|
In mijn
‘wijsheid’ had ik gekozen voor een vlucht met Transavia naar Malaga om
vervolgens met de bus naar Sevilla te gaan. Later ontdekte ik dat mijn overburen
op dezelfde dag een rechtstreekse vlucht met Transavia naar Sevilla hadden
geboekt om vervolgens met een huurauto richting Malaga te rijden!! Ergens moet
ik wat gemist hebben. Ik had echter één voordeel: zij vertrokken ’s ochtends op
een nog onzaliger tijdstip van Schiphol dan ik.
Kenmerkend voor Transavia vertrekken we natuurlijk te laat. Ben ik ooit
op tijd met Transavia vertrokken? Ik kan het mij niet heugen. Gelukkig
is het een prima vlucht in een volledig gevuld toestel. Af en toe
bereikt de lucht van óf mottenballen óf één jaar niet tandenpoetsen óf
een ontsmettingsmiddel in de airconditioning mijn neus, maar voor deze
passageprijs mag men niet mopperen. Dankzij de rugwind komen we toch op
de vooraf aangekondigde tijd in Malaga aan. Ook mijn rugzak heeft het
transport via bagagebanden en vrachtlorries en -ruim goed doorstaan. De
dichtgeknoopte regenhoes en de vastgezette banden voorkwamen vastlopen
tijdens het transport op de lopende band.
Voor één euro brengt de met strandvakantiegangers volgeladen shuttlebus
me van het vliegveld naar het busstation in het centrum. Onderweg vang
ik, tussen de gebouwen door, af en toe een glimp op van de zee. Na wat
zoeken vind ik de maatschappij die op Sevilla rijdt en aan het loket
koop ik een kaartje voor de bus die om 13.00 uur naar Sevilla vertrekt.
Zittend op een bankje in de schaduw, want de temperatuur loopt al aardig
op, laat ik het besef dat ik weer aan een Camino ga beginnen op me
inwerken. Een lichte spanning maakt zich dan van mij meester; het
adrenalinepeil begint toe te nemen. Pas nu dringt het goed tot me door
waar ik weer aan ga beginnen. Duizend kilometer lopen door een onbekend
landschap. Wat zullen de komende weken voor mij brengen in de zin van
ongemakken, genietingen, ontmoetingen, bezinning, etc.? Ik kan mij er nu
al op verheugen: de dagelijkse routine, maar natuurlijk ook de
verrassingen die elke nieuwe dag me zal brengen, de onzekerheden. Kortom
ik begin weer aan een ongewis avontuur. Ik voel mij gelukkig!
Ook
onderweg in de bus, die mij door een afwisselend landschap naar Sevilla
brengt, blijft dit mijn gedachten beheersen. Mijn iPod biedt daarbij
muzikale ondersteuning door de eerste symfonie van Mahler te mengen met
de beelden van tweehonderd kilometer ruig berggebied met groene toppen
en in de verte nog dreigender bergen. De grootste oneffenheden in het
landschap worden met imposante kunstwerken overbrugd. Een miezerig
riviertje met de imposante naam ‘Guadalmedina’ moet enkele malen worden
overgestoken.
In
de berm langs de autoweg loopt een schaapsherder met zijn kudde. De al
uitbundige begroeiing bestaat uit gele, witte, paarse en roze bloemen.
Bergen worden heuvels en tonen veel olijfgaarden en later ook de nog
stronkerige vormen van wijnvelden in de vroege lente. Slechts hier en
daar toont een toefje lichtgroen het nog verborgen leven aan. Dan
opeens een laag, vlak land met veel ondefinieerbaar golvend groen
(graan?). Donker dreigende wolkenmassa’s wisselen af met luchtige, witte
schapenwolkjes.
Rond half vier rijden we Sevilla binnen en heeft de bus, door allerlei
wegafzettingen, moeite om het centrale busstation te bereiken. De
activiteiten van de Semana Santa (Goede Week) lijken de hele stad
te ontregelen. Als ik met een slecht leesbaar plattegrondje de weg naar
mijn onderdak zoek, blijkt de hele binnenstad vrijwel afgegrendeld te
zijn. Overal langs de straten staan stoelen opgesteld, soms zelfs heuse
tribunes alsof hier de finish van de Vuelta (de Ronde van Spanje) wordt
verwacht. Alle balkons langs de route zijn ter decoratie voorzien van
donkerrode of purperen doeken.
Voorlopig mag ik nog vrij tussen de (lege) rijen stoelen doorlopen en ik
probeer me een voorstelling te vormen van hetgeen zich hier straks gaat
afspelen. Later blijkt dat het nog veel extremer is dan ik me op dit
moment kan voorstellen.
