Via de la Plata

2006

 

2                                                                                                                         donderdag 13 april

 

                                                                                                                Jueves Santo in Sevilla

 

Verder ->

<- Terug

^ Inhoud ^

Het is vandaag Witte Donderdag, in het Spaans Jueves Santo genaamd. Ik ben benieuwd wat de dag van vandaag mij zal brengen. Al rond acht uur zit ik aan het eenvoudige, maar toereikende ontbijt en ga daarna de uitgaande route voor morgenochtend verkennen. Overal waar de processies langs zijn getrokken is de straat bedekt met een dikke laag kaarsvet. In tijden van regen moet het hier spiegelglad worden.

 

Torre del Oro - SevillaBeginnend vóór de kathedraal, waar straatvegers de sporen van nachtelijke consumpties verwijderen, zie ik de eerste routeaanwijzing die mij de Calle García de Vinuesa in stuurt. Vandaar zorgen gestileerde schelpen en gele pijlen dat ik vrij gemakkelijk de route uit de stad kan vinden. Overal lopen nog groepjes huiswaarts gaande toeschouwers en in boetelingskleding gestoken processiegangers rond. De puntmutsen worden nu nonchalant onder de arm gehouden.

Voordat ik de Puente Isabel II moet oversteken besluit ik dat ik genoeg heb gezien en loop langs de Río Guadalquivir in de richting van de Torre del Oro, de gouden toren, die in het licht van de opgaande zon, inderdaad wel van goud lijkt te zijn. De temperatuur is uitstekend, iets fris maar morgenochtend zal dat heerlijk loopweer betekenen. Bij de toren kan ik maar even van de betrekkelijke rust van de stad en het uitzicht over de rivier genieten, want daar komen alweer de bussen met voornamelijk Japanse toeristen aan die allemaal, als een stambeeld staand vóór de toren, op de foto genomen moeten worden.

Ik loop verder langs de rivier en door het Park María Luisa bereik ik de Plaza de España, het middelpunt van een grote handelsbeurs in 1929 die de handelsbetrekkingen tussen Spanje en de Verenigde Staten moest bevorderen. Helaas viel deze precies samen met de grote beurskrach van Wall Street waardoor er van de goede bedoelingen niets terechtkwam. Wel bleef o.a. een halfrond gebouw met zeer veel imposante tegeltableaus waarmee de verschillende Spaanse provincies zich presenteerden. Hier is het nog heerlijk rustig en nauwgezet bestudeer ik met name de tableaus van de provincies die gedurende de komende weken onder mijn voeten zullen doorgaan.

 

Kathedraal - SevillaTegen half elf meld ik mij bij de kathedraal voor een credencial, dit is de stempelkaart die toegang geeft tot de speciale pelgrims-herbergen en die aan het eind van de tocht in Santiago de begeerde compostela oplevert. Ik had gezien dat hier zeer fraaie stempelkaarten worden vertrekt. Rond de kathedraal lopen diverse zigeunervrouwen rond met takjes rozemarijn. Die krijg je als argeloze toerist in je handen gestopt als ware het een stuk folklore van deze dag en vervolgens verwacht men er een bijdrage van minimaal één Euro voor, anders staat je een scheld-tirade te wachten. Menig toerist wordt hiervan het slachtoffer. Heeft rozemarijn iets met de Goede Week te maken of staan deze, vaak corpulente dames, hier altijd op deze manier in hun levensonderhoud te voorzien?

Aan de achterzijde van de kathedraal is de ingang van het kantoortje van de stempelkaartverstrekker. Helaas is de priester die deze rol vervult (nog) niet aanwezig. Bij het hek dat toegang geeft tot het heiligdom van deze prelaat staan al een Ier en een Italiaanse te wachten. Zij spreekt Italiaans en Spaans, hij Spaans en natuurlijk Engels en dat is voor mij derhalve het bruggetje om wat meer van de Italiaanse aan de weet te komen. Beiden willen vandaag nog vertrekken maar zonder stempelkaart (hij) of stempel (zij) willen ze geen van beiden starten.

