The Daily Bite

 

HET LAATSTE MINNE-NIEUWS

 

(laatste bewerkingsdatum: 16 september 2001)

 

Biografie krijgt prima pers

 

‘Brieven van Pierken’-project afgesloten

 

Biografie gepresenteerd in bloedhete Vooruit

 

‘Lekker wijf’ bloemleest ‘Lucace’

 

De Roode Jeugd van Minne

 

Dissertatie: Minnes dichtwerk geïnventariseerd

 

Bibliografie on-line te raadplegen

 

Richard Minne, Gents krantenman

 

Minne leest voor, Elsschot luistert toe

 

De Dichter des Vaderlands houdt ook van Minne

 

Een overzicht van recente publicaties over Minne

 

 

Biografie krijgt prima pers

Pijnacker, september 2001

Op 10 mei verscheen eindelijk De vrijheid nog veroveren. Richard Minne 1891-1965. De biografie in de Open Domein-reeks van De Arbeiderspers telt ruim 500 pagina’s, waarvan 443 pagina’s leestekst. Een stevig noten­apparaat voor de liefhebber, een uitgebreid bronnenoverzicht, een beknopte bibliografie van Minnes publicaties en een namenregister ronden het boek af.

Er is heel wat voor nodig geweest, maar feit is dat de publiekspers zelden zo ‘vol van Minne’ is geweest als de afgelopen periode. We zijn nu vier maanden verder - en twaalf recensies plus vier andere artikelen. De Haagse Courant zal op 7 september vermoedelijk de laatste zijn uit de serie dag- en weekbladen die een recensie aan het boek hebben gewijd.

En de conclusie kan bovendien zijn dat de biografie zeer goed ontvangen is. Over de hele linie is het boek beoordeeld als een belangrijke publicatie. Er bestaat nu eindelijk een goed beeld van Minnes leven; een aantal hardnekkige mythen is opgeruimd, witte vlekken zijn ingevuld en vragen zijn beantwoord. Minnes schrijverschap heeft meer reliëf gekregen door de historische en literair-historische context waar het boek aandacht aan besteedt. De recensie in Knack is wat dat betreft de uitzondering die deze regel bevestigt.

In totaal verschenen er twaalf recensies, waarvan de eerste zes in Vlaanderen (van 9 mei tot 7 juni) en de tweede zes in Nederland (van 8 juni tot 7 september). Dagblad De Gentenaar publiceerde op 9 mei een interview met uw dienaar. In Elsevier (14 april), de Volkskrant (8 juni, later verscheen een uitgebreide recensie) en HP/De Tijd (15 juni) verschenen signalementen, in Elsevier in de vorm van een kort interview.

De Bijter verzamelde uiteraard alle reacties. Zodra er ook recensies uit de ‘vakpers’ zijn, zal daar eveneens aandacht aan worden besteed.

 

 

‘Brieven van Pierken’-project afgesloten

Gent, september 2001

Vincent Neyt heeft onlangs zijn twee jaar geleden begonnen project rond de ‘Brieven van Pierken’ uit de periode 1931-1936 afgerond. De zeer gedateerde (want aan de toenmalige actualiteit opgehangen) maar binnen Minnes loopbaan onmisbare Gentse beeldverhalen zijn door hem geïnventariseerd en geannoteerd. Vooral dat laatste is niet zonder belang: wie weet nu immers nog wat er in de jaren dertig speelde op politiek en maatschappelijk gebied? Zonder een fatsoenlijke toelichting blijft minstens de helft van Minnes satires zonder betekenis en daardoor verborgen. Spittend en gravend in kranten, tijdschriften en boeken heeft Vincent Neyt, in een project dat werd bekostigd door de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde - regelmatig het voorwerp van Richard Minnes spot overigens! –, die betekenis ‘teruggegeven’ aan de teksten.

Het gaat om de Brieven van Pierken uit Koekoek, verschenen van 1931 tot 1935 (202 afleveringen), en uit de jaarlijkse Vooruit-almanak, edities 1933 en 1934 (beide keren twaalf afleveringen, gekoppeld aan de maanden van het jaar, verschenen onder de titel ‘Dagklapper’). De annotaties behelzen de politieke en culturele context waarin veel afleveringen ontstonden, maar ook verklaringen van het Minniaanse idioom waarin ze werden geschreven (een soort vrije dichterlijke bewerking van het Gents, al zijn veel woorden zuiver Gents).

De bedoeling is uiteraard dat dit werk in boekvorm zal worden gepubliceerd. Dat zal vermoedelijk in 2002 gebeuren, en al even vermoedelijk wederom door tussenkomst van de Academie. In die uitgave zullen de Pierkens in facsimilé gepubliceerd worden, aangezien anders uiteraard de beeldkracht en de oorspronkelijkheid van deze verhalen wegvallen. De Brieven van Pierken zullen daarbij tevens op CD-ROM beschikbaar komen. Op Vincents website vindt u een voorproefje van deze multimediale Pierken De Spiegeleire.

Jammer genoeg lijkt het project daarmee ten einde. De hoop dat dit een begin zou zijn en dat ook de wekelijkse Pierkens uit het dagblad Vooruit (1935-1940 en 1944-1965) op deze manier aan de eeuwigheid zouden kunnen beginnen, is inmiddels ijdel gebleken. Hoe dan ook: chapeau, Vincent!

