Islam

  In godsdienst is geen dwang.
(Koran 2:256)

Historische betrouwbaarheid

De profeet Mohammed

(De islam) is ... de naam van de godsdienst die door de profeet Mohammed (571-632) werd gepredikt. De meest treffende samenvatting ervan is de formule : ’Er is geen godheid buiten God, en Mohammed is Zijn boodschapper’.
(Sajidah Abdus Sattar, Islam voor beginners)

Over het leven van de profeet Mohammed bestaan veel verhalen, maar van geen enkel verhaal is vast te stellen of het werkelijk gebeurd is.

Op het eerste gezicht is er over weinig grote figuren uit de Oudheid zoveel bekend als over Mohammed. ... Over de vraag of de verhaalde gebeurtenissen al dan niet waar gebeurd zijn hebben de oudste moslims al gediscussieerd. Vele moslims geloven dat de talloze overleveringen over de Profeet in grote lijnen weergeven hoe het is geweest. Westerse geleerden daarentegen beschouwen deze bronnen niet zonder meer als historisch betrouwbaar. ... Nieuwere oriëntalisten met een kritische inslag ... geloven niet dat er veel over het werkelijke leven van de Profeet te achterhalen is. Hij zal zeker hebben bestaan : immers, het is aannemelijker dat verhalen groeien rondom een kern dan helemaal vanuit het niets, maar verder weten we niet zoveel. Verschillende feiten en overwegingen hebben het geloof aan historiciteit van het biografisch materiaal ondermijnd. Nauwelijks enige brontekst is met zekerheid te dateren in de eerste eeuw van de islam. Van vele teksten zijn varianten te vinden die tegenstrijdige data en inhouden bevatten. Niet-islamitisch bronnenmateriaal, dat soms heel oud is, levert een heel ander beeld op dan islamitische bronnen.
(Wim Raven, Inleiding bij een vertaling van vroeg-islamitische teksten door Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed)

Het ontstaan van de koran

Volgens de islamitische overlevering zijn de aan Mohammed geopenbaarde teksten vastgelegd in de Koran, het heilige boek van de islam.

Het lijkt waarschijnlijk dat Mohammed en de moslims gedurende een bepaalde tijd - misschien jarenlang - de geopenbaarde passages alleen in hun geheugen bewaarden. Dit was de normale gang van zaken in een cultuur met hoofdzakelijk mondelinge overlevering .... Maar het is ook waarschijnlijk dat tijdens Mohammeds leven veel van de koran op een of andere manier werd opgeschreven. .... Er bestaat een vrijwel algemeen aanvaard bericht, dat in vele bronnen voorkomt, waarin verteld wordt dat de eerste ”verzameling” van de koran werd samengesteld door Zaid ibn Thabit tijdens het kalifaat van Aboe Bakr (632-634). In dat bericht werd meegedeeld dat de koran niet alleen werd samengesteld uit ”de harten van de mensen”, maar ook uit stukjes perkament of papyrus, platte stenen, palmbladeren, schouderbladen en ribben van dieren, stukjes leer en houten planken.... In het verhaal over de ”verzameling” tijdens Aboe Bakr wordt verteld dat deze twijfelde toen dit voorstel hem voor de eerste maal werd gedaan, omdat Mohammed zelf zoiets nooit had ondernomen.
(W. Montgomery Watt, Inleiding tot de Koran)

De islamitische traditie is niet eensluidend over het ontstaan van de Koran.

Zo is er geen eenstemmigheid over de persoon die voor het eerst op het idee kwam om de koran te ”verzamelen”; meestal wordt meegedeeld dat het Oemar was, maar soms wordt gezegd dat Aboe Bakr op eigen initiatief het bevel gaf de openbaringen te verzamelen. Aan de andere kant bestaat er een Traditie die meedeelt dat Oemar de eerste was, die de koran ”verzamelde” en Aboe Bakr volledig buiten beschouwing laat. Vervolgens heeft men ook vraagtekens geplaatst bij de reden voor het initiatief, namelijk de dood van een groot aantal ”recitatoren” tijdens de slag bij Jamama. In de lijsten van degenen die bij de veldtocht omkwamen, worden zeer weinigen genoemd, waarvan het waarschijnlijk is dat ze veel van de koran uit het hoofd kenden. De gevallenen waren hoofdzakelijk recente bekeerlingen.
(W. Montgomery Watt, Inleiding tot de Koran)

Ook bij de naaste volgelingen van Mohammed blijkt geen overeenstemming bestaan te hebben over welke verzen tot de koran behoorden en welke niet.

... dat ... in de Traditieliteratuur beschreven wordt hoe Oemar zelf blijft volhouden dat het stenigingsvers tot de koran behoorde , is in tegenspraak met het gegeven dat hij een officiële verzameling in zijn bezit zou hebben.
(W. Montgomery Watt, Inleiding tot de Koran)

Ongeveer 20 jaar na de dood van Mohammed, tijdens de regering van kalief Oethmaan kwam een officiële versie van de koran tot stand. Dit is de versie die na enige eeuwen gangbaar werd binnen de islamitische gemeenschap.

   

Interpretatie

Tegenstrijdigheden in de Koran

De koran bevat passages die onderling tegenstrijdig zijn.

Een deel van de tegenstrijdigheden in zowel de koran als traditie was op te lossen met behulp van de theorie van de ’afschaffing’ (nasch). De koran is volgens de moslimse opvatting gedurende tweeëntwintig jaar in fragmenten aan Mohammed geopenbaard. Al vroeg werden de hoofdstukken van de koran in een volgorde geplaatst die nauw verbonden is met de overgeleverde chronologie van Mohammeds levensloop. Er circuleerden tradities waarin wordt verteld bij welke gelegenheid een bepaald koranvers werd geopenbaard, en met welke concrete aanleiding (sabab an-noezel). Wanneer de inhoud van twee koranverzen strijdig is wordt het latere vers geacht het eerdere af te schaffen. Een afgeschaft vers blijft wel Gods woord en dient ook nog steeds te worden gereciteerd, maar het heeft zijn specifieke doel verloren door een latere ontwikkeling in de gemeenschap. Zo is vers 4:43, waarin het de gelovigen wordt verboden dronken bij de salaat te verschijnen, afgeschaft door vers 5:90 waarin het gebruik van alcoholische dranken geheel wordt afgekeurd.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven, De tradities van de Profeet Mohammed)

Voor moslims is de koran niet in alle opzichten richtinggevend :

Kon de soenna (d.i. het na te volgen gedrag van de Profeet) ook de koran afschaffen ? Een beroemd probleem is dat van de steniging. Koran 24:2 stelt geseling als straf op ontucht. In de praktijk werd er echter gestenigd, en dat vond later ook steun in tradities van de Profeet. Het koranvers werd dus eerst niet toegepast en leek vervolgens te worden afgeschaft door de soenna. Om koran en soenna met elkaar in overeenstemming te brengen wordt het koranvers wel zo uitgelegd dat de geseling alleen geldt voor personen die nog geen geoorloofd geslachtsverkeer hebben gehad. Een andere poging om de praktijk van het stenigen te rechtvaardigen is de overlevering volgens welke Oemar, de tweede kalief, in het openbaar had gezegd dat tot de openbaring ook een ’vers over de steniging’ had behoord. De latere theorie zei hierover dat de tekst van het vers was afgeschaft met behoud van de rechtsregel.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven, De tradities van de Profeet Mohammed)

De islamitische overlevering en ware religie

Een aantal van bovenstaande zinnen roept vragen op :
         
Van geen enkel verhaal (over de profeet Mohammed) is vast te stellen of het werkelijk gebeurd is.   Wanneer iemand besluit zich in een hem of haar onbekende godsdienst te verdiepen, lijkt mij een open en welwillende houding op zijn plaats. Met ’open’ bedoel ik dat men de geloofswaarheden van de religie in eerste instantie niet verwerpt, maar ook niet accepteert, maar dat men de consequenties van die geloofswaarheden onbevooroordeeld onderzoekt. Met ’welwillend’ bedoel ik dat men de geloofswaarheden van bestudeerde religie pas verwerpt wanneer ze zo tegen het gezonde verstand en menselijke waardigheid indruisen, dat men ze voor het eigen geweten niet meer kan verantwoorden.
Als er nagenoeg niets met zekerheid over Mohammed bekend is, is de vraag of Mohammed een profeet was niet meer te beantwoorden. Men kan slechts volstaan met aan te geven welke overleveringen in overeenstemming zijn met een profeetschap en welke niet.
 
In het verhaal over de ”verzameling” (d.w.z. het op schrift stellen van alle openbaringen van Mohammed) tijdens (de regeerperiode van) Aboe Bakr wordt verteld dat deze twijfelde toen dit voorstel hem voor de eerste maal werd gedaan, omdat Mohammed zelf zoiets nooit had ondernomen.   Er bestaan goede redenen waarom een profeet een schriftelijke uiteenzetting van zijn leer nooit bindend voorschrijft aan zijn volgelingen.
Een reden is dat waarheden vaak niet in woorden uit te drukken zijn. Een uitspraak van een profeet kan op het moment van uitspreken, in die specifieke omstandigheid, de waarheid zijn. Maar wanneer die specifieke situatie waarin de uitspraak werd gedaan, niet meer bekend is, kan een totaal verkeerde interpretatie ontstaan. In feite kan elke waarheid verdraaid worden tot een leugen. Waar religie verweven raakte met macht en eigenbelang heeft dit tot de meest afschuwelijke omstandigheden geleid.
Een reden die daarmee samenhangt is dat een mens geen naprater mag zijn en zich nooit mag vastklampen aan zogenaamde waarheden, die hij zich niet werkelijk eigen heeft gemaakt en die hij in wezen niet begrijpt. Ware religie is niet een klakkeloos navolgen, maar een zoektocht naar wat je ten diepste zelf als waarheid ervaart. Ieder mens moet zijn eigen waarheid vinden.
De overlevering dat Mohammed geen inspanning heeft ondernomen om het door hem ontvangen woord van God schriftelijk vast te leggen, is in overeenstemming met een profeetschap.
 
Een deel van de tegenstrijdigheden in zowel de koran als traditie was op te lossen met behulp van de theorie van de ’afschaffing’.   Wanneer je ervan uitgaat dat een tekst bedoeld is om te overdenken, je aan te moedigen het goede te zoeken, maar niet noodzakelijk letterlijk de waarheid, en dat je alles wat je niet kunt begrijpen mag verwerpen, zonder dat een medemens of God dat je kwalijk zal nemen, misschien is de koran dan een ”heilige tekst”.
Maar indien je meent jezelf geweld aan te moeten doen door aan te nemen dat je die gedeelten, waarvan je heel diep van binnen voelt dat ze niet kloppen, toch voor waar moet houden, omdat je verteld is dat God je anders zou straffen, of omdat je bang bent dat familie of vrienden je niet meer welkom zullen heten, bedenk dan, dat God niet van je vraagt verraad te plegen aan wat Hij ten diepste in je hart legt.
De theorie van de ’afschaffing’ lijkt mij een gekunstelde constructie, bedacht door theologen. Het scenario dat de koran geen letterlijke weergave is van de profetische boodschap van Mohammed, is voor mij meer waarschijnlijk.
De vraag wordt dan : Kun je jezelf moslim noemen, wanneer je gelooft dat de koran niet in alle opzichten als letterlijke waarheid opgevat mag worden ?
 
In de eerste begintijd van de islam bestond er binnen de islamitische gemeenschap geen overeenstemming over welke verzen tot de koran behoorden en welke niet.   Als onder de allereerste moslims al onduidelijkheid bestond over de geldigheid van bepaalde koranverzen, waarom zou dan vele eeuwen later van de gelovigen geëist mogen worden dat zij aan bepaalde koranverzen niet mogen twijfelen ?
 
Wanneer de inhoud van twee koranverzen strijdig is wordt het latere vers geacht het eerdere af te schaffen.   Je kunt dit criterium alleen toepassen als je weet in welke volgorde de koranverzen zijn geopenbaard. Maar dat is heden ten dage niet meer bekend. In de islamitische overlevering worden situaties genoemd waarin bepaalde koranteksten zouden zijn geopenbaard. Het is niet meer vast te stellen of zo’n verhaal later bedacht is om een korantekst uit te leggen, of dat het verhaal gebaseerd is op een voorval dat werkelijk gebeurd is. In de koran staan de verzen niet in de chronologische volgorde, waarin ze zijn geopenbaard. In veel koranuitgaven wordt bij elk hoofdstuk vermeld of het in Mekka dan wel Medina in geopenbaard zou zijn. Maar als er bijna niets van de koran en de hadieth historisch vast te stellen is, wat kun je dan zeggen over de betrouwbaarheid van welke volgorde dan ook ?
 
Koran 24:2 stelt geseling als straf op ontucht.   De korantekst 24:2 luidt :

    Een overspelige vrouw en de overspelige man, geselt elk van hen beiden met honderd geselslagen en krijgt in Gods godsdienst geen mededogen met hen, als jullie in God en de laatste dag geloven. Bij hun bestraffing moet een groep gelovigen aanwezig zijn.
       
      Deze tekst gaat niet over ontucht, maar over overspel. De vraag is of dat hetzelfde is.
In mijn beleving is er sprake van ontucht als iemand tegen zijn of haar zin tot sexuele handelingen wordt gedwongen, wanneer er seks wordt bedreven met iemand die nog niet geslachtsrijp is, of wanneer seks wordt bedreven door mensen die onvoldoende verantwoordelijkheidsbesef hebben voor de gevolgen van hun (sexuele) handelingen.
Er is sprake van overspel wanneer een gehuwd iemand seksuele relaties onderhoudt met iemand die niet zijn of haar echtgenoot is.

Wanneer we bovenstaande definities hanteren, vind ik ontucht verwerpelijk, zodanig dat het in het wetboek van strafrecht thuishoort. Overspel vind ik verwerpelijk wanneer niet alle betrokkenen toestemming hebben gegeven, iemand er schade door lijdt of wanneer er dwang in het spel is. Voor het overige behoren sexuele relaties tussen volwassen personen tot de persoonlijke levenssfeer, een gebied waarover de wetgever geen zeggenschap moet uitoefenen.

Maar zelfs in die gevallen waarin de overheid zou mogen ingrijpen wanneer mensen onverantwoorde sexuele handelingen plegen, ben ik het absoluut niet eens met de strafmaat die in korantekst 24:2 wordt gegeven. De reden is dat het een liefdeloze straf is. Maatregelen die de overheid zou mogen ondernemen moeten erop gericht zijn, dat betrokkenen de onjuistheid van hun daden inzien, en dat herhaling voorkomen wordt. In de korantekst wordt naar een dergelijk doel niet verwezen. Botweg geselen leidt niet tot beter begrip of inzicht.

Ik geloof niet dat soera 24:2 in deze vorm door God is geopenbaard. Mogelijk is deze ten onrechte in de koran ingevoegd. Mogelijk heeft er oorspronkelijk iets anders gestaan en is de tekst gewijzigd.

  Er is geen macht en kracht dan bij God, de Hoogverhevene, de Almachtige.
Analyse

Deze homepage is een verslag van een zoektocht naar de waarheid. En de pagina’s over de islam zijn een verslag van mijn zoektocht naar de waarheid die in de islam te vinden is. Ik probeer daarbij mij een zo zuiver mogelijk beeld te vormen van de oorspronkelijke islamitische boodschap, ontdaan van allerlei interpretaties die in later tijd door theologen zijn bedacht. Ik ben niet op zoek naar hoe moslims hun religie gevormd en misvormd hebben, want dat is in veel gevallen bizar. Ervan uitgaande dat Mohammed werkelijk een profeet was, wil ik weten of nog te achterhalen is wat zijn werkelijke boodschap was. Dat is de reden dat ik hierboven aandacht besteedde aan de historiciteit en betrouwbaarheid van vroeg-islamitische documenten. Omdat
-    historisch onderzoek aangeeft dat de vroegste geschreven bronnen van de islam niet in de begintijd van de islam kunnen worden gedateerd , omdat
deze bronnen tegenstrijdige informatie bevatten , omdat
uit die bronnen blijkt dat het samenstellen van het oudste document van de islam, de koran, een moeizaam proces is geweest, waarbij niet is uitgesloten dat er onnauwkeurigheden in de tekst zijn geslopen , en omdat
de koran niet zonder tegenstrijdigheden is ,
wil ik niet meegaan in het denken van veel islamitische theologen, dat de koran in alle opzichten "het zuivere woord van God" is.
De meest objectieve ijkpunten om te bepalen of een tekst een waarachtige boodschap vertegenwoordigt of niet, zijn - mijns inziens - ethische normen waarin de meeste mensen zich kunnen vinden. Dat zijn :
-    Richt je op de vraag : ’Wat zou liefde nu doen ?’ Liefde voor jezelf en liefde voor alle anderen die erdoor worden beÔnvloed of erbij betrokken zijn. Zet je ervoor in om een compromis te bereiken; zoek een handelwijze waarbij er alleen maar winnaars zijn.
Behandel je medemens zoals je zelf behandeld zou willen worden. (vgl. Mattheüs 7 : 12)
Uit naam van godsdienst mag nooit iemand ergens toe gedwongen worden. (vgl. soera 2:256)
Richt je in het dagelijks leven in de omgang met geestelijk gezonde volwassenen naar de volgende regels :
  Vermijd elke daad die bij een een ander pijn of schade veroorzaakt.
  Geen enkele daad waarbij een ander betrokken is, mag worden verricht zonder overeenstemming en toestemming van die ander.
Soera 24:2 is een voorbeeld dat aan geen van deze ethische normen voldoet.

Er bestaat ook een subjectief ijkpunt, waaraan je kunt afmeten of een opvatting in overeenstemming met de waarheid is.

    Jullie hebben al gezegd dat jullie verkiezen een wereld van vrede, harmonie en geluk te creëren. Jullie hebben een innerlijk kompas dat jullie in deze richting stuurt. Er is een maatstaf waarlangs jullie elke optie kunnen afmeten, een weegschaal waarop jullie elke beslissing kunnen wegen.
Jullie hebben een innerlijk Geleidingssysteem en iedereen mag dat zo noemen zoals hij of zij wil - intuïtie, ingeving, vertrouwen of ’een gevoel in je botten’ - maar jullie kunnen niet ontkennen dat het er is. Het is een doorvoeld besef van zekerheid. En hoe meer je erop vertrouwt, des te meer zul je beseffen dat je erop kunt vertrouwen.
...
Veel mensen en veel naties overal ter wereld doen wat ze doen, zeggen wat ze zeggen, geloven wat ze geloven, allemaal gebaseerd op wat zij menen te weten dat God heeft geproclameerd.
   Ik proclameer niet.
U bedoelt dat u het niet was - dat het niet God was - die heeft gezegd dat de mensen zich op deze manier moeten gedragen ? Was u het dan niet, die een ras als uw ’uitverkoren volk’ heeft uitgekozen, die een natie ’naast God’ heeft geplaatst; die zei ... dat homosexuelen een gruwel zijn ... ?
   Wat denkt gij, broeder ?
Ik weet niet wat ik moet denken.
    Jawel, dat weet je best. Je weet exact wat je moet denken. Jij weet wat de waarheid is. Dat weet je dankzij het Interne Geleidingssysteem waarover Ik het al heb gehad.
Jullie hebben een doorvoeld besef van zekerheid dat God deze dingen absoluut niet gezegd kan hebben; en ook nog niet eens de helft van de andere dingen die mij worden toegedicht. Jij weet het, jullie weten het, de hele wereld weet het.
De vraag is niet zozeer of jullie het weten, maar of jullie het durven erkennen, of jullie het hardop durven te zeggen, of jullie tegen de heersende mening durven in te gaan, die stelt dat het met voeten treden van gewijde en oude tradities heel erg verkeerd is.
Elkaar met voeten treden is toegestaan, maar overtuigingen met voeten treden niet.
Feitelijk is het traditie onder jullie om elkaar met voeten te treden vanwege ieders overtuigingen. En aldus is de cirkel voltooid.
(Neal Donald Walsch, De nieuwe openbaringen)

Uitgangspunten van het islamitische geloof

De vijf zuilen

Van Abdallah ibn Oemar : De Profeet heeft gezegd : ’De islam is gebouwd op vijf [zuilen] : Getuigen dat er geen God is dan God en dat Mohammed Zijn gezant is en Zijn knecht , de salaat verrichten , de zakaat opbrengen , de bedevaart naar het Huis (d.i. de Kaäba, het heiligdom van Mekka) en de vasten in de maand ramadan .’
(Moeslim, Boek 1 traditie 21 ; Boechari, Boek 2 hoofdstuk 2 -/- Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradties van de Profeet Mohammed)

De vijf plichten of zuilen (arkanen) die moslims moesten (en nog steeds moeten) vervullen, kwamen allemaal voort uit hetzelfde beginsel : het dagelijks gedrag van een individu onderwerpen aan een strikte discipline. De islam was bovenal een bijzonder aardse religie, geworteld in de gewoonste dagelijkse handelingen zoals zichzelf wassen, eten etc., maar men was zich ook voortdurend bewust van de eigen plaats in de kosmos. De sjahada is de eerste plicht of zuil : het is een gelooofsbelijdenis waarin Allah erkend wordt als de enige God en Mohammed als zijn profeet. De salat, het gebed vijf maal per dag, is de tweede plicht, het is een bijzonder snelle, intense meditatiebeoefening. Men moet, waar men ook is, thuis, op het werk of onderweg, datgene wat men op dat moment doet, onderbreken, het gezicht naar Mekka wenden en, door een oefening in concentratie, proberen de dagelijkse zorgen te overstijgen en in contact te treden met het goddelijke en dat alles in zeer korte tijd. Het eerste gebed is bij zonsopgang, het tweede als de zon in het zenith staat, het derde als hij aan zijn neergang begint, het vierde gebed is bij zonsondergang en het laatste als de nacht gevallen is. Vasten gedurende de maand ramadan, van zonsopkomst tot zonsondergang, is de derde plicht. De verplichte aalmoes, de zakat, is de vierde en de vijfde en laatste plicht is de pelgrimstocht naar Mekka voor hen die zich het financiëel kunnen veroorloven.
(Fatima Mernissi, De politieke harem)

Ik heb geconcludeerd dat sommige (islamitische rituelen) ... in een geseculariseerde vorm mensen goed kan doen. Er is iets te zeggen voor het idee achter de salaat - dat men gedurende de dag de dagelijkse routine onderbreekt om het bewustzijn te zuiveren en zich opnieuw te verbinden met de wereld. In een iets gewijzigde vorm is er ook iets te zeggen voor de voordelen van sawm (vasten) en zakat (liefdadigheid). Ik probeer beide in praktijk te brengen. Zelfs jihad (inspanning, strijd) verwijst naar zekere spirituele, psychologische, en politieke realiteiten. Het leven is grotendeels een gevecht tegen jezelf en tegen je tegenstanders, en we hebben een woord nodig om dit feit aan te duiden.
(Irfan Ahmad Khawaja, A philosopher's rejection of islam - in : Ibn Warraq, Leaving islam)

Eén God

Het zijn stellig twee grote gedachten die van aanvang af Mohammeds denken beheersten en die hij op allerlei wijze tot uiting bracht. Het is de gedachte van de eenheid van Allah en van het komende gericht van Allah. ... (Een ander) kardinaal punt (is) de ervaring van Allah’s leiding ... Allah is ... actief bezig in de geschiedenis.
(Prof. dr. D.S. Attema, de Koran - zijn ontstaan en zijn inhoud)

God - die in de Koran vaak met het majesteitelijk meervoud ’Wij’ wordt weergegeven - is de schepper van het heelal :

Hebben Wij niet de aarde tot een effen uitgestrektheid gemaakt ?
En de bergen als uitsteeksels daarop ?
En Wij hebben u in paren geschapen,
En Wij hebben uw slaap tot rust gemaakt,
En Wij hebben den nacht tot een bedekking gemaakt,
En Wij hebben den dag gemaakt voor het zoeken van levensonderhoud.
En Wij hebben een schitterende lamp gemaakt,
En Wij zenden uit de wolken water neder, zich hevig uitstortend,
Opdat Wij daarmede koren en kruiden zullen voortbrengen,
En dichte en weelderige tuinen.
(Soera 78:6-16 - in : Karel Steenbrink, De korte hoofdstukken van de Koran)

De schepping, het bestaan, is een serieuze aangelegenheid :

Wij hebben de hemel en de aarde en wat er tussen beide is niet als een spel geschapen.
(Soera 21:16, 44:38)

De beroemde mysticus Jalal al-Din Rumi (1207-1273) onderkent dat de schepping Gods wezen reflecteert :

God, zo leert Rumi, ’behoeft de wereld om zijn eigen wezen eraan weerspiegeld te zien.’
(A. Wessels, Gods- en mensbeelden in de islam -
in : A.J. Fry, A. Schilder e.a., Zeg mij hoe uw God is - Godsbeelden en mensbeelden)

De mens is geschapen als een dienaar van God, een ’abd Allah :

Ik heb de mensen en de djinn slechts geschapen om Mij te dienen.
(Soera 51:56)

De mens kan God altijd aanroepen en om raad vragen :

En wanneer Mijn dienaren u over Mij ondervragen, dan ben Ik nabij om te verhoren de aanroep van de aanroeper wanneer hij Mij aanroept. Laten zij Mij dan om verhoring vragen en in Mij geloven. Wellicht dat zij rechtgeleid zullen worden.
(Soera 2:186)

God is de Heer van hemel en aarde, is alwetend, en zal een ieder naar zijn daden belonen of straffen.

