DE PERS OVER

DE VRIJHEID NOG VEROVEREN. RICHARD MINNE 1891-1965

 

Eindelijk hebben de dag- en weekbladen eens een rijke oogst aan artikelen over Richard Minne te bieden. Reden genoeg om die eens nader onder de loep te leggen. Onderstaand overzicht bevat alle recensies die verschenen in de publiekspers tot de laatste bewerkingsdatum van deze site. Klik op een recensie om naar de belangrijkste citaten eruit te gaan.

 

De Morgen, 9 mei 2001

Stefan Brijs, ‘Gelijk teeken, die te lang in de zon gelegen hebben’

 

Knack, 9 mei 2001         

Marc Reynebeau, ‘Zo is het leven’

 

De Standaard, 10 mei 2001

Mathias Danneels, ‘De filosoof met de geit. Langverwachte biografie van Richard Minne’

 

Financieel-Economische Tijd, 16 mei 2001

Dietlinde Willockx, ‘Plannenmaker of plannentrekker?’

 

Het Nieuwsblad, 19 en 20 mei 2001

MMD, ‘Eerbetoon voor vergeten dichter Richard Minne’

 

De Eeclonaar, 7 juni 2001

Ronny De Schuyter, ‘Minne en het wee van Waarschoot’

 

NRC Handelsblad, 8 juni 2001

Sjoerd van Faassen, ‘Schrijver als een slak’

 

Trouw, 16 juni 2001

Tom van Deel, ‘Richard Minne: ontnuchterde dichter’

 

Provinciale Zeeuwse Courant, 28 juni 2001

Hans Warren, ‘Dat de dag zo spoedig mogelijk om weze’

 

De Volkskrant, 27 juli 2001     

Michaël Zeeman, ’Een beminde maar ongelezen dichter. Biograaf Marco Daane plaatst Richard Minne in zijn tijd en milieu’

 

Vrij Nederland, 18 augustus 2001

Hans Renders, ‘Te bozig om dichter te zijn. Een verdediging van Richard Minne’

 

Haagse Courant, 7 september 2001

Ron Elshout, ‘Rode broeder werd nuchtere dichter’

 

 

Andere publicaties

Ook op andere manieren schonken de bladen aandacht aan de verschijning van de biografie.

 

Elsevier, 14 april 2001 

Thomas van den Berg, ‘Verwacht: Marco Daane (1959), De vrijheid nog veroveren

(interview)

 

De Gentenaar, 9 mei 2001

Daniël Vanacker, ‘Ontdekking langs de Leie. Nederlandse auteur Marco Daane ontrafelt het leven van Richard Minne’

(interview)

 

de Volkskrant, 8 juni 2001

Willem Kuipers, ISBN

(signalement)

 

HP/De Tijd, 15 juni 2001

Stijn Aerden

(signalement)

 

 

De recensies

Uit praktische overwegingen blijft het overzicht beperkt tot de essentialia uit de diverse recensies. Daarbij is zoveel mogelijk getracht weer te geven, wat de dame en heren recensenten vonden van het boek, van Minne en van de biograaf en diens werk.

 

Vlaanderen

Zoals te verwachten viel, reageerde Vlaanderen het eerst en het snelst op de verschijning van de Minnebiografie. Binnen een week hadden de drie ‘betere’ dagbladen en Knack het boek al gerecenseerd, later nog gevolgd door een populair dagblad en een regionaal weekblad.

Enigszins verrassend: behalve in De Morgen en Knack waren het geen bekende namen die het boek bespreken. De teneur was positief tot zeer lovend, behalve in Knack.

 

De Morgen, 9 mei 2001

Stefan Brijs, ‘Gelijk teeken, die te lang in de zon gelegen hebben’

Stefan Brijs is schrijver. Hij debuteerde met de roman De verwording (1997). In de bundel Kruistochten (1998) beschreef hij zijn zoektocht naar de letterlijke en figuurlijke begraaf­plaatsen van een aantal meer of minder vergeten Vlaamse auteurs, waaronder ook Minne. De volledige recensie is na te lezen op zijn website en werd tevens herdrukt in Biografie Bulletin 2001, nr. 2, p. 124-131.

 

‘Spijtig of niet; de schrijver en de mens zijn één,’ schreef Minne ooit. Lang leek dat beeld voor hem op te gaan, maar dankzij het teruggevonden archief is zijn biograaf er in geslaagd deze eenheid te doorbreken en zo ook het verhaal van de mens achter de schrijver te reconstrueren. Dat de biografie bovendien ook nog lezenswaardig en minnenswaardig is geworden, is geheel en al de verdienste van Marco Daane zelf, die zijn onderwerp met de nodige compassie en liefde behandelde, echter zonder blind te zijn voor diens negatieve trekken.

[...]

Aan de hand van Minne geeft Marco Daane in zijn biografie een uitgebreide rondleiding door de geschiedenis van het socialisme in en om Gent. Richard Minne heeft zijn rol binnen de socialistische partij altijd geminimaliseerd, er zelfs amper over gesproken en geschreven, maar nu is aan het licht gekomen dat hij geruime tijd een verwoed en strijdlustig partijman was. Hij was lid van de jongerenbeweging van de Belgische Werkliedenpartij en zorgde samen met andere dissidenten voor groot tumult binnen de partij door zich tijdens de Eerste Wereldoorlog extreem pacifistisch op te stellen. [...] na de oorlog werden hij en de andere leden van de Vredesgroep en Roode Jeugd uit de partij gegooid. Dit verhaal roept een heel ander beeld op van Minne dan dat van de stille dromer, de eenzame zonderling, de tedere melancholicus, waarvoor men hem altijd aanzag.

[...]

