Durk van der Ploeg

De dei lkt nei de jn
De winter komt
It lekken oer de spegel
Gjin plak op ierde
It wurk fan 'e duvel
Under de seespegel
Foarby it Boarkumer fjoer
Sniewinter
Troch kadastrale fjilden
Sykjend nei it lste hs
De iishiligen
De kjeld fan it noarden

Durk van der Ploeg - De kjeld fan it noarden. (2010)
Het is goed dat de jury van de Gysbert Japicxprijs 2011 het aandurfde om de prijs (eindelijk!) toe te kennen aan Durk van der Ploeg, een prijs die hij in 2003 al had moeten krijgen. Al te lang wordt erover geschreven of Van der Ploeg de prijs zou moeten krijgen, ja of nee. Nee, Van der Ploeg is geen vernieuwer of literaire voorloper zoals ooit Anne Wadman dat was, of zoals Trinus Riemersma en Josse de Haan dat waren. Ja, Van der Ploeg heeft een meer dan degelijk literair oeuvre op zijn naam staan. Hij schreef zowel vroeger als recent talloze romans die er zijn mogen. Terecht prees Albertina Soepboer Van der Ploegs laatste roman, De kjeld fan it noarden (in De moanne, jaargang 10, nummer 6, juli 2011). Ze merkt op dat Durk van der Ploeg een meester-verteller is en meer dan dat. Want naast een mooie historische roman schrijft Van der Ploeg volgens Soepboer ook een verhaal waar universele aspecten aan zitten. In dit geval onder andere omdat de hoofdpersoon na veel ontberingen eindelijk zichzelf lijkt te vinden. Dat is voor mij dan ook meteen ht verschil tussen de boeken van bijvoorbeeld een schrijver als Hylke Speerstra en een auteur als Durk van der Ploeg en ik ben het helemaal eens met Soepboers laatste zin: 'En sa'n ferhaal, dat is literatuer op syn iepenst en skerpst.'

De kjeld fan it noarden is een historische avonturenroman. De zestienjarige Alwin Cupido monstert in maart 1826 aan op de walvisvaarder Harlingen. Het is een nieuw gebouwd schip, speciaal versterkt om noordelijker, met gevaar voor nog grotere ijsmassa's, te kunnen varen dan tot dan toe gebruikelijk was. Dat was nodig omdat in de leeggeviste zeen nauwelijks meer walvissen gevangen werden. De onervaren Alwin is een paar dagen flink zeeziek, maar werkt daarna als koksmaat flink mee. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen komt het schip, nog voordat de bemanning een walvis te zien krijgt, vast te zitten en wordt het door het ijs kapot gedrukt. De bemanning wordt opgenomen door een Engelse walvisvaarder, maar na zes weken met elkaar op dat schip in het ijs vastgezeten te hebben, pikt de Engelse bemanning dat niet meer en de bemanning van de Harlingen verlaat het Engelse schip om over het ijs de kust van Groenland te bereiken. Gevreesd wordt eigenlijk: een wisse dood tegemoet.

Bij het schrijven van dit boek maakte Van der Ploeg onder andere gebruik van het journaal dat de commandeur van de Harlingen, Klaas Hoekstra, van deze waargebeurde reis bijhield. Voor de scheepslieden gebruikte hij de bemanningslijst van het schip. Alleen de hoofdpersoon van het verhaal, Alwin Cupido, komt op de originele lijst niet voor en komt dus volledig uit de pen van de auteur. Het is een bekende truc van een historische-romanschrijver: ga uit van een historische gebeurtenis, maar gebruik een fictioneel hoofdpersonage. Die kun je van alles laten zeggen en vooral laten denken zonder de historische werkelijkheid geweld aan te doen. Van der Ploeg doet dat zeer vaardig en voegt aan de op zich al avontuurlijke reis van de scheepsbemanning nog een heel schrijnend verhaal toe.

Dat is het persoonlijke verhaal van Alwin Cupido van Ameland, dat je kunt lezen als een Bildungsroman, wat maakt dat het boek geen doorsnee historische avonturenroman is. Alwin wordt door zijn vader betrapt in een incestueuze situatie met zijn zuster die door een hazenlip en een val uit een boom zo'n misvormde mond heeft dat niemand haar aandacht schenkt. 'Dyn eigen suster, ferdomme! Nee! Goddomme, dyn bloedeigen suster!' Dat zijn de eerste zinnen van de roman en de woorden van Alwins vader die de aanleiding voor de avontuurlijke reis worden en die de jongen maar niet uit zijn hoofd kan zetten. Zijn vader stuurt hem naar een oom verderop op het eiland, maar Alwin gaat stiekem naar zijn opa, ooit commandeur op de walvisvaart, en die beveelt hem aan bij de Harlinger schipper Hoekstra. Zo denkt Alwin het eiland Ameland en zijn historie daar te kunnen ontvluchten.

