Via de la Plata

2006

 

5                                                                                                                              zondag 16 april

 

                                Domingo de Resurreccíon: wierook langs de weg naar Almadén de la Plata? 

 

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

 

 

Daggegevens

etappe:

  Castilblanco de los Arroyos

  - Almadén de la Plata

afstand:

  dag: 30 km

  cum: 71 km

Op deze Eerste Paasdag wekken de piepjes van Tonyo me rond zeven uur. Gezien de verwachte warmte en de lange etappe van vandaag wil ik niet te laat van start, dus maak ik me meteen klaar om te vertrekken. Een kwartier later zit ik al aan een eenvoudig ontbijtje in een barretje aan de overkant en rond half acht begin ik aan de dertig kilometer die mij van mijn bestemming van vandaag scheiden. Alhoewel ik buiten langs het dorp loop zijn er, behalve de bar waar ik heb ontbeten, al vijf bars open voor een consumptie. Eenzelfde aantal is nog gesloten. Als je dan ook nog rekening houdt met de vele bars die ik gisteren bij aankomst ben gepasseerd en die ik later nog in het dorp heb gezien kom ik tot de conclusie dat hier ongeveer één bar is op elke twintig (mannelijke) inwoners.

 

 Zonsopgang 1Zonsopgang 2

 

De eerste zestien kilometer van vandaag gaan via een rustige weg. Zeker vandaag en op dit tijdstip is er niets op weg behalve een enkele pelgrim. Het gezang van duizenden vogels begeleidt me en kondigt de nieuwe dag aan. Ook de vele kraaiende hanen bij de huizen die ik in het buitengebied passeer zijn nog geheel in de ban van de verloochening door Petrus. Ze kunnen er geen genoeg van krijgen eindelijk eens een hoofdrol in de wereldgeschiedenis gespeeld te hebben.

De opgaande zon verzorgt een schitterend, steeds veranderend lichtspektakel aan de ochtendhemel. Her en der in het groen langs de weg staan stapels stenen te wachten op de uitvoering van uitgestelde bouwplannen. De bermen zijn weer rijkbegroeid en bieden plaats aan vele planten en bloemen. Ik passeer een fraaie oude poort die min of meer nutteloos voor een stuk grasland staat te staan. Boven de ingang staat, behalve een tegeltableau met een madonna, de tekst El piquillo, hetgeen ‘het sommetje’ betekent. Ik kan van deze combinatie van beeld en tekst niets bakken en loop derhalve enigszins in verwarring door.

 

Een lange en lege wegKurkeiken

 

Het landschap verandert en links en rechts van de weg verschijnen de kurkeiken en de eucalyptusbomen. Tussen de bomen is de bodem vrijwel volledig bedekt met een deken van paarsblauwe bloemen en in de berm tref ik steeds vaker de vlinderlavendel aan die het bij ons in de tuin niet wilde doen, maar hier uitbundig bloeiend als onkruid te vinden is.

Tonyo loopt mij achterop en tijdens de wederzijdse rustpauzes passeren we elkaar. Hij heeft een tamelijk hoog tempo en loopt met muziek van Vivaldi op zijn koptelefoon. Ik hoor hem af en toe meezingen. Waar zouden de dames gebleven zijn?

 

Na zestien kilometer passeer ik de poort naar het natuurpark El Berrocal waardoor ik in een nog fraaier kurkeikengebied terechtkom. Schitterende lanen tussen de bomen die allen de lidtekens vertonen van een regelmatige schilbeurt, maar daar kennelijk niet echt onder lijden. Volgens mijn Engels routeboekje moet ik hier cistus-bosjes aantreffen met bloemen die geuren naar kerkwierook. Ik ben benieuwd. Opvallend zijn de vele vogelhuisjes die aan de bomen hangen. Zoiets verwacht je hier helemaal niet.

Bij het boswachtershuis, casa forestal, vanwaar dit park wordt beheerd maar waar op deze paasdag geen mens is te bekennen, stuit ik weer op Tonyo, nu in gezelschap van de beide dames. Zij bleken op te zien tegen de lange etappe van vandaag en hebben zich met een taxi naar de ingang van het park laten brengen.

