Onze selectie

 

 

 

De geschiedenis van chocolade

 

Het wordt gezegd dat Christoffel Columbus de cacaobonen, tijdens zijn vierde reis naar de Nieuwe Wereld,
heeft mee terug genomen voor koning Ferdinand, maar dat men ze over het hoofd heeft gezien, in verband met de vele andere schatten die hij had gevonden en meegebracht. Chocolade werd voor het eerst beschreven in 1519 toen de Spaanse ontdekkingsreiziger Hernando Cortez het hof van keizer Montezuma van Mexico
bezocht. De Amerikaanse historicus William Hickling schrijft in "De geschiedenis van de verovering van
Mexico"(1838), dat Montezuma, geen andere drank tot zich nam dan chocolatl, een mengsel van chocolade, op smaak gebracht met vanille en kruiden en zo bereid tot een drank met de dichtheid van honing, die langzaam in de mond oploste en koud werd genuttigd". Het feit dat Montezuma een bokaal van zijn "chocolatl" consumeerde voordat hij zijn harem binnenging, leidde tot het geloof dat het een afrodisiacum was. In 1528 bracht Cortez chocolade mee uit Mexico naar het hof van Koning Karel V. Monniken verborgen in Spaanse kloosters, behandelden de ccacaobonen en hielden de chocolade geheim voor bijna een eeuw. Het zorgde voor een profijtelijke industrie voor Spanje, dat cacaobomen plantte in zijn overzeese kolonies. Er was een Italiaanse reiziger, Antonio Carletti, voor nodig, die het chocoladegeheim ontdekte in 1606 en het in andere delen van Europa bracht. Met het afnemen van de Spaanse macht, lekte het geheim van cacao tenslotte uit en de Spaanse monopolie op de chocoladehandel kwam tot een einde. Binnen enkele jaren verspreidde de kennis ervan zich uit over Frankrijk, Italië, Duitsland en Engeland. (Uit: The History of Chocolate and Cocoa p.2 , The Nestlé Comp.,White Plains N.Y.) Toen de Spaanse prinses Maria Theresa zich verloofde met de Louis XIV van
Frankrijk in 1615, gaf zij haar verloofde een verlovingscadeau van chocolade, verpakt in een sierlijk kistje. Het
eerste chocoladehuis werd geacht geopend te zijn in Londen in 1657 door een Fransman. De chocolade was
duur en werd geacht een drank te zijn voor de elite. De zestiende eeuwse Spaanse historicus Oviedo merkte op :"Niemand, dan alleen de rijken en edelen konden het zich permitteren chocolatl te drinken, want het was
letterlijk het drinken van geld. Cacao werd een veel gebruikt betaalmiddel tussen allerlei landen; een konijn kostte bijvoorbeeld in Nicaragua 10 gebroken cacaobonen en met 100 van deze zaden kon je een goede slaaf kopen."

Chocolade is kennelijk ook gebruikt als een medicijn door artsen uit die tijd. Christopher Ludwig Hoffman's
verhandeling Potus Chocolate beveelt chocolade aan voor veel ziektes, het noemend als een kuur voor kardinaal Richelieu's kwalen. Chocolade reisde met hertog Alva naar de Lage Landen. Rond 1730 was de prijs zover gezakt, dat chocolade ook binnen het bereik van anderen, dan alleen de zeer rijken kwam. De uitvinding van de cacaopers in 1828 hielp verder mee de prijs te laten dalen en verbeterde de kwaliteit van de chocolade, door het uitpersen van een deel van de cacaoboter en de drank een gelijkmatigere consistentie gevend.

De introductie van koffie, thee en cacao in Europa besprekend, schreef Isaac Disraeli(1791-1834) in zijn
6-delige Curiosities of Literature: "De Spanjaarden brachten de chocolade vanuit Mexico waar het chocolatl
werd genoemd. Het was een ruw mengsel van cacao, mais met orleaan ( een geelachtig rode kleurstof, bereid uit de vruchthuid van een tropische boom (Bix,orellana)), maar de Spanjaarden, het voedsel naar waarde schattend, verbeterden het in een rijker mengsel met suiker, vanille en andere smaakstoffen. Na de koffiehuizen waren er in Londen chocoladehuizen, die een verfijnd en elegant karakter hadden, terwijl de eerste al gewoon waren geworden."