Hier wil ik de workshop plaatsen. Die ik op het online poppenhuistijdschrift gedaan heb. Dit is echter een hele grote workshop geworden dus dat zal even tijd in beslag nemen.
Je kan hem alvast bekijken bij Marmod op het tijdschrift hij staat hier:http://www.marmod.nl/workshop.htm

 

 

 

Les 1

 

De Naald,

 

Oke, daar gaan we dan. Zitten jullie er allemaal klaar voor. Dan gaat juf van start.

Nee gekheid natuurlijk. Je kunt deze ‘lesjes’ nu meedoen. Maar alles blijft hier gewoon op het tijdschrift staan. Dus kan je op elk moment even terugvallen waar je gebleven bent.

 

Ik wil voordat we beginnen eerst even vertellen dat er in het pakketje een dunne naald zit. De naalden die je in de meeste pakketjes krijgt zijn (vind ik) te grof. Om de wol te prikken kan je wel met die grovere naald beginnen maar als de wol teveel in elkaar zit is het lastig om die dikke naald in je werkstukje te krijgen, vandaar dus dat ik die dunnere naald gebruik.

Ik heb ooit mijn eerste naald gebroken en toen kwam Anita B, mij een nieuwe brengen dat was ook een fijne naald. De naald die ik later kocht vond ik niet zo fijn werken. Het lijkt dan net of je als je in je bolletje prikt er alleen maar tegenaan prikt en niet naar binnen kunt prikken.

En dat is toch de bedoeling.

 

Aan de naald zitten allemaal weerhaakjes. Daarmee zorg je dat de wol aan elkaar gaat klitten. Naaldvilten is eigenlijk de wol vervilten maar dan met een naald. Als je een mooie wollen trui wast en je doet dat niet helemaal goed dan heb je de pech dat je trui vervilt is. Als dit je wel eens gebeurt is, dan weet je dat de mooie zachte wol nu een stugge plak is geworden.

 

Wij maken maar miniatuurwerkjes. Maar je kunt ook hele grote vilt werkstukken maken. Leuke pantoffels of tassen of mutsjes. Ik heb de prachtigste dingen gezien. Ooit hoop ik nog een mooie sjaal te maken. Maar voorlopig houden we het op de miniatuurtjes.

 

Hier laat ik een foto zien van een paar naalden.

 

Zoals je ziet is de bovenste een kortere naald. Dat is de naald waar ik het over heb. Die weerhaakjes die aan de naald zitten, beginnen bij deze naald al heel dicht bij de punt. Bij de andere naald is dat pas verder weg. En als je dus een groter naaldvilt werkje maakt dan is dat wel prettig. Maar bij onze kleine dingetjes dan ben je op het punt van een weerhaakje al aan de andere kant van je werkje.

 

Je moet de naald proberen niet te diep in je spons te steken. Je moet voorkomen dat je werkje aan de spons vast komt te zitten. Het is de bedoeling dat de wol binnenin aan elkaar gaat zitten en niet naar buiten komt en aan de spons gaat hechten.

 

 

Nog even over de naaldjes. Deze zijn heel kwetsbaar. Ze breken erg snel als je ze niet goed gebruikt. Mijn eerste naald was dus na 2 dagen al stuk geloof ik. Maar de volgende, daar heb ik heel wat werkjes mee kunnen maken. Ik ben nu met mijn 3e naaldje bezig. Dus als je eenmaal weet hoe je de naald vast moet houden dan gaat het best.

 

Je moet de naald altijd recht in de wol steken. Nooit buigen. Dus als je bezig bent op een plekje en je denk o dat haartje wil ik ook nog even doen dat pik ik ook even mee en daarvoor moet je de naald ietsjes buigen, dan gaat het op dat moment fout, dan knapt je naald. Zo is het bij mij ook gebeurd. Ik dacht ook dat kan wel even, ook al had ik hier over gelezen. Maar goed zo leer je het wel. Ik doe dit dus niet meer. Gewoon je naald uit je werk halen en op een ander plekje weer recht er in steken.

 

Er zijn houdertjes waar je de naald in kan doen. Maar ik vind die niet nodig. Ik heb het in het begin niet geweten en dus geleerd zonder die houder. Ik vind dit ook wel prettig omdat je nu heel precies voelt waar je naald zit. Ik vraag mij af of je dat met die houder ook hebt. Daar heb ik dus geen ervaring mee en daarover kan ik je dus niets vertellen.