Jullie Heer weet beter wie van zijn weg afdwaalt
en beter ook wie zich naar Zijn raad gedraagt.
Aan God behoort wat is in hemel en op de aard
zodat hij de kwaden vergelden kan hun daad
en aan de goeden, wat als hun beloning is bepaald.
De mensen die zich verre houden van grove zaken en gruwelijkheden, behoudens kleinigheden, voor hen ziet jouw Heer het ruim en Hij vergeeft. Hij kent jullie beter, al sinds Hij jullie maakte van aarde en sinds jullie nog verbleven in de moederschoot. Verklaar jezelf niet heilig, want Hij weet beter wie er in Zijn vreze staat.
(Soera 53:30-32 - in : Karel Steenbrink, De korte hoofdstukken van de Koran)

De islam leert dat God Zijn bedoelingen kenbaar maakt op drie manieren, namelijk door tekens in de natuur, in de ziel van de mens en door openbaringen aan profeten.
(Sajidah Abdus Sattar, Islam voor beginners)

Inderdaad bestaat er onder moslims een heel sterk besef van de grootheid en de almacht en de volmaakte kennis van God. In een bepaald soort theologie lijkt alles direct vanwege God zonder enige menselijke bemiddeling te gebeuren. Dan wordt de vraag dringend : is dan de mens nog wel verantwoordelijk voor zijn daden ? Een bepaalde theologische school (die van de Mu’tazilla) kwam op voor de vrije wil van de mens en bestreed predestinatie en beschouwde niet de almacht, maar de gerechtigheid als het wezen Gods.
De gangbare orthodoxe opinie is dat alle daden van Gods besluiten afkomstig zijn en dat de individiuele mens de daad door God gewild ’verkrijgt’ en zo tot zijn eigen daad maakt (kasb). Zo wordt het gevoel van de menselijke verantwoordelijkheid bewaard naast het geloof in de almachtige wil en het besluit van God.
(A. Wessels, Gods- en mensbeelden in de islam -
in : A.J. Fry, A. Schilder e.a., Zeg mij hoe uw God is - Godsbeelden en mensbeelden)

Engelen

Engelen behoren tot de wereld van het bovennatuurlijke. De koran spreekt over engelen, die

God niet ongehoorzaam zijn in wat Hij hun beveelt en die doen wat hun bevolen is.
(Koran 66:6)

Sommige engelen brengen brengen Gods openbaringen over naar de profeten. In de koran zegt God tot Mohammed :

Dit is een openbaring van de Heer der wereldbewoners; daarmee is de betrouwbare geest neergedaald tot jouw hart, opdat jij tot de waarschuwers zou behoren.
(Koran 26:192-194)

De daden van de mens worden door engelen opgetekend :

En voorwaar, er zijn zeker bewakers (engelen) over jullie, eervollen, schrijvenden; zij weten wat jullie doen.
(Koran 82:10-12)

Engelen begeleiden het stervensproces :

Zeg : De engel van de dood, die met u belast is, zal u doen sterven; daarna zult gij teruggebracht worden naar uw Heer.
(Koran 32:11)

Djinns

Naast engelen heeft God djinns geschapen :

En de djinn, die hebben Wij eerder uit het verzengende vuur geschapen.
(Koran 15:27)

Djinns zijn onzichtbare, met verstand begiftigde wezens. Anders dan bij de engelen vindt men onder de djinns zowel goeden als boosaardigen. In Soera 72 zeggen zij over zichzelf :

Sommigen van ons zijn rechtschapen, maar anderen zijn dat niet; wij gaan gescheiden wegen.
(Koran 72:11)

Met de mensheid vernemen de djinns de openbaringen van de profeten :

Zeg : Aan mij is geopenbaard dat er een groep djinn geluisterd heeft en dat zij toen zeiden : ’Wij hebben een wonderlijke Koran gehoord die naar rechtschapenheid voert. Wij geloven er dus in en voegen niemand aan onze Heer als metgezel toe.’
(Koran 72:1-2)

Net als mensen zullen de djinns zich eens moeten verantwoorden voor hun daden :

En (zeggen djinns tegen elkaar) : ’Sommigen van ons hebben zich [aan God] overgegeven, maar anderen zijn verdoold. Zij die zich aan God overgeven, zij zijn het die naar goede levenswandel streven, maar de verdoolden, zij zijn brandhout voor de hel.’
(Koran 72:14-15)

Iblis

En toen jouw Heer tot de engelen zei : ’Ik ga een mens uit steenaarde, uit stinkende potklei scheppen. En als ik hem gevormd heb en hem iets van Mijn geest heb ingeblazen, valt dan in eerbiedige buiging voor hem neer’. En de engelen bogen zich allen tezamen eerbiedig voor hem neer. Alleen Iblies niet, hij weigerde bij hen die zich eerbiedig neerbogen te behoren. Hij zei : ’O Iblies, wat heb je dat je niet behoort bij hen die zich eerbiedig neerbuigen ?’ Deze zei : ’Ik ben niet zo dat ik mij eerbiedig neerbuig voor een mens die U uit steenaarde, uit stinkende potklei geschapen hebt’. Hij zei : ’Ga hier weg, jij zult door steniging vervloekt zijn ! En de vloek zal tot de oordeelsdag op je rusten’. Hij zei : ’Mijn Heer, verleen mij uitstel tot de dag waarop zij worden opgewekt’. Hij zei : ’Jij behoort bij hen die uitstel hebben gekregen tot de dag van de vastgestelde tijd’. Hij zei : ’Mijn Heer, omdat U mij misleid hebt, zal ik voor hen op de aarde [alles] schone schijn maken en ik zal hen zeker allen misleiden, behalve Uw dienaren onder hen, die toegewijd zijn’. Hij zei : ’Dit is voor mij een juiste weg, want over Mijn dienaren heb jij geen gezag behalve over die misleiden die jou volgen’.
(Koran 15:28-42; vgl. Koran 38:71-85)

Iblis is in de islam de satan, de gevallen engel.

De dag van het oordeel

De koran voorziet een dag waarop de aarde op haar grondvesten zal staan schudden :

Wanneer de zon opgerold wordt,
En wanneer de sterren vallen,
En wanneer de bergen bewogen worden,
En wanneer de drachtige kamelen achtergelaten worden,
En wanneer de zeeën tot koken gebracht worden,
En wanneer de zielen verenigd worden,
En wanneer het levend begraven meisje ondervraagd wordt,
voor welke zonde zij gedood werd,
En wanneer de bladen opengeslagen worden,
En wanneer de hemel afgestroopt wordt,
En wanneer Djahim *) ontstoken wordt,
En wanner het Paradijs nabij gebracht wordt :
Dan weet een ziel wat zij verricht heeft.

*) Djahim = (helle)vuur

    Wanneer de hemel gespleten wordt
En wanneer de sterren vallen
En wanneer de zeeën overstromen
En de graven worden omgekeerd
Dan weet de ziel wat zij heeft verricht
en wat zij nagelaten heeft.
 (Soera 82:1-5)
  
  Wanneer de aarde door haar beving wordt geschud,
en de aarde haar lasten naar buiten keert,
en de mens zegt : wat is er met haar aan de hand ?
Op die dag zal zij haar berichten bekend maken,
omdat jouw Heer het haar bevolen heeft.
Op die dag zullen de mensen in verschillende groepen te voorschijn komen om hun daden te zien.
Wie iets goeds deed ter grootte van een mosterdzaadje, zal het dan zien.
En wie iets kwaads deed ter grootte van een mosterdzaadje, zal het dan zien.
(Soera 81:1-14)   (Soera 99:1-8)

Op die dag zal recht worden gesproken :

Nee, jullie loochenen zelfs de Dag des oordeels
En voorwaar, er zijn zeker bewakers (engelen) over jullie
Eervollen, schrijvenden,
Zij weten wat jullie doen.
Voorwaar, de deugdzamen verkeren zeker in gelukzaligheid
En voorwaar, de zondaren verkeren zeker in de Hel
Zij gaan erin op de Dag de Oordeels
En zij zullen er nooit afwezig zijn.
En wat doet jou weten wat de Dag des Oordeels is ?
Nogmaals, wat doet jou weten wat de Dag des Oordeels is ?
Op die dag is geen ziel bij machte iets voor een ander ziel te doen.
En het bevel behoort op die dag aan Allah.
    Laat de mens derhalve overwegen waaruit hij geschapen werd.
Hij werd uit een stromende vloeistof geschapen,
Welke voortkomt van tussen de ruggegaat en de ribben.
Voorzeker, Hij kan hem terugroepen,
op de dag waarop de geheimen zullen worden geopenbaard.
Dan zal hij geen kracht en geen helper hebben.
 (Soera 86:5-10)

  Eén voor één zullen zij voor Ons worden geleid, zoals Wij u de eerste maal hebben geschapen.
(Soera 82:9-19) (Soera 6:94)

God oordeelt strikt rechtvaardig :

Er wordt onder hen met rechtmatigheid beslist en hen wordt geen onrecht gedaan.     En niet heeft een torsende ziel de last van een ander te torsen.
(Soera 10:54) (Soera 17:15)

De straffen die zondaren in de hel ondergaan zijn gruwelijk :

Daarin wonende gedurende lange jaren. Zij zullen daarin koelte nog drank smaken, Maar ziedend en ijzig koud water, Een vergelding overeenstemmende met hun zonden.     Vermaan dus, als de vermaning zin heeft. Wie vreest, zal zich laten vermanen. Maar vermijden zal het de ellendeling die in het grote vuur zal branden. Hij zal daarin dan niet sterven en niet leven.
(Soera 78:23-26)(Soera 87:9-13)

Er is onder moslims een theologisch debat of de hel eeuwig is dan wel tijdelijk, zij het ’gedurende lange jaren’. Op Gods troon zou geschreven staan : ’Mijn barmhartigheid is sterker dan mijn wraak’. Dit zou er op duiden, dat God in zijn liefde voor de mens het niet kan verduren, dat er eeuwig verdoemden zijn.
...
De gemiddelde (islamitische) predikant stelt de verschrikking van de hel eerder erger dan minder streng voor. En dat de hel maar ’tijdelijk’ zou zijn hoort men dan ook maar heel zelden !
(Karel Steenbrink, De korte hoofdstukken van de koran)

God als schepper en God die gruwelijk straft

God is de schepper van het heelal.

De straffen die zondaren in de hel ondergaan zijn gruwelijk

    Er is een zekere tegenstrijdigheid in het beeld van God als de schepper van het universum enerzijds en het beeld van God als rechter die zijn schepsels wrede straffen in de hel doet ondergaan anderzijds. De schepper heeft de verantwoordelijkheid voor de vorm en de eigenschappen van wat hij maakt. Als hij dan niet tevreden is met zijn schepping kan hij besluiten deze om te vormen tot een nieuwe creatie, maar het is onlogisch om iets te scheppen, de verantwoordelijkheid voor mismaaktheid bij de schepsels zelf te leggen en deze vervolgens te straffen.
Bovendien is het onduidelijk waarom God steeds opnieuw mensen geboren laat worden die falen. Dat wil zeggen dat God al maar doorgaat met het scheppen van misbaksels, die dan vervolgens gestraft moeten worden.
Ook is het onduidelijk waarom God zich niet gewoon ontdoet van de schepsels die hem niet bevallen. Waartoe dienen die eindeloze gruwelijke straffen ? Waarom zou hij falende schepsels niet gewoon in het niets laten opgaan, zonder hen te kwellen ?

Ik denk dat het beeld van God als rechter die mensen in de hel gruwelijke straffen laat ondergaan niet klopt.
Dat betekent niet dat de koran geen waardevol boek is, maar het betekent wel dat de teksten die in de koran staan oorspronkelijk misschien een heel andere betekenis hebben gehad dan hedendaagse interpretaties suggereren.

Ik zie de ”dag des oordeels” niet als één dag waarin God alle mensen tegelijk beoordeelt, de ene helft toegang verleent tot de hemel en de andere helft kwellingen laat ondergaan in de hel. Ik vermoed dat het gaat om de ”dag van het inzicht”, de dag waarop je gaat beseffen wie je werkelijk geweest bent, en wat de gevolgen van je daden waren. Het is het moment waarop jijzelf het oordeel kunt vellen over jezelf. Die dag is voor ieder op een ander tijdstip. Wanneer je dat inzicht bereikt, wanneer de schellen als het ware van je ogen vallen, is het zeer voorstelbaar dat je het gevoel krijgt dat de aarde op haar grondvesten staat te schudden. Als je werkelijk beseft wat je anderen hebt aangedaan, zijn de schaamte, die je altijd wilde verbergen maar nu onder ogen wilt zien, en het berouw en de spijt als een hels emotioneel vuur. Dat emotionele vuur is niet een straf van een wrede God, maar een consequentie van je daden tot nu toe. Je hebt het als het ware zelf veroorzaakt en het vormt de prikkel die je aanzet om jezelf te zuiveren en een andere levenswijze te volgen. Wanneer je daadwerkelijk de stappen zet om een liefdevol leven te gaan leiden en je jezelf ontdoet van de negativiteit waarmee je jezelf hebt belast, bevrijd je je uit de hel waarin je jezelf hebt gebracht. God komt dan naar je toe, niet om je nog erger te straffen, maar als de Barmhartige, de Erbarmer, om jou te helpen je uit je zelf veroorzaakte hel te verlossen. God staat je toe af te dwalen, zodat je kunt ervaren hoe dat is, maar als je een nieuwe keuze wilt maken ten goede, is Goddelijke hulp onmiddellijk beschikbaar om je de weg te wijzen.

Misschien was dat de boodschap die ooit door Gabriël aan Mohammed werd doorgegeven. Misschien wilde de engel God laten zien als de Barmhartige, de Erbarmer, die je uit de hel weghaalt, in plaats van Hem te presenteren als een wrede Macht die je naar de hel stuurt. Voor God behoef je niet bang te zijn. Hij is niet de boosaardige Autoriteit, zoals Hij in veel op angst gebaseerde theologieën wordt afgeschilderd.

Dit scenario waarin de hel een eigen keuze is, waarin je alleen terecht kunt komen als consequentie van eigen daden, en die je door eigen inspanning ook weer kunt verlaten, vooronderstelt onpersoonlijke rechtvaardige spelregels (d.i. natuurwetten) die garanderen dat het kwaad dat iemand overkomt, ook door hemzelf is veroorzaakt. Deze vooronderstelling is door de mens op aarde niet te vast te stellen. Er is veel leed op aarde dat juist niet door de getroffenen veroorzaakt lijkt te zijn. Het is niet vast te stellen hoe bijvoorbeeld het mensen die met een handicap geboren zijn, of kinderen die een trauma oplopen doordat ze in een oorlogsgebied opgroeien, dit noodlot aan zichzelf te danken hebben.
Toch is er een tekst in de koran die aangeeft dat iedereen het leed dat hem overkomt, aan zichzelf te danken heeft :

   Wat u aan goeds overkomt, het is van God en wat u aan slechts overkomt, het is van uzelf.
   (Soera 4:79)

Sommige godsdiensten voeren reïncarnatie aan om

   -   het uitgangspunt dat het leed dat iemand overkomt aan hemzelf te wijten is, en
   het feit dat mensen soms in verschrikkelijke omstandigheden terecht komen, die niet in verhouding staan tot hun gedrag in dit leven
   te overbruggen.
De traditionele islam kent echter de reïncarnatie-gedachte niet. Wel is er de notie van een bestaan in vol bewustzijn voorafgaand aan de geboorte :

   En toen jouw Heer uit de kinderen van Adam, uit hun lendenen, hun nageslacht nam en hen over zichzelf liet getuigen : ’Ben ik niet jullie Heer ?’, zeiden zij ’Ja zeker, wij getuigen’. Dit is voor het geval jullie op de dag der opstanding zeggen : ’Wij waren ons hiervan niet bewust’.
   (Soera 7:172)

Een enkele schrijver suggereert dat het begrip van reïncarnatie en karma wel onderdeel was van de vroegste islam :

   Ibrahim Abouleish vertelt dat er esoterisch gezien - wanneer je de Koranteksten geestelijk in plaats van letterlijk leest - nogal wat verwijzingen naar karma en reïncarnatie staan. Zo lezen we in Soera 71:17, 18 :

God heeft jullie toch uit de aarde laten ontstaan. Daarna zal Hij jullie in haar terug laten keren en jullie dan opnieuw te voorschijn brengen.

Ook in andere Soera’s kunnen we een dergelijke geheime of verborgen verwijzing naar reïncarnatie vinden.
...
Andere Koranteksten die zinspelen op karma en reïncarnatie zijn : Soera 2:28, Soera 80:19-23 en Soera 85:13.

   (Hans Stolp, Aan synagoge, kerk en moskee voorbij - van religie naar menswording)

Predestinatie

Sommige koranteksten lijken aan te geven dat alles wat er gebeurt, is voorbestemd, terwijl andere passages spreken over keuzevrijheid van de mens. Vergelijk de twee onderstaande kolommen. Links staan teksten die op voorbeschikking wijzen, rechts staan teksten die aangeven dat er keuzemogelijkheden zijn en er vrije wil bestaat :

Geen onheil valt op aarde of bij jullie zelf voor of het staat in een boek voordat Wij het laten gebeuren. Dat is voor God gemakkelijk.     De waarheid komt van jouw Heer vandaan. Wie het wil, die moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn.
(Koran 57:22)

  (Koran 18:29)
Iemand kan alleen maar met Gods toestemming sterven volgens een vastgelegde voorbeschikking.     En wat de Thamoed betreft, Wij wezen hun de goede richting, maar zij hadden blindheid liever dan de goede richting gewezen te worden.
(Koran 3:145)

  (Koran 41:17)
Zeg : ”Ons zal alleen maar treffen wat God voor ons te boek gesteld heeft.”    
(Koran 9:51)

   
Profeten

Volgens de islam zijn er vanaf het begin van de menselijke geschiedenis vele profeten geweest. Sommigen van hen ... (lieten) een heilig boek of ’schrift’ na. De tora (taura), de psalmen (zaboer), het evangelie (indjiel) en de koran (kuraan) zijn boeken waarin een dergelijke goddelijke boodschap werd neergelegd.
(Sajidah Abdus Sattar, Islam voor beginners)

Mohammed

Moslims geloven dat Mohammed een profeet was. Vanaf zijn veertigste levensjaar tot aan zijn dood ontving hij openbaringen van de engel Gabriël. Na zijn dood werden deze openbaringen opgetekend en verzameld in een boek, de Koran, het heilige boek van de islam.
In de discussie eerder op deze pagina werd de vraag gesteld of ’Geloven dat Mohammed een profeet was’ en ’Geloven dat alle openbaringen aan Mohammed in de koran zuiver weergegeven worden’ aan elkaar gelijk kunnen worden gesteld. M.a.w. : Kan iemand die gelooft dat Mohammed een profeet was, maar ook gelooft dat in de koran passages voorkomen die Gods bedoelingen niet correct weergeven, zich moslim noemen ?

Mohammed is de vader van geen enkele man uit jullie midden, maar hij is Gods gezant en het zegel van de profeten. En God is alwetend.
(Koran 33:40, vertaling Fred Leemhuis)

De gangbare interpretatie van de uitdrukking ’het zegel van de profeten’ is dat Mohammed de laatste profeet is. P.S. van Koningsveld vertaalt in zijn boek ’De Islam’ soera 33:40 interpretatief :

Mohammed is niet de vader van een uwer mannen, maar de Boodschapper van God en de laatste der Profeten.
(Koran 33:40 - vertaling P.S. van Koningsveld, in : De Islam, Een eerste kennismaking met geloofsleer, wet en geschiedenis)

Ik geef er de voorkeur aan een duidelijk onderscheid te maken tussen oorspronkelijke tekst en interpretatie.

(Mohammed) is ... het zegel van de profeten.

(Mohammed is) de laatste der Profeten.

    In de vertaling van J.H. Kramers luidt soera 33:40 :

  Niet is Muhammad de vader van een uwer mannen maar wel de boodschapper Gods en het zegel der profeten. God is omtrent alle ding wetend.
  (Prof. dr. J.H. Kramers, de Koran - bewerkt door drs. Assad Jaber rn dr. Johannes J.G. Jansen)

’Zegel van de profeten’ is de meest nauwkeurige vertaling; ’laatste van de profeten’ is de meest gangbare interpretatie in islamitische kringen.

Maar betekent ’zegel van de profeten’ ook werkelijk ’laatste van de profeten’ ? Of zijn ook andere betekenissen acceptabel ?

  -    De uitdrukking ’zegel van de profeten’ zou ook kunnen kunnen betekenen dat na het optreden van Mohammed het duidelijk moet zijn dat het profeetschap aan ieder mens geschonken kan worden. In plaats ervan dat na Mohammed niemand profeet meer kan zijn, zou het ook kunnen betekenen dat iedereen profeet kan zijn.
Volgens de koran kunnen immers alle mensen boodschappen van God ontvangen :
     En wanneer Mijn dienaren u over Mij ondervragen, dan ben Ik nabij om te verhoren de aanroep van de aanroeper wanneer hij Mij aanroept. Laten zij Mij dan om verhoring vragen en in Mij geloven. Wellicht dat zij rechtgeleid zullen worden.
     (Soera 2:186)

  -   Een andere mogelijke betekenis is dat er vele profeten na Mohammed zullen komen, maar dat de boodschap van Mohammed van grote betekenis zal blijven.

   Mahatma Gandhi, Martin Luther King en Aung San Suu Kyi hebben ieder op hun eigen manier verandering ten goede proberen te bereiken via de weg van de vrede. Voor mij zijn zij wegwijzers voor de mensheid. Zij zullen net als ieder mens vergissingen hebben begaan, en fouten hebben gemaakt. Maar uiteindelijk kozen zij ervoor het kwade te bestrijden en de weg van vrede te bewandelen, elk vanuit hun eigen hindoeïstische, christelijke resp. boeddhistische achtergrond. Hun boodschap weerspiegelt Gods bedoelingen. Zij hebben zichzelf nooit profeet genoemd, maar ik zou niet weten waarom je hen geen profeet zou mogen noemen.

   Volgens de moslim-traditie waren er 124.000 profeten, sommigen belangrijker dan andere. Sommigen van hen kwamen met twee of met zijn drieŽn ..., bijvoorbeeld Mozes en Aäron, Abraham met Isaäc, Ismaël, Jacob en Jozef. Als de mensheid begunstigd werd met zoveel profeten in diezelfde tijd, waarom zou God dan stoppen ? Het is niet zo dat de mensheid niet langer leiding nodig heeft. In feite is het tegengestelde eerder het geval. Nooit eerder hebben mensen de middelen bezeten om de hele planeet te vernietigen. Als er ooit leiding nodig zou zijn, dan is het nu wel.
   (Husain Ahmed, A rationalist look at islam - in : Ibn Warraq, Leaving islam)

Het verschil tussen een profeet (nabie) en een willekeurig geïnspireerd iemand is, dat de eerstgenoemde verplicht is de goddelijke boodschap uit te dragen aan anderen.
(Sajidah Abdus Sattar, Islam voor beginners)

Ik weet niet of mevrouw Sattar hier een persoonlijke mening weergeeft, of dat deze opvatting in brede kring in de islamitische gemeenschap gedragen wordt. Ervan uitgaande dat Mohammed de laatste profeet was, komt haar mening erop neer dat na Mohammed geen enkel mens meer verplicht is geweest een goddelijke boodschap uit te dragen.
Hier wordt de vraag ’Wat is eigenlijk een profeet ?’ aan de orde gesteld.

Een profeet ... (is) verplicht de goddelijke boodschap uit te dragen aan anderen.     Ook na de komst van Mohammed zijn er nieuwe religies gesticht door mensen die volgens eigen zeggen door God verplicht werden Zijn boodschap uit te dragen. :

  De Tenri-leer is over heel Japan verbreid en heeft aanhangers in Aziatische en Westelijke landen. In Japan zijn er meer dan 100.000 priesters die ruim 2 miljoen gelovigen ”bedienen”.
...
De gebeurtenissen die tot het ontstaan van de Tenri-religie voeren, beginnen op 12 december 1837. De zeventienjarige Shûji is op het veld en voelt plotseling in haar linker been heftige pijnen. Medische behandeling helpt niet. Ook genezers brengen slechts tijdelijk heil. Op 9 oktober 1838 worden ook de ouders ziek. Shûji heeft pijn in haar been, Miki (de moeder) in de lendenen en Zenbei (de vader) aan de ogen. De genezer blijkt afwezig te zijn. Daarom treedt Miki als medium in haar plaats en houdt de gewijde staven in haar handen. Plotseling spreekt een vreemde stem door haar mond : ”Ik ben de Schepper, de ware en werkelijke God. Ik heb recht op dit huis en deze hof. Nu ben ik in deze wereld als persoon verschenen, om alle mensen te redden. Ik eis van jullie, mij jullie Miki als mijn levende tempel af te staan”.
Op dit ogenblik is Miki 41, Zenbei 51, Shûji 18, Masa 14, Haru 8 en Kokan 2 jaar oud. De familie weigert huis en haard prijs te geven, en de pijnen van Miki worden erger. Er wordt een familieraad bij elkaar geroepen, die aanraadt niet toe te geven.
Daarom gaat Zenbei naar Miki, die bij het huisaltaar knielt en zegt tot haar  ”We kunnen niet toegeven aan deze vreemde eis, want de kinderen zijn te jong en hebben een moeder nodig”. En weer spreekt de stem door Miki : ”Het is niet verwonderlijk dat jullie zo bevreesd bent. Maar in twintig of dertig jaar zal de dag komen, dat jullie allen overtuigd zult zijn, dat mijn eis gerechtvaardigd was”.
Zenbei en de anderen herhalen hun afwijzing. Miki wordt tot een wilde verschijning, de heilige staafjes vliegen in de hoogte en het papier der staven scheurt.. Toch blijven de familieleden bij hun beslissing. Drie dagen en nachten overleggen ze. Dan zegt de stem van ”de hogere macht” (”kami”) : ”Als jullie weigeren, zal dit huis vernietigd worden”. Zenbei en de familieleden vervallen in een bevreesd zwijgen. Op 12 december, 's morgens om half acht, willigt de huisvader in. Meteen wordt Miki rustig. Volgens het geloof van de aanhangers is dat het tijdstip, dat de goddelijke ziel in het lichaam van Miki intrekt. De stichtster geeft nu al haar bezittingen weg. De familie wordt arm. Zenbei heeft moeite alles te aanvaarden, maar de godheid vermaant hem : ”Je hebt goede gronden bevreesd te zijn. Maar de tijd is gekomen, dat ik de mensen op deze aarde redden zal. Daarom verzoek ik je, niet voor altijd, maar voor deze ene keer, door de diepe dalen te schrijden”. Dan geeft Zenbei toe.
Kort hierna sterft Zenbei. Ook Miki is dikwijls de wanhoop nabij. Men verhaalt dat ze zich soms verdrinken wil, maar dan zijn haar benen telkens verlamd.
De jongste dochter Kokan wordt de eerste verkondiger van de leer. Met 17 jaar trekt ze naar de heilige stad Osaka, om de heilige Naam Gods te verkondigen. Ze zingt in het dichte verkeer van de grote stad ”Namu Tenri-o-no-Mikito” en slaat daarbij met haar begeleidsters op haar slaghouten.
Op dit ogenblik vordert de godheid van Miki het laatste offer ! Ze moet haar huis laten afbreken. Gedurende de afbraak schenkt ze de arbeiders rijstwijn en voedsel : ”Met deze afbraak begin ik een nieuwe wereld te bouwen. Ik wil deze onderneming met jullie vieren”.
Nog volgen zware jaren. Maar dan gebeuren wonderbaarlijke dingen. Vrouwen baren lichter in de aanwezigheid van Miki. Miki bouwt een klein huisje ter ere van de godheid, die zich de Oudergod ( = Vader- en Moedergod ) noemt.
Het huisje wordt door boeddhistische priesters vernietigd. Maar twee kluizenaars voltooien later de bouw en dan vangen de beroemde dans-diensten aan. De stichtster dicht en componeert. Ze leert dat God de mens tot vreugde geschapen heeft.
Tussen 1869 en 1882 ontstaat de kanon Tenri-kyó. De goddelijke stem beveelt : ”Penseel, penseel, grijpt het penseel !” Ze grijpt het penseel, dat zich met grotesnelheid zelf beweegt, en zelfs in de donkerste nacht Gods Wil opschrijft. Na drie jaar beweegt het penseel niet meer. Miki heeft zeventien delen met 1711 poëtische openbaringen geschreven. Ze heten ”Ofudesaki” : de punt van het penseel.
De leer breidt zich uit. Miki wordt nu regelmatig vervolgd. Nog op 85-jarige leeftijd moet ze in de gevangenis. Vier jaar later zit ze weer voor een halve maand gevangen. Op 26 januari 1887 ”verbergt ze haar aardse zelf”
...
De boodschap van Tenri-kyô is een boodschap van liefde.
  (Henri van Praag, Levende Religie - Tenri-Kyo -/- in : Prana nr. 14, winter 1978/79, Ontmoeting der religies)

Ik neem dit verhaal op deze pagina op om de opvatting van mevrouw Sajidah Abdus Sattar te toetsen, dat er na Mohammed geen mensen verplicht zijn geweest om een Goddelijk Woord onder de aandacht van anderen te brengen.
Voor mij zijn de Islam en de Tenri-godsdienst beide religies die ik uit mijn opvoeding niet ken. Ik zou ze graag aan de hand van dezelfde criteria willen beoordelen.
Als ik de vraag ”Zou ik kunnen geloven dat God de stichter(s) van deze religie Zijn Woord in de mond heeft gelegd en hem/haar/hen verplicht heeft Zijn Boodschap uit te dragen ?” op beide godsdiensten toepas, zie ik geen andere criteria waarom ik enerzijds wel zou moeten geloven dat Mohammed verplicht werd het Goddelijke Woord uit te dragen, en anderzijds Miki en haar familie niet, dan mijn eigen oordeel over hun boodschap. Dit komt overeen met de stelling :

   Indien een profeet in uw midden opstaat, dan zult ge allen de inhoud van zijn boodschap nagaan, maar niet zoeken naar de bron.
   (Maimonides - filosoof die leefde van 1135 tot 1204 - geciteerd in : Prana nr 14, winter 1978/79)

Koran

God spreekt in de Koran rechtstreeks tot de gelovigen De Koran is dus niet ... het verhaal over God, verteld door betrokkenen. (Voor moslims is) de Koran het verhaal door God, zoals geopenbaard aan Mohammed via de aartsengel Gabriël, Djibriel in het Arabisch.
(Joris Luyendijk, Een tipje van de sluier)

De verzen in de koran zijn veelal niet eenduidig en voor verschillende interpretaties vatbaar.

