Via de la Plata

2006

 

19                                                                                                                            zondag 30 april

 

                                                                               In een ‘hiep hiep hoera’ stemming naar Elena

 

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

 

 

Daggegevens

etappe:

  Grimaldo - Carcaboso

afstand:

  dag:    31 km

  cum: 383 km

Het is vandaag koninginnedag, maar niemand neemt initiatief tot een aubade. Net als eergisteren is Ida in de kamer naast ons al om zes uur in de weer met het pakken van de rugzak en omdat de kamers aan de bovenzijde een open verbinding hebben gaat ook bij ons het licht aan. Om half zeven volgen wij. Met behulp van de kleine zakjes instant Nescafé maak ik voor ons beiden een kop koffie, want de bar is nog hermetisch gesloten. Deze kleine zakjes zijn een vondst. Met name die met de aanduiding ‘strong’ en ‘espresso’ leveren ook onder primitieve omstandigheden een uitstekend kop koffie.

Even na zeven uur zijn we met ons tweeën op weg. Er ontstaat verwarring over waar het pad begint, maar dan gaan we via een smal en onduidelijk pad het land in. Het op deze dag traditionele oranjezonnetje kleurt de lucht uitbundig. We passeren het kadaver van een schaap. Ik ben benieuwd wie hier voor het opruimen zorgt, ik heb geen gieren of andere aaseters gezien.

Leo heeft er als steeds stevig de pas in. Ik moet hem afremmen anders is bij hem te vroeg de brandstof op en we moeten vandaag nog zo’n dertig kilometer. Hek na hek wordt gepasseerd, links van ons meestal een muurtje met een afrastering, rechts van ons een braak golvend landschap. Het ene pad is beter dan het andere, maar over het algemeen steeds goed te belopen.

 

Vertrekken in de nog duistere ochtendIs dit wel het pad?

 

Dan betreden we een groot met haver begroeid veld waar we aan de platgetreden sporen zien waar anderen hebben gelopen. Opeens gaat het mis. De boer is begonnen met maaien en het pad is zoek. We speuren langs het hek. Heeft daar iemand gelopen? Ida? Omdat we tot nu toe steeds langs de uiterste linkerzijde van het veld liepen houden we dat maar aan. Slechts een enkele keer lijken we de sporen van een voorganger te zien. Struikelend en strompelend banen we ons een weg door het hoogopschietende gewas, regelmatig bijna onze nek brekend over de eronder verscholen brokken aarde, keien en andere onregelmatigheden. Dan bereiken we eindelijk het punt waar een pad gewoon van rechts aansluit. We hebben onder het gemaaide haver een afslag gemist en hadden probleemloos op een pad meer midden over het veld moeten lopen.

Na nog enkele obstakels zoals een troep nieuwsgierige koeien en een plotseling opdoemende afgrond (het pad is daar gewoon foetsie!) komen we op een asfaltweg die we gedurende een kilometer volgen. Daarna volgt weer een keurig pad dat we, al klimmend en dalend in de steeds hoger wordende temperatuur, volgen.

Als vanuit het niets doemt opeens in de verte het beeld van een volledig ommuurde oude stad te voorschijn: Galisteo, een schitterend gezicht! Daar willen we een lunch gebruiken alvorens door te lopen naar de hogelijk aanbevolen herberg van señora Elena in Carcaboso.

 

Even uitrustenGalisteo

 

Ook al zie je een stad in de verte, dat betekent nog niet dat je er al bijna bent. Nog vier hete kilometers scheiden ons van een koel biertje. Eindelijk lopen we de plaats binnen en volgen de muur in de hoop een toegangspoort te vinden. Als we er een gevonden hebben blijken de muren alleen maar een schitterend decor te zijn, binnen de muren is niets te vinden. Gewone huizen, gesloten bars en geheel verlaten straten en pleinen. Niets van de middeleeuws aandoende gezelligheid die we er hadden verwacht. Wel komen we er Ida tegen die onder begeleiding van een oud mannetje op weg is naar de aan de buiten de stad liggende herberg.

Teleurgesteld lopen we weer de stad uit en nemen, beneden aan de muur, plaats op het terras van bar/restaurant ‘Los Emigrantes’. Daar spreekt men vanuit een gastarbeidersverleden zelfs een beetje Nederlands. Met de blote voeten op het terras smaakt het koude biertje uitstekend. Op de koele tegels slinken onze gezwollen voeten snel. Ook de maaltijd krijgen we op het terras geserveerd. We eten een enorme huzarensalade, gevolgd door een groot bord met inktvis. Een fles wijn completeert dit godenmaal.

Aan een tafeltje naast ons neemt een andere loper plaats. Het is Alan Colton, een Canadees uit Vancouver, die als hij hoort over ons inktvismaal, direct ook zo’n portie bestelt. Met verbazing zien we hoe zowel de inktvis als de hele inhoud van een fles wijn binnen no-time is verdwenen.