 

De naald houd ik altijd dicht bij de punt vast. De naald is lang en dun, als je hem bij het eind vasthoudt en je buigt hem iets dan knapt ie dus snel. Houd je hem ietsjes dichter bij de punt vast dan voorkom je dus het buigen. Ik hou hem vast zoals je een dartpijltje vasthoudt. En prik dan in de wol

 

 

De wol

 

 

De wol die ik voor dit knuffeltje gebruik is eigenlijk een beetje te fijn om makkelijk mee te naaldvilten, nou ja da’s lekker zal je zeggen. Maar het is even lastiger om een beginnetje te maken (vind ik zelf ) dan gewone schapenwol. De schapenwol is iets vettig en hecht sneller. Maar de merino heeft prachtige kleurtjes, leuk voor onze miniwerkjes. En als je het goed in elkaar geprikt heb is het een mooi glad geheel. De structuur is veel gladder en daarom voor 1:12 zo geschikt. Ik bedoel als je een pluisje op een knuffeltje niet goed dicht kan prikken. En je zou het naar 1:1 vertalen dan heeft dat konijn toch een gigantische pukkel op z’n hoofd. Dus vandaar dat ik de knuffeltjes met merino maak.

 

Verder heb ik in het pakketje wat sprookjeswol gedaan dat is gekleurde wol die beter geschikt is om mee te naaldvilten. Maar ik vind de structuur toch iets te harig dus leuk voor sommige dingetjes maar voor mijn knuffeltje iets te ruw.

 

Het Kussen

 

Is een stukje schuimrubber dat ik zelf op de markt koop. Er zijn speciale kussentjes voor maar dit schuim werkt net zo goed. Het enige waar je op moet letten is dat je niet te lang met je spons doet. Ik heb daar nog wel eens last van. Dat ik zoveel geprikt heb op een stukje dat er een gat in de spons begint te komen. Dan laten er hele kleine plukjes los en die prik je dan in je werkstukje. Dat is niet mooi dus dat moet je voorkomen. Dus zodra je spons te zacht begint te worden neem je een nieuw stuk. Je kunt wat langer met je sponsje doen door hem te keren. Of in ons geval omdat we zo klein werken even omdraaien. Als je maar oplet dat zodra hij stukjes los gaat laten dat je hem dan vervangt.

 

Verder gebruik ik nog een heel klein puntschaartje om de laatste haartjes weg te knippen. Vooral bij zo’n glad knuffeltje of ander miniatuurtje dat wij maken is het niet mooi als ergens nog wat lange haartjes blijven zitten. Maar let wel op. Geen plukjes weg knippen, dan krijg je harde randen. Alleen enkele pluishaartjes dus.

 

Zo  dit was even wat uitleg over de materialen die bij het naaldvilten gebruikt worden.

 

En nu willen jullie natuurljk wel beginnen. Ik hoop dat jullie allemaal het pakketje ontvangen hebben. Morgen ga ik het eerste lesje op het tijdschrift plaatsen.

 

 

 

Les 1.

 

Voordat we met het knuffelkonijntje gaan beginnen wil ik jullie eerst even met de wol laten kennismaken.

De wol die ik voor de knuffeltjes gebruik is Merino wol. Die is heel erg zacht en glanst prachtig. Deze is dus heel mooi voor ons 1:12 werk. Maar…… het is heel lastig in elkaar prikken. En daarom wil ik jullie eerst even met andere wol laten prikken.


Hiervoor heb ik een ander werkje bedacht. Niets origineels hoor. We gaan een regenboog van wuppies maken.

 

Daarvoor gebruik je de kleine plukjes sprookjeswol die in je envelopje zitten. 9 vrolijke kleurtjes. En het enige dat je moet doen is proberen er een bolletje van te prikken. Maar met een platte onderkant natuurlijk. Je kunt dan ook nog een paar oogjes maken van wat wit en een pupil. Dit kan je wel maken van de zwarte en witte Merino.

 

Als je dan klaar bent met je wuppie ziet die er als het goed is zo uit:

 

 

Oke we gaan beginnen. Je hebt een klein stukje schuim gekregen in je pakje. Normaal zijn de blokjes iets groter. Maar ivm verzenden moest het wel een platter en kleiner stukje worden. Maar het is voor onze miniwerkjes groot genoeg.

Je naaldje is heel scherp. Je moet hem goed rechtop houden tijdens het prikken. Anders knapt hij heel snel.

Je kunt even oefenen op dat plukje naturel wol dat ik erbij gedaan heb. (Dit is eigenlijk gewoon vulwol. Maar ik gebruik het ook wel als basis voor mijn werkjes. Gewoon een beetje prikken en proberen er een balletje van te maken. Kijk even wat er gebeurt. De wol gaat in elkaar klitten als het goed is.