Hij heeft er al meteen last van dat hij over zijn voorgeschiedenis moet liegen tegen Sytse, de zoon van de commandeur, die na zijn opleiding op de zeevaartschool ook voor het eerst meevaart en met wie hij al snel bevriend raakt. Wat er precies gebeurd is met Alwin en zijn vijf jaar oudere zus Anna lezen we in 'niet verstuurde brieven' die Alwin schrijft aan zijn moeder, aan zijn vader en aan Anna. Daarin vertelt hij over de schrijnende relatie met Anna, die hij deels uit medelijden, deels door haar dwingende hand als kleine jongen al op een andere manier lief moet hebben dan hij wil. Hij schrijft hartverscheurend over zijn moeizame relatie met Anna en over de relatie met zijn vader die hij haat, omdat zijn vader nooit eens iets liefs of aardigs tegen hem zei en al helemaal niet tegen Anna. Op verschillende momenten in het verhaal vraagt Sytse, die zelf heel open is over zijn geheime verhouding met een vriendinnetje, aan Alwin wat hem dwars zit en wat zijn geheimen zijn. Want steeds meer vermoedt hij een spannende geschiedenis achter Alwin, die vaak nachtmerries heeft en daarbij een hoop kabaal maakt door te roepen, te schoppen en met zijn armen te slaan.

Ontroerend zijn de 'niet verstuurde brieven' aan zijn moeder, waarin Alwin haar probeert uit te leggen wat er allemaal gebeurd is, waarin hij zich verontschuldigt en vertelt hoe hij zich daaronder voelde en voelt. Mooi, soms bijna potisch zijn in die brieven ook Alwins herinneringen aan Ameland waarin je het verlangen om ernaar terug te keren zo navrant proeft. Want de kans dat Alwin daar weer terugkomt, lijkt wel bijzonder klein.

Nooit vervelend weet Van der Ploeg beeldend te blijven in de beschrijvingen van de akelige koude, het ijs, de sneeuw, de bevroren ledematen en de honger waar de mannen op hun tocht mee te maken krijgen. Indringend zijn de door kou, honger maar ook door wroeging veroorzaakte koortsbeelden van Alwin waarin hij herinneringen van Amelander gebeurtenissen, waaronder het pesten van Anna door dorpsgenoten, koppelt aan de mannen en toestanden in de bittere kou van het noorden. Ook daarin toont Van der Ploeg zich een meester-verteller.

Mooi getroffen is ook de relatie die Alwin en vooral de commandeurszoon Sytse krijgen met de stuurman Booij Booijse. Het lijkt een vader-zoonrelatie die beiden met hun eigen vader missen. Want ook Sytse vindt in de keurige, strenge, rechtvaardige commandeur niet de liefhebbende vader die hij graag wil. Bij Alwin zien we de moeizame verhouding met zijn vader onder andere verbeeld in de aanhef van n van zijn brieven: 'Leave heit' probeert hij, om er meteen 'Bste heit' van te maken en even later niet meer dan 'Heit'.

De auteur heeft zich uitermate goed ingelezen en ingeleefd in de wereld van de walvisvaarders aan het begin van de negentiende eeuw. Hij weet die wereld bovendien zo te beschrijven dat je de kou, de honger, de pijn, de angst en het verlangen van de walvisvaarders mee kan voelen. Daarbij is het verhaal over hoe Alwin met zijn verleden worstelt en hoe hij langzaam lijkt te groeien naar een zekere acceptatie daarvan net zo boeiend als het verhaal van de barre reis. Dat alles maakt De kjeld fan it noarden tot n van de beste romans van Durk van der Ploeg. Een roman bovendien die een Gysbert Japicxprijs zeker waard is.