 

 

Biografie gepresenteerd

Gent, mei 2001

Het was warm, het was druk en het was geslaagd op 10 mei. In een bomvolle Balzaal van de Vooruit in Gent werd die avond de biografie De vrijheid nog veroveren. Richard Minne 1891-1965, uitgegeven door De Arbeiderspers in de reeks ‘Open Domein’, ten doop gehouden. Paul Luyten van Boekhandel Walry had een geöliede en afwisselende avond vol voordracht en muziek georganiseerd.

De in sjiek lang gestoken Betty Mellaerts presenteerde het Minne-feest en interviewde uw dienaar over het boek. Dirk Van Esbroeck liet zijn Minne-bewerkingen, onder meer van de CD Van op de hoge brug, live horen. Pol Hoste, Geertrui Daem, Herwig De Weerdt, Guido Van Meir, Daniël Van Ryssel en Prosper De Smet lieten, onder het motto Zes keer zes minuten, hun favoriete Minne-tekst horen. En Stefan Brijs, prozaschrijver, leidde de biografie in. U kunt zijn ‘Brief aan Minne’ integraal nalezen op zijn website.

Zo’n 250 liefhebbers waren aanwezig en ontvluchtten, nog verder opgewarmd door dit programma, na afloop de kokende Balzaal om in de cafézaal aan de biertaps te gaan hangen en na te praten. Een menigte bezoekers schafte zich het boek aan, voorzien van signatuur en opdracht van de auteur.

 

 

‘Lekker wijf’ bloemleest ‘Lucace’

Amsterdam, 2000

In relatieve stilte heeft het de samenstelster van een bloemlezing korte verhalen behaagd, voor haar boek ook een verhaal van Richard Minne te selecteren.

Dat lijkt weinig bijzonder, ware het niet dat het in het verleden nog maar twee keer eerder is voorgekomen dat een verhaal van Minne een bloemlezing haalde; en ware het niet dat het hier om het verhaal ‘De wraak van Meneer Lucace’ gaat. Dat werd pas gevonden na de verschijning van Minnes Verzamelde verhalen in 1996. Het verhaal werd in 1997 wel in Tirade gepubliceerd, maar was dus nog niet in boekvorm beschikbaar.

Daarin heeft Marieke Groen verandering gebracht. Deze prozaschrijfster, door Herman Brusselmans in Vergeef mij de liefde overigens “een lekker wijf” genoemd (hetgeen zij zelf op haar eigen website trots beaamt), stelde in 2000 voor uitgeverij Prometheus de bloemlezing ‘wraakverhalen’ Oog om oog samen. Minnes ‘De wraak van Meneer Lucace’ is het openingsverhaal van deze bundel, overigens direct gevolgd door een bijdrage van Jeroen Brouwers. Minne is dus in vertrouwd gezelschap in dit boek.

 

Oog om oog. De mooiste verhalen over wraak is een uitgave van Prometheus. Het ISBN is 9053338608, de winkelprijs fl. 25,-. Zie verder de website van Marieke Groen.

 

 

De Roode Jeugd van Minne

Gent, april 2001

Van 1917 tot 1919 was de jonge Minne redacteur van het links-marxistische en pacifistische tijdschrift Roode Jeugd; het spreekorgaan van de opstandige Socialistische Jonge Wachten, de jongeren van de Belgische Werkliedenpartij, te Gent. Vanaf februari 1918 was het tevens de spreekbuis van de hiermee verweven Vredesgroep der Socialistische Partij, waar ook oudere partijleden lid van waren. De twee organisaties en het blad volgden de oorlogspolitiek van de BWP op uiterst hinderlijke wijze; door diezelfde partij echter even hinderlijk dwarsgezeten. Uit de kringen rond het blad kwam nog in 1918 de eerste communistische groepering van Vlaanderen voort.

Richard Minne schreef in Roode Jeugd de rubriek ‘De Vredesbeweging’, waarin hij de activiteiten van pacifistische socialistische groeperingen in Europa volgde en beschreef. Hij schreef ook een deel van de brochure Ons standpunt, waarin op wetenschappelijk-marxistische wijze op de problemen van oorlog, kapitalisme en bourgeoisie werd ingegaan. Én hij publiceerde op het eind, na de wapenstilstand, twee onbekend gebleven gedichten.

In het maart 2001-nummer van Brood & Rozen, het tijdschrift van het Archief en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging te Gent, verscheen een geïllustreerd artikel van uw dienaar over de geschiedenis en inhoud van Roode Jeugd – en daarmee over deze fase van Minnes leven. Het artikel is een aangepaste voorpublicatie uit de in mei 2001 verschenen biografie De vrijheid nog veroveren. Richard Minne 1891-1965, met enkele unieke illustraties.

 

Marco Daane, ‘Sluipers en vrijschutters. De Roode Jeugd van Richard Minne’, in Brood & Rozen 6 (2001) 1, p. 6-29.

 

Brood & Rozen is te verkrijgen bij het AMSAB, Bagattenstraat 174, 9000 Gent, tel. +32 9 2240079, fax +32 9 2336711.

 

 

Dissertatie: Minnes dichtwerk geïnventariseerd

Gent, februari 2001

Op 2 februari 2001 promoveerde Yves T’Sjoen, wetenschap­pelijk assistent aan de Universiteit Gent, op de integraal verzamelde poëzie van Richard Minne. In duizenden varianten heet zijn zesdelige, 10,5 kilo wegende dissertatie, die hij in ca. negen jaar onder promotor prof. Anne Marie Musschoot vervaardigde. T’Sjoen verzamelde alle gedichten van Minne (gepubliceerd en ongepubliceerd), schreef er de ontstaans­geschiedenissen van en inventariseerde alle varianten – in sommige gevallen acht verschillende.