 

De gekleurde plukjes die er in je pakje zitten zijn van Sprookjes wol. Dat is mooie wol om mee te naaldvilten. Het is wat stugger dan de Merino waar ik het knuffeltje van gemaakt heb. Maar het prikt makkelijker in elkaar. Het eindresultaat is dus niet zo glad als met Merino maar toch heel leuk voor bijv. beertjes en lammetjes enz. En ook voor de wuppies die we nu gaan maken heel geschikt. Ik vind voor 1:12 de Merino zo mooi fijntjes dus daarom maak ik mijn knuffeltjes vaak van Merino.

 

Hieronder laat ik een paar foto’s zien hoe ik mijn naaldje vasthoud. Er bestaan ook houdertjes maar die gebruik ik niet. Heb ik niet geweten toen ik begon en nu ben ik dit gewend. Bovendien lijkt het mij dat je om zo mini als wij te werken goed moet kunnen voelen. En ik denk dat je dat gevoel met een houdertje minder heb. Maar misschien is dat maar een idee dat ik heb en is het niet zo. Maar goed. Ik doe het dus zo:

 

Ik houd mijn naaldje vrij dicht bij de punt vast. Tussen mijn duim en wijsvinger in. Met mijn middelvinger naast mijn wijsvinger ook tegen de naald aan. Dan geleidt je de naald langs je vingers in de wol. Zo kan hij niet snel buigen.

Als je goed naar je naaldje kijkt dan zie je het onderste gedeelte een dun puntje, dat is sterpuntig. Normaal zijn de naaldjes 3 hoekig. Maar deze hebben in de gladde kant nog een gleufje zitten en daarom zijn ze heel scherp en fijn. En als je goed kijkt zie je dat daar al de weerhaakjes beginnen.Dit is fijn, want omdat wij zo mini werken moeten wij al snel de wol in elkaar kunnen hechten en als je haakjes pas hoger beginnen dan is je naaldje al helemaal aan de andere kant van je werkje en heeft nog geen haakje in je werkje gehad. Dus vandaar dat ik deze naaldjes gebruik. Bovendien, hoe fijner je werkt hoe fijner je naald moet zijn. Als je straks bijv. grotere werkjes dan 1:12 wilt gaan maken dan kan je eerst met een grovere naald beginnen. En naarmate je werk vaster begint te worden over gaan op een dunnere naald. Hoe vaster je werk wordt hoe dunner je naald dus.

 

 

Je begint met een plukje van de Sprookjeswol. Deze prop je een beetje in elkaar. Je legt het op je kussentje en houdt het voorzicht vast. Dan prik je er met je naaldje in. Let op! Goed je naald rechtop houden.

 

 

 

 

En regelmatig keer je dit bolletje om. We gaan een wuppie maken en die heeft een bolle vorm met een platte onderkant. Door nu steeds je werkje te keren krijg je een balletje. Probeer nu met je vingers je werkje vast te houden en je werkje steeds een beetje te draaien.

 

 Tot slot probeer je een platte onderkant te krijgen. Daar prik je dus langer in. Je prikt en prikt. Door het prikken gaat de wol in elkaar zitten en daar wordt het kleiner. Dus als je aan de onderkant een tijdje blijft prikken gaat het in elkaar krimpen.

 

Ik neem af en toe het balletje tussen mijn handen in en rol het als een balletje gehakt rond. Tot slot ga ik met een heel fijn schaartje langs mijn bolletje en knip de laatste lange uitstekende haartjes weg. Geen plukjes wegknippen dat staat heel lelijk dan krijg je harde randen. Nee, gewoon alleen de enkele pluishaartjes er voorzichtig vanaf knippen. Zo je bolletje is klaar als het goed is.

 

 

 

Nu wil je er oogjes op maken. Hiervoor gebruik je een klein plukje van de witte en zwarte Merino. Je neemt een heel klein plukje. Een speldenprikje zwart en een heel klein plukje wit. Als je het plukje wit in elkaar frommelt is het misschien maar 3 mm groot.

Hier zie je dat ik een plukje heb genomen en dat blijkt dus al veel te groot te zijn voor een oogje.

 

Kijk maar eens hoe groot dit oog is geworden.

 

 

 Dus echt een paar

haartjes is al genoeg om een propje te maken. En voor zwart hoef je echt een heel klein pluisje te gebruiken. Vaak, (ik heb dat nog steeds hoor) neem je een te groot plukje. Dan haal je daar een heel klein pluisje af en dat hoef je meestal maar te gebruiken. Dit pluisje verfrommel je tot een balletje. Net als je bij een handwerkje een knoopje in de draad maakt zo ziet het zwarte (pulkje noem ik het maar) er dan uit. Zo klein.