Naar boven


Durk van der Ploeg - De iishiligen. Roman (2005)
Deze nieuwe roman van Durk van der Ploeg speelt zich weer af in Noordoost-Friesland. In de laatste fase van zijn leven kijkt Eman Botma terug op zijn kinderjaren. Ver van de bewoonde wereld leeft zijn familie in de jaren dertig en veertig in een klein bedoeninkje in de Bandtpolder bij de voormalige Lauwerszee. Pa is in dienst bij de dijkgraaf, maar al gauw moeten meer gezinsleden meehelpen bij het werk aan de dijk of met bonen uitzoeken. De kleine Eman doorziet steeds meer de verhoudingen tussen zijn broers, zus, vader en moeder onderling, maar ook met de dijkgraaf en de rest van de wereld. Weinige lichtpuntjes zijn dat Eman na de lagere school door kan leren en dat oudste broer Nutte een zaakje lijkt op te kunnen zetten. Maar door een mijn slaat nota bene net na de Tweede Wereldoorlog het noodlot toch nog genadeloos toe. Breed uitgesponnen zien we de geschiedenis van deze kansarme familie via de ogen van de jongste zoon. Het dijkwerk, met het ouderwetse gereedschap, en vooral de maatschappelijke verhoudingen van die tijd worden indringend en pijnlijk nauwkeurig beschreven.

Naar boven

Durk van der Ploeg - Sykjend nei it lste hs. (2004)
Durk van der Ploeg (1930) publiceert de laatste jaren regelmatig Fries literair werk en komt ook nu snel na het goed ontvangen Foarby it Boarkumer fjoer (2002) met een nieuwe roman. Hesling Alberda, in 1949 naar Canada gemigreerd, komt terug naar zijn wortels in Dokkum en kijkt terug op zijn leven in Canada en zijn jeugd in Dokkum. Hij is, na de vroege dood van eerst zijn vader en daarna zijn moeder, bij een oom en tante opgegroeid. In dat lichtelijk asociale gezin wordt Hesling steeds meer als buitenstaander behandeld en vooral n neef pest hem herhaaldelijk. Dat, plus de onmogelijke liefde voor zijn nichtje Aukje, veroorzaakt zijn vlucht naar Canada, maar bepaalt ook zijn leven als emigrant. Terug in Dokkum blijkt Aukje onbereikbaar. Het is een ouderwets goed geschreven en opgebouwde psychologische roman, zoals we van de auteur gewend zijn. Langzaam maar zeker komt de lezer meer van (het verleden van) de hoofdpersoon te weten en dat maakt het begrijpelijk dat hij ingepalmd wordt door een andere vrouw die hij van vroeger kent. In het ontroerende slot deelt Hesling haar laatste dagen met haar.

Naar boven

Durk van der Ploeg - Troch kadastrale fjilden. Gedichten (2003)
Ter gelegenheid van het verschijnen van zijn dertiende roman en tegelijkertijd van zijn zeventigste verjaardag organiseerde het Fries letterkundig Museum en Documentatiecentrum in 2000 een uitgebreide tentoonstelling over Durk van der Ploeg met als titel: 'Het literaire landschap van Durk van der Ploeg'. Toen werd ook geconstateerd dat de schrijver wel steeds productiever lijkt te worden. Beide zaken, het landschap en de productiviteit, zie je in de nieuwe dichtbundel van Van der Ploeg Troch kadastrale fjilden. Een prachtige bundel, van formaat (het aantal gedichten) en van inhoud.

De bundel heeft als motto een gedicht van Pessoa, een tweegesprek waarin de ene persoon zegt dat de wind spreekt van allerlei dingen als herinneringen en verlangens; volgens de ander is de wind alleen maar de wind en als je wat anders hoort zijn het leugens, leugens in jezelf. Dat vind je inderdaad in de bundel terug: herinneringen en verlangens, maar wat blijft daarvan over in de werkelijkheid?

De bundel zelf is verdeeld in drie delen. Het eerste deel ('De lnmjitter') bestaat uit zeven cycli van elk drie gedichten, allemaal hetzelfde opgebouwd: drie strofen van zeven regels, met ongeveer gelijke regellengte. In de eerste gedichten maakt de ikfiguur deel uit van een groep en spreekt daarom telkens van 'wij'. Beschreven wordt een volk dat in het noorden van Friesland volkomen zichzelf is in het harde bestaan. Halverwege komt de omslag en gaat de ik als individu verder. Dan krijgen we ook niet alleen maar het landschap van het noorden van Friesland beschreven, maar ook dat van Amerika waar de ik op een soort van vlucht terechtkomt. In het laatste gedicht is hij weer terug:

Het zijn zeer krachtige gedichten die landschappen oproepen van de Dongeradelen tot Manhattan en het Wilde Westen, en die vooral vertellen van iemand die zich niet neerlegt bij het gewone, dagelijkse bestaan; die oproept om gehoor te geven aan verlangen. Goed, hij keert ook weer terug en beseft, met de Prediker, dat alles in feite zinloos is, maar hij heeft in ieder geval geprobeerd om groots en meeslepend te leven. De gedichten nodigen, misschien wel door ritme, alliteraties en assonanties die ook weer niet erg overdreven veel aangetroffen worden, uit tot hardop lezen en ook dan valt de vitaliteit van de gedichten op. Ze doen qua sfeer en taal ook wel wat aan die van Tsjbbe Hettinga denken.