Het is nog maar de tweede keer dat een wetenschapper zich op deze wijze met Minne bezighield. In 1975 verscheen van de hand van wijlen Dina Van Berlaer-Hellemans de studie De poëzie van Richard Minne in het licht van de ironie.

Dat promotiewerk verscheen ook in boekvorm (Hasselt, Heideland). In België is het, anders dan in Nederland (al is het maar in kleine oplagen), echter niet verplicht dissertaties te publiceren. De liefhebber moet wat betreft Yves T’Sjoens dissertatie nog wat langer op zijn of haar honger blijven, wellicht tot dit mammoetwerk verschijnt in de serie Monumenta literaria neerlandica of tot Uitgeverij G.A. van Oorschot met een nieuwe leeseditie van Minnes volledig dichtwerk komt.

 

 

Bibliografie on-line

Pijnacker, april 2000

Uw dienaar houdt zich reeds sinds 1992 bezig met het zoeken en vinden van Minnes gepubliceerde werk in boeken, gelegen­heidsuitgaven, almanakken, jaarboeken en tijdschriften. Nog steeds duiken onbekende publicaties op, zeker nadat in 1996 het biografisch onderzoek was begonnen. Twee onbekende korte verhalen bijvoorbeeld: ‘De wraak van Meneer Lucace’ (verschenen in het geïllustreerde weekblad ABC, november 1944; opnieuw gepubliceerd in Tirade, september 1997) en ‘Geschiedenis van een bolhoed’ uit Snoeck’s grote Almanak 1954.

De bibliografie van publicaties van Richard Minne is volledig on-line te bekijken. Uiteraard kunt u er met de zoekfunctie van uw browser doorheen lopen. Een register ontbreekt om die reden. Een bibliografie is uiteraard geen statisch verschijnsel en heeft niet de pretentie compleet te zijn. In de toekomst kunnen dus aanvullingen passeren.

 

 

Richard Minne, Gents krantenman

Gent / Amsterdam, maart 2000

Op 29 februari 2000 is het zevende deel verschenen van de Stedenreeks Het Oog in ’t Zeil - de inmiddels bekende en gewaardeerde boekenserie van Uitgeverij Bas Lubberhuizen over literaire steden. Dit zevende deel, onder redactie van Deus ex Machina-redacteur Dirk Leyman en uw dienaar, is gewijd aan Gent.

Gent, de dubbelzinnige bevat bijdragen over de auteurs Maurice Maeterlinck, Multatuli, Karel Van de Woestijne, Adolf Herckenrath, Jean Ray, Johan Daisne en Hugo Claus; over de Franstalige auteurs van Gent; en over de Minardschouwburg, de Boekentoren van de Universiteitsbibliotheek, de Leiestreek, buitenlandse literaire toeristen en Jan Hoet. Medewerkenden zijn o.a. Anne Marie Musschoot, Philip Vermoortel en Johan Vandenbroucke. Niet te versmaden zijn ook de bijdragen van Eriek Verpale en Pjeroo Roobjee (zij schreven speciaal voor dit boek nieuw werk) en, als gepaste afsluiting, de literaire wandeling door Gent.

Van uw dienaar bevat dit boek een bijdrage over Richard Minne als Gents krantenman. Het essay is opgezet als een portret van de journalist Minne, opgesmukt met voorbeelden van zijn werk voor het satirisch weekblad Koekoek, het dagblad Vooruit en diens cultuurpagina 'Het Geestesleven'. Parallel daaraan geeft het de lijnen aan van de ontwikkeling van de Gentse uitgeverij Het Licht tijdens Minnes dienstverband.

 

Marco Daane, ‘”Gelijk teken die te lang in de zon hebben gelegen”. Richard Minne, een dichter in de “muit” van Vooruit’, in Marco Daane en Dirk Leyman (red.), Gent, de dubbelzinnige. Amsterdam, Bas Lubberhuizen, 2000, p. 191-209.

 

Gent, de dubbelzinnige is verkrijgbaar in de boekhandel: fl. 44,50 of BEF 890. Voor informatie: Uitgeverij Bas Lubberhuizen, Johan Willem Brouwersstraat 32, 1071 LK  Amsterdam, tel. +31 (0)20 618.41.32, fax. +31 (0)20 675.32.13, e-mail info@lubberhuizen.nl.

 

 

Minne leest voor, Elsschot luistert toe

Antwerpen, januari 2000

De week van 24 januari 2000 kan in de annalen worden bijgeschreven als ‘een nogal Minniaans getinte week’, met drie publicaties: op 26 januari een geïllustreerd artikel van Yves T’Sjoen in Knack, op 27 januari Gerrit Komrij over een gedicht van Minne in De Standaard en aan het eind van de week de tweede nieuwsbrief van het Willem Elsschot Genootschap (WEG) met een bijdrage van uw dienaar.

Daarin gaat het uiteraard over de relatie Minne-Elsschot, aan de hand van hun verwantschap en enkele publicaties en uitspraken van Minne over de grote Antwerpenaar. Het artikel bevat enkele getuigenissen van Minne over Elsschot, maar ook van Christine D’Haen die de beide oude vossen meemaakte tijdens een Elsschot-avond in Gent.

