Via de la Plata

2006

 

29                                                                                                                          woensdag 10 mei

 

                                                                                                      Lopend op eieren naar Tábara

 

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

 

 

Daggegevens

etappe:

  Granja de Moreruela

        - Tábara

afstand:

  dag:   26 km

  cum: 653 km

Traditiegetrouw zijn Claudine en Marcel al om zes uur actief. Ik wacht nog een tijdje maar om half zeven rol ik uit bed en om kwart voor zeven ben ook ik onderweg. Mijn linkerschoen heb ik zorgvuldig vastgemaakt want mijn voet is, als ik erop sta, behoorlijk pijnlijk. De bar El Peregrino is gelukkig open en de koffie en de in de olie gebakken stukjes stokbrood bijna klaar. Een vreemd ontbijt, behoorlijk vette stukjes brood met jam, maar ik kan me voorstellen dat je er vele kilometers op kunt lopen.

Dan roept de weg, een weg die bestaat uit een leeg stenig voetpad. De vogels fluiten uitbundig en vooral de leeuwerik maakt er, met zijn zang en dans boven de rijk begroeide en bloeiende velden, een hele voorstelling van. Het lijnenspel van de tot de horizon reikende ploegvoren is bijna hypnotisch. Dan verdwijnt de zichtbare aanwezigheid van de mens uit het landschap en loop ik tussen ongerepte natuur.

Bij een splitsing is er even onzekerheid over hoe nu verder. Jacobus laat uit onvrede met mijn gedrag van gisteren geen pijl meer zien, dus moet ik de meest logische keuze maken; het kompas is hierbij geen hulp. Ik merk dat, als ik niet helemaal zeker van de weg ben zoals nu, ik steeds sneller ga lopen. Des te eerder komt er dan een eind aan de onzekerheid. Dat is natuurlijk negens voor nodig en je reinste struisvogelpolitiek, maar ach, zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Na enige tijd neemt de zon weer zijn vertrouwde plaats achter me in. Ik loop nu immers naar het westen, ik zit op de goede weg. Het is weer even wennen, want de afgelopen weken stond de zon ’s ochtends steeds rechts van me.

Langs de weg staat ook weer een overvloed aan rijkbloeiende en geurende cistusstruiken. Het is een onvermoeibare bloeier die zich bijna als een plaag verspreidt en zich overal vestigt waar de omstandigheden geschikt zijn en dat is zo te zien op zeer veel plaatsen. Ik zal wat zaad te pakken proberen te krijgen om te zien of ze ook op de Veluwe gedijt.

 

Uitzicht over het stuwmeerBrug over Río Esla

 

Hoog bovenlangs de helling lopend, heb ik een mooi uitzicht over het stuwmeer en de manier waarop de opkomende zon het bewegingloze water en de achterliggende helling met licht en schaduw tekent. Na een lastige afdaling krijg ik de brug over de Río Esla in zicht. Zo te zien begint hier het stuwmeer. Links een breed uitlopend stroomgebied en rechts, achter de brug, de smalle rivier die zich hier tussen twee rotspunten doorwerkt.

Direct nadat ik de brug over ben moet ik linksaf een klein paadje op. Paadje is zelfs nog een overdreven uitdrukking voor het eerste stuk. Veel geklauter over rotsformaties en voorzichtig balancerend over een nog geen veertig centimeter breed, schuin lopende strook aarde. Langs een afgrond, waarbij mijn rugzak onder invloed van te passeren struiken, verwoede pogingen doet om me uit balans te brengen. Gelukkig is het al enige dagen droog, maar je moet er niet aan denken om dit ten tijde van regen, mist of nog erger te moeten doen. Volslagen onbegaanbaar. In dat geval roept de weg die op een veel gemakkelijker, maar aanmerkelijk minder mooie en spannende manier naar de volgende bestemming voert.

