New Age

Goed en kwaad, karma en identiteit, enneagram, meditatie


Goed en kwaad

Sommige filosofische stromingen verkondigen dat er geen kwaad bestaat, dat het kwaad een illusie is. Andere stellen dat het kwaad een feit is dat door iedereen die de werkelijkheid onder ogen ziet, kan worden waargenomen. Sommige religieuze levensbeschouwingen betogen dat het kwaad voortkomt uit één voornaamste bron, een specifieke entiteit die de duivel wordt genoemd - op dezelfde manier als het goede voortkomt uit een gepersonifieerde God. Goed en kwaad komen voort uit twee personen, volgens deze visie. Weer andere richtingen zeggen dat de krachten van goed en kwaad bestaan als principes, als energieën, als houdingen.
De uiteenlopende opvattingen over wat het kwaad is en waar het uit voortkomt, zijn alle juist, op voorwaarde dat zij de tegengestelde benadering niet uitsluiten. Als je zou zeggen dat het kwaad helemaal niet bestaat, op geen enkel bestaansniveau, dan zou dat niet juist zijn. Maar als je beweert dat in de ultieme werkelijkheid geen kwaad bestaat, is dat waar. Dit mag paradoxaal lijken, wat zo vaak het geval is. Maar wanneer wij de vraag vanuit een dieper en breder gezichtspunt beschouwen, dan worden schijnbare tegenstrijdigheden plotseling met elkaar verzoend en blijken ze elkaar aan te vullen.
( Eva Pierrakos en Donovan Thesenga, Surrender to God within - Padwerklezing 197 )

Bovenstaand citaat geeft aan dat het kwaad binnen de New-Age-beweging vanuit verschillende invalshoeken benaderd wordt. De verschillende visies lijken soms tegenstrijdig. Eerst zal ik ingaan op de vraag "Wat is het kwaad ?" en vervolgens verschillende benaderingen belichten.

Wat is het kwaad ?

Vanuit een psychologische benadering wordt het kwaad beschreven als afgestomptheid van gevoelens. Deze verdoving ontstaat in de kindertijd :

Het kwaad is verdoving en verwarring over de uitoefening van controle of is daar een gevolg van.

Waarom is kwaad verdoving ? Als je denkt aan de verdedigingsmechanismen die voortdurend werkzaam zijn in de menselijke psyche, wordt het verband tussen verdoofdheid en kwaad heel duidelijk. Het kind dat zich bezeerd voelt, afgewezen of hulpeloos overgeleverd aan pijn en gemis, ondervindt dikwijls dat het verdoven van zijn gevoelens de enige bescherming tegen dat lijden biedt. Dit is vaak een heel realistische, nuttige beschermingsmaatregel. Hetzelfde gaat op voor omstandigheden in het leven van een kind die het niet kan begrijpen. Wanneer het in de war is en tegenstrijdigheden en conflicten om zich heen waarneemt, resulteren daaruit ook in zijn psyche evenzeer tegenstrijdige en conflicterende emoties. Met geen van beide kan een kind omgaan. Gevoelloosheid is dus een bescherming tegen zijn eigen tegenstrijdige reacties en impulsen. Onder dergelijke omstandigheden kan dit zelfs zijn redding betekenen. Maar als die verdoofheid een tweede natuur is geworden en in stand gehouden wordt lang nadat de omstandigheden veranderd zijn en de persoonlijkheid geen hulpeloos kind meer is, dan is dat, al is het nog maar in geringe mate, het begin van kwaad. Op deze manier wordt het kwaad geboren.
...
Alle lijden ontstaat door hulpeloosheid. Hoe groter de hulpeloosheid, des te minder is de persoonlijkheid in staat pijn te vermijden. Het kind is, juist omdat het kind is, hulpeloos, zwak en afhankelijk. Daarom heeft het kind wanneer het lijden ervaart zulke middelen als het verdovingsproces nodig om de invloed te verzwakken van wat het kleintje moet ondergaan zonder er iets aan te kunnen doen. Die hulpeloosheid zet zich in de volwassene voort waar zijn psyche kinderlijk of onrijp is gebleven. De probleemgebieden in je innerlijk leven worden altijd gekenmerkt door dit gevoel van uiterste hulpeloosheid, terwijl in de gezonde gebieden dit gevoel afwezig is. Het is duidelijk dat hulpeloosheid en gebrek aan controle heel sterk met elkaar in verband staan. Aangezien hulpeloosheid pijn veroorzaakt en pijn verdoving, en aangezien verdoving tot kwaad leidt, wordt het duidelijk dat onevenwichtigheid en gebrek aan controle ook verband houden met het kwaad.

( Padwerklezing 134 )

Het kwaad ontstaat doordat bij een afgestompt gevoelsleven ook gevoelens voor anderen en inlevingsvermogen afgestompt raken :

Verdoofdheid en ongevoeligheid voor je eigen pijn betekenen ... verdoofdheid en ongevoeligheid ten opzichte van anderen.
(Padwerklezing 134)

De verdoving, die het kwaad is, zet zich om in eigenwil, trots en angst :

Eigenwil zegt : ”Ik verzet mij tegen iedere manier behalve de mijne”, en ”de mijne” is zo dikwijls tegen het leven, tegen God. Eigenwil biedt weerstand aan waarheid, liefde en eenheid.
...
Trots is weerstand ten opzichte van eenheid tussen de entiteiten. Trots scheidt zichzelf van anderen af,verheft zichzelf ... Trots is het tegendeel van nederigheid, niet van vernedering. ... De weigering de waarheid te laten zien en te erkennen wat bestaat, is te wijten aan trots.
...
Weerstand tegen waarheid komt voort uit angst dat de waarheid wel eens schadelijk kan zijn. ... Vrees voor de waarheid ontkent het weldadige karakter van het universum, negeert de waarheid van het zelf en al zijn gedachten, gevoelens en bedoelingen. Deze zelfontkenning - gevolg van weerstand - is kwaad en schept kwaad.
( Padwerklezing 197 )

Basisprincipes van het kwaad zijn afscheiding, materialisme en verdraaiing van de waarheid.

Er zijn drie basisprincipes in het kwaad. Het eerste is het duidelijkst voor de mensheid. Met dit principe werd de duivel altijd geassociëerd. Het heeft als doel te vernietigen, koste wat kost leed aan te doen. De scheiding tussen het zelf dat leed veroorzaakt en het slachtoffer dat lijdt, is zo groot dat de pijniger zichzelf wijsmaakt dat hij verschoond is van de uitwerking die zijn daden verder zullen hebben. Het is bekend dat afscheiding een van Satans kenmerken is; niet alleen afscheiding van God, maar ook van anderen en zichzelf. ... Het misleidende in het geval van dit eerste principe ligt in de misvatting dat de pijn van je broeder of zuster niet onvermijdelijk ook je eigen pijn is. In plaats van deze basiswaarheid te erkennen ervaart de van kwaad vervulde persoon - in menselijke vorm of als niet geïncarneerde entiteit - opwinding en genot wanneer hij of zij vernietiging, lijden en pijn verspreidt.

Het tweede principe is materialisme. ... In de laatste honderd jaar heeft de invloed van het tweede principe de overhand gekregen. ... Het gevolg was een vervreemde werkelijkheid waarin de mensheid prat ging op haar vooruitgang. Zij beschouwde deze toestand niet alleen als ’vooruitgang’ omdat de nadruk op het materiële ook werkelijk in technologische vooruitgang resulteerde, maar ook omdat de mens voor zichzelf de enige werkelijkheid werd.
...
Het derde principe van kwaad is weinig bekend en hoewel het vagelijk wordt onderkend ... is het even invloedrijk als de twee andere principes die ik net besproken heb. ... Het is het principe van verwarring, misvorming, halve waarheid en alle variaties die daarop mogelijk zijn. Het houdt ook in: de waarheid gebruiken waar deze niet thuishoort, waar ze niet toegepast kan worden, zodat de waarheid op subtiele wijze in een leugen verandert maar toch niet makkelijk als zodanig kan worden ontmaskerd omdat ze gepresenteerd wordt als goddelijke waarheid en onaanvechtbaar lijkt. Zo wordt verwarring gezaaid. Dit is niet alleen maar een uiterst effectief wapen van het kwaad, het is op zich een principe van het kwaad.

( Padwerklezing 248 )

Negativiteit wordt echt gevaarlijk wanneer mensen plezier koppelen aan pijnlijke situaties.

De combinatie van genotsprincipe en wreedheid kan zowel actief als passief gericht zijn. Dat wil zeggen, genot wordt ofwel ervaren bij het toepassen van wreedheid, ofwel bij het ondergaan daarvan - of bij beide. Vaak heeft het feit dat het genotsprincipe verbonden is met een dergelijke negatieve toestand en voornamelijk en het meest krachtig functioneert met wreedheid, tot gevolg dat je terughoudend bent tegenover de ervaring van genot of dat je die beperkt, waardoor het echt ervaren van liefde onmogelijk wordt. Of die ervaring bestaat alleen als een vage hunkering die niet kan worden volgehouden of vervuld. Want dan is liefde niet de lokkende, aangename ervaring die het op een ander niveau van je persoonlijkheid wel is. Het conflict dat ontstaat uit een hunkering naar liefde zonder te weten waarom je de aanwezigheid daarvan afwijst - namelijk uit angst voor de negatieve verbondenheid van het genotsprincipe - schept vaak een gevoel van diepe hulpeloosheid.
...
Lieve vrienden, het is geweldig belangrijk dat jullie dit principe begrijpen. Het geldt zowel voor de mensheid als geheel als voor iedereen afzonderlijk.
( Padwerklezing 135 )

Het kwaad als objectief waarneembaar verschijnsel

Sommige daden zijn zo weerzinwekkend, dat het overgrote deel van de mensheid ze onmiddellijk als kwaad zal bestempelen.

Wat betekent het kwaad in termen van bewustzijn ? De religie heeft hier natuurlijk breeduit over gesproken, in termen van haat, angst, zelfzucht, bedrog, dubbelhartigheid, boosaardigheid, het leven bedriegen door de prijs niet te betalen of door meer te willen dan je bereid bent te geven en vele andere destructieve, krenkende houdingen. Dit is zo duidelijk dat het nauwelijks verdere uitwerking nodig heeft.
( Padwerklezing 197 )

Niettemin zijn er een scala van gebeurtenissen, waarvan het moeilijk is de goede en kwade aspecten te scheiden.

Toch is zelfs het principe van goed en kwaad nog steeds vaak een twistpunt, alsof goed en kwaad louter subjectieve waarnemingen zijn. Ook hier hebben we met een halve waarheid te maken. In feite worden zowel goed als kwaad dikwijls ervaren volgens beperkte, persoonlijke en zeer subjectieve waarnemingen, op heel oppervlakkig niveau. Wanneer je op een hoger bewustzijnsniveau dieper op de zaak ingaat, kun je vaak een vraagteken zetten bij wat je eerst als goed beschouwde en het mogelijk gaat zien als een maskering van iets kwaads. Op dezelfde manier kan iets wat oppervlakkig gezien slecht lijkt, een hele goede ervaring of manifestatie blijken. Dus is het heel waar dat goed en kwaad beide met voorzichtigheid en onderscheidingsvermogen bekeken moeten worden en zo diepgaand mogelijk onderzocht. Het is echter een ernstige vergissing aan te nemen dat goed en kwaad niet heel echt bestaan. Ontkenning van goed en kwaad als absolute begrippen, in weerwil van de relativiteit die de mens ervan ziet, leidt tot nihilisme, hopeloosheid en leegte, alsof dat de uiteindelijke werkelijkheid is. Een lange tijd was het erg modieus en werd het als intelligent beschouwd dit nihilisme aan te hangen. Het is duidelijk een vervreemding van diepere kosmische werkelijkheden. ... In deze eeuw heeft de mensheid een stap in de goede richting gezet omdat zij is gaan onderkennen dat goed en kwaad echt bestaan, boven en buiten de relativiteit, die het gevolg is van beperkte waarneming van de mens.
( Padwerklezing 248 )

Verantwoordelijkheid voor het kwaad

Veel New-Age-bewegingen stellen dat ten diepste de mens het kwaad dat hem ten deel valt, zelf veroorzaakt :

Het kwade bestaat uit niets anders dan diepgewortelde misvattingen met hun onvermijdelijke gevolgen : angst, schuld, woede, haat, afgunst, wreedheid, zelfzucht, destructiviteit ten aanzien van jezelf en anderen, ten aanzien van het leven. Alle negativiteit ter wereld ontspringt aan iets wat iemand gelooft, wat niet in overeenstemming is met de werkelijkheid. Wat de negatieve gebeurtenis in iemands persoonlijk leven ook mag zijn, zij moet van binnenuit zijn veroorzaakt, uit een verkeerd innerlijk idee, op grond waarvan iemand functioneert, zich beweegt, leeft, reageert.
...

Elke uiterlijke of ogenschijnlijk uiterlijke ervaring die de mens overkomt, is ... zelfveroorzaakt. Het is een weerspiegeling van hetgeen innerlijk al bestaat. Het zou niet van buitenaf op zijn weg komen als het niet eerst al in zijn eigen bewustzijn aanwezig was. Voor iemand die geen contact voelt met zijn onbewuste klinkt dit veel te metafysisch, of op zijn best theoretisch. Wie de werkingen en werkelijkheid van zijn eigen onbewuste onderzoekt en ontdekt en zich er daardoor mee kan identificeren en verbinden, ervaart wat ik hier zeg als een onweerlegbaar feit.

Stel je eens iemand voor die geen verbinding voelt met dat deel van zijn diepste zelf dat zijn ervaringen voortbrengt. Als zo iemand een uiterlijk negatieve ervaring overkomt, dan wijst hij die ervaring af, hij trekt zich ervoor terug, kruipt ervoor weg. Zijn organisme verkrampt in een angstbeweging, weg van dat wat vreemd lijkt alsof het niets met hem te maken heeft. Maar daar in werkelijkheid de ongewenste uiterlijke ervaring een aspect is van een innerlijk bestaande toestand, komt vechten ertegen neer op vechten tegen zichzelf.

(Padwerlezing 154)

Er zijn dan twee redenen waarom iets je kan overkomen :


    Jullie kunnen ervoor kiezen morgen een eind te maken aan de verwoesting van de regenwouden. Jullie kunnen ervoor kiezen een eind te maken aan de uitputting van de beschermende bovenlaag van de aardkorst. Jullie kunnen ervoor kiezen de voortdurende aanval op het ingenieuze ecosysteem van de aarde te beëindigen. Jullie kunnen proberen het sneeuwvlokje weer te herstellen of altans het onverbiddelijke smelten te stoppen ... maar zullen jullie dat doen ?
Jullie kunnen eveneens morgen een eind maken aan alle oorlogen. Alles wat daarvoor nodig is - alles wat daar ooit voor nodig is geweest - is dat jullie het daar allemaal over eens worden. Als je het echter niet met zijn allen eens kunt worden over iets eenvoudigs als een eind maken aan het elkaar vermoorden, hoe kun je dan met geheven vuist de hemel aanroepen om je leven weer in orde te brengen ?
Ik zal niets voor jullie doen dat jullie niet voor jezelf kunnen doen. Dat is de wet, dat zijn de Profeten.
De wereld verkeert in haar huidige toestand door jullie en door de keuzes die jullie hebben gemaakt of niet hebben weten te maken. (Niet beslissen is ook beslissen.)
De wereld verkeert in haar huidige toestand door jullie en door de keuzes die jullie hebben gemaakt of niet hebben weten te maken.
Je eigen leven is zoals het is door jou en de keuzes die je hebt gemaakt of niet hebt weten te maken.

Maar ik heb er niet voor gekozen om door die vrachtwagen te worden aangereden! Ik heb er niet voor gekozen door die overvaller te worden beroofd of door die maniak te worden verkracht. Dat zouden de mensen zeggen. Er zijn zat mensen in deze wereld die dat zouden kunnen zeggen.

    Jullie maken allemaal deel uit van de eerste oorzaak van de omstandigheden die in de overvaller het verlangen scheppen, of de geconstateerde aandrang, om te stelen. Jullie hebben allen het bewustzijn geschapen dat verkrachting mogelijk maakt. Op het moment dat jullie in jezelf zien wat de misdaad heeft veroorzaakt, beginnen jullie pas de voorwaarde waaraan het ontsprong te genezen.
Geef jullie hongerende te eten, geef waardigheid aan de armen. Schenk minder gelukkigen nieuwe mogelijkheden. Maak een eind aan de vooroordelen die de benadeelde massa’s op een hoop gooien en tot woede aanzetten. Doe afstand van jullie zinloze taboes en beperkingen op sexuele energie; help liever anderen het werkelijke wonder hiervan in te zien en het in goede banen te leiden. Doe deze dingen en je begint de lange weg naar de eeuwige uitbanning van berovingen en verkrachtingen.
Wat betreft zogeheten ongelukken als de vrachtwagen die om de hoek komt racen, de baksteen die uit de lucht komt vallen : leer al deze incidenten te begroeten als een klein onderdeel van een groter mozaïek! Je bent hier om een individueel plan voor je eigen verlossing uit te werken.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

De mens is daarmee de schepper van zijn eigen omstandigheden, en zelf verantwoordelijk voor al zijn ervaringen, zowel die welke hij als positief ervaart als die welke hij als negatief ervaart.

Hier wordt een moeilijk te doorgronden aspect van het New-Age-denken zichtbaar : Iemand kan alleen iets vervelends of iets vreselijks overkomen als hij daar op een bepaald (wellicht onbewust) niveau van zijn bewustzijn, toestemming voor heeft gegeven. Met andere woorden : Niemand kan iets overkomen als hij dat zelf niet op een of andere manier in gang heeft gezet of daar geen toestemming voor heeft verleend. Daarmee wordt gesuggereerd, dat niemand een ander kwaad kan doen. ( Zie hiervoor ook : Het kwaad als illusie ) Deze redenering houdt echter geen vrijbrief in om anderen te kwetsen of leed aan te doen.

