|
Via de la Plata 2006 |
Kruip door sluip door, tussen opdringerige natte gele brem |
|
![]()
etappe: Ourense - Cea afstand: dag: 21 km cum: 889 km |
Het is nog geen vijf uur als er al iemand aan het rommelen slaat. Mij is het nog veel te vroeg maar even na zes uur open ik weer mijn ogen en lijkt het mij een goede tijd om ook in de benen te komen. Het ontbijt is weer zeer exotisch en bestaat uit een halve liter voedzame chocolademelk, perziken uit blik en een cakeje.
Rond half zeven lopen we door een druilerig Ourense. Over de Ponte Vella,
de uit de middeleeuwen stammende Romaanse brug over de Río Miño,
verlaten we de oude stad. De straten zijn bevolkt door grote groepen
nachtbrakers. Voor óns zijn het net wezens van een andere planeet. Wij
voor hen waarschijnlijk ook. Tegenover het station staat een enorm grote, antieke stoomlocomotief in een minuscuul plantsoen te getuigen van voorbijgegane glorie. Even verder nodigt een reeds geopende bar uit voor een opwekkend kop koffie, een uitnodiging waaraan we graag gehoor geven. In verband met de dreigende regen kiezen we voor de linker route over Quintela, waar minder bagger is te verwachten dan op de rechter route. Wel is links twee kilometer langer.
Na ongeveer vijf kilometer begint een twee kilometer lange steile klim die me onverwacht veel energie kost. Zo gemakkelijk als het enkele dagen geleden ging, zo veel moeite kost het klimmen me nu. Hevig transpirerend en met een drijfnat shirt kom ik uiteindelijk boven, maar niet zonder enkele hoogst noodzakelijke rustpauzes ingelast te hebben. Snel mijn jack weer aan en even een pauze. Wat eten en drinken en weer verder. Gelukkig volgen we nu mooie, behoorlijk vlakke, deels geasfalteerde binnenwegen en groen omzoomde bospaden.
De eerste dorpjes die we passeren bestaan slechts uit enkele huizen, verder niets. Pas in Mandrás, net na de schitterende oude brug over de Río Barbantiño, vinden we een bar waar we een verfrissing nemen. Een binnentredende autochtoon krijgt zonder te hoeven bestellen zijn ‘gewone’ drankje ingeschonken. Het lijkt op een citroen-brandewijn maar dan in een klein model cognacglas. Het wordt in één teug naar binnen gewerkt en hij legt een euro op de toonbank, de barman legt daarvoor in de plaats een tiencentstuk dat weer wordt opgepakt waarna de man verdwijnt. De hele pantomime duurt nog geen twee minuten. Het is net tien uur in de ochtend.
Als
ik in mijn beste Spaans vraag wat dat voor drankje is, blijkt het ook
een orujo de hierbas te zijn, net als ik twee weken geleden al in
El Cubo de la Tierra del Vino heb gedronken.
Rond elf uur kruisen we een grote weg (N525) waar een bord ons vertelt dat het via die weg nog maar 79 kilometer naar Santiago is. Wij moeten volgens onze gids nog zo’n negentig kilometer lopen. Nog eventjes doorzetten dus. Het laatste stuk naar Cea, het is inmiddels behoorlijk gaan regenen, lopen we enkele honderden meters over een smal geitenpad door een dichtbegroeid brembos. De gele brem is door het gewicht van het regenwater aan beide zijden zwaar over het pad heen gaan hangen, waardoor we ons letterlijk een weg moeten banen. Met veel moeite zoeken we een uitweg, onderweg verrukte uitroepen slakend over hetgeen ons in de weg wordt gelegd. De grote platte stenen op sommige stukken van het pad doen aan een oude Romeinse weg denken.
Drijfnat bereiken we rond half twaalf de albergue in Cea. Deze is gevestigd in wederom een fraai gerestaureerd oud gebouw met op het voorterrein als decoratie een echte horreo. Gelukkig is de deur open en staan we droog. Na een warm makende douche zoek ik een plekje om mijn schoenen te laten drogen. Gelukkig zijn ze van binnen droog gebleven. De douche is overigens typisch verkeerd ontworpen. Er zijn twee drukknoppen: een voor heet en een voor koud water. Dat werkt dus niet!! Niet goed over nagedacht. Kranen waarmee je kunt mengen óf één thermostatisch werkende drukknop. Het is dus even behelpen en tijdig wegspringen als het te heet of te koud wordt.
Ondertussen komen ook alle andere bekenden binnen. Koldo vertelt ons dat
Josema met een behoorlijke tendinitis (dat is een peesontsteking) terug
is naar huis. Verder lopen was voor hem onmogelijk. Erg sneu, hij wilde
zo graag en heeft ondanks de pijn heel lang doorgezet.
