Via de la Plata

2006

 

1                                                                                                                            woensdag 12 april

 

                                                                                                                  via Malaga naar Sevilla

 

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

 In mijn ‘wijsheid’ had ik gekozen voor een vlucht met Transavia naar Malaga om vervolgens met de bus naar Sevilla te gaan. Later ontdekte ik dat mijn overburen op dezelfde dag een rechtstreekse vlucht met Transavia naar Sevilla hadden geboekt om vervolgens met een huurauto richting Malaga te rijden!! Ergens moet ik wat gemist hebben. Ik had echter één voordeel: zij vertrokken ’s ochtends op een nog onzaliger tijdstip van Schiphol dan ik.

 

Kenmerkend voor Transavia vertrekken we natuurlijk te laat. Ben ik ooit op tijd met Transavia vertrokken? Ik kan het mij niet heugen. Gelukkig is het een prima vlucht in een volledig gevuld toestel. Af en toe bereikt de lucht van óf mottenballen óf één jaar niet tandenpoetsen óf een ontsmettingsmiddel in de airconditioning mijn neus, maar voor deze passageprijs mag men niet mopperen. Dankzij de rugwind komen we toch op de vooraf aangekondigde tijd in Malaga aan. Ook mijn rugzak heeft het transport via bagagebanden en vrachtlorries en -ruim goed doorstaan. De dichtgeknoopte regenhoes en de vastgezette banden voorkwamen vastlopen tijdens het transport op de lopende band.

Voor één euro brengt de met strandvakantiegangers volgeladen shuttlebus me van het vliegveld naar het busstation in het centrum. Onderweg vang ik, tussen de gebouwen door, af en toe een glimp op van de zee. Na wat zoeken vind ik de maatschappij die op Sevilla rijdt en aan het loket koop ik een kaartje voor de bus die om 13.00 uur naar Sevilla vertrekt.

 

Zittend op een bankje in de schaduw, want de temperatuur loopt al aardig op, laat ik het besef dat ik weer aan een Camino ga beginnen op me inwerken. Een lichte spanning maakt zich dan van mij meester; het adrenalinepeil begint toe te nemen. Pas nu dringt het goed tot me door waar ik weer aan ga beginnen. Duizend kilometer lopen door een onbekend landschap. Wat zullen de komende weken voor mij brengen in de zin van ongemakken, genietingen, ontmoetingen, bezinning, etc.? Ik kan mij er nu al op verheugen: de dagelijkse routine, maar natuurlijk ook de verrassingen die elke nieuwe dag me zal brengen, de onzekerheden. Kortom ik begin weer aan een ongewis avontuur. Ik voel mij gelukkig!

 

Ook onderweg in de bus, die mij door een afwisselend landschap naar Sevilla brengt, blijft dit mijn gedachten beheersen. Mijn iPod biedt daarbij muzikale ondersteuning door de eerste symfonie van Mahler te mengen met de beelden van tweehonderd kilometer ruig berggebied met groene toppen en in de verte nog dreigender bergen. De grootste oneffenheden in het landschap worden met imposante kunstwerken overbrugd. Een miezerig riviertje met de imposante naam ‘Guadalmedina’ moet enkele malen worden overgestoken.

In de berm langs de autoweg loopt een schaapsherder met zijn kudde. De al uitbundige begroeiing bestaat uit gele, witte, paarse en roze bloemen. Bergen worden heuvels en tonen veel olijfgaarden en later ook de nog stronkerige vormen van wijnvelden in de vroege lente. Slechts hier en daar toont een toefje lichtgroen het nog verborgen leven aan.  Dan opeens een laag, vlak land met veel ondefinieerbaar golvend groen (graan?). Donker dreigende wolkenmassa’s wisselen af met luchtige, witte schapenwolkjes.

 

Semana Santa - SevillaRond half vier rijden we Sevilla binnen en heeft de bus, door allerlei wegafzettingen, moeite om het centrale busstation te bereiken. De activiteiten van de Semana Santa (Goede Week) lijken de hele stad te ontregelen. Als ik met een slecht leesbaar plattegrondje de weg naar mijn onderdak zoek, blijkt de hele binnenstad vrijwel afgegrendeld te zijn. Overal langs de straten staan stoelen opgesteld, soms zelfs heuse tribunes alsof hier de finish van de Vuelta (de Ronde van Spanje) wordt verwacht. Alle balkons langs de route zijn ter decoratie voorzien van donkerrode of purperen doeken.

Voorlopig mag ik nog vrij tussen de (lege) rijen stoelen doorlopen en ik probeer me een voorstelling te vormen van hetgeen zich hier straks gaat afspelen. Later blijkt dat het nog veel extremer is dan ik me op dit moment kan voorstellen.