Deze paradox wordt ook binnen de New-Age-beweging niet altijd goed begrepen, en is aanleiding tot forse kritiek op het New-Age-denken :

Charles Manson (die de rituele moord op de actrice Sharon Tate en anderen organiseerde) was er ook heel diep van overtuigd, dat alles één is en alles God is. Hij geloofde dat je geen goed of kwaad kon doen. Alles was goed. Wat je ook doet, je volgt je eigen karma. Dat betekent, dat je ook vrij bent om te doden.
...
Ik had ... bij New Age gedurig de indruk de waarheid in een lachspiegel te zien : misvormd, verwrongen, grotesk.
...
... dat ik bij de bestudering van New Age telkens weer bevangen werd door het besef een wereld van duisternis in te gaan. En in de duisternis vloeien waarheid en leugen dooreen.
(Ds. D. Bouman, New Age - Op weg naar een nieuwe wereld ?)

Het is natuurlijk niet zo dat de New-Age-beweging vrij is van fouten en vergissingen. Daarom moet ook de New-Age-beweging niet klakkeloos gevolgd worden, maar kritisch bekeken worden.

Men is onbewust van een nieuwe impuls en gaat te werk volgens oude maatstaven en waarden die vaak alleen maar het gemak dienen en de meest kortzichtige doeleinden. Het is zeker geen toeval dat in jullie tijdperk overal nieuwe groepen, nieuwe leefgemeenschappen van allerlei aard opkomen. Vele daarvan mislukken door de invloed van destructieve krachten. Dit kan op jullie bewustzijnsniveau nooit anders zijn. Waar een impuls is sturen de demonische krachten hun eigen impulsen om degenen die niet gezuiverd zijn te corrumperen, te verleiden en te vernietigen. Maar dit verandert niets aan het feit dat nieuwe gemeenschappen zich aandienen die de nieuwe waarden vertegenwoordigen en voorbeelden worden voor een nieuwe manier van leven. Het gaat erom altijd waakzaam te zijn en het werk dat nodig is om jezelf te zuiveren nooit te veronachtzamen. Dat is de enige sleutel tot veiligheid. Als je dat steeds opnieuw doet, uiterst nauwgezet, in een geest van dienstbaarheid aan God’s wil, kunnen kwade krachten je niet in verwarring brengen. Je zult het altijd weten en de antwoorden vinden en uiteindelijk schoon blijven, ook al zul je af en toe je lagere zelf moeten uiten.
(Padwerk-lezing 257)

Het kwaad als een persoonlijke mening

Alhoewel de mensheid in staat is te onderkennen dat sommige omstandigheden niet anders dan als "kwaad" kunnen worden aangemerkt, wordt ook gesteld dat "kwaad" een label is dat de mens zelf aan een gebeurtenis toekent. Wat je goed of kwaad noemt, is een persoonlijke mening. Dat goed en kwaad relatieve begrippen zijn, wordt als volgt uitgelegd :

Omdat jullie menen gekrenkt te zijn, zoeken jullie wraak. Omdat je pijn ervaart, wil je dat een ander pijn ervaart, bij wijze van vergelding. Maar hoe kun je daar nou mee rechtvaardigen dat je een ander krenkt ? Omdat (jullie denken dat) iemand anders je pijn gedaan heeft, vinden jullie het goed en terecht om die ander pijn te laten lijden ? Wat je vindt dat mensen niet mogen doen, mag jij wel doen, als je het maar rechtvaardigen kunt ?
Dat is krankzinnig. En wat je in je gekte over het hoofd ziet, is dat iedere mens die een ander pijn bezorgt, daar voor zichzelf een rechtvaardiging voor heeft. Alles wat iemand doet, wordt door die persoon zelf begrepen als een juiste handeling, in het licht van wat hij zoekt en verlangt.
Jij vindt dat wat hij zoekt en verlangt, fout is. Maar hij vindt dat niet. Je kunt het met zijn wereldbeeld oneens zijn, met zijn morele en ethische uitgangspunten, met zijn theologische inzichten, je kunt zijn besluiten, keuzes en handelingen afwijzen, maar hij keurt ze goed op grond van zijn eigen waarden.
Je noemt zijn waarden ’fout’. Maar wie zegt dat jouw waarden ’goed’ zijn ? Jij alleen. Jouw waarden zijn ’goed’ omdat jij zegt dat ze dat zijn. En dat zou nog wel gaan, als je je er tenminste aan hield, maar jij verandert zelf ook voortdurend van gedachten over wat je ’goed’ en ’fout’ vindt. Individueel veranderen jullie steeds van gedachten, en als maatschappij in zijn geheel ook.
Wat in jullie maatschappij nog maar een paar decennia geleden ’goed’ gevonden werd, vinden jullie nu ’fout’. Wat jullie nog niet zo lang geleden ’fout’ vonden, heet nu ’goed’ te zijn. Wie kan beweren te weten hoe alles in elkaar steekt ? Hoe kun je een spel volgens de regels spelen als die steeds veranderen ?
(Neal Donald Walsch, Derde gesprek met God)

Goed en kwaad afmeten aan gestelde doelen

In sommige teksten worden goed en kwaad gerelateerd aan een doel. Acties die tot het doel voeren, zou je "goed" kunnen noemen, en wat je van het doel verwijderd heet dan "verkeerd". Goed of fout zijn dan gerelateerd aan het doel dat een ziel zich stelt. Het komt vaak voor dat een mens zich niet van zijn doelen bewust is.

Als je een race wilt winnen, kan het goed voor je zijn om 200 kilometer per uur te rijden. Als je veilig bij de supermarkt wilt aankomen, is dat misschien niet zo goed.
(Neal Donald Walsch, Derde gesprek met God)

Goed en kwaad afmeten aan "dat wat gelukkig maakt"

Als ik mij in de redenering van de New-Age-beweging probeer in te leven, lijkt het mij toe dat binnen de New Age beweging wel goed en kwaad wordt onderscheiden, maar dat het niet altijd zo genoemd wordt. Er wordt gevraagd nauwkeuriger te bepalen wat met "goed" of "kwaad" bedoeld wordt. Zoals hierboven vermeld, kan "goed" gerelateerd worden aan een doel. Zo'n doel zou kunnen zijn dat de mensheid in vrede en harmonie gaat samenleven, dat er een beter bestaan wordt gecreëerd voor haar kinderen en dat mensen gelukkig zijn. Sommige acties zijn nadelig om dat doel te bereiken; die zou je "verkeerd" of "fout" kunnen gaan noemen. Andere acties zullen dit doel dichterbij brengen; die kun je "goed" noemen. In de New Age opvatting wordt de mens dus uitgenodigd om te handelen vanuit een onderscheid tussen ’wat gelukkig maakt’ en ’wat niet gelukkig maakt’.

Je ideeën over goed en fout zijn precies dat : ideeën. Zij zijn de gedachten die het wezen van Wie je bent uitmaken. Er is slechts één reden om hier aan te tornen, namelijk als je niet gelukkig bent met Wie je bent. Alleen jij weet of je gelukkig bent. Alleen jij kunt over je leven zeggen : ’Dit is mijn schepping ..., waarover ik zeer tevreden ben’.
(Neal Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Het onderzoek wat wel en niet gelukkig maakt leidt tot besef wie je wel en wie je niet bent.

Het kwaad als illusie

Nogal wat New-Age-richtingen huldigen de paradoxale opvatting dat het kwaad wel degelijk bestaat, maar tevens een illusie is. Een dergelijke schijnbaar tegenstrijdige visie kan uitgelegd worden aan de hand van het volgende voorbeeld :

    Een mens kan alleen leren lopen met vallen en opstaan. Op zich is vallen geen prettige ervaring. Maar als een mens nooit zou leren lopen omdat hij angstvallig elke valpartij wil vermijden, zou dat tot een veel ongunstiger situatie leiden. Een kind zal vanuit een beperkt blikveld een valpartij als een louter negatieve gebeurtenis kunnen ervaren, maar een volwassene kan inzien dat de valpartij - op zichzelf een onprettige gebeurtenis - vanuit een bredere visie beschouwd een goede zaak is, omdat het kind zich er door ontwikkelt, en de veel ongunstiger situatie van "niet kunnen lopen" wordt vermeden.

Men spreekt hierbij van verschillende waarheidsniveaus. Op het waarheidsniveau van het kind is een valpartij een negatieve gebeurtenis, maar op het waarheidsniveau van het totale leven is de valpartij onderdeel van de positieve ontwikkeling van "leren lopen".
Analoog hieraan stelt men dat op het ene waarheidsniveau goed en kwaad echt bestaan, maar op een ander waarheidsniveau subjectieve begrippen zijn en in wezen niet bestaan.

Een andere manier waarop beredeneerd wordt dat het kwaad in wezen niet bestaat, is gebaseerd op de visie, dat de mens alles wat hem overkomt, zelf veroorzaakt. Niemand kan iets overkomen als hij dat zelf niet op een of andere manier in gang heeft gezet of daar geen toestemming voor heeft verleend. Hoe kun je iets, dat je jezelf aandoet, kwaad noemen ? Deze zienswijze sluit aan bij het inzicht dat het onderscheid over wat goed en kwaad is, relatief is, een persoonlijke opvatting :

Elke gebeurtenis en elk avontuur roep je over jezelf af opdat je kunt scheppen en ervaren Wie je werkelijk bent. Alle ware meesters weten dit. Dat is waarom mystieke meesters onverstoord blijven wanneer hun de vreselijkste dingen van het leven overkomen (zoals jij het zou noemen).
De grote leermeesters van het christendom begrijpen dit. Zij weten dat Jezus niet verstoord was over de kruisiging, maar deze verwachtte. Hij had de mogelijkheid ervan weg te lopen, maar Hij deed het niet. Hij had het proces op elk moment kunnen onderbreken. Hij beschikte over die macht. Toch deed Hij het niet. Hij stond toe dat Hij gekruisigd werd...
(Neal Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Vanuit deze visie wordt aangemoedigd voorzichtig te zijn met oordelen :

Oordeel daarom niet over de weg van het karma zoals die door anderen wordt gevolgd. Benijd succes niet en beklaag mislukking niet, want je weet niet wat succes of mislukking binnen het bestek van de ziel betekent. Noem iets niet een ramp of een vreugdevolle gebeurtenis, totdat je kunt getuigen hoe het wordt gebruikt. Want is één dode een ramp als de levens van duizenden anderen worden gered ? En is iemands leven wel een vreugdevolle gebeurtenis als hij enkel verdriet heeft gekend ? En zelfs hierover moet je niet oordelen, maar altijd je eigen inzicht voor je houden en dat van anderen repecteren.
Dit betekent niet dat je een roep om hulp moet negeren, noch de aandrang van je eigen ziel om aan de verandering van een of andere omstandigheid of voorwaarde te werken. Het komt erop neer om etiketten en oordelen te vermijden terwijl je wat ook doet. Want iedere omstandigheid is een geschenk en in iedere ervaring schuilt een verborgen schat.
(Neal Donald Walsch, Derde gesprek met God)

Het kwaad en de duivel

In veel religies is het kwaad gepersonificeerd. Ook New-Age-richtingen kennen wezens die het kwade vertegenwoordigen.

Een mens is louter een vorm van personificatie. Jullie personifiëren de beide principes goed en kwaad, zoals jullie nu heel goed weten. Waarom zou het zo moeilijk aan te nemen zijn, of waarom zou het zo primitief en onintelligent lijken om te geloven dat er op de ontwikkelingsladder wezens bestaan die elk principe in meerdere of mindere mate tot uitdrukking brengen ? En tenslotte waarom zouden er geen entiteiten bestaan die volledig het goede tot uiting brengen en andere volledig het kwade ? In het laatste geval zou je kunnen zeggen dat alle geschapen wezens uiteindelijk goddelijk zijn, zodat ze niet helemaal slecht kunnen zijn. Dit is waar in veel bredere zin, maar het is mogelijk dat in hun huidige verschijningsvorm hun goddelijke kern zo door kwaad bedekt is dat niets ervan tot uiting komt. Wij zijn hier om ons met het feit bezig te houden dat personificatie in alle gradaties bestaat en dit te ontkennen zou juist niet van kennis of intelligentie getuigen, verre van dat.
(Padwerk-lezing 248)

In het volgende citaat wordt het bestaan van ”de duivel” als oorzaak van alle kwaad en waartegen gestreden moet worden, ontkend :

Je bent hier om een individueel plan voor eigen verlossing uit te werken. Maar verlossing betekent niet jezelf redden van de bekoringen van de duivel. De duivel bestaat niet, net zomin als de hel.
(Neale Donald Walsch, Een ongewoon gesprek met God)

Het ontstaan van het kwaad

Voor het ontstaan van het kwaad geeft de New-Age-beweging diverse beschrijvingen. Op de pagina "Je beeld van God" heb ik het verhaal van de nieuwe ziel die wilde ervaren wie zij zelf was weergegeven . Het verhaal van de "val der engelen" waarin Lucifer vele zielen overhaalt zich van God af te keren, is hierboven reeds genoemd .

... aan het begin van ons contact heb ik een allegorisch verhaal verteld over de zogenaamde ”val der engelen” : over een geest die eens totaal positief was, wiens ontplooiing zich tot steeds grotere gebieden van licht uitstrekte, maar die van deze koers afweek en zich zijn diepste goddelijk Zelf afsplitste en innerlijk gespleten raakte. Waarom sloeg hij deze duistere, destructieve weg in ? Een verslag zoals ik gegeven heb en zoals ook elders gegeven is, wordt heel makkelijk verkeerd begrepen omdat het altijd uitgelegd wordt als een historische gebeurtenis die in tijd en ruimte heeft plaatsgevonden. Dat leidt tot misverstanden.
(Padwerklezing 175)

De volgende beschrijving schetst het ontstaan van het kwaad vanuit fascinatie naar het onbekende :

Stel je een bewustzijn voor, vrienden, een zijnstoestand, waarin alleen geluk is en een oneindig - letterlijk oneindig - vermogen om met, door en vanuit het eigen bewustzijn te scheppen. Het bewustzijn denkt en wil, en zie : dat wat gewild en gedacht wordt, is. Leven en licht kunnen tot steeds meer mogelijkheden worden uitgebreid.
...
Alleen in het menselijke ego-bestaan zijn gedachten en wil schijnbaar gescheiden van daad en vorm. Hoe minder een entiteit zich bewust is, hoe meer gedachte, daad en vorm van elkaar gescheiden lijken, zelfs zozeer dat, zoals jullie heel goed weten, de vorm of het verschijnsel totaal los lijkt te staan van de daad en de daad los van de gedachte of wil. Er wordt geen verband gelegd tussen deze drie stadia. Wil je je bewustzijn verruimen dan zul je dit verband moeten leggen. Hoe ver ze in tijd en ruimte van elkaar af lijken te staan, gedachte en wil, handeling, vorm en verschijnsel vormen te zamen een eenheid. In de staat van Zijn, zonder beperkingen, waar het bewustzijn niet vast gestructureerd is, wordt de eenheid als een levende werkelijkheid ervaren. Hierin ligt een onbeschijfelijke verrukking en fascinatie. Het hele universum staat voor je open, om het te verkennen, om jezelf op nieuwe manieren uit te drukken en te ontdekken, om steeds nieuwe werelden en ervaringen vorm te geven. Schepping is een oneindig fascinerende gebeurtenis, eem grenzeloze bekoring die al maar doorgaat en steeds nieuwe wegen vindt.
Aangezien de mogelijkheden eindeloos zijn, kan het bewustzijn zichzelf ook onderzoeken door zich te beperken en te isoleren - ’om te zien wat er gebeurt’ zouden we kunnen zeggen. Het ervaart zichzelf in samentrekking in plaats van uitbreiding. Het onderzoekt wat het betekent zich te beperken in plaats van zich te ontplooien; in plaats van het licht verder te verkennen wil het zien wat het betekent duisternis te ervaren.
Het kan heel fascinerend en avontuurlijk zijn om de begrenzingen en verbrokkeling van het bewustzijn te onderzoeken, om te ervaren hoe duisternis is en het niet-bewust-zijn van het geheel aanvoelen. Dan krijgt het een zelfstandige kracht. Want in al wat geschapen is, is energie geïnvesteerd en deze energie houdt zichzelf in stand. Het krijgt zijn eigen bewegingssnelheid. Op een bepaald punt kan het bewustzijn, dat deze wegen en kanalen heeft geschapen, niet meer van koers veranderen. Het raakt in zijn eigen beweging de weg kwijt en weet niet meer hoe het zichzelf terug moet vinden. Het kan in zijn eigen beweging meegesleept worden, eerst zonder te willen stoppen en later zonder te zien hoe het kan stoppen. Dan brengt het alleen of hoofdzakelijk negatieve scheppingen voort, totdat de gevolgen zo onplezierig zijn dat het zichzelf weer in de hand tracht te krijgen en tegen de beweging probeert in te gaan door zich te ’herinneren’ hoe het echt was en weer zou kunnen zijn.
Op het diepste niveau weet het bewustzijn dat er geen werkelijk gevaar is, want welk lijden jullie mensen ook voelen, in feite is het een illusie. Als je eenmaal je ware identiteit vindt, weet je dat. Het is alleen maar een spel, een bekoring, een experiment waardoor je je ware zijnstoestand kunt en zult terugvinden, als je het maar echt probeert.
(Padwerklezing 175)

God en het kwaad

De New-Age-beweging gaat uit van een liefdevolle, integere schepper van het universum : God.
Met dit uitgangspunt rijst onmiddelijk de vraag :

Hoe is deze visie in overeenstemming te brengen met al het kwaad op deze aarde, met alle ellende, met alle leed ?
Welke verantwoordelijkheid heeft God voor al het leed op aarde, en in hoeverre is Hij er niet verantwoordelijk voor ?

Dezelfde vraag kom je op deze homepage ook in andere verbanden tegen. Ook op de pagina Zoeken naar houvast door logisch redeneren behandelde ik de vraag hoe een liefdevolle God gecombineerd kan worden met alle ellende die op de aarde bestaat, en hoe de verantwoordelijkheid van God daarin gezien zou kunnen worden vanuit een logisch perspectief. Op de pagina Je beeld van God zet ik verschillende visies over God naast elkaar. Onder andere visies over hoe God tegenover het kwade staat.
Hoe wordt in de New Age-beweging over deze vraag gedacht ?