 

Je neemt het witte propje en houdt het op de plek waar je het oogje hebben  wilt. Of je prikt het op de punt van je naald.

 

Nu ga je heel voorzichtig in de wol prikken. Omdat we heel fijne naaldjes hebben gaat je naaldje door de witte wol in de gekleurde bol. Je hebt ook een naaldje waarbij de weerhaakjes al heel dicht bij de punt van de naald zitten dus hoef je niet te diep te prikken. Maar wel op veel plaatsen. Je gaat in het midden van de witte bol beginnen en dan ga je langs de witte rond het bolletje helmaal langs prikken. Het hoeft allemaal niet zo heel precies gedaan te worden. Maar je moet wel zorgen dat het vast komt te zitten. Ik prik met korte snelle stootjes. Maar het hoeft niet snel, als je maar wel korte prikjes geeft. Let op dat je niet helemaal tot aan je tafel prikt dan stoot je de naald stuk. Bovendien kan het dan gebeuren dat je wol helemaal in de spons zit en dat moet niet gebeuren.

 

Daarom moet je je werkje ook regelmatig keren, ook als je een groter plat vlak zou maken moet je opletten dat je je werk niet aan het sponsje vast gaat prikken. Dus niet te diep en te lang op een plek. Regelmatig keren en opnemen en anders neerleggen. Je moet ook zorgen dat als je de oogjes erin prikt, dat je de witte wol niet aan de andere kant er uit ziet komen. Vandaar dat ik zeg korte prikjes geven niet te diep. Maar diep genoeg om aan de wuppie vast te gaan zitten.


Zo als het goed is heb je nu een wit oogje op je wuppie. Nu het volgende oogje op dezelfde manier maken.

 

 

Daarna neem je een heel klein pluisje zwart. Als je net een plukje wit genomen hebt dan weet je dat je daar maar een heel klein stukje voor nodig had. Nu voor het oogje heb je bijna niks nodig een pluisje is vaak al te groot. Maar probeer het gewoon.

 

Een ding wil ik nog even zeggen. Mocht je propje te groot zijn en je denk die wil ik er uithalen. Nooit!! met je naaldje doen. Pak maar een puntig schaartje en pulk het eruit. Maar nooit met je naald. Als je naaldje krom gaat dan knapt hij. De naaldjes zijn normaal al heel kwetsbaar maar de dunne naaldjes die wij gebruiken zijn nog veel kwetsbaarder. Dus heel voorzichtig werken. Niet tegen je tafel stoten, niet buigen. En nooit krom insteken. De naald altijd rechthouden.

 

Oké als het goed is heb je nu dus een wuppie, het enige dat je nu nog hoeft te doen is een stel voetjes eronder plakken.

 

Hier heb ik nog een leuke link waar je verschillende wuppies kunt bekijken om ideetjes op te doen:

 

http://www.interallgroup.com/images/stories/pdfs/alle%20wuppies%20op%20a4.pdf

 

Je hebt nu 9 plukjes Sprookjes wol. Om de hele regenboog van wuppies te maken. Probeer ze steeds kleiner te maken als het lukt. Want wij willen natuurlijk ook kleine wuppies in ons poppenhuis of winkeltje. Succes! Ik ben benieuwd of het jullie gaat lukken. Ik ben vaak op de chat te vinden voor vragen en anders kan je me altijd hier in de reacties je vraag stellen.

 

O ja, als je iets af hebt willen we het ook graag zien als het lukt. Leuk al die gekleurde bolletjes.

 

Groetjes Son.

 

 

 

 

 

Het knuffeltje

 

Oké we gaan met het hoofd beginnen.

 

 

Je begint met een plukje van de wol te nemen. Niet te groot. Je kunt later altijd bijprikken. Je moet de merino even een beetje uit elkaar pluizen en weer in elkaar proppen. Je maakt een beetje een propje

 

 

 

 

 

 

en daar ga je een beetje in prikken. Goed op je naald letten. Recht prikken.

Dan draai je regelmatig je propje om. Je zorgt dat je aan een kant een stukje laat zitten.

 

 

 

Dat is ook wel handig daarmee draai je je werkje regelmatig van de ene naar de andere kant.

Ik hou mijn werkje altijd vast of houdt het met mijn nagel tegen.

Als je prikt zonder dat je het vasthoudt dan springt het heen en weer op je kussen en dat werkt niet.

