Bennie Huisman - Lytse histoarje fan langst. Roman (2010)
Nadat hij in 1974 voor de eerste keer de Rely-Jorritsmapriis kreeg voor een gedicht, debuteerde Bennie Huisman (1947) als dichter in boekvorm in 1978 met de bundel Opgeande tiid. In 1982 kreeg hij dezelfde prijs nog eens voor zowel een gedicht als een verhaal. Het verhaal heette 'De rop fan it wetter', dezelfde titel als de verhalenbundel waarmee Huisman acht jaar later in 1990 als prozaïst in boekvorm debuteerde. Daarna hield de auteur zich bezig met allerlei vormen van theater en pas in 2008 verscheen weer een boek in proza, Eeltsje & ik, waarin de auteur op speelse wijze een aantal reizen van de 19e-eeuwse dokter/schrijver Eeltsje Halbersma reconstrueert.

En dan is er nu zijn eerste roman. Het is een soort raamvertelling. Het boek begint met een inleidende hoofdstuk 'Winterreis. Desimber 2009' over een ik-figuur die duidelijk Bennie Huisman zelf is: 'Twa jier lien skreau ik in boek oer de Grouster dichter Eeltsje Halbersma' staat op de eerste bladzij. In dat hoofdstuk vraagt de auteur zich af hoe hij om moet gaan met autobiografische verhalen die niet alleen de buitenkant beschrijven, maar om wezenlijke zaken gaan. Doordat hij na veertig jaar opeens weer een cantate hoort die hij in zijn eerste jaar als koordirigent instudeerde, wordt hij in de goede richting gedreven.

Dan volgt het eigenlijke verhaal dat ongetwijfeld autobiografisch is. Huisman noemt de hoofdpersoon zelf verderop in het boek zijn alter-ego, maar de auteur neemt enige afstand door het verhaal personaal te vertellen en het hoofdpersonage de naam Thomas te geven. Thomas is, net als Huisman zelf, van alles een beetje: leraar, dirigent, zanger, timmerman en schrijver; en hij is vader, dat lijkt uiteindelijk wel het belangrijkste, vader van een dochter van twaalf, uit zijn eerste huwelijk. Het verhaal speelt zich af in het voorjaar en de zomer van 1979, het eerste deel in de eerste week van mei. Na een tweede 'Winterreis' (januari 2010) gaat dat verhaal verder met de eerste week van juli 1979 en na een derde 'Winterreis' (februari 2010) wordt de laatste week van juli beschreven. Maar de basis van het verhaal ligt in een dramatische gebeurtenis eind jaren zestig, een gebeurtenis waar Thomas nooit lang genoeg bij stil gestaan heeft. De auteur eindigt het boek met een epiloog die zich in maart en mei 2010 afspeelt, met een prachtige slotparagraaf op een begraafplaats waar een gedenksteentje wordt geplaatst en met de laatste eenvoudige, maar kernachtige zinnen: 'Want dit is no ienris in dei fan ferhalen. Ferhalen dy't bliuwe.'

Huisman vertelt met dit boek een mooi ontroerende geschiedenis, waarin hij op elke bladzij en met elke zin de juiste toon weet te vinden: een toon van licht ingehouden melancholie, van 'klein verlangen', die zo goed bij het verhaal past. Het eerste deel van het verhaal over Thomas heeft als titel 'it famke en de dea' (het meisje en de dood). Het meisje is Anna, een violiste met wie Thomas wel optreedt. Hij begint, na eerdere huwelijken met Eke en met Gerbrich, net aan een serieuze relatie met Anna als hij het bericht krijgt dat zijn oma in coma in het ziekenhuis opgenomen is. Thomas is deels bij zijn opa en oma opgegroeid en gaat nu regelmatig naar het ziekenhuis om naast zijn opa bij het bed van zijn oma te zitten. Door deze gebeurtenis denkt Thomas ook terug aan tien jaar geleden, toen zijn tweede kind dood geboren werd, een gebeurtenis die hij maar geen plek heeft kunnen geven, maar die hij nu wel voor het eerst met iemand, met Anna, kan delen.

In het intermezzo 'Winterreis. Januwaris 2010' laat Huisman weer zichzelf zien, onder andere als de zanger/muzikant die ondernemer moet spelen met kaartjes, folders en een website. Maar vooral maakt hij zich zorgen over zijn boek, vraagt zich af of er een rode draad in zit of een hoofdthema, en probeert daar een antwoord op te formuleren. En hij vraagt zich af hoe te laveren tussen werkelijkheid en verbeelding, een vraag die nogal urgent is bij zo'n autobiografisch verhaal. Ik vind in ieder geval dat Huisman er uitstekend in is geslaagd om het dramatische gegeven om te zetten in een zeer boeiende roman. Nergens wordt hij larmoyant, terwijl het verdriet om wat er gebeurd is en het jarenlange onvermogen om daarmee om te gaan wel een grote rol spelen. Hoogstens zou je kunnen zeggen dat Huisman zijn hoofdpersonage misschien wat te sympathiek neerzet, al spaart deze zichzelf ook niet.

