|
Het is
vandaag koninginnedag, maar niemand neemt initiatief tot een aubade. Net als
eergisteren is Ida in de kamer naast ons al om zes uur in de weer met het pakken
van de rugzak en omdat de kamers aan de bovenzijde een open verbinding hebben
gaat ook bij ons het licht aan. Om half zeven volgen wij. Met behulp van de
kleine zakjes instant Nescafé maak ik voor ons beiden een kop koffie, want de
bar is nog hermetisch gesloten. Deze kleine zakjes zijn een vondst. Met name die
met de aanduiding ‘strong’ en ‘espresso’ leveren ook onder primitieve
omstandigheden een uitstekend kop koffie.
Even na zeven uur zijn we met ons tweeën op weg. Er ontstaat verwarring
over waar het pad begint, maar dan gaan we via een smal en onduidelijk
pad het land in. Het op deze dag traditionele oranjezonnetje kleurt de
lucht uitbundig. We passeren het kadaver van een schaap. Ik ben benieuwd
wie hier voor het opruimen zorgt, ik heb geen gieren of andere aaseters
gezien.
Leo
heeft er als steeds stevig de pas in. Ik moet hem afremmen anders is bij
hem te vroeg de brandstof op en we moeten vandaag nog zo’n dertig
kilometer. Hek na hek wordt gepasseerd, links van ons meestal een
muurtje met een afrastering, rechts van ons een braak golvend landschap.
Het ene pad is beter dan het andere, maar over het algemeen steeds goed
te belopen.
 
Dan
betreden we een groot met haver begroeid veld waar we aan de
platgetreden sporen zien waar anderen hebben gelopen. Opeens gaat het
mis. De boer is begonnen met maaien en het pad is zoek. We speuren langs
het hek. Heeft daar iemand gelopen? Ida? Omdat we tot nu toe steeds
langs de uiterste linkerzijde van het veld liepen houden we dat maar
aan. Slechts een enkele keer lijken we de sporen van een voorganger te
zien. Struikelend en strompelend banen we ons een weg door het
hoogopschietende gewas, regelmatig bijna onze nek brekend over de
eronder verscholen brokken aarde, keien en andere onregelmatigheden. Dan
bereiken we eindelijk het punt waar een pad gewoon van rechts aansluit.
We hebben onder het gemaaide haver een afslag gemist en hadden
probleemloos op een pad meer midden over het veld moeten lopen.
Na
nog enkele obstakels zoals een troep nieuwsgierige koeien en een
plotseling opdoemende afgrond (het pad is daar gewoon foetsie!) komen we
op een asfaltweg die we gedurende een kilometer volgen. Daarna volgt
weer een keurig pad dat we, al klimmend en dalend in de steeds hoger
wordende temperatuur, volgen.
Als
vanuit het niets doemt opeens in de verte het beeld van een volledig
ommuurde oude stad te voorschijn: Galisteo, een schitterend gezicht!
Daar willen we een lunch gebruiken alvorens door te lopen naar de
hogelijk aanbevolen herberg van señora Elena in Carcaboso.
 
Ook
al zie je een stad in de verte, dat betekent nog niet dat je er al bijna
bent. Nog vier hete kilometers scheiden ons van een koel biertje.
Eindelijk lopen we de plaats binnen en volgen de muur in de hoop een
toegangspoort te vinden. Als we er een gevonden hebben blijken de muren
alleen maar een schitterend decor te zijn, binnen de muren is niets te
vinden. Gewone huizen, gesloten bars en geheel verlaten straten en
pleinen. Niets van de middeleeuws aandoende gezelligheid die we er
hadden verwacht. Wel komen we er Ida tegen die onder begeleiding van een
oud mannetje op weg is naar de aan de buiten de stad liggende herberg.
Teleurgesteld lopen we weer de stad uit en nemen, beneden aan de muur,
plaats op het terras van bar/restaurant ‘Los Emigrantes’. Daar spreekt
men vanuit een gastarbeidersverleden zelfs een beetje Nederlands. Met de
blote voeten op het terras smaakt het koude biertje uitstekend. Op de
koele tegels slinken onze gezwollen voeten snel. Ook de maaltijd krijgen
we op het terras geserveerd. We eten een enorme huzarensalade, gevolgd
door een groot bord met inktvis. Een fles wijn completeert dit
godenmaal.
Aan
een tafeltje naast ons neemt een andere loper plaats. Het is Alan Colton,
een Canadees uit Vancouver, die als hij hoort over ons inktvismaal,
direct ook zo’n portie bestelt. Met verbazing zien we hoe zowel de
inktvis als de hele inhoud van een fles wijn binnen no-time is
verdwenen.
Voor € 10 per persoon zijn we weer schuldenvrij en vertrekken na een
verblijf van zo’n twee uur. We kunnen er weer tegen. Alan is al eerder
vertrokken. De invloed van een hele fles wijn is aan zijn lopen niet te
merken. Ons wacht nog elf kilometer in zeer warm weer. Onder langs de
imposante stadsmuur lopend vinden we het vervolg van de route die ons
ook langs de herberg leidt. Alles is daar gesloten. Heeft Ida besloten
om toch maar door te lopen? Slaapt ze? Is ze terug de stad in? Is haar
iets vreselijks toegebracht door het oude mannetje? We zullen het nooit
meer aan de weet komen. Vanaf dit moment is Ida volledig van de
aardbodem en in de nevelen van de Camino verdwenen. Ik heb onderweg
nooit meer iets van haar vernomen.
 
