Willem Schoorstra - Rêdbâd - kronyk fan in kening. (2011)
Over de vorige boeken van Willem Schoorstra (1959), een verhalenbundel en twee eigentijdse romans, was ik nogal te spreken. Dat waren overigens de meeste recensenten ook, al liet een enkeling een wat negatiever geluid horen. Ook zijn nieuwe boek, een historische roman, vind ik vooral een prachtig meeslepend boek, dat ik bij vlagen maar moeilijk kon wegleggen. Toch is de roman, zeker in zijn opbouw, niet helemaal geslaagd.
Over de legendarische Friese koning Rêdbâd (Radboud) weten we bijzonder weinig. Hij moet geboren zijn ergens in het midden van de 7e eeuw, stierf in 719, zou de zoon zijn van Aldgillis en staat bekend als een heidense vorst die het christendom vijandig gezind was. Volgens een bekend, maar allerminst betrouwbaar verhaal zou hij zich op een gegeven moment tot het christendom bekeren, maar zich bedacht hebben op het moment van de doop door Willibrord. Ook in latere volksverhalen wordt van hem verteld.
Uiteraard maakt Schoorstra in Rêdbâd - kronyk fan in kening dankbaar gebruik van de verhalen die over deze koning de ronde deden. Dat doet hij bovendien knap, gebruik makend van een misschien niet heel originele, maar wel uiterst effectieve keuze: hij laat het deel van het verhaal over Rêdbâd vertellen door iemand uit diens naaste omgeving. Het boek begint vijf maanden na de dood van Rêdbâd. Hadagrim, 'de zoon van Egisgar' en 72 jaar oud, besluit om voor hij sterft het leven van Rêdbâd, dat hij van nabij heeft meegemaakt, te beschrijven. Want 'nooit en te nimmer heeft de geschiedenis een koning als Rêdbâd gekend, en zijn naam is groot onder de hemel'.
Het Friese rijk was in de zevende eeuw veel groter dan het huidige Friesland. Een kaartje voorin het boek laat zien dat het meer dan de helft van het huidige Nederland besloeg plus kuststroken in België en Noord-Duitsland. Hadagrims vader is heer van Iselhiem, een nederzetting aan de IJssel, ergens in de buurt van waar nu Zutphen ligt. Hadagrim is tien jaar als de Friese koning Aldgillis zijn zoon Rêdbâd, negen jaar oud, naar Iselhiem brengt. Daar zal Rêdbâd een jaar bij de familie van Hadagrim verblijven om er van alles te leren en hij wordt de boezemvriend van Hadagrim. Dat jaar beslaat vier van de 28 hoofdstukken uit het boek.
Schoorstra weet op een bewonderenswaardige manier bestaande volksverhalen te vermengen met zijn eigen fantasie. Zijn beschrijvingen van de personages zijn via Hadagrim vaak prachtig gedetailleerd en vrijwel altijd boeiend omdat ze de personages echt laten leven. Ook zijn uitbeelding van oude gebruiken doen nergens geforceerd aan, zelfs niet als hij daarvoor woorden gebruikt die het moderne Fries niet meer kent. Schoorstra weet prachtig een goede mix te vinden tussen fris en modern Fries en de suggestie van oude taal.
Het verhaal van Hadagrim over Rêdbâd gaat pas achttien jaar later verder, op het moment dat Rêdbâd zijn boezemvriend Hadagrim naar het koninklijk hof in Staveren laat komen. Hadagrim gaat daar fungeren als gesprekspartner en adviseur van Rêdbâd. De komst van Hadagrim naar Staveren gebeurt zes hoofdstukken na het afscheid van Rêdbâd van Iselhiem. In vijf van die zes hoofdstukken lezen we over wat zich ondertussen in het Suderryk afspeelt.
