Koos Tiemersma - De Ljedder. (2002)
(Geen aanschafinformatie)
Het is een joodse gewoonte om een jaar na een begrafenis een eenvoudige steen (matseewa) op het graf te zetten, als afsluiting van de rouwperiode. Jacob Nauta, de hoofdpersoon van De ljedder, de debuutroman van Koos Tiemersma, ziet het als zijn plicht om zestig jaar later een matseewa op te richten voor een joodse onderduiker uit de Tweede Wereldoorlog: hij plaatst zeven basaltblokken. Het plaatsen van die zeven basaltblokken vindt plaats in even zoveel hoofdstukken.
Jacob Nauta heeft wat goed te maken, vindt hij. Wat dat precies is, weet hij zelf misschien wel niet eens en ook de lezer, die stukje bij beetje meer te weten komt van wat er zich zestig jaar geleden heeft afgespeeld, begrijpt Nauta niet helemaal. Ja, "goedmaken wat verkeerd ging", maar waarom wil hij dat, na zestig jaar? Dat is overigens niet de enige vraag waarop de lezer niet het precieze antwoord krijgt. Ook in de geschiedenis van Job Wasserman, de man voor wie Nauta een monument wil oprichten, blijven zowel voor Nauta als de lezer gaten zitten.
Koos Tiemersma heeft dat ongetwijfeld met opzet gedaan en het is bepaald niet het enige waardoor deze roman zo intrigeert. Het boek is bijzonder knap opgebouwd. Zes van de zeven hoofdstukken bestaan uit veertien (twee maal zeven) genummerde delen. Elk van die hoofdstukken wordt ingeleid door een fragment waarin de ruim zeventigjarige Jacob Nauta zelf commentaar geeft op het leggen van een steen en de overleden Job direct aanspreekt. Middenin elk hoofdstuk staat een fragment, getiteld 'De ljedder'. Het eerste deel daarvan is cursief gedrukt en daarin daalt Nauta symbolisch de ladder van zijn bestaan af; de rest van dat fragment speelt zich af in het heden, als hij op een oude joodse begraafplaats de stenen neerlegt.
Maar het is niet alleen de uiterlijke manier van opbouwen die imponeert. Het gaat vooral om de zorgvuldige manier waarop de lezer in de hoofdstukken informatie krijgt over wat er zestig jaar geleden gebeurd is. Daardoor blijft de 360 bladzijden tellende roman tot het einde toe boeien en het mag best gezegd worden dat Tiemersma daarmee een verrassend goed boek heeft geschreven. Koos Tiemersma (1952), opgegroeid op een boerderij, is schoolmeester en gitarist en zanger in de Friese groep Blaublau. Hij zong in de groep Skift die in 1996 de finale van het Noord Nederlandse Liedjesfestival won met één van zijn nummers. In 2000 won hij een Rely Jorritsmaprijs voor het verhaal 'Job/in alter'. Dat verhaal heeft hij uitgewerkt in De ljedder.
De geschiedenis van De ljedder begint in 1942. Jacob Nauta is 11 jaar en woont met zijn vader, moeder, pake, beppe en een tante op een boerderij in Friesland. Daar stapt op 13 juni een man het erf op die in het Nederlands aan Jacob vraagt of zijn vader thuis is. Deze Job Wasserman, een Duitse jood die via Hilversum naar Friesland gekomen is, komt als onderduiker op de boerderij. Jacob is geļntrigeerd door alles wat er gebeurt, niet alleen door de oorlog en de onderduiker. Hij krijgt ook te maken met een eerste verliefdheid en is er erg mee bezig te begrijpen hoe mensen met elkaar omgaan.
De elfjarige Jacob begint de grote mensen in zijn familie en daarbuiten steeds beter te doorzien. Hij krijgt echter niet alle informatie, net zomin als de lezer, die het verhaal in de ik-vorm via Jacob te horen krijgt. Jacob snapt bijvoorbeeld niet waarom zijn vader ruzie heeft met de dominee, waardoor het gezin overstapt van de gereformeerde naar de hervormde kerk. Hij snapt wel de consequenties, als zijn vriendinnetje, de dochter van de dominee, het op gezag van haar vader uitmaakt.