Bij zijn pensionering op 1 juni 1957 had Minne op die manier honderden en honderden artikelen geschreven die gebundeld de hele bibliotheek van Sint-Martens-Latem hadden kunnen vullen, maar op twee magere selecties uit ‘In 20 lijnen’ na haalden deze pennenvruchten nooit een boek. Naast zijn geschreven en gedroomd oeuvre vormen deze krantenartikelen een derde oeuvre, verspreid en vergeeld.

Biograaf Marco Daane maakt van de lange journalistieke carričre van Minne gebruik om de boeiende geschiedenis van Vooruit uit de doeken te doen, maar schiet daarbij, in het notenapparaat, geregeld op Kris Humbeeck, de biograaf van Louis Paul Boon, met wie klaarblijkelijk niet viel samen te werken. Ook wanneer de rel aan bod komt die in 1946 ontstond nadat Minne met Wolfijzers en schietgeweren de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Proza voor de neus van Boon had weggekaapt, gedragen de twee biografen zich als twee jongetjes die in dezelfde kleine vijver vissen en met stenen naar elkaars dobber gooien. In de rijke symfonie die De vrijheid nog veroveren is, is dit gekrakeel de enige vals klinkende noot. Wat meer samenspel tussen deze twee blazers zou een voorbeeld geweest zijn voor alle biografen.

[...]

‘Van de stilzwijgenteit moogde niet te veel gebruik maken of ze zien u op den duur nemeer staan,’ schreef Minne in zijn laatste ‘Brief van Pierken’, die daags voor zijn overlijden was verschenen. Nu is die stilzwijgenteit gelukkig doorbroken. Met zijn prachtige biografie heeft Marco Daane de bazuinen voor deze prachtschrijver en prachtmens luid doen klinken. Als er nu een uitgever met hels tromgeroffel een herdruk van zijn gedichten en een bundeling van zijn brieven aankondigt, dan kan Richard Minne weer tot een eind in de eenentwintigste eeuw zijn zacht lawijd op een gespleten blaere fluiten.

 

Knack, 9 mei 2001                                                               

Marc Reynebeau, ‘Zo is het leven’

Marc Reynebeau is historicus, publicist en TV-personality. Hij schreef onder andere Dichter in Berlijn (1996), een boeiend boek over de Berlijnse jaren van Paul Van Ostaijen. In Het klauwen van de leeuw (1995) bestempelde hij Minnes revolutionair-socialistische jongeren­groep echter te generaliserend als activistisch. De Minne-biografie corrigeert hem (en anderen) op dat punt in een noot. Reynebeau lijkt echter te vinden dat we er maar weinig van weten.

 

De eerste, moeilijk te onderschatten verdienste van Daanes biografie is dus dat ze bestaat. Het vuistdikke boek is zeer uitvoerig gedocumenteerd en brengt tal van feiten en weetjes over Minne bijeen. Al is van spectaculaire onthullingen geen sprake (maar dat hoeft ook niet), het geheel – niet in het minst in de voetnoten – verzamelt ongetwijfeld ongeveer alles wat over Minnes leven aan de weet te komen is.

[...]

Een echt ‘grote’ biografie is De vrijheid nog veroveren echter niet. Daane blijft daarvoor te veel hangen bij de strikt chronologische beschrijving. Van duiding, situering of contextualisering is nauwelijks sprake. Niet alleen ontbreken daartoe de voorstudies, Daane is er ook te weinig naar op zoek gegaan. Verklaringen blijven incidenteel en worden amper gesystematiseerd, wat ook blijkt uit het ontbreken van een gedegen conclusie. Bovendien valt Daanes vertrouwdheid met de Vlaamse politieke, mentale, intellectuele en zelfs literaire context vrij summier uit en is zijn beschrijving daarvan niet eens altijd interessant of zelfs maar betrouwbaar.

[...]

Een gelukkig man schijnt Minne nooit te zijn geweest. Van zijn marxistische jeugddromen, die hem tijdens de Eerste Wereldoorlog in een direct conflict met de socialistische partijbonzen brachten, kwam nooit wat terecht. Idem voor zijn literaire dromen. Hij koesterde vooral een melancholiek verlangen naar een onaardse, authentieke onbedorvenheid. Het dreef hem tot een heimwee naar een zuiverheid die hij in zijn jeugd en in de natuur situeerde, wat hem tot een ware kinder- en dierenvriend maakte. En tot een literatuuropvatting waarin, alle humor en ogenschijnlijke lichtvoetigheid ten spijt, voor lichtzinnigheid geen plaats bestond.

 

De Standaard, 10 mei 2001

Mathias Danneels, ‘De filosoof met de geit. Langverwachte biografie van Richard Minne’

Mathias Danneels is bekend als redacteur en bestuurder binnen het Vlaamse perswezen. Zijn bespreking van De vrijheid nog veroveren was zijn debuut als recensent. De volledige recensie is na te lezen op de website van De Standaard.

 

Reve geeft ootmoedig toe door hem beďnvloed te zijn. Elsschot noemde hem een 'tedere woestaard' en een 'snikkende vloeker'. Toch zijn Vlaanderen en Nederland de dichter Richard Minne (1891-1965) goeddeels vergeten. Dat is jammer, zonde zelfs. Met De vrijheid nog veroveren van Marco Daane krijgt de 'filosoof met de geit' eindelijk waarop hij recht heeft: een prestigieuze, fraai uitgegeven biografie die mens, werk en tijd recht doet.

[...]

Over Minnes leven was totnogtoe te weinig bekend. Wat we wel wisten, nam bijna mythische proporties aan. Worstelend met een kwakkelende gezondheid - dysthymie, paniekaanvallen - belandt Minne tijdens het interbellum in het weinig spannende dorp Waarschoot, in het hart van het Meetjesland en nog later in Sint-Martens-Latem: de mythe van de dichter-boer, de filosoof-met-de-geit, is geboren.