 

Dus probeer je werkje vast te houden. Maar let goed op dat je niet in je vingers prikt. Sorry maar het is echt niet te voorkomen dat je er wel in prikt. Dit zal wel minder vaak gebeuren als je de slag te pakken hebt.

Ik geef korte snelle stootjes. Niet te diep dan zit je werk op de spons vast. In het begin van je werk prik je altijd op je spons. Later als je de vorm er een beetje in hebt dan hou je het vaak tussen je vingers. Au! Dat kan nogal eens fout gaan. Geeft niet als je je naald maar recht houdt LOL.

 

 

 

 

Hierboven zie je hoe dat bolletje met dat ‘steeltje’er dan uitziet. Nu is het heel erg in elkaar geprikt. Je moet niet te snel stoppen. Je werkje moet niet lossig worden. Maar mooi vast en glad. Als dan blijkt dat je hoofdje wel erg klein is geworden, dan neem je weer een laagje van de wol. Dat pluis je een beetje uit elkaar en rolt het om het propje heen.

 

Nog steeds zorg je dat het stukje uit blijft steken. En weer ga je dit laagje er helemaal in prikken. Heel veel prikken. En regelmatig je werk keren. Net zolang tot het helemaal glad is.

Als je dan nog vind dat het een te klein kopje is doe je er weer zo’n laagje omheen.

 

Als je dan denkt dat het groot genoeg is leg je dit hoofdje weg. Later gaan we hier mee verder. Ik maak altijd eerst alle delen grof af. Later ga ik de details maken. Ik vind het handiger als het beestje straks in elkaar zit de details te maken. Dan heb ik goed houvast en ik kan een beetje goed de verhouding van het beestje zien.

Nu heb je dus een bolletje klaar.

 

 

Ik rol mijn werkje tussendoor ook wel even tussen mijn handen in. Even met mijn vingers erover wrijven. Dan krijg je ook een beetje dat verviltten. Dan zie je waar nog wat wol geprikt kan worden.

 

Als je nu voor dit knuffelkonijn een lijfje wil maken. Moet je dit op dezelfde mannier doen als het hoofd, Alleen nu moet het een beetje een ovaal worden.

 

Hou er rekening mee dat je niet te groot begint. Zoals je weet kan je steeds laagjes bijprikken. Ze zeggen ook wel eens dat naaldvilten net is als beeldhouwen maar dan met wol.

Je zorgt weer dat je de merino een beetje uitpluist en dan maak je weer een propje hiervan. Zorg weer dat je een stukje over houdt dat is om straks het hoofdje erop vast te kunnen prikken.

 

 

 

 

 

 

Je maakt zo dus een ovaal modelletje. Met een steeltje eraan. Je moet niet te snel stoppen met prikken. Ik zie wel eens werkjes van mensen en dan zie ik dat het nog lossig is. Dat heb ik in het begin ook gedaan. Ik wist niet precies wat nou de bedoeling was. Nou niets moet natuurlijk. Je mag zelf weten of je het lossig wilt of niet. Maar als je doorprikt word je knuffeltje mooi stevig en glad. Probeer dus een beetje rondom te prikken en geleidelijk bij te vullen als je het te klein vindt. Ik zie ook wel eens dat ze dan een plukje erbij doen. Maar dan krijg je dus bultjes op de rug of zo. Je moet proberen er een beetje een laagje van te maken,

dit laagje prik je even een klein beetje in (voorprikken dus op je spons) . Dat vouw je over het plekje dat je dikker wilt hebben.  En dan ga je dat er bij prikken, goed doorprikken zodat je die overgang niet meer kan zien. Als je denk dat je toch een overgang ziet. Pak je weer een heel dun stukje wol en pluist het even en legt het over het hele lijfje heen dan prik je dat er in. Goed doorprikken en dan meteen modelleren.

 

 

 

 Is het bolletje grof klaar dan ga je het tussen je vingers nemen en dan prik je alle plukjes die je nog ziet netjes naarbinnen. Behalve het steeltje natuurlijk.

Naald recht, steken omlaag en weer omhoog. Heel voorzichtig, kijk uit voor je vingers en je naald. Regelmatig draaien. Let op het model. Een beetje ovaal heb ik gemaakt maar de onderkant ietsjes boller. Als je bolletje klaar is neem je het tussen je handen in en rolt het een beetje in je handpalmen. Zoals een balletje gehakt draaien. Ik zie dan dat de wol wat gaat vilten en dan zie je waar nog wat geprikt moet worden.
De laatste haartjes die je ziet zitten kun je met een klein schaartje heel voorzichtig  wegknippen. Maar geen plukjes knippen, dat is heel lelijk dan zie je hapjes. Alleen losse haren dus.