Bijzonder zijn de illustraties die bij dit artikel zijn opgenomen. Ze komen uit twee boeken die in antiquariaten boven water kwamen. Het eerste is het voor Elsschot persoonlijk gedrukte luxe exemplaar van het Vriendenboek ter gelegenheid van Minnes 60e verjaardag (1951). Van dat liber amicorum werden elf exemplaren gedrukt die werden genummerd met een letter (in dit geval ‘I’) en werden voorzien van de naam van de persoon waarvoor het bestemd was. Elsschot was één van de drie voordrachtgevers tijdens de viering van Minnes zestigste verjaardag en schreef voor dat Vriendenboek het gelegenheidsgedicht dat begint met de welbekende regels “Nuchtere dronkaard, / tedere woestaard...”

Minstens zo bijzonder is de eveneens afgedrukte opdracht die Elsschot schreef in het exemplaar van zijn Verzameld werk dat hij in juli 1957 aan Minne aanbood. Een getuigenis daarvan is terug te vinden in Elsschots Brieven (1993): een brief van Minne aan Elsschot, waarin hij hem ontroerd bedankt voor het geschenk en verklaart hoe het boek hem terug naar de tijd had gevoerd, toen hij Villa des Roses voor het eerst las. Ook dit opdrachtexemplaar dook onlangs in een Antwerps antiquariaat op; het zoveelste bewijs van de dooltocht van Richard Minnes versnipperde nalatenschap.

Wat Elsschot in het boek schreef voor Minne en wat Minne over Elsschot te vertellen had, kunt u nalezen in:

 

Marco Daane, ‘Minne leest voor’, in Achter de schermen. Nieuwsbrief van het Willem Elsschot Genootschap 1 (1999-2000) 2 (januari 2000), p. 3-5.

 

Voor informatie over het WEG (waarvan u gewoon lid kunt worden!!): Lijsterbeslaan 6, 2920 KALMTHOUT, België, tel. +32 3 666.78.70, fax. +32 3 666.25.42, http://www.weg.be, e-mail info@weg.be.

 

 

De Dichter des Vaderlands houdt ook van Minne

Brussel, januari 2000

Op 25 januari 2000 werd Gerrit Komrij tot de Nederlandse Dichter des Vaderlands gekozen. Eens afwachten op welke wijze hij die taak ook van enige ironische lading zal voorzien, want vooral het tweede lid van de eretitel biedt daar toch ruimschoots mogelijkheden toe. Het is alvast jammer dat hij heeft aangekondigd waarschijnlijk niet te zullen dichten over het verwachte huwelijk van de Nederlandse kroonprins.

Aan de andere kant: chapeau voor een dichter die deze gebeurtenis wenst te negeren. Er zijn belangrijker zaken af te handelen. Zoals de poëzie zelve, bijvoorbeeld. Gerrit Komrij heeft al jaren een wekelijkse rubriek in NRC Handelsblad – eerst ‘In liefde bloeyende’ geheten, na de bundeling daarvan nu ‘Trou moet blycken’. Daarin bespreekt hij één gedicht op heldere wijze. Sinds enige tijd heeft hij die rubriek ook aan De Standaard overgedaan, zodat de Vlaamse lezers eveneens van zijn kunsten kunnen genieten.

Komrij is een Minne-liefhebber; in zijn fameuze bloemlezing De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten (1979) heeft hij hem het maximum van 10 gedichten toebedeeld. Minne behoort dus tot de Komrijsche eredivisie en het was slechts een kwestie van tijd voor hij hem ook in zijn wekelijkse poëzierubriek zou behandelen. Op donderdag 10 juni 1999 gebeurde dat al in de NRC toen Komrijs treffende uiteenrafeling van Minnes gedicht ‘Uitkijk’ verscheen. In De Standaard der Letteren, de boekenbijlage van genoemd dagblad, was op 27 januari 2000 te lezen wat hij vindt van dit overigens voor Minnes oeuvre en persoonlijkheid al even treffende gedicht, dat begint met de regel “Soms zit ik op den uitkijk in een boom”.

Komrij analyseert het contrast van zakelijk realisme en abstracties dat Minne gebruikt, constateert niet zonder sympathie dat hij in ”de meest dagelijkse taal”, zonder hoogdravende woorden en “levendig” schrijft en noemt hem tot slot een “magnifiek dichter”.

Twee kleine opmerkingen verhogen de pret wellicht nog wat. Komrij is de laatste tijd in de NRC aangesproken op wat kleine onzorgvuldigheden. In dit stukje gebruikt hij om het woord dretsen (in de regel “zij draven, draaien, dretsen links en rechts”) te verklaren het Woordenboek der Nederlandse Taal. Dat vermeldt dat dretsen in het West-Vlaams “zonder doel of zonder houding lopen” betekent. Wat Komrij natuurlijk had moeten doen, is het Gents woordenboek van Lodewijk Lievevrouw-Coopman consulteren; Minne was immers een Gentenaar, en West-Vlaamse verklaringen voor zijn woorden aannemen kan tot onbedoelde ontsporingen leiden. De schade blijft in dit geval overigens beperkt. In het Gents woordenboek staat achter dretsen: “veel lopen”. De connotatie “zonder houding” hoort er dus niet bij en ons dunkt dat Minne die ook zelf al toevoegde met “links en rechts”. ’t Is slechts een kleine en futiele, maar niet geheel oninteressante aanmerking. De connotatie “veel lopen” geven het WNT en het West-Vlaams dan weer niet en die kan bij Minne wel een rol gespeeld hebben. Soit! (Ook het werkwoord uit de slotregel ontwerren, dat Komrij terecht verklaart als ‘ontwarren’ in plaats van ‘ontwaren’, staat trouwens als zodanig in ‘de Lievevrouw-Coopman’. Het Gents woordenboek, dat Minne diverse keren met groot enthousiasme opvoerde in zijn column ‘In 20 lijnen’, is een interessant apparaat bij Minnes poëzie.)

