Via de la Plata

2006

 

4                                                                                                                           zaterdag 15 april

 

                                                           Sábado Santo: baggeren naar Castilblanco de los Arroyos

 

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

 

 

Daggegevens

etappe:

  Guillema - Castilblanco

                   de los Arroyos

afstand:

  dag: 19 km

  cum: 41 km

Het is half acht als ik weer tot het rijk der wakkeren ga behoren. Ook de anderen beginnen zich te roeren. Buiten is het vochtig maar droog. Rustig pak ik de rugzak weer in en rond acht uur gaat de bar open voor een ontbijt, hier in Spanje desayuno geheten. Daar moet je je niet al te veel van voorstellen en dus stap ik rond kwart over acht al naar buiten, na eerst nog even uitbundig van het toilet gebruik gemaakt te hebben. Die in de ‘herberg’ had voor mijn boodschap een iets te luchtige verbinding met de rest van de ruimte en dat wilde ik de overige gasten niet aandoen.

De eerste honderden meters is het nog droog maar dan begint het te regenen. Eerst nog een beetje en dus trek ik alleen de regenhoes over de rugzak, maar na de oversteek van de rivier, deze is bij laag water via een lage dam te passeren, begint het te plenzen en moet ook de poncho worden opgezocht. In de beschutting van een bossage wacht ik de ergste bui af en na een klein kwartier loop ik weer verder. De lucht is nog steeds erg donker en dreigend.

 

Het is vandaag maar een relatief korte etappe van slechts negentien kilometer, maar met dit weer kunnen die kilometers lang duren. Ik accepteer het weer gelaten, het is een onvermijdelijk onderdeel van de tocht, alleen wel wat vroeg: het is immers pas de tweede dag. De tocht voert eerst door een oninteressant industriegebied, maar dan word ik door de pijlen een onverharde landweg op gewezen. Al snel blijkt deze heel zompig en nat. De roodbruine klei vormt hele dikke plakkaten onder mijn schoenen en erg voorzichtig en met voortdurend het risico om uit te glijden, zoek ik mijn weg in voorwaartse richting. Het is meer schaatsen dan lopen. Al met al duurt dit stuk van de route ongeveer vijf kilometer.

 

Zompig-1Zompig-2

 

Ik passeer een drietal pelgrims die ik vannacht niet heb gezien. Eerst twee dames, waarvan er een vlak voor mij uitglijdt en op haar knieën terechtkomt. “El primero” (of zoiets) hoor ik haar zeggen als ik haar onder een oksel neem en weer op de been help. Ze verwacht kennelijk nog vaker te vallen. Even verder loopt een heer. Hoort hij nu wel of niet bij de dames? Later die dag blijkt het een Spaans/Catalaans gelegenheidstrio te zijn: Tonyo, Merche en Emilia, dat zich vorig jaar heeft gevormd tijdens de Camino Francés en nu samen een week van de Via de la Plata loopt.

 

Deze manier van lopen doet een grote aanslag op mijn conditie die vanmorgen nog zeer goed leek. Nu moet ik af en toe gas terugnemen. Het verstand staat op nul. Van systematisch denken komt niets, het is slechts een kwestie van lijfsbehoud. Dan lijkt het permanent droog te worden. De temperatuur loopt op en door de transpiratie ‘regent’ het alleen onder de poncho en in het jack nog. Op een droog stukje naast het pad gaat het jack uit, wordt de poncho op de stand-by stand gehangen en in mijn shirt loop ik verder. Dat voelt een stuk prettiger.