In de meest gangbare New-Age-visie wordt je in het leven niet belemmerd door een dreigende God. Je mag fouten maken. Daarvoor wordt je niet gestrafd door God.

Maar vooruit, terug naar je vraag of het okay is om een mug dood te meppen, een muis in de val te lokken, onkruid te wieden of een lam te slachten en op te peuzelen. Jij moet daar zelf over beslissen. Jij moet zelf over alles beslissen. En er zijn natuurlijk brandender kwesties.
Is het okay om een mens terecht te stellen als straf voor een moord? Is het okay om abortus te plegen? Om poten te rammen? Om homoseksueel geaard te zijn? Om seks voor het huwelijk te consumeren? Om sowieso seks te hebben als je ’verlicht’ wilt worden? En ga zo maar door ...
(Neale Donald Walsch, Vriendschap met God)

Maar God schrijft niemand iets voor. Daarmee legt New-Age de verantwoordelijkheid voor wat op aarde gebeurt veel meer bij de mens dan veel traditionele religies.

Hier wil ik in het bijzonder duidelijk maken waarom het Gods wil is dat het kwaad zijn invloedssfeer en werkterrein heeft; alleen op deze manier kan het kwaad namelijk echt overwonnen worden in de ziel van alle gevallen geesten, van alle entiteiten die gedachten en daden hebben verkozen die hen in de duisternis stortten. Juist om deze uiteindelijke overwinning op het kwaad zeker te stellen bestaan er heel precieze wetten en regels die Satan verhinderen anders dan volgens deze wetten te handelen. Er zijn precieze grenzen getrokken, altijd in overeenstemming met de wil en de kans van de betrokken individuen.
(Padwerk-lezing 248)

God heeft dus een aantal natuurwetten geschapen, die oorzaak en gevolg dicteren. Die natuurwetten zijn zo geconstrueerd, dat sommige daden tot geluk leiden, en andere tot onprettige gevoelens leiden of tot narigheid en ellende, maar wel zo, dat er een volstrekte rechtvaardigheid in het universum bestaat.

De schijnbaar onpersoonlijke liefde van de wetten (van God) ... zijn op zo'n manier gemaakt dat ze je uiteindelijk naar het licht en de verrukking zullen voeren, hoe je ook van ze afdwaalt. Hoe meer je van ze afdwaalt, hoe dichter je ze nadert door de ellende die het afdwalen met zich meebrengt. Deze ellende zal je op een bepaald punt doen omkeren. Sommigen vroeg, anderen laat, maar allen moeten uiteindelijk het punt bereiken waar ze beseffen dat ze zelf hun ellende of zegen bepalen. Dat is de liefde van de wet. Afdwalen is juist het geneesmiddel om niet meer af te dwalen en brengt je dus dichter bij je doel. De liefde van de wet - en daarom van God - ligt ook hierin besloten dat God je laat afdwalen, dat je naar zijn gelijkenis gemaakt bent, dat wil zeggen volledig vrij om te kiezen wat je wilt. Je wordt niet gedwongen om in extase en licht te leven. Dat kan als je het wil. Dat is de liefde van God. Het is niet makkelijk te begrijpen, maar degenen van jullie die er moeite mee hebben zullen eens de waarheid van deze woorden inzien.
(Padwerk-lezing 52)

Al wordt het maken van fouten je niet verweten, door het ervaren van de gevolgen van je keuzes wordt je bewust van wat je gecreëerd hebt, en kun je je ideeën over hoe je wilt leven en wie je wilt zijn bijstellen.

Ik wil er wederom op wijzen, dat New Age geen uniforme beweging is. Er zijn ook New-Age-auteurs die het standpunt huldigen dat God wel degelijk straft.

Vergeving

Gaat men ervan uit dat God niemand ooit iets verwijt, en dus ook niet straft, dan valt het begrip vergeving weg, omdat er niets te vergeven valt.
In het volgende fragment wordt vanuit de ene interpretatie (waarin vergeving een zinvol begrip is) overgeschakeld op de andere zienswijze (waarin vergeving niet bestaat).

Maar Ik wil je dit nog zeggen. Je bent het wel waard. Zoals iedereen dat is. Onwaardigheid is de zwaarste aanklacht die de mensheid heeft moeten aanhoren. Jij baseert je gevoel van eigenwaarde op het verleden, terwijl Ik jouw eigenwaarde op de toekomst baseer.
De toekomst, de toekomst, altijd de toekomst ! Daar ligt je leven, niet in het verleden. De toekomst. Daar ligt je waarheid, niet in het verleden.
Wat je al gedaan hebt is onbelangrijk in vergelijking met wat je nog gaat doen. De fouten die je gemaakt hebt, betekenen niets in vergelijking met wat je creëren gaat.
Ik vergeef je je fouten. Allemaal. Ik vergeef je je misleide gevoelens. Allemaal. Ik vergeef je je foutieve ideeën, je verkeerde begrip, de daden die anderen pijn deden, je egoïstische besluiten. Allemaal.
Misschien vergeven anderen je niet, maar Ik wel. Misschien bevrijden anderen je niet van je schuld, maar Ik wel. Misschien staan anderen je niet toe om te vergeten, verder te gaan, iets nieuws te worden, maar Ik wel. Want Ik weet dat je niet bent wat je geweest bent, maar dat je bent wat je nu bent, en dat je dat altijd zult zijn.
Een zondaar kan in een enkele minuut een heilige worden. In een enkele seconde. In een ademtocht.
In werkelijkheid bestaat er niet zoiets als een ’zondaar’, want het is niet mogelijk om tegen iemand te zondigen, zeker niet tegen Mij. Daarom zeg Ik dat Ik je ’vergeef’. Ik gebruik die term omdat je die lijkt te begrijpen.
In werkelijkheid vergeef Ik je niet en Ik zal dat ook nooit doen, nergens voor. Dat is niet nodig. Er valt niets te vergeven. Maar Ik kan je vrijlaten. En dat doe Ik dan ook, bij deze. Nu. Nogmaals.
...
De reden waarom Ik je niet hoef te vergeven, is dat je Mij niet kunt beledigen, en dat Ik niet kan worden verwond of vernietigd. Jullie beelden je in dat je Mij beledigen of verwonden kunt. Wat een illusie !
...
Nu begrijp je de logica van de waarheid dat Ik niet veroordeel, dat Ik niet straf en dat Ik geen vergelding zoek. Ik heb daar geen behoefte aan, want Ik ben op geen enkele manier beledigd of verwond en kan dat ook niet zijn.
Datzelfde geldt voor jou. En voor alle anderen, ook al beelden jullie je in dat je wel gekwetst of vernietigd kan worden, en dat jullie dat ook zijn.
(Neal Donald Walsch, Derde gesprek met God)

In New-Age-literatuur wordt vergeving in verband gebracht met het idee van slachtofferschap :
  Stel dat je het idee hebt dat iemand anders jou iets heeft aangedaan, waar jij het slachtoffer van bent. Woedend ben je om wat jou is aangedaan. Je beseft ook, dat je niet adequaat hebt gereageerd en de ander hebt laten begaan, waarvan jij uiteindelijk de dupe werd. Daarom richt je woede zich ook op jezelf. Op een gegeven moment besluit je jezelf te vergeven dat je je er in liet luizen. Je tilt er niet meer zo zwaar aan, dat je het hebt laten gebeuren. Maar als je er niet meer zo zwaar aan tilt, waarom ben je dan zo kwaad op de ander ? Automatisch wordt je ook milder tegenover de ander, waarvan je aanvankelijk dacht dat hij je wat vreselijks had aangedaan.
In de mate waarin je jezelf kunt vergeven, kun je de ander vergeven. "Jezelf vergeven" en "de ander vergeven" komen op hetzelfde neer. Het is één handeling. Op het moment dat je inziet dat je zelf een aandeel hebt gehad in wat je overkwam, stap je uit je slachtofferrol en neem je er zelf de verantwoordelijkheid voor. "Jezelf vergeven" komt neer op zelf verantwoordelijkheid nemen voor wat er gebeurd is, en jezelf niet meer als slachtoffer zien. Maar als je geen slachtoffer bent, wat valt de ander dan nog te verwijten ?

Er zijn feiten, zeker, maar er is pas sprake van een schuldige boosdoener wanneer iemand de ander als zodanig bestempelt. Net zo goed als slachtofferschap een keuze is, zo kent schuldenaarschap een keuze : hij wordt als zodanig aangewezen door het ’slachtoffer’. Feiten zijn in wezen neutraal, en we kunnen niet kwaad worden op een feit, zegt de Cursus in wonderen laconiek. Het is pas onze interpretatie van feiten die ons in woede doet ontsteken. We bouwen een case tegen de ander en we menen dat we daarna in ons recht staan.
...
We zijn ... verantwoordelijk voor onze oordelen over de ander. ... Vergeven wil zeggen het opgeven van je oordelen. Nogmaals : iemand die zich slachtoffer voelt heeft het nodig dat er een schuldige wordt aangewezen, dus dat er iemand veroordeeld wordt. Maar we zijn zelf de bron van deze oordelen. En die oordelen staan weer aan de wieg van onze gekwetste gevoelens.
...
Als er iets te vergeven valt voelen we ons meestal superieur aan de dader. We zijn moreel ver boven hem verheven, we zouden zoiets laags nooit doen. Dit superioriteitsgevoel is een compensatie voor het minderwaardigheidsgevoel van het slachtoffer. We voelen ons eerst slachtoffer van de ander, en voelen ons vernederd, dus moet er een tegenbeweging komen om dat minderwaardige gevoel op te heffen. Dat doen we door boven de dader te gaan staan. ...

Vergeven ... betekent het bewust terughalen van je oordelen en je projecties, de beelden die jij op de ander hebt geplakt en die verhinderen dat je ziet hoe de ander werkelijk is.
...
De ander kan ... ons in contact brengen met mogelijk verdrongen stukken van ons ego : datgene wat we in onszelf niet willen zien, onderdrukken we en projecteren we op anderen om het daar te bestrijden. Wanneer een ander ons nu irriteert kan dit ons helpen zo’n verborgen stuk van onze eigen schaduw te vinden. En de ander is onze verlosser omdat hij ons uiteindelijk eraan herinnert wie wij ten diepste zijn. ... Zo kunnen we zelfs dankbaar zijn voor wat de ander in ons leven heeft gedaan.

(Willem Glaudemans, Vergeving als inwijdingsweg - in : Prana 128)

Verrassend is de opvatting dat slachtofferschap niet bestaat, en altijd een illusie is :

Stel je een conditie voor waarin je jezelf hebt aangetroffen, waarin je jezelf hebt voorgesteld te verkeren. Ben je ooit boven die conditie uitgestegen en heb je toen ontdekt dat je haar had overwonnen ? In alle waarheid heb je die conditie nooit overwonnen, want je bent haar nooit geweest! Je hebt gewoon het idee laten vallen dat jij deze conditie was waarin je jezelf toen aantrof. Je zag jezelf als groter dan dat, als anders dan dat.
’Ik ben niet mijn conditie’ heb je toen misschien gezegd. ’Ik ben niet mijn handicap, ik ben niet mijn baan, ik ben niet mijn rijkdom, ik ben niet mijn armoede, ik ben dit niet. Dit is niet wie ik ben.’
Mensen die dergelijke uitspraken hebben gedaan, hebben in hun leven buitengewone ervaringen en resultaten voortgebracht. Ze hebben de Illusie van Voorwaardelijkheid gebruikt om zichzelf nogmaals te re-creëren in de volgende verhevenste versie van het grootstse visioen dat ze er ooit op hebben nagehouden over Wie ze zijn.
Om deze reden hebben sommigen precies dezelfde condities de hemel in geprezen die anderen ten grondigste hebben vervloekt. Want zij hebben deze condities als een grote gift omhelsd en konden daardoor de waarheid van hun wezen zien en verklaren.
Als je de condities van je leven zegent, verander je ze. Want je geeft ze een andere naam dan wat ze lijken te zijn, zelfs als je jezelf een andere naam geeft dan wat je lijkt te zijn.
Het is op dit punt dat je bewust de condities en omstandigheden van je leven zelf gaat creëren in plaats van ze alleen maar op te merken. Je weet nu immers dat je altijd de waarnemer en de definitiegever van elke conditie bent geweest en zult zijn. Wat de een als armoede beschouwt, neem jij misschien waar als overvloed. Wat de ander als een nederlaag beschouwt, definieer jij wellicht als overwinning (wat je zult doen als je besloten hebt dat elke mislukking een succes is).
Dan zul je jezelf ervaren als de schepper van elke conditie, als degene die het zich verbeeldt, als je wilt (maar alleen als het jouw wil is), aangezien ware Voorwaardelijkheid niet bestaat.
Op dat moment zul je ermee ophouden andere personen, plaatsen of dingen in je leven verwijten te maken voor het beleven van jouw ervaring. En het geheel van jouw ervaring - verleden, heden, toekomst - zal veranderen. Je zult weten dat je nooit echt geslachtofferd bent, en wat je weet zal groeien. Uiteindelijk zul je beseffen dat er geen slachtoffers zijn.
Onthoud dit voor altijd.
Er zijn geen slachtoffers.

(Neal Donald Walsch, Eén met God)

Dat niemand nooit werkelijk slachtoffer ergens van is, is moeilijk in te zien, want zelfs als het waar is, is de illusie van slachtofferschap toch bedrieglijk echt. Dat brengt ons bij het onderwerp ’oorzaak en gevolg’, oftewel : karma.


Karma

Het woord karma heeft verschillende betekenissen. Eén van de betekenissen is werken of doen, of actie of handeling. Een afgeleide betekenis is ’de daden en het gevolg van deze daden’.

Het woord karma is afgeleid van het Sanskriet-woord : Kri, doen. Iedere daad is karma. Als filosofische vakterm duidt dit woord ook het resultaat van de handeling aan. In metafysische zin verstaat men er soms onder : de gevolgen waarvan onze daden in het verleden de oorzaak waren. Maar in Karma-yoga hebben we alleen te maken met het woord karma in de betekenis van werk.
(Swami Vivekananda, Karma-Yoga en Bhakti-Yoga)

Vaak wordt het woord karma gebruikt in de betekenis van de optelsom van al je goede en slechte daden. Dit karma bepaalt dan welke omstandigheden je in een volgend leven zult ontmoeten. Maar karma is niet per sé gebonden aan het reïncarnatie-principe. Ook in dit leven bestaan oorzaak en gevolg, en is een volgende situatie het vervolg op of het gevolg van je beslissingen die je eerder genomen hebt.

In de meeste gevallen manifesteert zich wat je opbouwt wat later in de tijd. Met andere woorden, wat je nu opbouwt, wordt je lot in de nabije of verder weg gelegen toekomst .... En wat je nu ervaart is het resultaat van wat je gisteren, vorig jaar, tientallen jaren of zelfs eeuwen geleden opgebouwd hebt.
(Padwerklezing 181)

In boeddhistische termen is karma een wetmatigheid.

Als een man spreekt of handelt uit een onzuivere geest, zal pijn hem volgen zoals het wiel de os volgt die de kar trekt.
(Dhammapada)

Oorzaak en gevolg in dit leven

Denk aan iemand die de neiging heeft om overheersend te zijn, om zijn wil door te drukken. De mensen die met hem te maken krijgen zullen allemaal verschillend reageren. Sommigen zullen het niet pikken en ruzie met hem krijgen, anderen laten hun ongenoegen niet merken, maar distantiëren zich van hem, en er zullen mensen zijn die hem aanvankelijk zijn zin geven, maar dat op den duur niet volhouden en zich ook van hem verwijderen.
Dat is een voorbeeld van oorzaak en gevolg in dít leven. De oorzaak is een neiging tot overheersing. De gevolgen zijn heel divers, maar dragen een gemeenschappelijke noemer in zich van zich afzetten tegen een overheersende karaktertrek.
Het is duidelijk, wanneer deze mens zicht krijgt op zijn irritante karakterktrek, eraan gaat werken, en geleidelijkaan weet te overwinnen, voor zichzelf heel andere ervaringen zal gaan creëren. In dit verband stelt het padwerk 
 :

Het begrijpen van oorzaak en gevolg in je leven is een essentiële voorwaarde voor zelfrealisatie ... Het is ook essentiëel voor ... goede gezondheid, ... voor zinvol functioneren en bevredigende ervaringen. Dit is zo omdat je, op het moment dat je het niveau in jezelf ziet waarop je, door je ideeën, begrippen, bedoelingen en houdingen je levensomstandigheden schept, jouw sleutel hebt om een ander en meer wenselijk leven te scheppen.
(Padwerklezing 200)

Karma en ethiek

Neem het voorbeeld van een jonge man die opgroeide in een leuk gezin, waar ogenschijnlijk nooit grote problemen voorkwamen, en waar de kinderen alle gelegenheid werd geboden om zich ontplooien, en die toch aan drugs verslaafd raakte.
Voor de buitenwacht is het volstrekt onduidelijk wat die man daartoe gebracht heeft. Buitenstaanders zullen denken : ”Wij kennen de omstandigheden niet, maar voor zover wij die kunnen inschatten, heeft het voor een groot deel aan de man zelf gelegen, dat het zover is gekomen”.

Er rijzen een aantal vragen : Wil deze man geholpen worden, staat hij open voor hulp ? Onder welke voorwaarden wil deze man hulp aanvaarden ? Wie zou hem kunnen helpen, wie is daar capabel voor ? Hoe zou die hulp eruit kunnen zien ? Moet de overheid hem dwingen af te kicken ? Moet je zo iemand in zijn sop gaar laten koken ?

Ik meen dat de meeste mensen het erover eens zijn dat hulp geboden moet worden zodra de man hulp wil aanvaarden. Het doet er daarbij niet toe of deze man door toedoen van zichzelf of door omstandigheden buiten hem verslaafd is geraakt. Door de man te helpen, worden zowel de man zelf als de samenleving er een tikkeltje beter door. Dat is al voldoende reden om de man te helpen zodra dat mogelijk is.