Daane corrigeert dat idyllische beeld meteen. In Waarschoot, ver weg van het literaire leven, slaagt Minne er maar met grote moeite in om de eindjes aan elkaar te knopen. Zijn bundel In de Zoeten Inval (1926) is vrijwel geruisloos verschenen. Raymond Herreman port ,,luiaard'' Minne aan met wat meer discipline aan de schrijftafel te gaan zitten. Ook zijn vrouw Julienne doet dat, vanwege de centen. Maar de beslommeringen van het ,,gemengde bedrijf'' - aardappelen en wat kleinvee - beletten Minne elke dag voor het onbeschreven vel te gaan zitten. ,,Ik zit niet in de inspiratie, ik zit in de beeten.'' Ondertussen maakt twijfel aan zijn literaire kunnen zich van hem meester. ,,Ik walg van mijn stijl,'' noteert hij genadeloos.

[...]

Op zoek naar de emotionele bron van Minnes dichterschap, komen we in de Gentse arbeiderswijk 't Rabot [sic] terecht. Duizenden arbeiders verdienen er een karig loon in de spinnerijen langs de Leie. Hun doffe ellende treft de jonge tiener midscheeps en inspireert hem tot een van zijn eerste gedichten: ,,Wat zingt daar, als een zucht van deze tijd? / Het vrije lied de opstand toegewijd!'' Hij won er ,,den Prijskamp voor 't gedicht'' van het socialistisch geďnspireerde tijdschrift Jonge Krachten mee.

Daanes Minne-biografie geeft een zeer nauwkeurig beeld van Minnes ingewikkelde verhouding met het socialistische gedachtegoed en de partij. De invloed van Minnes leraar Nederlands, de socialistische dichter René de Clercq, is onmiskenbaar. Terwijl de jonge Minne van revolutionaire verwachtingen krom staande ,,rooie poëzie'' uit de mouw schudt, ontwikkelt zich parallel daaraan een heel andere dichter, een heel andere mens zelfs. Een dubbelleven. De geëngageerde journalist versus de verstilde, met een tragische blik naar de wereld kijkende schrijver.

Minnes jaren bij Vooruit zijn in Daanes boek veel meer dan anekdotiek. En passant schrijft hij een boeiend stuk geschiedenis van de Vlaamse socialistische pers. [...] Dat hij met zijn journalistieke werk zijn brood heeft moeten verdienen, heeft de schrijver trouwens heel zijn leven dwarsgezeten: ,,En er is geen vrijheid voor den schrijver zoolang hij zijn boterham uit de handen van potentaatjes moet ontvangen.'' Lichamelijk en creatief was hij opgebrand. Het om de 24 uur ,,twee á drie eiers op commando leggen'' begon zwaar door te wegen. ,,Louis, 't gaat niet meer. Richard,'' schreef hij Boon.

Tijdens het lezen van De vrijheid nog veroveren ben ik één keer gestruikeld. Daane noemt Richard Minne ,,apert ongelovig''. Ik voel dat heel anders aan. Niet dat Minne tot deze of gene obediëntie wenste te behoren, verre van. Zijn ingebouwde wantrouwen en anarchistische natuur waren daar te groot voor. Toch zal ik niet de enige Minne-lezer zijn die in zijn beste gedichten een religieus verlangen naar verlossing herken. ,,Er is om de wereld niks, mijn God dan zingende oceanen [...] en mijn verlangen dat vecht naar U''.

 

Financieel-Economische Tijd, 16 mei 2001

Dietlinde Willockx, ‘Plannenmaker of plannentrekker?’

Dietlinde Willockx is verbonden aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Antwerpen–UFSIA. Zij bezorgde recent de door Uitgeverij Pelckmans uitgegeven digitale concordantie op het Verzameld dichtwerk van Guido Gezelle.

 

Marco Daanes voornaamste opzet was ‘zoveel mogelijk feitelijke vragen beantwoorden, correcties toepassen, witte vlekken invullen, bronnen weerspiegelen en mythen ontzenuwen’. Hij gaat daarbij secuur en gedetailleerd te werk, wat wordt weerspiegeld in ampele voetnoten en de vele data die soms contraproductief zijn: in plaats van te verduidelijken, scheppen ze verwarring. Het siert Daane dat hij zich voornamelijk concentreert op de schrijver Minne en niet verdrinkt in al te psychologiserende of smeuďge beschrijvingen van diens familiale en persoonlijke leven.

[...]

In de eerste plaats wil hij Minne schetsen als literaire persoonlijkheid en dat komt in zijn tekst duidelijk naar voren. Hoe uitvoerig hij ook het journalistieke of politieke milieu schetst, altijd brengt hij het in verband met Minnes schrijverschap. Minne als schrijver wordt opgevat in de brede zin van het woord, dus ook als journalist en vooral: als briefschrijver. Via een uitvoerige correspondentie met literaire confraters krijgen we een auteur gepresenteerd die er uitgesproken meningen op nahield, maar evengoed verzandde in moedeloosheid. Het literaire reilen en zeilen in turbulente tijden wordt minutieus uit de doeken gedaan en ook het politieke tijdsbeeld krijgt veel aandacht. Dat kan moeilijk anders: Minnes carričre doorloopt twee wereldoorlogen en is, wat vooral zijn journalistieke werk betreft, nauw verbonden met het socialisme.

Aansluitend bij zijn streven naar correcte informatie, hanteert Daane een sterk objectiverende stijl. Zelden laat hij zich verleden tot een aperte betrokkenheid bij zijn onderwerp, via metaforiek of woordkeus (‘het was een petieterig literair wereldje waarin hij leefde’).

[...]