 

Pad boven langs stuwmeer Río EslaOok dit is het pad!Pioenroos

 

Opeens trekken enkele roze-rode vlekken rechts tussen het groen mijn aandacht. Het blijken enkele geïsoleerd staande bloeiende pioenrozen te zijn. Hoe zijn die hier in dit geheel ongecultiveerde gebied gekomen? Het zullen de eerste én de laatste zijn. Slechts een tiental planten tel ik. Nadat ik er een paar fotografisch heb vereeuwigd ga ik verder.Uitzicht over het stuwmeer

Voorzichtig zoek ik mijn weg langs de helling, mijn aandacht verdelend tussen waar ik mijn voeten zet, de natuur langs het pad en het schitterende uitzicht dat ik vanaf hier heb over het stuwmeer. Mijn stok is hierbij goud waard.

De blaar onder mijn rechtervoet laat nadrukkelijk van zijn bestaan weten. Negeren maar, gewoon doorlopen, want verandering van loopgewoonte kan elders weer nieuwe problemen opleveren. Het pad is mooi maar vermoeiend. Ik ben dan ook blij als het omhoog voert en ik na een stevige klim uitkom op een tientallen meters hoger gelegen plateau vanwaar een wijds panorama wordt geboden.

 

Naast de ruïne van een oude schuur neem ik geruime tijd rust, eet en drink wat en geniet van de stilte en het uitzicht. De weg gaat verder door een mooi bos met steeneiken, dan kom ik op het dunner beboste terrein van finca Val de la Rosa, dat tenslotte overgaat in een vrijwel leeg landschap met eindeloze mesetawegen en horizonvervuilende windmolens op de bergrug in de verte.

 

 

Zorgvuldig lettend op het nemen van regelmatige rustpauzes in de schaduw, want de zon brandt behoorlijk, bereik ik tenslotte het dorpje Faramontanos de Tábara, de eerste bewoonde plaats na ruim twintig kilometer lopen. In de bar trakteer ik mezelf op een heerlijke koude vruchtensap. Daar tref ik ook Claudine en Marcel weer aan die vanochtend ruim voor me zijn vertrokken. Loop ik dan toch nog zo snel?

 

Lekker uitgerust maak ik een aanvang met de laatste 7,5 kilometer van vandaag. Nog steeds voert de weg me door eikenbossen. Sporadisch staan er nu huizen langs de weg en de daar aanwezige honden maken als ik passeer een hevig kabaal. In één geval staan er twee vervaarlijk uitziende beesten op de weg me op te wachten. Goede raad is duur, want bij een aanval van twee kanten heb je aan één stok niet veel. Ik besluit tot de aanval. Met enkele stenen, die in ruime mate op de weg voorhanden zijn, jaag ik de honden weer hun eigen terrein op. Als ze me dreigen achterop te komen, is het maken van werpbewegingen voldoende om ze te laten terugdeinzen. Vlak bij mijn bestemming heb ik de keuze voor een omweg over de gewone weg of het volgen van het officiële caminopad. Ik kies voor het laatste doch een over het veld stromende beek kruist mijn pad. De erin liggende stapstenen zijn volstrekt onvoldoende voor een droge oversteek, dus sloop ik gedeeltelijk het zorgvuldig gestapelde muurtje van het naastliggende terrein - sorry boer - en maak een eigen dam. Zo bereik ik met droge schoenen de overzijde en na mij zullen ook de anderen er dankbaar gebruik van maken.

 

Vochtige binnenkomst van Tábara

 

Het is ongeveer één uur als ik in Tábara de plaatselijke bar La Palacio betreed en geniet van mijn welverdiende clara met begeleidend hapje. Dan volgt de uitleg van de baas waar ik de herberg kan vinden. Het is even zoeken. Steeds verder loop ik het dorp uit. Is dit wel . . . ja, dit is goed, want helemaal op het uiterste randje, ver verwijderd van de bebouwing, staat een gebouwtje dat blijkens de tekst op het A4tje naast de deur de herberg is. Nu de sleutel nog die ik weer een paar honderd meter terug in het dorp in ontvangst mag nemen. Eindelijk een douche en een bed. Ik heb me goed en wel geïnstalleerd als Claudine, Marcel en Alan arriveren en wat later in de middag zijn alle veertien bedden bezet. Martin, een kleine Duitser op leeftijd die als laatste binnenkomt, verkiest de dan resterende matras op de grond te laten voor wat die is en gaat naar het hostal even verder langs de grote weg.