Na
wat zoeken vind ik het Hostal Nuevo Suizo in
een achterafstraatje aan de Calle Sierpes. De hele Calle Sierpes staat
al vol met stoelen en vanavond zal blijken dat de straat een belangrijk
onderdeel is van de route die de processies volgen. Ik krijg als eerste
een bed toegewezen op een 5-persoons kamer op de vierde verdieping, de
overige bedden zijn nog onbezet. Snel installeer ik mij en ga de straat
op om niets te missen van hetgeen zich daar af gaat spelen.
Overal stuit ik op de voorbereidingen voor de komende processies.
Ik tel tienduizenden stoelen en honderden ordebewaarders. Uit een folder
die ik in handen krijg blijkt dat voor een stoel betaald moet worden.
Een passe-partout voor de hele week kost tussen de € 51,82 en € 113,41
en losse kaarten variëren in prijs van € 4,73 tot € 26,13. Bepaalde
tribuneplaatsen worden alleen voor de hele week verkocht en kosten dan
tot € 533,85!!
Rond vijf uur verwen ik de inwendige mens met een heerlijke paella
op een terras aan een straat, parallel aan de Calle Sierpes en rond zes
uur hoor ik de eerste groep aankomen. Honderden boetelingen die paarse
lange gewaden, puntige hoofddeksels die het gezicht verbergen en enorm
grote kaarsen dragen, trekken, veelal op blote voeten lopend, langs.
Dan komt een massief uitziend, gedragen platform voorbij met
daarvoor een muziekkorps met schelle trompetten en een soort rouwmars
slaande trommels. Op het platform een levensgroot beeld van een bedroefd
kijkende Maria. Het is een levensechte Stabat Mater Dolorosa, wat
betekent: ‘de moeder staat door smart bevangen’. Verkeersregelaars
zorgen er later voor dat wandelaars kunnen oversteken tussen de groepen
processiegangers door, want er komt geen eind aan de groep boetelingen.
De
Wikipedia encyclopedie op internet schrijft over dit gebeuren o.a. het
volgende:
|
Het meest
bekend zijn de traditionele processies in Sevilla. Zij
trekken gedurende de hele week uit, in totaal zo’n zestig.
De meeste worden door een zogenaamde hermandad
(Nederlands: broederschap) georganiseerd. In de regel horen
deze broederschappen bij een bepaalde parochie, waar hun
processie dan ook begint en eindigt, na door de stad heen en
terug naar de kathedraal in het centrum te zijn getrokken.
Deze tocht duurt in de regel meerdere uren. Zo´n processie
bestaat uit verschillende pasos, grote draagbaren met
beelden, en verder uit groepen boetelingen (nazarenos)
en één of twee muziekkapellen. De pasos zijn enorme
tafelvormige constructies (een plateau met poten) waarop een
Mariabeeld (de Virgen) of een scène uit het lijden
van Christus (eveneens opgebouwd uit houten beelden) is
geplaatst. Deze bouwsels worden gedragen door leden van de
broederschap die costaleros worden genoemd, soms wel
vijftig onder één paso. Hoewel theologisch incorrect,
vormt het emotionele hoogtepunt van zo’n processie de paso
met de Virgen, het beeld van de bedroefde moeder, het
Mariabeeld dus. Het is gekleed in overdadig goudbrokaat en
staat onder een eveneens met applicaties en galon beladen
baldakijn dat gedragen wordt door zilveren zuilen. De muziek
is gedragen, langzaam gespeelde marsmuziek, zoals in
Nederland bij processies in Limburg nog wel gespeeld wordt.
Daarbij wordt gedragen op trommels geslagen. De boetelingen
lopen barrevoets en dragen spitse kappen (die later zijn
geleend door de Ku Klux clan, wat nog wel eens onaangename
verwarring bij buitenlanders oplevert.) Deze kappen zijn
ontstaan om de anonimiteit van de boetelingen te garanderen.
Elke processie bestaat uit meerdere honderden, maar vaak
zelfs uit meer dan duizend personen. De bevolking bejegent
de processies met zeer veel eerbied en rust. |
Nader onderzoek op het internet leert mij dat de oudste
broederschap al dateert uit 1248 en dat de grootste broederschap uit
meer dan 2500 processiegangers of zo je wilt boetelingen bestaat.
De weg naar mijn hostal blijkt niet meer zonder toegangskaartje te
bereiken, doch met behulp van een internet-uitdraai met daarop de naam en
het adres van mijn onderkomen mag ik, als onwetende buitenlander, toch
de Calle Sierpes in en vind daar een lege stoel, vanwaar ik de eerste
processies voorbij zie trekken. De lucht betrekt en ik zie menig
toeschouwer bezorgd omhoogkijken.
Als de eerste regen naar beneden komt - Klaas is als fameus
regenmaker immers gearriveerd, maar dat weten de Spanjaarden nog niet! -
trek ik mij terug in het hostal en geniet van een gratis kopje koffie en
het internationale gezelschap van Denen, Hollanders, Engelsen,
Canadezen, Amerikanen en zelfs een Vietnamese familie. Er bevindt zich
geen enkele Santiagoganger tussen. Sommigen ‘doen’ op hun wereldreis ook
Spanje aan en zijn hier min of meer toevallig terechtgekomen, de meesten
echter hebben het bijwonen van de Semana Santa tot doel.