Het is jammer dat de auteur blijkbaar meer wil dan alleen het verhaal van Rêdbâd vertellen, dat gesitueerd is in het Noarderryk. Een substantieel deel van het verhaal speelt zich af in het Suderryk, waar Pepijn (in het boek Pepyn) van Herstal zijn verloren gegane bezittingen terug weet te winnen. Deze Pepyn is een vijand van Rêdbâd en hij wordt dan ook ietwat clichématig als een schurkachtige heerser neergezet. Niet zozeer door Hadagrim, want de gedeelten van het verhaal die zich afspelen in het Suderryk worden niet via het perspectief van Hadagrim verteld, die was daar immers niet bij. In die personaal vertelde delen ligt het perspectief bij Pepyn zelf, zoals in één van de laatste hoofdstukken het perspectief bij bisschop Willibrord ligt.
Handig is wel dat de schrijver aanzienlijke tijdverdichting weet te bewerkstelligen door Hadagrim op een gegeven moment haast te laten maken. Die voelt zijn einde nabij komen en besluit wat op te schieten met Rêdbâds levensverhaal door een flinke periode kort samen te vatten. In die latere periode worden Rêdbâds daden, waaronder diens voorgenomen doop, niet altijd door Hadagrim begrepen. De boezemvrienden zijn dan minder open zijn tegen elkaar. In ieder geval verzwijgt Rêdbâd tegenover Hadagrim wat zijn werkelijke plannen zijn. Waarom Rêdbâd daar zo zwijgzaam over is, wordt niet echt duidelijk.
Het boek eindigt met een hoofdstuk, 'een winter na de dood van Rêdbâd', waarin Hadagrim terugkijkt op de dood en de begrafenis van Rêdbâd. De laatste woorden, waarin iets van de fraaie schrijfstijl te zien is:
"Hadagrim bin ik, soan fan Egisgar, soan fan Hadagrim Bearetosk. Mar ek Raven, namme fan Rêdbâd my jûn. Syn boadskipper haw ik west, de raven dy't nijs út it Noarder- en Suderryk garre en it him yn it ear lústere.
Dit binne myn leste wurden.
Ik haw de skiednis te boek steld, de tsjoede dieden en de froede dieden. Team op team en slachte op slachte kinne no it wiere ferhaal lêze fan Rêdbâd Aldgilissoan, de grutste kening dy't Fryslân kend hat.
It oantinken oan him sil nea stjerre: dat rûzet yn de reiden en sjongt yn de wyn. Lit dy wittenskip ta stipe wêze yn tiden fan need en tsjusterens, de neiteam besielje om de takomst mei moed ûnder eagen te sjen.
Hadagrim skreau dit."*
Het is jammer dat dat laatste ('Hadagrim schreef dit') niet helemaal klopt en dat er wat onlogische dingen zitten in deze historische roman. Dat er ook iets misgegaan is met de lijst van romanpersonages (daar lijkt me een bladzij te zijn weggevallen, want die lijst begint bij de E) achterin het boek is maar een kleinigheidje. Rêdbâd - kronyk fan in kening is namelijk ondanks wat kritiekpunten een knappe en boeiende historische roman. Schoorstra kan namelijk wel heel goed schrijven en met de schrijfstijl in dit boek is dan ook helemaal niets mis.
* Hadagrim ben ik, zoon van Egisgar, zoon van Hadagrim Berentand. Maar ook Raaf, naam die Rêdbâd mij gaf. Zijn boodschapper ben ik geweest, de raaf die het nieuws uit het Noorder- en Zuiderrijk verzamelde en dat hem in zijn oor fluisterde.
Dit zijn mijn laatste woorden.
Ik heb de geschiedenis te boek gesteld, de slechte daden en de goede daden. Kroost op kroost en geslacht op geslacht kunnen nu het ware verhaal lezen van Rêdbâd Aldgilliszoon, de grootste koning die Friesland gekend heeft.
Nooit zal de herinnering aan hem vergaan: die ruist in het riet en zingt in de wind. Laat die wetenschap tot steun zijn in tijden van nood en duisternis, het nageslacht bezielen om de toekomst onverschrokken onder ogen te zien.
Hadagrim schreef dit.
