|
Het is half
acht als ik weer tot het rijk der wakkeren ga behoren. Ook de anderen beginnen
zich te roeren. Buiten is het vochtig maar droog. Rustig pak ik de rugzak weer
in en rond acht uur gaat de bar open voor een ontbijt, hier in Spanje
desayuno geheten. Daar moet je je niet al te veel van voorstellen en dus
stap ik rond kwart over acht al naar buiten, na eerst nog even uitbundig van het
toilet gebruik gemaakt te hebben. Die in de ‘herberg’ had voor mijn boodschap
een iets te luchtige verbinding met de rest van de ruimte en dat wilde ik de
overige gasten niet aandoen.
De
eerste honderden meters is het nog droog maar dan begint het te regenen.
Eerst nog een beetje en dus trek ik alleen de regenhoes over de rugzak,
maar na de oversteek van de rivier, deze is bij laag water via een lage
dam te passeren, begint het te plenzen en moet ook de poncho worden
opgezocht. In de beschutting van een bossage wacht ik de ergste bui af
en na een klein kwartier loop ik weer verder. De lucht is nog steeds erg
donker en dreigend.
Het
is vandaag maar een relatief korte etappe van slechts negentien
kilometer, maar met dit weer kunnen die kilometers lang duren. Ik
accepteer het weer gelaten, het is een onvermijdelijk onderdeel van de
tocht, alleen wel wat vroeg: het is immers pas de tweede dag. De tocht
voert eerst door een oninteressant industriegebied, maar dan word ik
door de pijlen een onverharde landweg op gewezen. Al snel blijkt deze
heel zompig en nat. De roodbruine klei vormt hele dikke plakkaten onder
mijn schoenen en erg voorzichtig en met voortdurend het risico om uit te
glijden, zoek ik mijn weg in voorwaartse richting. Het is meer schaatsen
dan lopen. Al met al duurt dit stuk van de route ongeveer vijf
kilometer.
 
Ik
passeer een drietal pelgrims die ik vannacht niet heb gezien. Eerst twee
dames, waarvan er een vlak voor mij uitglijdt en op haar knieën
terechtkomt. “El primero” (of zoiets) hoor ik haar zeggen als ik
haar onder een oksel neem en weer op de been help. Ze verwacht kennelijk
nog vaker te vallen. Even verder loopt een heer. Hoort hij nu wel of
niet bij de dames? Later die dag blijkt het een Spaans/Catalaans
gelegenheidstrio te zijn: Tonyo, Merche en Emilia, dat zich vorig jaar
heeft gevormd tijdens de Camino Francés en nu samen een week van de Via
de la Plata loopt.
Deze manier van lopen doet een grote aanslag op mijn conditie die
vanmorgen nog zeer goed leek. Nu moet ik af en toe gas terugnemen. Het
verstand staat op nul. Van systematisch denken komt niets, het is
slechts een kwestie van lijfsbehoud. Dan lijkt het permanent droog te
worden. De temperatuur loopt op en door de transpiratie ‘regent’ het
alleen onder de poncho en in het jack nog. Op een droog stukje naast het
pad gaat het jack uit, wordt de poncho op de stand-by stand gehangen en
in mijn shirt loop ik verder. Dat voelt een stuk prettiger.
 
Na
het eerste stuk van vijf kilometer blubber verandert het pad. Het wordt
niet alleen beter begaanbaar maar ook wordt het terzijde van het pad
interessanter. Ik zie uitgebreide sinaasappel-, olijven-,
abrikozen/perzikenplantages en daarboven steeds meer blauw in de lucht.
Het landschap is heuvelachtig en biedt mooie, dampige uitzichten. Kuddes
grote zwarte koeien met imposante horens, ik zag ze met hun trotse
houding eerst aan voor stieren, stofferen het landschap. Patrijzen
vliegen voor me op en hazen schieten weg. Lege hagelpatronen op het pad
geven aan dat dit een gewild jachtgebied is. Gelukkig is het gebied nu
jagervrij en kan ik onbekommerd rondkijken zonder weg te moeten duiken
voor een verdwaald schot hagel. Links en rechts van de weg staan voor
mij onbekende struiken met gele bloemen en af en toe een toefje
paarsblauw ertussen. Ook zie ik enkele struiken met grote witte bloemen
met een geel hart en enkele donkerbruine vlekjes daaromheen. Heel mooi.