Met behulp van een toevallig(?) passerende Spaanse oud-caminoganger weten we bij het toeristenbureau een commerciële stempelkaart resp. stempel te krijgen en de twee anderen vertrekken derhalve op het heetst van de dag voor hun Camino. Zelf besluit ik om mijn overbodig geworden jack naar het hostal terug te brengen en vanmiddag een tweede poging te wagen om toch zo’n fraai credencial te veroveren.De school van Athene - origineel

 

De school van AtheneNadat een bocadillo con tortilla (een broodje met een dikke, koude omelet) mijn inwendige mens tevreden heeft gesteld ga ik weer de stad in. Het is strak blauw geworden en de temperatuur loopt al behoorlijk op. Overal zijn activiteiten en wordt er muziek gemaakt. Twee activiteiten vallen me op: een strijkkwartet dat in een winkelstraat kamermuziek ten gehore brengt en dat verrassend veel publiek trekt en een dame die, aan de hand van een beduimelde reproductie, werkt aan eenKlassiek strijkje in Sevilla twee vierkante meter groot borduurwerk met de afbeelding van ‘De school van Athene’ naar een fresco van Rafaël dat zich bevindt in het Vaticaan. Zij oogst veel bewondering voor de minuscule borduursteekjes waarmee, puur op het oog, het enorme doek wordt gevuld. Als voorbeeld fungeert een veelgeraadpleegde reproductie. Zowel de afbeelding als de kleuren worden op het oog overgenomen.

Bij de kathedraal waag ik een tweede poging. Er staan nieuwe mensen bij het hek doch er is nog steeds geen priester. Via kastjes en muren krijg ik uiteindelijk de mededeling dat de verantwoordelijke geestelijke tot na Pasen afwezig is wegens familiebezoek. Daar gaat mijn laatste hoop op een mooi credencial en enigszins teleurgesteld ga ik de stad weer in.

Het is drukker dan gisteren. In afwijking van gisteren zie ik vandaag ook veel keurig in het zwart gestoken dames lopen met op hun hoofd de traditionele mantilla. Witte Donderdag is kennelijk wat specialer dan de woensdag van de Goede Week. Zij vormen een groot contrast met de soms erg slonzig geklede toeristen. De meeste dames lopen tevens op zeer hoge hakken hetgeen op de met een soort kinderkopjes geplaveide straten en trottoirs tot een onelegante, wankele gang aanleiding vormt. Ook zijn bij een aantal van hen de naveldiepe decolletés en de microlengte van de rokjes in tegenspraak met de diepere betekenis van Witte Donderdag. Soms zijn ze vergezeld door kinderen. Deze zijn dan vaak aangekleed als verkleinde kopieën van de volwassen boetelingen. Ook lopen er opvallend veel bedelende mensen rond, waarvan er velen volgens mij zonder problemen aan het werk zouden kunnen gaan.

 

Chique met mantillaZo de ouden zongen piepen de jongen

 

Omdat ik last heb van een stevige hoofdpijn neem ik enkele uren rust met een paracetamol en ga rond half vijf weer de stad in. Het aantal mantilladragende dames is enorm toegenomen en op verschillende plaatsen zijn processies bezig zich te formeren. Via de lokale televisie wordt een live-verslag gegeven van de verschillende activiteiten, waartoe op diverse plaatsen in de stad camera’s staan opgesteld. Ik kijk belangstellend toe naar het werk van de costaleros, de dragers die in twee ploegen elkaar aflossen bij het dragen. Met name het in één ruk optillen van zo’n loeizware draagbaar is een imposant gezicht. De stevig gebouwde jongemannen hebben meestal een gedrongen postuur en dragen een soort tulband met een dikke rol in de nek, waarop de draagbalk van de draagbaar komt te rusten. Nadat ik wat heb rondgelopen besluit ik om eerst te eten alvorens me weer onder te dompelen in de folklore van de Semana Santa.

 Levensecht kronkelend

Weer terug in de drukte kruist de eerste stoet mijn pad. Honderden, dit maal in het wit geklede boetelingen (waaronder opvallend veel kinderen) lopen vóór en achter een draagbaar, waarop een levensechte, van pijn kronkelende, gekruisigde Christus wordt meegedragen.

 

Boetelingen in alle maten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik merk bij mijzelf een iets andere opstelling tegenover het gebeuren als gisteren. Enerzijds nog steeds de opwinding van het aanwezig zijn bij iets bijzonders, anderzijds toch ook de wat afstandelijke, beschouwende opstelling, waarin verbijstering en terughoudendheid zich afwisselen. Natuurlijk loop ik met de horde niet stoelgebonden toeschouwers mee van straat naar straat om de verschillende groepen meermalen te zien passeren, maar dat komt, merk ik, vooral voort uit het besef dat, nu ik toch hier ben, ik er net zo goed maximaal van kan profiteren. Wel ben ik blij dat ik morgenochtend uit dit wereldje kan vertrekken. De stilte en leegte van het landschap trekt mij beduidend meer dan deze kakofonie van beelden en geluiden. De drukte van de straat hoopt zich op in mijn hoofd en dat ervaar ik als onplezierig. Ik besluit om straks, onderweg op mijn Camino, bewust wat denktijd te besteden aan het effect van kerk, religie en bijbehorende tradities op mensen.