Voor € 10 per persoon zijn we weer schuldenvrij en vertrekken na een verblijf van zo’n twee uur. We kunnen er weer tegen. Alan is al eerder vertrokken. De invloed van een hele fles wijn is aan zijn lopen niet te merken. Ons wacht nog elf kilometer in zeer warm weer. Onder langs de imposante stadsmuur lopend vinden we het vervolg van de route die ons ook langs de herberg leidt. Alles is daar gesloten. Heeft Ida besloten om toch maar door te lopen? Slaapt ze? Is ze terug de stad in? Is haar iets vreselijks toegebracht door het oude mannetje? We zullen het nooit meer aan de weet komen. Vanaf dit moment is Ida volledig van de aardbodem en in de nevelen van de Camino verdwenen. Ik heb onderweg nooit meer iets van haar vernomen.

 

Aan de lunch in GalisteoOp naar de laatste lange, hete kilometers

 

De weg is lang. Mijn stappenteller nadert sinds de lunch de elf kilometer maar enig teken van de bewoonde wereld is niet te zien. Enige onzekerheid maakt zich van mij meester. De gekozen weg was niet echt duidelijk gemarkeerd. Zitten we wel goed? Elke poging om een voorbij rijdende auto aan te houden om de weg te verifiëren strandt op de onwil van de chauffeur om te stoppen. Zien we er zo haveloos uit? Voor ons loopt Alan die langzaam maar zeker dichterbij komt. Is hij wél zeker van de route?

Samen lopen we uiteindelijk na veertien kilometer toch Carcaboso binnen. Omdat ik inmiddels zeker weet dat mijn stappenteller, zeker zoals hier op vlak terrein, erg nauwkeurig is, moet hier in de gidsen een meetfout staan. Waar zou Bar Ruta de la Plata zijn? Na wat vragen stappen we daar binnen en treffen er de al eerder genoemde señora Elena aan. Ik doe haar de groeten van ene Chris uit Emmen die iets over haar had geschreven in de Jacobstaf en elke voorbijgaande pelgrim had gevraagd haar van hem te groeten. Elena denkt dat ik een persoonlijke vriend van Chris ben (ik ken hem niet, alleen zijn oproep!) en zij leidt ons drieën stante pede naar de mooiste kamer met eigen badkamer. Omdat ze eigenlijk vol zit met een reservering van een groep fietsers worden er elders voor hen snel matrassen bijgelegd. Wat relaties kunnen doen. Dank je wel Chris! Zonder jou was er vrijwel zeker geen plaats voor ons geweest in deze herberg.

 Senora Elena in Carcaboso

We bestellen een biertje en dan neemt Elena de regie over. Omdat ík de naam van Chris heb genoemd wordt al haar snelle Spaans op mij gericht. Waar we morgen slapen? Olivia de Placencia. Helemaal fout! Duur, slecht, etc. Ze weet iets beters, hostal Asturias. Omdat het terzijde van de route ligt, haalt men ons per auto om vier uur op bij de Arco de Cáparra, een midden in niemandsland staande Romeinse triomfboog en restanten van een omringende stad. We krijgen amper de gelegenheid om daarmee in te stemmen. Elena telefoneert al om te reserveren. Helaas, morgen (1 mei) is het hostal gesloten. Maar . . . . Elena pikt dat niet, dus praat ze net zo lang tot men belooft dat men ons morgen rond één uur bij de Arco de Cáparra oppikt en naar de eerstvolgende plaats Aldenueva del Camino brengt. Je ziet aan haar gezicht dat ze erbij denkt: “hadden ze maar open moeten zijn”. Dit alles wordt ons duidelijk gemaakt met veel herhalingen, hand- en voetbewegingen en dwingend wijzen op de kaartjes, immers mijn Spaanse woordenschat is slechts twintig woorden groot en heeft vooral betrekking op eten, drinken en slapen.

 

Na mijn douche en wasje zit ik nu, midden in de chaos rond de installatie van dertien Spaanse fietsers en Elena die vanuit een leunstoel alles aanstuurt, mijn verhaal bij te schrijven. Joaquin Munoz Bueno, de Spaanse jongeman met de geborduurde voeten is ook aangekomen. We treffen hem vóór de bar en spreken af vanavond samen te gaan eten.

Als het daarvoor tijd is krijgen we in een nabijgelegen restaurant een volledige, maar lichte maaltijd geserveerd. Alleen de geserveerde wijn is echter zo goed dat ik na afloop lichtjes zwevend mijn bed in duik. Tegen de ochtend manifesteert zich een lichte koppijn. Morgen dus wat rustiger aandoen.

’s Nachts word ik af en toe wakker van het gesnurk van Leo. Allen is gaan liggen en slaapt dan binnen twee minuten. Helaas voor mij snurkt hij ook. Waarschijnlijk snurk ik ook als ik slaap, maar daarvan heb ik nog geen klachten ontvangen. Tegen de ochtend constateer ik dat ik al met al goed heb geslapen. Het was een lange dag, zeker de laatste onverwacht lange en hete kilometers.

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

^ Pagina ^