Ik
neem eerst snel een douche en bedien me nogmaals van het buffet waar
voortdurend verse koffie op de gasten staat te wachten. Dan ga ik weer
de straat op waar inmiddels de schemering is ingetreden.

De
boetelingen hebben nu hun bijna anderhalve meter lange, zes tot acht
centimeter dikke kaarsen aangestoken. Deze worden zodanig scheef
gehouden dat het kaarsvet op en net naast de medelopers druipt. Midden
op straat vormt zich daardoor een spoor van gestold kaarsvet. Met de
nonchalante manier van kaarsdragen is het een wonder te noemen dat
niemand door zijn voor-, achter- of naastlopende collega-boeteling in
brand wordt gestoken. Hogerhand zorgt kennelijk voor een speciale
bescherming van de processiegangers.
Vóórafgaand aan de draagbaar met lijdensvoorstelling wordt royaal
wierook gebrand en tijdens het passeren van de voorstelling staan de
toeschouwers langs de route eerbiedig op. Achter de draagbaar een
muziekkorps dat muziek produceert met de
karakte-ristieke, door merg en
been gaande schelheid. Al met al voldoende om regelmatig kippenvel van
te krijgen.
Op
bepaalde momenten tijdens de muziek staan de dragers stil en wordt de
draagbaar ritmisch heen en weer gewiegd. Als de muziek weer van aard
verandert wordt plotseling weer een voorwaartse beweging ingezet en
volgt applaus van het publiek. De dragers onder de draagbaar worden
regelmatig gewisseld en dat is, gezien de heersende warmte en de
conditie van degenen die vanonder het gevaarte tevoorschijn komen geen
onnodige zaak. Omdat er nauwelijks verbale communicatie met de
verscholen dragers mogelijk is worden commando’s met een soort
‘deurklopper’ gegeven. Tikcombinaties in verschillende patronen komen
overeen met de commando’s stoppen, neerzetten, optillen, voorwaarts,
etc.
In
de tijd dat ik sta te kijken trekken er een viertal processies, elk met
honderden boetelingen en evenzovele brandende kaarsen voorbij. De
draagbaren zijn eveneens uitgerust met honderden brandende kaarsen en
het mag een wonder heten dat zoveel vlak naast elkaar geplaatste kaarsen
zich niet spontaan tot één grote vuurzuil ontwikkelen en de draagbaar
maken tot een wandelende fakkel. Ik zuig zoveel mogelijk impressies op.
De
beelden, de geluiden, de wierookgeur, de chaos, kortom deze voor mij
geheel onbekende wereld maken dat ik in een enigszins euforistische
stemming kom. Dat ik dit mag meemaken. Dit is weer tot leven gebrachte
historie. Iets dat zich eeuwen geleden zou kunnen afspelen (en dat is
natuurlijk ook het geval) en nu sta ik er midden in. Het is geen
filmdecor, geen reconstructie van iets historisch, het is echt. Van nu
en hier! Ik ben onder de indruk van de religieuze gedrevenheid van deze
tienduizenden mensen en kan mij voorstellen dat met een klein beetje
kruit en een kort lontje zoiets kan ontaarden in religieuze excessen. Ik
heb er mijn mening nog niet over kunnen vormen en besluit om me er
vooralsnog gewoon over te verbazen, ervan te genieten en zoveel als
mogelijk is te absorberen van hetgeen zich voor mijn ogen afspeelt.
Misschien dat ik me er morgen, als het verrassingseffect wat is
verdwenen, een meer afgewogen oordeel over kan vormen.
Rond half elf heb ik het wel gezien en kruip om kwart voor elf kapot
onder een dun dekentje. Buiten klinkt nog steeds het geluid van
voorbijtrekkende processies. Dat zal eens toch wel ophouden denk ik
optimistisch. Van slapen komt niet veel. Buiten blijft het rumoerig en
ook in mijn hoofd is de drukte niet veel minder. Op verzoek van mijn
Canadese kamergenote Mirjam zet ik mijn wekker (GSM) op kwart vóór zeven
want zij moet morgen op tijd haar vliegtuig halen.
Rond middernacht lijkt het iets rustiger te worden en val ik in slaap.
Regelmatig word ik wakker van weer een voorbijtrekkende processie, pas
halverwege de nacht slaap ik enkele uren achtereen. Rond half zeven word
ik gebroken wakker. Buiten is het nog steeds rumoerig. Later zou blijken
dat de processies tot ver na zonsopgang de stad onveilig maken. Gelukkig
heb ik na het vertrek van Mirjam nog een uurtje gedommeld en hoef ik
vandaag nog niet al aan mijn voettocht te beginnen.
 |