Online Cursus 'hoe bouw ik een bootje in de fles?

Door Mas Haverhoek

_________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Beste mensen, hierbij vertel ik u aan de hand van getekende figuren, hoe een eenvoudig bootje in een fles gebouwd wordt. Ik tracht u het zo eenvoudig mogelijk uit te leggen zodat, als u mijn vertelling volgt, u het zelf ook zou kunnen gaan proberen en wie weet lukt het. Er zijn op de open havendagen en andere braderie’s zo veel mensen en ook vooral kinderen, die vragen: “Meneer hoe krijg je nou dat bootje in die fles?” En dan zeg ik: “Wel, in zes woorden samengevat: “Door de hals van die fles.”, maar daar is het verhaal natuurlijk niet klaar, daar stel ik iemand niet tevreden mee. Maar nu komt de uitleg:

 

Het allereerste wat u moet doen, is een mooie fles opzoeken waar u het bootje in wilt zetten.

Dat is heel belangrijk, want u bent afhankelijk van de binnenmaten  van de fles, voornamelijk

van de fleshalsmaat. Het zou kunnen gebeuren, dat u eerst het bootje hebt gemaakt en dat het niet de fles in kan omdat de fleshals te nauw is, omdat u op het laatst een fles bent gaan zoeken en dan staat u voor een groot probleem. Voor de beginners zou ik zeggen: zoek een oude melkfles op, die hebben nogal een wijde halsmaat Na een mooie fles opgezocht te hebben begin ik met een blokje vurenhout met de afmetingen van 8cm x 2cm x 2 cm zie hiernaast fig. 1.

Ik gebruik vurenhout omdat het de meest makkelijke houtsoort is om te bewerken.Het is overal te vinden en om het aan te schaffen niet duur, het snijdt, het schuurt en het zaagt makkelijk. In fig. 2 laat ik u een zeegmal zien, deze heb ik op de beide zijkanten van het blokje afgetekend, die zeeg wordt dan later uitgeschuurd.Die zeegmal heb ik van karton gemaakt. U kunt het beste alle mallen uit karton maken, het hoeft geen speciaal karton te zijn. Karton van kleine doosjes waar huishoudproducten in hebben gezeten is al voldoende.

Het uitschuren dat doe ik met een stukje grof schuurpapier, om een rond stukje hout gerold, in de dikte van een bezemsteel. Het hoeft maar ongeveer tien centimeter lang te zijn

In fig. 3 laat ik u zien hoe het blokje moet worden uitgeschuurd, de beide schuurlijnen heb ik in fig. 3 aangegeven.

 

 

In fig. 4 kunt u zien hoe de zeeg in het blokje is uitgeschuurd. Op de zeeg aan de linkerkant (dat is de kant die we de bakboordzijde noemen) tegen de eerst gezette hartlijn heb ik een van karton gemaakte mal op de hartlijn gelegd en op de bovenkant van het dek afgetekend. Ik heb hiervoor een halve dekmal gemaakt, omdat de linker- en rechterkant van het bootje gelijk aan elkaar zijn. Want als we de linkerkant van het bootje hebben afgetekend, dan draaien we de mal om en leggen de mal weer tegen de hartlijn aan en zo tekenen we de rechterkant van het bootje af. Verder ziet u in fig. 4 de verdelingspunten waar de masten moeten komen te staan en de afmetingen die nodig zijn.

Om even terug te komen op de zeeg, u zult zich misschien afvragen, waarom moet er een zeeg in een schip zitten? Vroeger in de tijd van de zeilvaart is dat al ontstaan, toen dacht men dat dit een betere versterking in de romp van het schip was. Maar met de ontwikkeling van de jaren is de zeeg uit het schip verdwenen en wordt er alleen nog met rechtlijnige schepen gevaren, maar terug naar fig. 4 zien we het blokje afgetekend en kunnen we de buitenkant in zijn model schuren. Eerst kunt u beter de grote hoeken met een figuurzaag weg zagen, dat scheelt u veel schuurwerk. 

 

Als u het bootje geschuurd hebt dan ziet het er uit als in fig. 5. Nu tekenen we op de binnenkant een randje van 2mm. af zodat we met de figuurzaag de binnenkant kunnen uitzagen.

Ik laat het u in fig. 6 zien hoe ik het met een Figuurzaagmachine doe. Want als u een gelukkige bezitter van een Figuurzaagmachine bent, dan zou ik zeker die gebruiken. Het voordeel is dat je altijd vlak zaagt.