Dat het principe van oorzaak en gevolg los staat van de vraag of wel of niet hulp geboden moet worden, wordt vaak niet ingezien wanneer oorzaak en gevolg zich over meerdere levens uitstrekken. Ik kwam deze verwarring tegen in het volgende krantenartikel :

”Afrikanen danken hun armoede aan negatief karma dat zij in vroegere levens hebben opgebouwd.” Dat zegt de in Nederland wonende Tibetaanse monnik Geshe Sonam Gyaltsen morgen in het televisieprogramma van de beginnende Boeddhistische Omroep Stichting.
”Het is inderdaad een gevolg van hun eigen karma” zegt de boeddhistische leraar op de vraag hoe het komt dat veel Afrikanen in armoede leven. ”Maar dat geldt niet alleen voor Afrikanen. Hun lijden is een gevolg van eerder opgebouwd slecht karma.” Het begrip karma speelt een belangrijke rol in het boeddhisme. Het houdt in dat het handelen van een mens in dit leven allerlei gevolgen heeft voor volgende levens.
Het is echter goed mogelijk dat arme Afrikanen het in een volgend leven beter krijgen. ”De wezens die nu in Afrika lijden, kunnen door mededogen na hun dood in een betere situatie terechtkomen", aldus de Tibetaanse leraar, verbonden aan het Maitreya Instituut in Emst.

De filosoof dr. H.S. Verbrugh, auteur van het boek ’Karma en reïncarnatie - een filosofische analyse’, vindt Gyaltsens uitleg van het begrip karma ”van een ergerlijke primitiviteit”. Volgens Verbrugh is het idee dat een mens in een volgend leven gestraft wordt voor zijn zonden ” al lang door serieuze onderzoekers als achterhaald terzijde geschoven”. ... De uitspraken van de Tibetaanse monnik zijn volgens Verbrugh een schot voor open doel voor critici die menen dat karma niets anders inhoudt dan ’eigen schuld, dikke bult’. ”Een slag in de lucht; een weldenkend mens zegt daar terecht van : hier heb ik niets aan”.

(Trouw, 27 januari 2001)

Of wij nu wel of niet geloven in reïncarnatie, en in het bestaan van oorzaak en gevolg dat zich uitstrekt over meerdere levens, wij weten eenvoudigweg niet wat de reden is, dat de één in luxueuze omstandigheden geboren wordt, en de ander in bittere armoede. Is het een wetmatig, star gevolg van keuzen die gedaan werden in een vorig bestaan ? Is het de persoonlijke keuze van een ziel, die armoede wilde ervaren ? Is het de eigen keuze van een ziel, die heeft ingezien dat leven in armoede hem tot een bepaalde ervaring, een bepaald inzicht zal brengen, waardoor hij zich kan ontdoen van onjuiste inzichten of kwalijke karaktertrekken ? Is het de keuze van de ziel omdat hij weet dat dat hij op deze manier iets kan goedmaken, wat in een vorig bestaan fout werd gedaan ? Moet armoede en ellende gezien worden als een straf van een wraakzuchtige God ?
Welke theorieën er ook bedacht zijn, wij weten het niet. En bij die onwetendheid past bescheidenheid. De vraag die overblijft luidt dan :

Wat zou liefde nu doen ?

Wanneer iemand door wat voor oorzaak dan ook in een positie terecht is gekomen, die hij niet langer wenst, en een nieuwe keuze wil maken, dan is het gepast om hem te ondersteunen en te doen wat ook maar gedaan moet worden om hem te helpen bij het maken van nieuwe keuzen, bij het vinden van nieuwe mogelijkheden en het bereiken van betere omstandigheden.

Karma en meerdere levens

”Geloof je daar nu in, in reïncarnatie en karma ?” vroeg een vriendin, toen ik haar vertelde dat ik over dit onderwerp aan het schrijven was.
”Ik weet het niet”, antwoordde ik. Ik heb er veel over gelezen. Ik heb mijn gedachten erover laten gaan. Ik heb het proberen te begrijpen. Maar echt geloven dat reïncarnatie zich op grote schaal voordoet ?
Ik kan mij geen enkel vorig leven herinneren. Uit eigen ervaring weet ik niet of het bestaat. Ik kan mij vaak niet eens meer herinneren wat ik vorige week gedaan heb. Dus zo verbazend vind ik het niet, dat ik totaal vergeten ben, wat ver achter mij ligt. Ik heb wel eens verbaasd gestaan over bepaalde talenten. Waarom gaan mij sommige dingen zo makkelijk af, waar anderen veel moeite mee hebben ?
Ik zie reïncarnatie als mogelijkheid. Misschien gebeurt het af en toe. Misschien gebeurt het op grote schaal. Het zou kunnen.
Als ik de reïncarnatie-gedachte benader vanuit een visie waarin de mens telkens weer de mogelijkheid krijgt zich verder te ontwikkelen, te ontdekken dat er diep in hem een kern is die streeft naar geluk voor hemzelf en voor iedereen, te ontdekken dat die kern eigenlijk zijn ware zelf is, en dat alle ellende neerkomt op vervreemding van zijn ware zelf, maar dat hij steeds de gelegenheid krijgt recht te zetten wat fout is gegaan, dan biedt reïncarnatie een schitterend perspectief.
Als ik de reïncarnatie-gedachte combineer met filosofieën die uitgaan van toeval, van pech hebben of juist niet, van ideeën dat de mens ten diepste slecht is, uit op eigenbelang, dat wraak en straf terecht zijn, van egoïstisch mogen leven en elkaar niet hoeven helpen, dan biedt de reïncarnatie-filosofie net zo weinig perspectief als het vooruitzicht van eindeloos lijden in een hel.

Wat mij het meest doet neigen tot de reïncarnatie-gedachte zijn de bevindingen van serieuze wetenschappers. Hun voornaamste conclusies zijn :
*   Onder hypnose komen bij velen herinneringen naar boven aan vorige levens.
*   Er zijn mensen die zeggen zich één of meer vorige levens te herinneren. In sommige gevallen zijn deze verhalen te verifiëren. Wanneer kinderen dergelijke verhalen vertellen en de herinneringen bij controle buitengewoon accuraat zijn, zijn dit uitermate overtuigende argumenten ten gunste van de reïncarnatie-hypothese.
Deze constateringen hebben nog niet geleid tot een algemeen geaccepteerd sluitend bewijs voor het bestaan van reïncarnatie, maar wijzen wel sterk in die richting.

Eerlijk gezegd vind ik het niet zo belangrijk te weten of reïncarnatie bestaat of niet. Ik geloof wel in een voortgang van de mens na de dood. Ik geloof in een lange reis, waarvan het leven op aarde een onderdeel is. Op aarde wordt je geconfronteerd met omstandigheden die aan de mens een vraag stellen. En die vraag luidt : ”Wie wil jij zijn ? Kijk eens naar hoe je reageert in deze omstandigheden ? Geeft het je voldoening en wil je zo blijven doen, of bevalt het je niet en wil je je gedrag veranderen ? Vergeet even hoogdravende theorieën over reïncarnatie en ontwikkeling of over straf en vergelding. Werkelijke kennis is je tijdelijk ontnomen. Kijk even simpelweg naar jezelf. Is er een boodschap vanuit je diepste kern die je waarschuwt, die ageert, die je een benauwd gevoel geeft ? Ga dan met je beperkte zicht op de werkelijkheid aan de slag, traceer de oorzaken en de gevolgen in jouw leven, het karma waar je nu zicht op hebt. Of er dan nog veel meer oorzaken en gevolgen zijn waar je nu niets van af weet, die mogelijk levenoverschrijdend zijn, dat hoef je voor het werk dat je nu doet, niet te weten. En kennis die je wel moet weten, komt zeker naar je toe.”


Identiteit

Bekijk een foto van jezelf, toen je nog een baby was, en een foto van jezelf, toen je wat ouder was, op de kleuterschool zat of op de basisschool. Neem ook een recente foto van jezelf. En denk je een foto in van jouzelf op hoge leeftijd. Al de mensen op die foto’s hadden andere ideeën, andere gevoelens, andere opvattingen en een andere kijk op het leven. Op de ene foto was je vrolijk, op een andere foto was die vrolijkheid verdwenen. Op de ene ben je jong, op de andere zijn er rimpels verschenen. Op de ene was je gezond en op de andere ziek. En toch zijn al de mensen op al die foto's één en dezelfde persoon. Maar als al die mensen op al die foto’s zo verschillend zijn, hoe kun je toch zeggen dat op die foto’s dezelfde mens staat afgebeeld ?

Als reïncarnatie zou bestaan, maakt dit het vraagstuk van naar jouw identiteit, naar 'wie jij bent' nog gecompliceerder, want voeg aan de reeks foto’s afbeeldingen toe van wie jij was in vorige levens. In het ene was je man, in het andere vrouw. In het ene leefde jij in primitieve omstandigheden, in het andere in een hoog ontwikkelde beschaving. In het ene leven had je een eenvoudige taak, in een ander rustte een grote verantwoordelijkheid op je schouders. In opeenvolgende levens hing je verschillende godsdiensten aan en had je totaal andere ideeën. Op grond waarvan kun je nu zeggen ”Dit was steeds één en dezelfde ’ik’” ?

Het boeddhisme stelt dat er niets te vinden is dat jij altijd bent, dat er in wezen geen ’ik’ of ’ziel’ of ’zelf’ bestaat. 

Ten einde verwarring te vermijden moet hier opgemerkt worden dat er twee soorten waarheden zijn : de gebruikelijke waarheid en de uiterste (of absolute) waarheid. Wanneer we dergelijke uitdrukkingen als ’ik’, ’jij’, ’wezen’, ’individu’, enzovoort, in ons dagelijks leven gebruiken, liegen we niet omdat er geen zelf of menselijk wezen als zodanig bestaat, maar spreken de waarheid overeenkomstig de gebruiken van de wereld. Maar de uiterste waarheid is dat er in werkelijkheid geen ’ik’ of ’wezen’ is.
(Walpola Rahula, Wat de Boeddha onderwees)

Over de verhouding tussen identiteit en reïncarnatie in het boeddhisme vond ik de volgende tekst :

Vaak stelt men dat boeddhisten de gedachte van reïncarnatie onderschrijven. Striktgenomen is dit niet waar. Reïncarnatie neemt aan dat er een of andere blijvende ziel of essentie bestaat, iets met onveranderlijke persoonlijke kenmerken, die in de loop der tijden doorgegeven worden van het ene lichaam naar het volgende. Maar zoals we hebben gezien, ontkende Boeddha het bestaan van wat voor ziel dan ook, die zou kunnen reïncarneren. Wat hij wel meende was iets dat enigszins van deze gedachte verschilt en dat noemen wij wedergeboorte. Deze gedachte erkent dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen het ene leven en een leven dat daarop volgt. Niets wordt daarbij echter doorgegeven. Het volgend leven is een volledig nieuw leven. Maar de vorm die het aanneemt is geconditioneerd door het voorafgaande. Het lijkt op een biljartbal die over het groene laken van een tafel vliegt. Hij raakt een andere bal en die schiet weer verder in een richting die enigszins bepaald wordt door de eerste (en ook door andere incidentele factoren), maar hij neemt niets essentieels mee of iets van de materie van de eerste bal. Nog een vergelijking is die van de vlam die men overdraagt van de ene kaars naar de andere.
(John Snelling, Elementen van boeddhisme)

Ik vind de boeddhistische visie van de totale ontkenning van het ’zelf’ moeilijk te volgen. De meeste New-Age-auteurs gaan niet zover om een ’zelf’ te ontkennen :

Waar kan het echte zelf gelocaliseerd worden ? Wat is het ? Hoe kan het gevonden worden in deze doolhof ? Ben je het beste van jezelf ? Ben je het slechtste van jezelf ? Of één van die vele aspecten ertussenin ? Ben je je medogenloos strenge geweten dat jou vernietigt om je negatieve trekken ? Is die boosheid op die duivel een uiting van je beste deel, of is dat juist de ontkenning van die duivel ? Die boosheid lijkt inderdaad heel hoogstaand en gewetensvol, maar is hij dat werkelijk ?
Of je dat nu weet of niet, innerlijk ben je voortdurend aan het worstelen en zoeken.
...
Het je identificeren met een van de bovengenoemde aspecten is een vervorming van de werkelijkheid. Je bent noch je negatieve trekken, noch je zelfbestraffende geweten - je bent zelfs niet je positieve eigenschappen. Hoewel je erin geslaagd bent deze positieve eigenschappen te integreren in de volheid van je wezen, betekent dit toch niet, dat je ze gelijk kunt stellen met wie je bent. Het is juister om te zeggen dat je datgene bent wat de integratie tot stand bracht : dat wat koos, besliste en handelde, dacht en wilde, dát ben jij.
(Padwerklezing 69)

Overwegingen ten aanzien van "identiteit" zijn niet louter theoretisch. Er zijn onmiskenbaar psychologische consequenties verbonden aan een onterechte identificatie met slechts enkele aspecten van de huidige persoonlijkheid :

Als je blindelings gelooft dat je je negativiteit en je destructieve aspecten bent, raak je gevangen in een bijzonder soort innerlijke strijd. Als je gelooft dat je alleen maar je negatieve deel bent, moeten er twee tegenstrijdige reacties zijn. Aan de ene kant zul je geneigd zijn tot zelfbestraffing , en zul je een hevige zelfhaat voelen, en proberen om de negativiteit in je uit te bannen. Aan de andere kant zul je bang zijn om je negatieve trekken op te geven, of zelfs al om ze echt onder ogen te zien en ze te onderzoeken, omdat je gelooft dat ze de enige werkelijkheid zijn. Je wordt dus heen en weer geslingerd tussen ’Ik ben zo afschuwelijk en slecht, zo verachtelijk dat ik geen recht van bestaan heb en mezelf moet straffen tot ik er niet meer ben’, en ’Ik moet blijven zoals ik ben, niet anders en niet beter, want dit is mijn enige werkelijkheid, en ik wil niet ophouden te bestaan.
Dit conflict is als je er echt in gelooft te pijnlijk om onder ogen te zien, zodat het hele onderwerp opzijgeschoven en toegedekt wordt. Zo ga je een leven van pretenties leiden, en wordt ook je gevoel van identiteit even fictief. Je strijdt dan tegen het erkennen en onthullen van de pretentie, en natuurlijk helemaal tegen het opgeven ervan, omdat het enige alternatief voor de pretentie de hierbovengenoemde strijd is . Geen wonder dat mensen zo veel weerstand hebben  ! Maar wat is het toch een verspilling. Want niets in dit redeneren is gebaseerd op werkelijkheid.
...
Zolang je de aspecten van jezelf die je haat niet toegeeft, ben je blind voor ze, en op die manier hulpeloos aan ze overgeleverd. Maar zodra je ze erkent neemt iets in je het over, en dat kan er ook iets aan doen, ook al is dat aanvankelijk niet meer dan het waarnemen, en tasten naar een helderder zicht op de onderliggende dynamiek. Je schept een volledig andere situatie als je de lelijke trekken identificeert, in plaats van je ermee te identificeren. Op het moment dat je ze identificeert, houd je op met ze geïdentificeerd te zijn. Vandaar dat het zo bevrijdend is om, na de altijd aanwezige weerstand ertegen bevochten te hebben, ook het slechtste in je persoonlijkheid te erkennen. Dat laatste zal makkelijker worden als je een duidelijk onderscheid maakt tussen aspecten van je waar je een hekel aan hebt, en het idee dat jij die aspecten zou zijn.
Op het moment dat jij de destructieve aspecten identificeert, ze waarneemt en benoemt, is datgene wat dit doet het zelf waarmee je je terecht en reëel kunt vereenzelvigen.
(Padwerklezing 69)

Identificatie van het zelf met ”datgene wat waarneemt en beslist” heb ik tot op heden het beste antwoord gevonden op de vraag naar een iemands ’ware’ identiteit.