 

Beter begaanbaarWel diepe greppels

 

Na het eerste stuk van vijf kilometer blubber verandert het pad. Het wordt niet alleen beter begaanbaar maar ook wordt het terzijde van het pad interessanter. Ik zie uitgebreide sinaasappel-, olijven-, abrikozen/perzikenplantages en daarboven steeds meer blauw in de lucht. Het landschap is heuvelachtig en biedt mooie, dampige uitzichten. Kuddes grote zwarte koeien met imposante horens, ik zag ze met hun trotse houding eerst aan voor stieren, stofferen het landschap. Patrijzen vliegen voor me op en hazen schieten weg. Lege hagelpatronen op het pad geven aan dat dit een gewild jachtgebied is. Gelukkig is het gebied nu jagervrij en kan ik onbekommerd rondkijken zonder weg te moeten duiken voor een verdwaald schot hagel. Links en rechts van de weg staan voor mij onbekende struiken met gele bloemen en af en toe een toefje paarsblauw ertussen. Ook zie ik enkele struiken met grote witte bloemen met een geel hart en enkele donkerbruine vlekjes daaromheen. Heel mooi. Ik maak een close-up foto om later uit te zoeken wat dit voor bloem zou kunnen zijn. Het pad vertoont af en toe diepe geulen, in tijden van overvloedige regenval zal hier een beek naar beneden stromen.Cistus, ruikt naar wierook, al wist ik dat toen nog niet

 

Dan verlaat ik het pad en kom weer op een asfaltweg die na enige tijd aansluit op een drukke weg naar mijn bestemming van vandaag. Een moderne miliario, dat is een Romeinse mijlpaal, met de tekst ‘Santiago de Compostela, Via de la Plata’ markeert dit punt. Op de miliario liggen de onvermijdelijke steentjes, daar gelegd door eerdere passerende pelgrims. Ook ik draag mijn steentje bij. Omdat het maar af en toe mogelijk is om een pad langs de weg te volgen, loop ik de laatste vijf kilometer meestal op het inmiddels zinderend hete, zwarte asfalt dat onbarmhartig de zonnewarmte weerkaatst. Mijn hoed beschermt me alleen voor de directe zonnestraling.

Ook de watervoorraad begint danig te slinken. Dat had ik vanmorgen tijdens de plensbui ook niet kunnen denken. Een grote, vanochtend nog in Guillema gekochte appel, samen met een schaduwplek onder een boom biedt slechts korte tijd uitkomst. Dan het laatste rukje naar Castilblanco de los Arroyos. Achter me hoor ik roepen. Het is Tonyo die me langzaam inhaalt en me al roepende behoedt voor een omweg door het dorp. Om bij de herberg te komen moet ik niet links, maar rechtsaf.

De nieuwe herberg met negentien bedden is te vinden achter een pompstation, alwaar ook de sleutel is te verkrijgen. We zijn de eersten in de goeduitziende herberg en hebben de plaatsen voor het uitkiezen. De heerlijk warme douches en de toiletten hebben geen sloten op de deur, waarom zouden ze ook. Helaas zijn er op het ruime terras op de eerste verdieping ook geen waslijnen, maar dat wordt in overleg met de na ons aankomende dames snel opgelost. Een van hen loopt met een grote kluwen touw in haar rugzak! Een stoel voor de deur vormt enige bescherming tegen een onverwacht bezoek tijdens een douchebeurt of een grote boodschap. Pelgrimeren is en blijft behelpen en improviseren.

 

Uitzicht vanaf terras albergueAls het lijf schoon is, de was hangt en de elektronische hulpmiddelen van een moderne pelgrim weer aan de opladers nieuwe energie opdoen, ga ik nog snel even aan de overkant genieten van een tweepersoons ensalada mixta met een glas koele witte wijn en een schaaltje zoute olijven van het huis. Zo, we kunnen er weer tegen. Nu enige tijd plat en genieten van wat muziek.

 

Na een uurtje komen Ludwig en Giacinta binnen. Die hebben het grootste deel van de route in een heel rustig tempo samen gelopen. De middag brengen we door met het organiseren van de rugzak, het praten over de dag van vandaag, een biertje op het terras en het staren in de richting van het noorden terwijl we van de inmiddels overdadig schijnende zon profiteren.

 

Tegen zes uur ga ik met Giacinta en Ludwig naar de dorpskerk waar volgens de berichten rond die tijd een processie zal vertrekken. Inderdaad, honderden dorpsbewoners staan te wachten op het tevoorschijn komen van het eerste platform. Onder luid applaus verschijnt, voorafgegaan door met allerlei kerkelijke attributen uitgeruste heren, het platform in de deuropening. Het blijkt een glazen doodskist te zijn, waarin een beeld van de gestorven Jezus is gelegd. Wel luguber.