Het is prachtig om een paar maanden lang de ontwikkeling van het jongetje Jacob te volgen. Dat komt ook doordat Tiemersma een heerlijke stijl van schrijven heeft. Hij gebruikt regelmatig poėtisch aandoende beelden en veel stukken zijn ontroerend en humoristisch tegelijk. Niet dat er onbedaarlijk goede grappen in staan, maar meer dan eens lees je passages die op zijn minst een glimlach oproepen. Bijvoorbeeld een scčne 'Praatsje-Under-It-Kofjedrinken', waarbij Jacob op zijn schuilplekje ziet hoe onder tafel knieėn en voeten driftig met het gesprek meedoen. Of de momenten dat Jacob doorheeft dat hij met 'toneelspel' de grote mensen om de tuin kan leiden. Ook subtiel-humoristisch is het stuk dat Jacob analyseert hoe zijn moeder op verschillende manieren 'toemar' kan zeggen. Of af en toe een probleempje dat ontstaat als Jacob nerveus wordt omdat hij van het Fries naar het Nederlands moet overschakelen. Zo noemt hij iemand die de bijnaam Klaas Brechje heeft, opeens Klaas Brugje.
Een intrigerend detail is ook de hond waarmee Job komt aanzetten. Het hele boek door wordt gesproken over een hond, LeviStrauss, maar het is wel een hond met twee koppen en acht poten. In één fragment, halverwege het boek, als Jacob met LeviStrauss door de weilanden naar de vaart loopt, blijken het toch gewoon twee honden te zijn: Levi is niet bij de vaart weg te slaan, terwijl Strauss het water niet vertrouwt en een eindje uit de buurt blijft. Terug bij de boerderij ligt de hond weer eendrachtig te slapen op zijn mat bij de liguster.
Aan het begin van het boek weet de lezer al dat Job niet meer leeft, blijkbaar de oorlog niet heeft overleefd en vermoedelijk op de oude joodse begraafplaats ligt die op de eerste bladzij van het boek wordt beschreven. Toch blijft het spannend omdat maar langzaam duidelijk wordt hoe de tragedie zich heeft afgespeeld en zelfs na de laatste bladzij is nog niet alles helemaal duidelijk. Maar dat is niet erg. Het verhaal is rond, zegt Jacob aan het eind:
"Myn ferhaal is rūn, ik ha de put derśt. Ik sil werom op hūs oan, de āld reed op, oer it spoar, it omkearde paad, dat pake en heit ienris rūnen mei in deade op 'e hānkarre, de skeppe derneist. Wat sille minsken, dy't my tsjinkomme, tinke? In lege karre, in auto, in āldere man, allinnich.
En foar it earst hawwe se gelyk."
En dat is een alleszins bevredigend eind van een voortreffelijk boek. Voor mij een echte verrassing dat iemand als debuut zo'n prachtroman kan schrijven. Over het algemeen zijn de kritieken op dit boek behoorlijk positief. Merkwaardig negatief lijkt het oordeel van Josse de Haan, die kritiek levert via zijn alter ego Ika, in 'Baskyske brieven 3' in het internettijdschrift Farsk. Daarin noemt Ika De ljedder "in ordinźre ālderwetse boereroman yn in opknapt jaske" en zegt hij dat het een "optocht boek is en net in trochlibbe roman". Wat dat laatste betreft: alsof 'bedacht' zou uitsluiten dat een roman ook doorleefd kan zijn! Gelukkig bewijst De Haan met zijn eigen Nanette dat bedacht en doorleefd heel goed samen kunnen en dat is volgens mij ook met De ljedder het geval.
juni 2003
Van der Veldeprijs naar Tiemersma
Koos Tiemersma - Mind games. Fertelling fan in kaartehūs Boekweikegeskink (2007)
In dit Friese boekenweekgeschenk beschrijft Koos Tiemersma (geb. 1952) in zeven hoofdstukken de
'droomreis' van bergbeklimmer Age Roda als hij een harttransplantatie ondergaat. Het is een reis van
een paar dagen, die hij maakt tijdens de uren durende operatie, samen met Ron Ferry, de Amerikaanse
misdadiger van wie hij het hart krijgt nadat deze in de gevangenis zelfmoord gepleegd heeft. Tiemersma
kreeg in 2000 de Rely Jorritsmaprijs voor een verhaal en debuteerde in boekvorm met De ljedder
in 2002, waarna nog twee romans volgden. Hij wordt geprezen om de doordachte structuur van zijn boeken
en zijn levendig modern Fries, beide elementen ook duidelijk aanwezig in deze novelle. Misschien zit het
boekje voor een boekenweekgeschenk zelfs wat te ingenieus in elkaar, met songs van John Lennon, maar
ook de mythe van Orpheus en Euridice als inspiratiebronnen en een (goddelijke?) stem die de hoofdpersoon
op weg stuurt, o.a. om Lennon uit het dodenrijk mee te krijgen. Maar je hoeft niet alle lagen van dit
boekenweekgeschenk te doorzien om te genieten van het bij vlagen spannende verhaal.