In het volgende fragment wordt gewaarschuwd tegen gefantaseer over je ware identiteit :

Een Amerikaanse dame zei eens tegen de meester dat zij, diep in haar wezen, een heilige kern had waarin zij tot rust kon komen, en dat die kern altijd bij haar was, soms moeilijk bereikbaar maar in elk geval aanwezig.
”Ja”, zei de meester, ”Daar hebt u veel last van, die kern zit u in de weg. Geef het maar op, wat u er zich ook van voorstelt. Wèg ermee.” Ik geloof, aan de reactie van de dame te zien, dat ze wel degelijk begreep wat hij bedoelde, maar iets begrijpen, of aanvoelen, is nog niet hetzelfde als iets kunnen toepassen. Ze liep met kern en al de poort weer uit, ...
(Janwillem van de Wetering, De lege spiegel)


Werkelijkheid en illusie

De hierboven geschetste vraag ’wie je in wezen bent’, of anders gezegd ’wat waarheid en wat illusie is omtrent jezelf’ sluit aan bij de algemene vraag hoe waarheid en illusie te onderscheiden zijn. Een veel gehoorde opvatting in New-Age-kringen is dat we in een droom leven, in een illusie :

Wat je op dit ogenblik hoort en ziet is slechts een droom. Op het moment dat je dit leest zit je te dromen. Je zit te dromen met een wakker brein.
Dromen is de belangrijkste functie van de geest en de geest droomt vierentwintig uur per dag. De geest droomt niet alleen wanneer het brein slaapt, maar ook terwijl het brein wakker is. Het verschil is alleen dat er, wanneer het brein wakker is, een stoffelijk kader is waardoor we de dingen lineair, ’logisch’ waarnemen. Als we slapen is dat kader er niet en heeft de droom de neiging voortdurend te veranderen.
Mensen dromen aldoor. Maar voordat we werden geboren hadden de mensen vóór ons al één grote, als het ware voor iedereen geldende, droom gecreëerd, die we de droom van de samenleving of de droom van de planeet zullen noemen. De droom van de planeet is de collectieve droom van miljarden kleinere, persoonlijke dromen die tezamen de droom van een gezin, de droom van een gemeenschap, de droom van een stad, de droom van een land en, tenslotte, de droom van de hele mensheid creëren. De droom van de planeet omvat alle regels van de samenleving, haar overtuigingen, haar wetten, haar religies, haar verschillende culturen en zijnswijzen, haar regeringen, scholen, maatschappelijke evenementen en feestdagen.
We worden geboren met het vermogen te leren dromen en de mensen die eerder dan wij zijn geboren leren ons te dromen overeenkomstig de droom van de samenleving. Die ’collectieve droom’ heeft zoveel regels, dat we al direct vanaf de geboorte van een nieuw mensenkind de aandacht van dat kind ’strikken’ om het deze regels in te prenten. De collectieve droom gebruikt pappa en mamma, de school en de religie om ons te leren hoe we dienen te dromen.
Aandacht is het vermogen dat we hebben om dingen te onderscheiden en ons te richten op uitsluitend datgene wat we willen zien. We kunnen miljoenen dingen tegelijkertijd waarnemen, maar met behulp van onze aandacht kunnen we alles wat we echt willen zien op de voorgrond van onze geest houden. De volwassenen vingen onze aandacht en prentten door middel van herhaling informatie in onze geest. Op die wijze hebben we alles wat we weten geleerd.
Door onze aandacht te benutten hebben we ons een hele realiteit, een hele droom eigen gemaakt. We hebben geleerd hoe we ons in de samenleving moeten gedragen ; wat we dienen te geloven en wat niet ; wat aanvaardbaar is en wat niet aanvaardbaar is ; wat goed is en wat slecht ; wat mooi is en wat lelijk ; wat juist is en wat verkeerd ; Al die kennis, al die regels en opvattingen over hoe we ons hebben te gedragen in de wereld - dat alles was er al toen we werden geboren.
Op school zat je in de bank en richtte je je aandacht op wat de onderwijzer je leerde. Als je naar de kerk ging, richtte je je aandacht op wat de priester of dominee vertelde. En diezelfde dynamiek gold voor de omgang met vader en moeder, broers en zusters : allemaal probeerden ze je aandacht te vangen. We leren ook de aandacht van andere mensen te trekken en we ontwikkelen een behoefte aan aandacht die erg nadrukkelijk kan worden. Kinderen vechten om de aandacht van hun ouders, hun leraren, hun vrienden. ’Kijk eens naar me! Kijk eens wat ik doe! Hee, hier ben ik.’ De behoefte aan aandacht wordt steeds sterker en zet zich in het volwassen leven voort.
De droom die van buitenaf komt, de collectieve droom, eist onze aandacht op en leert ons wat we moeten geloven, te beginnen met de taal die we spreken. Taal is de code tot begrip en communicatie tussen mensen. Iedere letter, ieder woord in welke taal dan ook is een overeenkomst, een afspraak. We noemen dit ’een pagina, een bladzijde in een boek’; het woord ’pagina’ of ’bladzijde’ is een afspraak die we begrijpen. Als we eenmaal de code snappen, kan onze aandacht worden gericht om zo de energie van de ene persoon op de ander over te dragen.
Jij hebt niet zelf de keuze gemaakt Nederlands te spreken. Je hebt niet zelf je geloof en je morele waardenpatroon gekozen - die lagen al bij je geboorte voor je vast. We hebben nooit de gelegenheid gehad te kiezen wat we wel en wat we niet wilden geloven. Zelfs waar het de kleinste van al die afspraken betreft hebben we nooit zelf gekozen, niet eens onze eigen naam.
Als kind hadden we niet de kans onze overtuigingen te kiezen, maar stemden we in met de informatie die ons via andere mensen werd overgedragen en die afkomstig was van de droom van de planeet. De enige manier om informatie op te slaan is door instemming. De collectieve droom kan onze aandacht wel opeisen, maar als we er niet mee instemmen slaan we die informatie niet op. Zodra we er mee instemmen geloven we erin, en dat noemen we vertrouwen. Vertrouwen betekent onvoorwaardelijk geloven.
Dat is de manier waarop we als kind leren. Kinderen geloven alles wat volwassenen zeggen. We zijn het met hen eens en ons vertrouwen is zó sterk, dat het systeem van overtuigingen onze hele levensdroom beheerst. We hebben die overtuigingen niet zelf gekozen en zijn er misschien tegen in opstand gekomen, maar we waren niet sterk genoeg om te winnen. De strijd draait uit op onze overgave aan die overtuigingen, mét onze instemming.
Dit proces van indoctrinatie noem ik het temmen van de mens. En door dat ’temmen’ leren we hoe we moeten leven en hoe we moeten dromen. In dat indoctrinatieproces wordt de informatie van de collectieve droom, de droom die van buitenaf komt, overgedragen op de droom binnenin en creëert op die wijze ons hele kader van overtuigingen. Eerst wordt het kind de namen van de dingen geleerd : mamma, pappa, melk, flesje. Dag na dag wordt ons - thuis, op school, in de kerk en via de televisie - verteld hoe we moeten leven, welk soort gedrag acceptabel is. De collectieve droom leert ons hoe we als mens in het leven moeten staan. We hebben een heel concept van wat een ’vrouw’ is en wat een ’man’. Ook leren we te oordelen : weroordelen onszelf, de buren en andere mensen.
Kinderen worden op dezelfde wijze gedresseerd waarop we een hond, een kat of andere dieren dresseren. Om een hond iets te leren, straffen en belonen we de hond afhankelijk van zijn gedrag. Op dezelfde manier trainen we onze kinderen, van wie we zoveel houden : met een systeem van straf en beloning. Ons wordt gezegd : ’Je bent een brave jongen’ of ’Je bent een braaf meisje’ als we doen wat pappa en mamma willen wat we doen. Doen we dat niet, dan zijn we ’een stoute meid’ of ’een stoute jongen’.
Als we tegen de regels ingingen, kregen we straf en als we ons aan de regels hielden werden we beloond. De beloning is de aandacht die we krijgen van onze ouders of van andere mensen zoals familieleden, leraren en vrienden. Al heel vroeg leren we de aandacht van andere mensen te trekken om te worden beloond.
De beloning geeft ons een goed gevoel en dus blijven we doen wat anderen van ons willen om maar die beloning te krijgen. Met die angst voor straf en die angst niet te worden beloond beginnen we te doen alsof - tegenover de buitenwereld te zijn wat we niet zijn, gewoon om anderen te behagen, om goed genoeg te zijn voor iemand anders. We proberen vader en moeder te plezieren, de leraren op school en de kerk en gaan dus een toneelstukje opvoeren. We geven voor iets te zijn wat we niet zijn, omdat we bang zijn te worden afgewezen. Die angst voor afwijzing wordt op den duur de angst niet goed genoeg te zijn. Geleidelijk aan worden we iemand die we niet zijn. We worden een kopie van de overtuigingen van mamma en pappa, van de opvattingen van de samenleving en die van de kerk.
Al onze normale werkelijke neigingen gaan teloor in dat aanpassingsproces. En als we oud genoeg zijn om dat te begrijpen, leren we het woordje ’nee’. De volwassenen zeggen ’Doe dit en doe dat. Laat dit en laat dat.’ Wij komen daartegen in opstand en zeggen ’Nee!’ We rebelleren omdat we onze vrijheid verdedigen. We willen onszelf zijn, maar wij zijn nog te klein en de volwassenen zijn groot en sterk. Na een tijdje worden we bang omdat we weten dat we, telkens als we iets verkeerds doen in hun ogen, zullen worden gestraft.
Het indoctrinatieproces is zo krachtig, dat we op een bepaald punt in ons leven niemand meer nodig hebben om ons te temmen. We hebben vader en moeder, de school en de kerk daarvoor niet meer nodig - zó goed zijn we afgericht, dat we onszelf temmen. We zijn zelfgetemde dieren. We kunnen ons nu temmen volgens hetzelfde opvattingskader waarmee we zijn opgevoed, waarbij we hetzelfde systeem van straf en beloning toepassen. We straffen onszelf als we ons niet aan de ons geleerde gedragsregels houden en belonen onszelf als we ’een brave jongen’ of ’een flinke meid’ zijn.
Dit overtuigingensysteem is als een wetboek dat onze geest regeert. Alles wat in dat wetboek staat is, onbetwistbaar, onze waarheid. Al onze oordelen baseren we op dat wetboek, zelfs die welke tegen onze innerlijke aard indruisen. Ook morele wetten als de Tien Geboden worden tijdens het indoctrinatieproces in onze geest geprogrammeerd. Eén voor één worden al die afspraken - afspraken die we op den duur gaan ervaren als zelfverworven inzichten - opgeslagen in het wetboek en regeren onze droom.
Er is iets in onze geest dat alles en iedereen beoordeelt, tot het weer, de hond en de kat toe, kortom : alles. De innerlijke rechter gebruikt wat in het wetboek staat om over alles wat we doen en laten te oordelen, over alles wat we denken en niet denken, voelen en niet voelen. Alles leeft onder de tirannie van de rechter. Telkens als we iets doen wat indruist tegen het wetboek, oordeelt de rechter ons schuldig - dan verdienen we straf en zouden weons moeten schamen. Dat gebeurt meerdere malen per dag, dag na dag, ons hele leven lang.
Een ander deel van ons staat aan de ontvangende kant en incasseert het oordeel. Dat deel noemen we het slachtoffer. Het slachtoffer draagt de schuld en de schaamte. Het is het deel van ons dat zegt : ’Arme ik, ik ben niet goed genoeg, ik ben geen liefde waard, arme ik’. De grote rechter is het daarmee eens en zegt : ’Inderdaad, je bent niet goed genoeg’. En dat alles is gebaseerd op een geloofssysteem dat we niet bewust hebben gekozen. Dat geloof, die overtuigingen zijn zo sterk, dat we zelfs jaren later, wanneer we andere opvattingen hebben leren kennen en trachten onze eigen beslissingen te nemen, merken dat die oude overtuigingen nog steeds ons leven beheersen.
Wat tegen het wetboek ingaat, geeft je een onprettige sensatie in je zonnevlecht : angst. Het breken van de regels van het wetboek rijt je emotionele wonden open en daarop reageer je met het creëren van emotioneel gif. Omdat alles in het wetboek wel waar moet zijn, maakt alles wat je uitdaagt die overtuigingen aan de kaak te stellen onzeker. Zelfs al zou het wetboek het bij het verkeerde eind hebben, dan toch geeft het je een veilig gevoel.
Daarom hebben we veeel moed nodig om onze overtuigingen eens op de keper te beschouwen. Want ook al weten we dat we die overtuigingen lang niet allemaal uit vrije wil hebben gekozen, we hebben er toch mee ingestemd. De afspraak die een overtuiging is - dat zogenaamde inzicht - is zo krachtig, dat we, zelfs als we begrijpen dat de opvatting onjuist is, ons schamen en schuldig voelen als we ertegen ingaan.
...
In de droom van de planeet is het normaal voor mensen om te lijden, in angst te leven en emotionele drama’s te creëren. De collectieve droom is geen aangename droom, maar een droom van geweld, een droom van angst, een droom van oorlog, een droom van ongerechtigheid. De persoonlijke droom van mensen mag dan op sommige punten een beetje anders zijn, maar globaal genomen is die droom meestal een nachtmerrie. Als we de menselijke samenleving bekijken, zien we een plaats waarin het moeilijk leven is, omdat het leven geregeerd wordt door angst. Door de hele wereld heen zien we menselijk lijden, woede, wraak, verslavingen, geweld op straat en verschrikkelijk onrecht. Angst, die zich in de verschillende landen op verschillende niveaus manifesteert, beheerst de droom van onze samenleving.
...
De hele mensheid zoekt naar waarheid, gerechtigheid en schoonheid. We zijn eeuwig op zoek naar waarheid omdat we slechts geloven in de leugens die we in onze geest hebben opgeslagen. We zoeken naar gerechtigheid omdat er in het geloofssysteem dat we kennen geen gerechtigheid is. En we zoeken naar schoonheid omdat we, omgeacht hoe mooi iemand is, niet in de schoonheid van die ander geloven. We blijven maar zoeken, hoewel alles al in ons besloten ligt. Er valt geen waarheid te vinden. Waar we ook kijken, we zien niets dan de waarheid, maar door de afspraken en overtuigingen die we in onze geest hebben opgeslagen - onze zogenaamde inzichten - hebben we er geen oog voor.
We zien de waarheid niet, omdat we er blind voor zijn. Wat ons verblindt zijn al die valse overtuigingen in onze geest. We voelen ons genoodzaakt onszelf als ’goed’ te zien en anderen als ’fout’. We vertrouwen op onze overtuigingen, hoewel die ons doen lijden. Het is alsof we middenin een mist leven die maakt dat we niet verder kunnen kijken dan onze neus lang is. We leven in een mist die zelfs als zodanig ook niet eens werkelijk is. De mist is een droom, jouw persoonlijke levensdroom - wat je gelooft, alle beelden die je hebt van wie en wat je bent, alle afspraken die je hebt gemaakt met anderen, met jezelf en zelfs met God.
Je hele geest is een mist, die de Tolteken een mitote noemden. Je geest is een droom waarin wel duizend mensen tegelijk praten en niemand elkaar verstaat. Zo staat het ervoor met de menselijke geest - één grote mitote, en door die grote mitote zie je niet wie je in diepste wezen bent. In India noemt men die mitote anders :maya, wat illusie betekent. Het is de notie die de persoonlijkheid heeft van ’Ik ben’. Alles wat je gelooft omtrent jezelf en de wereld, alle opvattingen, beelden en de programmering in je geest - dat alles is mitote. We zien niet wie we werkelijk zijn.
(Don Miguel Ruiz, De vier inzichten - Wijsheid van de Tolteken)

Met alle verwarring over wat goed en kwaad is, wat je ware identiteit is, en wat droom is en wat werkelijkheid, dringen diverse New-Age-richtingen er op aan om nauwkeurig te overwegen of wat we tot nu toe geloofden, wel waar is, om wat we tot nog toe voor waar hielden, wel op werkelijkheid berust, om na te gaan, in hoeverre we in illusies leven. Hulpmiddellen of handvatten, die je kunnen helpen bij deze zoektocht. zijn de methoden van het padwerk, het enneagram, meditatietechnieken en de Tolteekse leefregels volgens de vier inzichten. Deze onderwerpen komen hieronder en elders op deze homepage aan de orde.


De vier inzichten

In zijn boek ”De vier inzichten” beschrijft Don Miguel Ruiz het Tolteekse recept om een gelukkig en vrij mens te worden. Het betreft vier inzichten, of vier afspraken die je met jezelf moet maken, oftewel vier leefregels die je in het dagelijks leven wilt naleven. Het zijn : Het eerste inzicht komt overeen met het uigangspunt van ’juist spreken’ van het boeddhistsche edele achtvoudige pad. Het betekent dat je je onthoudt van roddel en alle andere vormen van spreken die tot misleiding of achterdocht of liefdeloosheid aanleiding kunnen zijn. Het eerste inzicht houdt in dat je je gesprekspartner terugbrengt naar de werkelijkheid, en niet zijn op illusies gebaseerde droom niet versterkt.

Onberispelijk zijn in je woorden houdt ... in dat je geen dingen zegt die tegen jezelf zijn gericht. Als ik je tegenkom en jou stom noem, lijkt het alsof jouwe woorden tegen jou zijn gericht. Maar in feite keren ze zich tegen mijzelf, want jij zult me erom gaan haten en jouw haat komt mij niet ten goede. Daarom zijn mijn woorden tegen mijzelf gericht, wanneer ik in kwaadheid met mijn woorden emotioneel gif naar jou zend.
(Don Miguel Ruiz, De vier inzichten - Wijsheid van de Tolteken)

Als je begrijpt dat mensen leven vanuit hun persoonlijke droom, hun persoonlijke illusie van wat zij gunstig of bedreigend achten, ligt het tweede inzicht voor de hand.

Niets wat andere mensen doen is vanwege jou. Alle mensen leven in hun eigen droom, in hun eigen geest. Ze leven in een compleet andere wereld dan die waarin wijzelf leven. Als we ons iets persoonlijk aantrekken, gaan we uit van de veronderstelling dat de ander onze wereld kent. Omgekeerd proberen we ook een ander onze wereld op te dringen.
Zelfs al een situatie heel persoonlijk lijkt, zelfs als anderen je regelrecht beledigen, heeft dat niets met jou te maken. Wat anderen zeggen en doen, de meningen die ze geven - dat alles hangt samen met hún persoonlijke inzichten. Hun zienswijze vloeit voort uit de wijze waarop hun geest als kind werd ’geprogrammeerd’.... Als je je de dingen persoonlijk aantrekt, voel je je beledigd. Je reageert erop met het verdedigen van je eigen inzichten, en creëert daarmee vaak conflicten.
(Don Miguel Ruiz, De vier inzichten - Wijsheid van de Tolteken)

Het derde inzicht moet ons ervoor behoeden dat we blijven leven vanuit onze droomwereld, onze illusies.

Het probleem met ... veronderstellingen is, dat we geloven dat die waar zijn. We zouden zweren dat ze echt zijn. We gaan uit van veronderstellingen met betrekking tot wat anderen doen of denken - we vatten dat persoonlijk op - en veroordelen dat op grond van die veronderstellingen en reageren daar verbaal op met emotioneel gif. Dat is de reden waarom we, telkens als we uitgaan van veronderstellingen, vrágen om moeilijkheden. We veronderstellen iets, begrijpen iets verkeerd, vatten het persoonlijk op en creëren een heel drama voor niets.
(Don Miguel Ruiz, De vier inzichten - Wijsheid van de Tolteken)

Het vierde inzicht is nodig om de voorgaande drie inzichten werkelijk te laten rijpen.