Daane slaagt inderdaad in zijn poging om met de voorhanden zijnde gegevens de ‘volheid’ van Minnes leven te weerspiegelen, niet het minst door de combinatie van een nauwkeurige historische schets met de bijzonderheden van Minnes persoonlijkheid. Diens tweestrijd en eindeloze twijfel werken af en toe op de zenuwen, te meer daar Daane trouw elke inzinking met brieffragmenten illustreert. Ook de onverstoorbare opsomming van de perikelen rond publicaties stelt het geduld wel eens op de proef. Tegelijk werken Minnes cynische zelfobservaties verfrissend en stralen zijn uitspraken over en liefde voor zijn vrienden en zijn dieren grote warmte uit. Spannend of verheven kun je deze biografie bezwaarlijk noemen, de rake formuleringen in dit boek zijn volledig aan Minne toe te schrijven, want Daane schrijft verzorgd maar gevat noch meeslepend. Toch boeit deze biografie onmiskenbaar, al was het maar door Minnes individualisme, zijn worsteling met de vrijheid en de strijd tussen plannen maken en ‘plannentrekken’.

 

Het Nieuwsblad, 19/20 mei 2001

MMD, ‘Eerbetoon voor vergeten dichter Richard Minne’

MMD staat vermoedelijk voor Dirk Martens, prozaschrijver.

 

De vrijheid nog veroveren, zo heet de langverwachte biografie van een van Vlaanderens grootste maar helaas vergeten dichters, Richard Minne (1891-1965). Marco Daane schreef het met grote liefde voor de meester.

[...]

Van Minnes leven wisten we tot op heden zeer weinig. Hij werd geboren op het Gentse Zuid, verhuisde naar de grimmige arbeiderswijk ’t Rabot [sic] aan de andere kant van de stroppenstad en was achtereenvolgens handelsreiziger, ministerieel bediende (“maakt verzen”), boer en journalist. Het zeer zorgvuldige speurwerk van Daane brengt al deze episodes uit een bij momenten turbulent dichtersbestaan tot leven. De vrijheid nog veroveren leest als een roman, een ‘tranche de vie’ en schildert een accuraat beeld van het boeiende, wat ondergesneeuwd geraakte literaire interbellum.

Noch als dichter, noch als mens was Minne een man van het uitroepteken. Vanachter zijn koe keek hij naar de wereld, met in zijn ogen een vreemde mengeling van kinderlijke verbazing en melancholieke tragiek: “Een omheind streepken aarde volstaat en krijgt [sic] de waarde van een daad.”

Zijn kleine schare trouwe lezers is verheugd dat De vrijheid nog veroveren de verslapte aandacht voor de reus Minne zal aanzwengelen en kijkt nu al reikhalzend uit naar een fraai uitgegeven ‘dundruk’ van al zijn gedichten, verhalen, verspreide stukken en journalistieke arbeid.

 

De Eeclonaar, 7 juni 2001

Ronny De Schuyter, ‘Minne en het wee van Waarschoot’

Ronny De Schuyter is journalist in het Meetjesland. Hij werkte mee aan het boek 150 ambassadeurs van het Meetjesland (1998), waarvoor hij onder meer een portret van de voormalige Waarschootse boer Minne schreef.

 

Wie is Minne? Marco Daane gaat op zoek naar persoonlijke gegevens maar komt van een kale reis terug. Het wijze besluit – zo blijkt nu – wordt genomen om dan maar zelf biografisch onderzoek te gaan doen. Het brengt hem onder andere naar Waarschoot. ‘Nazaten van alle auteurs uit de kunstenaarsdorpen Sint-Martens-Latem en Deurle lijken zich hier te hebben gevestigd: gevelopschriften vermelden slagerij Mussche, boekhandel Buysse, zakenkantoor Van Hecke en drukkerij Martens. Elk moment lijkt men kaaswinkelier Minne te kunnen verwachten – specialiteit boerenkazen.’ Als Daane maar niemand op een idee brengt. Voor de rest stelt de auteur, in een sfeervol maar iets te landelijk ingekleurde beschrijving van de gemeente: ‘Waarschoot is gewoon: een van de gewoonste dorpen in een van de gewoonste streken van Vlaanderen.’

De Nederlander heeft zijn werk grondig gedaan. Zo is het bewonderenswaardig hoe hij zich ingraaft in de geschiedenis van de socialistische beweging waarin Minne (via De Jonge Wachten) tot na de eerste wereldoorlog duchtig debatteerde. Hetzelfde geldt voor de jaren in het dagblad ‘de Vooruit’ waar ‘de schrijver’ Minne zijn carričre als journalist, redacteur en tenslotte columnist zal eindigen.

Maar tussen die twee uitgebreide passages zit er een merkwaardig stukje Meetjesland. De auteur stelt in de inleiding: ‘Minne is vier jaar lang landbouwer geweest (Waarschoot, 1924-1928). Die periode heeft zijn sporen nagelaten in zijn werk, in zijn geestesgesteldheid, en daarmee in zijn verdere oeuvre en leven.’

[...]

‘Zijn carričre op het land was noodgedwongen (therapie tegen zenuwziekte), kwam niet uit het hart en doorkruiste een vruchtbare voortzetting van zijn dichterschap’, stelt Daane. Hij is er van overtuigd dat er meer zat in Minne. Los van het feit dat Raymond Herreman als vurige supporter van Minne sowieso hemel en aarde moest bewegen om iets gepubliceerd te krijgen van zijn idool. Los van het feit dat Minne veel plannen maakte om te schrijven maar dat beperkte tot het opschrijven van die plannen. Los van het feit dat de boerenstiel ook de natuurmens Minne aanwakkerde en hem nieuwe dichterlijke inspiratie bood. Samengevat komen we wellicht bij zijn eerste ‘Hoveniersgedicht’ uit: ‘Ik was op verre zeeën / tuk. / Nu zoek ik bij mijn peeën / geluk. / Een omheind streepken aarde / volstaat / en draagt de waarde / van een daad.’

 

Nederland

Nederland deed er maar liefst drie keer zo lang over om tot hetzelfde aantal recensies te komen: van 8 juni tot 7 september! De drie ‘betere’ landelijke dagbladen hebben allemaal uitvoerig stilgestaan bij de biografie. Van de opinieweekbladen deed één dat (twee andere besteedden er op een andere manier aandacht aan) en ook twee veelgelezen regionale dagbladen namen een recensie op.