Schitterend is vooral Komrijs terloopse hedendaagse kijk op een ander gedicht van Minne:

 

Daar zit hij dan op de uitkijk, zoals dat nu eenmaal gaat bij dichters. ’t Roept een beetje die andere eerste regel van Minne bij je wakker – De dichter zit in het bordeel en denkt – ook al zo langs z’n neus weg gezegd, ook al zo zonder tegenspraak te dulden, zó boem-pats dat je de gekkigheid ervan vergeet. Niet de gekkigheid dat de dichter in het bordeel zit, bedoel ik, maar dat hij denkt.

 

Met dat laatste verwoordt hij iets van de tijdeloosheid van Minnes gedichten. Destijds (dit gedicht, ‘Inscriptie voor een meisjesboek’, verscheen in 1921) was het namelijk vooral dat in-het-bordeel-zitten van ‘de dichter’ dat opzien baarde. Daar schrikken we tegenwoordig niet meer van, niet in een gedicht en niet in het echt.

Dat een dichter denkt is ook niet echt iets om van op te kijken; maar dat hij in een bordeel zit te denken is een sit com-opvatting die wat ons betreft applaus verdient om zijn originaliteit! ‘Inscriptie’ is het eerste gedicht waarin Minne het dichterschap en de poëzie op de hak nam; Gerrit Komrij, nu gij a.u.b.!

 

 

Een overzicht van recente publicaties over Minne

 

De ‘schat van Schellebelle’ en het Belgische archiefbeleid

In Knack van 26 januari 2000 komt Yves T’Sjoen terug op wat voor hem “misschien wel dé literaire vondst van de jongste jaren” is. In dat Belgische weekblad vertelt hij over het opduiken van het derde en vermoedelijk laatste substantiële deel van Richard Minnes nalatenschap in een garage te Schellebelle (zie verderop). Hij doet echter meer: hij vertelt over de verspreiding van Minnes nalatenschap door toedoen van diens weduwe, van 1965 tot 1971; verspreiding over het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, de Rijksuniversiteit Gent, enkele privé-collecties – en dus ook, tot het laatst toe, haar eigen zolder. Hij gebruikt zijn artikel daarnaast om een lans te breken voor een geïntegreerd en actief archiefbeleid: vrijmaking van meer fondsen voor conservering en ontsluiting van archivalia, en het gebruik van daarvoor bestemde fondsen ook voor aankoop van literair archiefmateriaal. Hij spreekt de hoop uit, dat een substantiëler en gerichter archiefbeleid vertrouwen kan wekken en wellicht meer eigenaars ertoe kan aanzetten hun handschriftelijke en andere bezittingen te verkopen.

Dat hoopt uw dienaar uiteraard ook; aan dat vertrouwen kan beslist een en ander verbeterd worden. Men neemt alleen afscheid van dergelijke materialen, waar vaak allerlei emoties en herinneringen aan kleven, als dat met een gerust hart kan gebeuren. Tijdens het onderzoek voor de Minnebiografie was van terughoudendheid op dat gebied regelmatig een en ander te merken.

Het artikel in Knack is voorzien van vier foto’s, waaronder – zie ook hierboven! – een opname van de toehorenden tijdens de viering van Minnes zestigste verjaardag in 1951. Op de voorste rij, naast elkaar: Minne en Willem Elsschot! Bekende foto’s van Minne achter zijn bureau en van de vier Fonteiniers op hoge leeftijd worden ten slotte vergezeld van een nooit eerder gepubliceerd en zeer fraai staatsieportret van Julienne Minne-Rowland, Minnes vrouw.

 

Yves T’Sjoen, ‘De schat van Richard Minne’, in Knack, 26 januari 2000.

 

Knack is een uitgave van de Vlaamse Tijdschriften Uitgeverij, Raketstraat 50, bus 2, 1130 BRUSSEL, België.

Zie ook http://www.knack.be. De servicelijn van Knack in België: 0800 - 15863, fax 0800 – 17778.

 

De geschiedenis van Regenboog op schrift gesteld

In 1918 verscheen het feitelijke literaire debuut van Richard Minne in het literaire tijdschrift Regenboog. Over dat blad, een echte oorlogsuitgave van een aantal jonge Gentse auteurs, is tot nu toe nog nooit gepubliceerd en weinig bekend. Daar is nu verandering in gekomen. Uw dienaar, biograaf van Minne, trof in diverse archieven onbekende brieven aan van redacteuren van Regenboog. Een speurtocht in dag- en weekbladen leverde nog meer materiaal op; voldoende materiaal zelfs om de rumoerige geschiedenis van dit tijdschrift te schrijven.