De tweede afdeling heeft ook 21 gedichten. Qua vorm zijn ze telkens verschillend, hoewel ze per gedicht een heel zorgvuldige opbouw hebben. Er zijn hier veel herinneringen o.a. hoe de dichter als kind met zijn vader de dijk opklom met het verlangen de zee te zien, met daaraan gekoppeld het verlangen om daar te blijven en altijd kind te zijn, altijd gelukkig. Het verstrijken van de tijd en de daarmee gepaard gaande veranderingen worden beschreven met een mengeling van verzet en berusting, van droom en werkelijkheid. Daarom past in deze afdeling ook een prachtig, eenvoudig, humoristisch en bewonderend gedicht ter gelegenheid van de negentigste verjaardag van Douwe Tamminga, 'Oan de nestor' en ook n voor de 'Dichter fan de earste oere', Gysbert Japicx. In dat laatste laat Van der Ploeg weer zien hoe machtig hij de taal beheerst, want door zijn eigen, moderne taal laat hij hier de oude taal van de 17e-eeuwse dichter doorschemeren.

In deel 3 staan weer 21 gedichten, waarvan n eigenlijk een cyclus is van zes gedichten. Opvallend is dat hier een paar rijmende gedichten bij zitten, soms zelfs sonnetten. Of liever gezegd, dat valt eigenlijk helemaal niet op. Pas bij goed kijken zie je dat er rijmende gedichten bij zitten, maar ze verschillen verder niet of nauwelijks van de andere, niet-rijmende gedichten, ze zijn net zo vloeiend geschreven. De landmeter uit het eerste deel komt hier letterlijk terug in een gedicht, genspireerd door het Bijbelboek Genesis: God heeft de bomen geschapen, waaronder de boom van goed en kwaad; de mens is een landmeter van het avondland geworden, we willen terug naar de natuur en scheppen die op een tekentafel. Die teleurstelling over wat de mens zou kunnen, maar er in feite van maakt, komt wel vaker terug. Niet eens erg somber, meer constaterend (wat geweest is, is voorbij), soms wel wat opstandig.

Dat thema zien we in alle drie afdelingen van deze dichtbundel en maakt, samen met de prachtig verzorgde taal en de beelden die Van der Ploeg gebruikt de bundel tot een mooie eenheid, al zijn alle drie delen op zich al een dichtbundel. Van der Ploeg heeft heel wat te zeggen en hij doet dat met woorden, zinnen, beelden en vormen waar ook heel wat meer over te zeggen valt. Een heerlijke bundel!

november 2003

Naar boven

Durk van der Ploeg - Sniewinter. (2003)
Van der Ploeg (1930) schreef ruim tien Friese romans of verhalenbundels, veelal gewaardeerd in literaire kring en bij een wat groter publiek. Zo'n schrijver moet een ideaal boekenweekgeschenk kunnen schrijven en dat klopt in dit geval ook: het is een interessant en prettig leesbaar boekje. De novelle speelt zich af in Noordoost-Friesland. In de winter van 1980-1981 raakt Adam, een oudere man die vlakbij het dorpje Teard woont, in zijn huisje bij de dijk ingesneeuwd. Hij woont daar alleen sinds zijn vrouw is overleden. Met moeite weet hij Teard te bereiken waar kunstenares Barbara o.a. portretten maakt van Adam. Ze heeft ook het huisje van Adam geschilderd, met alle in de loop der jaren aangebouwde schuurtjes en hokken. De herinneringen van Adam die via die aanbouwsels opgeroepen worden, spelen een belangrijke rol in het boek. Later krijgt Barbara voor de serie schilderijen over Adam een internationale prijs. De climax volgt als Adam van de gemeente de opdracht krijgt om alle bijgebouwtjes af te breken. Hij steek huis en aanbouwsels in brand.