Tot zover de bolletjes vormen.


Nu moeten we de armen en benen maken. Dit is iets lastiger werken. Dat komt omdat wij zo klein werken. Dan ben je dus heel snel aan de andere kant van je werk. En heb je dus weinig wol om in elkaar te kunnen prikken. Het is dus zeker hier een kwestie van heel precies werken.

 

Ikzelf heb hiervoor een techniekje bedacht, Die wel heel pijnlijk kan zijn als je onvoorzichtig bent. Haha als je te overmoedig gaat prikken gaat het zeker vaak mis. Dat gebeurt mij ook. Nog steeds. Hoe kleiner werken hoe meer prikken ik zelf krijg. Ooo en die naaldjes die doen zo’n pijn. Maar hoe vaker je in je vingers prikt hoe minder je het gaat voelen. Je krijgt er eelt op LOL.

 

Maar goed, het is echt zo dat je de pootjes heel dun moet maken. Ik doe de wol daarvoor weer even uitpluizen zodat het rommelig wordt. Dan maak ik daarvan een dun sliertje. Dat sliertje daar begin ik een beetje in te prikken op mijn spons. Nu zie je dat je sliertje aan je spons gaat hechten, dat is niet te voorkomen. Maar je moet niet teveel op een plek prikken gewoon het hele sliertje langs gaan prikken. EN regelmatig eraf halen en omkeren. Steeds maar weer. Je moet ook nu opletten dat je niet een te groot stuk wol genomen hebt. Wij moeten zo klein werken soms heb je maar pluisjes nodig om iets te maken. Daarom is het zo’n leuke hobby om mee te nemen op vakantie. Je hebt heel weinig nodig en kan heel leuke dingen maken.

 

Goed, de pootjes dus weer. Dit konijn heeft 4 lange benen. Vormeloos. Gewoon lange sliertjes.

 

Ik zal hier laten zien wat mijn techniek is voor die dunne pootjes,

Ik plaats mijn duim met de nagel naar mij toe op de spons. Zoals op de foto hieronder, dan

 

 

 

Prik ik met mijn naald langs mijn nagel. Ik druk ondertussen op het pootje. Ik probeer dus er zo’n dun mogelijk rolletje van te maken. Steeds draaien en prikken, niet op één plaats maar  regelmatig keren. Een beetje proberen het rolletje in de lengte op te vouwen bedoel ik dus. Ja da’s lastig uitleggen in tekst en beeld zonder bewegende beelden . maar ik druk de wol dus steeds een beetje in elkaar dan prik ik erin en daardoor komen die haakjes in die ingedrukte wollaagjes en zorgen dat die in elkaar gaan zitten. Snappen jullie het een beetje, pff ik niet geloof ik als ik dit lees haha.  Oeps!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als het dan een mooi rolletje geworden is, plat en vast mooi rond als een staafje dus. Dan heeft de onder en bovenkant nog lelijke plukjes. Eén kant  laat je zo dat is om aan het lijfje te hechten  Maar de onderkant moet wel netjes afgewerkt worden. Daarvoor neem je het rolletje tussen je vingers. En nu prik je de lelijke plukjes naar binnen toe. Voorzichtig met je vingers én met je naald. Goed recht houden!

 

 

Zo maak je dus vier pootjes.

 

De volgende keer gaan we ze aan elkaar zetten.

Ik hoop dat dit jullie allemaal gaat lukken.


Veel plezier ermee!

En als jullie vragen hebben. Stel ze gerust, hier in de reacties of als je zin hebt. In de chatroom. Ik probeer de Chat zoveel mogelijk aan te zetten als ik thuis ben.

 

 

Groetjes Son.

 

Les 3

 

We gaan de deeltjes aan elkaar zetten.


Als het goed is heb je aan de onderdeeltjes plukjes wol laten zitten.
Nu kan je die stukjes op elkaar leggen en in elkaar gaan prikken.

Later komt het wel goed in vorm en model. Probeer eerst maar een beginnetje te maken en in elkaar te prikken.

 

Eigenlijk kan ik hier niet zoveel over zeggen. Kijk even naar de foto’s en zie wat ik bedoel. Je legt het beentje of armpje op het lijfje waar je het hebben wilt. Dan prik je de losse plukjes aan het lijfje vast. Goed vast zetten. Later kun je het netjes afwerken door er nog wat wol op te prikken. Maar dat is nu even niet aan de orde eerst ga je alle onderdelen aan het lijfje vast prikken. Ik begin bij het hoofd. Je prikt eerst zoals ik op de eerste foto heb laten zien het plukje vast gewoon terwijl je het op het kussen hebt liggen.