 

Het is inmiddels drukkend warm geworden. De onder de draagbaren verscholen dragers worden dan ook regelmatig afgelost. Dat is nodig omdat sommige groepen, uit en thuis vanuit de eigen kerk gerekend, wel tot acht uur over de tocht doen. Het aflossen van de dragers gebeurt op vooraf overeengekomen plaatsen en dat levert daar een extra hoeveelheid toeschouwers op.

 

DragerswisselingAls ik bij de Giralda, de van oorsprong Moorse klokkentoren, bij de kathedraal sta vindt een dergelijke wissel voor mijn neus plaats. Als de draagbaar op de poten staat, ploppen er zo’n twintig breedgebouwde Jerommekes vanonder het zijdoek te voorschijn en vanuit de menigte verschijnen er twintig verse krachten die hun plaats onder het gevaarte innemen. Op het commando met de deurklopper wordt in één ruk het gevaarte zo’n halve meter opgetild en na een tweede commando wordt weer de wat zwiepende, voortgaande beweging ingezet. Het applaus van de toeschouwers vormt hun dank voor het geboden schouwspel.

Verder valt mij op dat in het begin van de avond ook de reacties van de toeschouwers nog wat afstandelijk zijn; eten en drinken is nog veel belangrijker. Later op de avond nemen de emoties echter hand over hand toe.

 

Ik realiseer me opeens dat ik vergeten ben om voor morgen wat eten en drinken in te slaan. Helaas, alle winkels zijn al dicht. Dat betekent morgen naar chloor smakend water meenemen en hopelijk in het eerstvolgende plaatsje wat bananen inslaan.

Gedurende enkele uren laat ik mij, ingesloten in een dichte menigte, van plaats naar plaats leiden. Telkens is er weer (een stuk van) een of andere processie te zien. Daarbij zie ik ook onbedoeld veel nieuwe stukken van Sevilla en heb vaak geen idee waar ik ben. Onverwacht kom ik weer in de Calle Sierpes aan en loop dwars door een groep boetelingen naar mijn hostal. Ik heb het wel gehad en geniet op het dakterras zittend van de ondergaande avondzon met op de achtergrond de geluiden van de voorbijtrekkende groepen, af en toe onderbroken door het applaus van de toeschouwers.

Gistermiddag (toen pas?, het lijkt al wel eeuwen geleden) sprak ik een Deense toeriste die al genoeg had van het gebeuren. “Eén groep gezien, alles gezien” zei ze. Toen kon ik het mij niet voorstellen, nu wel! Morgen gaat mijn tocht echt beginnen, dit alles - hoe bijzonder ook - is alleen voorspel. Het lopen, daar gaat het om.

Zwaluwen scheren rakelings over mijn hoofd in hun pogingen om insecten te vangen. Horen deze niet hoger te vliegen? Wat betekent dit voor het weer van morgen? Onderwijl luister ik via mijn iPod naar Bach’s Matheus passie en kom zo in een beter bij mijn idee van Pasen passende stemming. Ik voel me een koele calvinistische noorderling tussen honderdduizenden warmbloedige zuiderlingen.

 

Tegen tien uur zoek ik mijn bed op. Alle bedden zijn belegd met bagage alhoewel er nog niemand is. Redelijk geslapen tot één uur als de eerste kamergenoot arriveert. Deze zoekt in alle rust zijn bed op. Een uur later komen de andere drie een voor een de kamer binnen. Een (dom) blondje doet plotsklaps het grote licht aan. Ze is op zoek naar haar telefoon. Gelukkig heb ik ook een schakelaar van het grote licht boven mijn hoofd en verijdel tot tweemaal toe dit asociaal gedrag. Dan dringt het ook tot haar door dat er andere mensen zijn die al liggen te slapen (of althans pogingen daartoe doen). Het checken van de sms-jes en het laden van de GSM gebeurt vervolgens in het licht van een zaklantaarn. Dit is ook een vorm van verslaving!

 

De hele nacht passeren de processies. Steeds weer hard getrommel, schelle bugels en applaus van de toeschouwers. Tussendoor doe ik mijn hazenslaapjes en hoop zo toch voldoende uitgerust te zijn voor de eerste etappe van morgen.

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

^ Pagina ^