Verder ziet u in fig. 7 hoe het bootje in vier stukken gezaagd is. De binnenkant is er helemaal uitgezaagd en de achtersteven en er is een stuk van het ondervlak afgezaagd.

Nu gooien we dat onderstukje weg en we lijmen de rest weer in elkaar, zie fig. 8

Als we nu fig. 9 bekijken, dan zien we, nadat het bootje weer in elkaar is gelijmd, ook met een messing malletje op de plekken A,B,C en D. Vijf gaatjes van 1 mm. zijn geboord, dit is om later de tuigage er doorheen te krijgen. Ook bij E en F zien we gaatjes zitten waar het scharnierdraad doorheen moet komen. Er moeten nu totaal 28 gaatjes door het dek van het bootje lopen. U telt op beide relingen 10 gaatjes en bij de plaats waar de masten moeten komen telt u er totaal 6 en bij de linkerkant van de reling zitten er ook nog twee.  Ook in de voorsteven moet er een sleufje gevijld worden, om daar de boegspriet door heen te laten lopen.

In fig.10 ziet u van boven af het bootje met de boegspriet in de voorsteven gelijmd. We laten nu het bootje even voor wat het is en we gaan ons bezig houden met de masten, deze heb ik gemaakt uit saté stokjes. Die zijn zo ongeveer 2 mm. dik en daar kunnen we gaatjes van 1mm. door boren.

U ziet in fig. 11 een mast twee maal boven elkaar getekend ook ziet u in fig. 11 de aan gegeven punten waar de gaatjes van 1mm moeten komen.

Alvorens we de masten met de mastworp bij elkaar gaan binden, lijmen we ze eerst vast en zetten de twee delen in een wasknijper zie fig. 12 .

 

In fig. 13 laat ik u een vooraanzicht en een zijaanzicht zien en de doorsnede van het bootje, ter plaatse waar de mastscharnieren door het dek komen in de gaatjes die al geboord zijn, die ik in fig. 9 met u behandeld heb. (waar ik het over totaal 28 gaatjes had.)

Ik heb in deze tekening geen maten neergezet, want de maten zijn alleen afhankelijk van de flesdoorsnede en die kan bij elke fles anders zijn. U moet ook als u een mooie fles hebt gevonden eerst de diameter en de doorsnede van de binnenkan opmeten, dan eerst de verdeling maken.

Dat wordt: de dikte van de stopverf, of klei wat u er voor wilt gebruiken, dan de twee cm. van het bootje en dan de masten die erop komen te staan. De masten moeten minstens een halve cm. onder het glas blijven, een centimeter zou nog beter zijn.Het is niet zo moeilijk om een rekensommetje te maken.

Stelt u zich voor dat de diameter van de binnenkant van de fles 7 cm. is, daar moet u af rekenen 2 cm. van het bootje en 1cm dikte van de stopverf, of klei wat u maar wilt, dan houdt u 4 cm. over. De ondermast maakt u op 2,5 cm en de bovenmast op 1,5 cm dan bent u weer terug op 4 cm., u zou dan als u de maten bij elkaar optelt  stijf tegen het bovenglas aan zitten, maar dat gebeurt niet want de boot wordt een halve cm. in de stopverf gedrukt en de  boven- en ondermast overlappen elkaar een halve cm. en zo houdt u 1 cm. ruimte op de onderkant van het glas. Zo ziet u het is meer rekenen en denken dan het doen.

 

Als u nou fig. 14 bekijkt den ziet u een fles met een diameter van 8 cm., ik heb daar hele andere maten als voorbeeld ingezet.

 

Van te voren kun je nooit zeggen wat voor soort fles je vindt, dus daarom moet u altijd rekening houden met verschillende flessen, dus ook verschillende maten.

Om even terug te komen op fig. 13 u ziet daar in de tekening dat de masten aan het dek bevestigd zitten, en met het scharnierdraad door het dek heen lopen. Als u nou dat tekeningetje goed bekijkt dan ziet u dat de mast een halve mm. vrij van het dek staat, dat moet u zo wel doen, want als u dat niet doet en de mast zit stijf tegen het dek aangedraaid, dan krijgt u de masten niet goed scharnierend, dus weer even opletten geblazen. Ook moet u het scharnierdraad dat aan de onderkant van het rompje uit komt naar voren toe buigen. Want als u het bootje in de fles gaat brengen en het scharnierdraad staat naar achteren gebogen en u brengt het bootje de fles in, dan drukt u het bootje uit de stopverf in plaats van erin en dat is de bedoeling niet.