(De moslimgeleerde) Soeyoeti ... zegt : ’Het is onmogelijk een vers te begrijpen zonder de qisa (de geschiedenis) ervan te kennen en de oorzaken die geleid hebben tot haar openbaring.’ Hij voegt eraan toe dat ’het vaak gebeurt dat de moefassiroen (de commentatoren, de uitleggers van de Koran) verscheidene oorzaken (asbab) aanvoeren voor hetzelfde vers’.
(Fatima Mernissi, De politieke harem)

De precieze omstandigheden waarin een koranvers werd geopenbaard en de aanleiding voor de openbaring zijn vaak niet meer bekend, wat tot een groot aantal verschillende interpretaties van de koran heeft geleid.

De koran wordt zeer verschillend gewaardeerd. Hieronder volgen een aantal commentaren :

Op zekere dag besloot ik dat het tijd was om mijn kennis van de islam te verdiepen en de koran van kaft tot kaft te lezen om zelf uit te vinden waar de islam werkelijk voor staat. Ik vond een Arabisch exemplaar van de koran met een Engelse vertaling. Daarvoor had ik wel in de koran gelezen, maar alleen maar stukjes en beetjes eruit. Dit keer begon ik alles te lezen. Ik las een vers in het Arabisch, daarna las ik de Engelse vertaling waarna ik weer terug ging naar het Arabisch, en ging niet verder naar het volgende vers voordat ik tevreden was en het in het Arabisch volledig begrepen had.
Het duurde niet lang voordat ik een vers tegenkwam dat ik maar moeilijk te aanvaarden vond. ... Ik was geschokt te vernemen dat de koran moslims vertelt ongelovigen te doden waar ze hen ook maar vinden (2:191), om hen te vermoorden (9:123), hen af te slachten (9:5), met hen te vechten (8:65), hen te vernederen, en om voor hen als straf extra belasting te heffen, zelfs als zij christenen en joden zijn (9:29). Ik was geschokt toen ik vernam dat de koran vrijheid van geloof ontneemt aan de gehele mensheid, en duidelijk zegt dat er geen andere religie dan de islam wordt aanvaard (3:85). Ik was geschokt toen ik hoorde dat Allah diegenen die niet in de koran geloven naar de hel verbant (5:10) en hen najis (vuil, onaanraakbaar, onrein) noemt (9:28). Ik was geschokt toen ik hoorde dat Allah de moslims beveelt tegen de ongelovigen te vechten totdat er geen andere religie meer is dan de islam (2:193). Ik was geschokt toen ik er achter kwam dat de koran zegt dat ongelovigen naar de hel gaan en kokend water zullen drinken (14:17), dat het moslims vraagt om te doden of te kruisigen of om de handen en voeten van ongelovigen af te houwen, dat ongelovigen oneervol uit het land verdreven moeten worden en dat ”hen in de wereld hierna een grote straf te wachten staat” (5:33). Ik was geschokt toen ik er achter kwam dat de koran zegt : ”Voor hen die ongelovig zijn worden kleren geknipt uit vuur terwijl over hun hoofden gloeiend water wordt uitgegoten. Wat in hun buiken en hun huid is, smelt daardoor. Voor hen zijn er knuppels van ijzer.” (22:19-21). Ik was geschokt toen ik er achter kwam dat de koran een moslim verbiedt vriendschap te sluiten met een ongelovige zelfs als die ongelovige de vader of de broer is van die moslim (9:23, 3:28). Ik was geschokt te ontdekken dat de koran moslims vraagt om ”zich met grote ijver te weer te stellen tegen ongelovigen” en streng tegen hen te zijn omdat zij tot de hel behoren (66:9). Ik was geschokt om te vernemen dat de heilige Profeet van zijn volgelingen eiste ”de hoofden van de ongelovigen af te houwen” en dan, nadat er een ”bloedbad onder hen is aangericht, de overgebleven krijgsgevangenen zorgvuldig te boeien” en hen tot slaven te maken (47:4). Ik was geschokt is om er achter te komen dat het boek van Allah zegt dat vrouwen minderwaardig zijn aan mannen, hun echtgenoten het recht hebben hen te slaan als ze hen ongehoorzaam zijn (4:34), en dat vrouwen naar de hel gaan als zij hun echtgenoten ongehoorzaam zijn (66:10). Ik was geschokt toen ik er achter kwam dat de koran stelt dat mannen een hogere positie boven vrouwen hebben (2:228), dat de koran niet alleen vrouwen gelijke rechten bij erfenissen ontzegd (4:11-12), maar hen ook als imbecielen beschouwt en bepaalt dat een getuigenis bij een rechtszaak niet geldig is (2:282). Dit betekent dat een vrouw die verkracht is haar verkrachter niet kan beschuldigen tenzij zij een mannelijke getuige kan aandragen. Mohammed stond moslim-mannen toe met ten hoogste vier vrouwen te trouwen en gaf hen toestemming te slapen met hun slavinnen en met zoveel ”gevangen genomen” vrouwen als zij maar zouden bezitten (4:3). Ik was geschokt toen ik hoorde dat de profeet dat zelf ook deed en zijn vrouwelijke krijgsgevangenen verkrachtte. Iedere keer dat een moslim-leger een andere natie onderwerpt, noemen ze de overwonnenen daarom kafir en staan ze zichzelf toe hun vrouwen te verkrachten. Pakistaanse soldaten verkrachten zo'n 250.000 Bengaalse vrouwen in 1971, nadat zij 3 miljoen ongewapende burgers hadden afgeslacht toen hun religieuze leider afkondigde dat de inwoners van Bangladesh niet islamitisch waren. Daarom verkrachten de gevangenisbewakers van het islamitische regime in Iran de vrouwen en doden ze hen nadat ze hen afvalligen en vijanden van Allah hebben genoemd.
Nadat ik de koran gelezen had, werd ik door een grote depressie overweldigd. Het was moeilijk dat alles te accepteren. In het begin begon ik het te ontkennen en zocht ik naar esoterische betekenissen voor de duidelijke verzen van de koran. Maar dat was niet mogelijk.
(Ali Sina, Why I left islam - in : Ibn Warraq, Leaving islam)

In plaats van een redenering ten gunste van de islam met overtuigende argumenten ligt de klemtoon op bedreigingen en dwang. Ik zou niet weten hoeveel verzen daar aan gewijd zijn, maar de dreiging van de straf die de mensheid te wachten staat in de vorm van een hel, is overal aanwezig. Het andere refrein is dat Allah het het beste weet en dat alles aan hem bekend is.
Natuurlijke verschijnselen worden met grote eentonigheid genoemd als overduidelijke argumenten voor het bestaan van God zonder enige poging van een bewijs.
(Husain Ahmed, A rationalist look at islam - in : Ibn Warraq, Leaving islam)

Hadieth

De verzamelde overleveringen over de profeet Mohammed worden aangeduid als de hadieth.

Dat zijn duizenden korte of langere anekdotes met ’voorbeelden’ van wat de profeet Mohammed heeft gedaan, gezegd of goedgekeurd. ... Het probleem is dat de hadith eerst mondeling van generatie op generatie zijn overgedragen, en pas 150 jaar na de dood van Mohammed zijn opgetekend. Verdraaiing of vervalsing is dus niet uit te sluiten. ... Bij politieke conflicten (en) theologische discussies ... moet de verleiding groot zijn geweest het eigen gelijk te halen met een verzonnen of aangepaste uitspraak van de profeet. ... Voor moslims staat in ieder geval vast dat de overleveringen ’mensenwerk’ zijn, en niet het letterlijke woord van God.
(Joris Luyendijk, Een tipje van de sluier)

Verboden

Ik las (in de koran) dat Allah allerlei dingen verboden verklaart zoals bijvoorbeeld :
       *      liegenSura 77:15, 19, 24, 34 en 40
   *   stelenSura 5:38
   *   onoprechtheid, huichelarijSura 4:145
   *   haat en vijandschapSura 5:91
   *   lasteren en roddelenSura 68:11 en 104:1
   *   gierig zijnSura 92:8
   *   trotsheidSura 16:23
   *   oneerlijk zijnSura 17:35
   *   iemand schade berokkenenSura 13:25
   *   wijn en kansspelenSura 2:219 en 5:90
   *   overspel/ontucht plegenSura 17:32 en 25:68
   *   zedeloosheidSura 7:33
(Ir. M.A. Ramani, Reis door culturen - in : Ing. Arend J. van Vliet (red.), Christendom onwijs)

Hieronder worden de genoemde soera's geciteerd en van commentaar voorzien :

Wee op die dag de loochenaars.     Met "die dag" of "te dien dage" wordt de dag des oordeels bedoeld.
Een loochenaar is iets anders dan een leugenaar. Een loochenaar ontkent iets; dat hoeft niet te betekenen dat hij liegt.
(Koran 77:15, 19, 24, 28, 34, 37, 40, 45, 47-
vertaling Fred Leemhuis)

   
   Het komt mij voor dat in deze soera met loochenaars diegenen bedoeld worden, die de boodschap van Mohammed ontkennen. In dat geval zou deze soera betekenen ” Wee diegenen die de boodschap van Mohammed niet aanvaarden ”.

Wee te dien dage aan de voor-leugen-verklaarders.     De vertaling ”voor-leugen-verklaarders” suggereert wel dat het hier gaat om mensen die iets waarvan ze zouden moeten kunnen inzien dat het waar is, voor leugen verklaren. In dat geval zou deze soera inderdaad geÔnterpreteerd kunnen worden als ”Wee de leugenaars”

(Koran 77:15, 19, 24, 28, 34, 37, 40, 45, 47-
vertaling prof. dr. J.H. Kramers)
   
     
De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij zult voor hen geen helper vinden, behalve voor hen die berouw tonen, zich beteren, zich aan God vasthouden en hun godsdienst geheel aan God wijden.    
(Koran 4:145,146)

   
De satan wenst slechts vijandschap en haat tussen jullie te veroorzaken door de wijn en het kansspel en door jullie van het gedenken Gods en van de salaat af te houden.    
(Koran 5:91)

   
Geef aan geen enkele verachtelijke edenzweerder gehoor, een met roddel rondlopende lasteraar, een zondige overtreder die het goede belet, een bruut en bovendien een indringer.    
(Koran 68:10-13)

   
Wee elke lasteraar en roddelaar die de bezit bijeen brengt en het telkens telt en daarbij denkt dat zijn bezit hem onsterfelijk gemaakt. Welnee, hij wordt in de verbrijzelaar gesmeten. En hoe kom jij te weten wat de verbrijzelaar is? Gods aangestoken vuur, dat in de harten doordringt. Het zal hen omsluiten, een langgerekte zuilen.    
(Koran 104:1-9)

   
Hij dan die gierig en zelfgenoegzaam is en die het allermooiste loochent, hem leggen Wij een moeilijke taak op. Zijn bezit baat hem niet als hij in de afgrond stort.    
(Koran 92:8-11)

   
Jullie God is één God. En zij die niet in het hiernamaals geloven, hun harten ontkennen het in hun hoogmoed. Het staat vast dat God weet wat zij in het geheim en wat zij openlijk doen. Hij bemint de hoogmoedigen niet.   In deze korantekst wordt gesteld dat ’niet geloven in een hiernamaals’ voortkomt uit hoogmoed. Ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die niet hoogmoedig zijn, maar toch niet geloven in het bestaan van een hiernamaals.
(Koran 16:22,23)

   
En geeft volle maat als jullie afmeten en weegt met de juiste weegschaal.    
(Koran 17:35)

   
Maar zij die... verderf op aarde brengen, zij zijn het voor wie de vloek en de slechte woning is.    
(Koran 13:25)

   
En jullie mogen geen ontucht plegen. Dat is iets gruwelijks en een slechte manier van doen.   Op verschillende plaatsen wordt het een man in de koran toegestaan sexuele omgang te hebben met zijn slavinnen, o.a. in soera’s 4:3, 23:6 en 70:30. Aan het aantal slavinnen is geen maximum gesteld.
Het houden van slaven en slavinnen is - in mijn optiek - verwerpelijk, laat staan het onderhouden sexuele relaties met slavinnen, die geen vrije zeggenschap hebben over wie hun seksuele partner zal zijn.
Ik beschouw seksuele omgang met slavinnen als een vorm van ontucht.

Vrouwen van overwonnen volken werden door moslims vaak als ’gevangen vrouwen’, als slavinnen behandeld :

(Koran 17:32)

 
   
   
   
    Telkens wanneer moslimlegers een andere natie onderwierpen, beschouwden ze de inwoners als kafir (ongelovigen) en stonden ze zichzelf toe de vrouwen te verkrachten. Zo verkrachtten in 1971 Pakistaanse soldaten meer dan tweehonderdduizend Bengaalse vrouwen nadat zij 3 miljoen ongewapende burgers hadden afgeslacht toen hun religieuze leider had afgekondigd dat de inwoners van Bangladesh niet islamitisch waren. Om diezelfde reden verkrachten en vermoorden gevangenisbewakers van het islamitische regime in Iran de vrouwen, nadat ze die tot afvalligen en vijanden van Allah hebben verklaard.
    (Abul Kasem, Islamic terrorism and the genocide in Bangladesh - in : Ibn Warraq, Leaving islam)

En zij die... geen overspel plegen; wie dat doet zal moeten boeten.    
(Koran 25:68)

   
Zeg : ’Mijn Heer heeft slechts de gruwelijkheden verboden, de uiterlijke en de innerlijke...’.    
(Koran 7:33)

   
Er zijn nog veel meer voorschriften, zoals :

En jouw Heer heeft bepaald dat... men goed moet zijn voor de ouders; of nu ťťn van tweeŽn of allebei bij jou de ouderdom bereiken, zeg dan niet ’Foei’ tegen hen, bejegen hen niet onheus en spreek op een hoffelijke manier tot hen.
En wees uit barmhartigheid voor hen nederig en ontvankelijk.
   
(Koran 17:23-24.)

   
En geef de verwant wat hem toekomt en ook de behoeftige en die onderweg is en wees niet verspillend. ... (en) spreek... tot hen op een vriendelijke manier.    
(Koran 17:26-28)

   
En jullie mogen jullie kinderen niet doden uit vrees voor armoede.... en doden is een grote zonde....
   
(Koran 17:31)

   
En jullie mogen niemand doden -wat God verboden heeft - behalve volgens het recht. En als iemand onrechtmatig gedood is, dan geven Wij zijn naaste verwant machtiging, maar hij moet in het doden niet te ver gaan.....
  Ik begrijp niet wat met de passage ’behalve volgens het recht’ bedoeld wordt. Recht ontstaat door afspraken tussen mensen. In Nederland hebben we met zijn allen afgesproken dat de doodstraf in alle gevallen ongepast is. Dat is als zodanig vastgelegd in de Nederlandse wet. In andere landen gelden weer andere wetten. Maar wat is recht onder een dictatoriaal regime, dat wetten uitvaardigt die niet rechtvaardig zijn ?
In mijn beleving ga je met het doden van een medemens in de praktijk altijd te ver. Misschien zijn er extreme situaties, bijvoorbeeld wanneer iemand ongeneeslijk ziek is en vreselijke pijnen lijdt, waarbij er geen medische mogelijkheden bestaan om de pijn weg te nemen, maar onder normale omstandigheden is het doden van een medemens nooit te billijken.
Ook het doden vanuit wraak, als genoegdoening voor een eerder begane moord, is in mijn beleving, nooit gerechtvaardigd.
(Koran 17:33)

 
 

 

 

 

En jullie mogen niet aan het bezit van de wees komen, tenzij dat op de beste manier gebeurt, totdat hij volgroeid is. En komt de verbintenis na. Over de verbintenis wordt verantwoording afgelegd.    
(Koran 17:34)

   
En ga niet achter iets aan waarvan jij geen kennis hebt. Het horen, het zien en het hart, over al dat wordt verantwoording afgelegd. En loopt niet verwaand op aarde rond.... Van dat alles wordt het slechte bij jouw Heer verafschuwd.    
(Koran 17:36-38)

   

Salaat

De salaat ... is de rituele godsdienstoefening die door de gelovigen dagelijks op vaste tijden behoort te worden verricht.
De gelovige, die ritueel rein moet zijn, stelt zich op in de gebedsrichting (kibla), dat wil zeggen naar Mekka. Hij formuleert voor zichzelf de intentie (nijja) een bepaalde salaat te gaan doen. Dan spreekt hij de woorden ’God is groot’ (allahoe akbar), wat hem in de gewijde staat voor de salaat brengt. Dit wordt gevolgd door een rak’a, een lastig te vertalen woord, (dat wel wordt) weergegeven met ’buiging’. Zo’n ’buiging’ begint met het reciet van tenminste de eerste soera van de koran. Dan buigt hij met het bovenlijf voorover, totdat de handpalmen bij de knieën komen, en richt zich weer op. Dit wordt gevolgd door de teraardewerping (soedjoed), waarbij achtereenvolgens de knieën, de handen en het voorhoofd de grond raken. Na te zijn opgekomen tot een zittende houding op de knieën verricht de gelovige nogmaals een teraardewerping. Iedere houding wordt even volgehouden, en bij iedere houding worden bepaalde formules uitgesproken. Na het voorgeschreven aantal ’buigingen’ - iedere salaat heeft een eigen aantal - zit de gelovige op de knieën. Hij spreekt de geloofsbelijdenis en heilwensen over de Profeet en sluit af met het ’Vrede zij met u en de genade Gods’ (de tasliema).
...
Het aantal te verrichten salaats is in de koran niet vastgelegd. In 24:58 worden genoemd de salaat van de dageraad en de late avond-salaat. Het vers : Neemt de salaats in acht en de middelste salaat (2:238) veronderstelt een oneven aantal van minimaal drie salaats.
...
Volgens de koran is de salaat voor de gelovigen een voorschrift op vaste tijden (4:103). Over die tijden wordt echter niet veel gezegd : aan beide einden van de dag en in de nacht (11:114; 20:130) of bij zonsondergang tot het vallen van de nacht, en ook het reciet van de dageraad (17:79).
In de tradities is echter precies vastgelegd binnen welke tijdspannen de verschillende salaats moeten worden verricht.

Naast de verplichte salaats zijn er ook vrijwillge, waarvan de nacht-salaat de belangrijkste is. ... Verder zijn er salaats bij bijzondere aanleidingen : bij droogte, bij zons- of maansverduistering, bij begrafenissen.
...
De tijden voor de vijf dagelijkse salaats worden (in islamitische landen) bekend gemaakt vanuit de moskee, meestal vanaf de daartoe gebouwde minaret. De persoon die de oproep doet heet moëddzin, de oproep zelf heet adzaan. ... Op het ogenblik waarop de salaat daadwerkelijk begint wordt de tekst van de adzaan nog eens gezegd, maar dan met minder herhalingen; deze tweede adzaan heet ikrima.

(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Van Aboe Mahdzoera : Gods Profeet onderwees mij de oproep tot de salaat : ’God is groot. God is groot. Ik getuig dat er geen god is dan God. Ik getuig dat er geen god is dan God. Ik getuig dat Mohammed de gezant van God is. Ik getuig dat Mohammed de gezant van God is.’ Daarop herhaalde hij : Ik getuig dat er geen god is dan God. Ik getuig dat er geen god is dan God. Ik getuig dat Mohammed de gezant van God is. Ik getuig dat Mohammed de gezant van God is. Komt tot de salaat. Komt tot de salaat. Kom tot heil. Kom tot heil.’
Ishaak voegde eraan toe : ’God is groot. God is groot. Er is geen god is dan God.’
(Moeslim, Boek 4, traditie 6 -/- Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Zakaat

Zakaat betekent in de koran ’weldadigheid’, ’aalmoezen geven’. ... Als instituut is de zakaat een vermogensbelasting die door een islamitische overheid wordt geheven van mensen wier bezit het wettelijk minimum (nisaab) te boven gaat. Het vermogen van een moslim wordt daardoor gelouterd, geoorloofd (halaal) gemaakt (9:103; 70:24-25).
De opbrengst dient te worden verdeeld onder mensen die bijstand behoeven : de aalmoezen zijn voor de armen en de behoeftigen, voor de inners ervan en voor wier harten verzacht moeten worden, voor het vrijkopen van slaven en voor schuldenaren, voor Gods zaak en voor de reiziger; het is een verplichting van God, en God is wetend en wijs. (9:60) De zakaat kan (volgens een hadieth-overlevering) worden afgedwongen.
De koran kent ook het woord sadaka, dat aanvankelijk synoniem was met zakaat, maar later dikwijls verwijst naar de niet-gereglementeerde, vrijwillige aalmoes.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Vasten gedurende de maand ramadan

Vasten gedurende de maand ramadan van de islamitische kalender is een pijler van de islam. De basistekst in de koran is 2:183-187; van de ramadan wordt daar gezegd dat het de maand is waarin de openbaring werd neergezonden, in wat elders de ’nacht der beschikking’ (lailat al-kadr) heet. Het vasten in die maand is verplicht; aanbevolen is het om ook te vasten op de aasjoeraa’-dag, de tiende van de maand moeharram. Bovendien geldt vrijwillig vasten als aanbevelenswaardig.
Een (nieuwe) maand, en dus ook ramadan en de daaropvolgende maand, begint als na zonsondergang van de 29-ste dag (van de huidige maand) de maan is waargenomen. Als de maan niet is waargenomen, bijvoorbeeld omdat het bewolkt was, wordt een maand geacht dertig dagen te tellen.
Vasten in de maand ramadan houdt in dat een moslim zich onthoudt van alle spijs en drank en van geslachtsverkeer met zijn vrouw(en) van vroeg in de ochtend (vanaf zonsopgang) tot na zonsondergang. In de nacht is dat alles wel toegestaan....
Zieken, reizigers, menstruerende, zwangere en zogende vrouwen, alsmede kinderen en bejaarden zijn van de vasten vrijgesteld. Wie daartoe in staat is kan de vastendagen later inhalen of ter boetedoening een arme te eten geven (2:184). Als de vastenmaand voorbij is wordt het ’kleine feest’ of ’suikerfeest’ (ied al-fitr) gevierd.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

De bedevaart naar Mekka

De bedevaart naar het (volgens moslims) door Ibrahiem gestichte ’Huis’, de Ka’ba in Mekka, is een pijler van de islam. Iedere volwassen moslim is, als hij daartoe in staat is, verplicht één maal deze bedevaart te maken (3:97) in de maand dzoe-l-hiddja van de islamitische kalender. ...
Als de pelgrims het gewijde gebied rond Mekka naderen doen zij de grote wassing; vervolgens nemen zij de gewijde staat aan (ihraam). Zij dragen dan sandalen en twee ongenaaide of ongezoomde witte doeken, namelijk een lendendoek en een overkleed; zij mogen hun haar of nagels niet knippen, zich niet scheren of kammen en geslachtsverkeer is hun verboden. In het gewijde gebied heerst godsvrede; bloedvergieten is er verboden. Pas na afloop van de plechtigheden mag de gewijde staat weer verlaten worden. Bij het aannemen van de gewijde staat wordt de talbia-formule uitgesproken. Ook moet een pelgrim zijn intentie formuleren : neemt hij de gewijde staat aan voor een ’bezoek’, voor een bedevaart of voor een combinatie van beide (2:196) ? Bij dat laatste is er nog verschil of men tussen ’bezoek’ en bedevaart de gewijde staat verlaat of deze aanhoudt.
De bedevaart begint veelal met een ’bezoek’ (oemra; 2:158) aan de gewijde plaatsen te Mekka. Een bezoek kan het hele jaar door, dus ook los van de bedevaart, gebracht worden. Het bestaat uit : de zevenvoudige ommegang (tawaaf) rond de Ka’ba, waarbij de ’zwarte steen’ in één van de hoeken wordt aangeraakt; zeven maal ’lopen’ tussen as-Safa en al-Marwa, twee plaatsen in de naaste omgeving van Mekka; zich het haar laten knippen of afscheren te al-Marwa.
De bedevaart (hadj) is gebonden aan de maand dzoe-l-hiddja. De pelgrims hebben van te voren meestal al een ’bezoek’ gebracht. Op 8 dzoe-l-hiddja, de zogenaamde tarwia-dag - wat dat betekent is onduidelijk - vertrekken zij naar Arafa, een vlakte ten oosten van Mekka. 9 dzoe-l-hiddja is de ’dag van Arafa’; men moet daar in de namiddag vertoeven, voor God ’staan’ (woekoef), wat wel beschouwd wordt als de kern van de bedevaart. De nacht wordt doorgebracht in Moezdalifa. 10 dzoe-l-hiddja is de dag van het slachtfeest (ied al-adha), die in Mina wordt doorgebracht. Eerst wordt er met steentjes naar een steenhoop gegooid; vervolgens wordt het meegebrachte offerdier geslacht , ter herdenking van het offer van Ibrahiem (37:99-113), en tenslotte wordt het hoofd geschoren (diegenen die de bedevaart niet meemaken slachten thuis). De drie volgende dagen heten tasjriek-dagen - wederom een onduidelijk woord. Deze worden in Mina doorgebracht; het zijn de dagen waarop het vlees van de offerdieren wordt opgegeten. De andere verplichting is nogmaals met steentjes gooien, dit maal naar drie steenhopen. De bedevaart wordt besloten met een afscheidsommegang rond de Ka’ba.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

De talbia-formule is overgeleverd :

Van Abdallah ibn Oemar : De talbia van de Profeet luidde : ’Tot uw dienst, o God, tot Uw dienst ! Tot Uw dienst, U hebt geen ander naast U, tot Uw dienst ! U is de lof en de genade en het koningschap. U hebt geen ander naast U.’
(Boechari, Boek 25 hoofdstuk 26 -/- Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Bij één ritueel heb ik een opmerking :
         
Vervolgens wordt het meegebrachte offerdier geslacht   Ik ben gelegenheidsvegetariër. Dat wil zeggen dat ik thuis zelden of nooit een vleesgerecht eet, maar wanneer ik bij vrienden ben, of in een restaurant, en men zet mij een vleesgerecht voor, dan eet ik het op.
Uit eerbied voor het leven, zou men het eten van vlees moeten beperken. Ik vind dat het eten van vlees niet gestimuleerd moet worden, zeker niet tijdens een massale godsdienstoefening. Daarom vind ik het jammer dat het offeren van dieren opgenomen is als een ritueel tijdens de bedevaart naar Mekka.
 
Het zijn de dagen waarop het vlees van de offerdieren wordt opgegeten.   Ik ben opgegroeid met een godsdienst waarin geen sprake is van het offeren van dieren. Ik kan mij herinneren dat ik, toen ik er als scholier achter kwam dat de Romeinen en Grieken de offerdieren zelf opaten, dacht : ’Dat is toch geen offeren, als je iets wat je ”weggeeft” aan God, zelf gaat consumeren ?’ Elk dier is een buitengewoon indrukwekkend schepsel van God en ik kan niet begrijpen dat God er behagen zou scheppen wanneer zo iets ongelofelijks moois zonder werkelijke noodzaak kapot wordt gemaakt, ook al denkt men dat te doen ’ter ere van God’.