In Nederland werden wel de ‘grote kanonnen’ (soms zelfs zeer grote) boven tafel gehaald om het boek te bespreken. De teneur was zeer positief tot zelfs zeer lovend.

 

NRC Handelsblad, 8 juni 2001   

Sjoerd van Faassen, ‘Schrijver als een slak’

Sjoerd van Faassen is directeur collecties van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Hij bezorgde onder meer de driedelige correspondentie tussen Jan Greshoff en de uitgever Alexander Stols (1990-1992) en recenseert biografieën en literair-historische publicaties voor NRC Handelsblad. De volledige recensie is na te lezen op de website van NRC Handelsblad.

 

In Nederland tuimelen de biografieën de laatste jaren over elkaar. Vlaamse auteurs blijven daarbij een beetje onderbelicht, al verschenen er de laatste jaren degelijke levensbeschrijvingen van Felix Timmermans en Frans Masereel, die het hagiografische karakter van veel van hun voorgangers missen. Met de vuistdikke biografie over de journalist en dichter Richard Minne wordt een deel van de achterstand ingelopen. Overtuigend ingelopen, want het meeslepende verhaal van Marco Daane - redacteur van het literair-historische tijdschrift De Parelduiker - geeft zowel een goed beeld van Minnes leven in engere zin, als van de context waarbinnen dat leven zich voltrok. Daanes werk als biograaf werd aanzienlijk bemoeilijkt, doordat over Minnes vroege jaren weinig documentair materiaal voorhanden bleek. Wel is Daane erin geslaagd een deel van Minnes verloren gewaande archief te traceren. De strikt chronologisch opgezette biografie bevat daarom enkele vondsten, zoals Minnes schoolrapporten en prijsboekjes, het begin van zijn memoires en een briefwisseling met de architect van zijn latere huis in het kunstenaarsdorp Sint-Martens-Latem, al blijft nog veel onbekend. Aan de ijver van Daane ligt dat niet.

Richard Minne (1891-1965) is een auteur wiens bescheiden oeuvre, waarvan de dichtbundel In den zoeten inval het bekendste is, vooral nog door fijnproevers wordt gelezen. De rode draad in de biografie van Daane is Minnes moeizame relatie met de Belgische socialistische partij. Zijn hele leven heeft Minne een tweeslachtige relatie tot het socialisme onderhouden. Al in zijn schooltijd schrijft hij zowel sociaal-geëngageerde gedichten als de verstilde poëzie die hem later in het kamp van het esthetiserende tijdschrift 't Fonteintje (1921-1924) doet belanden. Als journalist had hij een soortgelijke dubbelrol. De hoofdstukken over Minnes jaren bij het socialistische Gentse dagblad Vooruit in Daanes boek ontstijgen het individuele belang van Minne en geven een beeld van de geschiedenis van de Vlaamse socialistische pers. Al beschrijft Daane Minnes politieke activiteiten altijd in verband met diens literaire werk.

[...]

Contacten met modernistische tijdschriften als De Goedendag (1915-1918), De Stroom (1918) of Ruimte (1920-1921) hadden Minne en zijn kompanen niet. Dat is gezien de aard van het weinig geëngageerde, esthetiserende 't Fonteintje niet onlogisch, maar wat betreft Minnes socialisme wel degelijk verwonderlijk. 't Fonteintje, maar ook voorgangers als het Antwerpse Alvoorder (1900-1901), De Boomgaard (1909-1911) en Het Roode Zeil (1920) bestreden de opvatting dat een idealistische inhoud automatisch goede poëzie voortbracht. Voor hen was de echte kunstenaar een cynicus die schijnwaarden ontmaskerde. Deze literair-historische context blijft in Daanes biografie helaas wat onderbelicht, terwijl het toch de essentie van Minnes tweeslachtigheid weerspiegelt.

[...]

Over Minnes leven was tot voor kort weinig bekend. Er hing een mythe van ongecultiveerdheid om hem heen. Het idyllische beeld van de dichter-boer wordt door Daane trefzeker gecorrigeerd. Na korte, wat de eerste betreft in een tumultueus conflict met de partijbonzen eindigende, carričres bij de (socialistische) Belgische Werkliedenpartij en als vertaler bij het ministerie van Justitie in Brussel belandde de in Gent geboren en opgegroeide Minne in de jaren 1923-1928 als boer in Oost-Vlaanderen. Hij tobde met zijn gezondheid en werd bezocht door paniekaanvallen. In een brief dichtte hij: `De oogst is af, en 'k ben nog suffer/ idioter dan een mejuffer/ die aan 't een of 't ander doet.' Zo idyllisch was dat allemaal dus niet.

[...]

Met biografieën over een volksschrijver als Timmermans of de internationaal vermaarde graficus Masereel kun je je als uitgever nauwelijks een buil vallen; dat De Arbeiderspers het heeft aangedurfd van een slechts bij een publiek van liefhebbers bekende auteur als Minne in de prestigieuze `Open Domein'-reeks een biografie te publiceren, verdient bewondering. Daane trad een aantal jaren geleden op als medebezorger van Minnes Verzamelde verhalen (1996). Hopelijk zal een uitgever binnen afzienbare tijd ook Minnes verzamelde gedichten, het overige proza - bijvoorbeeld het alleraardigste Heineke Vos en zijn biograaf (1933) - en niet te vergeten zijn brieven durven te publiceren. Het kan niet anders of de lezers van Daanes enthousiasmerende biografie kijken er reikhalzend naar uit.

 

Trouw, 16 juni 2001

Tom van Deel, ‘Richard Minne: ontnuchterde dichter’

Tom van Deel is dichter en criticus voor Trouw, en staat bekend als een van de Nederlandse literatoren die liefhebbers zijn van het werk van Minne. De volledige recensie is na te lezen op de website van Trouw.

