De droogmakerijen

Deze pagina is onderdeel van een site. Als u links op uw scherm geen frame ziet met de inhoudsopgave en u wilt naar die site, klik dan op: HOME

De droogmakerijen uit de 17e eeuw veranderden het karakter van het Schermereiland ingrijpend. De droogmakerijen hadden met vele facetten. Van oorsprong waren het financieringsobjecten, dus met winstbejag als doel. De consequenties waren enorm: op den duur verdwenen de binnenvisserij en de zeevisserij en veranderde het hele werkgelegenheidspatroon; er ontstonden geweldige hoeveelheden nieuwe landbouwgrond; de veiligheid werd (door het verdwijnen van de watermonsters) bevorderd; de omvang van de boezemwateren werd een stuk minder, waardoor de oude veenweidepolders in de problemen kwamen.

De droogmakerijen in en om het Schermereiland op een rij gezet: de Beemster (7100 ha) in 1612; de Purmer (2756 ha) in 1622; de Wijde Wormer (1620 ha) in 1626; de Heerhugowaard (3500 ha) in 1630; de Schermer (4770 ha) in 1635; de Starnmeer in 1643; de Noordeindermeer in 1647; de Sapmeer kort voor 1656; de Graftermeer, waarvan het droogmaken in 1845 begon. De Lei en de Knie bestaan nog als meertjes.

Klik voor het vervolg ('de Mijzenpolder') op de roll-over die hieronder staat.