Op de avond van de tarwia-dag zei de Profeet dat wij de gewijde staat voor de bedevaart moesten aannemen. Wij vervulden de riten van de bedevaart en deden de ommegang rond de Ka’ba en maakten de loop tussen as-Safa en al-Marwa; daarmee was onze bedevaart volbracht, alleen het offer moesten wij nog brengen, zoals God gezegd heeft : ... zoveel offergave als doenlijk is. Wie niets heeft moet tijdens de bedevaart drie dagen vasten en zeven dagen als jullie zijn teruggekeerd [2:196] naar jullie steden. Een schaap is voldoende.
(Boechari, Boek 25 hoofdstuk 37 -/- Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradties van de Profeet Mohammed)

Van Abdallah ibn Amr : Tijdens de afscheidsbedevaart hield de Profeet halt en de mensen begonnen hem vragen te stellen.
’Ik heb mij per ongeluk kaal geschoren voordat ik het offerdier geslacht had’, zei een man.
’Slacht het nu maar, het geeft niet.’
’Ik heb per ongeluk het offerdier gekeeld voordat ik de steentjes gegooid had’, zei iemand anders.
’Gooi ze nu maar, het geeft niet.’
En op alle vragen die die dag gesteld werden over dingen die in de verkeerde volgorde gedaan waren antwoordde hij : ’Doe het nu maar, het geeft niet’.
(Boechari, Boek 25 hoofdstuk 131; Moeslim, Boek 15 traditie 328 -/-
Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradties van de Profeet Mohammed)

Besnijdenis

De besnijdenis van jongetjes, het verwijderen van de voorhuid, is bijna universeel onder moslims, al zien in China velen ervan af.
(Joris Luyendijk, Een tipje van de sluier)

Besnijdenis wordt niet in de koran voorgeschreven, maar vinden we wel terug in de overleveringen :

Van Aboe Hoeraira : De Profeet heeft gezegd : ’Vijf dingen behoren tot de natuurlijke aanleg : de besnijdenis , het scheren van de schaamstreek, het ontharen van de oksels , het knippen van de nagels en het bijknippen van de snor’.
(Boechari, Boek 79 hoofdstuk 51 -/- Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradties van de Profeet Mohammed)
         
Besnijdenis behoort tot de natuurlijke aanleg.   In de literatuur worden verschillende verklaringen gegeven voor het ontstaan van de gewoonte om jongens op jonge leeftijd te besnijden. De volgende redenen ben ik tegengekomen :
  Natuurlijke aanleg
  Hygiënische maatregel
  Als teken van een verbond met God (zie : Genesis 17:11)
  Een overblijfsel van een religie die bestond voor de komst van de islam, waarin verminkingen gangbaar waren als (zelf)bestraffing om schuldgevoelens te verzachten.
  Verminking behoort mijns inziens niet tot de natuurlijke aanleg van de mens.
Op mijn reizen door ontwikkelingslanden heb ik bij de gewone bevolking die moet vechten voor het dagelijks bestaan, niet de aandacht voor hygiëne aangetroffen die men gewend is in de westerse wereld. Daardoor acht ik het onwaarschijnlijk dat in een ver verleden besnijdenis is geïntroduceerd als hygiënische maatregel.
Dat besnijdenis een teken zou zijn van een verbond met God is - voor mijn gevoel - een rechtvaardiging van de praktijk van besnijdenis toen die al algemeen gangbaar was geworden. Ik geloof niet dat God de mensheid vraagt zich te verminken.
De gewoonte om jongetjes te besnijden stamt hoogstwaarschijnlijk uit een voor-islamitische religie.
 
Het scheren van de schaamstreek en het ontharen van de oksels behoren tot de natuurlijke aanleg.   Nee, dit geloof ik niet. Het scheren van haren is alleen ’natuurlijk’ als dat een praktische reden heeft.

Spijswetten

Het eten van vlees van niet ritueel geslachte dieren, bloed en varkensvlees wordt (in de koran) uitdrukkelijk verboden (5:4 e.a.), maar er is vergeving voor degenen die dat doen in een noodsituatie (6:145, 16:115).
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Ook het drinken van alcoholische dranken is verboden.

Drie koranverzen (over alcoholische dranken) gelden als ’afgeschaft’ : 16:67, 4:43 en 2:219. Beslissend is 5:90-91 : Jullie die geloven ! Chamr, het kansspel, de offerstenen en de lotspijlen zijn een smerig satanswerk. Vermijdt dat dus, dan zal het jullie misschien goed gaan. ...
Het koranische chamr, ... dikwijls vertaald met ’wijn’, wordt in de tradities ... verschillend omschreven.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Economie
  
Handel drijven moet ... eerlijk gebeuren (83:1-3). ... Handel in verboden zaken, zoals alcoholische dranken of varkensvlees, is ... verboden. Kenmerkende trekken van de ’islamitische economie’ zijn :
-    Het verbod op woeker (riba), waaronder meestal ook rente wordt begrepen : God staat verkoop toe maar verbiedt woeker. (2:275)
-    Het verbod op handel in niet-aanwezige goederen (termijnhandel, speculatie). Dit verbod vloeit deels voort uit het verbod op woeker en deels uit het verbod op gokken (2:219, 5:90) : het is immers nooit zeker hoe de oogst van volgend jaar zal zijn.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Van Ibn Abbaas : De Profeet heeft gezegd : ’Wie voedsel koopt mag het niet doorverkopen voordat hij het in ontvangst genomen heeft’. Ibn Abbaas zei : Ik denk dat dat ook voor alle andere goederen geldt.
(Moeslim, Boek 21 traditie 30; Boechari, Boek 34 hoofdstuk 55 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Straffen

    
Vaste straffen (hadd, meervoud hoedoed) zijn straffen die uitdrukkelijk hun grondslag vinden in de koran. Op vijf overtredingen staat een ’vaste straf’ :
ontucht (24:2); onder ontucht is te verstaan : ieder geslachtsverkeer tussen personen die niet met elkaar gehuwd zijn of in wettig concubinaat samenleven (dat laatste was mogelijk met een slavin) ;
ongegronde beschuldiging van ontucht (24:4, 23) ;
het drinken van alcoholische dranken (5:90) ;
diefstal (5:38-39) ;
straatroof (5:33-34) .
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Overspel

De overspelige vrouw en de overspelige man, geselt elk van hen beiden met honderd geselslagen en krijgt in Gods godsdienst geen mededogen met hen, als jullie in God en de laatste dag geloven. Bij hun bestraffing moet een groep gelovigen aanwezig zijn.
(Koran 24:2)

De eerste zin wekt bij niet-moslims veel weerstand :

De overspelige vrouw en de overspelige man, geselt elk van hen beiden met honderd geselslagen.     Deze soera kwam eerder op deze pagina aan de orde . Overspel kan pijnlijk zijn voor de betrokkenen. Godsdienst en overheid moeten de wraakgevoelens die dan kunnen ontstaan, niet aanwakkeren, en wraak niet legitimeren. Godsdienst hoeft overspel niet goed te keuren, maar zou betrokkenen moeten aanmoedigen op de oorzaak ervan te doorgronden om tot begrip te komen. Godsdienst kan wijzen op de mogelijkheid van verzoening. Deze korantekst is echter wraakzuchtig. Mijn gevoel zegt mij dat deze tekst nooit door God is geopenbaard en ten onrechte in de koran is opgenomen.

In de traditie vinden we een nog gruwelijker straf voor overspel :

Van Abdallah ibn Abbaas : Oemar ibn al-Chattaab heeft gezegd, terwijl hij op de preekstoel van de Profeet zat : ’God heeft Mohammed met de waarheid gezonden en heeft hem het Boek geopenbaard, en tot de openbaring behoorde ook het vers over de steniging. Wij hebben het gereciteerd, uit ons hoofd geleerden begrepen. De Profeet heeft gestenigd en wij hebben na hem gestenigd. Nu ben ik bang dat na verloop van tijd iemand zal zeggen  : ”Wij vinden de steniging niet in Gods boek”, en aldus een door God geopenbaarde verplichting zal nalaten. Steniging is in Gods boek verplicht gesteld voor wie ontucht heeft bedreven na wettig geslachtsverkeer te hebben gehad, zowel mannen als vrouwen, als het bewijs geleverd is, of in geval van zwangerschap of bekentenis. ’
(Moeslim, Boek 29 traditie 15; vgl. Boechari, Boek 34 hoofdstuk 45 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Het ”vers van de steniging”, dat niet in de koran zoals die nu bekend is voorkomt, zou hebben geluid :

Wilt niet iets anders dan uw vaderen, want dat is ongeloof voor u. [Zelfs] als een oude man en een oude vrouw ontucht plegen, stenigt hen dan in elk geval, als een straf van God. En God is machtig en wijs.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Nee, dit is te wreed. Een dergelijke straf is nooit door God voorgeschreven.

Onterechte beschuldiging van overspel

Zij die eerbaar getrouwde vrouwen beschuldigen en dan niet met vier getuigen komen, geselt hen met tachtig geselslagen. Van hen zullen jullie nooit meer getuigenis aannemen; zij zijn verdorven. Behalve zij, die daarna berouwvol zijn en zich beteren. God is vergevend en barmhartig.
(Koran 24:4,5)

Homofilie

(De profeet Loet zei tot zijn volk  : ’ ... ) Zullen jullie tot de mannen onder de wereldbewoners gaan ? En echtgenotes die God voor jullie geschapen heeft verwaarlozen ? Ja zeker, jullie zijn mensen die overtredingen begaan. ( ... ’)     En Loet, toen hij tot zijn volk zei : ’Zullen jullie een gruweldaad begaan hoewel jullie het doorzien ? Zullen jullie uit begeerte tot de mannen gaan in plaats van tot de vrouwen ? Ja zeker, jullie zijn mensen die niets weten.’ ... En Wij (God) lieten regen (van stenen) op hen vallen; slechts was die regen voor hen die gewaarschuwd waren.
(Koran 26:165,166)

  (Koran 27:54,55,58)
En Loet, toen hij tot zijn volk zei : ’Zullen jullie een gruweldaad begaan die nog niemand van de wereldbewoners vóór jullie heeft begaan ? Jullie komen vol begeerte tot mannen in plaats van tot vrouwen. Ja, jullie zijn overmatige mensen.’     En Loet. Toen hij tot zijn volk zei : ’Jullie begaan een gruweldaad die nog niemand van de wereldbewoners vóór jullie heeft begaan. Zullen jullie tot mannen komen, struikroverij bedrijven en in jullie samenkomst het verwerpelijke begaan ?’
(Koran 7:80-82)  (Koran 29:28,29)

Op basis van deze teksten veroordeelt het overgrote deel van de moslims het praktizeren van homosexualiteit ten strengste. Wie het meest te lijden hebben onder deze opvatting zijn islamitische jongens en meisjes, mannen en vrouwen die ontdekken dat ze homosexueel zijn.

Tijdens mijn studie aan de universiteit van Damascus leerde ik een jongen kennen, die zeer religieus was. Jij kende bijna de hele koran uit zijn hoofd. Toen we bevriend waren geraakt vertrouwde hij mij toe dat hij uitsluitend op mannen viel. Hij bad, vastte en woonde zo vaak hij kon religieuze bijeenkomsten bij, uit angst dat zijn lusten anders de overhand zouden krijgen. Naar eigen zeggen had hij geen enkele seksuele ervaring gehad en wilde hij celibatair blijven. Deze strategie wordt homosexuele moslims door de meeste imams, overal ter wereld, aanbevolen.     Voorbeeld hiervan is een diepgelovige islamitische vrouw van middelbare leeftijd die zich uitsluitend aangetrokken voelde tot haar seksegenoten. Van haar omgeving kreeg ze geen duidelijk antwoord op haar vraag hoe ze om moest gaan met haar gevoelens, en ook de islamitische geleerden bij wie zij te rade ging, bleven haar een bevredigend antwoord schuldig. Zij beweerden dat haar gevoelens wel zouden verdwijnen als zij nog meer zou bidden en zich met alle devotie tot God zou richten. Maar godvruchtig was zij al en bovendien was zij ervan overtuigd, dat haar gevoelens geen bevlieging waren. Haar kerngedachte was : ’God is per definitie rechtvaardig. En deze zelfde God heeft een algemeen religieus verbod uitgevaardigd op seksueel contact tussen seksegenoten. Als lesbische vrouw twijfel ik niet aan Zijn rechtvaardigheid, maar dit verbod kan ik niet begrijpen en kan ik ook niet waarderen. Ik geloof echt dat God niemand iets zal opdragen dat voor hem of haar te zwaar is. Hij gunt de mens op ieder verbod een uitzondering. Ik doe mijn best en reken op Zijn oneindig begrip. In plaats van te twijfelen aan mijzelf, hoop ik dat ik een uizondering mag zijn. Ik heb een vriendin en ik eer mijn God.’
(Omar Nahas, Islam en homosexualiteit)   (Omar Nahas, Islam en homosexualiteit)

In beide gevallen kunnen de homosexuelen niet voluit naar hun geaardheid leven.

(De islamitische geleerden) beweerden dat haar (homofiele) gevoelens wel zouden verdwijnen als zij nog meer zou bidden en zich met alle devotie tot God zou richten.     De vraag is of het waar is dat gevoelens verdwijnen door veel te bidden. De bewering zou gemakkelijk getest kunnen worden. Een groep homofiele moslims zou gevraagd kunnen worden om regelmatig te bidden dat hun homofiele gevoelens verdwijnen. Zij kunnen dan rapporteren of dit ook daadwerkelijk gebeurt en na hoeveel tijd na het begin van het onderzoek dat gebeurt.
Waarschijnlijk heeft zo'n statistisch onderzoek nooit plaatsgevonden. Ik vermoed dat, als zo'n onderzoek werkelijk gehouden zou worden, zou blijken dat bij het overgrote deel van de testpersonen de homofiele gevoelens niet zouden verdwijnen.
Als dat vermoeden waar zou zijn, zouden deze islamitische geestelijken moslims onjuist voorlichten.

Binnen de islamitsche gemeenschap wordt verschillend tegen homosexualiteit aangekeken :

Zoals alle religieuze teksten verwerpt ook de koran homosexualiteit. Maar het is niet aan de ene mens de andere te veroordelen. ... Men hoeft het gedrag en de keuzes van de ander niet op prijs te stellen, om die toch te respecteren. Je kunt gelovig moslim zijn en tolerant.     De meeste islamitische geleerden sluiten iedere vorm van dialoog met homosexuele mannen en vrouwen uit. Onlangs gaf een bekende islamitische geleerde via een Arabische satellietuitzending moslims te verstaan helemaal niet met homosexuelen te praten. ... Een andere bekende islamitische geleerde, Sjeik Abd al-Azim Al-Mazani, gaat nog verder en meent dat islamitische waarden als sociale rechtvaardigheid en tolerantie niet gehanteerd zouden mogen worden in de omgang met homosexuelen.     Een imam, die tevens docent is aan de islamitische Universiteit Al-Azhar te Caïro, (werd in een artikel in het Arabischtalige tijdschrift Al-Majalla, dat in Londen wordt uitgegeven) gevraagd naar zijn mening over de internationale organisatie voor homosexuele moslims, Al Fatiha. Hij verklaarde dat deze homosexuelen gedood zouden moeten worden en dat hun moskee met de grond gelijk gemaakt moet worden. Navraag bij de oprichter van Al-Fatiha leerde dat er nergens ter wereld een gay moskee bestond.
(Tariq Ramadan, in : NRC Handelsblad 21 februari 2004)   (Omar Nahas, Islam en homosexualiteit)   (Omar Nahas, Islam en homosexualiteit)

Geen van deze islamistische zegslieden betwijfelt de juistheid van de koranteksten over homosexualiteit.

Het is voor moslims absoluut not done een stellige regel van de koran in twijfel te trekken.
(Omar Nahas, Islam en homosexualiteit)

(De negatieve) voorbeelden laten zien hoe slecht geïnformeerd imams zijn over de werkelijke situatie in homokringen en hoe ongefundeerd hard en ongenuanceerd zij zich uitlaten over homosexuelen, met als meest ondoordachte en niet-islamitische reactie : ’die zouden gedood moeten worden’.
(Omar Nahas, Islam en homosexualiteit)

(Homosexuele moslims) worden geconfronteerd met een moslimomgeving die hen buitensluit. ... Ik heb van nabij meegemaakt hoe moslimouders het leven van hun homosexuele kind onmogelijk hebben gemaakt. ...
(Veel homosexuelen) geven aan meer last te ondervinden van de sociale afwijzing dan van het religieuze bezwaar.
(Omar Nahas, Islam en homosexualiteit)

In het koranische verhaal komen er boodschappers van God op bezoek bij de profeet Loet. Een aantal bewoners van de stad waar Loet woont, willen deze mannen ontvoeren. Dez korantekst suggereert dat zij homosexuele handelingen met de gasten van Loet willen plegen. Om zijn gasten te beschermen biedt Loet zijn dochters aan.

En toen Onze gezanten tot Loet kwamen was hij bezorgd over hen en maakte zich ongerust over hen. Hij zei : ’Dit is een hachelijke dag’. En zijn volk kwam op hem toegesneld; zij hadden voordien al slechte dingen begaan. Hij zei : ’Mensen, hier zijn mijn dochters, zij zijn reiner voor jullie. Vreest dan God en maakt mij niet te schande om mijn gasten. Is er onder jullie geen verstandige man ?’ Zij zeiden : ’Jij weet wel dat wij op jouw dochters geen recht hebben en jij weet best wat wij wensen’. Hij zei : ’Had ik maar macht over jullie of kon ik maar mijn toevlucht nemen tot een sterke lijfwacht’. Zij zeiden : ’O Loet, wij zijn gezanten van jouw Heer. Zij zullen je niet kunnen bereiken. Vertrek met je familie in een deel van de nacht en niemand van jullie mag zich omdraaien. Uitgezonderd jouw vrouw, haar zal treffen wat hen treft. De morgen is het tijdstip dat voor hen aangewezen is. Is de morgen niet dichtbij ? Toen Onze beschikking dan kwam keerden Wij haar ondersteboven en lieten er op elkaar volgende bakstenen op regenen, die bij jouw heer gemerkt zijn en die niet ver van de onrechtplegers weg zijn.
(Koran 11:77-83)

Dit verhaal biedt de mogelijkheid om de koranische tekst niet als een absoluut verbod op homosexualiteit te interpreteren, maar als een verbod op homosexualiteit in combinatie met machtsmisbruik. Zo’n interpretatie kan leiden tot een tolerantere houding van de moslimgemeenschap ten aanzien van homosexuelen.

Zoals alle religieuze teksten verwerpt ook de koran homosexualiteit.

    Ik heb religieuze teksten gelezen die homosexueel gedrag niet ongenuanceerd veroordelen. De stelling dat alle religieuze teksten homosexualiteit verwerpen, is ongefundeerd.

Zullen jullie tot de mannen onder de wereldbewoners gaan ? En echtgenotes die God voor jullie geschapen heeft verwaarlozen ? Ja zeker, jullie zijn mensen die overtredingen begaan.   Van de meeste mensen om mij heen weet ik niet hoe zij hun sexualiteit praktizeren en beleven. Ik ben daar ook niet benieuwd naar. Het is een privé-aangelegenheid waar ik buiten sta. Op welke wijze zij hun sexualiteit ook praktizeren, zij schaden er niemand mee. Hoe kan men gegriefd zijn wanneer mensen sexualiteit in een liefdevolle relatie op hun eigen manier beleven ?
Het is dan ook moeilijk te begrijpen waarom God er vertoornd over zou zijn, waarom Hij zich er kwaad over zou maken.

Misschien heeft Mohammed iets gezegd over homofilie in combinatie met egoïsme en liefdeloosheid en zijn zijn woorden verkeerd in de koran geciteerd. Ik denk dat God nooit heeft geopenbaard dat homofilie op zich verwerpelijk is.

Alcoholische drank en kansspelen

Jullie die geloven ! De wijn, het kansspel, de offerstenen en de verlotingspijlen zijn een gruwel van satans makelij. Vermijdt die dus; misschien zal het jullie welgaan.
(Koran 5:90)

De koran noemt geen straffen voor deze vergrijpen. De traditie noemt wel straffen voor het drinken van alcoholische drank (chamr) :

Van Anas ibn Malik : De Profeet liet mensen die chamr gedronken hadden slaan met palmtakken en met sandalen.
(Boechari, Boek 86 hoofdstuk 2; vgl. Moeslim, Boek 29 traditie 36 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Diefstal

En de dief en de dievegge, houwt hun hand af ter vergelding voor wat zij begaan hebben, als een afschrikwekkend voorbeeld van God. God is machtig en wijs.
(Koran 5:38)

Een aantal tradities geven aan dat deze straf alleen toegepast moet worden als er kostbare dingen zijn ontvreemd :

Van Aisja : Toen de Profeet nog leefde werd de hand van een dief alleen afgehakt om een maliënkolder of een schild; beide zijn kostbaar.
(Boechari, Boek 86 hoofdstuk 13; vgl. Moeslim, Boek 29 traditie 5 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Andere tradities suggereren dat deze straf ook werd toegepast bij diefstal van etenswaren en gewone voorwerpen :

Van Aboe Hoeraira : De Profeet heeft gezegd : ’God vervloeke de dief; als hij een ei steelt moet zijn hand worden afgehakt en als hij een touw steelt moet zijn hand worden afgehakt’.
(Boechari, Boek 86 hoofdstuk 13; Moeslim, Boek 29 traditie 7 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Mijn ouders waren in Mekka. Op een dag zagen ze hoe een paar politieagenten een jongetje van een jaar of tien op de hielen zaten omdat hij een brood had gestolen. De jongen wist zich te verstoppen, maar hij werd verlinkt en overgeleverd. Niet veel later werd zijn hand afgehakt. Het voorval had nogal voor wat opschudding gezorgd en diezelfde vrijdag vertelde een imam in de moskee het verhaal over de oom van Mohammed die op een dag een enorme mensenmassa op zich af zag komen. Ze voerden een iel mannetje met zich mee, wierpen hem voor zijn voeten en zeiden : ’Heer, hij heeft een brood gestolen, vel het vonnis zodat zijn hand eraf gehakt kan worden. Zo staat het in de Koran’. ’Nee’, zei de oom van Mohammed, ’Ik ga eerst vragen waarom hij heeft gestolen’. De man vertelde dat hij zijn vrouw en kinderen niet te eten kon geven, dat ze stierven van de honger. ’Sta op’, zei de oom van Mohammed. ’Je bent vrij om te gaan’. Ik vind het afhakken van handen, hoe dan ook, barbaars. Mijn vader heeft mij geleerd dat er wetten zijn, waar je je aan moet houden, maar dat nergens staat geschreven dat je moet straffen zoals dat eeuwen geleden gebeurde.
(Naima El Bezaz, geïnterviewd in : De tien geboden - in : Trouw, 9 augustus 2003)

Niet veel later werd zijn hand afgehakt.     Jaren geleden hoorde ik van iemand die betrokken was bij handelsmissies in de Arabische wereld van dergelijke rechtspraktijken in Saoedi-Arabië. Ik kon nooit een schriftelijke bevestiging vinden van het verhaal dat mij verteld was - en wilde daarom het verhaal niet opnemen op deze homepage - , totdat ik het bovenvermelde interview las. Deze verhalen zijn shockerend. Ik ben blij dat een moslima er eerlijk voor uitkomt dat dit gebeurt, en het ermee eens is dat een letterlijke interpretatie van de koran leidt tot afschuwelijk onrecht.

Oorlog, roofovervallen, straatroof

De vergelding van hen die tegen God en Zijn gezant oorlog voeren en erop uit trekken om op de aarde dood en verderf te zaaien zal zijn, dat zij ter dood gebracht zullen worden, of gekruisigd, of dat hun handen en voeten aan tegenovergestelde kanten worden afgehouwen, of dat zij uit het land verbannen worden. Dat is voor hen een schande in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals is er voor hen een geweldige bestraffing. Afgezien van hen die berouw tonen voordat jullie hen overmeesteren. Weet dan dat God vergevend en barmhartig is.
(Koran 5:33,34)

In de islamitische overlevering komen verhalen voor dat dergelijke straffen werkelijk uitgevoerd zouden zijn :

Van Anas ibn Malik : Een aantal mensen uit de stam Oeraina kwam naar de Profeet toe in Medina, maar zij konden het voedsel niet verdragen. Daarom zei de Profeet tegen hen dat ze maar naar de kamelen moesten gaan die als zakaat waren gegeven, om van hun melk en urine te drinken. Dat deden ze en ze knapten ervan op, maar toen keerden ze zich tegen de herders en doodden die, ze vielen weer van de islam af en dreven de kamelen van de Profeet weg. Toen de Profeet dat vernam stuurde hij mannen achter hen aan; ze werden mee teruggebracht en hij hakte hun handen en hun voeten af, stak hun ogen uit en liet ze achter op de steenachtige gronden tot ze dood waren.
(Moeslim, Boek 28 traditie 9; vgl. Boechari, Boek 24 hoofdstuk 68 -/- in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Ik hoop niet dat dergelijke islamitische overleveringen op waarheid berusten. Ik kan mij niet voorstellen dat een vergevende en barmhartige God een dergelijke onbarmhartige vergelding heeft voorgeschreven.

Strafmaat

In de westerse wereld worden de koranische straffen te zwaar gevonden :

De overspelige vrouw en de overspelige man, geselt elk van hen beiden met honderd geselslagen

En de dief en de dievegge, houwt hun hand af ter vergelding voor wat zij begaan hebben.

De vergelding van hen die ... erop uit trekken om op de aarde dood en verderf te zaaien zal zijn, dat zij ter dood gebracht zullen worden, of gekruisigd, of dat hun handen en voeten aan tegenovergestelde kanten worden afgehouwen, of dat zij uit het land verbannen worden.

    De koran en de islamitische traditie schrijven afschuwelijke straffen voor : geseling, het afhakken van handen en voeten, kruisiging, ter dood veroordelingen. Deze straffen zijn misschien gangbaar geweest in het Arabië van de zesde en zevende eeuw, maar ik vind ze gruwelijk, en niet adekwaat als je een samenleving wilt creëren waarin vrede en welvaart heersen. Nee, ik geloof niet dat God deze vreselijke straffen ooit heeft voorgeschreven. Ik ga ervan uit dat de koran in deze passages niet meer weergeeft wat werkelijk aan Mohammed is geopenbaard. Waarschijnlijk heeft Mohammed iets anders gezegd, dat niet begrepen is door zijn toehoorders. Door verkeerde herinnering - of misschien wel bewust door verbitterde en wraakzuchtige personen die zich moslim noemden - is in de koran zoals we die nu kennen iets anders neergeschreven dan werkelijk geopenbaard is.

