mopperde tegen mij dat haar zoon altijd warm eten eiste zodra hij van school thuis kwam. Als het eten niet klaar stond, schold hij haar uit en gooide spullen naar haar hoofd.
Een andere lastpak, een Marokkaanse jongen van 13, gedroeg zich agressief tegenover de juf. Omdat hij niet te handhaven was, schakelde de school het Bureau Jeugdzorg in. Toen ik samen met een medewerkster van Jeugdzorg het gezin opzocht, bleek dat de jongen thuis ook brutaal was tegen zijn moeder. ”Wat doet u dan als uw zoon zo vervelend doet tegen uw vrouw ?” , vroeg de hulpverleenster aan de bebaarde vader in zijn witte djellaba. ”Ik laat ze het zelf maar uitvechten, hij doet nooit vervelend tegen mij”, antwoordde de vader. Volgens hem was het opvoeden van zijn zeven kinderen puur een vrouwenzaak.
Beroofd van het respect dat elke opvoeder nodig heeft, kunnen traditionele moslimvrouwen weinig uitrichten. Ze worden door hun zoons niet serieus genomen en kunnen de jongens niet aan. Het enige wat vaders in de opvoeding doen, is ze een pak rammel geven als de zaken uit de hand gelopen zijn.
Een beroemde Egyptische dichter, Ahmed Shawki, schreef eens over moeders :
   Een moeder is, in haar eentje
   een hele school
   Wanneer je kinderen goed groot brengt
   voed je een hele generatie op
   met goede zeden

Deze regels schreef de dichter in de eerste helft van de 20ste eeuw, om vaders en moeders aan te moedigen hun dochters naar school te sturen.
Maar zolang zonen in orthodoxe families met eigen ogen zien dat moeders niets in de melk te brokkelen hebben, kunnen moeders hun taak als opvoeder nooit volbrengen. Misschien moeten moslimvaders ook eens leren een school in hun eentje te worden.
(Nahed Selim, Verwende zoons - in NRC, 8 maart 2003)

In hoeverre is dit verhaal representatief voor moslims in het algemeen ? In de tweede helft van de twintigste eeuw, toen immigranten uit islamitische landen naar Nederland kwamen, viel het de Nederlanders op dat veel moslimmannen zich tegenover vrouwen - in Nederlandse ogen - onbehoorlijk gedroegen. Menig gesprek tussen autochtone Nederlanders over hun islamitisch buren ging daarover. Enerzijds bespeurde men een houding van superioriteit (moslimmannen gingen er maar al te gemakkelijk van uit dat vrouwen hen moesten gehoorzamen; tegenspraak werd niet geduld) en anderzijds van laksheid (het huishouden komt volledig op de schouders van vrouwen). Verder lijkt er een tendens te bestaan om vrouwen uit het publieke leven te weren. (In islamitische winkels zie je bijna nooit vrouwen achter de toonbank staan.) Hebben deze indrukken van betrekking op een groot deel van de moslims ? Hoe groot is het deel van de islamitische gemeenschap dat vrouwen discrimineert ?

In hoeverre wordt dit gedrag ondersteund door de religie ?

