|

Op 12 april
2006 arriveer ik in Sevilla waar ik word overrompeld door de
festiviteiten rond de Semana Santa. Het is een wel erg heftig begin van
wat een rustige voettocht langs een hervonden Camino gaat worden.
-.-
Zittend in
de bus die me in 2005 vanuit Santiago weer terug naar huis brengt, maken
we een tamelijk forse omweg die mij voert langs o.a. de plaatsen Ourense,
La Gudiña, Puebla de Sanabria en Zamora. Namen die mij op dat moment nog
niets zeiden. “Hier wil ik lopen; dit landschap te voet mogen
doorkruisen lijkt me een geweldige ervaring”. Naar aanleiding van deze
gedachte neem ik - nog vóór Burgos is bereikt - de beslissing om zo snel
mogelijk de Via de la Plata te gaan lopen. Nu heb ik er vele voetstappen
liggen en kan ik me het traject bijna meter voor meter voor de geest
halen. Het uitwerken van mijn dagboek tot een volwaardig boek is voor
mij een vorm van verwerken van deze onvergetelijke ervaring. Alleen op
deze manier beklijven de ontelbare indrukken die ik tijdens deze Camino
heb opgedaan.
-.-
Ik start in
de week vóór Pasen en loop met de lente naar het noorden. Als gevolg
hiervan wandel ik gedurende het grootste deel van mijn tocht tussen twee
muren van bloemen. De rijkbegroeide bermen en weilanden geven kleur aan
het landschap. Vrijwel elke ochtend zorgt de opgaande zon voor een
spectaculair wisselende belichting. De ontmoetingen langs de weg met
pelgrims zowel als aanwonenden maken dat deze goed gemarkeerde route
door het landschap een echte pelgrimsweg wordt. Zonder mensen is er geen
Camino. Mensen maken de weg. Het is een verhaal van eindeloos genieten,
maar natuurlijk ook van de onvermijdelijke ontberingen, die horen bij
duizend kilometer lopen langs lange, lege wegen. Tijdens de soms eenzame
wandelingen gaan mijn gedachten alle kanten op. Enkele resultaten
daarvan zijn in dit reisverslag geregistreerd. Het zijn ontmoetingen met
mezelf geworden.
Epe, december 2006
Klaas Mors
 |