Omdat er alleen in de doucheruimten licht is ga ik op zoek naar meer licht. Na veel zoeken en proberen vind ik een enorm uitgebreide schakelkast en omdat de verklarende etiketten alleen voor ingewijden begrijpelijk zijn zet ik maar alle schakelaars over: ‘er zij licht’. Inderdaad, ik voel me als de Schepper op de eerste dag van de schepping. Van overal in het gebouw klinken goedkeurende geluiden op. Als later de beheerder komt zet hij meteen de meeste schakelaars weer uit, maar overal blijft nu licht beschikbaar. Hij legt me vervolgens uit met welke schakelaar ik in één handeling alle licht aan en dus ook weer uit kan schakelen. Het hoogst noodzakelijke wordt gewassen, want hoe krijg ik het droog met dit weer. Vervolgens proef ik wat van het door Giacinta gekochte enorme Pan de Cea, het speciale brood waar dit dorp bekend door is. Het is zelfs officieel door de EU erkend als een beschermd productnaam waarbij een gedetailleerde beschrijving van de fabricage en de uiterlijke kenmerken is opgenomen. http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/site/nl/oj/2004/c_098/c_09820040423nl00290033.pdf Als fanatiek thuisbakker ben ik zeer geïnteresseerd. We eten er wat van in combinatie met de speciale in Ourense gekochte kaas. Het smaakt uitstekend. Het is inderdaad een smakelijk brood met een opvallend dikke korst. Giacinta wil vandaag nog doorlopen tot Oseira en proberen of ze toch onderdak in het klooster kan krijgen. Omdat het hele brood voor haar veel te veel en te zwaar is, laat ze een groot stuk voor onze avondmaaltijd achter. Dan ga ik met Alan het dorp in om wat te eten te vinden. Dat blijkt maar op één plaats mogelijk te zijn, maar hier wordt gelukkig een uitstekende maaltijd geserveerd. Voldaan zoek ik mijn bed op en in de warmte van mijn slaapzak luister ik naar muziek van mijn iPod.
Ondertussen denk ik aan mijn vader. Hoe we elkaar niet echt goed hebben leren kennen. Hij was voortdurend bezig met de winkel, het koor, mijn jongere broers en zusjes, etc. Ik was al opgroeiend voortdurend (met hem) in gevecht om de ruimte voor mezelf te veroveren die ik meende nodig te hebben om op te groeien en me te ontwikkelen. Dat voortdurend knokken drukt een tamelijk negatief stempel op zo’n vader-zoon relatie. Helaas, hij is veel te jong gestorven. Ik heb bij nader inzien veel meer met hem gemeen dan ik toen wilde toegeven. Wat had ik graag met hem genoten van klassieke muziek en wat zou hij genoten hebben van de technologische mogelijkheden van vandaag. Hij zou zeker een enthousiast pc-gebruiker zijn geworden. Verbazingwekkend dat ik, vooral tijdens mijn caminoactiviteiten, me realiseer dat ik hem mis en dat we veel samen gemist hebben. Ik ben blij dat ik zelf samen met Joost al een stuk van de Camino heb gelopen en hopelijk nog verder zal lopen en dat ik met Klaasjan de gedrevenheid deel met betrekking tot de mogelijkheden en ontwikkelingen van de personal computer. Het zijn de dingen die mensen later, als een van beiden er niet meer is, toch binden. Voor mij is de vrijheidsstrijd de belangrijkste emotionele binding met mijn vader. Ik begrijp zijn kant van het gebeuren inmiddels heel goed, maar vind hetgeen we gemist hebben ook erg jammer. Liever had ik een meer opbouwende gemeenschappelijke binding gehad.
Voor de maaltijd van vanavond kopen we wat spullen, maar aangezien de Fransen van de middagmaaltijd een soort soep over hebben en zij voor de avondmaaltijd al een fantastische schotel met vis hebben klaargemaakt (wat een koks zijn dat!), koken wij alleen wat pasta. Samen met de soep als pastasaus en een stuk pan de cea vormt dit een uiterst voedzame avondmaaltijd. De ongebruikte spullen gaan mee voor de avondmaaltijd van morgen. Ik moet toegeven dat de relatie met het Franse drietal sinds de eerste nogal kribbige kennismaking, behoorlijk is genormaliseerd. Met name de relatie met de uit Lotharingen afkomstige Marc, een stevige doorstapper, is heel vriendschappelijk. Hij spreekt vanwege zijn afkomst ook enig Duits, wat handig is als mijn Frans tekortschiet.
Rond half negen zoek ik weer mijn bed op en luister nog even muziek, maar de slaap komt snel. De nacht verloopt tamelijk onrustig. Elke keer als er iemand de trap afdaalt om naar het toilet te gaan springt er automatisch een soort bouwlamp aan. Met name de mensen die dicht bij de trap liggen krijgen dan de volle laag. Komt men na het toiletbezoek weer naar boven dan gaat halverwege de trap weer die lamp aan. Gelukkig lig ik in een verre hoek in een onderbed en Alan, die wel in het volle licht ligt, heeft zijn uit het vliegtuig afkomstige oogkleppen op. De anderen hoor ik regelmatig kreunen als er weer iemand nodig moet.
|
|
|
|
||