 

Na wat zoeken vind ik het Hostal Nuevo Suizo in een achterafstraatje aan de Calle Sierpes. De hele Calle Sierpes staat al vol met stoelen en vanavond zal blijken dat de straat een belangrijk onderdeel is van de route die de processies volgen. Ik krijg als eerste een bed toegewezen op een 5-persoons kamer op de vierde verdieping, de overige bedden zijn nog onbezet. Snel installeer ik mij en ga de straat op om niets te missen van hetgeen zich daar af gaat spelen.

Overal stuit ik op de voorbereidingen voor de komende processies. Ik tel tienduizenden stoelen en honderden ordebewaarders. Uit een folder die ik in handen krijg blijkt dat voor een stoel betaald moet worden. Een passe-partout voor de hele week kost tussen de € 51,82 en € 113,41 en losse kaarten variëren in prijs van € 4,73 tot € 26,13. Bepaalde tribuneplaatsen worden alleen voor de hele week verkocht en kosten dan tot € 533,85!!

 

Boetelingen met kaarsen - SevillaRond vijf uur verwen ik de inwendige mens met een heerlijke paella op een terras aan een straat, parallel aan de Calle Sierpes en rond zes uur hoor ik de eerste groep aankomen. Honderden boetelingen die paarse lange gewaden, puntige hoofddeksels die het gezicht verbergen en enorm grote kaarsen dragen, trekken, veelal op blote voeten lopend, langs.

Dan komt een massief uitziend, gedragen platform voorbij met daarvoor een muziekkorps met schelle trompetten en een soort rouwmars slaande trommels. Op het platform een levensgroot beeld van een bedroefd kijkende Maria. Het is een levensechte Stabat Mater Dolorosa, wat betekent: ‘de moeder staat door smart bevangen’. Verkeersregelaars zorgen er later voor dat wandelaars kunnen oversteken tussen de groepen processiegangers door, want er komt geen eind aan de groep boetelingen.

 

De Wikipedia encyclopedie op internet schrijft over dit gebeuren o.a. het volgende:

 

Het meest bekend zijn de traditionele processies in Sevilla. Zij trekken gedurende de hele week uit, in totaal zo’n zestig. De meeste worden door een zogenaamde hermandad (Nederlands: broederschap) georganiseerd. In de regel horen deze broederschappen bij een bepaalde parochie, waar hun processie dan ook begint en eindigt, na door de stad heen en terug naar de kathedraal in het centrum te zijn getrokken. Deze tocht duurt in de regel meerdere uren. Zo´n processie bestaat uit verschillende pasos, grote draagbaren met beelden, en verder uit groepen boetelingen (nazarenos) en één of twee muziekkapellen. De pasos zijn enorme tafelvormige constructies (een plateau met poten) waarop een Mariabeeld (de Virgen) of een scène uit het lijden van Christus (eveneens opgebouwd uit houten beelden) is geplaatst. Deze bouwsels worden gedragen door leden van de broederschap die costaleros worden genoemd, soms wel vijftig onder één paso. Hoewel theologisch incorrect, vormt het emotionele hoogtepunt van zo’n processie de paso met de Virgen, het beeld van de bedroefde moeder, het Mariabeeld dus. Het is gekleed in overdadig goudbrokaat en staat onder een eveneens met applicaties en galon beladen baldakijn dat gedragen wordt door zilveren zuilen. De muziek is gedragen, langzaam gespeelde marsmuziek, zoals in Nederland bij processies in Limburg nog wel gespeeld wordt. Daarbij wordt gedragen op trommels geslagen. De boetelingen lopen barrevoets en dragen spitse kappen (die later zijn geleend door de Ku Klux clan, wat nog wel eens onaangename verwarring bij buitenlanders oplevert.) Deze kappen zijn ontstaan om de anonimiteit van de boetelingen te garanderen. Elke processie bestaat uit meerdere honderden, maar vaak zelfs uit meer dan duizend personen. De bevolking bejegent de processies met zeer veel eerbied en rust.

 

Nader onderzoek op het internet leert mij dat de oudste broederschap al dateert uit 1248 en dat de grootste broederschap uit meer dan 2500 processiegangers of zo je wilt boetelingen bestaat.

 

De weg naar mijn hostal blijkt niet meer zonder toegangskaartje te bereiken, doch met behulp van een internet-uitdraai met daarop de naam en het adres van mijn onderkomen mag ik, als onwetende buitenlander, toch de Calle Sierpes in en vind daar een lege stoel, vanwaar ik de eerste processies voorbij zie trekken. De lucht betrekt en ik zie menig toeschouwer bezorgd omhoogkijken.

Als de eerste regen naar beneden komt - Klaas is als fameus regenmaker immers gearriveerd, maar dat weten de Spanjaarden nog niet! - trek ik mij terug in het hostal en geniet van een gratis kopje koffie en het internationale gezelschap van Denen, Hollanders, Engelsen, Canadezen, Amerikanen en zelfs een Vietnamese familie. Er bevindt zich geen enkele Santiagoganger tussen. Sommigen ‘doen’ op hun wereldreis ook Spanje aan en zijn hier min of meer toevallig terechtgekomen, de meesten echter hebben het bijwonen van de Semana Santa tot doel.