Niet-koranische straffen

In de islamitische tradities komen straffen voor die niet in de koran worden vermeld :

Van Abdallah ibn Mas’oed : De Profeet heeft gezegd : ’Het is niet geoorloofd het leven te nemen van een moslim die getuigt dat er geen god is dan God en dat ik de gezant van God ben, behalve in drie gevallen : De ontuchtige die gehuwd of gehuwd geweest is; een leven voor een leven; en degene die zijn godsdienst afvalt en zich afscheid van de gemeenschap’.     Van Aboe Moesa  Een man was moslim geworden en daarna weer teruggekeerd tot het jodendom. Moe’aadz ibn Djabal kwam, terwijl die man bij Aboe Moesa was, en zei : ’Wat is er met hem ?’ Hij zei : ’Hij is moslim geworden en toen weer joods’. Moe’aadz zei : ’Ik ga niet zitten voordat ik hem gedood heb; zo is het vonnis van God en zijn gezant !’
(Moeslim, Boek 28 traditie 25; Boechari, Boek 87 hoofdstuk 6 -/- in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

 (Boechari, Boek 93 hoofdstuk 12; vgl. Moeslim, Boek 33 traditie 15 -/- in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Van Ikrima : Bij Ali werden enige ketters voorgeleid en hij liet hen verbranden. Toen Ibn Abbaas daarvan hoorde zei hij : ’Al zou ik hen zelf niet verbranden, vanwege het verbod van de Profeet ”Straft niet met de straf Gods”, ik zou hen doden vanwege het woord van de Profeet : ”Wie van godsdienst verandert moet je doden” ’.   
(Boechari, Boek 88 hoofdstuk 2 -/- in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)   

Wie van godsdienst verandert moet je doden.     Dreiging met de doodstraf is een vorm van dwang. Dreiging met de doodstraf voor afval van de islam is niet in overeenstemming met soera 2:256 ’In godsdienst is geen dwang’. Op zoek gaan naar andere vormen van religie, het verkennen van andere godsdiensten en de overgang naar een religieuze traditie die voor jouw gevoel het meest de waarheid weerspiegelt - wanneer dit alles voortkomt uit een eerlijke en oprechte levenshouding - getuigt van ware spiritualiteit. God verbiedt dat niet. Het is juist de weg die je nader tot God kan brengen.

Hieronder volgen drie interpretaties (of vertalingen) van soera 47:38 :

 
  ... als gij (de leringen) de rug toe keert, zal God een ander volk voor u in de plaats stellen, dat niet aan u gelijk is.     En indien gij u afwendt zal Hij anderen voor u in de plaats stellen die daarna niet aan u gelijk zullen zijn.*)

*) D.w.z. indien ge geen bijdragen betaalt, zal God andere dienaren kiezen, die vervolgens wel bijdragen zullen betalen.

    Als jullie je afkeren zal Hij andere mensen in jullie plaats zetten. Dan zullen zij niet zijn zoals jullie.
  (Koran 47:38, vertaling F. Rahman, in : Dr. Anton Wessels, De Koran verstaan)     (Koran 47:38, vertaling Prof. dr. J.H. Kramers)     (Koran 47:38, vertaling Fred Leemhuis)
 
  Doodstraf voor afvalligheid van de islam kan ik niet in overeenstemming brengen met de linker interpretatie van soera 47:38. De islamitische gemeenschap is niet de verzekering gegeven Gods lieveling te zijn. Als een moslim ervan overtuigd zou raken, dat de islam niet meer staat voor wat God ermee voor ogen had, zou hij zich mogen aansluiten bij een andere groepering, die zijns inziens wel leeft naar Gods bedoelingen.

Huwelijk

Een man kan maximaal vier vrouwen hebben, op grond van koran 4:3. Hij kan niet trouwen met de naaste bloedverwanten die zijn genoemd in 33:50. De man geeft zijn vrouw een bruidsschat, die in de koran ook wel loon wordt genoemd (4:25, 33:50 e.a.). De bruidsschat komt de vrouw toe en mag haar niet worden onthouden of afgenomen (4:4, 4:19). Een huwelijk leidt niet tot gemeenschap van goederen, de vrouw blijft beschikken over haar eigen vermogen. Wel staat de man vanzelfsprekend boven de vrouw  : Maar de mannen hebben een rang boven hen (2:228) en De mannen staan boven de vrouwen, omdat God hen heeft bevoorrecht en omdat zij van hun bezittingen hebben uitgegeven. [...] En als jullie bang zijn dat zij ongezeglijk zullen zijn, vermaant hen, vermijdt hen in het huwelijksbed en slaat hen [...]. (4:34)
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Ik kan niet meegaan in deze discriminatie van de vrouw. In de islamitische overleveringen vinden we nog meer voorbeelden van achterstelling van de vrouw :

Een vrouw wordt ten huwelijk gegeven door haar wali, haar naaste mannelijke bloedverwant. In de meeste gevallen is de toestemming van de bruid noodzakelijk; een vrouw mag onder bepaalde omstandigheden door haar vader of grootvader ook tegen haar wil worden uitgehuwelijkt. Een vrouw kan ook zelf het initiatief tot een huwelijk nemen. Een meisje kan op zeer jeugdige leeftijd worden uitgehuwelijkt, haar toestemming is dan niet vereist. De voltrekking van het huwelijk vindt in zo’n geval plaats nadat het meisje geslachtsrijp geworden is.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradties van de Profeet Mohammed)

De volgende traditie maakt een vrouw tot een seksuele slavin van haar man :

Van Aboe Hoeraira : De Profeet heeft gezegd : ’Als een man zijn vrouw naar zijn bed roept en zij weigert te komen, dan vervloeken de engelen haar in de ochtend’.
(Boechari, Boek 67 hoofdstuk 85; vgl. Moeslim, Boek 16 traditie 122 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)
           
Wel staat de man vanzelfsprekend boven de vrouw.   Laten we deze geloofsopvatting leggen naast de vijf eerder genoemde criteria om ethische gedragsregels te beoordelen.  :

  Getuigt het van liefde, om de ene mens boven de ander te stellen, om wat voor reden dan ook ?
Gevoelens van superioriteit leiden tot inferieur gedrag.
Inferieur gedrag is iemand gaan slaan die in jouw ogen ongezeglijk is, maar in werkelijkheid misschien gelijk heeft. Inferieur gedrag is iemand tegen zijn/of haar zin te pressen of te dwingen tot een bepaald huwelijk.
Dat alles is liefdeloos. De opvatting dat mannen op enigerlei gebied superieur zouden zijn aan vrouwen is niet in overeenstemming met ’liefde’.

  Hoe kunnen religieuze fundamentalisten, zoals de Taliban in Afghanistan, eisen dat alle vrouwen zich van top tot teen met een burqa bedekken, en zeggen dat alle mannen een baard van een bepaalde lengte moeten dragen, en de vrouwen vertellen dat ze hun huizen niet mogen verlaten zonder een mannelijke bloedverwant, en dat ze geen banen mogen hebben, en dat meisjes niet naar school mogen totdat zij de leerstof hebben aangepast, zodat ze alleen maar leren wat ze verondersteld worden te leren ? Ik begrijp dit niet. Ik probeer dit te begrijpen en ik kan het maar niet vatten.

   De Koran en de Hadith bevatten geschriften die zouden kunnen worden opgevat als een onderbouwing van deze bevelen.
  (Neale Donald Walsh, De nieuwe openbaringen)
 
  Vind jij jezelf inferieur ? Wil jij graag als een inferieur wezen behandeld worden ? Wil jij geslagen worden om wat voor reden dan ook ? Zou jij tegen je zin gedwongen willen worden tot een huwelijk ?
Jouw antwoord luidt ’Nee’.
Jij wilt als gelijke behandeld worden. Jij wilt dat jouw mening serieus wordt genomen, dat jouw protest wordt gehoord, en niet wordt gesmoord door geweld. Jij wilt de vrijheid om het leven te leiden waar jij voor kiest. Jij kunt zelf kiezen; niemand anders hoeft voor jou die keuze te maken.
Daarom geldt :
De opvatting dat mannen op enigerlei gebied superieur zouden zijn aan vrouwen is niet in overeenstemming met het uitgangspunt : ’Behandel je medemens zoals je zelf behandeld zou willen worden’.

  Slaan is een vorm van dwang. Iemand tegen zijn/haar zin uithuwelijken is een vorm van dwang. En toch staat er in de koran geschreven : In godsdienst is geen dwang (2:256).
De opvatting dat mannen op enigerlei gebied superieur zouden zijn aan vrouwen en daarom vrouwen met geweld gedwongen mogen worden is niet in overeenstemming met het uitgangspunt : ’Uit naam van godsdienst mag nooit iemand ergens toe gedwongen worden’.

  Als je jezelf superieur acht, en vanuit die houding gaat slaan bij een meningsverschil, weet je dat er een kans is dat de ander daar schade van zal ondervinden.
Slaan is niet in overeenstemming met het uitgangspunt om een ander geen schade te berokkenen, en altijd eerst toestemming van de ander te vragen voor je iets doet waarbij de ander betrokken is.

  Heel diep in jezelf weet je dat mannen niet superieur zijn aan vrouwen, en vrouwen niet superieur aan mannen. Elk mens is anders, maar ’anders zijn’ betekent niet superieur of inferieur.
Heel diep in jezelf weet je dat je meningsverschillen niet kunt oplossen door vreselijk tekeer te gaan.
Heel diep in jezelf weet dat je dat God op geen enkele manier een huwelijk dat onder dwang tot stand komt, kan goedkeuren.
Heel diep in jezelf weet je dat uithuwelijken op zeer jonge leeftijd, een onnodige belemmering is als het kind zich wil ontpooien op zijn/haar eigen manier. Heel diep in jezelf weet je dat ieder mens het recht heeft zijn eigen keuzen te maken.
Heel diep in jezelf weet je dat.
 
  De opvatting dat de ene groep mensen superieur aan een andere groep mensen zou zijn, is een vergissing, een illusie. De soera’s waarin mannen boven vrouwen worden geplaatst, zijn nooit in die vorm aan Mohammed geopenbaard. Misschien is er iets anders geopenbaard dat er op leek, is de tekst misvormd overgeleverd en foutief in de koran opgenomen. Mogelijk is de tekst aan de koran toegevoegd na Mohammeds dood.
 
  En als jullie ... gingen strijden, moesten jullie je op de een of andere manier kunnen voorstellen wie er zou winnen.
Superioriteit was jullie antwoord.
Degene die superieur is, wint. ...
Sommige mensen ... zorgden ervoor dat ze zichzelf bij voorbaat al tot de overwinnaar konden uitroepen.
Ze verklaarden bijvoorbeeld dat mannen superieur waren aan vrouwen. Was dat niet vanzelfsprekend ? meenden sommige denkers onder jullie. (Natuurlijk waren het hoofdzakelijk mannen die de vragen stelden.)
Evenzo werden de blanken verklaard superieur te zijn.
En later nog de Amerikanen.
En natuurlijk ook de christenen.
Of waren de Russen het ? De joden ? Of vrouwen ?
Zouden zulke dingen waar kunnen zijn ? Natuurlijk kon dat. Het hing er alleen van af wie het systeem creëerde.
...
In alle waarheid is het blanke ras ook vandaag de dag niet superieur.
Noch zijn mannen superieur.
Noch joden.
Noch christenen.
Noch moslims, boeddhisten, hindoes, socialisten of liberalen, conservatieven of communisten, noch wie of wat dan ook.
Dit is de waarheid; de waarheid die jullie zal bevrijden, de waarheid die julie liever niet horen omdat zij iedereen zal bevrijden :
Er bestaat geen superioriteit.
Jullie hebben het allemaal maar verzonnen.
...
(De illusie superieur te zijn) zou jullie laatste vergissing kunnen zijn. Want Ik zeg jullie dit : jullie idee van superioriteit kan de laatste fout zijn die jullie nog zullen maken.
Mensen denken dat ze superieur zijn aan de natuur en dus proberen ze haar te onderwerpen. Daarmee vernietigen ze de specifieke habitat die was gecreëerd om hen te beschermen en als paradijs te dienen.
Mensen denken dat ze superieur zijn tegenover elkaar en dus proberen ze elkaar te onderwerpen. Daarmee vernietigen ze de specifieke familie die was gecreëerd om hen te omhelzen en liefde te geven.
...
Maar jullie kunnen daar nu meteen een eind aan maken. Aanschouw de Illusies simpelweg als wat ze zijn ... en houd er dan mee op te leven alsof ze echt waren.
...
Het idee van Superioriteit is het verleidelijkste idee dat de mensheid ooit heeft bezocht. Het kan van het ene op het andere moment het hart in steen doen veranderen, warm in koud doen overgaan en ja in nee doen omslaan.
  (Neale Donald Walsch, Eén met God)

Als een man zijn vrouw naar zijn bed roept en zij weigert te komen, dan vervloeken de engelen haar in de ochtend.   Seksualiteit leidt niet altijd tot een mooie ervaring, ook al wordt dat vaak gesuggereerd. Seksualiteit is eerder extreem. Seksualiteit met je geliefde die in alle eerlijkheid en zonder enige dwang wordt aangegaan kan de meest schitterende ervaring zijn; seksualiteit onder dwang kan de meest verschrikkelijke en traumatiserende ervaring zijn.
Bovenstaande islamitische overlevering lijkt verkrachting binnen het huwelijk te sanctioneren, en wel om religieuze redenen. Dit is in tegenspraak met het uitgangspunt dat in godsdienst geen dwang past (Soera 2:256). Nee, engelen vervloeken nooit iemand, zeker niet voor het afwijzen van seks.

Vererving

De koran bevat enige verzen over testamentaire beschikking ten behoeve van verwanten (2:180, 2:240, 5:106); deze worden ten dele beschouwd als ’afgeschaft’ en vervangen door verzen waarin de erfporties zijn vastgelegd, vooral ten behoeve van de vrouwen (4:7-8, 4:11-12, 4:176).
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

De koran draagt moslims op een testamentaire beschikking te maken :

Aan jullie is voorgeschreven, wanneer een van jullie de dood nabij is, als hij bezit heeft na te laten, om in redelijkheid een [testamentaire] beschikking te maken voor de ouders en de verwanten, als een verplichting voor de godvrezenden.
(Koran 2:180)

In soera’s 4:11 en 4:176 wordt aan een mannelijke erfgenaam een erfdeel toegewezen dat twee maal zo groot is als dat van een vrouwelijke erfgenaam.

God draagt jullie met betrekking tot jullie kinderen op : voor een mannelijk (kind) evenveel als het aandeel van twee vrouwelijke.
(Koran 4:11)

Deze regelgeving bevoordeelt mannen ten opzichte van vrouwen :

Een mannelijk erfgenaam erft twee maal zoveel als vrouwelijke erfgenamen.     In de Arabische samenleving in de tijd van Mohammed waar de man kostwinnaar was, was dit misschien een redelijke regeling. In andere samenlevingen zouden deze regels oneerlijk zijn. Ik ga ervan uit dat deze regelgeving enkel bedoeld was voor de samenleving in Medina ten tijde van Mohammed, en niet bedoeld als overal en eeuwigdurend geldig.

In de tradities vinden we aanvullende regels :

Van Ibn Abbaas : De Profeet heeft gezegd : ’Ken eerst de koranische erfporties toe aan degenen die daar recht op hebben; wat er over is gaat naar de naaste mannelijke verwant.’
(Moeslim, Boek 23 Traditie 2; Boechari, Boek 85 Hoofdstuk 15 -/- Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Van Oesama ibn Zaid : De Profeet heeft gezegd : ’Een moslim kan niet erven van een ongelovige en een ongelovige kan niet erven van een moslim.’
(Moeslim, Boek 23 Traditie 1; Boechari, Boek 85 Hoofdstuk 26 -/- Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Vrouwen

Hieronder volgen een zestal koran-citaten met betrekking tot vrouwen. Links staan vrouwen welgevallige citaten, rechts teksten die de vrouw als inferieur aan de man afschilderen :

En gaat vriendelijk met haar om. Als jullie een afkeer van haar hebben, dan zijn jullie misschien wel afkerig van iets waar God toch veel goeds in heeft gelegd.     De mannen staan boven de vrouwen
...
Zij van wie gij opstandigheid vreest, vermaant haar en vermijdt haar op de rustplaatsen en slaat haar. Maar indien zij u gehoorzaam worden, zoekt geen weg om haar te tuchtigen. God is waarlijk verheven en groot.
(Koran 4:19)

 (Koran 4:34)
En tot Zijn tekenen behoort dat hij voor julle echtgenotes uit jullie eigen midden geschapen heeft om bij haar rust te vinden. En Hij heeft liefde en erbarmen tussen jullie gebracht. Daarin zijn tekenen voor mensen die nadenken.  (M.b.t. het erfrecht :)
God draagt jullie met betrekking tot jullie kinderen op : voor een mannelijk (kind) evenveel als het aandeel van twee vrouwelijke.
(Koran 30:21)

 (Koran 4:11)
De mannen en vrouwen die zich [aan God] hebben overgegeven, de gelovige mannen en vrouwen, de onderdanige mannen en vrouwen, de oprechte mannen en vrouwen, de geduldig volhardende mannen en vrouwen, de deemoedige mannen en vrouwen, de mannen en vrouwen die aalmoezen geven, de mannen en vrouwen die vasten, de mannen en vrouwen die hun schaamstreek kuis bewaren, de mannen en vrouwen die God veel gedenken, voor hen heeft God vergeving en een geweldig loon klaargemaakt.   Wanneer jullie met elkaar schuldverbintenissen aangaan tot een vastgestelde termijn, schrijf die dan op. ... En roep twee getuigen uit het midden van jullie mannen. En als er geen twee mannen zijn, dan een man en twee vrouwen uit hen die jullie als getuigen aanvaarden, zodat als ťťn van haar beiden zich vergist, de andere haar eraan kan herinneren.
(Koran 33:35) (Koran 2:282)

In de koran staan passages die als denigrerend tegenover vrouwen kunnen worden opgevat. De islamitische traditie doet daar nog een schepje bovenop :

Van Oesama : De Profeet heeft gezegd : ’Ik ging bij de poort van het paradijs staan, en het merendeel van degenen die daar binnengingen waren armen, terwijl de welgestelden tegengehouden werden; maar over de mensen die naar de hel moesten was al bevel gegeven hen daarheen te brengen; ik ging bij de poort van de hel staan en de meesten van degenen die daar binnengingen waren vrouwen.’
(Boechari, Boek 67 hoofdstuk 87; Boechari, Boek 81 hoofdstuk 51 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Van Abdallah ibn Oemar : De Profeet heeft gezegd : ’Vrouwen hier bijeen! Jullie moeten aalmoezen geven en veel om vergiffenis bidden, want ik heb gezien dat jullie de meerderheid van de hellebewoners vormen.’ Een verstandige vrouw vroeg hem : ’Waarom, Profeet, zijn wij in de hel in de meerderheid ?’
’Jullie vloeken te veel en zijn ondankbaar jegens je echtgenoot. Ik heb nooit wezens gezien die zo tekort schoten in verstand en godsdienst als jullie en toch verstandige mannen de baas werden.’
’Maar Profeet, wat mankeert er aan ons verstand en onze godsdienst ?’
’Jullie tekortschieten in verstand blijkt uit het feit dat de getuigenis van twee vrouwen opweegt tegen de getuigenis van één man. Dat is het tekort aan verstand. Verder brengen jullie een aantal dagen door deze teksten in de hadieth zonder de salaat te verrichten en in ramadan verbreken jullie de vasten *, en dat is het tekort in godsdienst.’
* Tijdens de menstruatie.
(Moeslim, Boek 1 traditie 132; Boechari, Boek 6 hoofdstuk 6 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

De meesten van degenen die (de hel) binnengingen waren vrouwen.

Ik heb nooit wezens gezien die zo tekort schoten in verstand en godsdienst (als vrouwen).

    Voor mij is het een teleurstelling bij de bestudering van de islam telkens weer op vrouwonvriendelijke teksten te stuiten. Eerder op deze pagina heb ik argumenten aangedragen die tegen dergelijke opvattingen pleiten . De enige manier die ik mij kan voorstellen waarop vrouwonvriendelijke teksten in de koran en in de hadieth terecht zijn gekomen, is dat de vroegste Arabische mannelijke moslims niet in staat waren om los te komen van hun opvattingen uit de pre-islamitische tijd, hun dominante positie niet wilden opgeven en de boodschap van Mohammed hebben vermengd met hun eigen angstige waandenkbeelden.
 
De mannen staan boven de vrouwen
...
Zij van wie gij opstandigheid vreest, vermaant haar en vermijdt haar op de rustplaatsen en slaat haar. Maar indien zij u gehoorzaam worden, zoekt geen weg om haar te tuchtigen. God is waarlijk verheven en groot. (4:34)
  Soera 4:34 is een controversiële korantekst waarover met enige regelmaat in de media gediscussieerd wordt. Vaak wijzen moslims er op, dat ’slaan’ in deze tekst als ’zachtjes slaan’ geïnterpreteerd moet worden. Hieruit blijkt dat ook binnen de moslimgemeenschap enige weerzin bestaat tegen deze tekst, in ieder geval tegen een rigide interpretatie van deze tekst.

Voor mijn gevoel is soera 4:34 tegenstrijdig met soera’s 4:19 (”Weest vriendelijk tegen haar” ) en 2:256 (”In godsdienst is geen dwang”). Immers : Wie een vrouw slaat om haar te laten gehoorzamen, is niet vriendelijk tegen haar, en gebruikt dwang. Het in de praktijk brengen van soera 4:34 leidt er onmiddellijk toe dat soera’s 4:19 en 2:256 worden genegeerd.

Dit soort tegenstrijdigheden komen wel vaker voor in de koran. Op verschillende plaatsen op deze homepage worden in een linker kolom koranteksten geplaatst, die de koranteksten in de rechter kolom tegenspreken. Niettemin stelt de koran dat het niet kunnen vinden van tegenstrijdigheden voor als een ’bewijs’ dat de koran van God afkomstig is :

  Overpeinzen zij de Koran dan niet ? Als hij van een ander dan God [gekomen] was dan zouden zij er veel tegenstrijdigs in vinden.
  (Koran 4:82)

In mijn beleving staan mannen niet boven vrouwen. Misschien is hier oorspronkelijk bedoeld dat een man ervoor verantwoordelijk voor is, dat zijn vrouw zich onafhankelijk en zelfstandig kan ontplooien, en dat hij haar geen blokkades in de weg legt.

Gehoorzaamheid op zich is geen deugd. Er zijn de meest verschrikkelijke misdaden gepleegd doordat mensen gehoorzaam waren aan hun leider of aan hun overheid. Het is voor mij niet voorstelbaar dat God mannen zou toestaan geweld te gebruiken - hoe miniem ook - om maar gehoorzaamd te worden. Misschien is oorspronkelijk bedoeld dat partners elkaar bij ruzies niet gaan slaan, maar elkaar tot rede proberen te brengen, en proberen respect voor elkaar op te brengen : het tegenovergestelde van de interpretatie die gangbaar is.

Hoofddoek en sluier

Anas ibn Malik vertelde dat hij tien jaar oud was toen de Profeet naar Medina kwam. ’Ik diende de Profeet tien jaar, tot hij stierf, en ik was het best bekend met de omstandigheden van de openbaring van het ”vers van de afscheiding” [33:53]. Oebajj ibn Ka’b vroeg mij ernaar, en het was het eerste dat werd geopenbaard over het huwelijk van de Profeet met Zainab bint Djahsj. De Profeet werd haar bruidegom en nodigde mensen uit, die te eten kregen. Daarna gingen ze weer weg, maar een aantal mensen bleef nog, en ze bleven nogal lang. Toen stond de Profeet op en ging naar buiten en ik ging met hem mee; de bedoeling was dat die anderen ook weg zouden gaan. De Profeet liep een eindje en ik liep met hem mee, tot hij bij de drempel van Aisja’s kamer kwam. De Profeet dacht dat ze nu wel weg zouden zijn gegaan en we gingen terug. Tenslotte ging hij bij Zainab naar binnen, maar daar zaten ze nog; ze waren niet vertrokken. De Profeet en ik gingen terug, tot bij de drempel van Aisja’s kamer. Hij dacht dat ze nu wel weg zouden zijn gegaan en we gingen terug; en inderdaad, nu waren ze weggegaan. Toen werd het ”vers van de afscheiding” geopenbaard.’
(Boechari, Boek 79 hoofdstuk 10; vgl. Moeslim, Boek 16 traditie 93 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Het ”vers van de afscheiding” luidt :

Jullie die geloven ! Gaat de huizen van de Profeet slechts binnen als aan jullie toestemming is gegeven om [mee] te eten maar zonder [van tevoren te gaan] wachten tot het klaar is. Maar wanneer jullie uitgenodigd worden, gaat dan binnen. En wanneer jullie gegeten hebben gaat dan weer uit elkaar zonder te blijven praten; daarmee vallen jullie de profeet lastig en dan schaamt hij zich voor jullie, maar God schaamt zich niet voor de waarheid. En als jullie haar [de vrouwen van de profeet] iets om te gebruiken vraagt, vraagt dat dan van achter een afscheiding. Dat is reiner voor jullie harten en haar harten. Het past jullie niet Gods gezant lastig te vallen, noch dat jullie ooit na hem met zijn echtgenotes trouwt. Dat is bij God afschuwelijk.
(Soera 33:53 - vertaling Fred Leemhuis)

Dit vers wordt door moslims verschillend geïnterpreteerd :

Neem bijvoorbeeld het Koranvers : ”Als jullie haar iets om te gebruiken vraagt, vraagt haar dat dan van achter een afscheiding”, waarbij ’afscheiding’ hetzelfde woord is als ’hoofddoek’. Hoe weet je wat God dan wel Mohammed hiermee bedoelde ? Natuurlijk kunnen we er islamitische geleerden op naslaan, maar bij wie kunnen we dan weer controleren of hun oordelen overeenkomstig Gods wil of Mohammeds bedoeling zijn ?
Als je moslim bent en in Allah gelooft, dan zul je (misschien) geloven dat Hij één bepaalde bedoeling had met bovenstaand vers. Maar als ongelovige buitenstaander kun je slechts vaststellen dat er een hele waaier aan interpretaties is, en dat deze allemaal even onbewijsbaar zijn.
Conservatieve en fundamentalistische moslims interpreteren bovenstaand vers zodanig dat er een gebod op sluiering voor alle moslimvrouwen uitrolt. Maar hervormers en moslimliberalen stellen zich op het standpunt dat dit vers gaat over gedragscodes voor bezoek destijds bij de profeet. ... Maar overigens moet je dit vers figuurlijk nemen, zeggen veel moslimfeministen : een vrouw moet zich terughoudend kleden zodat mannen haar op haar innerlijk beoordelen, en niet op haar uiterlijke schoonheid.
Op deze manier staan bij alle controverses binnen de islam liberalen tegenover conservatieven.
(Joris Luyendijk, De vijand van mijn vijand is mijn vriend - in : NRC, 9 november 2002)

Op het ”vers van de afscheiding” volgt :

Maar het is voor haar geen overtreding [ongesluierd te zijn] in aanwezigheid van haar vader, haar zonen, haar broers, de zonen van haar broers, de zonen van haar zusters, hun vrouwen en de slavinnen waarover zij beschikken. En vreest God. God is van alles getuige.
(Soera 33:55 - vertaling Fred Leemhuis)

In het nabijzijn van haar naaste familie behoeven de vrouwen van Mohammed (en islamitische vrouwen in het algemeen) geen hoofddoek te dragen of gesluierd te zijn.

Djihaad

Djihaad betekent ’inspanning’; in de koran komt het woord nogal eens voor met de toevoeging ’op de weg Gods’, dat is : voor Gods zaak.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

(Het) woord (jihad) wordt heel verschillend geïnterpreteerd. In het Westen is de bekendste uitleg ’heilige oorlog’. ... Toch is dit onder moslims een zeldzame uitleg. De meesten vatten jihad op als ’je best doen voor God’. Dat wil zeggen : een goede moslim zijn en weerstand bieden, vooral tijdens ramadan, aan verleidingen. De interpretatie ’heilige oorlog’ wordt dan ook ’de kleine jihad’ genoemd, terwijl ’de grote jihad’ de vreedzame is, die binnen de gelovige zelf plaatsvindt. ... Een heilige oorlog in militaire zin mag volgens de heersende opinie alleen uit defensief oogpunt.
(Joris Luyendijk, Een tipje van de sluier)

De djihaad (in de betekenis van) de strijd tegen de ongelovigen, is theoretisch de enige vorm van oorlog die is toegestaan in de islam. Een gewapend conflict tussen moslims onderling is verboden.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Volgens de islamitische overlevering werd in de vroegste geschiedenis van de islam al oorlog gevoerd onder aanvoering van de profeet Mohammed.