 

Minnes poëzie staat hoog aangeschreven, Komrij in zijn bloemlezing rekende hem tot de groten, maar algemeen bekend kan zijn werk niet heten. Het is ook niet veel, in feite maar één bundel, 'In den Zoeten Inval' (1927), waarvan de omvang in 1955 werd verdubbeld met andere gebundelde, verspreide en uit brieven afkomstige gedichten. Minne lijkt een dichter tegen wil en dank te zijn geweest en dat bovendien maar voor een betrekkelijk korte periode: de jaren tien en twintig. In 1931 gaat hij als journalist bij het Gentse dagblad Vooruit om den brode schrijven en is het gedaan met de poëzie.

Toch heeft dat weinige hem een enorme reputatie bezorgd, vergelijkbaar met die van Nescio en Elsschot, namen die in verband met Minne nogal eens vallen. Vandaar dat er nu in de mooie biografie-reeks Open Domein van De Arbeiderspers een kloeke en zeer gedegen levensbeschrijving van hem kan verschijnen. Marco Daane heeft al het mogelijke speurwerk verricht om de feiten van Minnes bestaan, zijn leven en werk, te achterhalen. In grote lijnen was daar natuurlijk al wel het een en ander van bekend, maar Daane heeft veel nieuwe documenten achterhaald en navraag gedaan bij een menigte instanties en personen, waardoor het bestaande beeld aanzienlijk is uitgebreid, verdiept en gecorrigeerd.

[...]

Minne werd vroegtijdig van school gehaald om bureeljongen en later handelsreiziger te worden. Hij was actief in de socialistische beweging, de Belgische Werkliedenpartij. Tot in de Eerste Wereldoorlog was hij daarmee verbonden. Minne was goed op de hoogte van Hegel en 'ons aller meester' Marx. Aan deze periode van een jaar of tien besteedt Daane heel veel aandacht, hij zet zijn hoofdpersoon in de politiek-sociale context van die tijd.

[...]

Op zijn zestigste, in 1951, kreeg Minne een vriendenboek aangeboden, waarin Gerard Walschap schrijft dat hij ,,onze meest menselijke dichter is, onze dichter die men het meest en oprechtst kan beminnen.' Ja, Minne had zijn naam wel mee. Daane noemt hem een paar een 'dwarse spotvogel' en dat is hij zeker geweest. Het beeld dat van hem oprijst uit deze biografie is dat van een idealistisch begonnen man, die de ontnuchtering in zijn leven heeft geďncorporeerd, zonder het verlangen geheel te vervangen door spot en ironie. Dat mag blijken uit dit gedicht tot slot:

 

Daar is in de wereld niets, mijn God,

dan de ruimten om ons,

dan de zingende oceanen,

dan de zonnen en 't gegons

der zwermen in den avond laat,

daar is niets dan wat hol gepraat

en mijn verlangen dat vecht naar U.

 

Provinciale Zeeuwse Courant, 28 juni 2001

Hans Warren, ‘Dat de dag zo spoedig mogelijk om weze’

Hans Warren is dichter, vertaler en bloemlezer, vermaard om zijn Geheim dagboek en al jarenlang de vaste en gewaardeerde recensent van de PZC.

 

Een handvol gedichten: dat is bijna letterlijk wat de Vlaamse auteur Richard Minne (1891-1965) de wereld heeft nagelaten. Het zijn gedichten met een in onze literatuur zeldzame lichte toon, maar ze verraden vaak ook een zwaar gemoed. Ze zijn, zoals Marco Daane het noemt in zijn pas verschenen biografie van Minne De vrijheid nog veroveren, ‘de vrucht van een karakter dat pendelde tussen een spitse humor, eenzame melancholie en teleurgestelde bitterheid’. Het is een belangwekkend boek, een boeiende verkenning van een schrijvers­leven dat tot nu toe in nevelen was gehuld.

[...]

Hij is door Jeroen Brouwers ‘een boerse broer van Elsschot’ genoemd en een ‘Vlaamse neef van Nescio’. Maar hij lijkt eveneens een literair familielid van Louis Paul Boon, die hem op zou volgen bij Vooruit. Ze delen, afgezien van hun uitgebreide krantenwerk, ook hun volstrekte eigenzinnigheid, hun gebruik van de streektaal. Bij Minne was dat het Gents. ‘Zijn Gents was authentiek, het Gents van de straat’, weet zijn biograaf te melden. Die heeft er veel werk van gemaakt Minnes bestaan een achtergrond te geven. Hij schrijft levendig over het Gent uit diens jeugd, de Vlaamse socialistische beweging waarbij hij aansluiting zou vinden, de oorlog van 1914-1918.

[...]

Van het schrijven zijn beroep maken lukte evenmin. ‘Zijn vrouw vraagt geld, / klinkende oorden, / en geen geweld / van dichterwoorden’, schreef hij. Hij kreeg een betrekking bij de socialistische krant Vooruit. Eerst als documentatie­medewerker, later als redacteur, columnist en nog veel meer.

Er zijn af en toe oplevingen, bijvoorbeeld wanneer Van Oorschot zijn dichtwerk uitgeeft. Maar het bestaan van Minne lijkt toch vooral een snelle beklimming en vervolgens een eindeloos gerekte afdaling. Hij ervoer alles wat hij moest doen als een sleur. De humor kon de melancholie steeds minder verhullen. Zijn verlangen was ‘dat de dag zo spoedig mogelijk om weze en ik in een zware, zwarte slaap moge verzinken’. Hij weigerde, volgens zijn biograaf, halsstarrig met zijn tijd mee te gaan.

[...]