Voor de biografie van Minne is de geschiedenis van bijzonder belang. De teksten die hij hier publiceerde, vormen het vroegste werk dat hij later 'handhaafde'. Alle teksten die hij tot en met 1917 publiceerde, in studententijdschriften, politieke bladen en het dagblad Vooruit en zijn satellietuitgaven, zijn ook stilistisch en poëticaal totaal anders. Nog in 1917 echter had Minne de 'Liedjes aan den wandelaar' en een eerste versie van het verhaal 'Het gestoorde feest' gereed. Wat aan de publicatie ervan voorafging, wat die kwestie te maken had met het flamingantisme en een nieuwe generatie van jonge Gentse scribenten, en waarom ook die geschiedenis belangrijk is binnen Minnes levensverhaal, is te lezen in een speciaal, aan de figuur Achilles Mussche (ook redacteur van en debutant in Regenboog) opgehangen nummer van het literaire tijdschrift Revolver. Het andere artikel in dit thematisch opgezette nummer, van de hand van Yves T'Sjoen, vervolgt deze geschiedenis met een blik op en analyse van het debat over het naoorlogs expressionisme in de Vlaamse letteren. Hoofdfiguur daarin is Mussche, wiens literaire 'incasseringen' hier nader onder de loep worden genomen.

 

Marco Daane, 'Een papieren kaartenhuis. De geschiedenis van Regenboog, Gents 'oorlogs'-tijdschrift', in Revolver 103 = 26 (1999) 2 (oktober), p. 5-44.

 

Revolver is een uitgave van Gerd Segers, Ludwig Burchardstraat 35, 2050 Antwerpen (B.), tel. +32 (0)3 2195597, fax +32 (0)3 2196347.

 

Laatste deel Minne-archief aangetroffen in garage

Naar aanleiding van een interview met uw dienaar in De Standaard van 14 januari 1999 arriveerde een brief van de Moorselse dichter en oud-leraar Frans Fransaer, die tot de belangrijkste Minne-vondst sinds jaren heeft geleid. Hij wees de weg naar de zoon van de man die in 1967 het huis van Minne in Latem kocht en daar later, na het overlijden van Minnes weduwe, op zolder een omvangrijke verzameling boeken, geschriften en documenten aantrof. Nu, 22 jaar nadat die zoon met verhalen daarover bij de leraar op school aankwam, is die collectie bij de inmiddels volwassen zoon in de garage gelokaliseerd. Niemand heeft er ooit weet van gehad, dat Minnes weduwe na de overdracht van omvangrijke collecties aan het AMVC (1967) en de Gentse universiteit (1968) nog zaken achtergehouden had. Het gaat om enkele handschriften, veel foto's en andere belangrijke Minniana, maar het leeuwendeel van de vondst bestaat uit boeken (waaronder unieke opdrachtexemplaren) en privé-correspondentie over o.a. de bouw van het huis in Latem.

In het literair-historisch tijdschrift De Parelduiker is een portret van Minne verschenen op basis van enkele vondsten in deze collectie. Het is rijkelijk geïllustreerd met een aantal voorbeelden ervan en wordt voorafgegaan door een nagelnieuw, speciaal vervaardigd portret van Minne door de bekende tekenaar Frits Muller.

 

Marco Daane, 'Op des dichters ongevleugelde hielen. Onbekend archief Richard Minne gevonden', in De Parelduiker 4 (1999) 3 (september), p. 20-38.

 

De Parelduiker is een uitgave van Bas Lubberhuizen, Johan Willem Brouwersstraat, 1071 LK  Amsterdam, tel. +31 (0)20 6184132.

 

Raymond Herreman door de ogen van Minne en Boon

Voor het Vlaamse literair- en kunstkritisch tijdschrift Kreatief schreef Yves T'Sjoen (wetenschappelijk medewerker aan de Rijksuniversiteit Gent) een uitvoerig portret van criticus en 'literair figuur' Raymond Herreman. Aan de hand van diens essays, 'Boekuil'-cursiefjes en teksten van zijn Vooruit-collega's Richard Minne en Louis Paul Boon laat T'Sjoen zien dat de vaak om zijn vermeende burgerlijkheid en conservatisme verguisde Raymond Herreman juist een oorspronkelijke figuur was. Een boek als zijn Vergeet niet te leven, geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog, is uniek in de Nederlandse literatuur; geen moralistische beschouwing - wie het zo leest, zal het snel terzijde leggen - maar een literair-filosofische stellingname en persoonlijke getuigenis over geluk, Herremans eeuwige thema. Ook binnen de literaire wereld had Herreman trouwens veel invloed. Hij was daarnaast bovendien niet eenkennig, maar verliefd op het geschrevene en op het boek. Hij trachtte zijn lezers daadwerkelijk tot het lezen en ook het kopen van boeken aan te zetten. Daarbij was hij gezegend met een zeer aparte, onderschatte humor. Over zijn eigen onmatige koopdrift merkte hij op 5 mei 1945 op:

 

Ik koop honderden boeken, die ik natuurlijk niet allemaal lees. Maar zelfs dat acht ik geen schande. Mijn vrouw zaagt wel wat, dat er overal boeken liggen, maar zij verbrandt ze toch niet. En ik maak haar wijs, dat het properder is dan bijvoorbeeld vogelkooien of geraamten van voorhistorische dieren te verzamelen.