Na Mohammeds Emigratie (van Mekka) naar Medina werd het de moslims eerst toegestaan zich te verdedigen (22:39-40); daarna werd al spoedig de plicht tot aanvallen geopenbaard in het ’afschaffende’ vers 2:216.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Islamitische overleveringen van ongeveer 150 à 200 jaar na de dood van Mohammed beloven strijders die sneuvelen een gelukzalige toekomst in het hiernamaals :

Groot is het loon van degenen die sneuvelen in de djihaad; dikwijls wordt ... gezegd dat martelaren rechtstreeks naar het paradijs gaan.
(Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Voorbeelden :

Van Djabir : Een man zei : ’Profeet, waar zal ik zijn als ik word gedood ?’ ’In het paradijs’, antwoordde hij. Toen wierp hij de dadels weg die hij in zijn hand had en trok ten strijde tot hij gesneuveld was.     Van al-Moeghiera ibn Sjoe’ba : Onze Profeet bracht ons deze boodschap over van zijn Heer : ’Wie van ons gedood wordt komt in het paradijs’ Oemar vroeg de Profeet : ’Zijn onze gesneuvelden niet in het paradijs, en die van hen in de hel ?’ ’Zo is het’, zei hij.     Van Anas ibn Malik : De Profeet heeft gezegd : ’Niemand die in het paradijs komt wil terugkeren naar deze wereld en met de aarde iets van doen hebben behalve een martelaar. Die verlangt ernaar naar deze wereld terug te keren om nog tien maal gedood te worden, om alle gunstbewijzen die hij ziet’.
(Moeslim, Boek 33 tradie 143; Boechari, Boek 64 hoofdstuk 17)   (Boechari, Boek 56 hoofdstuk 22; vgl. Moeslim, Boek 32 tradie 94)   (Boechari, Boek 56 hoofdstuk 21; vgl. Moeslim, Boek 33 tradie 109)

(uit : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de profeet Mohammed)

Wie van (de islamitische strijders) gedood wordt komt in het paradijs.     De eerste eeuwen van de islam waren doordrenkt met oorlog en geweld. Machthebbers uit die tijd gebruikten de godsdienst, de islam, om hun soldaten te motiveren om te vechten. De soldaten werd wijs gemaakten dat ze streden voor een goede zaak, en dat zij, als ze zouden sneuvelen, in het paradijs zouden komen. Ik vermoed dat er om die reden oorlogszuchtige teksten in de koran en de hadieth terecht zijn gekomen. Ten onrechte, want oorlogsvoering is één van de meest uitgesproken vormen van dwang, en in godsdienst hoort geen dwang (2:256). God heeft nooit een mens of een groep mensen opgeroepen om geweld te gebruiken of oorlog te voeren.

Zelfmoord

Zelfmoord wordt veroordeeld :

Van Aboe Hoeraira : De Profeet heeft gezegd : ’Wie zich ophangt, zal zich ook in de hel ophangen, en wie zich doodsteekt zal zich ook in de hel doodsteken. ’
(Boechari, Boek 23 hoofdstuk 84 -/- in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Van Aboe Hoeraira : De Profeet heeft gezegd : ’Wie zichzelf doodt door zich van een berg te storten, die zal zich in het hellevuur daar vanaf storten voor eeuwig. Wie zichzelf doodt door gif in te nemen, die zal in het hellevuur het gif in zijn hand hebben en het innemen voor eeuwig. Wie zichzelf doodt met een stuk ijzer, die zal in het hellevuur dat ijzer in zijn hand hebben en in zijn buik stoten voor eeuwig.’
(Boechari, Boek 76 hoofdstuk 56; vgl. Moeslim, Boek 1 Traditie 175 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Dieren

Van Aboe Hoeraira : De Profeet heeft gezegd : ’Er was eens een man die op reis was en erge dorst kreeg. Hij vond een bron, daalde daarin af en dronk. Toen hij weer boven kwam zag hij een hond met zijn tong uit zijn bek hangend, die vochtige aarde had omdat hij zo’n dorst had. De man dacht : Het beest is er net zo aan toe als ik daarnet. Hij ging opnieuw naar beneden, vulde zijn schoen met water en hield die tussen zijn tanden geklemd toen hij weer naar boven klom, en hij gaf de hond te drinken. God is deze man dankbaar en schenkt hem vergiffenis’.
De mensen vroegen : ’Profeet, dus onze daden tegenover dieren worden ook beloond ?’
’Jazeker’, zei hij, ’ten aanzien van ieder levend wezen is er loon’.
(Moeslim, Boek 37 Traditie 81 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Honden

Van Aboe Hoeraira : De Profeet heeft gezegd : ’Als iemand een hond houdt vermindert hij voor iedere dag zijn goede werken met één kiraat, tenzij het een hond is die akkerland of kleinvee bewaakt’.
(Volgens Aboe Hazim luidt de traditie van Aboe Hoeraira : ’... voor de jacht of ter bewaking van het kleinvee’.
(Moeslim, Boek 37 Traditie 81 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Als iemand een hond houdt vermindert hij ... zijn goede werken.     Ik zag onlangs (augustus 2003) een programma over het opruimen van landmijnen in Afghanistan. Daarbij werden honden getraind om de geur van de springstof te herkennen. Een mijnen-opruimings-deskundige vertelde dat men met honden het meest efficiënt landmijnen kan opsporen. De Afghanen die geleerd werden met de honden om te gaan en hen te trainen, hadden jarenlang in een oorlogssituatie verkeerd en soms de vreselijkste dingen meegemaakt. Door het contact met hun hond, doordat zij leerden het dier te vertrouwen en er van te houden, konden zij hun oorlogsverleden veel beter verwerken. Door hun godsdienst waren de Afghanen niet vertrouwd met honden, en moesten een drempel overwinnen.

In de Arabische samenleving rond het jaar 600 was men zich nog niet zo bewust van de noodzaak van hygiëne als tegenwoordig. Het was in die tijd waarschijnlijk verstandig om niet met huisdieren in hetzelfde gebouw te wonen. Mogelijk heeft Mohammed inderdaad een waarschuwing doen uitgaan, dat men beter geen honden kan houden, omdat die vaak niet schoon waren, en gemakkelijk ziekten zouden kunnen overbrengen. Deze praktische maatregel werd later in de islamitsche overleveringen als een bevel van God voorgesteld.

Al het leven dat God geschapen heeft is wonderbaarlijk. Er bestaan geen schepsels van God die je ”onrein” zou mogen noemen. Als je goed voor een dier zorgt, het de aandacht geeft die het nodig heeft, en het de ruimte geeft, waardoor het zich prettig voelt, is dat een goede daad. God rekent je dat niet aan als een vergrijp.

Soberheid

Van Ibn Oemar : De Profeet heeft gezegd : ’God vervloeke de vrouw die kunsthaar invlecht of dat bij zich laat doen, en de vrouw die tatoeëert of zich laat tatoeëren’.
(Boechari, Boek 77 hoofdstuk 83; vgl. Moeslim, Boek 37 traditie 119 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Van Oemm Salama, de vrouw van de Profeet : De profeet heeft gezegd : ’Als iemand drinkt uit gouden of zilveren vaatwerk zal in zijn buik een vuur uit Djahannam *) loeien’.
*) Djahannam = hel
(Moeslim, Boek 37 traditie 59 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Van Aboe Hoeraira : De Profeet heeft gouden ringen verboden.
(Boechari, Boek 70 hoofdstuk 21 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Van Anas ibn Malik : Toen de Profeet naar de Romeinen (d.i. de machthebbers in Byzantium) wilde schrijven zeiden de mensen tegen hem : ’Zij lezen brieven alleen als er een zegel op zit’. Dus gebruikte de Profeet een zegelring van zilver; het is alsof ik hem nog zie zitten, iets wits aan de hand van de Profeet. Erin stond gegraveerd : ’Mohammed de Gezant van God’.
(Moeslim, Boek 37 traditie 56; Boechari, Boek 77 hoofdstuk 52 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Anas ibn Malik vertelde dat hij één dag lang aan de hand van de Profeet een zilveren ring heeft gezien. Hij zei : ’De mensen maakten ringen van zilver en droegen die. Toen gooide de Profeet zijn zegelring weg en daarop gooiden de mensen de hunne ook weg’.
(Moeslim, Boek 37 traditie 59 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

God vervloeke de vrouw ... die tatoeëert of zich laat tatoeëren.

Als iemand drinkt uit gouden of zilveren vaatwerk zal in zijn buik een vuur uit Djahannam loeien.

De Profeet heeft gouden ringen verboden.

    Bij toeval heb ik de meeste van deze instructies altijd gevolgd. Ik heb geen tatoeages, omdat ik vind dat je geen niet medisch noodzakelijke veranderingen in je lichaam moet aanbrengen die je niet ongedaan kunt maken. Ik ga het liefst eenvoudig gekleed zodat ik niet opval en ik heb geen exorbitant dure borden, bekers of ander vaatwerk. Maar ik wil mijn eigen opvattingen niet aan anderen opdringen. Ook al kan ik mij er niet in inleven, respecteer ik iemand die er andere opvattingen op nahoudt.

Een eenvoudige levensstijl kan voortkomen uit een oprecht serieus religieus zoeken, maar ik geloof niet dat God ooit een mens heeft voorgeschreven hoe hij zich moet kleden, tot hoever versieringen mogen gaan, hoe hij moet eten, etcetera.

Afbeeldingen

Moeslim ibn Soebaih vertelde : Ik was met Masroek in een huis waarin beelden van Marjam waren. Masroek zei : ’Dit zijn beelden van Kisra, de koning van Perzië’. Maar ik zei : ’Nee, dit zijn beelden van Marjam’. Toen zei Masroek : ’ Ik heb Abdallah ibn Mas’oed horen zeggen : ”De Profeet heeft gezegd : De mensen die het ergst worden gestraft op de dag der opstanding zijn zij die afbeeldingen maken” ’.
(Moeslim, Boek 37 traditie 98 -/- in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Sa’ied ibn abi Hasan vertelde : Ik was bij Ibn Abbaas toen er een man bij hem kwam die zei : ’Ibn Abbaas, ik ben iemand die leeft van wat mijn handen maken; ik maak deze afbeeldingen’. Ibn Abbaas zei : ’Ik zal je alleen overleveren wat ik de Profeet heb horen zeggen. Hij heeft gezegd : ”Wie afbeeldingen maakt wordt door God zo lang gestraft totdat hij zijn afbeeldingen leven inblaast; maar dat zal hij nooit kunnen”.’
Toen kreeg die man het erg benauwd en hij werd bleek van schrik. Ibn Abbaas zei nog tegen hem : ’O wee als je ermee doorgaat ! Je moet maar afbeeldingen maken van deze boom hier, of van iets anders dat geen ziel heeft’. ’
(Boechari, Boek 34 hoofdstuk 104 -/- in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

De mensen die het ergst worden gestraft op de dag der opstanding zijn zij die afbeeldingen maken.

Wie afbeeldingen maakt wordt door God zo lang gestraft totdat hij zijn afbeeldingen leven inblaast; maar dat zal hij nooit kunnen

    Toen ik op de basisschool zat, viel het iedereen op dat ik zo goed kon tekenen. Dat talent heb ik niet ontwikkeld, maar af en toe komt dit talent tevoorschijn en geniet ik van mijn creatie.
Ik geniet van de schitterende schilderijen van de meesters uit de Renaissance en de 16-de en 17-de eeuw. Maar ook impressionistische schilderijen vind ik fantastisch zoals die van Monet en Van Gogh.
Ik geloof dat de afbeeldingen van de oude meesters met hun ongelofelijk hoge kwaliteit de mens ervan bewust maken, dat er misschien meer is dan enkel het met de zintuigen waarneembare, waardoor zij zich eerder in spirituele zaken zal verdiepen dan het geval zou zijn als deze meesters niet geleefd hadden.
Nee, ik geloof niet dat God bezwaar heeft tegen het maken van afbeeldingen van de natuur en van levende wezens.

Voor kinderen is tekenen zelfs een natuurlijke uiting. Ik hoorde ooit van een onderwijzeres aan een othodox islamitische basisschool dat het bestuur had verordonneerd de kinderen te verbieden tekeningen te maken. Ik meen dat daarmee de kinderen in hun ontwikkeling onnodig belemmerd worden.

Het is goed mogelijk dat Mohammed bezwaar heeft gemaakt tegen afbeeldingen die liefdeloze hartstochten in mensen wakker roepen, tegen afbeeldingen van de voor-islamitische Arabische goden of tegen het gebruik van afbeeldingen bij de islamitische godsdienstuitoefening. Maar dat maakt het vervaardigen van afbeeldingen niet afkeurenswaardig. Dat maakt alleen het maken van bepaalde afbeeldingen of het gebruik van afbeeldingen in bepaalde situaties afkeurenswaardig.

God heeft nooit een verbod op creatieve of kunstzinnige uitingen uitgevaardigd, ook niet tegenover de profeet Mohammed.

De islam verbiedt het afbeelden van God en, volgens de hadieth, ook het afbeelden van mensen. Vandaar dat moslims zich bijzonder hebben toegelegd op geometrische docoraties en abstracte patronen. ... Tegenwoordig bestaat er in de meeste moslimlanden alleen bezwaar tegen figuratieve sculpturen en afbeeldingen van profeten.
(Sajidah Abdus Sattar, Islam voor beginners)

Wie zijn de ware gelovigen ?

De koran maakt duidelijk, dat niet automatisch iedere ”moslim”, ieder die zegt, dat hij zich ”overgeeft”, ook een werkelijke overgegevene, een werkelijke gelovige is. Niet iedere moslim is een gelovige (mu’min), zegt de koran :
    ”De Arabieren (in de zin van bedoeÔenen) zeggen : ’Wij geloven’. Zeg : ’Gij gelooft niet, maar zegt : Wij hebben ons overgegeven, maar geloof is nog niet in uw harten binnengedrongen’...
(Koran 49:14).
Wat zijn dan de karaktereigenschappen van een gelovige? Wat is een echte gelovige? Daarop geeft de koran zelf een antwoord :
  ”De gelovigen zijn zij die geloven in God en in Zijn gezant en daarna niet twijfelen en zich met hun bezittingen en zichzelf inspannen (het woord djihad wordt hier gebruikt!) op de weg van God. Diegenen zijn de waarachtigen (of de oprechten)”
(Koran 49:15).
  ”De gelovigen zijn zij wier harten sidderen (beven) wanneer God genoemd wordt en die wanneer aan hun Zijn verzen (tekenen, de verzen van de koran of de openbaring zijn bedoeld) worden voorgelezen nog in hun geloof versterkt worden en die hun vertrouwen op hun Heer stellen. En die het gebed (salat) verrichten en die van datgene wat hem geschonken is, bijdragen geven. Dat zijn de ware gelovigen...
(Koran 8:3,4).
De koran acht de ware gelovigen :
  ”Diegenen die berouwvol zijn, die (God) aanbidden, die (Hem) prijzen, die vasten, die zich neerbuigen, die de prosternatie (voor Hem) maken (de verschillende fasen of bewegingen van het rituele gebed, de salat) en die verbieden wat verwerpelijk is en die de geboden van God in acht nemen. En brengt de gelovigen goede tijding.”
(Koran 9:112).
Vaak wordt geloof in de koran als vertrouwen omschreven.
 ...Op God stellen de gelovigen hun vertrouwen. En waarom zouden wij niet op God het vertrouwen stellen, daar Hij ons (boodschappers) recht heeft geleid op onze wegen? En wij zullen het ongemak, dat Hij ons heeft toevertrouwd, geduldig dragen. En laat op God al de vertrouwenden hun vertrouwen stellen.”
(Koran 14:11,12).
(Dr. Anton Wessels, De koran verstaan)

Geloof wordt geassocieerd met geduld :

Weest gij geduldig wat zij (de ongelovigen wel te verstaan) ook zeggen en prijs de lof van uw Heer voor het opgaan van de zon en van de ondergang.     Weest gij geduldig samen met hen die hun Heer in de ochtend en de avond aanroepen en Zijn aangezicht zoeken....     O gij die gelooft, roept geduld en gebed (salat) te hulp. God is waarlijk met de geduldigen.
(Koran 50:39)     (Koran 18:28)     (Koran 2:45)

Geloof wordt geassocieerd met dankbaarheid :

Gedenkt Mij dan en Ik zal U gedenken, en weest Mij dankbaar en weest niet ondankbaar.     Eet dan van datgene, waarmee God u voorzien heeft, als iets geoorloofds en iets goeds en weest dankbaar voor de weldaden van God, indien Hij het is die gij werkelijke dient.     En God heeft een gelijkenis gesteld van een stad, die zich in zekerheid en rust verheugde, terwijl haar onderhoud van alle kant bij haar binnen stroomde. Doch toen werd zij ondankbaar jegens de weldaden van God, waarop God hen met het kleed van honger en de angst bekleedde voor wat zij (bewoners van die stad) gedaan hadden.
(Koran 2:152)     (Koran 16:114)     (Koran 16:112)

Geloof moet zich uiten in goede daden :

De vroomheid bestaat niet daarin, dat gij (bij het gebed) uw gezichten naar het oosten en het westen wendt. Maar vroom is die gelooft in God en de laatste dag en de engelen en de schrift en de profeten en wie zijn bezit, hoe hij er ook aan gehecht mag zijn, geeft aan de verwanten, de beesten en de armen en de reiziger en de geknechten, en die het gebed (salat) verricht en de aalmoes (zakat) opbrengt, en die zich trouw aan hun verbond houdt, als ze die hebben aangegaan, en die in rampspoed en tegenspoed en in tijd van geweld geduldig zijn. Zij zijn oprecht en Godvrezend.     En toen Wij het verbond met de kinderen van IsraŽl aangingen : ’Dient geen ander dan God. Weest goed ten opzichte van de ouders en verwanten, de wezen en de armen, en spreekt vriendelijk met de mensen en verricht het gebed (salat) en geeft de aalmoes (zakat)’ het gij u afgewend op een paar na ...     Of menen zij die slechte daden begaan, dat Wij hen op dezelfde wijze zullen behandelen als diegenen die geloven en goede werken doen, gelijkelijk in hun leven en hun sterven? Hoe verkeerd oordelen zij.
(Koran 2:177)     (Koran 2:83)     (Koran 45:21)

De islam als godsdienst is vatbaar voor fouten.

De koran ontkent dat in de islam als godsdienst die voortkomt uit de prediking van Mohammed, geen fouten kunnen sluipen :

Dat zijn jullie dus die opgeroepen worden om bijdragen te geven op Gods weg, maar onder jullie zijn er die gierig zijn. Maar die gierig is, die is slechts gierig ten opzichte van zichzelf. God is de behoefteloze en jullie zijn de armen. Als jullie je afkeren zal Hij andere mensen in jullie plaats zetten. Dan zullen zij niet zo zijn zoals jullie.
(Koran 47:38)

Geloofsafval

In verband met het onderwerp ketterij en de straf die de heilige religie van de Islam daarvoor heeft overwogen, kunnen de bekrompen kleingeestigen van de vijanden van rechtvaardigheid en waarheid proberen twijfel te zaaien in de geesten van mensen door een vraag te stellen en daarvan gretig misbruik te maken bij hun anti-islamitische propaganda. Dit is de vraag : Claimen moslims niet dat de islam de religie van vrijheid van overtuiging en geloof is, en dat er geen dwang is bij het vormen van een mening? Waarom heeft de islam dan zulke zware straffen voor ketterij uitgedacht?
Het antwoord op deze irrelevante vraag is dit : Ja, de islam en de luisterrijke koran hebben dwang en pressie afgekeurd, en de Verheven God zegt dat in de grootse koran : ”In godsdienst is geen dwang” (soera 2:256). Maar de kwestie van ketterij verschilt van de vrije aanvaarding van een opvatting of geloof.
...
Ketterij is een kwestie van verraad en ideologisch bedrog, dat zijn oorsprong vindt in vijandigheid en hypocrisie.... Ketterij van een moslim wiens ouders ook moslim waren, is een zeer besmettelijke gevaarlijke en ongeneeslijke ziekte welke verschijnt in het lichaam van de umma (mensen) en de levens van de mensen bedreigt; en daarom moet dit ledemaat worden afgehakt.
Een ketter is een tegenstander die is binnengedrongen in de islamitische umma ... Ketterij is een ontsnapping uit het patroon van de schepping en de natuur ... en dat is de reden waarom de straf voor een ketter waarvan ťťn van de ouders toen hij geboren werd moslim was, zwaarder is dan die voor een ketter waarvan de ouders geen moslim waren. Kan de straf voor een ontsnapping uit het patroon van de schepping en de natuur iets anders zijn dan vernietiging? Dit is hetzelfde als wat is uitgekristalliseerd in het islamitische strafrecht.
De tegen ketterij gerichte straffen van de islam zijn geschikte wetten om de mensheid te redden van het vallen in de beerput van verraad, misleiding en ontrouw om de mens te herinneren aan zijn ideologisch verplichtingen. Een objectief en werkelijk bewijs van het feit dat ketterij altijd verraderlijk en oorlogszuchtig van aard is ... kan worden gevonden in de gebeurtenissen uit de begintijd van de islam.
    De doodstraf voor hen die de islam aanvallen en bedreigen is iets anders dan een moslim executeren die zijn geloof heeft verloren. Het laatste kan nooit aan iemand worden opgelegd. Veel volgelingen proberen anderen op een dwingende manier te bekeren. Allah openbaarde echter : ’In godsdienst is geen dwang’ (koran 2:256). Het vergrijp waarop de doodstraf staat, is het actief bedreigen, in gevaar brengen en het verraden van de umma. Het beledigen van Allah is een zaak tussen Allah en het individu.
(Sjiitische verklaring over ketterij in de islam, in : Kayhan International, maart 1986 - ultra-conservatief dagblad in Teheran)     (Ruqaiyyah Maqsood, De islam - leren kennen en begrijpen)

De islamitische auteurs van bovenstaande citaten verschillen duidelijk van mening. De schrijver van het linker artikel uit het ultra-conservatieve dagblad uit Teheran ziet geloofsafval als zo'n grote bedreiging voor de islamitische gemeenschap, dat de doodstraf volgens hem gerechtvaardigd is. Hij negeert daarbij de korantekst dat er in geen dwang mag zijn. Moslims en niet-moslims die het daar niet mee eens zijn, brandmerkt hij als bekrompen en kleingeestig. De schrijver van de rechter tekst ziet geloofsafval niet als een onmiddellijke bedreiging voor de islamitische gemeenschap, maar is het niet oneens met de doodstraf als straf voor bedreiging van de islamitische gemeenschap.
         
Claimen moslims niet dat de islam de religie van vrijheid van overtuiging en geloof is, en dat er geen dwang is bij het vormen van een mening? Waarom heeft de islam dan zulke zware straffen voor ketterij uitgedacht?   Voor mij is de korantekst ”In godsdienst is geen dwang” een van de mooiste teksten uit de koran. Er spreekt een enorme liefde uit, een enorm respect voor het denkvermogen van de individuele mens. Hoe kan iemand die zich moslim waant deze opdracht van Allah naast zich neerleggen? Is het vertrouwen in Allah zo gering, dat men bang zou moeten zijn, dat Allah niet in staat is het ware geloof te beschermen, en dat het ware geloof niet tegen kritiek bestand zou zijn, en dat de gemeenschap van ware gelovigen Łberhaupt in zijn voortbestaan bedreigd zou kunnen worden?
 
De doodstraf voor hen die de islam aanvallen en bedreigen is iets anders dan een moslim executeren die zijn geloof heeft verloren.   Beide auteurs verzuimen nauwkeurig aan te geven wanneer huns inziens de islamitische gemeenschap (de umma) bedreigd wordt.
 
De islam en ongelovigen

Nu ik in het Westen woonde, had ik veel westerse vrienden die vriendelijk tegen mij waren, die mij aardig vonden, die hun harten voor mij geopend hadden, mij bij hen thuis uitgenodigd hadden, en mij accepteerden als vriend. Het was werkelijk moeilijk te accepteren dat Allah wilde dat ik hen niet als vriend beschouwde.

    Laat de gelovigen niet de ongelovigen tot vrienden of helpers nemen in plaats van de gelovigen, en wie dat doet die behoort in niets tot God tenzij gij vrees koestert voor hen.
(Soera 3:28)

Was Allah ook niet de schepper van de ongelovigen ? Was hij ook niet hun God ? Waarom zou hij zo onvriendelijk tegen hen zijn ? Zou het niet beter zijn als de moslims vriendschap sloten met ongelovigen en hen dan de islam leerden door het goede voorbeeld te geven ? Door onszelf gereserveerd op een afstand van ongelovigen te houden, zou de kloof van het onbegrip nooit worden overbrugd. Hoe in de wereld zouden zij ooit over de islam leren als we ons niet met hen zouden verbinden ? Het antwoord op deze vraag kwam in een zeer ontstellend vers :

    Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben.
(Soera 2:191)

Ik dacht aan mijn eigen vrienden, overdacht hun vriendelijkheid en hun liefde voor mij, en vroeg mij af hoe ter wereld een ware God zou kunnen vragen om ander mens te doden alleen maar omdat hij niet in een bepaalde religie geloofde ? Dat leek absurd, maar toch werd dit concept zo vaak in de koran herhaald dat er duidelijk geen twijfel over bestond. In één vers vertelt Allah zijn profeet :

    O profeet, spoor de gelovigen aan tot de strijd. Als er onder jullie twintig zijn die volhouden, dan zullen zij er tweehonderd overwinnen en als er onder jullie tweehonderd zijn, dan zullen zij duizend van hen die ongelovigen zijn overwinnen omdat dat mensen zijn die geen begrip hebben.
(Soera 4:65)

Waarom zou Allah een boodschapper sturen om oorlog te voeren ? Zou God ons niet moeten onderwijzen om elkaar lief te hebben en verdraagzaam te zijn tegenover elkaars religie ? En als Allah zich werkelijk zo druk zou maken dat mensen in hem geloven, in die mate dat hij hen zou willen doden als ze niet geloofden, waarom zou hij ons vragen het vuile werk op te knappen en waarom zou hij hen niet zelf doden ? Worden wij verondersteld Allah's huurmoordenaars of huursoldaten te zijn ?
Hoewel ik bekend was met de jihad en het nooit eerder betwijfeld had, vond ik het moeilijk om aan te nemen dat God zijn toevlucht zou nemen tot zulke gewelddadige maatregelen om zichzelf aan mensen op te dringen. Nog shockerender was de wreedheid van Allah met betrekking tot ongelovigen :

    Ik zal de harten van hen die ongelovigen zijn schrik aanjagen. Houwt dan in op de nekken en houwt hen op hun vingers.
(Soera 8:12)

Het leek erop dat voor Allah het enkel doden van ongelovigen niet voldoet. Hij schept er behagen in hen te folteren alvorens hen te doden. Inslaan op hoofden van mensen boven hun nek en het afhakken van hun vingertoppen zijn zeer wrede daden. Zou God werkelijk zulke bevelen geven ? Het volgende is wat hij belooft de ongelovigen aan te doen in de andere wereld :

    Dit zijn twee tegenpartijen die met elkaar over hun Heer twisten : Voor hen die ongelovig zijn worden kleren geknipt uit vuur terwijl over hun hoofden gloeiend water wordt uitgegoten. Wat in hun buiken en hun huid is smelt daardoor. Voor hen zijn er knuppels van ijzer. Telkens als zij van smart er uit wensen te gaan, worden zij er in teruggebracht en [wordt tot hen gezegd] : ”Proeft de straf van de verbranding.”
(Soera 22:19-22)

Hoe zou de schepper van dit universum zo kleinzielig kunnen zijn als beschreven in deze verzen ? Deze verzen van de koran shockeerden mij. Ik was geschokt toen ik er achter kwam dat Allah mensen beveelt te doden, hoe hij ze eeuwig zou folteren op een afschuwelijke manier met geen andere reden dan ongeloof.
Ik was geschokt te vernemen dat de koran moslims vertelt ongelovigen te doden waar ze hen ook maar vinden (2:191), om hen te vermoorden (9:123), hen af te slachten (9:5), met hen te vechten (8:65), hen te vernederen, en om hen als straf extra belasting te laten betalen, zelfs als zij christenen en joden zijn (9:29). Ik was geschokt toen ik vernam dat de koran vrijheid van geloof ontneemt aan de gehele mensheid, en duidelijk zegt dat er geen andere religie dan de islam wordt aanvaard (3:85). Ik was geschokt toen ik hoorde dat Allah diegenen die niet in de koran geloven naar de hel verbant (5:10) in hen najis (vuil, onaanraakbaar, onrein) noemt (9:28). Ik was geschokt toen ik hoorde dat Allah de moslims beveelt tegen de ongelovigen te vechten totdat er geen andere religie meer is dan de islam (2:193). Ik was geschokt toen ik er achter kwam dat de koran zegt dat ongelovigen naar de hel gaan en kokend water zullen drinken (14:17), dat het moslims vraagt om te doden of te kruisigen of om de handen en voeten van ongelovigen af te houwen, dat ongelovigen oneervol uit het land verdreven moeten worden en dat ”hen in de wereld hierna een grote straf te wachten staat” (5:33).
(Ali Sina, Why I left islam - in : Ibn Warraq, Leaving islam)

-    De Arabieren (in de zin van bedoeÔenen) zeggen : ’Wij geloven’. Zeg : ’Gij gelooft niet, maar zegt : Wij hebben ons overgegeven, maar geloof is nog niet in uw harten binnengedrongen’...
(Koran 49:14)
    Naar aanleiding van de hier links geciteerde tekst rees bij mij de vraag ”Hoe kan een moslim vaststellen of hij wel een moslim is ?”, oftewel ”Bieden de aanwijzingen in de koran voldoende houvast om werkelijk te onderscheiden of men werkelijk moslim is ?”.