Zijn naam is nog altijd slechts in kleine kring een begrip. Maar wie z’n poëzie, bijeengebracht in In den Zoeten Inval en andere gedichten eenmaal gelezen heeft, zal die nooit meer vergeten. Bijvoorbeeld vanwege deze wending: ‘Ik was op verre zeeën / tuk. / Nu zoek ik bij mijn peeën / geluk.’

 

De Volkskrant, 27 juli 2001                                                 

Michaël Zeeman, ’Een beminde maar ongelezen dichter. Biograaf Marco Daane plaatst Richard Minne in zijn tijd en milieu’

Michaël Zeeman is dichter, schrijver, criticus en presentator van het enige Nederlandse televisieprogramma over boeken: Zeeman met boeken, waarin hij voor de VPRO met onder meer Bas Heijne, Xandra Schutte, Maarten Doorman en Dirk van Weelden de stand van zaken in de literatuur bespreekt.

 

Gecanoniseerd is hij, bemind wordt hij, maar niet veel meer dan een klaslokaal vol mensen leest en kent hem. En het merkwaardige is, dat dat eigenlijk nooit anders geweest is.

Zelden zal een dichtersleven zozeer zijn bepaald door ogenblikkelijke en genereuze erkenning enerzijds en het uitblijven van succes anderzijds. Zelden zal een mensenleven zo zijn gekleurd door getob en geklaag enerzijds en niet aflatende aanmoediging anderzijds. Het oeuvre van Richard Minne is klein: zijn gedichten gaan gemakkelijk in een kleine band, zijn proza past in een iets grotere. De biografie die Marco Daane nu van hem schreef – een in allerlei opzichten voortreffelijk boek – is aanzienlijk dikker dan zijn verzameld werk.

Dat is vreemd en roept in eerste instantie allerlei kribbige vragen op.

[...]

Is dat oeuvre, is dat levensverhaal, al die moeite en, even later, die vijfhonderd pagina’s waard? Er waren al enkele wat oudere en kleine biografische schetsen van Richard Minne: had het daar niet bij kunnen blijven of had niet volstaan kunnen worden met een correctie en uitbreiding daarvan?

Als het angelsaksische geloofsbeginsel voor biografen juist is, en het de eerste plicht van een biograaf is licht te werpen op het werk van zijn onderwerp en niet voor spion te gaan spelen in diens slaapkamer, dan heeft Daane met zijn boek het antwoord op die korzelige vragen gegeven. Want doordat zijn biografie de geschiedenis van een man, een dichter in zijn tijd en zijn milieu is, biedt het boek een weelde aan context voor Richard Minnes werk. Niemand kan ooit een gedicht of welk kunstwerk dan ook verklaren uit de omstandigheden waaronder het tot stand kwam, maar die kunstwerken worden wel begrijpelijker, toegankelijker door kennis van die omstandigheden.

En dat is precies wat Marco Daane te bieden heeft.

Maar met die constatering doe ik hem tekort, want het is heel veel wat hij te bieden heeft en het is met grote vlijt en vindingrijkheid bijeen gezocht en uitgezocht en het is op een verstandige en veelal evenwichtige manier opgeschreven. Wie alleen in de dichter Richard Minne geďnteresseerd is, zal zijn boek te dik en te uitvoerig vinden, wie in de Vlaamse literatuur, de Vlaamse beweging, de geschiedenis van Vlaanderen in de eerste helft van de twintigste eeuw en nog zo het een en ander geďnteresseerd is, vindt er dat alles in, weerspiegeld in het werk en levensverhaal van een singuliere dichter.

En dat werpt wel degelijk licht op het oeuvre van die dichter.

[...]

Door Richard Minne zozeer in zijn tijd te plaatsen, maakt Marco Daane hem juist weer uniek. Diens getob en gezanik over zijn onvermogen aan het werk te komen – hij verdiende een prijs voor zijn gedrens en zijn naaste vrienden onderscheidingen voor hun lankmoedigheid – krijgen daardoor de allure van iemand die zich weigert aan allerlei modieuze fratsen aan te passen.

Dat maakt de bittere ironie van zijn gedichten ineens een stuk begrijpelijker en betekenisvoller. Het kokette gaat eraf en het wordt individualistisch. Dat valt alleen maar te waarderen door andere individualisten die zich weinig aan modes gelegen laten liggen.

 

Vrij Nederland, 18 augustus 2001

Hans Renders, ‘Te bozig om dichter te zijn. Een verdediging van Richard Minne’

Hans Renders is docent journalistiek, criticus en literair-historicus. Hij schreef een voorgaand deel in de biografieënreeks Open Domein: Zo meen ik dat ook jij bent, over Jan Hanlo (1998).

 

De biografie van Richard Minne maakt nieuwsgierig naar die van Louis Paul Boon. In de noten van De vrijheid nog veroveren; Richard Minne 1891-1965 voert Marco Daane een ware kruistocht tegen Kris Humbeeck, schrijver van de nog niet gepubliceerde biografie van Boon. Op een agressieve toon die in de rest van zijn boek niet voorkomt, hekelt Daane de manier waarop Humbeeck te werk gaat.

[...]

... het gapende gat van de vergetelheid [heeft] zich voor Minne vervaarlijk ver geopend. Misschien dat Daane daarom zo fel op Humbeeck is. Boon zal over vijftig jaar nog gelezen worden en Minne niet. Een voorspelling die ik over de respectievelijke biografieën niet voor mijn rekening durf te nemen. Daane heeft een belangrijk boek geschreven omdat hij het gedurfd heeft Minne in een politieke context te zetten. En aangezien al die andere aangekondigde biografieën van Vlaamse schrijvers maar niet verschijnen, vult zijn verhaal over het politiek verkavelde literaire klimaat in Vlaanderen een leemte.

[...]