 

De masten staan er nu op, en in fig. 15 ziet u hoe ik met naald en garendraad het bootje aan het optuigen ben. Eerst wordt met het optuigen het staand wand erop gezet en zoals u kunt zien hecht ik het aan de onderkant van de romp af, meestal gebruik ik hiervoor gewoon zwart naaigaren.

U ziet in fig. 15 dat ik daar met de voormast bezig ben

 

en in fig. 16 ziet u hoe ik met de achtermast het staand wand er aan het inbrengen ben, let u goed op hoe ik mijn vingers op de masten houd, want ook dat is bij het optuigen belangrijk.

In fig. 17 ziet u op de onderkant van het bootje hoe het draad met de hand is afgewerkt. Ook ziet u in fig. 17 de draden lopen die uit de romp van het bootje te voorschijn komen. Het is wel op de zaak vooruitlopen, maar ik laat het u nu al vast zien.De B draden, dat zijn de draden die van de grootzeilen af komen en door de romp van het bootje lopen en later in de stopverf gedrukt worden.

 En de C draden, deze komen van de beide masttoppen vandaan en lopen via de fokzeilen door de boegspriet heen en worden later onder de boegspriet vastgelijmd en afgesneden.

 

Als we fig. 18 bekijken, dan zien we het bootje met opgetuigde masten, maar nog zonder giek en gaffel.

Maar in fig. 19 ziet u een detail, hoe de giek en gaffel aan de mast(masten) getuigd staan.

Compleet met de gaatjes die door de mast geboord zijn om de tuigage er door heen te laten lopen.

 

In fig. 20 ziet u een kruishoutje/hellinkje getekend staan. Als het bootje goed en wel is opgetuigd, dan schroef ik het vast met een schroef en vulring. Door het schroefgat dat u in het midden ziet en aan de voorkant heb ik een ring gedraaid om daar de draadeinden die ik van de tuigage overhoud, doorheen te halen.

Zo ook de koperen spijkertjes, ze zitten er om de draden vast te zetten, zodat ik het kruishoutje/ hellinkje vast kan klemmen aan een werktafel en  mijn handen vrij heb om verder aan het bootje te werken.

 

Hier (fig. 21) ziet u het bootje opgetuigd op de bouwhelling staan.

Ik heb in het midden van de bouwhelling een gaatje geboord waar het bootje via een moer is vastgeschroefd.

Die moer zit ertussen om het bootje makkelijk te kunnen draaien en de tuigage kan er vrij onderdoor lopen en zo worden vastgezet met twee koperen spijkertjes aan weerskanten van de bouwhelling. U ziet dan ook, door het vastgeschroefde

vooroog vijf draden a,b,c,d,e lopen die uit de boegspriet komen. Alle draden  worden op een extra lengte gehouden, om dadelijk voldoende draden over te houden als we het bootje in de fles hebben staan, en de masten met de zeilen omhoog moeten trekken.

Nu het bootje zo goed als op de helling opgetuigd staat, ga ik nu eerst aan de fokzeilen beginnen, u ziet in fig. 22 een  messing plaatje met de afmeting van 5 x 5 cm met tandjes er op gesoldeerd, die zitten er om tegen die tandjes het fokzeiltje aan te leggen, dat ik van te voren al heb afgetekend. Zie fig. 23.

U ziet daar ook een stukje ronddraad van 0,5 mm. dik, dat ik aan de ene kant leg en aan de andere kant ligt het afgetekende fokzeiltje. Het is nu de bedoeling om naald 2 over het stukje ronddraad van 0,5 mm. heen te halen en aan de andere kant weer uit te komen en dan met naald 1 weer terug te gaan door hetzelfde gaatje waar je met naald 2 doorgekomen bent, zo wordt dat herhaald over heel de lengte van het fokzeiltje.

Zie fig. 24 waar u de andere kant van het naaiwerkje ziet.

 

Hier in fig. 25 ziet u dat de drie fokzeilen nu klaar zijn. Ook de voorstagdraden zijn door de gemaakte oogjes (die ik u in fig 24 liet zien) heen getrokken.

Ik laat u aan het voorbeeld deze voorstagdraden zien, hoe straks de werkelijke voorstagdraden

door de oogjes worden gehaald.