In mijn boekenkast staat het boek ”De naakte waarheid” van Monireh Baradaran met als ondertitel ”Overleven in een Iraanse vrouwengevangenis”. Het boek geeft een beeld van de mensonterende methoden waarmee het islamitische regime van Iran onder ayatollah Khomeini politieke gevangenen ’op het goede spoor’ trachtte te brengen.
Uit dit boek trek ik de conclusie dat ayatollah Khomeini en de geestelijken met wie hij zijn regering vormde, geen moslims waren. Uit hoofde van hun functie moeten zij op de hoogte geweest zijn van de methoden die het staatsapparaat gebruikte om Iraanse burgers hun interpretatie van het islamitische geloof op te leggen. De Korantekst ”In godsdienst is geen dwang” (2:256) hebben zij niet begrepen. In ieder geval hebben zij er niet naar geleefd.
Aan de andere kant ga ik ervan uit dat zij zelf werkelijk meenden moslim te zijn.
Als deze geestelijken, waarvan ik aanneem dat zij jarenlange koranstudie achter de rug hadden, al niet in staat zijn om de koran in al zijn volheid serieus te nemen en om het ware geloof in hun harten binnen te laten dringen, wie dan wel ?
Het is alsof je zou kunnen concluderen: ”Je kunt er nooit zeker van zijn of je wel echt moslim bent”.

Er hebben in de geschiedenis groepen mensen elkaar naar het leven gestaan, waarbij elk van de partijen meende zelf de ware gelovigen te zijn, en hun tegenstanders ongelovigen of afvalligen. Deze vaststelling leidt weer tot de vraag of je - als je al niet kunt vaststellen of je zelf moslim bent - wel kunt vaststellen of de ander wel of niet moslim is.
Als ik denk aan de strijd tussen Soennieten en Shiïeten in Irak na de invasie om het regime van Saddam Hoessein te verdrijven, vraag ik mij af wat hier aan de hand is. Wat bezielt een ”moslim” om een aanslag te plegen in een moskee waarbij vele medemoslims, die de islam iets anders interpreteren, omkomen of invalide raken? Met de aanslag bewijst die ”moslim” dat hij geen moslim is, omdat het doden van één onschuldig mens is alsof je de hele schepping vernietigt (17:33).

De volgende hadith associeert geloof met zuiverheid en onschuld :

  Abu Huraira heeft doorgegeven dat de boodschapper van God (vrede zij met hem) heeft gezegd : ”Er wordt geen enkele baby geboren die niet moslim is. Het zijn zijn ouders die hem tot jood, christen of polytheïst maken”. Iemand zei: ”Wat denkt u ervan als zij eerder moeten sterven (voordat zij de volwassen leeftijd hebben bereikt, waarin zij onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad) ? ”. Hij zei ”Alleen God weet wat zij gedaan zouden hebben”.
  (Al-Boechari, Boek van de bestemming, deel 4, boek 31, hadith nr. 6426)

Ik hoop dat dit een juiste vertaling is van deze hadith. Voor mij betekent deze hadith dat geloof niet is voorbehouden aan mensen die zichzelf moslim noemen. Ook de mensen die de zuiverheid en onbevangenheid van hun kinderjaren hebben behouden, of ernaar zijn teruggekeerd, zijn in de ogen van God gelovigen. Dat betekent dat het ’moslim zijn’ niet is voorbehouden aan mensen die de shahada hebben afgelegd. De profeten die voor Mohammed leefden waren gelovigen, al kunnen ze zichzelf nooit moslim hebben genoemd, omdat de islam toen nog niet als godsdienst bestond. Alle directe volgelingen van die profeten, die de boodschap van hun profeet in hun hart hadden gesloten, waren ook gelovigen, maar hebben zichzelf nooit moslim kunnen noemen, omdat de islam toen nog niet als godsdienst bestond. En er zijn ook nu mensen, die niet de islam belijden, maar wel hoge ethische standaarden hebben, en alle boodschappen van de profeten serieus willen nemen, en dus - ook al noemen zij zichzelf geen moslim - wel degelijk gelovigen zijn.
De ene mens kan eenvoudigweg niet beoordelen of een medemens wel of niet gelovig is.
De oproepen in de koran om tegen ”ongelovigen” ten strijde te trekken, komen hierdoor in een paradoxaal daglicht te staan : Je zou ten strijde moeten trekken tegen medemensen, die ongelovig zijn, maar je kunt met geen mogelijkheid bepalen of je zelf gelovig bent, en ook niet of de medemensen die tegenover je staan, wel of niet gelovig zijn.
De koranteksten die oproepen tot strijd tegen ongelovigen stammen uit een periode waarin Mohammed met zijn allereerste volgelingen in conflict waren met tijdgenoten. We kennen de precieze aard van de gebeurtenissen niet meer, en ook niet de omstandigheden waarin deze oproepen zijn gedaan, als ze al gedaan zijn. Maar zelfs als die oproepen om ten strijde te trekken toen begrijpelijk waren, waren het oproepen die alleen op de situatie toen betrekking hadden, en niet op elke situatie waarin jij denkt tegenover een groep ongelovigen te staan.

De korantekst

   
  Gij gelooft niet, maar zegt : ’Wij hebben ons overgegeven’; geloof is nog niet in uw harten binnengedrongen.
  (49:14)

zou dus zeggen dat je er nooit zeker van kunt zijn ”of je wel goed genoeg moslim bent”. Gezien het bovenstaande geeft dit aanleiding tot bescheidenheid. Maar ik vraag mij af of er ook fanatisme door zou kunnen worden aangewakkerd : in het besef dat het geloof misschien niet voldoende je hart is binnengedrongen, ga je ’nog beter je best doen’. De vergissing die dan gemaakt wordt, is dat het gevoelsleven niet gehoorzaamt aan de wil of aan datgene wat je aan uiterlijke verrichtingen doet. Over datgene wat je hart binnendringt, heb je geen direkte zeggenschap. Door van binnen stil te worden, door diepe meditatie, zou je je er misschien bewust van kunnen worden wat de waarheid is, die in jou leeft. Maar misschien is dat een andere waarheid dan je ooit hebt beseft. Dus : niet ’door beter je best te doen’ - dat wil zeggen door allerlei uiterlijke verrichtingen - , maar door overgave - dat is : diepe meditatie - kom je tot een dieper begrip van de bedoelingen van God. Het zou kunnen zijn dat je de woorden van de koran op een heel andere manier gaat interpreteren, dan je tot noch toe deed. Het geloof wordt dan meer een ’zoeken’ en minder een ’weten’.

Ik heb nooit begrepen hoe moslims kunnen denken, dat alleen mensen die zich moslim noemen, de ware gelovigen zouden zijn, te meer daar de koran aangeeft, dat oprechte joden en christenen niets te vrezen hebben (2:62, 3:113-115). Toch kwam ik deze opvatting tegen in het volgende citaat :

  Als ik erop terugkijk, denk ik dat ik aanraking ben gekomen met standpunten van sommige familieleden, die ongewoon zijn in een islamitische gemeenschap. Ik had een oom die, alhoewel hij niet niet-religieus was, de overtuiging van de Soefi’s was toegedaan. Hij wilde nog wel eens kritiek leveren op religieuze praktijken , en één van zijn opmerkingen is mij bijgebleven omdat het een uitgekiend woordgrapje betrof. Hij was er dol op te beweren dat het niet juist was om Mohammed, de profeet, rahmatul alamin, ’zegen voor de wereld’, te noemen; zahmatul alamin, ’narigheid voor de wereld’ was beter op zijn plaats. (in het Urdu is de enige verandering om van de ene betekenis naar de andere betekenis te komen een punt, waarbij de r een z wordt). Hij verdedigde zijn stelling als volgt : Aangezien het overgrote deel van de mensheid vanaf haar ontstaan de boodschap van zijn profeetschap nooit heeft ontvangen of er nooit in geloofd heeft, zal zij in de hel belanden. Hoe zou hij in het algemeen dan iets anders dan een vloek voor de wereld kunnen zijn ?
Ik merkte dat mijn vader de duidelijk godslasterlijke stelling, die later in aanwezigheid van anderen werd herhaald, niet tegensprak of afwees. Ik vond het zo’n slimme opmerking, dat ik ’m zelf vaak vertelde, totdat ik ’m vertelde tegen een moslim-socioloog die aan de London School of Economics studeerde. Zij was totaal perplex en mompelde iets in de trant van dat zij het niet amusant vond. Zij was duidelijk beledigd. Ik vertel dit verhaal nu alleen nog maar tegen mensen waarvan ik weet dat ze atheïst zijn of tegen mensen van wie ik weet dat zij ruimer van opvatting zijn.
  (Husain Ahmed, A rationalist look at islam, in : Ibn Warraq, Leaving islam)

Voor mij is bovenstaand citaat geen afwijzing van de islam of van religie in het algemeen. Het gaat wel in tegen de opvatting dat de eigen religie een toegangsbewijs voor de hemel zou bieden en dat alle mensen die die religie niet aanhangen regelrecht naar de hel zouden gaan. De koran leert anders.

- Laat de gelovigen niet de ongelovigen tot vrienden of helpers nemen.
(Koran 3:28)
  Op welke je manier je de koran ook beleeft, afwijzend of aanvaardend, jij kunt nooit weten hoe het geloof bij een ander zijn hart is binnengedrongen. Jij kunt dus ook nooit vaststellen of een ander moslim is of niet. Iemand die jij als niet-moslim beschouwt zou in de ogen van God een ware moslim kunnen zijn. Met deze constatering worden alle aansporingen in de koran om niet-moslims te bestrijden onbegrijpelijker.

Ik zie ieder mens als schepsel van die ene God. Elk mens wordt door God omringd met Zijn enorme barmhartigheid, die ons voorstellingsvermogen te boven gaat. Wie ben ik om elk medeschepsel niet barmhartig en niet als vriend tegemoet te treden ? Als God barmhartig is, kunnen wij mensen dan achterblijven ?
Iemand als vriend tegemoettreden, betekent niet dat we het kwaad in hem of haar niet bestrijden. Ware vrienden wijzen elkaar op elkaars vergissingen en fouten. Maar waar elkaar bekritiseren overgaat in vormen van dwang, verlaten we elk geloof waarin dwang geen plaats heeft. Waar een medemens onze adviezen niet volgt, rest ons overgave. En dat betekent niet dat we ons overgeven aan strijd met deze medemens. Het gaat om overgave in vrede, in de wetenschap dat God zijn schepping zal leiden, ook als wij Zijn bedoelingen niet doorgronden, en wij mensen ons machteloos voelen.

De islam en polytheïsme

Een van de eerste verzen die ik verbijsterend vond was deze :

    God vergeeft het niet als men aan Hem (andere goden als) metgezellen toevoegt, maar afgezien daarvan vergeeft hij aan wie Hij wil. Wie aan God (andere goden als) metgezellen toevoegt, die heeft een geweldige zonde verzonnen.
(Soera 4:48)

Ik vond het moeilijk te accepteren dat Gandhi eeuwig in de hel zou branden zonder enige hoop op vergeving omdat hij polytheïst was, terwijl een moslim verkrachter en massamoordenaar er op zou kunnen hopen te vergeving van Allah te ontvangen. Dit leidde tot een verwarrende vraag : Waarom is Allah zo wanhopig om als de enige God bekend te zijn ? Waarom zou het hem eigenlijk kunnen schelen of iemand hem kent en hem prijst of niet ? Ik leerde over de omvang van het universum. Licht, dat zich voortplant met een snelheid van driehonderdduizend kilometer per seconde, doet er twintig miljoen jaar over om ons te bereiken vanaf de sterrenstelsels die zich aan de randen van het universum bevinden. Hoeveel sterrenstelsels zijn er ? Hoeveel sterren zijn er in deze sterrenstelsels ? Hoeveel planeten zijn er in dit universum ? De gedachte daaraan doet de geest schichtig worden. Als Allah de schepper van dit enorme universum is, waarom zou hij er dan zo over bezorgd zijn of hij bekend is als de enige God bij een stel apen die op een kleine planeet wonen ergens in de Melkweg ?
(Ali Sina, Why I left islam - in : Ibn Warraq, Leaving islam)

De islam als voortzetting van en correctie op het jodendom en christendom

Toen Mohammed zich in het jaar 610 met een monotheïstische boodschap richtte tot de inwoners van Mekka, geloofde hij dat God hem hiertoe opdracht had gegeven en dat hij in een traditie stond van waarschuwende gezanten die hun volk oproepen tot bekering. Zijn boodschap sloot aan op wat eerder aan Abraham, Mozes, David en Jezus was geopenbaard in respectievelijk de ’bladen’ (suhuf), de Thora (Tawrât), de Psalmen (Zabûr) en het Evangelie (Injîl). De op deze boeken gebaseerde religies, jodendom en christendom, werden door Mohammed gezien als eerdere manifestaties van de ene ware religie, het monotheïsme, waarvan zijn nieuwe godsdienst de definitieve versie was.
(Camilla Adang, De religies van het boek -/- in : In het huis van de islam)

Deze opvatting vinden we onder andere op de volgende plaatsen in de koran :

Wij gaven Mozes de rechte leiding en Wij maakten de kinderen Israëls erfgenamen van het boek.     Wij hebben de tora neergezonden, waarin rechte leiding is en licht.     En Wij hebben aan David de psalmen gegeven.     En Wij hebben Jezus, zoon van Maria op hun spoor doen volgen, bevestigend wat vóór hem was van de thora. En Wij gaven hem het evangelie, waarin rechte leiding is en licht, bevestigend wat vóór hem was van de thora, een rechte leiding en waarschuwing voor de Godvrezenden.
(Koran 41:45)     (Koran 5:44)     (Koran 17:55)     (Koran 5:46)

De koran bevat (volgens de koran) hetzelfde als wat vroegere boodschappers verkondigden en bevestigt de schrift van Mozes. ... Het specifieke van de koran is dat de bevestiging in het Arabisch geschiedt. ... Het pré van de koran is, dat deze duidelijkheid en opheldering kan verschaffen. Ze zet de joden bijvoorbeeld datgene, waar over zij van mening verschillen, uiteen.
(Dr. Anton Wessels, De koran verstaan)

Tot u werd niets gezegd behalve wat tevoren tot de boodschappers vóór u gezegd werd.     Eraan voorafgegaan is het boek van Mozes als voorbeeld en barmhartigheid. En dit is een boek dat in de Arabische taal de bevestiging geeft, om hen die onrecht plegen te waarschuwen en als goed nieuws voor hen die goed doen.     Zie de koran verklaart veel aan de kinderen IsraŽls, waarover zij verschillen.
(Koran 41:43)     (Koran 46:12)     (Koran 27:76)

Ik wil op deze pagina niet uitgebreid ingaan op de dialoog tussen de islam in het christendom. Toch wil ik hier één opmerking maken.
         
Tot u (Mohammed) werd niets gezegd behalve wat tevoren tot de boodschappers vóór u gezegd werd.   In het algemeen herkennen christenen de boodschap die Jezus bracht - zoals zij die verstaan - niet in de koran. Het centrale thema van Jezus’ leer is liefde, Polygamie, achterstelling van de vrouw ten opzichte van de man, en de legitimatie van geweld zoals die worden toegestaan in de koran, zijn volgens de christenen niet in overeenstemming met ”liefde”.
 
Hoewel de koran stelt dat de boodschap van Mohammed niet verschilt van wat aan de joden en aan de christenen geopenbaard is, verwerpt de koran een aantal joodse en christelijke opvattingen. De joodse spijswetten worden onjuist genoemd, en worden zelfs als een straf voor de joden uitgelegd.

Wegens de ongerechtigheid dus van hen die het jodendom aanhangen, hebben Wij hun goede dingen verboden die hun waren toegestaan en ook wegens het versperren van Gods wegen voor velen, wegens het nemen van woeker, hoewel het hun verboden was, en het door bedrog verteren van de bezittingen van de mensen : Wij hebben voor de ongelovigen onder hen een pijnlijke bestraffing klaargemaakt.     Aan hen die het jodendom aanhangen hebben Wij alles met klauwen verboden en van de koeien en het kleinvee hebben Wij hun het vet verboden behalve wat aan hun ruggen of ingewanden vastzit of wat met bot vergroeid is. Dat hebben Wij hun opgelegd als vergelding voor hun begerigheid.     Aan hen die het jodendom aanhangen hebben Wij verboden wat Wij jou al eerder verteld hebben. Wij hebben hun geen onrecht aangedaan, maar zij hebben zichzelf onrecht aangedaan.
(Koran 4:160,161)     (Koran 6:146)     (Koran 16:118)

De onderstaande koranteksten geven aan dat de heilige boeken van het jodendom door God zijn gegeven, maar dat de joden deze teksten verworpen hebben en er niet naar leven :

Wij gaven Mozes de rechte leiding en Wij maakten de kinderen Israëls erfgenamen van het boek.     Zijn zij niet ongelovig geworden aan wat Mozes in de tora heeft gegeven ?
(Koran 41:45)     (Koran 28:48)
Wij hebben de tora neergezonden, waarin rechte leiding is en licht.     De gelijkenis van diegenen die de tora hebben te dragen gekregen, maar die daarna niet hebben willen dragen, is als de gelijkenis van een ezel die boeken draagt.
(Koran 5:44)     (Koran 62:5)
En Wij hebben aan David de psalmen gegeven.      
(Koran 17:55, 4:163, 38:29)      

Ik wil bij de kritiek van de islam op andere godsdiensten een kanttekening plaatsen :

-    Zijn zij (d.w.z. de joden) niet ongelovig geworden aan wat Mozes in de tora heeft gegeven ? De fout die gemaakt wordt is die van generalisatie. Ik kan mij niet anders voorstellen dat er zeer veel joden zijn en zijn geweest, die uiterst serieus met hun geloof zijn omgegaan. Dat geldt niet alleen voor joden, dat geldt ook voor christenen, boeddhisten, hindoes en alle andere godsdiensten.

Joden wordt verweten hun heilige geschriften te hebben gemanipuleerd :

Onder diegenen die tot het jodendom behoren, hebben sommigen de woorden van hun plaats genomen. Zij zeggen : ’Wij hebben gehoord en zijn weerspannig geworden’.     Wee hen die de schrift met hun handen schrijven en dan zeggen : ’Dat stamt van God’ om er voor een geringe prijs mee te marchanderen. Wee hen dan vanwege wat zij eigenhandig geschreven hebben. Wee hen vanwege wat zij gedaan hebben.     Hoe kunt gij (moslims) verlangen, dat zij (joden) u zullen geloven, waar toch een deel van hen het woord Gods gehoord hebben, maar deze vervolgens opzettelijk verdraaiden, nadat zij het verstaan hadden.
(Koran 4:46)     (Koran 2:79)     (Koran 2:75)

Christenen hebben - volgens de koran - een deel van de goddelijke boodschap vergeten :

En met hen die zeggen : ’Wij zijn christenen’ zijn Wij een verdrag aangegaan. Maar zij zijn een deel vergeten van dat waartoe zij aangemaand waren. Dus hebben Wij tussen hen vijandschap en haat tot aan de opstandingsdag laten ontstaan. God zal hun meedelen wat zij aan het doen waren.
(Koran 5:14)

Jezus wordt in de koran Isa genoemd. Hij wordt ook wel aangeduid als de ’zoon van Marjam’ of als de ’masieh’, d.w.z. de messias.

Jezus werd geboren zonder een menselijke vader te hebben.

Zij (Marjam, d.i. Maria) zei (tegen de engelen die haar komen bezoeken) : ’Mijn Heer, hoe zou ik een kind krijgen, terwijl geen mens mij aangeraakt heeft?’ Hij zei : ’Zo is het. God schept wat Hij wil. Wanneer Hij iets beslist, dan zegt Hij er slechts tegen : ”Wees” en het is’.     En vermeld in het boek Marjam. Toen zij zich van haar familie terugtrok naar een oostelijke plaats en een afscherming tegen hen maakte. Toen zonden Wij Onze geest naar haar en hij deed zich aan haar voor als een goedgevormd mens. Zij zei : ’Ik zoek bij de Erbarmer bescherming tegen jou, als jij godvrezend bent’. Hij zei : ’ Maar ik ben de gezant van jouw Heer om jou een reine jongen te schenken’. Zij zei : ’ Hoe zou ik een jongen krijgen, terwijl geen mens mij aangeraakt heeft; en ik ben geen onkuise vrouw’. Hij zei  ’Zo is het. Jouw Heer heeft gezegd  ”Het is voor Mij gemakkelijk. En het is opdat Wij hem tot een teken voor de mensen maken en uit barmhartigheid van Ons. En het is een beslissing die gevallen is” ’ Dus werd zij zwanger van hem en trok zich met hem terug naar een afgelegen plaats.
(Koran 3:47)     (Koran 19:16-22)

Jezus wordt in de koran als profeet beschouwd :

De masieh Isa, de zoon van Marjam, is Gods gezant ...     En toen Wij met de profeten de overeenkomst aangingen, en ook met jou en met Noeh, Ibrahiem, Moesa en Isa, de zoon van Marjam - Wij zijn namelijk een solide overeenkomst met hen aangegaan - ...     Toen Isa, de zoon van Marjam, zei : ’O Israëlieten, ik ben de gezant van God om te bevestigen wat er van de thora voor mijn tijd al was ...
(Koran 4:171)     (Koran 33:7)     (Koran 61:6)

Aan Jezus wordt het evangelie (indjiel) gegeven.

Toen God zei : ’O Isa, zoon van Marjam, ... toen Ik jou het boek onderwees en de wijsheid, de thora en de indjiel ...    ... En Wij lieten Isa, de zoon van Marjam, daarna volgen en gaven hem de indjiel.
(Koran 5:110)     (Koran 57:27)

De islam ziet Jezus niet als de ’Zoon van God’.

En de joden zeggen : ’Oezair is Gods zoon’ en de christenen zeggen : ’De masieh is Gods zoon’. Dat is wat zij met hun monden zeggen. Zij benaderen zo wat zij die vroeger ongelovig waren zeiden. Gods bestrijde hen, hoe kunnen zij zo afwijken!     Zeg : ’Hij is God als enige, God de bestendige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is er aan Hem gelijkwaardig.
(Koran 9:30) (Koran 112:1-4)

Het is - volgens de koran - niet juist om Jezus als ’jouw Heer’ te zien.

Zij namen hun schriftgeleerden en hun monniken tot heren in plaats van God en ook de masieh, de zoon van Marjam. En hun werd slechts bevolen één God te dienen. Er is geen god dan Hij. Hij is boven wat zij aan Hen als metgezellen toevoegen.
(Koran 9:31)

Jezus mag - volgens de koran - niet aan God gelijkgesteld worden.

Ongelovig zijn zeker zij die zeggen : ’God is de masieh Isa, de zoon van Marjam’. Zeg : ’Wie zou tegen God ook maar iets kunnen uitrichten, als Hij zou wensen dat de masieh Isa, de zoon van Marjam, met zijn moeder en wie er op aarde zijn allen zouden ontkomen?’ Van God is de heerschappij over de hemelen en de aarde en wat tussen beide is. Hij schept wat Hij wil. God is almachtig.     Ongelovig zijn zij die zeggen : ’God is de masieh, de zoon van Marjam’. Maar de masieh heeft gezegd : ’O Israëlieten, dient God, mijn Heer en jullie Heer’.     En toen God zei : ’O Isa, zoon van Marjam, heb jij tot de mensen gezegd ”Neemt mij en mijn moeder tot goden naast God?” ’ Hij zei : ’U zij geprezen! Het past mij niet iets te zeggen waartoe ik geen recht heb. Als ik het gezegd zou hebben dan zou U het geweten hebben. U weet wat in mijn binnenste is, maar ik weet niet wat in Uw binnenste is. U bent de kenner van de verborgenheden. Ik heb tot hen alleen maar gezegd wat U mij bevolen hebt : ”Dient God, mijn Heer en jullie Heer” en ik was getuige van hen zolang ik bij hen was’.
(Koran 5:17)     (Koran 5:72)     (Koran 5:116,117)

De koran verwerpt de theorie van de Drie-eenheid.