In het tweede deel van het verhaal over Thomas wordt hij door allerlei omstandigheden steeds meer geconfronteerd met zijn verleden. Anna is op vakantie en Thomas brengt een dag door met zijn dochter die hem concrete vragen stelt ('Waarom ben je bij ons weggegaan?') waar hij eigenlijk geen antwoord op weet te geven. Met een vriend doet hij een klusje in het dorpje waar hij met zijn eerste vrouw gewoond heeft en de vrouw van zijn vriend vraagt hem waarom het in zijn tweede huwelijk misgelopen is. Met de laatste praat hij ook weer over zijn doodgeboren zoontje. Steeds meer komt hij er zelf achter dat hij veel te weinig zijn gevoelens van verdriet en onlust, onder andere ook over zijn baan als leraar, gedeeld heeft met anderen met wie hij een relatie had.

Ook in het laatste deel van het verhaal over Thomas komt deze allerlei bekenden van vroeger tegen, met wie hij praat over zowel zijn eerste als zijn tweede vrouw. Op de laatste dag van het verhaal komt Anna weer thuis na vier weken Frankrijk en Thomas vraagt zich af wat hij met haar en een eventuele verdere relatie aan moet. Daarna volgt nog de epiloog, die een ontroerende afsluiting is. Dat het boek zo goed geslaagd is, zit hem onder andere in de uitgekiende opbouw van de roman. De verschillende tijdlagen geven elke keer precies genoeg informatie om de lezer nieuwsgierig te maken en te blijven pakken. Daarbij hanteert Huisman een stijl die mooi de ontroerende sfeer van het verhaal weet op te wekken: sober en rijk tegelijk, met een weemoedige ondertoon en een constant gevoel van verlangen, naar liefde, naar vrijheid, naar begrip van wat er gebeurd is en nog gebeuren gaat, naar geluk. Dit mag dan een 'kleine geschiedenis' zijn, zoals de titel aangeeft, maar die kleine geschiedenis levert wel een prachtige roman op.

Bennie Huisman - Eeltsje & ik. Reisferhalen (2008)
De gebroeders Halbertsma schreven met de Rimen en Teltsjes hét klassieke boek uit de 19e-eeuwse Friese literatuur. Over de Halbertsma's is al veel geschreven, maar zelden zo persoonlijk, inlevend en vlot leesbaar als nu zanger/schrijver Bennie Huisman (1947) over Eeltsje Halbertsma (1797-1858) schrijft. De aanduiding 'reisverhalen' voor dit boek is speels bedoeld: Huisman reist Eeltsje inderdaad na naar Heidelberg, Emden, Leiden, Rhenen of hij reconstrueert diens laatste reis van Leeuwarden naar Grouw, een paar weken voor zijn dood. Zo'n reconstructie kan alleen, schrijft Huisman, via verbeelding en inleving, want die reis is toen niet beschreven. Wel dook Huisman in brieven en archieven, en hij haalde allerlei feiten rond de reizen naar boven, bijvoorbeeld het weer. Met al die gegevens beschrijft hij, niet chronologisch, maar wel heel levendig, het tragische leven en niet te vergeten de gedichten/liedjes van deze romantische 19e-eeuwse dokter en dichter. Hij citeert uit de brieven en de gedichten, noteert en passant à la Geert Mak in diverse beschrijvingen de weinige overeenkomsten en vele verschillen tussen het midden van de 19e en het begin van de 21e eeuw. Een heerlijk boek.


Bennie Huisman - Hûs oan see / Huis aan zee. (2007)
Al ruim 25 jaar is Bennie Huisman (1947) een schrijver en troubadour die zich vooral van zijn Friese moedertaal, maar ook van het Nederlands bedient. Deze bundel met bijna vijftig nieuwe liedjes en gedichten getuigt daarvan. In deel 1, 'Huis aan zee', gebruikt Huisman nogal eens beelden ontleend aan de zee om bijvoorbeeld te schrijven over herinneringen aan zijn geboortehuis, over zijn vader of opa. Er zijn liedjes en gedichten waarin de lente wordt beschreven, de winter, de zomer; waarin hij bouwt aan een schip 'voor een eerste reis naar laatste liefde'. Huisman toont zich een romanticus, die gevoelig (hoewel nergens sentimenteel!) weet te schrijven over zijn onderzoek naar zijn verleden en ondertussen droomt van de toekomst, onderweg is 'tussen droom en daad, tussen liefde en vrijheid'. Dat romantische verlangen naar vrijheid komt nog duidelijker naar voren in het kleinere tweede deel waarin het zwerven, liefst op een fiets, centraal staat. Bij de Friese teksten staat een Nederlandse vertaling. Op de bijgevoegde cd draagt Huisman gedichten voor en vertolkt hij samen met Frederike Kleefstra en Corinne Staal een aantal liedjes.