Vanwege het verlaten karakter van het complex komt er ook niets terecht van mijn hoop en verwachting hier misschien een kop koffie te kunnen scoren. Derhalve trakteer ik me op enkele slokken water, een banaan en een paar sultana’s. Dit feestmaal sluit ik af met een koffiesnoepje. Ondertussen drogen mijn zweetvoeten in het zonnetje. Als de bewolking onverwacht toch weer dreigende vormen aanneemt pak ik mijn boeltje tezamen en ga weer op pad. In de verte voor me lopen de drie Spanjaarden.

 

 Bermbegroeiing, cistus en vlinderlavendelVlinderlavendel

 

Onderwijl let ik scherp op bloeiende struiken die naar wierook zouden moeten ruiken. Tot tweemaal toe ruik ik iets sterk geurend, maar ik vraag me daarbij wel af, als dat is wat wordt bedoeld, waar Alison Raju (de schrijfster van mijn Engelstalige gids) dan ter kerke gaat. Het doet mij denken aan de verschaalde pislucht die gedurende Uitgeester kermis rond de plaatselijke cafés hangt. Maar hier zie ik toch niet de boeren, burgers en buitenlui die daar in Uitgeest verantwoordelijk voor zijn.

Wat later ruik ik dan toch de zo karakteristieke geur van wierook en al speurend kom ik uit bij de al eerder genoemde witte bloem met geel hart en de enkele donkerbruine vlekjes. De cistus, of zoals ze hier worden genoemd: Flor de Jara, is een eendagsbloem die me de komende honderden kilometers in de bermen zal vergezellen.

 

Bloeiende bermen in El BerrocalDreigende luchten

Tonyo koelt zijn voetenClose-up kurkeik

 

Even verderop tref ik, eveneens in de berm, een jong stelletje dat uit Gaspé in de Canadese provincie Québec blijkt te komen. Ze hebben een zeer idealistisch beeld van het leven, zijn vrijwel zonder geld onderweg en denken dat ze onderweg, met het doen van klusjes, wel aan de kost kunnen komen. Dat blijkt niet mee te vallen met als gevolg dat ze regelmatig buiten overnachten en leven op linzen uit blik. Vanavond zal de herberg voor hen te duur blijken, maar ze mogen dan van de beheerster gratis overnachten.

 

Via een groot hek verlaat ik het park en even later word ik tegemoet gereden door een drietal quats, dat zijn van die vierwiel motorfietsen die bij de moderne cowboys de plaats van de paarden hebben ingenomen. Het is slechts een korte verstoring van een paradijselijke atmosfeer.

Over de juistheid van het nu te volgen pad heb ik enige twijfels. De bewijzering is niet geheel duidelijk en later hoor ik dat menigeen daar verkeerd is gelopen en derhalve een grote omweg heeft moeten maken. Aangezien tijdens een pauze Tonyo weer voorbij komt lopen krijg ik goede moed dat ik toch wel goed zou kunnen zitten en na nog weer een tamelijk lang stuk lopen doemt voor mij een reeds in de gids aangekondigde steile helling op. Moeizaam neem ik de bijna tweehonderd meter hoge klim en kom amechtig hijgend boven op de Miradores del Cerro del Calvario, een uitzichtspunt naar twee zijden, op de kam van een heuvelrug met de naam Calvario. De beloning voor de inspannende klim is overweldigend. In zuidelijke richting heb ik een panoramisch uitzicht over het zojuist gepasseerde natuurpark El Berrocal en in noordelijke richting liggen de als van zilver gemaakte witte huizen van mijn bestemming, Almadén de la Plata in de brandende zon te schitteren.

 

 Panorama van zojuist gelopen terreinAlmadén de la Plata

 

Na een steile afdaling die, om mijn knieën te ontzien, heel voorzichtig wordt genomen, bereik ik rond halfdrie het dorpje. Links van het pad passeer ik een varkenshouderij waar de zwarte varkens lekker onder de eikenbomen naar eikels lopen te scharrelen, alvorens onvermijdelijk te worden omgetoverd tot die heerlijke gedroogde Spaanse ham.

In het dorpje is het op straat een troep van jewelste. Overal liggen meer of minder gescheurde stukken kleding en soms zelfs nog een volledige arm, met de hand er nog aan. Navraag leert dat dit de restanten zijn van alweer een optocht waarbij, als symbool van alles wat slecht is, de figuur van Judas Iscariot (die Jezus voor dertig zilverlingen zou hebben verraden) wordt rondgedragen. Als hoogtepunt van de rondgang worden de poppen die deze verraderlijke figuur moeten voorstellen, door de toeschouwers getuchtigd en in stukken gescheurd. Een oud vrouwtje loopt spiedend rond, zoekend naar nog bruikbare kledingstukken hetgeen haar een zo te zien nog ongescheurde spijkerbroek oplevert.