Dichters worden altijd verkeerd begrepen, daarom worden ze dichter. Maar met Minne ging het verder. [...] De plotselinge, ontnuchterende wendingen in de poëzie van Minne hebben voor veel misverstand gezorgd. Daane vindt het niet de moeite waard om uit te leggen waarom Minne zo vaak verkeerd begrepen werd: toon, woordgebruik en thematiek zijn volgens hem doodeenvoudig ‘onvergelijkelijk’. Dat moge zo zijn, maar wie nu In den zoeten inval leest – Minnes debuut is in feite zijn enige serieuze bundel – begrijpt op een enkel gedicht na deze bijna-heiligverklaring* toch niet goed. Het is mooi dat Daane heeft gekozen voor een brede cultuurhistorische aanpak, maar over het werk van Minne heeft hij wel erg weinig te melden.

[...]

Het zal wel weer op voorspraak van Herreman zijn geweest dat Minne begin jaren dertig medewerker en redacteur van Vooruit kon worden. [...] Net als twintig jaar daarvoor ging hij schrijven voor een wekelijkse bijlage van Vooruit, een soort literair weekblad onder de titel Koekoek. Met Minne in de redactie werd het een satirisch blad waarover vooral katholieken zich erg boos konden maken. De nationalistische Wies Moens eiste zelfs lijfstraffen om de redactie tot de orde te roepen. Hier begint Minne dan eindelijk te accelereren. Hij blijkt au fond een krantenman te zijn, een journalist die veel klaagt maar hard kan werken. Iemand die de tucht van de tredmolen nodig had om tot iets te komen. Minne trok ’s morgens na binnenkomt op de redactie zijn jas uit en hees zich in een okerkleurige stofjas, een morsig sigarettenpeukje tussen zijn lippen. Zo begint hij als een inktkoelie in Koekoek de wekelijkse rubriek ‘Brieven van Pierken’, een humoristisch feuilleton waarin de belevenissen van de Gentse volksjongen Pierken worden verteld. Op aanstekelijke wijze beschrijft Daane Minnes zelfspot, zijn liefde voor de Franse literatuur en zijn campagne voor het in stand houden van het Gentse dialect.

[...]

Met Wolfijzers en schietgeweren won Minne de Driejaarlijkse Staatsprijs, waar hij volgens zijn biograaf ‘recht’ op had.** Flauwekul natuurlijk. De eveneens genomineerde Louis Paul Boon had die voor zijn De voorstad groeit moeten krijgen...

 

* De aanduiding ‘onvergelijkelijk’ is in de biografie geenszins een ‘bijna-heiligverklaring’, maar letterlijk bedoeld: niet-te-vergelijken-met-anderen. Dat staat er zelfs expliciet bij (p. 148).

** Ook hier verdraait Renders de tekst. ‘De Staatsprijs was voor hem [Minne] een inhaalslag waarop hij recht had’, aldus die biograaf over de gevoelens van zijn onderwerp op p. 353.

 

Haagse Courant, 7 september 2001

Ron Elshout, ‘Rode broeder werd nuchtere dichter’

Ron Elshout is redacteur van het literair tijdschrift Bzzlletin.

 

Hoewel Minne in Komrij’s beroemde ‘Bloemlezing’ met de maximale tien gedichten vertegenwoordigd is, bleef hij overwegend een ‘dichters dichter’. Hij publiceerde dan ook eigenlijk maar één dichtbundel: ‘In den zoeten inval’ (1926) die door Van Oorschot in 1955 aangevuld herdrukt werd. Goed beschouwd was Minne na verschijning zo goed als ‘uit-gepoëzijd’, zoals hij het zelf uitdrukte.

Tot het schrijven en uitgeven van ander werk was hij ternauwernood te pressen, waardoor zijn biografie door Marco Daane dikker is dan zijn totale oeuvre. Dat bestond verder uit ‘Heineke Vos en zijn biograaf’ (een fragmentarische ‘roman’, 1933), ‘Wolfijzers en schietgeweren’ (verhalen, brieven, 1942) en ‘In twintig lijnen’ (een keuze uit zijn krantencolumns, 1955). Men kan de vraag stellen wat een dergelijk lijvige biografie van een minor poet als Minne rechtvaardigt.

Er is weinig oorspronkelijk materiaal voorhanden; veel bleek vernietigd, Minne bleef kinderloos en het weinige dat er was overgebleven raakte verspreid.

Toch is Daane er in geslaagd een evenwichtige levensgeschiedenis te schrijven.

Waarschijnlijk juist vanwege het ontbreken van primair materiaal koos hij voor omwegen. Om Minnes maatschappelijke positie te kunnen beschrijven schrijft hij ‘en passant’ onder meer de geschiedenis van het Vlaamse socialisme (De Belgische Werkliedenpartij), die van de socialistische journalistiek (het dagblad Vooruit) en de ontwikkeling van het illustere tijdschrift ’t Fonteintje. Hij slaagt er wonderwel in een aannemelijk portret van Minne uit de destilleren.

[...]

Uit de in de biografie opgenomen socialistische verzen, waarin Minne ‘de roode broederschap’ ronkend bezingt, blijkt van hoe ver de dichter Minne moest komen voor hij zijn eigen bitterspottende toon gevonden had.

Na de beschrijving van de politieke schermutselingen in WOI rekent Daane af met de boerenmythe die Minne altijd aankleeft...

[...]

Daane werkte mee aan de in 1996 verschenen Verzamelde verhalen (G. van Oorschot), misschien wordt het tijd voor een definitieve editie van Minnes Verzamelde gedichten. Wellicht maakt de verschijning van deze biografie hem minder een dichter voor alleen dichters. Tevens maken de geciteerde brieven in de biografie en die in ‘Wolfijzers en schietgeweren’ de vraag naar een goed verzorgde uitgave daarvan relevant.

 

 

Cover

 

 

Introductie

 

 

Levensschets

 

 

Bibliografie

 

 

Boekenwijzer

 

 

The Daily Bite

 

 

E-mail:

 

mdaane@wxs.nl