Naar boven

Durk van der Ploeg - Foarby it Boarkumer fjoer. Roman (2002)
Met deze nieuwe roman bouwt Van der Ploeg (geb. 1930) verder aan een oeuvre waarin een streekgeschiedenis, hier van de vissersdorpen Peazens en Moddergat, beschreven wordt. In de 'Prolooch' (1862-1873) krijgt boerendochter Swaantsje een zoon, Botte, en trouwt daarna met visser Rimmeren Vaderloos. In deel 1 (It nije skip, 1874-1877) laat Rimmeren met geleend geld een modern schip te bouwen. In deel 2 (Grnsee, 1878-1894) staat 'de ramp van 1883' centraal: een groot deel van de vissersvloot van Peazens-Moddergat vergaat en ook Rimmeren komt om. In de jaren 1898-1906 (deel 3, De stiennen hntsjes) gaat het steeds slechter met de visserij. Botte kan niet meer van zijn schip leven en wordt matroos op een Duits visserschip. Nadat hij zijn schip, de droom van zijn (onechte) vader verkocht heeft, trouwt hij eindelijk. In de 'Epilooch' wordt zijn geschiedenis tot 1945 verteld. Van der Ploeg heeft een ideale manier gevonden om de geschiedenis van Noord-Oost Friesland, een streek van boeren en vooral vissers, van 1863 tot 1945 op een interessante en meeslepende manier te schetsen.

Naar boven

Durk van der Ploeg - Under de seespegel. Ferhalen (2001)
Durk van der Ploeg schrijft al sinds de 60'er jaren romans die indruk maken in literair Friesland, maar in vertaling daarbuiten soms ook. Zijn vorige verhalenbundel uit 1996 had als ondertitel 'noodlottige verhalen'. Dat etiket past grotendeels ook op de 11 verhalen, soms al veel eerder (vanaf 1966) geschreven en deels in literaire tijdschriften gepubliceerd, in deze prachtige nieuwe bundel. Zonder gebruik te maken van veel literaire trucs en al helemaal niet van hoogdravende lyriek, weet de schrijver een soort spanning op te roepen die de lezer meeneemt. Je wordt meegesleept in de ellende die de hoofdpersonen meestal zelf over zich afroepen, omdat ze niet opgewassen zijn tegen wat in de maatschappij moet of hoort. In een enkel geval blijft de hoofdpersoon wel recht overeind, zoals in 'Snieflok yn 'e simmer' waarin een oudere vrouw haar man verlaat. Met Clewitz in het eerste verhaal loopt het heel wat tragischer af. Van der Ploeg schrijft soms zo goed dat je om de toch rele treurigheid kunt lachen, zoals in het verhaal over het graven van de regenput, dat ook jammerlijk mislukt.

Naar boven

Durk van der Ploeg - It wurk fan 'e duvel. Roman (2000)
Een nieuwe historische roman van deze gerenommeerde Friese schrijver. Het boek speelt zich af in de armste streken van Friesland rond Kuikhorne in de 19e eeuw. Hartman wordt opgevoed door zijn moeder en opa. Als jongeman pleegt hij een moord en hij vertrekt in het leger naar de Belgische Opstand. Bij terugkomst wordt hij wantrouwend bekeken door de anderen. Op advies van de dokter begint hij een praktijk als 'wonderdokter'. Als een bij haar man weggelopen vrouw haar intrek bij Hartman neemt, wordt de dreiging van de anderen groter. Bij een volksgericht wordt Hartman opgepakt. Durk van der Ploeg verstaat zijn vak als schrijver uitstekend: hoewel de hoofdpersoon geen lieverdje is, gaat de lezer toch met hem meeleven. Via korte cursief gedrukte flashbacks kom je steeds meer te weten van de jeugd van Hartman en hoe hij van zijn opa allerlei kruidengeneeswijzen leerde. De dreiging van een slechte afloop maakt het boek ook spannend. En het boek geeft een indringend beeld van de manier waarop arme mensen zich nog geen tweehonderd jaar geleden moesten zien staande te houden.