Op de maat van de muziek worden de trappen afgedaald en wordt heel langzaam wiegend de bocht naar links genomen om op de straat te komen. Dan, als de muziek van karakter verandert, komt ook de draagbaar met een ruk in een voorwaartse beweging en klinkt er applaus van de continue fotograferende toeschouwers.

 

 Eerste stoet CastilblancoZoveel geestelijken of namaak?

Heel serieus

Net vóór de draagbaar loopt een militaristisch geklede heer met het vaandel van de vereniging die deze processie verzorgt. Heel vertederend loopt naast hem, zeer serieus kijkend, een keurig geklede jongeman die aan het syndroom van Down leidt. Slechts een hem bekende heer langs de route wordt met een glimlach en een kus begroet, waarna - als met een druk op de knop - weer de serieuze processiepose wordt aangenomen.

Als de processie onderweg is willen Giacinta, Ludwig en ik de kerk in, maar dat kan nog niet. Er blijkt nog een tweede groep zich klaar te maken. De zojuist vertrokken groep blijkt die van gisteren te zijn. Ook hier is toen de processie afgelast vanwege het slechte weer. Voor de ingang van de kerk verzamelen zich nu tientallen keurig in het zwart geklede dames, allen voorzien van een mantilla. Kennelijk wordt de volgende processie verzorgd door een plaatselijke damesvereniging van stand en niet door een ‘plattelandsvrouwenclubje’.

Na enkele minuten ontstaat er weer beroering voor de deur en begint een tweede muziekkapel te spelen. In de verhoogde deuropening verschijnt een tweede draagbaar met daarop een eveneens in het zwart geklede madonna onder een zwart baldakijn. Tussen de dames en de overige toeschouwers staat ook een zestiental krachtpatsers, compleet met nekrol de uittocht gade te slaan. Heel voorzichtig komt het platform de kerk uit. De ruimte tussen baldakijn en bovenzijde van de deuropening is slechts enkele centimeters. Eenmaal buiten klinkt weer applaus en komt opeens het platform een halve meter omhoog. Wat blijkt: men heeft op de knieën gekropen en getild omdat anders de te lage kerkdeur een niet te passeren hindernis zou zijn.

 

Mantilla dames wachtend op hún MariabeeldDragers, klaar voor de aflossing

 

Eenmaal volledig voor de kerk aangekomen vindt al de eerste wisseling van dragers plaats. Het was dan ook een zware en warme klus. Ook dit platform doet geruime tijd over de bocht vóór de kerk en verzorgt met een dansje op de tonen van de muziek een boeiende ‘sur place’, alvorens de tocht aan te vangen.

 

Dominospelende oude mannenNa een kort bezoek aan de kerk, waar nog meer platforms staan die kennelijk eerder in de Goede Week zijn gebruikt, wandelen we verder en komen toevallig terecht bij een ‘oudemannenhuis’ waar we in de bar wat drinken. Deze bar is versierd met fraaie tegeltableaus, voorstellende taferelen uit het boek van Don Quichote en van het Spaanse landleven. Dan krijgen we van de Drie generaties citroenen aan één boombeheerders een korte rondleiding en maakt Giacinta een praatje met enkele, dominospelende bewoners. Op het pleintje vóór het gebouw staat een citroenenboompje met daaraan zowel nieuwe bloesem als volgroeide citroenen. Er lijken hier geen seizoenen te zijn, alles groeit in een aaneengesloten cyclus door.

 

Rond half negen gebruiken we in een bar een eenvoudige maaltijd met een goed glas wijn en gaan relatief vroeg naar bed. Ook het Duitse stel van afgelopen nacht is aangekomen. Het zijn erg langzame lopers vanwege de grote voetproblemen van de dame. De kamer is nu bijna vol. Vanwege het vele gesnurk en ondanks het goede bed heb ik vrijwel elke nachtelijke uurslag van de kerk gehoord. Toch heb ik redelijk gerust, maar vraag me wel af wanneer ik eindelijk eens een nacht rustig door kan slapen.

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

^ Pagina ^