 

Judastuchtiging 1Judastuchtiging 2

 

Als ik bij de albergue aankom, komen van de andere kant vrijwel gelijktijdig Tonyo met de beide dames aangelopen. We ‘forceren’ de knullig met een touwtje dichtgebonden deur, zoeken elk een comfortabel bed uit en installeren ons. Een heerlijk warme douche spoelt de vermoeidheid uit mijn lijf en met ons vieren gaan we snel het dorp weer in om nog wat te eten te zoeken.

Eigenlijk zijn we te laat, maar dankzij de overredingskracht van Tonyo (Spanjaarden onder elkaar!) wordt er een tafel voor vier gedekt. Een vleesschotel vormt de entree en een royale wildstoofpot de hoofdmaaltijd; dit alles rijkelijk met wijn overgoten. Een feestelijk flanpuddinkje vormt de afsluiting van deze paasmaaltijd die elk van ons vijftien euro armer maakt.

Rond vijf uur zijn we weer terug in de herberg en heb ik me net met muziek geïnstalleerd als Giacinta en Ludwig arriveren. We zijn weer compleet.

 

 vlnr Tonyo, Merche, Emilia

 

Nadat ik mijn dagboek heb bijgeschreven ga ik met Giacinta het dorp bekijken waarbij we in de kerk terechtkomen. Daar is men net bezig om de processiedraagbaren te onttakelen. De beeldengroepen krijgen weer hun vaste plaats in de kerk terug en de rest wordt tot op de afzonderlijke onderdelen losgeschroefd en ergens opgeborgen tot de volgende Semana Santa.

We lopen door naar het kerkhof met vrijwel uitsluitend grafmuren. Kennelijk is de grond hier te rotsachtig en/of te schaars en worden de overledenen gestapeld bijgezet in de nissen van bijna twee meter dikke muren. Tussen de vele honderden aanwezige plastic bloemversieringen vonden we, na intensief zoeken, één miezerig bosje echte bloemen.

Vanwege de copieuze en late maaltijd van vanmiddag laat ik de avondmaaltijd aan mij voorbijgaan. Tonyo c.s. gaan echter nog wel weer uitgebreid eten. Ik heb alleen maar dorst en les deze met veel fris water en een sinaasappel.

 

Morgen blijken we, volgens een aangeplakte mededeling, niet de in de gids aangegeven route over het land van Finca Arroyo Mateos te kunnen volgen, maar worden we gedwongen tien kilometer langs een geasfalteerde weg te lopen. Sinds 1 november 2004 wil de eigenaar van het landgoed geen lopers meer op het terrein en is het toegangshek hermetisch gesloten. Vroeger moest elke, toen nog spaarzame loper telefonisch toestemming vragen - die vrijwel automatisch werd verleend - maar het aantal lopers is kennelijk teveel toegenomen. Volgens de berichten wordt er onderhandeld over een oplossing aangezien het een geaccidenteerd terrein schijnt te zijn met schitterende panorama’s. Ik zal er niets van meekrijgen; voor de lopers van nu wacht de gewone weg.

 

Aan het begin van de avond is het armlastige Canadese paartje gearriveerd dat, zoals al gezegd, zonder te betalen in de herberg mag slapen. Ik verbaas me over de grote bult bagage die ze meesjouwen. Zelfs een gitaar maakt deel uit van de rugbelasting. Rond half tien komt ook het Duitse stel nog binnen; ze waren na het hek verkeerd gelopen. De dame heeft erg veel last van blaren en komt strompelend binnen. Na de douche verzorgt de heer liefdevol haar voeten en zonder te eten schuiven ze dodelijk vermoeid in de slaapzak.

Buiten regent het weer. Ik lig nog enige tijd naar muziek te luisteren als rond elf uur de eters binnenkomen en zo stil mogelijk ook hun bed opzoeken. De nacht kan beginnen, morgen wacht weer een nieuwe dag.

Verder ->

<- Terug

^ Index ^

^ Pagina ^