Ik maak een close-up foto om later uit te zoeken wat dit voor bloem zou
kunnen zijn. Het pad vertoont af en toe diepe geulen, in tijden van
overvloedige regenval zal hier een beek naar beneden stromen.
Dan
verlaat ik het pad en kom weer op een asfaltweg die na enige tijd
aansluit op een drukke weg naar mijn bestemming van vandaag. Een moderne
miliario, dat is een Romeinse mijlpaal, met de tekst ‘Santiago de
Compostela, Via de la Plata’ markeert dit punt. Op de miliario
liggen de onvermijdelijke steentjes, daar gelegd door eerdere passerende
pelgrims. Ook ik draag mijn steentje bij. Omdat het maar af en toe
mogelijk is om een pad langs de weg te volgen, loop ik de laatste vijf
kilometer meestal op het inmiddels zinderend hete, zwarte asfalt dat
onbarmhartig de zonnewarmte weerkaatst. Mijn hoed beschermt me alleen
voor de directe zonnestraling.
Ook
de watervoorraad begint danig te slinken. Dat had ik vanmorgen tijdens
de plensbui ook niet kunnen denken. Een grote, vanochtend nog in
Guillema gekochte appel, samen met een schaduwplek onder een boom biedt
slechts korte tijd uitkomst. Dan het laatste rukje naar
Castilblanco de los Arroyos.
Achter me hoor ik roepen. Het is Tonyo die me langzaam inhaalt en me al
roepende behoedt voor een omweg door het dorp. Om bij de herberg te
komen moet ik niet links, maar rechtsaf.
De
nieuwe herberg met negentien bedden is te vinden achter een pompstation,
alwaar ook de sleutel is te verkrijgen. We zijn de eersten in de
goeduitziende herberg en hebben de plaatsen voor het uitkiezen. De
heerlijk warme douches en de toiletten hebben geen sloten op de deur,
waarom zouden ze ook. Helaas zijn er op het ruime terras op de eerste
verdieping ook geen waslijnen, maar dat wordt in overleg met de na ons
aankomende dames snel opgelost. Een van hen loopt met een grote kluwen
touw in haar rugzak! Een stoel voor de deur vormt enige bescherming
tegen een onverwacht bezoek tijdens een douchebeurt of een grote
boodschap. Pelgrimeren is en blijft behelpen en improviseren.
Als
het lijf schoon is, de was hangt en de elektronische hulpmiddelen van
een moderne pelgrim weer aan de opladers nieuwe energie opdoen, ga ik
nog snel even aan de overkant genieten van een tweepersoons ensalada
mixta met een glas koele witte wijn en een schaaltje zoute olijven
van het huis. Zo, we kunnen er weer tegen. Nu enige tijd plat en
genieten van wat muziek.
Na
een uurtje komen Ludwig en Giacinta binnen. Die hebben het grootste deel
van de route in een heel rustig tempo samen gelopen. De middag brengen
we door met het organiseren van de rugzak, het praten over de dag van
vandaag, een biertje op het terras en het staren in de richting van het
noorden terwijl we van de inmiddels overdadig schijnende zon profiteren.
Tegen zes uur ga ik met Giacinta en Ludwig naar de dorpskerk waar
volgens de berichten rond die tijd een processie zal vertrekken.
Inderdaad, honderden dorpsbewoners staan te wachten op het tevoorschijn
komen van het eerste platform. Onder luid applaus verschijnt,
voorafgegaan door met allerlei kerkelijke attributen uitgeruste heren,
het platform in de deuropening. Het blijkt een glazen doodskist te zijn,
waarin een beeld van de gestorven Jezus is gelegd. Wel luguber.