Helaas, de douche moet ik laten voor wat hij is, want in het gebouw is geen warm water en niemand slaagt erin om de boiler aan de praat te krijgen. Rond half drie ga ik met Alan terug naar de bar voor een verrassingsmaaltijd, want eigenlijk worden er daar geen maaltijden geserveerd. Na wat activiteit in het kleine keukentje komt het: eerst een maaltijdsalade gevolgd door een groot stuk warme tortilla, dan een schaal met vleesballen en tot slot een bord vol met reuzenmosselen. Daarbij wordt royaal wijn geschonken. We zijn zeer voldaan, zeker ook door de prijs die erg meevalt.

De rest van de middag wordt besteed met luieren om de maaltijd op een verantwoorde manier te verteren. Ook krijgt mijn voet de nodige aandacht. Met een naald probeer ik de blaar te perforeren, want ik heb de indruk dat de druk van het blaarvocht voor de pijn zorgt. Door de dikke eeltlaag zie ik echter geen kans voldoende te draineren, alhoewel mijn voetzool er inmiddels uitziet als een veelvuldig gebruikt speldenkussen.

 

Onder invloed van de blaar onder mijn voet heb ik vandaag weer enige tijd over ‘pijn’ lopen filosoferen. Pijn is geen pijn zolang je het kunt negeren. Pas wanneer het onverbiddelijk op de voorgrond treedt, voortdurend je aandacht vraagt, is het echt pijn. Anders is het slechts een ‘hinderlijk iets’. Verdriet is ook een vorm van pijn, zeker als het is om iets in de directe omgeving. Voor deze soort pijn is geen chemische pijnstiller beschikbaar, daar helpt alleen gemeend intermenselijk contact. Een blaar onder je voet kan daarentegen echte, niet te negeren pijn veroorzaken. Al lopend krijg je elke keer een pijnimpuls, afhankelijk op welke voet je gewicht drukt. Het is een ritmisch optredende pijn die aanvankelijk goed genegeerd kan worden, maar die - zoals ik merkte - als de vermoeidheid toeneemt, steeds nadrukkelijker op de voorgrond treedt. Het lijkt alsof de pijn erger wordt maar dat is natuurlijk niet zo, je mentale en fysieke weerstand neemt af. De pijn wint de strijd om de aandacht.

 

Nadat er iemand langs is gekomen om de boiler weer aan de praat te brengen probeer ik de douche. Helaas, het duurt toch wel erg lang voordat zo’n groot vat met water is opgewarmd. Ik had twee minuten warm water en daarna werd het weer behoorlijk koud, brrrrr. Aan het eind van de middag doe ik samen met de Spaanse vrouwen aan het grote wasbassin buiten de herberg de was. Vervolgens ligt deze op het grasveld te drogen. Vanuit het noordwesten verschijnen er wolken. Zouden we morgen ander weer krijgen?

 

Albergue TábaraOpenbare wasplaats TábaraOpenbare wasplaats Tábara

 

In een supermarktje doe ik wat inkopen voor vanavond en voor morgen. Op het grasveld voor de herberg ontstaat in de loop van de avond een gezellige picknick door hen die niet in de bar eten. De vier die daar ’s avond hebben gegeten, komen opgetogen terug: “Hij bleef maar schotels met eten aandragen! Geweldig”. Vanwege de behoorlijke daling van de temperatuur gedurende de nacht slaap ik in mijn slaapzak onder een extra deken.

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

^ Pagina ^