In fig. 26 ziet u hoe ik uit tekenpapier de grootzeilen heb uitgeknipt. Ik heb eerst de maat en de schuinte opgenomen tussen de giek en de gaffel en dat op tekenpapier overgezet. Ook ziet u een stippellijn in het midden lopen, dat is een vouwlijn. Stippellijnen zijn altijd vouwlijnen, zoals ook in bouwplaten vermeld staat. Het grootzeil vouwen we dadelijk op de stippellijn om en we lijmen het om de draad heen die bij de mast loopt door het dek heen en we zetten de bovenkant aan de gaffel vast en de onderkant van het grootzeil zetten we aan de giek vast, zowel bij de voormast als bij de achtermast.

n fig. 27 ziet u het grootzeil omgevouwen met als voorbeeld de draad, waar ik het bij fig. 26 over had. De draad die via de giek door het dek heen loopt.

 

In fig. 28 laat ik u een heel detail zien hoe de constructie van de beide masten (in dit geval de voormast) in elkaar zit. Ook ziet u hoe het grootzeil aan de B lijn vast gelijmd zit. En nogmaals hoe de draden van de tuigage en de giek en de gaffel door het dek heen lopen.

 

 

Bij fig. 29 ziet u één van de lijzeilen getekend. Ik heb het met een C aangegeven waar hij komt te zitten. Ook dit zeil is op dezelfde manier gemaakt als de grootzeilen, uit tekenpapier geknipt. Dus verder spreekt fig 28 (hierboven) begrijpelijk

en overzichtelijk zowel wat het grootzeil als het lijzeil betreft.

Hier rechts ziet u nog eens het lijzeil in fig 30. Met als voorbeeld om de gaffellijn heen gelijmd.

Het maken van de zeilen is nu helemaal klaar. U ziet het bootje nu van boven af klaar op de bouwhelling staan in fig. 31. BB betekent Bakboord, dat is de linkerkant van de boot en SB betekent stuurboord, dat is de rechterkant van de boot. Alles is nu gereed om de masten met de zeilen te strijken en de fles in te schuiven, maar daar wachten we nog even mee. Want ik ga me nu eerst met de fles bezig houden.

In al die tussentijd hebben we een mooie schone fles opgezocht, zie fig. 32. Omdat het bootje, in de lengtemaat, de hoogtemaat en vooral de breedtemaat afhankelijk is van de flesafmetingen, is het nodig om eerst te zorgen, dat we een fles met bepaalde afmetingen hebben, waar het bootje ruim in kan. Het belangrijkste is de diameter/doorsnede van de opening van de hals, want daar moet alles doorheen kunnen. Dan moet de fles heel schoon en droog zijn, want als we er stopverf in doen en er zit b.v. nog water in, dan verdraagt de stopverf het water niet en we krijgen geen hechting tussen het glas en de stopverf.

In fig. 33 ziet u hoe ik de fles, na goed schoongemaakt te hebben op een zelfgemaakt standaardje heb vastgezet met een snelbinder. Deze standaard staat vast geklemd aan een tafel. De fles moet heel goed vast staan, om met beide handen vrij te kunnen werken, zoals de zee op de stopverf te kunnen schilderen.

Zoals u in fig. 34 kunt zien doe ik dat met een zelf gemaakte scharnierende penseel.

Nadat ik de stopverf en het schilderwerk een paar dagen in de fles heb laten drogen, zodat de stopverf nog net hechtbaar is,  neem ik het bootje en vouw het helemaal achterover  zie fig. 35 en schuif ik het in de fles zie fig. 36.

Bij fig. 37 ziet u het bootje in de fles staan, en het wordt vastgedrukt in de stopverf en terwijl ik dat doe, trek ik met de uitstekende draden de masten omhoog.

In fig. 38 ziet u de masten omhoog staan en alle draden zitten met een plakbandje aan de buitenkant van de fleshals vast. Ik ga nu nog met wat transparante lijm  alle draden onder de boegspriet vastlijmen en als die lijm goed is gedroogd, dan neem ik een dun stokje met een scheermesje eraan en ik snij op het eind van de boegspriet de draden af. Ook de draden die onder het bootje vandaan komen worden met een lange kappersschaar zo kort mogelijk weggeknipt. Zo blijft het bootje, zoals u hierboven ziet, een week staan totdat de stopverf is uitgehard. Daarna gaat er een kurk op. (fig. 39)

Tot slot!

 

Tot slot wil ik u zeggen, dat de meeste stukjes gereedschap zelf gemaakt moeten worden Het enige dat ik koop is de verf en stopverf, boortje van 1mm., garen en wat penselen en

daar zijn er bij, die gebogen moeten worden, of scharnierend moeten. Heel succes met uw eerste fles! Mas.

 

terug naar de homepage
©Mas Haverhoek 2005 -2010