Willem Schoorstra - De ôfrekken. Roman (2007)
Met zijn tweede roman laat Schoorstra (1959) zien dat de eerste, Swarte ingels (2004),
geen literaire toevalstreffer was. Ook De ôfrekken is prachtig opgebouwd en in een vlot leesbare,
beeldende stijl geschreven. Het boek begint uitermate krachtig, met de beschrijving van Brussel en de
eerste (homo-)seksuele ervaring van Ake, als hij in 1978 in de Belgische hoofdstad gaat studeren.
Daarna krijg je bij stukken en beetjes informatie over Akes problematische jeugd in een Fries vissersdorp
en over de tien jaar dat hij in Brussel woont. Soms lijkt het ietsje geforceerd als een snufje
geschiedenis opgediend wordt (Ake is hoogleraar geschiedenis), of net te gemakkelijk als personages
gebeurtenissen anno 1988 bespreken en uitspraken doen over bijvoorbeeld de rol van de Islam, maar alles
komt uiteindelijk wel schitterend op zijn plaats. En het wrange, ontroerende en soms zelfs humoristische
verhaal blijft van begin tot eind boeien. Dat komt ook omdat de geschiedenis van Akes vader, via brieven
verhaald, intrigeert en je meegesleept wordt naar de tweede ontmoeting van Ake met zijn vader in tien jaar.
Willem Schoorstra - Swarte ingels. Roman (2004)
Na een dichtbundel in 2001 en een verhalenbundel in 2002 komt Willem Schoorstra (1959) met
een voortreffelijk geschreven roman. Het boek is mooi opgebouwd: op de eerste bladzij gaan we van het
heden terug naar het begin van het verhaal: de strijd tussen de vader en moeder over de opvoeding van
Hilbrand en zijn zusje Fardou. De vader wil dat de kinderen sportief zijn, de moeder zet ze op het spoor
van de literatuur. Hilbrand, door wiens ogen we het verhaal volgen, wordt verliefd op zijn zus, maar uit
dat aanvankelijk niet. Als zijn zus zijn gedichten vindt, vertelt ze dat ook zij verliefd is op hem. Wat,
hoe geheim ook, een gelukkige relatie lijkt, loopt dramatisch af. Net als in zijn verhalen weet de
schrijver de lezer de roman in te trekken door een uitgebalanceerde en beeldende stijl van schrijven.
Het liefdesverhaal tussen een broer en een zus speelt zich af in het decor van de zeventiger jaren en
ook dat decor is subtiel neergezet. Daarbij begrijpt niet alleen de hoofdpersoon, maar ook de lezer dat
het hier om een onmogelijke liefde gaat, wat het verhaal spannend maakt.
Willem Schoorstra - Berjochten út Babel. Ferhalen (2002)
Een verhalenbundel van een schrijver die vorig jaar debuteerde met de gedichtenbundel Ynwijing.
Net als de gedichten lezen deze verhalen als een trein. Het zijn zeer goed geschreven verhalen in een
uitstekende mix van literaire taal en spreektaal. De lezer wordt daardoor heel makkelijk in de verhalen
meegesleept, zelfs als het een enkele keer een verhaal is dat enigszins voorspelbaar verloopt. Dat is
bijvoorbeeld het geval in 'Winter yn Yndia' waarin de hoofdpersoon en diens vrouw in de ban raken van
een goeroe die uiteindelijk de vrouw inpikt. Andere verhalen zijn inhoudelijk vaak wat verrassender,
al ziet een verhaal er soms bedrieglijk eenvoudig uit. Een verhaal van een vakantie van een paar v
rienden in Frankrijk, een dwaaltocht van een gestrande automobilist in Litouwen, een jongen die de
tuin gaat verzorgen bij een zich eenzaam voelende vrouw, een literatuurclubje waar een nieuweling de
knuppel in het hoenderhok gooit, het zijn stuk voor stuk spannende verhalen, die de lezer ook aan het
nadenken zetten over het doen en laten van mensen. Een aanwinst voor de Friese literatuur!
Thússide fan Willem Schoorstra
Weblog fan Willem Schoorstra