”Het is een feit dat het ’corrigerend’ slaan van vrouwen, wat deze imams prediken, thuis vertaald wordt in bont en blauw ranselen of schoppen. Slechts een bevoorrechte minderheid van moslimvrouwen, zoals ikzelf, is daarvan gevrijwaard gebleven. Maar zolang zulke achterlijkheden in de moskeeën verteld blijven worden, komt er nooit een einde aan de ellende van moslimvrouwen.”
”Laten we eerlijk wezen”, zei Kamaal. ”Zulke dingen worden sinds jaar en dag in iedere moskee verteld. Deze imams (die discriminerende uitspraken deden over homo’s en vrouwen) staan nu toevallig in de schijnwerpers, maar alle imams overal ter wereld hebben nooit anders gepreekt. Waar dacht je dat onderontwikkeling van moslimvolken vandaan kwam ! Het staat toch allemaal in de Koran !” ...
Kamaal die door-en-door antireligieus was, wilde niet geloven dat er ook maar iets bruikbaars in de koran stond. Ik moest maar met bewijzen aankomen. ... Ik citeerde enkele passages voor hem. Bij voorbeeld : En gaat vriendelijk met haar om [4:19]. Of : En tot zijn tekenen behoort dat Hij voor jullie, uit jullie midden, echtgenotes heeft geschapen, opdat jullie rust bij haar vinden en Hij heeft tussen jullie genegenheid en tederheid gemaakt [30:21]. Welke imam heeft het ooit over genegenheid en tederheid tussen man en vrouw ?
(Nahed Selim, En ga vriendelijk met haar om - in NRC, datum onbekend)

    In Rajasthan, in het grensgebied tussen India en Pakistan, heb ik meegemaakt dat vrouwen heel nieuwsgierig naar mij, als westerse toerist, keken, maar snel hun gezicht achter hun sluier verborgen wanneer ik in hun richting keek. De foto van drie Afghaanse zusjes van de Noorse fotograaf Aleksander Nordahl gaf mij een gevoel van herkenning. De foto werd in het voorjaar van 2002 door de kinderjury van de 19e editie van de World Press Photo uitgeroepen als beste inzending.

De hoofddoek

(Tijdens een rondleiding door de Sultan Ahmet moskee in Delft wordt natuurlijk) door een bezoeker de vraag gesteld waarom moslimvrouwen hoofddoeken dragen. Deze vraag wordt vaak gesteld aan de Turkse moslims. De gids beantwoordt de vraag geduldig. ”Het is ter bescherming van de vrouw, zodat mannen niet in de verleiding komen. Maar het is geen verplichting”, voegt hij er stellig aan toe. ”Het moslim-geloof streeft naar vrijheid van de geest. Ieder mag zelf beslissen. Iedereen draagt zijn of haar eigen verantwoordelijkheid.”
(Delftse Post, datum onbekend)

De hierbovengenoemde reden voor het dragen van een hoofddoek, vind ik echt heel raar. Als een geestelijk gezonde man een aantrekkelijke vrouw ziet, komt hij echt niet in een dusdanige verleiding, dat de vrouw gevaar loopt en bescherming nodig heeft. Ik kan mij niet goed voorstellen dat juist ’het hoofddoekje’ mannen die zo geestelijk gestoord zijn, dat ze vrouwen bedreigen, van (sexueel) geweld zouden afhouden. Voor zover ik dat kan inschatten, heeft het verbergen van lichaamsdelen een erotisch effect. Juist lichaamsdelen van vrouwen die een man zelden of nooit te zien krijgt, worden vaak als prikkelend ervaren. - Ik herinner mij een gedicht van de Romeinse dichter Ovidius, waarin hij probeert de glimp van een enkel van een vrouw op te vangen. De leraar Latijn, die dit gedicht behandelde, legde uit dat die neiging samenhing met de lange gewaden die in het antieke Rome gangbaar waren. - Ik heb de indruk dat er in samenlevingen waar vrouwen gekleed gaan in lange gewaden die hun lichaamsvormen verbergen, eerder meer sexuele frustratie voorkomt dan minder. En ik heb nog nooit gehoord dat in samenlevingen waar mensen gewend zijn minder kleding te dragen dan in onze eigen cultuur, een hoger percentage sexueel geweld bestaat.

Mijn mening

Onnoemelijk veel mensen zijn in hun sexualiteit gekwetst. Het lijkt mij toe dat de mensheid zou moeten zoeken naar wegen om de jeugd beter te begeleiden, zodat zij er beter mee om leren gaan en zij het bijzondere en het mooie van sexualiteit zullen gaan zien, in plaats ervan dat het onderwerp in de sfeer van taboe, sensatie, consumptie en egoïsme wordt gepresenteerd. Het bijbrengen van verantwoordelijkheid en respect voor ieder mens, ongeacht zijn of haar voorkomen of uiterlijk, acht ik daarbij een geëigender methode dan een aanbeveling tot het dragen van bepaalde kleding.