Dan draai je het om en prikt vanaf de andere kant ook op die plaats zo doe je rondom goed aan elkaar prikken.

 

Later neem je het tussen je vingers en gaat het dan dieper naar binnen prikken. Zodat het hoofd stevig op het lijfje vast zit.

 

Zo doe je dus de twee armen ook ik zet die dicht bij de hals daar vandaan leg ik ze naar beneden toe en prik ze dan boven in de hals vast. Later ga je dat nog vormen. Dan is het net als beeldhouwen. Vormgeven. Soms doe je er dan nog wel wat plukjes wol bij. Maar nu zorg je eerst dat ze aan het lijfje zitten.

 

Ik neem mijn werkjes ook regelmatig tussen mijn vingers of handpalmen en rol ze er doorheen. Even gladwrijven tussen je handen. Denk aan het balletje gehakt. Dan zie je waar je nog wat mooier vorm moet gaan geven. En daar ga je dan aan werken. Aan de aanhechtpunten kan je het dan wat mooier gaan maken. Soms vind je het leuk om een wat dikker onderlijfje te hebben. Dan kan je nu laagjes bij gaan vullen. Die laagjes doe je net zoals je bij het hoofdje gedaan hebt toen het iets te klein was. Dus kleine plukjes wol in een laagje op het buikje leggen en erop prikken. Soms is het handig om die plukjes eerst even iets in elkaar te prikken op je kussen. En het daarna op het lijfje prikken. Niet te veel anders heeft het al een vorm en krijg je een bult op je lijfje en dat wil je niet.

 

Zo ga je alle deeltjes van het lijfje na waar je nog wat mooier vorm aan wilt geven.

 

O ja de voetjes die heb ik dubbel gevouwen en vast geprikt zo heb je wat bollere voetjes aan je werkje. Dat vond ik voor dit konijntje wel leuk staan. Het mooist wordt het als je heel goed door blijft prikken. Niet te snel stoppen. Naaldvilten is leuk maar voor een knuffeltje is vaak één avond prikken niet genoeg.

Ja, om de basis te maken wel. Maar wil je de details mooi uitwerken dan heb je daar best wel wat tijd voor nodig.



Tot zover deze les. De volgende keer gaan we het hoofdje maken.

Groetjes Son.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het hoofdje

 

Nu gaan we het snoetje maken. We hadden een balletje gemaakt en dat op het lijfje geprikt.

Dat ziet er nu nog vormeloos bol uit. Ik vind het wel leuk als je echt een snuitje ziet dus moet er voor op het snoetje een verdikking komen. Je neemt een plukje wel en maakt daar een klein beetje een balletje van. Niet te vast maar wel dat het een beetje op een balletje lijkt. Dat hou je op de plek waar het snoetje moet komen. Je prikt het op die plaats vast. Eerst een beetje in het midden dan aan de randen en steeds verder. Ik vind het ook leuk als het een iets platter voorhoofdje heeft. Dus daar ga ik het iets inprikken. Net zolang tot je het platter ziet worden. Dan aan de zijkanten van het snuitje dat je er net opgeprikt hebt ook een beetje platter maken. Nu ziet het er al een beetje als een snuitje uit als het goed is.

 

 

 

 

Later maken we de oogjes en het neusje enz. erop.

 

Eerst gaan we oren maken.


Deze hangoren zijn lange plakjes. Lijkt een beetje op de benen en armen die je gemaakt heb maar nu probeer je ze niet rond te krijgen maar plat.

 

 

 

 

 


Je neemt een plukje wol. En legt dat plat op je kussen. Hier prik je weer een beetje in over de hele lengte. Je probeert alvast een beetje een puntvorm te prikken. Niet te dikke plukken nemen. Deze hangoren moeten iets plat zijn. Later moet er nog wat wit opgeprikt worden en dan worden ze ook al iets dikker dus dunne lapjes aken. Laat een kant weer pluizig onafgewerkt maar de andere kant maak je alvast in een puntje. Ik neem het lapje dan tussen mijn vingers wrijf er over en kijk waar er nog lelijke plukjes zitten. Die prik ik even naar binnen. Dan ga ik langs de zijkant van het oortje met mijn naaldje alle lelijke randjes mooi gladprikken. Maar let op wel de mooie platte vorm te behouden.