Doe, onder welke omstandigheden dan ook, je best - niet meer en niet minder. Maar bedenk dat je ’beste best’ niet op ieder moment hetzelfde is. Alles is voortdurend in beweging, dus ook je beste best zal de ene keer van betere kwaliteit zijn dan de andere. Als je ’s ochtends fris en uitgerust wakker wordt, zal je beste best beter zijn dan ’s avonds laat als je moe bent. Ook zal je beste best beter zijn als je gezond bent dan wanneer je ziek bent, beter als je nuchter bent dan wanneer je dronken bent. Je uiterste best is afhankelijk van hoe je je voelt : gelukkig en tevreden, van streek, boos of jaloers.
...
Blijf, ongeacht de kwaliteit ervan, toch altijd je uiterste best te doen. Als je steeds maar weer probeert méér dan je beste best te doen, zul je daar zoveel energie aan verspillen dat je beste best uiteindelijk niet goed genoeg is. Als je overdrijft put je je lichaam uit en dat keert zich tegen jezelf. Maar als je minder doet dan je beste best krijg je last van frustraties, zelfverwerping, schuldgevoelens en spijt.
Doe dus, in welke levenssituatie dan ook, gewoon je best. Het doet er niet toe of je ziek of moe bent; als je altijd je best doet, hoef je je op geen enkele wijze schuldig te voelen. En dan hoef je jezelf dus ook niet te straffen.
...
Door je best te doen ga je iintensiever leven. Je wordt productiever en je gaat goed voor jezelf zorgen door het beste van jezelf aan je gezin, de gemeenschap, aan alles te geven. En juist dát maakt dat je je intens gelukkig zult voelen.
(Don Miguel Ruiz, De vier inzichten - Wijsheid van de Tolteken)


Enneagram

Eigenlijk is er niets new-age-achtigs aan het enneagram. Het enneagram kun je beschouwen als een psychologische theorie. Het is een persoonlijkheidstheorie die inzicht kan verschaffen in ons handelen en voelen. Maar, zoals bij alle theorieën, kunnen deze inzichten fout zijn. Theorieën over de persoonlijkheid zijn slechts gedeeltelijk waar, en niet in alle gevallen van toepassing op de realiteit.
Wat aan het enneagram een new-age-achtig tintje geeft, is haar oorsprong :

Ik ontdekte dat (de Chileense psychiater) Naranjo de principes van het enneagram van de persoonlijkheid geleerd had tijdens een studieperiode in Chili bij Oscar Ichazo, die op zijn beurt beweerde het geleerd te hebben van een geheime mysterieschool, de Sarmoeni-broederschap, die het ook aan Gurdjieff had geleerd.
...
Als ik er naar keek als psycholoog die veel wist van persoonlijkheidsleer, dan zag het enneagram-systeem er als conceptueel systeem, als persoonlijkheidstheorie, goed uit. Het was duidelijk het meest gecompliceerde en verfijnde persoonlijkheidssysteem dat ik ooit was tegengekomen, maar het was een zinnige, begrijpelijke complexiteit, niet een verwarrende.
...
Ik vind na vijftien jaar ervaring het enneagram van de persoonlijkheid nog steeds een erg bruikbaar hulpmiddel om anderen te begrijpen, hen aan te voelen en met hen om te gaan. Toch moeten we niet vergeten dat een boek, cursussen of persoonlijk onderwijs over het enneagram van de persoonlijkheid alleen de ideeën over de werkelijkheid kunnen overdragen, niet de werkelijkheid zelf. ... Als we het (enneagram) aanzien voor De Waarheid, als we het gebruiken als substituut voor de feitelijke observatie van onszelf en anderen, kan het enneagram-systeem, net als alle andere conceptuele systemen, ontaarden in gewoon nog weer een manier om in stereotypen over onszelf en anderen te denken.
(Charles T. Tart in zijn voorwoord bij het boek ”Handboek Ennegram” door Helen Palmer)

Het enneagram kent 9 persoonlijkheidstypen, ook wel enneatypen genoemd. Veel mensen herkennen zichzelf in één of meer van deze persoonlijkheidstypen. Het ontstaan van deze persoonlijkheidstypen wordt verklaard doordat mensen zich al in hun vroegste jeugd op een zekere wijze gaan verdedigingen tegen pijnlijke situaties en teleurstellingen die het leven nu eenmaal met zich meebrengt. Deze verdedingsstrategieën die al op heel jonge leeftijd onstaan, worden later naar het onbewuste verdrongen, en verworden tot onbewuste drijfveren.
Hier volgt een overzicht van de 9 enneatypen. Bij elk enneatype staan een aantal onderliggende emotionele neigingen die eraan ten grondslag liggen.

Enneatype Emotionele passie Emotionele preoccupatie Mentale preoccupatie; aandacht
1  Perfectionist Woede Geïnternaliseerde woede.
Moet voor zichzelf zijn woede kunnen legitimeren.
Woede voor de goede zaak.
Wat is juist/onjuist in deze situatie ?
2Helper, gever Trots Geëxternaliseerde versie van ”wat voel ik ?”
Neemt gevoelens van anderen over.
Goedkeuring voor zichzelf.
3Winnaar, succesvolle werker Bedrog Kerntype van ”Wat voel ik ?”
Gevoelens zijn buiten werking gesteld.
Goedkeuring voor prestaties.
4Romanticus Nijd Geïnternaliseerde versie van ”wat voel ik ?”
Dramatiseert gevoelens.
Op afstand het beste: binnen handbereik het slechtste.
5Waarnemer Hebzucht, gulzigheid Geïnternaliseerde angst.
Is bang om te voelen.
Wat willen anderen van mij ?
6Loyalist Angst Kerntype van angst.
Innerlijke angst wordt op de omgeving geprojecteerd.
Verborgen doelstellingen.
7Avonturier, levensgenieter Onmatigheid Geëxternaliseerde angst.
Angst wordt versnipperd in plezierige opties.
Aangename situaties.
8Baas Lust, buitensporigheid Geëxternaliseerde woede.
Woede is gemakkelijk beschikbaar.
Controle
9Bemiddelaar, vredestichter Traagheid, laksheid, verdoving Kerntype van woede.
Woede is ’in slaap gevallen’. Passief-aggressief.
De situatie waarin de ander verkeert.

Er verschijnen steeds meer boeken waarin diep op de kenmerken van elk van de enneatypen wordt ingegaan, met vragenlijsten aan de hand waarvan je kunt bepalen welk(e) enneatype(n) het best op jou van toepassing zijn.
Het komt voor dat iemand zich het meest kan identificeren met enneatype "vijf", maar zich in veilige omstandigheden naar type "acht" beweegt (dat wil niet zeggen dat ze in een "acht" veranderen, maar dat ze bepaalde karakteristieken van type "acht" overnemen), en in stressvolle omstandigheden in bepaalde opzichten gaat handelen als een "zeven".

Ik ervaar het enneagram-model als een handig hulpmiddel om mijzelf beter te leren kennen. Ikzelf herken mij het meest in typen 5 en 9. Dit is in zekere mate terug te vinden in deze homepage.

De totems van een volksstam zijn de schakels tussen de enorme krachten van de natuur en de begrensde menselijke geest. Het zijn symbolen die kennis overbrengen van onze voorouders, en ze zijn het middelpunt waarin de wereld als geheel met het individuele bewustzijn samenkomt. ... Vijven die gericht zijn op totems voelen zich aangetrokken tot studiemodellen die veelomvattende verklaringen voor sociale krachten voortbrengen.
...
De preoccupatie van Vijven met de geest als een bron van macht kan uitgroeien tot een hartstochtelijk zoeken naar ’kennis die macht geeft’. ... Vijven van het sociale subtype ... voelen zich aangetrokken tot systemen die het menselijk gedrag verklaren , tot het zoeken naar de cruciale formule die een gebied van studie toegankelijk maakt ... Ze houden van schaakclubs, wiskunde-vakgroepen , yoga-centra en muzikale evenementen .
(Helen Palmer, Handboek enneagram)

De ”waarnemer” in mij is te herkennen in het eindeloos bestuderen van een groot aantal onderwerpen. De totems waar ik mij in deze homepage het meest op richt zijn persoonlijke ontwikkeling , religie en logica .

(De Negen) is ambivalent ten aanzien van het nemen van persoonlijk beslissingen. ”Ben ik het ermee eens of ben ik het er niet mee eens ?” ... ziet vaak alle kanten van een probleem.
(Helen Palmer, Handboek enneagram)

De ”bemiddelaar”, de ”vredestichter” in mij komt tot uiting in het feit dat ik de religies naast elkaar zet, alsof ze in elkaars verlengde liggen, alsof er geen geschilpunten tussen bestaan. Ik zet op diverse plaatsen verschillen naast elkaar, maar laat ze voor wat ze zijn.


Yang en Yin

In de Chinese filosofie kent men de begrippen yin en yang.

Volgens de oude Chinese wijsheidsboeken zoals de I-Tjing, is de hele kosmos een voortdurende wisselwerking tussen Yang en Yin, waarbij het Yang meer het leidende, het Yin het volgzeme beginsel is.
(Prof. H. van Praag, Paranormale lichamelijkheid)

Yang wordt wel met het mannelijke en Yin met het vrouwelijke geassocieerd.

Meestal omschrijft men Yang als het mannelijke en Yin als het vrouwelijke, maar dat geeft hun diepste zin slechts bij benadering weer. Beter is uit te gaan van Yang als het initiërend beginsel, Yin als het volg-beginsel
(Prof. H. van Praag, Denken als spel)

Het mannelijke en vrouwelijke beginsel in het universum drukken zich uit in elke scheppingsdaad. ... Het mannelijke principe drukt de uitgaande beweging uit : uitreiken, geven, handelen, initiatief nemen, doen gelden. Het vrouwelijke principe drukt de ontvangende beweging uit : innemen, koesteren. Misvormd en negatief manifesteert het mannelijke principe zich als vijandige agressie : slaan in plaats van geven en uitreiken. In haar misvorming slaat het vrouwelijke principe om van liefdevolle ontvankelijkheid en zorg in graaien, nemen en niet loslaten. Deze principes komen in elke daad tot uiting. Beide zijn zowel in harmonie als in misvorming bij beiden, mannen en vrouwen, aanwezig.
(Padwerklezing 207)


Meditatie

Meditatie heeft tot doel : de volle aandacht voor en een diepgaand beschouwen van wat er in de eigen geest omgaat.
Het is één van de meest geëigende hulpmiddelen om tot zelfkennis te komen.

Meditatie is het proces van zelfontdekking. Op één niveau laat de meditatieve ervaring ons onze levenspatronen zien - hoe we sinds onze jeugd onze emotionele eigenschappen hebben ontwikkeld. Maar op een ander niveau bevrijdt het ons van deze patronen en kunnen we onze innerlijke mogelijkheden beter zien. Als we terugkijken op de patronen van onze gedachten, kunnen we soms de verdraaiingen, die door ons zelfbeeld gecreëerd worden, waarnemen en herkennen. We kunnen leren de verdedigingen en de pretenties van onze geest en al onze verklaringen en excuses te doorzien. We kunnen inzien dat we nog steeds spelletjes spelen en ver van werkelijke zelfkennis verwijderd zijn.
(Tarthang Tulku, Leven in evenwicht)

Er is niet één vorm van meditatie, er zijn er vele.

Er zijn heel wat soorten meditaties. Er zijn religieuze meditaties, die bestaan uit het opzeggen van bepaalde gebeden. Er zijn meditaties met als hoofddoel het concentratievermogen te vergroten. Er zijn meditaties waarin spirituele wetten worden beschouwd en overdacht. Er zijn meditaties waarin het ego helemaal passief en gewillig gemaakt wordt en het goddelijke wordt toegelaten zoals het zich aandient. Al deze vormen zijn min of meer van waarde. Maar ik raad jullie aan de energie en tijd die je ter beschikking staan, te gebruiken om dat deel van jezelf tegemoet te treden dat geluk, vervulling en heelheid teniet doet. Want als je eraan voorbij gaat, kun je nooit de eenheid in jezelf tot stand brengen waarnaar je werkelijk verlangt, of dat verlangen nu bewust is of niet.
(Padwerklezing 181)

In het algemeen hebben de verschillende meditatie-vormen

gemeenschappelijk.
Het belangrijkste punt van aandacht is ”wat in het eigen innerlijk omgaat”.

Het doel van meditatie

Er zijn verschillende redenen om te gaan mediteren. Misschien ga je mediteren enkel om te ontdekken wat het is en welk effect het op jou heeft. Je kunt gaan mediteren als middel om tot rust te komen of om nieuwe krachten op te doen. Het verhogen van je concentratievermogen kan een reden zijn om een meditatievorm te kiezen die daar speciaal op gericht is. Zo kun je talloze redenen bedenken om te gaan mediteren.
Deze pagina besteedt met name aandacht aan meditatievormen gericht op  Deze twee doelstellingen zijn eigenlijk niet te scheiden. Waar je meer zicht krijgt op je houdingen en neigingen, en beter begrijpt waarom je je die hebt aangewend, krijg je meer zicht op wat nadelig voor je is en komt de wens om je te ontwikkelen en je fouten gericht aan te pakken tot leven.

Bewustwording

Dankzij de onderzoekingen en observaties van de Weense psychiater Sigmund Freud zijn de termen stevig verankerd in het wetenschappelijk denken. New-Age-literatuur sluit hier op aan en gaat over het algemeen uit van meerdere bewustzijns-lagen. Er zijn gebieden van het innerlijk, waarvan de mens geen weet heeft en zich ook nooit bewust zal worden. Maar er zijn ook facetten die net onder het bewustzijnsniveau liggen; met enige oplettendheid zou de betrokkene zich daarvan bewust kunnen worden. Als voorbeeld zouden we een stereotiepe manier van spreken kunnen nemen, een stopwoordje. Wanneer je je realiseert dat je steeds dezelfde uitdrukking gebruikt, word je je bewust van een tot dan toe onbewust patroon. Vanaf dat moment kun je pogingen gaan ondernemen tot een gevarieerder woordgebruik. Anders gezegd : Pas na bewustwording kunnen ongewenste houdingen worden aangepakt. Bewustwording is daarom een essentiëel onderdeel van zelfontwikkeling. In meditatie gaat het er daarom vaak om zich bewust te worden van wat zich in het onbewuste afspeelt.

Het proces van bewustwording is in feite niets anders dan een proces van herkenning van datgene wat we in wezen zijn.
(Rama Polderman, De vitale mens)

Het gaat er vooral om dat je je bewust wordt van de manier waarop je eigen denkbeelden en gevoelens je waarneming kleuren of vertroebelen.

We kunnen de situatie vergelijken met een bioscoop. Zodra het licht uitgaat en de gordijnen worden geopend, zien we een wit doek, het vlekkeloze projectievlak dat een volledig harmonisch geheel is.
Zodra de film begint en we goed observeren, zullen we zien dat verschillende mensen zich gaan identificeren met diverse projecties op het scherm. De één is zo geïdentificeerd met bijvoorbeeld een vechtende held dat hij zijn buurman onbewust een por geeft. Een ander huilt tranen met tuiten als hij zich volledig laat meeslepen met een zielige situatie op het scherm.
Er is echter één essentie die, ondanks alle projecties, onveranderd blijft : het witte doek, maar die herkennen we tijdens de film niet - hoewel het er al die tijd is - want zonder dit scherm is geen projectie mogelijk.
Ditzelfde speelt zich eigenlijk voortdurend af in ons eigen leefpatroon : we zijn constant bezig met ons te identificeren met alle gedachtenplaatjes, denk- of gevoelsbeelden, die zich projecteren in dat bewustzijn, hetgeen te vergelijken is met het witte doek. Dit bewustzijn is één onveranderlijke, oneindige tijdloze essentie, datgene wat er altijd is, oms diepste wezen, het zijn zelf.
Hoe kunnen we nu tot herkenning komen van datgene wat we in wezen zijn ?
...
Hiervoor is een diepgaand onderzoek nodig, waarbij we moeten trachten te kijken en te luisteren zonder standpunt en zonder oordeel. We moeten proberen volledig toeschouwer te zijn van de totaliteit.
...
Langzaam maar zeker zullen we steeds makkelijker toeschouwer kunnen zijn. Oók toeschouwer van gedachten- en gevoelsprojecties, zonder te identificeren en zonder te beredeneren. Dan pas is er zuivere waarneming mogelijk.
(Rama Polderman, De vitale mens)

Lichaamshouding

Sommige meditatie-scholen schrijven een stricte lichaamshouding voor, andere methoden laten het meer over aan de beoefenaar zelf, welke houding hij aanneemt. Vrijwel alle methoden adviseren een rechte rug, omdat je te gemakkelijk wegdroomt als je er onderuitgezakt bij zit.

Adem

De meeste meditatie-vormen nemen de adem als eerste object van concentratie. Het volgen van een spannend televisie-programma vereist weinig concentratie-vermogen. Men blijft geboeid kijken, zonder daarvoor iets te hoeven doen. Veel moeilijker is je aandacht te richten op iets dat saai en eentonig is. De adem is in dat opzicht ideaal voor concentratie-oefeningen. Je hebt je adem altijd bij je, en bovendien zegt je in- en uitademing iets over je geestelijke toestand. Het letten op je ademhaling help je om tot rust te komen. Bij sommige meditatievormen is het gebruikelijk de uitademingen te tellen (en als men bij tien is aangekomen weer bij één te beginnen). Bij andere vormen let men enkel op de ademhaling en telt de ademhalingen niet.

Het eerste wat ik als jonge monnik leerde, was bewust in en uit te ademen en daarbij elke ademhaling met mijn aandacht aan te raken. Je weet dan dat elke inademing een inademing en elke uitademing een uitademing is. Wanneer je op die manier oefent, herstel je de harmonie tussen lichaam en geest en breng je het malen van je gedachten tot rust. Dan ben je weer op je best. Een Boeddha is in wezen aanwezigheid. Als je in ieder moment doordringt, zie je de werkelijkheid zoals zij is, en dat bevrijdt je van lijden en verwardheid. Vrede is tot op zekere hoogte al voorhanden. De vraag is alleen of we weten of hoe we ermee in contact kunnen komen. In het boeddhisme gebruiken we daarvoor in de eerste plaats de bewuste ademhaling. Ik wil daarom graag deze korte oefening aanbieden :

Ik adem in, mijn lichaam komt tot rust.
Ik adem uit en glimlach.
Verwijlend in het hier en nu
is dit moment een wonder.