Een andere reden om een hoofddoek te dragen, is de volgende :

Door de kledingvoorschriften uit de koran na te leven, eer ik Allah.
(Famile Arslan, in : ’Angst voor hoofddoek is angst voor anders-zijn’ - in : NRC, 5 januari 2003)

Deze opvatting leidt tot de volgende vragen :
-   Worden er kledingvoorschriften in de koran gegeven ?
-   Eer je Allah door het dragen van een hoofddoek ?
De korantekst die voor moslima’s aanleiding is om een hoofddoek te dragen, heeft betrekking op de vrouwen van de profeet, niet op andere vrouwen. Bovendien is het onduidelijk of het in deze tekst om hoofddoeken gaat, aangezien het in de Arabische tekst gebruikte woord voor hoofddoek ook andere betekenissen heeft. Je kunt je voorstellen dat moslima’s het gedrag van de vrouwen van de profeet als voorbeeld nemen, maar het is geen voorschrift.
Of je Allah eert door een hoofddoek te dragen, is een persoonlijke kwestie. Als je dat zo voelt, is dat zo. Met "persoonlijke kwestie" bedoel ik dat het ook mogelijk is Allah te eren door geen hoofddoek te dragen. Door je schoonheid te laten zien, laat je een stukje van de grootsheid van Allahs schepping zien, en eer je Allah evenzeer als iemand die zijn of haar schoonheid verbergt.

Aan de hoofddoek worden vaak een emancipatoire betekenis toegeschreven : moslimvrouwen zouden vrijer over straat kunnen lopen zonder te worden lastiggevallen. Wat vindt u van deze gedachtengang ?
”Sommige moslima’s ervaren dat zo, maar lang niet allemaal. Er zijn vrouwen die een hoofddoek combineren met strakke kleding en uitdagend gedrag. Niet dat ik dat veroordeel, maar zo’n vrouw vraagt erom lastiggevallen te worden.
Het valt of staat dus met de draagster. De hoofddoek geeft vrouwen mijns inziens pas een gevoel van vrijheid als zij hun gedrag en kleding erop afstemmen. Alleen dan dwingen ze respect af.  ”
(Interview met Famile Arslan, in : ’Angst voor hoofddoek is angst voor anders-zijn’ - in : NRC, 5 januari 2003)

In dit citaat komen twee zinnen voor waarbij ik vraagtekens zet :

-    Zo’n vrouw vraagt erom lastiggevallen te worden.     Nog nooit heeft iemand erom gevraagd lastiggevallen te worden. In heel de wereldgeschiedenis is dat nog niet gebeurd. Het woord ’lastigvallen’ houdt in dat er iets met je gedaan wordt dat tegen je wil indruist. De uitdrukking ’erom vragen om lastiggevallen te worden’ wordt gebruikt om de schuld naar het slachtoffer te verschuiven, in plaats van de dader te identificeren.
In de opvoeding moet geleerd worden respect voor een ander te hebben. De betekenis van de gedragsregels ’Wanneer een meisje nee zegt, bedoelt zij ook nee’ en ’Wanneer een jongen nee zegt, bedoelt hij ook nee’ moet bijgebracht worden. Indien de opvoeding van jongens en meisjes zodanig is, dat ze vanaf hun puberteit niet met hun sexuele gevoelens weten om te gaan, moet dat als een opvoedingsprobleem worden onderkend en moet de opvoeding worden aangepast. Het dragen van hoofddoekjes is hoogstens een schijnoplossing voor het probleem van onvolwassen gedrag.