Als je dit klaar hebt en het lijkt dus op het platte oor dan kan je een klein plukje wit nemen. Dat prik je even voor op je spons net als het roze plukje ook in de vorm van een hangoor. Maar wel iets kleiner, smaller. Het moet in het oortje vallen. Er moet een roze randje blijven zitten straks.


Je prikt het dus alvast een beetje in vorm en wat vast. Dan neem je dit witte oortje en legt het op het roze oortje. Als het toch iets te groot is dan is dit niet zo erg. (moet niet veel te groot zijn natuurlijk, maar een beetje mag wel) Je gaat het nu aan de rand vastzetten, je prikt in het witte oor en prikt voorzichtig tot in het roze oor. Heel voorzichtig het wit mag niet aan de andere kant naar buiten komen,. Maar wel heen en weer prikken anders neem je de roze en witte haren niet in elkaar. (Als het wit nu iets te groot was, vorm je het zo dat het toch in de roze past en prikt het dan iets in elkaar).

Als het goed is heb je nu een roze oor met een witte binnenkant en je hebt een lelijke pluizige  kant nog over. Dat pluizige deeltje neem je op en prikt dat op het hoofdje vast. Net zoals we de armpjes en beentjes er aan geprikt hebben. Let wel op dat je wit mooi blijft zitten en niet aan het snoetje komt. Je kijkt een beetje naar het model van je haasje waar je de oortjes precies wilt hebben. Ik heb ze bovenop en iets naar achter vast geprikt aan de voorkant heb ik ze iets omhoog staan en dan naar beneden vallend.


Ik hoop dat het duidelijk is en dat het gelukt is.

 

 

Nu gaan we de buik met witte wol versieren. We nemen weer een dotje wol dat prikken we weer iets voor. Nu leg je het op de plek waar je het buikje wit wilt hebben. Ik vind het ook wel leuk als er een beetje vorm in komt dus tijdens het prikken ook een beetje modeleren. Heb je niet genoeg wit gedaan en wil je het iets boller. Gewoon nog een stukje erop prikken net zoals toen met het hoofdje en lijfje voller maken.

 

Nu wil je nog witte voetzooltjes maken. Daar heb je maar een heel klein plukje witte wol voor nodig. Denk aan de oogjes van de wuppies.

Neem zo’n balletje en prik het onder het voetje. Goed vastprikken. Je houdt het beentje vast en prikt het terwijl je het tussen je vingers hebt vast.

 

Ik vond het leuk om het haasje nog een dasje om te geven.

Hier voor neem je een heel piepklein stukje roze of blauwe wol. Dit prik je iets vast op je kussen. Dit is zo weinig wol dat is best wel een beetje een gepriegel om daar toch een vast lapje van te maken. Maar het moet maar heel klein en dun zijn. Dus probeer het gewoon even. Af en toe even tussen je vingers wrijven maakt het ook al wat platter.

Als je het dasje af hebt dan leg je het om het halsje. En knoopt het vast. Ik zet er dan af en toe een prikje in dat het een beetje vast zit op de manier die ik leuk vindt.

 

 

Nu moet je allen nog de oogjes en neusje maken.

 

Net als met de wuppies moet je hier ook een priegeltje zwart nemen en daarvan maak je een pluisje en draai het tussen je vingers tot een propje dat prik je als oogje vast. Neem het op je naaldje en prik het er voorzichtig in.

Zo doe je een iets groter propje als neusje vast zetten op dezelfde manier.

Ik vind het dan leuk om een beetje een steekje te maken voor het snoetje dat onder de neus vast geprikt word en dan een draadje de ene kant op en een draadje de andere kant op. Dat draadje maak je door een kleine draad van je wol te nemen en even tussen je vingers tot een draadje te draaien.  Nu is je snoetje bijna klaar. Ik vind het leuk om hem wat snorhaartjes te geven.

Voor snorhaartjes gebruik ik de wensleydale krullen. Dit is een beetje een stuggere wol, dus lijkt het als je daar een klein plukje van neemt op snorharen. Ook omdat je er mooie gladde haartjes tussen hebt. Ik neem een klein plukje en neem een gewone naainaald. Daar doe ik dit plukje in net als een draadje, dat steek ik van links naar rechts door het snuitje en knip het dan op lengte.

Zo je haasje is af.

 

Nu kan je hem een beetje modelleren. Beentjes een beetje krom, armpjes een beetje uitgestoken. Alles kan je een beetje vormen door het op sommige plaatjes iets in te prikken.

 

Ik hoop dat alles duidelijk was en dat het je lukt. Je kunt me altijd mailen of hier in de reacties vragen stellen. Ook ben ik nog af en toe op de chat te vinden.

 

Succes Groetjes Son.