’Ik adem in, mijn lichaam komt tot rust.’ Dit is alsof je een glas koud water drinkt op een warme dag. Je voelt de koelte door je lichaam trekken. Als ik inadem en die zin zeg, kan ik gewoon voelen hoe mijn adem mijn lichaam en mijn geest tot rust brengt. Wanneer we boeddhistische meditatie beoefenen worden lichaam en geest één.
’Ik adem uit en glimlach.’ Als je glimlacht ontspannen zich honderden spiertjes in je gezicht en heb je jezelf weer in de hand. De Boeddha wordt altijd glimlachend afgebeeld. Als je er helemaal bijbent als je glimlacht, besef je hoe wonderbaarlijk een glimlach is.
’Verwijlend in het hier en nu.’ Terwijl we weer inademen zeggen we deze zin en denken nergens anders aan. We zijn ons volledig bewust van waar we zijn. Gewoonlijk zeggen we ’Als ik afgestudeerd ben en mijn titel behaald heb, dán begint mijn leven echt’. Maar als het zover is, zeggen we ’Ik moet eerst een goede baan vinden’. En als we die baan hebben, willen we een auto, en dan een huis. We zijn niet in staat op dit ogenblik ten volle van het leven te genieten. Dat stellen we altijd uit tot een tijdstip in de toekomst, wanneer weten we niet precies. Misschien komen we ons leven lang niet tot echt leven. De techniek, als we het al een techniek moeten noemen, is te zíjn, in dit en in ieder moment, te beseffen dat we leven en dat ons leven zich alleen in het hier en nu afspeelt. Terwijl we uitademen zeggen we : ’Is dit moment een wonder’. Werkelijk hier en nu aanwezig zijn en van dit moment genieten is het belangrijkste wat er is.
We kunnen dit vers verkorten tot maar acht woorden. Tijdens het inademen zeggen we in onszelf  ’tot rust komen’ en terwijl we uitademen zeggen we ’glimlachen’. Terwijl we weer inademen zeggen we ’dit moment’, en uitademend zeggen we ’een wonder’ Deze oefening brengt ons onmiddellijk in contact met een gevoel van vrede.

(Thich Nhat Hanh, Boeddha leeft, Christus leeft)

Kalm en helder

Concentratie op de ademhaling is geen doel op zich; men probeert ermee kalm en rustig te worden, alle drukte en het geraas van het gewone dagelijkse leven achter zich te laten. Vanuit rust ontstaat een heldere geest, waarmee men in staat is om oude problemen met een frisse blik te bekijken.

Het denken kalmeren

Het is voor de meeste mensen zeer moeilijk om langere tijd de aandacht enkel bij één enkel onderwerp (bijvoorbeeld de ademhaling) te houden. Steeds glippen er gedachten tussendoor. Deze gedachten kan men als studie-object nemen. Men observeert de langskomende gedachten en gevoelens. Ook probeert men wel zo min mogelijk te denken, bijvoorbeeld door de ”ruimte” tussen twee gedachten zo lang mogelijk te maken.

Wanneer wij waakzaam zijn, kunnen we ons bewust worden van de ruimte tussen de afzonderlijke gedachten. Omdat de ene gedachte de andere zo snel en subtiel opvolgt, is dit niet gemakkelijk. Maar dit proces heeft een bepaald ritme en wanneer wij dit ritme te pakken krijgen kunnen wij de ’kloof’ zien tussen de gedachten; een ’ruimte’ of bewustzijnsniveau waar de zintuigen ons niet afleiden. De ruimte tussen de gedachten heeft een soort van openheid die erg dicht ligt bij de leegte. Deze ruimte wordt niet door oordelen of vaardigheden in beslag genomen. Het bereiken ervan is als het duiken in de oceaan; er heerst een uitgestrekte stilte. Aan het oppervlak zijn er misschien ontelbare golven, maar in de diepte heerst er een volmaakte vrede en evenwicht.
De ruimte tussen de gedachten is als het interval tussen dit moment en de toekomst : de ene gedachte is weg en de volgende is er nog niet. In feite is dit aanwezig bewustzijn niet betrokken bij het verleden of de toekomst, het is zelfs niet betrokken bij het gebruikelijke idee van het heden. In aanraking komen met deze ruimte is als een reis naar een andere wereld en de kwaliteit van deze ervaring is heel verschillend van wat wij gewoonlijk meemaken.
Wanneer wij eenmaal deze ruimte ontdekt hebben, kunnen wij dit uitbreiden tot een diepe en volledige ervaring. Wanneer wij de rust van de ruimte tussen de gedachten uitbreiden, verliest de geest geleidelijk aan zijn rusteloosheid en de natuurlijke aard van het bewustzijn begint naar boven te komen. In het begin is deze staat moeilijk te handhaven omdat onze geest zich snel door gedachten laat afleiden. Maar wanneer wij meer evenwicht ontwikkelen, vindt onze geest gemakkelijker een dieper niveau van bewustzijn. Wanneer wij leren om dit bewustzijn langer en langer te laten voortduren, wordt het als een innerlijk licht dat altijd schijnt. ... Het bevrijdt ons van verwarring en van de gebruikelijke en eindeloos schijnende opeenvolging van gedachten.
(Tarthang Tulku, Open bewustzijn)

’Kijk, het is zo : wanneer de ene gedachte voorbij is en de volgende gedachte is nog niet opgekomen, dan is er een opening, niet waar?’
’Ja’, zei Apa Pant.
’Welnu, verleng die. Dat is meditatie.’
(Sogyal Rinpoche, Meditatie - hoofdstuk 5 uit Het Tibetaanse boek van leven en sterven)

In de bovenstaande teksten wordt gesuggereerd dat gedachten elkaar lineair opvolgen, en er wordt niet bij stil gestaan dat je niet aan twee dingen tegelijk kunt denken. Voor zover ik dat kan beoordelen, spelen soms meerdere gedachten tegelijk door je hoofd. De strekking van bovenstaande teksten is, dat men elke gedachte zo zuiver mogelijk moet proberen te identificeren.

Hoe kunnen we nu een hoop van deze onnodige gedachtenketens kwijtraken ? Hoe kunnen we het denkproces als het ware stilzetten ? Neen, zeker niet door het te bestrijden of te onderdukken. We moeten proberen een opkomende gedachte rustig gade te slaan zonder er iets van te willen of ons ermee te identificeren. Als we dat enige tijd volhouden zullen we merken dat er steeds minder gedachtenbeelden opkomen en ze ook sneller verdwijnen.
(Rama Polderman, De vitale mens)

Bij sommige vormen van meditatie probeert men aan niets te denken (zonder zichzelf overigens maar iets te verwijten als het niet lukt).

Gewaarzijn

Gewaarzijn is een centraal begrip bij meditatie. Doordat je het denken tot rust brengt, sta je meer open voor wat zich in en om je heen voordoet. Je wordt je bewust van wat eerder aan je aandacht ontsnapte; je merkt bewegingen of geluiden op die je ervoor ontgingen; je bemerkt aspecten van je emoties, waarvan je tot op heden geen besef had. Met gewaarzijn wordt een ontspannen vorm van opmerkzaamheid, oplettendheid, aandacht of openheid bedoeld.

...
Hoe neemt een monnik de werking van zijn lichaam waar ?
Hierbij gaat een monnik, nadat hij naar het bos is gegaan, bij de voet van een boom zitten of op een andere open plek, met zijn benen gekruist, terwijl hij zijn rug recht houdt en zijn geest alert. Altijd oplettend ademt hij in en altijd oplettend ademt hij uit. Terwijl hij diep inademt weet hij "ik adem diep in", terwijl hij diep uitademt weet hij "ik adem diep uit". Terwijl hij kort inademt weet hij "ik adem kort in", terwijl hij kort uitademt weet hij "ik adem kort uit".
...
En verder weet een monnik wanneer hij gaat, "ik ga". Hij weet wanneer hij staat "ik sta". Hij weet wanneer hij ligt "ik lig". Of hij weet precies de positie van zijn lichaam. Zo leeft hij, de activiteiten van het lichaam, innerlijk of uiterlijk, waarnemend
...
En monnikken, hoe leeft een monnik terwijl hij zijn gevoelens waarneemt ?
Een monnik weet wanneer hij een aangenaam gevoel ervaart : "Ik ervaar een aangenaam gevoel". Wanneer hij een pijnlijk gevoel ervaart, weet hij : "Ik ervaar een pijnlijk gevoel". Wanneer hij een noch aangenaam noch pijnlijk gevoel ervaart, weet hij "Ik ervaar een noch aangenaam noch pijnlijk gevoel".
...
Hij leeft terwijl hij de factoren van ontstaan van zijn gevoelens waarneemt, of de factoren van voorbijgaan van zijn gevoelens. Of zijn oplettendheid strekt zich precies zover uit dat hij weet en gewaar is, dat gevoel bestaat. En hij leeft onthecht en grijpt zich nergens in de wereld aan vast.
...
En monnikken, hoe leeft een monnik terwijl hij zijn geest waarneemt ?
Hierbij kent de monnik de geest met begeerte als een geest met begeerte; de geest zonder begeerte als geest zonder begeerte; de geest vervuld van haat, als vervuld van haat; de geest zonder haat, als zonder haat; de geest vol onwetendheid, als vol onwetendheid; de geest zonder onwetendheid, als zonder onwetendheid; de bekrompen geest, als bekrompen geest; de afgeleide geest, als afgeleide geest; de ontwikkelde geest, als ontwikkelde geest; de onontwikkelde geest, als onontwikkelde geest;
...
(Sattipatthana-soetra - Hoe tot oplettendheid komen)

Via het aspect gewaarzijn bestaat verband tussen meditatie en vechtsporten. Bij een vechtsport is het zaak om je gewaar te zijn van elke beweging van de tegenstander. Een moment van verslapping van de aandacht kan leiden tot partijverlies. Meditatie kan gebruikt worden als oefening in de vechtsportkunst om de aandacht niet te laten verslappen. Overigens speelt aandacht in de meeste sporten een grote rol.

Aandacht en waarnemen horen bij elkaar, het denken en interpreteren maken het zuivere waarnemen onmogelijk.
...
Als voorbeeld het volgende : als ik iemand tegemoet treed en naar hem luister vanuit een bepaald standpunt of ’prefab’-cliché, dan is het onmogelijk hem helder waar te nemen en werkelijk te kennen zoals hij is.
Hetzelfde geldt voor het teleurgesteld zijn in een persoon of een situatie. We beginnen namelijk het andere object te benaderen vanuit een bepaald verwachtingspatroon en dan wordt ons helder waarnemen al vertroebeld. Als het object niet aan het plaatje voldoet voelen we ons erdoor teleurgesteld, maar we herkennen niet dat we hiervoor zelf de basis hebben gelegd.
...
(Het is) noodzakelijk dat we onze gedachten en gevoelens, dus ook onze standpunten, volledig kunnen loslaten.
(Rama Polderman, De vitale mens)

Gedachten

De mens schept voortdurend, of hij dat nu weet of niet. Hij schept door wat hij is, door het totaal van zijn gevoelens en bewuste en onbewuste denkbeelden, die zijn daden en reacties bepalen, en door zijn doelstellingen. Iedere gedachte is een schepping en heeft een gevolg. In het resultaat dat zij voortbrengt drukt zij zich uit. Aangezien de mens heel wat tegenstrijdige gedachten koestert en aangezien dat wat hij gelooft en denkt vaak drastisch verschilt van wat hij voelt, moet het resultaat, dus wat hij schept, wel overeenkomstig zijn. Het verwarde leven vol conflicten dat de meeste mensen leiden, is hiervan een bewijs.
Er zijn mensen die ongeweten scheppen, onkundig van het feit dat hun onjuiste gedachten, hun destructieve gevoelens en ongecontroleerde verlangens net zo zeker gevolgen hebben als een bewuste daad. Er zijn ook mensen die (en dat maakt een enorm verschil) hun denkbeelden proberen te toetsen, naar de waarheid zoeken en hun ideeën, gedachten en doelstellingen daarmee in overeenstemming brengen; hun gevoelens zuiveren door er met moed, eerlijkheid en wijsheid door heen te gaan, in de wetenschap dat wat in je bestaat eenvoudigweg niet vermeden kan worden, maar ervaren moet worden, al is het nog zo pijnlijk. Wanneer je je die houding eigen maakt, kun je je eigen leven doelbewust gaan scheppen. En dat is zinvolle meditatie.
...
Daarom is een van de belangrijkste doelen op dit pad alles wat je denkt en weet, waarneemt, gelooft en wilt, bewust te maken. Pas dan kun je de conflicten en misvattingen gaan zien. Pas dan kun je doelbewust een goed leven scheppen. Meditatie kan en moet natuurlijk juist gebruikt worden om misvattingen en destructieve houdingen uit de weg te ruimen. Met behulp van meditatie kun je gaan zien wat misvattingen zijn en waarom het misvattingen zijn. Met behulp van meditatie kun je geleidelijk de juiste voorstelling van zaken in je zielssubstantie prenten.
(Padwerklezing 194)

Bij gedachten kun je onderscheid maken tussen

Voorgrond-gedachten worden door de wil geleid. ... De gedachten die zich op de voorgrond bevinden en onder controle van de wil staan, zijn altijd gericht en welomlijnd zolang ze op de voorgrond blijven en niet ongemerkt tot achtergrond-gedachten worden. Als je ergens aan wilt denken, of het nu constructief is of niet, dus zolang je je eigen gedachten leidt, is het voorgrond-denken.
(Padwerklezing 68)

Achtergrond-gedachten zijn onwillekeurig. ... Als je jezelf tot rust brengt en de loop van je gedachten volgt, zul je al snel merken welke belangrijke rol achtergrond-gedachten spelen. Achtergrond-gedachten komen ongevraagd. Ze zijn chaotisch en vrijwel nooit constructief.
(Padwerklezing 68)

Je kunt in een bepaalde fase van je meditaties de achtergrond-gedachten die in je omhoog komen, gewoon laten komen ; in een andere fase van je meditaties kun je je aandacht richten op een bepaald probleem, en je denken richting geven middels voorgrondgedachten.

Denken, voelen en willen

Het is van belang om de willselwerking tussen in kaart te brengen.
Er bestaat een nauwe samenhang tussen deze drie : Je kunt bijvoorbeeld in een meditatie zinnen construeren waarin èn een wilsbesluit èn een emotie èn een een denkbeeld voorkomen, in de trant van "Ik wilde x niet doen omdat ik bang ben dat y dan zal gebeuren", waarbij je bij x en y iets invult dat voor jou persoonlijk het geval is. Je kunt zo'n opeenvolging dan nader beschouwen. Je kunt overwegen of het wel zo erg is als y zou gebeuren, en of y wel een reële verwachting is, en niet te veel op fantasie is gebaseerd.
Je kunt in een meditatie bij elke gedachte die in je opkomt, proberen te traceren welke gevoelens en welke wil ermee te maken hebben. Je kunt aan de hand van een serie gedachten verborgen gevoelens op het spoor proberen te komen. Zo kun je tot een heel schema komen hoe gedachten en gevoelens in jou elkaar opvolgen en beïnvloeden.

Meditatie en het activerende en ontvankelijke principe

Wanneer je mediteert met als doel jezelf te ontwikkelen, een diepgaandere zelfkennis te verwerven en eigenschappen waar je niet tevreden mee bent, af te leren, ontdek je steeds meer hoe elkaar aanvullen. De ene keer zul je actief willen zoeken naar nieuwe gezichtspunten, en je een bredere kijk willen eigen maken; andere keren is het effectiever een in gang gezette beweging de tijd te gunnen en niets te forceren.

Het destructieve kleine zelf blootleggen

Het bewuste ego moet vastbesloten zijn het onbewuste, egocentrische zelf aan het licht te laten treden, het zich te laten ontvouwen en tot het bewustzijn te laten doordringen. Zoals ik al eerder zei, is het niet zo moeilijk en ook niet zo makkelijk als het lijkt. Het is enkel en alleen moeilijk, vrienden, omdat jullie bang zijn niet volmaakt te zijn, : niet zo ontwikkeld, goed, verstandig en ideaal als je wilt zijn en pretendeert te zijn. Jullie proberen zo hard je zo voor te doen, dat het ego bijna van zijn volmaaktheid overtuigd raakt. Die oppervlakkige, bewuste overtuiging, wordt voortdurend tegengesproken door de onbewuste wetenschap dat het niet zo is. Dit heeft tot gevolg dat de hele persoonlijkheid zich heimelijk een bedrieger voelt en doodsbang is om door de mand te vallen.
...
Het bewuste ego moet naar binnen keren en zeggen  ”Wat er ook in mij is, wat voor negativiteit en destructiviteit er ook in mij verborgen zit, het moet aan het licht treden. Ik wil het zien; dat neem ik op me, hoezeer mijn ijdelheid ook gekwetst mag worden. Waar ik ook vastzit, ik wil me evan bewust zijn hoe ik opzettelijk weiger mijn negativiteit te zien en hoe ik me daarom blind staar op andermans fouten.” Dit is de ene lijn in je meditaties.
(Padwerklezing 182)

Ieder mens kent talenten en vaardigheden, waarin hij in harmonie is met zichzelf, waarin hij zich kan ontplooien en zich niet geremd voelt, waar hij zichzelf kan zijn. In deze mooie kant van de mens wordt het bestaan van een hoger zelf zichtbaar.

De andere lijn loopt naar het universele, hogere zelf, dat over vermogens beschikt die de beperkingen van het bewuste zelf overschrijden. Deze hogere krachten moet je met precies hetzelfde doel aanspreken : namelijk om het destructieve kleine zelf bloot te leggen zodat je de weerstand ervan kunt overwinnen. ... Van wat er aan het licht komt, moet je de oorzaken en gevolgen onderzoeken en wat er verder mee samenhangt. Welke misvattingen liggen ten grondslag aan de zelfvernietiging, de haat, de wrok, de boosaardigheid en de medogenloze eigenwil die openlijk naaar buiten komen ? Naarmate je de misvattingen gaat herkennen, nemen je schuldgevoelens en zelfhaat evenredig af. ... Wanneer je de consequenties duidelijk uitwerkt, wordt je innerlijke beslotenheid om destructief te zijn, zwakker, wederom in de mate waarin je de spedifieke oorzaken en gevolgen duidelijk inziet. Wanneer je dit deel van het padwerk afraffelt en het wel voor gezien houdt zonder een nauwkeurig en gedetailleerd inzicht te hebben verkregen, heb je maar half werk geleverd. Je meditaties moeten het hele probleem aanpakken, stap voor stap.
(Padwerklezing 182)

Een dergelijke gerichtheid op je negatieve eigenschappen mag er niet toe leiden dat je diep in de put raakt en denkt dat je een hopeloos geval bent. Daarom moet deze vorm van meditatie gepaard gaan met ”acceptatie van wat is”, in de wetenschap dat het enkel vergissingen betreffen die je kunt corrigeren, dat je fouten niet betekenen dat je alleen maar slecht bent, maar dat er ook een kant van jezelf bestaat die streeft naar het goede, naar het hogere, naar geluk voor iedereen.