     
-    Alleen dan dwingen ze respect af.     Ieder mens, als schepsel van Allah, verdient respect. Respect kun je ook niet afdwingen. Respect moet je voor iedereen hebben. Er zijn culturen waarin mensen nagenoeg zonder kleding gaan, culturen waar men zich geheel in gewaden hult, en culturen die daar ergens tussen in zitten, en alle mensen uit al die verschillende culturen, verdienen respect.
Respect houdt niet alleen in dat je iemand waardeert om zijn positieve eigenschappen, maar houdt ook in dat je iemand vanuit een houding van vriendschap wijst op zijn fouten. Iemand niet op zijn fouten attent maken is een vorm van iemand in zijn sop gaar laten koken; dat is absoluut geen respect tonen. Het respect dat je toont voor een misdadiger, is dat je erkent dat hij recht heeft op een eerlijk proces, en dat de straf die hij krijgt gericht is op genezing en niets te maken heeft met wraak of vergelding.
     

Verplichting tot het dragen van een hoofddoek

De gids van de Delftse Sultan Ahmed moskee verschilde van mening met de Iraanse religieuze autoriteiten. Zij stelden het dragen van een hoofddoek verplicht. Onderstaande illustraties zijn afkomstig uit de autobiografie in stripvorm van de Iraanse Marjane Satrapi :

De opschriften boven de illustraties luiden : ”In 1979 vond er een revolutie plaats die naderhand de ’islamitische revolutie’ is gaan heten. Daardoor werd in 1980 voor het eerst het dragen van een hoofddoek verplicht op school. De hoofddoek droegen we niet graag, vooral omdat we niet wisten waarom.” Ze geven precies aan, waarom de verplichting indruist tegen de islam Een verplichting die door de betrokkenen niet gedragen en niet begrepen wordt, is een vorm van dwang. Deze verplichting, die enkel genomen werd op basis van religieuze overwegingen, druist in tegen soera 2:256, ’In godsdienst is geen dwang’.

Het dragen van een hoofddoek

De kwestie van de hoofddoeken splitst zich in twee problemen : enerzijds is er het probleem van vrouwen die geprest worden tegen hun zin een hoofddoek te dragen; anderzijds is er het probleem van de vrouwen die zich het meest op hun gemak voelen als ze een hoofddoek dragen, maar moeite hebben met de reactie van hun omgeving :

Mijn overleden vader was fabrieksarbeider, mijn moeder is zo’n veelbesproken Marokkaanse moslimvrouw met een hoofddoek. Zij kreeg het afgelopen jaar vaker negatieve reacties op haar hoofddoek en voelt zich daar erg ongemakkelijk onder. De hoofddoek is in het politieke debat bijna een symbool geworden van onderdrukking. Pas als je hem afdoet, ben je gelijkwaardig.
(Ahmed Dadou, in ”Hoe zit dat bij jullie ?” - in : Trouw, 22 januari 2003)

    In islamitische delen van de wereld vormen gesluierde vrouwen een normaal onderdeel van het straatbeeld.
Mensen met een westerse culturele achtergrond krijgen bij het het zien van gesluierde vrouwen veelal de indruk dat vrouwen in de islam onderdrukt worden.

Het huwelijk

Interreligieuze huwelijken

Moslimjongens mogen met meisjes van het christelijke en joodse geloof trouwen, maar niet vice versa. De reden is dat kinderen gewoonlijk de godsdienst van de vader aannemen. Dus dreigt het gevaar dat het niet-moslims worden. Islamieten mogen alleen met hindoes, boeddhisten, enzovoort in het huwelijk treden, indien de andere partij zich bekeert tot de islam.
(Ruqqaiyyah Maqsood, De islam - leren kennen en begrijpen)

In dit citaat staan voor mij twijfelachtige opvattingen. In een linker kolom herhaal ik ze, in de rechter kolom staat commentaar :