Op
de maat van de muziek worden de trappen afgedaald en wordt heel langzaam
wiegend de bocht naar links genomen om op de straat te komen. Dan, als
de muziek van karakter verandert, komt ook de draagbaar met een ruk in
een voorwaartse beweging en klinkt er applaus van de continue
fotograferende toeschouwers.
 

Net vóór de
draagbaar loopt een militaristisch geklede heer met het vaandel van de
vereniging die deze processie verzorgt. Heel vertederend loopt naast
hem, zeer serieus kijkend, een keurig geklede jongeman die aan het
syndroom van Down leidt. Slechts een hem bekende heer langs de route
wordt met een glimlach en een kus begroet, waarna - als met een druk op
de knop - weer de serieuze processiepose wordt aangenomen.
Als
de
processie onderweg is willen Giacinta, Ludwig en ik de kerk in, maar dat
kan nog niet. Er blijkt nog een tweede groep zich klaar te maken. De
zojuist vertrokken groep blijkt die van gisteren te zijn. Ook hier is
toen de processie afgelast vanwege het slechte weer. Voor de ingang van
de kerk verzamelen zich nu tientallen keurig in het zwart geklede dames,
allen voorzien van een mantilla. Kennelijk wordt de volgende processie
verzorgd door een plaatselijke damesvereniging van stand en niet door
een ‘plattelandsvrouwenclubje’.
Na
enkele minuten ontstaat er weer beroering voor de deur en begint een
tweede muziekkapel te spelen. In de verhoogde deuropening verschijnt een
tweede draagbaar met daarop een eveneens in het zwart geklede madonna
onder een zwart baldakijn. Tussen de dames en de overige toeschouwers
staat ook een zestiental krachtpatsers, compleet met nekrol de uittocht
gade te slaan. Heel voorzichtig komt het platform de kerk uit. De ruimte
tussen baldakijn en bovenzijde van de deuropening is slechts enkele
centimeters. Eenmaal buiten klinkt weer applaus en komt opeens het
platform een halve meter omhoog. Wat blijkt: men heeft op de knieën
gekropen en getild omdat anders de te lage kerkdeur een niet te passeren
hindernis zou zijn.
 
Eenmaal volledig voor de kerk aangekomen vindt al de eerste wisseling
van dragers plaats. Het was dan ook een zware en warme klus. Ook dit
platform doet geruime tijd over de bocht vóór de kerk en verzorgt met
een dansje op de tonen van de muziek een boeiende ‘sur place’, alvorens
de tocht aan te vangen.
Na
een kort bezoek aan de kerk, waar nog meer platforms staan die kennelijk
eerder in de Goede Week zijn gebruikt, wandelen we verder en komen
toevallig terecht bij een ‘oudemannenhuis’ waar we in de bar wat
drinken. Deze bar is versierd met fraaie tegeltableaus, voorstellende
taferelen uit het boek van Don
Quichote en van het Spaanse landleven. Dan krijgen we van de
beheerders
een korte rondleiding en maakt Giacinta een praatje met enkele,
dominospelende bewoners. Op het pleintje vóór het gebouw staat een
citroenenboompje met daaraan zowel nieuwe bloesem als volgroeide
citroenen. Er lijken hier geen seizoenen te zijn, alles groeit in een
aaneengesloten cyclus door.
Rond half negen gebruiken we in een bar een eenvoudige maaltijd met een
goed glas wijn en gaan relatief vroeg naar bed. Ook het Duitse stel van
afgelopen nacht is aangekomen. Het zijn erg langzame lopers vanwege de
grote voetproblemen van de dame. De kamer is nu bijna vol. Vanwege het
vele gesnurk en ondanks het goede bed heb ik vrijwel elke nachtelijke
uurslag van de kerk gehoord. Toch heb ik redelijk gerust, maar vraag me
wel af wanneer ik eindelijk eens een nacht rustig door kan slapen.
 |