Naar boven

Durk van der Ploeg - Gjin plak op ierde. Needlottige ferhalen (1996)
Durk van der Ploeg (1930) is vooral de laatste jaren zeer productief als romanschrijver. In deze bundel zijn tien verhalen samengebracht die hij schreef tussen 1961 en 1995. Vier daarvan zijn niet eerder gepubliceerd, andere verschenen eerder in diverse uitgaven en tijdschriften. Het centrale thema in deze verhalen is het noodlot dat de mens niet kan tegenhouden, bijvoorbeeld de eenzaamheid. In het eerste verhaal uit 1961 ('Prolooch fan de iensumheid') wordt op een beklemmende manier in een prachtig aangrijpende taal verteld hoe een meisje hunkert naar liefde en dat op het eind alleen durft te zoeken bij haar dode moeder. 'Harry' is een ultrakort, schrijnend verhaal over een soldaat die zonder benen uit de oorlog komt. Beklemmend zijn de verhalen die zich in een ziekenhuis of inrichting afspelen en 'Dowen', over een uitzichtloze man-vrouw relatie. In het laatste verhaal snapt een kind niet wat er gebeurt met een klasgenootje. Pas als het volwassen is, hoort het welk drama er gebeurd is. Beklemmende, schrijnende, maar vooral ook met veel psychologisch inzicht geschreven verhalen. De wat oudere verhalen zijn geenszins gedateerd en dat zegt wat over het vakmanschap van de schrijver.

Naar boven

Durk van der Ploeg - It lekken oer de spegel. Roman (1995)
Net als Reis nei de Kalkman speelt deze roman van Van der Ploeg zich af in de Dongeradelen (boven Dokkum). Het is een ingetogen geschreven, zorgvuldig opgebouwde roman, waarin naast de nawerking van de oorlog voornamelijk de vader-zoonrelatie een belangrijk thema is. Hoofdpersoon is Benjamin Hellinga, gepensioneerd journalist. Hij heeft al eerder verhalen geschreven en waagt zich nu aan een soort autobiografische roman. Daartoe schrijft hij een dagboek van 25 februari tot 5 mei 1995 met herinneringen aan zijn broer Simon. Enkele dagen voor de bevrijding kwam Simon, die in het verzet zat, om het leven. Het is een teleurstelling als er een brief komt van de oudste broer die naar Nieuw-Zeeland gemigreerd is. Deze schrijft dat Simon, die wel in het verzet zat, niet bij een verzetsactie omgekomen is.

Naar boven

Durk van der Ploeg - De winter komt. Novelle (1984)
Het werk van Durk van der Ploeg wordt gekenmerkt door humor, spanning en tragiek. Deze elementen zijn ook weer te vinden in dit tot novelle uitgewerkte verhaal waar hij al in 1978 de Rely Jorritsmaprijs mee won. Een oudere man, Brand genaamd, woont met zijn vrouw in een oude, afgelegen fabriek. Hij heeft nauwelijks contact met andere mensen. Op een dag vindt hij zijn vrouw dood in de loods en hij weet niet wat hij moet doen. Hij aarzelt tussen hulp halen en bij haar blijven, tot hij haar eindelijk zelf in de tuin begraaft. Uit de gedachten en handelingen van Brand daarna komt de lezer erachter wat er precies gebeurd is: Brand heeft zijn vrouw vermoord. Brand is een tragisch figuur, hij staat wat buiten de realiteit, is in de war (dementerend?) en weet zelf nauwelijks meer wat er gebeurd is. Doordat het perspectief bij Brand ligt, weet de lezer ook niet direct alles, wat de spanning erin houdt. Het boekje leest vlot, ook omdat in dit trieste verhaal de humor niet ontbreekt.

Naar boven

Durk van der Ploeg - De dei lkt nei de jn. (1984)
Deze nieuwe roman van de Friese dichter/schrijver Durk van der Ploeg gaat over de mensen in het dorp Twifel. Dat zijn o.a. Jurjen Balling en zijn medebouwvakkers die op het punt staan werkloos te worden. Op Jurjens dochter Duifje is het halve dorp verliefd, zelfs dominee Uittentreure. Jurjens buurvrouw, de weduwe Althusius, neemt de uit de hemel gekomen engel Gabril in huis. Blijmoedig en vrij stapt 'mynhear' Gabril door het dorp, zonder mee te doen met de roddels, jaloezie en schijnheiligheid die het dorp beheersen. Zo denkt iedereen direct aan Duifje als koningin van het dorpsfeest, maar niemand durft het voor te stellen, behalve meneer Gabril. Het verhaal vindt zijn climax op de avond van het feest. Op meneer Gabril wordt een aanslag gepleegd en hij keert daarop naar de hemel terug. Een vlot geschreven boek met veel kleine hoofdstukjes, waarin de soms auctoriale verteller de personen afwisselend belicht.

Naar boven