De
weg is lang. Mijn stappenteller nadert sinds de lunch de elf kilometer
maar enig teken van de bewoonde wereld is niet te zien. Enige
onzekerheid maakt zich van mij meester. De gekozen weg was niet echt
duidelijk gemarkeerd. Zitten we wel goed? Elke poging om een voorbij
rijdende auto aan te houden om de weg te verifiëren strandt op de onwil
van de chauffeur om te stoppen. Zien we er zo haveloos uit? Voor ons
loopt Alan die langzaam maar zeker dichterbij komt. Is hij wél zeker van
de route?
Samen lopen we uiteindelijk na veertien kilometer toch Carcaboso binnen.
Omdat ik inmiddels zeker weet dat mijn stappenteller, zeker zoals hier
op vlak terrein, erg nauwkeurig is, moet hier in de gidsen een meetfout
staan. Waar zou Bar Ruta de la Plata zijn? Na wat vragen stappen we daar
binnen en treffen er de al eerder genoemde señora Elena aan. Ik
doe haar de groeten van ene Chris uit Emmen die iets over haar had
geschreven in de Jacobstaf en elke voorbijgaande pelgrim had gevraagd
haar van hem te groeten. Elena denkt dat ik een persoonlijke vriend van
Chris ben (ik ken hem niet, alleen zijn oproep!) en zij leidt ons drieën
stante pede naar de mooiste kamer met eigen badkamer. Omdat ze eigenlijk
vol zit met een reservering van een groep fietsers worden er elders voor
hen snel matrassen bijgelegd. Wat relaties kunnen doen. Dank je wel
Chris! Zonder jou was er vrijwel zeker geen plaats voor ons geweest in
deze herberg.

We
bestellen een biertje en dan neemt Elena de regie over. Omdat ík de naam
van Chris heb genoemd wordt al haar snelle Spaans op mij gericht. Waar
we morgen slapen? Olivia de Placencia. Helemaal fout! Duur, slecht, etc.
Ze weet iets beters, hostal Asturias. Omdat het terzijde van de route
ligt, haalt men ons per auto om vier uur op bij de Arco de Cáparra, een
midden in niemandsland staande Romeinse triomfboog en restanten van een
omringende stad. We krijgen amper de gelegenheid om daarmee in te
stemmen. Elena telefoneert al om te reserveren. Helaas, morgen (1 mei)
is het hostal gesloten. Maar . . . . Elena pikt dat niet, dus praat ze
net zo lang tot men belooft dat men ons morgen rond één uur bij de Arco
de Cáparra oppikt en naar de eerstvolgende plaats Aldenueva del Camino
brengt. Je ziet aan haar gezicht dat ze erbij denkt: “hadden ze maar
open moeten zijn”. Dit alles wordt ons duidelijk gemaakt met veel
herhalingen, hand- en voetbewegingen en dwingend wijzen op de kaartjes,
immers mijn Spaanse woordenschat is slechts twintig woorden groot en
heeft vooral betrekking op eten, drinken en slapen.
Na
mijn douche en wasje zit ik nu, midden in de chaos rond de installatie
van dertien Spaanse fietsers en Elena die vanuit een leunstoel alles
aanstuurt, mijn verhaal bij te schrijven. Joaquin Munoz Bueno, de
Spaanse jongeman met de geborduurde voeten is ook aangekomen. We treffen
hem vóór de bar en spreken af vanavond samen te gaan eten.
Als
het daarvoor tijd is krijgen we in een nabijgelegen restaurant een
volledige, maar lichte maaltijd geserveerd. Alleen de geserveerde wijn
is echter zo goed dat ik na afloop lichtjes zwevend mijn bed in duik.
Tegen de ochtend manifesteert zich een lichte koppijn. Morgen dus wat
rustiger aandoen.
’s Nachts word ik af en toe wakker van het gesnurk van Leo. Allen is
gaan liggen en slaapt dan binnen twee minuten. Helaas voor mij snurkt
hij ook. Waarschijnlijk snurk ik ook als ik slaap, maar daarvan heb ik
nog geen klachten ontvangen. Tegen de ochtend constateer ik dat ik al
met al goed heb geslapen. Het was een lange dag, zeker de laatste
onverwacht lange en hete kilometers.
 |