 

Yves T'Sjoen, 'Literatuur en leven in een wankelbaar evenwicht. Raymond Herreman (1896-1971) en het grote vergeten', in Kreatief 33 (1999) 2 (juni), p. 46-66.

 

Kreatief is een uitgave van Kreatief vzw, Groeningestraat 23, 8560 Wevelgem (B.), tel./fax +32 (0)56 413250.

 

Richard Minne, massamoordenaar??

In 1927 bereikte Richard Minne het bericht, dat het Antwerpse dagblad Volksgazet zijn portret had verwisseld met dat van de Amerikaanse seriemoordenaar Earle Nelson. Spotvogel Minne kon dat wel waarderen. Drie jaar later schreef hij er een schetsje over, waarin hij en passant de vloer aanveegde met het pretentieuze, naar zijn smaak veel te serieuze en opgeblazen aureool dat veel dichters en schrijvers zichzelf aanmaten. Het verscheen onder de titel 'De gorilla' (de bijnaam van Nelson) in het jaarboek Het boek in Vlaanderen 1931.

Met de affaire bleek iets merkwaardigs aan de hand te zijn, ontdekte uw dienaar. Wat dat precies is, valt te lezen in De Parelduiker.

 

Marco Daane, 'Broodje Gorilla', in De Parelduiker 4 (1999) 2, p. 68-71.

 

De Parelduiker is een uitgave van Bas Lubberhuizen, Johan Willem Brouwersstraat 32, 1071 LK  Amsterdam, tel. +31 (0)20 6184132.

 

De geschiedenis van ’t Fonteintje geschreven

In het eerste nummer voor 1999 van Spiegel der Letteren, tijdschrift voor Nederlandse literatuurgeschiedenis en literatuurwetenschap, is een uitvoerige bijdrage van uw dienaar te vinden over het literaire minitijdschrift 't Fonteintje; het blad waarmee Richard Minne van 1921 tot 1924 zijn naam als dichter en schrijver voor het eerst vestigde.

De monografie omvat een schets van de voorgeschiedenis, de geschiedenis van het periodiek zelf, een nadere beschouwing van de inhoud en een terugblik op de literaire polemiek van die periode: expressionisme vs. traditionalisme. Het artikel tracht echter aan te tonen dat 't Fonteintje veel tekort wordt gedaan door het na te wijzen als traditionalistisch. Het staat doorgaans vermeld als het tijdschrift van de redacteuren Raymond Herreman, Maurice Roelants, Karel Leroux en Richard Minne, maar vergeten is bijvoorbeeld dat het voor auteurs als Joris Vriamont en Raymond Brulez een eerste podium vormde. 't Fonteintje was in die woelige dagen de enige haven voor deze auteurs. Zij moesten niets van de in hun ogen 'holle woorden' van de expressionisten Van Ostaijen, Burssens en Brunclair hebben, maar traden evenmin klakkeloos in het spoor van klassieke voorgangers. 'Vlaamse eigenzinnigen', en daarmee ook beslist taal- en literatuurvernieuwers, waren Minne, Brulez en Vriamont. Hun werk heeft de tand des tijds ook doorstaan, getuige vrij recente uitgaven ervan. Voor het kleurrijke, vrijzinnige, francofiele en soms bijna antiliteraire letterwerk van dit illustere drietal past, getuige ook uitspraken van deze auteurs, wellicht de aanduiding 'rococo in Vlaanderen'.

Het - zeer bewust leesbaar en toegankelijk gehouden - artikel is geschreven aan de hand van talloze niet eerder gebruikte bronnen, met name brieven en kranten. Zo zijn bijvoorbeeld onbekende dagbladrecensies opgespoord, die een beeld vormen van de zeer wisselende ontvangst van 't Fonteintje en van Minnes gedichten. Daarnaast leverden ze de grondstof voor het vaststellen van de verschijning van de tweede jaargang. De nummers van die tweede jaargang, die anderhalf jaar in beslag nam en door o.a. geldproblemen grote lacunes kende, zijn niet gedateerd. De zoektocht naar dagbladrecensies maakte het mogelijk de verschijning van de tweede jaargang nagenoeg volledig te reconstrueren.

 

Marco Daane, 'De cultus van het naakte woord. 't Fonteintje, rococo in Vlaanderen', in Spiegel der Letteren 41 (1999) 1, p. 2-46.

 

Spiegel der Letteren is een uitgave van Uitgeverij Peeters, Bondgenotenlaan 153, 3000 Leuven, tel. +32 (0)16.296975.

 

Overige publicaties

Interessant: De Vlaamse Gids 81 (1997) 4 (september/oktober), met artikelen van Anne Marie Musschoot en Raymond Vervliet over Raymond Brulez, een geestverwant van Minne, die ook in 't Fonteintje publiceerde. Ook perikelen rond dat tijdschrift komen aan de orde. Aanleiding: de heruitgave van Brulez' monumentale autobiografische roman Mijn woningen.

Aanbevolen: Henri-Floris Jespers, Klemmer voor Koorddanser. Over Gaston Burssens. Speciaal nummer van Revolver 24 (1997-1998) 2 (oktober 1997), dat in zijn geheel een monografie over Burssens vormt. Ook Minne, wiens leven min of meer parallel liep met dat van Burssens en het ook regelmatig kruiste, komt erin voor.