O lieden van de Schrift, overschrijdt in uw godsdienst niet de grenzen en zegt niets anders over God dan het wezenlijke. Immers de Masih, Isa, de zoon van Maryam, is slechts de boodschapper van God en Zijn Woord dat Hij geworpen heeft op Maryam en een Geest van Hem. Gelooft dan in God en Zijn boodschappers. En zegt niet : Drie. Houdt daarmede op; dat is beter voor u. Immers God is een enig god; vér is het van Zijn lofprijzing dat Hij kinderen zou hebben. Aan Hem behoort wat in de hemelen is en wat op de aarde is. God is voldoende als zaakbezorger.     Mensen van het boek! Gaat niet te ver in jullie godsdienst en zegt over God alleen maar de waarheid. De masieh Isa, de zoon van Marjam, is Gods gezant en Zijn woord dat Hij richtte tot Marjam en een geest bij Hem vandaan. Gelooft dan in God en Zijn gezanten en zegt niet : ’Drie’. Houdt daarmee op, het is beter voor jullie. Immers, God is één god. Geprezen zij Hij! Dat Hij een kind zou hebben! Van Hem is wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. God is goed genoeg als voogd.     O, mensen van het Boek, overdrijft in uw godsdienst niet en zegt van Allah niets dan de waarheid. Voorwaar, de Messias, Jezus, zoon van Maria was slechts een boodschapper van Allah en Zijn woord tot Maria gegeven als barmhartigheid van Hem. Gelooft dus in Allah en Zijn boodschappers en zegt niet : ’Drie (in één)’. Houdt op, dat is beter voor u. Voorwaar, Allah is de enige God. Het is de verre van Zijn heiligheid, dat Hij een zoon zou hebben. Aan Hem behoort wat in de hemelen en op aarde is en Allah is als Bewaarder afdoende.
(Koran 4:171 - Vertaling Prof. Dr. J.H. Kramers)     (Koran 4:171 - Vertaling Fred Leemhuis)     (Koran 4:171 - Vertaling Ahmadiyya Beweging)

In bovenstaande tekst wordt Jezus (1) boodschapper, (2) Zijn woord en (3) een geest van Hem genoemd.

De joden hebben - volgens de koran - Jezus niet gekruisigd.

En wat hun (joden) spreken betreft : ’Wij hebben Jezus, de zoon van Maria, de gezant van God, gedood’. Zij hebben hem niet gedood en zij hebben hem niet gekruisigd, maar voor hen scheen het zo toe. En zij die daarover van mening verschillen, zijn waarlijk in twijfel over hem. En zij hebben daarover geen wetenschap behalve het volgen van een vermoeden. En zij hebben hem niet met zekerheid gedood. Neen, God heeft hem tot zich opgeheven en God is geweldig en wijs. En er is geen van de mensen van het boek of zij zullen voor zijn dood in hem geloven. En op de dag de opstanding zal hij (Jezus) getuige tegen hen zijn.
(Koran 4:157-159 - Vertaling Dr. Anton Wessels, in : De koran verstaan)

Deze tekst kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd :
-   Jezus is niet gedood; hij is een natuurlijke dood gestorven.
-   Jezus is wel gedood, maar niet door de joden.
In islamitische kringen is de tweede interpretatie niet gangbaar.

Geloven christenen wat moslims denken dat christenen geloven ?

Opnieuw wijk ik van mijn voornemen af, om deze pagina te beperken tot de islam. In het volgende vergelijk ik de verzen uit de koran die commentaar leveren op de uitgangspunten van het christendom met opvattingen die in het christendom gangbaar zijn.

-    De islam ziet Jezus niet als de ’Zoon van God’.     Om te kunnen begrijpen wat met de uitdrukking ’Zoon van God’ in het christendom bedoeld wordt, moet eerst iets gezegd worden over de manieren waarop ’waarheden’ onder woorden worden gebracht. Eén van de moeilijkste dingen is het verstaan van wat ik maar noem ”het idioom” van een voor jou vreemde godsdienst. Om duidelijk te maken wat ik hiermee bedoel, moet ik het een en ander uitleggen.
          Bij de zin ”het lelijke eendje werd een zwaan” denkt de gemiddelde westerling onmiddellijk aan het sprookje van Hans Christian Andersen. Hij koppelt aan deze zin onmiddellijk de betekenis van ”een positieve herwaardering van zichzelf door het individu”. Vaak spreekt een beeldende zin als ”het lelijke eendje werd een zwaan” gevoelsmatig veel meer aan dan een objectieve beschrijving als ”hij besefte dat hij veel meer waard was dan hij zich ooit gerealiseerd had”. Wanneer iemand uit een niet westerse beschaving - niet bekend met het sprookje van Hans Christian Andersen - geconfronteerd zou worden met de zin ”het lelijke eendje werd een zwaan” dan zou hij niet onmiddellijk dezelfde betekenis aan deze zin kunnen hechten als een westerling zou doen.
Het verhaal van het lelijke eendje behoort tot de verhalenwereld, de beeldentaal, oftewel het ”idioom”, van de westerse beschaving.
     Op dezelfde manier heeft de islam zijn eigen verhalen en beeldentaal : zijn eigen ”idioom” :
  Een verhaal dat de meeste niet-moslims niet kennen, is dat van Khidr, ’de groene man’, gebaseerd op Koran 18:60-82. (Zie : Anton Wessels, Islam verhalenderwijs, hoofdstuk 10.) Mij geeft het verhaal de associatie ”Gods wegen zijn ondoorgrondelijk”.
  Een beeld van de verhouding tussen God en mens dat we in de islam vinden, is dat van heer en dienaar. (Zie bijvoorbeeld soera 51:56.)
  Het levensverhaal van Mohammed schetst een wat intiemer beeld van de relatie tussen God en mens. Daar spant God zich in om de mensen de juiste weg te wijzen. Mohammed raakt er steeds meer van overtuigd dat God de mens leidt, dat God zich inspant om elk mens tot zijn recht te laten komen, dat God hem bijstaat in moeilijke tijden, dat God hem vrijlaat in zijn keuzen, maar dat God hem niettemin de juiste levenswijze probeert te laten zien en dat hij God blindelings kan vertrouwen. *
  De 99 schone namen van Allah gegeven weer andere beelden van de relatie tussen God en mens.
  Net als de islam heeft het christendom beelden die iets zeggen over de relatie tussen God en mens :
  Het christendom kent het inzicht dat de verhouding tussen God en mens in veel opzichten te vergelijken is met die van een liefhebbende ouder en een kind. Net als een liefhebbende ouder zijn kind probeert te begeleiden naar volwassenheid, spant God zich in de mensen de juiste weg te wijzen. Net als een liefhebbende ouder zijn kind begeleidt, leidt God de mens. Net zo als een liefhebbende ouder ernaar streeft dat zijn kind zich ontwikkelt volgens zijn eigen geaardheid, spant God zich in om elk mens tot zijn recht te laten komen. Net zoals een liefhebbende ouder zijn kind bijstaat als er problemen zijn gewezen, staat God de mens bij in moeilijke tijden. Net zoals een liefhebbende ouder zijn kind leert zijn eigen keuzen te maken, zo laat God de mens vrij in zijn keuzen. Net zoals een liefhebbende ouder zijn kind een juiste levenswijze probeert voor te leven, zo probeert God de mens de juiste levenswijze probeert te laten zien. Net zoals een kind liefhebbende ouders kan vertrouwen, kan de mens op God kan vertrouwen.**
Hierbij wordt dus niet gedacht dat God in biologische zin de vader van enig mens zou zijn. Het beeld van God als liefhebbende Ouder wordt niet letterlijk bedoeld, maar in overdrachtelijke zin gebruikt. De vroeg-christelijke tekst
    Als jullie jezelf kennen, zullen jullie ook gekend worden en zullen jullie weten dat jullie zonen van de levende Vader zijn.
    (Nag Hammadi - Evangelie van Thomas - 3)
vertelt dat men die ouder-kind-relatie almaar meer gaat ervaren, naarmate men er in slaagt een zuiver leven te leiden.
  Het beeld dat ik geschetst heb bij de levenswijze van Mohammed en dat gemarkeerd is met * verschilt niet zo heel veel van het beeld dat ik geschetst heb bij het beeld van de verhouding tussen God en mens zoals dat in het christendom bestaat en dat gemarkeerd is met ** . In wezen komen beide beelden overeen, alleen drukken christenen zich uit in een beeldentaal die door moslims niet begrepen wordt.
  Het leven van Jezus benaderde de bedoelingen van God zo zuiver, dat christenen hem ’Zoon van God’ noemen, waarbij men aangeeft dat in zijn levenswijze de bedoelingen van God gestalte krijgen, daarbij verwijzend naar de relatie tussen God en mens, die ervaren wordt als een ouder-kind-relatie.
   
  De betekenis van de uitdrukking ’Zoon van God’ in het christendom
   
  Veel moslims lijken niet goed geïnformeerd over het christendom :
   
  Vele moslims denken dat christenen geloven dat God seks had met Maria, en dat Jezus het resultaat is. Maar er is geen christen die dat gelooft.
  (De wetenschap van moslims bekeren, in : Trouw, 3 februari 2007)
   
  Ik ken deze misvatting uit eigen ervaring :
   
  Een medestudent liep een half jaar stage in Jeruzalem. Met een groep vrienden werd hij uitgenodigd door een islamitisch geestelijke om te komen praten over het geloof. Een aantal van hen gaven aan christelijk te zijn. ”Hoe zien jullie dat dan,”, vroeg de geestelijke ”dat Jezus de Zoon van God zou zijn ? Moet ik mij voorstellen dat God seksuele gemeenschap heeft gehad met Maria of zo ? ” De studenten antwoordden dat dat een verkeerde voorstelling van zaken was. Zo'n letterlijke en aardse interpretatie wordt binnen het christendom niet gegeven aan de uitdrukking ”Zoon van God”. Te verrast door de vraag van de geestelijke kwamen ze er tijdens het gesprek niet uit.
   
  De uitdrukking ”Zoon van God” komt in de bijbel op verschillende plaatsen voor. Christenen zien de benaming ”Zoon van God” als een legitieme uitdrukking om iets van de verhouding van Jezus tot God uit te drukken. Net zoals mensen uit de westerse beschaving weten dat in werkelijkheid een eend nog nooit in een zwaan veranderd is, maar de uitdrukking ”het kleine lelijke eendje werd een zwaan” wel degelijk een aspect van de werkelijkheid kort maar krachtig aanduidt, bestaat er bij christenen het inzicht dat de term ”Zoon van God” niet zo letterlijk geÔnterpreteerd mag worden als de islamitische geestelijke deed, maar dat wel degelijk een aantal aspecten van de waarheid tot uitdrukking worden gebracht in de korte maar krachtige uitdrukking ”Zoon van God”.
  Tot de aspecten die worden samengevat in de uitdrukking ”Zoon van God” behoren Gods nabijheid, Gods betrokkenheid, de vertrouwensband met God en met name : de liefde van God. Met de zin ”Jezus was de Zoon van God” drukken christenen de diepe verbondenheid van Jezus met God uit. In het leven van Jezus wordt zichtbaar wie God is.
  In de geschiedenis van het christendom zijn een veelheid van speculaties, discussies en debatten geweest over de precieze betekenis van de uitdrukking ”Zoon van God”. De meeste christelijke gelovigen laten die discussies voor wat ze zijn, en gaan ervan uit dat de uitdrukking ”Zoon van God” recht doet aan de verbondenheid van Jezus met God. Waar hun kennis daarover onvolkomen is, laten zij deze kennis bij God.
  Maar zoals al eerder gezegd : In christelijke terminologie geldt het beeld van God als Vader voor alle mensen, niet alleen voor Jezus. Dit komt het meest tot uitdrukking in het grote gebed van het christendom, dat begint met : ”Onze Vader,... ”. Christenen weten natuurlijk best dat God niet letterlijk hun Vader is in de biologische betekenis. Maar in symbolische zin is de term voor christenen gepast. Het is alsof God de mensheid het vader-en moederschap laat beleven, opdat zij iets kunnen begrijpen van wie God is.
   
  Redenen die moslims aanvoeren waarom de term ’Zoon van God’ niet gepast zou zijn
   
  Een seksuele associatie met de term ”vader” kwam ik ook tegen in :
   
  Maar niet één keer in de 23 jaar dat hij zich openbaarde, noemde Hij zichzelf Ab of Vader. Dat kan geen toeval zijn geweest. Het woord ’vader’ is menselijk en heeft een seksuele gevoelswaarde en bijklank. Hoewel moslims een intieme en persoonlijke relatie met Allah hebben, zien ze Hem eerder als schepper dan als vader. Het concept ’vader’ heeft volgens de moslim gevaarlijke implicaties en kan leiden tot sjirk (Allah als eenheid ontkennen).
  (Ruqaiyyah Maqsood, De islam leren kennen en begrijpen)
   
  In mijn beleving heeft het woord vader in het dagelijks gebruik geen seksuele bijklank. Als iemand in het gewone leven praat over zijn vader, of wanneer iemand aan iemand anders zijn vader introduceert en hem voorstelt, is het geforceerd om aan de seksuele daad, die tot het vaderschap leidde, te denken. In de Nederlandse taal, en ik meen in de meeste andere talen, heeft het woord vader in het dagelijks gebruik geen seksuele bijklank. Dat Ruqaiyyah Maqsood wel een seksuele gevoelswaarde toekent aan het woord vader, komt mij enigszins gezocht voor. Waarom het concept vader gevaarlijk zou kunnen zijn, en waarom het zou kunnen leiden tot het ontkennen van de eenheid van Allah, is mij niet duidelijk. Ruqaiyyah Maqsood ligt dit verder niet toe.
   
- Immers de Masih, Isa, de zoon van Maryam, is slechts de boodschapper van God en Zijn Woord dat Hij geworpen heeft op Maryam en een Geest van Hem.
(Koran 4:171)
  Wat betekenen de uitdrukkingen ”Zijn Woord” en ”Geest van Hem”, oftewel ”Gods Woord” en ”Geest van God” ? Misschien zeggen deze uitdrukkingen iets over de zuivere levenswandel van Jezus, dat Jezus woorden Gods waarheid vertolkten, Gods nabijheid ten opzichte van Jezus, Gods betrokkenheid, de vertrouwensband met God en met name : de liefde van God. Met de uitdrukking ”Geest van God” drukken moslims de diepe verbondenheid van Jezus met God uit. Als dit juist is, dan bedoelen moslims met de uitdrukking ”Geest van God” hetzelfde als christenen met de uitdrukking ”Zoon van God”. Het taalgebruik is anders, het idioom is anders, maar de onderliggende betekenissen zijn hetzelfde.
 
- Jezus werd geboren zonder een menselijke vader te hebben.   Zowel in de koran als in de bijbel komt het verhaal voor dat Maria ’spontaan’ zwanger werd van Jezus zonder dat er sprake was van een menselijke vader. Niet alle christelijke religieuze stromingen gaan ervan uit dat dit werkelijk ook zo gebeurd is. Door verschillende bewegingen, die ik wel christelijk zou noemen, wordt de maagdelijke geboorte van Jezus ontkend. Vaak zijn het richtingen die ik tot de New-Age-stroming zou willen rekenen. Zo schrijft bijvoorbeeld Jozef Rulof :
  
  Zijn (Jezus) geboorte vond op een heel andere wijze plaats dan de kerken u leren. Zij voltrok zich op de wijze, waarop zich de geboorte van ieder mens voltrekt. De Messias kreeg Zijn stoffelijk organisme door de verbintenis van Jozef en Maria, die het Goddelijke leven in reine overgave en eenvoud ontvingen. ... Er zal een rillen en beven door de gelovigen van de kerken gaan als zij mijn woorden lezen. Maar ik zeg u dat dit, wat ik u geef, de heilige waarheid is.
  (Jozef Rulof, De volkeren der aarde door gene zijde bezien)
 
  Hierbij moet opgemerkt worden dat verscheidene vroegchristelijke teksten die uiteindelijk niet in de bijbel zijn opgenomen, de maagdelijke geboorte ontkennen. De eerste christenen verschilden dus al van mening over de vraag of Jozef de biologische vader van Jezus was, of dat Jezus geen biologische vader had. Zie hiervoor bijvoorbeeld het boek ”Valsheid in geschrifte” van Jacob Slavenburg.
 
- En wat hun (joden) spreken betreft : ’Wij hebben Jezus, de zoon van Maria, de gezant van God, gedood’. Zij hebben hem niet gedood en zij hebben hem niet gekruisigd, maar voor hen scheen het zo toe.
(Koran 4:157)
  Bij mijn weten we zijn er geen vroegchristelijke teksten die de kruisdood van Jezus ontkennen. Volgens het bijbelse verhaal lieten de hogepriesters van het hoogste joodse religieuze college Jezus zo snel mogelijk arresteren, toen zij zijn verblijfplaats eenmaal hadden vernomen van één van Jezus’ leerlingen. Ze zetten haast achter het proces, en vroegen in de vroege ochtend van de volgende dag aan de Romeinse overheid toestemming om Jezus te laten executeren. Aarzelend stemde de Romeinse gouverneur toe. Diezelfde ochtend nog werd Jezus terechtgesteld op de toen gebruikelijke wijze : door kruisiging.

Ik ga ervan uit dat de beschrijvingen van het leven van Jezus, uit de eerste eeuwen van het christendom, die gebaseerd zijn op ooggetuigeverslagen, betrouwbaarder zijn dan verhalen over het leven van Jezus die later ontstaan zijn. Ik ga er daarom vanuit dat Jezus terecht is gesteld door de Romeinse overheid op instigatie van het hoogste joodse religieuze college.

Voor christenen is met de dood van Jezus het verhaal over het leven van Jezus niet ten einde. Enige dagen na zijn sterven verschijnt hij in levende lijve aan een aantal van zijn volgelingen. Hij blijft nog enige tijd verschijnen en zijn leerlingen onderrichten, totdat hij definitief afscheid neemt.

Ik geef de volgende interpretatie aan de korantekst 4:157 :
Het is niet gepast joden te verwijten dat eeuwen geleden Jezus is terechtgesteld op instigatie van een kleine groep joden. Met de gang van zaken in een ver verleden hebben de joden van tegenwoordig niets te maken.

 
- Toen God zei : ’O Isa, zoon van Marjam, ... toen Ik jou het boek onderwees en de wijsheid, de thora en de indjiel ...... En Wij lieten Isa, de zoon van Marjam, daarna volgen en gaven hem de indjiel.
(Koran 5:110)
  In de bijbel is geen enkel geschrift van Jezus zelf opgenomen. Er bestaat wel een korte brief die aan Jezus wordt toegeschreven, maar aan de authenticiteit van deze brief wordt sterk getwijfeld. De verslagen van het leven en de leer van Jezus die in de bijbel zijn opgenomen, zijn niet van de hand van Jezus zelf, maar van leerlingen of volgelingen die hun informatie vaak uit de tweede hand hebben.

”Indjiel” wordt meestal vertaald met ”evangelie”. ”Evangelie” is een Grieks woord, en betekent letterlijk ”goede boodschap” of ”goed bericht”. Wanneer christenen over het evangelie spreken, kunnen de zij daarmee naar de bijbel verwijzen, maar zij kunnen daarmee ook verwijzen naar de leer van Jezus, zonder daarmee een speciaal geschrift op het oog te hebben. De christelijke bijbel is een verzameling geschriften van verschillende auteurs uit verschillende culturen en perioden. De christelijke bijbel bestaat uit twee gedeelten. In het eerste gedeelte, het oude testament, zijn joodse geschriften opgenomen. Het tweede gedeelte heet het nieuwe testament. In de eerste vier geschriften van het nieuwe testament wordt het levensverhaal van Jezus vertelt door vier verschillende auteurs. Deze vier geschriften worden wel ”de vier evangelieën” genoemd. Een evangelie is dan een levensbeschrijving van Jezus of een verzameling uitspraken van Jezus. Het evangelie van Thomas, dat niet in de bijbel is opgenomen, en in 1945 in Egypte werd ontdekt, is een verzameling uitspraken van Jezus.

De bijbel speelt in het christendom een heel andere rol dan de koran in de islam. De rol die het boek van de koran heeft in de islam komt eerder overeen met de rol die de persoon Jezus heeft in het christendom, dan met de rol die het boek van de bijbel heeft in het christendom. Zowel in de koran als in de bijbel treft men vrouw-onvriendelijke teksten aan, en teksten die homoseksualiteit in een kwaad daglicht stellen. Christenen stellen zich dan de vraag ”Wat was de houding van Jezus ten opzichte van vrouwen en homoseksuelen ?” Uit de verhalen in de bijbel waar Jezus omgaat met vrouwen, blijkt dat hij hen volstrekt gelijkwaardig achtte aan de man. Over de houding van Jezus ten opzichte van homoseksualiteit staat in de bijbel niets vermeld. Wel wordt verteld hoe Jezus omging met mensen die door de maatschappij werden veracht : prostituees en belastingafpersers. Hij benaderde hen als gewone mensen, en drong er bij hen op aan hun gedrag voor zover dat tegen liefde voor henzelf en/of de medemens inging, te beŽindigen, net zoals hij iedereen aanspoorde zichzelf te zuiveren. Jezus waarschuwde ervoor andere mensen niet te veroordelen. Voor een christen is het woord van Jezus of de houding van Jezus meer richtinggevend dan de letterlijke bijbeltekst. Bijbelteksten die niet in overeenstemming zijn met de liefde, die Jezus predikte, worden door christenen verworpen. De Christenen geloven niet in de letterlijke teksten van bijbel, maar in de juistheid van de richtlijnen van en levenswandel van Jezus.
Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat de mate waarin christenen aan bijbelteksten gezag toekennen, varieert per kerkgenootschap. Maar de algemene lijn is dat het leven van Jezus centraal staat, en niet een of andere tekst uit een ver verleden die rigide nageleefd zou moeten worden.

 
- Christenen hebben - volgens de koran - een deel van de goddelijke boodschap vergeten.   Het evangelie van Johannes eindigt met de woorden :

   Jezus heeft nog veel meer gedaan : als al zijn daden, een voor een, opgeschreven zouden worden, zou de wereld, denk ik, te klein zijn voor de boeken, die dan geschreven moesten worden.
 (Johannes 21:25)
 
 De bijbel bevestigt, dat niet alles over Jezus nog bekend is.
  Dus hebben Wij tussen hen vijandschap en haat tot aan de opstandingsdag laten ontstaan. God zal hun meedelen wat zij aan het doen waren.   Maar christenen zijn het er vanzelfsprekend niet mee eens, dat dat aanleiding zou zijn voor een ”straf” van God.

Houding ten aanzien van jodendom en christendom

De houding van de islam ten aanzien van het jodendom en het christendom is ambivalent. Enerzijds wordt de islam gezien als een voortzetting van het jodendom en christendom. Anderzijds worden een aantal opvattingen die binnen het jodendom en christendom gangbaar zijn, ten stelligste afgewezen. Een aantal koranteksten verwoorden een vijandige houding tegenover deze godsdiensten, waaraan de koran zo veel ontleent.

Hieronder staan in de linker kolom koranverzen die het jodendom en christendom waarderen. In de rechter kolom staan koranverzen die met name het jodendom, maar ook het christendom, in een kwaad daglicht stellen.

Zij die geloven (d.w.z. de moslims), de joden en de christenen en de Sabiërs, wie ook maar in God en de laatste dag gelooft en goede daden doet, zij zullen hun beloning van uw Heer ontvangen. Zij hebben niets te vrezen, nog zal droefheid hen treffen.     God was een verdrag met de Israëlieten aangegaan ... Maar, vanwege het verbreken van hun verdrag hebben Wij hen vervloekt en hun harten hard gemaakt.... En jij zult steeds weer verraad van hen bespeuren, op enkelen van hen na.
(Koran 2:62)   (Koran 5:12,13)
     
Zij zijn niet (allen) gelijk. Onder de mensen van het boek is een gemeenschap die standvastig Gods tekenen gedurende de nacht voorleest, terwijl zij zich eerbiedig neerbuigen. Zij geloven in God en de laatste dag, zij gebieden het behoorlijke, verbieden het verwerpelijke en wedijveren in goede daden. Zij zijn het die tot de rechtschapenen behoren. Het goede dat zij doen, daarvoor zal hun geen ondankbaarheid betoond worden. God kent de godvrezenden.     Wegens de ongerechtigheid dus van hen die het jodendom aanhangen, hebben Wij hun goede dingen verboden die hun waren toegestaan en ook wegens het versperren van Gods weg voor velen, wegens het nemen van woeker, hoewel het hun verboden was, en het door bedrog verteren van de bezittingen van de mensen : Wij hebben voor de ongelovigen onder hen een pijnlijke bestraffing klaargemaakt.

(Koran 3:113-115)

    (Koran 4:160,161)
En disputeert niet met de mensen van het boek, zij het op de meest gepaste wijze, behalve met degenen die onrecht doen. En zeg  ’Wij geloven in wat aan ons is geopenbaard en wat aan u is geopenbaard. Onze God en uw God zijn één en aan Hem geven wij ons over’.     En als iemand met u over hem (Jezus) twist, na wat aan u (Mohammed) aan kennis is gekomen. Zeg : ’Komt, laten wij onze zonen en uw zonen, onze vrouwen en uw vrouwen, onszelf en uzelf oproepen. Daarna zullen wij tegen elkaar bezweringen uitspreken en de vloek van God afroepen over hen die liegen’.
(Koran 29:46)

    (Koran 3:61)
De koran gaat zelfs zover om te beweren, dat de mensen van het boek in geval van twijfel geconsulteerd moeten worden.

  Die Israëlieten die ongelovig waren zijn vervloekt bij monde van Dawoed en Isa,de zoon van Marjam. Dat was omdat zij opstandig en vijandig waren. Zij hielden elkaar niet af van het verwerpelijke dat zij deden. Wat zij deden was pas echt slecht. Jij ziet velen van hen bijstand verlenen aan hen die ongelovig zijn. Wat zijzelf tevoren deden was pas echt slecht, zodat God vergramd op hen is. En in de bestraffing zullen zij altijd blijven.
Maar als jij in twijfel verkeert over wat Wij naar jou hebben neergezonden vraag dan aan hen die het boek al van voor jouw tijd lezen. Tot jou is de waarheid van jouw Heer gekomen, wees dus niet een van hen die het in twijfel trekken.    
(Koran 10:94)

    (Koran 62:5)
      Bestrijdt hen die niet in God noch in de laatste dag geloven, die niet verbieden wat God en zijn boodschapper hebben verboden, en diegenen van de mensen van het boek die de ware godsdienst niet volgen, totdat zij schatting opbrengen in onderworpenheid.
    (Koran 9:29)
 
    Jullie die geloven! Neemt de joden en de christenen niet als medestanders. Zij zijn onderling medestanders. Wie van jullie zich als medestander bij hen aansluit, die behoort bij hen. God wijst de mensen die onrecht plegen de goede richting niet. Jij ziet toch dat zij die in hun harten een ziekte hebben zich naar hen toe haasten; zij zeggen : ” Wij vrezen dat een wending [van het lot] ons zal treffen”. Misschien dat God succes brengt of een beschikking van Zijn kant. Dan zullen zij wroeging krijgen over wat zij in zichzelf geheimgehouden.
    (Koran 5:51, 52)

Ware religie

In godsdienst is geen dwang.
(Soera 2:256)

Van Anas ibn Malik : De profeet heeft gezegd : ’Niemand is gelovig voordat hij voor zijn broeder (of : buurman) wenst wat hij wenst voor zichzelf.
(Moeslim, Boek 1 Traditie 71; Boechari, Boek 2 hoofdstuk 7 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Van Aboe Hoeraira : De profeet heeft gezegd : ’Wie gelooft in God en in de jongste dag moet zijn naaste geen schade toebrengen. Wie gelooft in God en in de jongste dag moet zijn gasten gul onthalen. Wie gelooft in God en in de jongste dag moet iets goeds doen of zwijgen.’
(Boechari, Boek 78 hoofdstuk 31 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)

Van Aboe Hoeraira : De profeet heeft gezegd : ’Sterk is niet degene die een ander op de grond kan gooien; sterk is wie zichzelf beheerst als hij boos is.’
(Boechari, Boek 78 hoofdstuk 76; vgl. Moeslim, Boek 45 Traditie 108 -/-
in : Wim Raven, Leidraad voor het leven - de tradities van de Profeet Mohammed)


Verder naar de vervolg-pagina ’In gesprek met de islam’

Terug naar begin van deze pagina

Terug naar de welkom-pagina

Terug naar de beginpagina