Via de la Plata

2006

 

3                                                                                                                              vrijdag 14 april

 

                                                                                            Viernes Santo: op weg naar Guillema

 

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

 

 

Daggegevens

etappe:

  Sevilla -Guillema

afstand:

  dag: 22 km

  cum: 22 km

Rond half acht word ik op deze Goede Vrijdag van 2006 wakker van alweer een passerende groep en voorzichtig. Ik ben vandaag niet haatdragend, dus zoek ik mijn spullen bij elkaar en verlaat vrijwel geruisloos, behoedzaam stappend over alle wijd en zijd verspreid liggende bagage en kledingstukken, de kamer. Vijf minuten later schuif ik aan voor het ontbijt. Van de hostalbeheerster begrijp ik dat ook de komende nacht, net als de afgelopen nacht, er continu processies langs zullen trekken. Ik hoop de komende nacht ergens te zijn waar het rustiger zal zijn.

Het is tien minuten over acht als ik mijn rugzak omhang en de eerste stappen zet op de duizend kilometer lange weg die voor mij ligt. Op de Calle Sierpes loop ik achter langs de zojuist gepasseerde draagbaar met begeleidend muziekkorps. De bijbehorende boetelingen zijn kennelijk al naar huis. Het is de laatste groep van deze nacht, want de toeschouwers maken zich op om naar huis te gaan en men begint met het opstapelen van de stoelen om de straat vrij te maken. Als ik een doorsteek maak naar de uitgaande caminoroute moet ik af en toe van het rechte pad afwijken wegens een blokkade door een van de her en der nog aanwezige draagbaren.

 

Vertrek vanuit Sevilla, staan zij er voor mij?Op en langs de route staan en lopen nog vele duizenden mensen en als ik passeer lijkt het alsof zij mij, een pelgrim naar Santiago, uitgeleide doen. Pas als ik de Puente Isabel II over ben en de wijk Triana in loop wordt het wat rustiger.

 

Geurende sinaasappelbomen langs de wegDan ontmoet ik de eerste ‘engel’ van deze tocht. Lekker lopend en in de euforie van het moment let ik niet al te goed op de schelpen en pijlen. De route lijkt logisch. Een jongeman loopt mij achterop en vraagt me of ik naar Santiago ga. Ik bevestig dat en hij wenst mij een buen camino en attendeert mij op een bocht naar rechts die ik op dat moment had moeten nemen, in plaats van rechtdoor te lopen. Het zal niet de eerste keer zijn dat, juist op het moment dat ik bewust of onbewust behoefte heb aan een routeaanwijzing, er een ‘engel’ langskomt die mij op het goede spoor zet. ¡Muchas gracias Santiago!

 

De temperatuur is uitstekend en ik loop in mijn shirtje. Links en rechts van de weg kondigen wilde bloemen in vele kleuren het voorjaar aan. Ik loop op een verlaten fietspad langs een fraai vormgegeven elektriciteitscentrale (zo kan het dus ook!) naar Camas waar ik mijn eerste rustpauze neem. Langs de weg staan bloeiende, sterk geurende sinaasappelboompjes waar ook nog de sinaasappeltjes aanhangen. Achter mij in Sevilla getuigt het geluid van met loeiende sirenes voortjagende ambulances van doorschietende religieuze dwaasheden.

 

 Bermbegroeiing naar GuillemaWeg naar Guillema, rijkbegroeide bermen

 

De pijlenroute voert mij langs de autoweg naar Santiponce. Een weinig interessant stuk route. Ook de plaats zelf wordt, na een café solo en een ‘refill’ van de waterfles, snel genomen. De ruïnes van Itálica wachten. De Romeinse stad Itálica werd in 206 v.Chr. gesticht door Generaal Scipio als woonplaats voor de soldaten die gewond waren geraakt tijdens de strijd tegen Carthago. Het werd een belangrijk steunpunt voor de Romeinen in Spanje. Vandaag de dag resteert van deze nederzetting een uitgebreid opgravinggebied waar al sinds het einde van de achttiende eeuw archeologisch werk wordt gedaan.

Tot mijn verrassing heb ik als EU-burger gratis toegang. Wel krijg ik een toegangskaartje maar dat is vooral om de statistieken bij te kunnen houden. Op het uitgestrekte terrein bekijk ik veel overblijfselen, variërend van een in verrassend goede staat verkerend amfitheater, via reconstructies van echte Romeinse wegen tot zeer fraaie mozaïeken vloeren. Vanaf het hoogste punt met o.a. een stambeeld van een blote Romein, geniet ik enige tijd van het uitzicht over de wijde omgeving. In de verte ligt Sevilla, vanwaar ik vanmorgen ben vertrokken.

 

 Mozaiek in ItalicaItalica, een blote Romein

 

Dan roept Jacobus en verlaat ik deze oase van rust en ga verder richting Guillena. Na een wat complexe passage van twee autowegen vind ik een fraai, halfverhard pad dat mij in een vrijwel rechte lijn door een golvend landschap naar mijn einddoel van vandaag zal voeren. Het is heerlijk lopen. Als ik een figuur in de verte zie lopen is mijn eerste - naïeve - gedachte: ‘hé wat leuk, een andere pelgrim’. Dichterbij gekomen blijkt het echter om een bejaarde streekbewoner te gaan die zijn land gaat inspecteren.