Wanneer het lager zelf aan de dag treedt, kun je ten prooi vallen aan de waan dat dit destructieve zelf de uiteindelijke, laatste droevige waarheid is. Je moet voortdurend het universele zelf om leiding vragen om je te helpen de volle waarheid te zien omtrent het onthullen van het egocentrische kleine kind.
...
Wanneer je naar de waarheid in jezelf kijkt en het je tweede natuur wordt om je tot deze waarheid te verbinden, ontdek je een lelijke kant in je, die je tot nu toe niet wilde zien. Daarvoor was je weerstand te groot. Tegelijkertijd ontdek je ook die grote, universele kracht die in je is, en die je in feite bent. Hoe paradoxaal het misschien ook lijkt : hoe meer je het onaardige schepsel, het onwetende kleine kind in jezelf kunt accepteren zonder je gevoel van eigenwaarde te verliezen, des te meer word je de grootsheid van je diepste wezen gewaar, mits je dat wat je over je kleine zelf ontdekt, in geen geval gebruikt om jezelf neer te halen.
(Padwerklezing 182)

Heropvoeding van het destructieve kleine zelf

De volgende stap bij het mediteren is de heropvoeding van het destructieve kleine kind dat nu niet helemaal onbewust is. Dit kleine kind , met zijn waandenkbeelden, zijn koppige weerstand, zijn wrok en moorddadige woede, moet op de rechte weg geholpen worden. Deze heropvoeding kan echter niet plaatsvinden als je je niet ten volle bewust bent van ieder aspect van de denkbeelden en de houdingen van dit destructieve kind. Daarom is het eerste deel van de meditatie, de fase van onthulling en onderzoek zo wezenlijk. Het hoeft geen betoog dat deze eerste fase niet op een gegeven moment is afgedaan, zodat vervolgens de tweede en later de derde fase kan beginnen. De fasen volgen elkaar niet keurig op, zij overlappen elkaar. Onderzoek, begrip en heropvoeding gaan vaak hand in hand, maar bij andere gelegenheden moeten ze weer afzonderlijk toegepast worden.
(Padwerklezing 182)

Het lijkt op pianospelen . Op het moment dat je eraan begint, weet je dat het waarschijnlijk nog jaren zal duren, voor je werkelijk tevreden zult zijn met je eigen spel. Iedere keer dat je geoefend hebt, bemerk je nauwelijks vooruitgang ten opzichte van de vorige oefensessie. Alleen door de jaren heen blijkt, dat al die keren oefenen toch iets hebben bijgedragen aan het resultaat. Meditatie is een activiteit waar verandering slechts bijna onzichtbaar en heel geleidelijk plaatsvindt.

Dit belangrijke aspect van meditatie vergt heel wat tijd, geduld, doorzettingsvermogen en vastbeslotenheid. Hou telkens voor ogen dat waar je onvervuld bent, daar waar problemen zijn, daar waar conflicten zijn in je leven, je je niet met smart moet concentreren op anderen of omstandigheden buiten je macht, maar naar binnen moet keren om de oorzaken in jezelf te vinden, geworteld in het egocentrische kind. Meditatie is hiervoor een absolute vereiste. Je moet jezelf kalm en rustig aanpakken en op zoek gaan naar de waarheid.
...
Als je zo mediteert, ontdek je een kant van jezelf die je nooit gekend hebt. De hoogste universele krachten maken zich aan je kenbaar om de meest destructieve, onwetende kant in jezelf te laten ontdekken, die inzicht, zuivering en verandering behoeft. Door je bereidheid om je negatieve zelf te accepteren, wordt het positieve zelf meer werkelijkheid in je. Steeds meer ga je het als het ware zelf beleven, zodat je wanhoop dat je slecht, zwak of ontoereikend bent, van je afvalt.
(Padwerklezing 182)

Stadia in meditatie

Meditatie bestaat uit de volgende stadia of fasen :
  1. Voorstelling
  2. Inprenten en laten inprenten
  3. Visualisatie
  4. Vertrouwen
(Padwerklezing 194)

Voorstelling

Je kunt in verschillende stadia van je ontwikkeling verschillende manieren van mediteren toepassen.
...
In eerste instantie neemt bijna altijd het bewuste denken de actieve rol op zich : door precies en beknopt de gedachten en intenties te formuleren. Het bewuste denken drukt uit, maakt aanspraken en verklaart. Hoe beknopter dit deel van de scheppingsdaad wordt uitgevoerd, hoe constructiever en oprechter de gedachten en intenties zijn, des te minder bestaan er onbewuste innerlijke belemmeringen (mits ze realistisch en eerlijk worden aangepakt).
...
Als je voelt dat de verklaring die je uitspreekt zwak en twijfelend is, geeft dat direct aan dat je eerst de belemmeringen aan moet pakken. Daarop moet je je aandacht richten. Dan gaat het bijvoorbeeld om de bereidheid onbewuste negativiteiten, misvattingen aspecten van je ’lagere zelf’ enzovoorts onder ogen te zien.
...
Mediteren is een prachtige manier om jezelf op de proef te stellen en weerstand te bespeuren tegen het bewuste positieve verlangen naar vervulling. In hoeverre wil je die echt ? In hoeverre vrees je misschien bepaalde kanten van wat je het liefste wilt ? In hoeverre ben je werkelijk bereid de prijs te betalen ? Meditatie kan je op het juiste spoor brengen, mits je niet de emotionele reactie op de gedachte die je uitzendt over het hoofd ziet.
De bewuste voorstelling van zaken moet dus overeenstemmen met de onbewuste voorstelling. Wanneer je een bepaald doel, een wens of een grotere ontplooiing als onderwerp van je meditatie kiest, is het daarom van wezenlijk belang vast te stellen of de bewuste en de onbewuste voorstelling niet met elkaar in conflict zijn.
(Padwerklezing 194)

Inprenten en laten inprenten

Onwaarachtige voorstellingen, die je op het spoor bent gekomen, en waarvan je de onjuistheid hebt ingezien, moeten plaatsmaken voor nieuwe eerlijkere ideeën zowel op bewust als onbewust niveau.

Een eenduidige voorstelling laat een sterke indruk achter. Je hoeft je niet tegen iets te verdedigen of iets te verbergen. ... Je voelt echt hoe de (waarheidsgetrouwe) voorstelling ’in je zinkt’ terwijl je hem uitzendt, als een zaadje dat in de aarde valt om te ontkiemen. Als dit gebeurt, ben je niet ongeduldig, maar laat je het kiemproces zijn vrije loop. Je verstoort het niet met twijfel, angst en ongeduld. Hoe minder je belast bent met onbewuste destructieve houdingen, des te sterker voel je het scheppingsproces werken.
(Padwerklezing 194)

Er is niet alleen sprake van inprenten (het actieve principe), maar ook van ’laten inprenten’ (het ontvangende principe) in het diepste innerlijk.

Daarom kan iemand met sterke defensies niet mediteren, hoe goed zijn bedoelingen ook mogen zijn. Op bewust niveau kan hij wel actief genoeg de juiste ideeën formuleren en zich deze sterk inprenten, maar innerlijk gebeurt er niets. Hij kan zich niet laten inprenten omdat hij de verdedigingen niet uit de weg heeft geruimd waarmee hij nog steeds voor zichzelf verbergt wat hij niet wil erkennen.
(Padwerklezing 194)

Visualisatie

Visualisatie ... betekent ... niet dagdromen, fantaseren of valse hoop koesteren. Dit zijn allemaal pogingen een gevoel van hopeloosheid tegen te gaan dat op zich het gevolg is van destructieve houdingen en trekken die je niet onder ogen wil zien en op wilt geven, van overgebleven gevoelens die je niet wilt ervaren.
Visualisatie betekent dat je jezelf werkelijk waar kunt nemen in de toestand die je wilt bereiken. Je kunt jezelf in die toestand voelen. In meditatie kun je jezelf als liefdevol ervaren, in plaats van haatdragend; kun je vervulling ervaren in plaats van een eeuwig gevoel van gemis en leegte; kun je blij en tevreden zijn in plaats van bang en depressief - of waar je ook mee bezig bent in een bepaalde fase van je ontwikkeling. Visualisatie volgt op het maken van de juiste voorstelling. Je een voorstelling maken betekent dat je de nieuwe ervaringstoestand als mogelijkheid overweegt. Visualiseren betekent dat je jezelf in die toestand kunt voelen Het betekent niet dat je daarbij in allerlei details treedt, want dat kan gemakkelijk tot dagdromen leiden, die meer een belemmering vormen dan een hulp.
Als je merkt dat je niet in staat bent de gewenste geestestoestand, ervaring of het gewenste doel te visualiseren, is dit wederom een teken voor je dat je onbewust blokkeert met een tegen-waarheid .... Dan kun je daarmee aan het werk gaan, Dit alles vereist dat je je voortdurend afstemt op en bewust bent van je innerlijke processen en reacties, van de aard van je redeneringen en je reacties daarop.
(Padwerklezing 194)

Vertrouwen

Het vierde stadium is vertrouwen. In het begin kun je er alleen naar tasten door je eerlijk experimenterend op te stellen. Je kunt jezelf niet tot vertrouwen dwingen. Dat zou niet eerlijk zijn. Je zou louter met een soort wensgedachte innerlijke twijfel, negativiteit en ontkenning toedekken. Helaas gebeurt dit maar al te vaak in religies, met heel onaangename gevolgen. Het brengt spiritualiteit op zich in diskrediet bij velen die geen onderscheid kunnen maken tussen jezelf iets opleggen en het werkelijk ervaren.
...
Antwoorden kunnen op verschillende manieren komen : door inspiratie, plotselinge nieuwe ideeën (gewoonlijk wanneer je die het minst verwacht), gevoelens waarvan je nog niet besefte dat je ze had, door iets wat iemand zegt of wat je ergens leest. Naarmate je verder gaat, zul je inzien dat deze antwoorden de manifestatie zijn van een levend organisch proces, dat zo betekenisvol is dat niets wat het verstand kan bedenken er ooit aan kan tippen. Je zult merken dat dergelijke antwoorden en de klaarheid die zij brengen, stukjes van een legpuzzel zijn, die geleidelijk aan een samenhangend beeld gaan vormen. Uiteindelijk zul je je meer dan op iets anders op dit proces verlaten. Het is werkelijker dan enig ding in de stoffelijke wereld. Het is je eigen pad dat zich ontvouwt en uiteindelijk onthult het je reden voor je bestaan op deze aarde, nu en hier - de betekenis van je huidige incarnatie. Wanneer deze innerlijke ervaring en zekerheid komen, heb je vertrouwen.
Maar voordien moet je leren omgaan met de stadia die je van dit vertrouwen weerhouden. Dat kan jaren duren, in ieder geval geen dagen. Ondertussen moet je voortdurend de inhoud onderzoeken van je eigen onbewuste of gedeeltelijk bewuste veronderstellingen, gevoelens en reacties. De onuitwisbare ervaring die we geloof en vertrouwen noemen, kan alleen komen wanneer je jezelf daartoe de kans geeft, wanneer je je openstelt en eerlijk bent tegenover je zelf.
(Padwerklezing 194)

- - - - - -

Niet altijd concentreert men zich enkel op de ademhaling of op gedachten. Andere onderwerpen voor concentratie zijn :

Geluid

Gezien de kracht die muziek heeft, kan men ... gebruik maken van geluid bij het mediteren. Eentonig zingen, gewoon zingen en gewijde muziek zijn allemaal bedoeld om ons in een andere bewustzijnstoestand te brengen. Een veranderde toestand waarin we merken dat we ... weggevoerd worden uit onze stroom van alledaagse beslommeringen. Wanneer je geluid en meditatie samenvoegt bereik je soms een vergaand en diepgaand resultaat.
(David Fontana, Elementen van meditatie)

Uit het hindoeisme en boeddhisme kent men het gebruik van mantra’s en chanting.

Abeeldingen

Uit het Tibetaans boeddhisme kent men het gebruik van mandala’s en yantra’s.

Er is geen duidelijk onderscheid tussen deze twee termen. ... Zowel de mandala’s als de yantra’s zijn meestal gebaseerd op de cirkel. ... Mandala’s bevatten vaak afbeeldingen van goden, terwijl yantra’s gewoonlijk bestaan uit geometrische figuren.
(David Fontana, Elementen van meditatie)

Raadsels

Uit het zen-boeddhisme kent men de methode om zich te concentreren op raadsels (koans).

In die tijd werd me ook het beroemde verhaal verteld van de man die gevallen is en boven een afgrond hangt, hij hangt aan een dunne tak. Hij zou zich aan de tak kunnen ophijsen maar boven hem staat een woedende tijger te blikkertanden en te kwijlen. Als hij zich laat vallen is hij ook niet gered. De val zal zijn lichaam breken en bovendien staat er beneden ook een hongerige tijger. En terwijl hij daar hangt en het moeilijk heeft, komen er twee muizen, een witte en een zwarte muis, en beginnen de tak door te knagen waaraan hij hangt.
Iedereen die Zen ”studeert” komt vroeger of later in zo’n positie. Hij moet iets doen, iets opgeven. Hij kan niet niets doen, want de positie waarin hij verkeert, is onhoudbaar. Maar als hij wèl iets doet, wordt zijn positie er niet beter op. En terwijl hij aarzelt en angstig nadenkt, knagen de muizen van ”ja” en ”nee”, ”dit” of ”dat”, ”goed” en ”slecht”.

Het is een goed verhaal, maar met verhalen is het ook al oppassen. Er zijn beroepsverzamelaars van verhalen, ik heb zo iemand ontmoet, een schrijver die gretig rondsnuffelde naar nog meer vertelsels en nog meer anekdoten. Je krijgt dan een boek vol grapjes.
In het klooster werden de anekdoten met mate uitgedeeld. Het accent lag altijd op de meditatie en op de koan. De meester had maar één vraag : ”Wat is je antwoord ?” Hij had me de koan gegeven, en ik moest het vraagstuk oplossen. Iedere morgen als ik bij hem kwam verwachtte hij het antwoord, leek hij absoluut overtuigd dat ik hem die morgen op dat moment, het antwoord zou geven. Het moest uit mezelf opborrelen, uit mijn eigen wezen komen. Hij was niet bereid om me een aanduiding te geven of me op weg te helpen. De eerste koan is belangrijk, het is de poortloze poort, de gesloten opening waardoor de leerling zich naar binnen (of naar buiten) vecht. Hij moet het zelf doen. En het gevecht is zijn meditatie, zijn dagelijkse discipline, de verandering in zijn wereldbeschouwing, in het eigen zijn. Als de meester instructie gaf, dan ging het over over de techniek van meditatie, over hoe ik me moest concentreren. ”Wordt één met de koan, vergeet jezelf, vergeet alles wat met jezelf te maken heeft. Als je daar zit, stil zit, in evenwicht, je adem rustig, breek dan alles in je geest af en herhaal je koan of je leven er vanaf hangt, rustig, steeds weer. Niet gejaagd of koortsachtig maar kalm en onverschillig, onverschillig voor alles wat je dwars zit of boeit of van belang schijnt te zijn.”
”Dat is moeilijk”, zei ik dan.
”Natuurlijk is het moeilijk”, zei de meester.

(Janwillem vqn de Wetering, De lege spiegel)

Meditatietechnieken

Sommige vormen zijn combinaties van verschillende technieken. Elke vorm heeft zo zijn eigen voordelen. De ene methode is niet noodzakeljk beter dan een andere. Meditatie is iets persoonlijks. Het verloopt bij iedereen verschillend. Probeer één of meer methoden uit, en bepaal welke het best bij je passen.

Hoewel meditatie eigenlijk erg eenvoudig is, zal men snel in verwarring raken door de vele verschillende beschrijvingen van meditatie-oefeningen. Vergeet ze allemaal en zit alleen maar rustig. Wees stil en ontspannen en probeer om niets te doen. Laat alles - gedachten, gevoelens, en ideeën - onbelemmerd door uw bewustzijn stromen. Grijp u niet vast aan de ideeën en gedachten die opkomen en probeer ze niet te manipuleren. Wanneer u het gevoel heeft dat u tijdens meditatie iets moet doen, dan maakt u het alleen maar moeilijker. Laat de meditatie het zelf doen.
Nadat we geleerd hebben om de gedachten voorbij te laten stromen, zullen de gedachten rustiger worden en bijna verdwijnen. Dan zult u achter de gedachtenstroom een gevoel ervaren dat de grondslag van meditatie is. Wanneer u met deze oase van rust achter uw innerlijke dialogen in aanraking komt, laat de gewaarwording hiervan dan sterker worden. Dan kunt u eenvoudig in deze stilte blijven. Want in deze stilte is er niets dat gedaan moet worden : er is geen reden om iets teweeg te brengen of te stoppen. Laat alles gaan.
Wanneer u op deze eenvoudige accepterende manier mediteert, zal de kwaliteit ervan steeds meer uitgesproken worden en de ervaring steeds meer direct.
(Tarthang Tulku, Open bewustzijn)


Terug naar de eerste pagina over New Age

Verder naar de derde pagina over New Age, over lichaam en geest, alternatieve geneeswijzen en minder geaccepteerde onderwerpen als toekomstvoorspellen en astrologie

Naar de navigatie-pagina

Terug naar de beginpagina