Ik neem eerst snel een douche en bedien me nogmaals van het buffet waar voortdurend verse koffie op de gasten staat te wachten. Dan ga ik weer de straat op waar inmiddels de schemering is ingetreden.

 Wolken wierook - Sevilla

De boetelingen hebben nu hun bijna anderhalve meter lange, zes tot acht centimeter dikke kaarsen aangestoken. Deze worden zodanig scheef gehouden dat het kaarsvet op en net naast de medelopers druipt. Midden op straat vormt zich daardoor een spoor van gestold kaarsvet. Met de nonchalante manier van kaarsdragen is het een wonder te noemen dat niemand door zijn voor-, achter- of naastlopende collega-boeteling in brand wordt gestoken. Hogerhand zorgt kennelijk voor een speciale bescherming van de processiegangers.

Vóórafgaand aan de draagbaar met lijdensvoorstelling wordt royaal wierook gebrand en tijdens het passeren van de voorstelling staan de toeschouwers langs de route eerbiedig op. Achter de draagbaar een muziekkorps dat muziek produceert met deRouwmars - Sevilla karakte-ristieke, door merg en been gaande schelheid. Al met al voldoende om regelmatig kippenvel van te krijgen.

Op bepaalde momenten tijdens de muziek staan de dragers stil en wordt de draagbaar ritmisch heen en weer gewiegd. Als de muziek weer van aard verandert wordt plotseling weer een voorwaartse beweging ingezet en volgt applaus van het publiek. De dragers onder de draagbaar worden regelmatig gewisseld en dat is, gezien de heersende warmte en de conditie van degenen die vanonder het gevaarte tevoorschijn komen geen onnodige zaak. Omdat er nauwelijks verbale communicatie met de verscholen dragers mogelijk is worden commando’s met een soort ‘deurklopper’ gegeven. Tikcombinaties in verschillende patronen komen overeen met de commando’s stoppen, neerzetten, optillen, voorwaarts, etc.

Kaarsenmassa - SevillaIn de tijd dat ik sta te kijken trekken er een viertal processies, elk met honderden boetelingen en evenzovele brandende kaarsen voorbij. De draagbaren zijn eveneens uitgerust met honderden brandende kaarsen en het mag een wonder heten dat zoveel vlak naast elkaar geplaatste kaarsen zich niet spontaan tot één grote vuurzuil ontwikkelen en de draagbaar maken tot een wandelende fakkel. Ik zuig zoveel mogelijk impressies op.

 

De beelden, de geluiden, de wierookgeur, de chaos, kortom deze voor mij geheel onbekende wereld maken dat ik in een enigszins euforistische stemming kom. Dat ik dit mag meemaken. Dit is weer tot leven gebrachte historie. Iets dat zich eeuwen geleden zou kunnen afspelen (en dat is natuurlijk ook het geval) en nu sta ik er midden in. Het is geen filmdecor, geen reconstructie van iets historisch, het is echt. Van nu en hier! Ik ben onder de indruk van de religieuze gedrevenheid van deze tienduizenden mensen en kan mij voorstellen dat met een klein beetje kruit en een kort lontje zoiets kan ontaarden in religieuze excessen. Ik heb er mijn mening nog niet over kunnen vormen en besluit om me er vooralsnog gewoon over te verbazen, ervan te genieten en zoveel als mogelijk is te absorberen van hetgeen zich voor mijn ogen afspeelt. Misschien dat ik me er morgen, als het verrassingseffect wat is verdwenen, een meer afgewogen oordeel over kan vormen.

 

Rond half elf heb ik het wel gezien en kruip om kwart voor elf kapot onder een dun dekentje. Buiten klinkt nog steeds het geluid van voorbijtrekkende processies. Dat zal eens toch wel ophouden denk ik optimistisch. Van slapen komt niet veel. Buiten blijft het rumoerig en ook in mijn hoofd is de drukte niet veel minder. Op verzoek van mijn Canadese kamergenote Mirjam zet ik mijn wekker (GSM) op kwart vóór zeven want zij moet morgen op tijd haar vliegtuig halen.

Rond middernacht lijkt het iets rustiger te worden en val ik in slaap. Regelmatig word ik wakker van weer een voorbijtrekkende processie, pas halverwege de nacht slaap ik enkele uren achtereen. Rond half zeven word ik gebroken wakker. Buiten is het nog steeds rumoerig. Later zou blijken dat de processies tot ver na zonsopgang de stad onveilig maken. Gelukkig heb ik na het vertrek van Mirjam nog een uurtje gedommeld en hoef ik vandaag nog niet al aan mijn voettocht te beginnen.

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

^ Pagina ^