Aangekomen bij de Río de Huelva heb ik aanvankelijk nog hoop dat er een droge oversteek mogelijk is, doch helaas, de schoenen moeten uit. Voorzichtig waad ik op mijn sandalen door een met beton makkelijk begaanbaar gemaakte oversteekplaats. Het water komt mij op het diepste punt tot onder mijn knieën. De totale te waden afstand is ongeveer 25 meter. Gelukkig heb ik (nog) geen last van blaren want je moet er niet aan denken dat je dit vuile water moet passeren met open blaren.

 

Natte oversteekplaatsNatte voeten

 

Met de natte sandalen bungelend onderaan de rugzak leg ik de laatste kilometers af. De vermoeidheid begint toe te slaan, maar eerdere pijnklachten verdwijnen. Het zal elke dag beter gaan. Vlak voor Guillema ben ik getuige van wat volgens mij een castratie van een hengst in open veld is. Ik zie nog juist hoe de verwijderde mannelijke onderdelen nonchalant in een hoek van het weiland worden geworpen.

 

Bij het passeren van de dorpskerk zie ik door de openstaande deur vier verschillende draagbaren staan waarmee men ongetwijfeld door de plaats gaat zeulen (wel wat oneerbiedig uitgedrukt hé?). Ik loop nog even door naar het sportcomplex (polideportiva) waar pelgrims volgens de berichten onderdak kunnen krijgen. In de bar, waar ik de sleutel van de refugio kan krijgen, gebruik ik eerst een uitgebreide maaltijd en vul mijn inwendige waterspiegel aan. Vandaag heb ik in totaal 2,5 liter gedronken. Dit geeft aan hoe warm het is geweest. Vervolgens word ik naar het onderdak gebracht, een uiterst primitieve kleedmaker met drie springmatrassen uit de plaatselijke gymzaal op de vloer, een rij met koude douches en een wasbak zonder stop.

 

Tip: de volgende keer een eigen afvoerstop meebrengen, want die ontbreekt op veel plaatsen.

 

Na een verfrissende wasbeurt, scheren en tandenpoetsen lig ik heerlijk naar muziek te luisteren en verzoen me er al mee dat ik hier alleen de nacht zal doorbrengen. Dan komt Ludwig binnen, een nogal corpulente Oostenrijker die in het dagelijks leven ‘creatief therapeut’ is. Hij kondigt ook de komst aan van een derde pelgrim: een Italiaanse. Als deze door de politie wordt gebracht (want hier worden door deze organisatie soms ook pelgrims aan onderdak geholpen), blijkt het de dame te zijn die ik gisteren al ben tegengekomen bij de kathedraal van Sevilla. Ze heet Giacinta en ze spreekt, behalve Italiaans en Spaans ook heel behoorlijk Duits. Dit wordt vandaag dan ook onze gemeenschappelijke taal. Beide zijn in de vijftig en wat Ludwig teveel heeft aan gewicht ontbreekt volledig bij Giacinta. Prima gezelschap, we kunnen het goed samen vinden.

 

Buiten in het zonnetje repareer ik de opengescheurde naad van mijn broek en dan begint het langzaam, maar met grote druppels te regenen. De Spanjaarden zullen het weten: ‘Klaas is hier en hij brengt overal waar hij komt regen!’ Verder heb ik nog even telefonisch contact met Trees. zij vertrekt aan het eind van de middag voor een week naar Peking. We zullen contact houden met sms-jes. Wat een uitvinding eigenlijk: ik loop straks in Spaans niemandsland en zij midden in Peking en als we het zouden willen kunnen we zo met elkaar praten.

 

Een primitieve 'herberg' in GuillemaMet ons drieën lopen we naar het dorp. In afwachting van de start van de optocht drinken we iets, maar omdat de regen aanhoudt wordt voor vanavond de optocht afgelast, te schadelijk voor de instrumenten van de muziek en voor de beeldengroep op de draagbaar. We gaan weer terug naar de ‘herberg’ waar een zojuist aangekomen Duits stel aanleiding is tot enige improvisatie. Er zijn immers drie matrasjes. Het lukt, Giacinta gaat op de bank (met het risico om er vanaf te vallen, maar ze is heel pertinent) en een van de nieuwelingen gaat op het eigen dunne matje liggen. Dan gaan we gedrieën eten: een gezonde ensalada mixta en een fles Rioja voor Ludwig en mij. Giacinta drinkt alleen water. De stemming wordt steeds beter en als de fles leeg is nemen we nog een aanvullend glas ten afscheid.

 

Tegen elf uur gaan we naar ‘bed’. Het regent nog steeds. Ondanks de tamelijk harde ondergrond en de handdoek met jack als hoofdkussen heb ik een goede nacht. Wel word ik regelmatig even wakker om een andere, meer comfortabele houding te zoeken. Gelukkig is het gestopt met regenen.

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

^ Pagina ^