Kapitaal: de driedelige uitgave van Louis Paul Boons literatuur- en kunstkritieken uit het dagblad Vooruit. Richard Minne bezorgde hem destijds werk bij deze krant; later zou Boon hem ook opvolgen als redacteur van de cultuurpagina Het Geestesleven en als vaste cursiefjesschrijver. In Het Geestesleven verschenen talloze (een understatement) kritieken van Boon. In enkele ervan figureert ook Minne.

Helaas is de inleiding van Kris Humbeeck uiterst tendentieus en al te dweperig. De tekst bevat ook – juist op Minne-terrein - de nodige fouten. Niettemin binnen de Bonologie een belangrijke publicatie, alleen al door de omvangrijke overzichten en registers. En het blijft natuurlijk als een paal boven water dat het uniek is dat Boons krantenkritieken nu in boekvorm beschikbaar zijn. Een prijzige aanschaf, dat wel...

Klein maar smakelijk: Marco Daane, 'Schoon antwoord van Elsschot', in De Parelduiker 2 (1997-1998) 5 (februari 1998). Herdruk van een interview met Willem Elsschot uit 1949, waar ook Minne bij aanwezig was - en zijn mond niet bij hield! Met toelichting.

 

En verder...

·  Yves T’Sjoen, ‘”Nieuwe litteratuur”: weifelend tussen politiek manifest en literair programma’, in Vlaanderen 49 (2000) 280, p. 80-85.

·  Yves T’Sjoen, ‘”In elk geval, vivan Boontje!”’, in Berichten uit Boonland, juli 2000, p. 31-55.

·  Joris Van Parys, ‘A propos van een viering. Richard Minne en Gerard Walschap over Cyriel Buysse’, in Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap 15 (1999), p. 37-54.

·  Geert Buelens, ‘Een Fonteintje of een koude douche? Van Ostaijen, Burssens en Minne 1921-1925’, in Spiegel der Letteren 41 (1999) 4, p. 307-347.

·  Marco Daane, 'De wonde in mijn vleesch. Richard Minne, het geheim van België', in Biografie Bulletin 8 (1998) 2, p. 159-169.

·  Stefan Brijs, ‘Heineke Vos en zijn graf’, in Kruistochten. Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 1998, p. 76-98.

·  Marco Daane, 'In de rug en op de schouders, in 't vel en in de nagels. Richard Minne, 'Gentenaar tegen wil en dank'', in Gandavum 3 (1998) 3 (juli-augustus-september), p. 1-15.

·  Martine Clierick, 'Richard Minne in De Groene Amsterdammer', in Kreatief 31 (1997) 2 (juni), p. 22-40.

·  Marco Daane, 'Gebonden aan klaver noch koe. Demasque van Richard Minnes 'Gebed voor Laathem'', in De Parelduiker 2 (1997-1998) 2 (mei 1997), p. 14-24.

·  Yves T’Sjoen, ‘”Jonge heertjes met oudjes-gefleem”. De ironie van Richard Minne in het aanslepende publieke debat over 't Fonteintje en Ruimte’, in Dietsche Warande en Belfort 140 (1995) 6, p. 715-730.

·  Yves T'Sjoen, '"De overdadigheid dier geneugten". Joris Vriamont en Richard Minne, 'cavaliers seuls' in Vlaanderen', in Maatstaf 43 (1995) 5 (mei), p. 5-26. Inclusief integrale publicatie van enkele brieven van Vriamont en Minne.

·  Marco Daane, 'Stekeldieren tegen de patisseriestijl. Het erts van Richard Minne en Louis Paul Boon, literaire wapenbroeders', in Maatstaf 43 (1995) 3 (maart), p. 52-65.

·  Yves T’Sjoen, ‘”3 op 5 keer Richard Minne”’, in Kreatief 29 (1995) 1, p. 5-30.

·  Yves T'Sjoen, 'Van hoogten en laagten. Over Richard Minne en Cyriel Buysse', in Mededelingen van het Cyriel Buysse Genootschap 10 (1994), p. 7-30. Bevat een nog niet eerder gepubliceerd gedicht van Minne.

·  Jeroen Brouwers, 'Het eeuwig verbeiden. Portret van Richard Minne', in Vlaamse leeuwen. Amsterdam/Antwerpen, 1994, p. 229-239.

·  Yves T'Sjoen, 'Richard Minne, Frits Van den Berghe en de 'beeldekens'', in Kreatief 27 (1993) 5 (december), p. 48-69. Met diverse illustraties.

·  Yves T'Sjoen, 'De drukgeschiedenis van Richard Minnes "In den Zoeten Inval" (1926/1927)', in Spiegel der Letteren 35 (1993) 3-4, p. 227-254.

·  Yves T'Sjoen, 'Nuchtere dronkaards. Over Richard Minne en Willem Elsschot', in Ons Erfdeel 36 (1993) 3 (mei/juni), p. 379-389.

·  'Brief 1146. Sint-Martens-Latem, 18 juli 1957: Richard Minne aan A. de Ridder; en brief 1165. Sint-Martens-Latem, ± 15 november 1957: Richard Minne aan Willem Elsschot', in Willem Elsschot, Brieven. Verzameld en toegelicht door Vic van de Reijt met medewerking van Lidewijde Paris. Amsterdam, Em. Querido, 1993, p. 973-974 en p. 986.

 

 

Cover

 

 

Introductie

 

 

Levensschets

 

 

Bibliografie

 

 

Boekenwijzer

 

 

E-mail:

 

mdaane@wxs.nl