-   Kinderen nemen gewoonlijk de godsdienst van de vader aan.     Ruqqaiyyah Maqsood geeft niet aan op welke gronden hij tot deze conclusie komt. Ik weet niet of er ooit onderzoek naar gedaan is, welke godsdienst kinderen uit gemengde huwelijken kiezen. Het lijkt mij eerder een verzinsel, dan een op feiten gebaseerde bewering.
-   Dat kinderen niet-moslims worden moet als gevaar worden beschouwd.   In alle godsdiensten komt het voor dat ouders het jammer vinden als één van hun kinderen een andere richting kiest dan de richting die zij zelf hebben voorgeleefd. Het wantrouwen tegen andere religieuze benaderingen is in de loop der geschiedenis diepgeworteld. Dat wantrouwen gaat veelal gepaard met vertekeningen en vooroordelen. Te vaak zien mensen hun vooroordelen voor realiteit aan. Het idee dat het gevaarlijk is dat iemand een andere godsdienst kiest dan het eigen geloof, is zo’n vooroordeel. De mensheid zou in moeten zien en er naar moeten leven dat alle godsdiensten slechts andere ”wegen naar God” vertegenwoordigen, en dat men van geen enkele oprecht beleefde religie kan zeggen dat die beter is dan elke andere.
Ik kom zelf uit een niet-moslim-gezin. Mijn ouders hebben mij opgevoed in een traditie die is ontstaan tengevolge van het optreden van een man die door de islam als een van de grote profeten wordt beschouwd. In die traditie staat liefde centraal. Zij hebben hun kinderen proberen op te voeden in een sfeer van respect voor ieder oprecht beleefd geloof. Voor zover ik kan beoordelen, schuilt in een dergelijke opvoeding niet meer gevaar dan in welke andere religieuze traditie dan ook.
-   Islamitische vrouwen mogen niet trouwen met niet-islamitische mannen.   Ruqqaiyyah Maqsood geeft niet aan op welke koran-teksten hij zijn beweringen baseert. Ooit zag ik op de televisie een programma waarin een imam verkondigde dat er in de koran alleen voorschriften voor mannen ten aanzien van het huwelijk worden genoemd en geen één voorschrift voor vrouwen is opgenomen. Volgens hem zouden islamitische vrouwen geheel vrij zijn in hun partnerkeuze. Een islamitische vrouw zou mogen trouwen met een niet islamitische man.
-   Bij de huwelijkskeuze hebben mannen uitgebreidere rechten dan de vrouw.   Als dit waar is, is in de islam ook bij de huwlijkskeuze de gelijkberechtiging van man en vrouw in het geding.

Mijn mening

In godsdienst past geen dwang. Mensen zouden ten alle tijde vrij moeten zijn van religie te veranderen. Een kind zou zo moeten worden opgevoed, dat het kennis kan maken met vele vormen van geloof, zodat het in alle vrijheid die religieuze richting kan kiezen, die het best bij hem of haar past. Verschillende godsdiensten zouden een huwelijk nooit in de weg mogen staan.

    Islamitische mannen verrichten gezamenlijk het rituele gebed, de salat.

Ik voel mij niet thuis bij religieuze massa-bijeenkomsten. Voor mij is religie een individuele zoektocht naar de antwoorden op vragen die het leven stelt. Religieuze uitingen hebben alleen zin wanneer ze die zoektocht ondersteunen. Massaliteit mag de individuele zoektocht niet belemmeren, mag de individuele vrijheid niet aantasten en mag niet leiden tot enigerlei vorm van dwang in godsdienst.


Verder naar de vervolg-pagina ’In gesprek met de islam : islamitische theologie’

Terug naar de voorgaande pagina ’In gesprek met de islam’ over de koran en hadieth als basis voor het geloof

Terug naar begin van deze pagina

Terug naar de dialoog-pagina

Terug naar de welkom-pagina

Terug naar de beginpagina